BE1003804A3 - Inrichting voor het bevestigen van een onderdeel op de lade van een weefmachine. - Google Patents
Inrichting voor het bevestigen van een onderdeel op de lade van een weefmachine. Download PDFInfo
- Publication number
- BE1003804A3 BE1003804A3 BE8900468A BE8900468A BE1003804A3 BE 1003804 A3 BE1003804 A3 BE 1003804A3 BE 8900468 A BE8900468 A BE 8900468A BE 8900468 A BE8900468 A BE 8900468A BE 1003804 A3 BE1003804 A3 BE 1003804A3
- Authority
- BE
- Belgium
- Prior art keywords
- holder
- groove
- clamping
- drawer
- clamping piece
- Prior art date
Links
- 238000009941 weaving Methods 0.000 claims abstract description 9
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 5
- 235000014676 Phragmites communis Nutrition 0.000 description 4
- 238000005452 bending Methods 0.000 description 2
- 230000037431 insertion Effects 0.000 description 1
- 238000003780 insertion Methods 0.000 description 1
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- D—TEXTILES; PAPER
- D03—WEAVING
- D03D—WOVEN FABRICS; METHODS OF WEAVING; LOOMS
- D03D49/00—Details or constructional features not specially adapted for looms of a particular type
- D03D49/60—Construction or operation of slay
-
- D—TEXTILES; PAPER
- D03—WEAVING
- D03D—WOVEN FABRICS; METHODS OF WEAVING; LOOMS
- D03D47/00—Looms in which bulk supply of weft does not pass through shed, e.g. shuttleless looms, gripper shuttle looms, dummy shuttle looms
- D03D47/27—Drive or guide mechanisms for weft inserting
- D03D47/277—Guide mechanisms
- D03D47/278—Guide mechanisms for pneumatic looms
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F16—ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
- F16B—DEVICES FOR FASTENING OR SECURING CONSTRUCTIONAL ELEMENTS OR MACHINE PARTS TOGETHER, e.g. NAILS, BOLTS, CIRCLIPS, CLAMPS, CLIPS OR WEDGES; JOINTS OR JOINTING
- F16B3/00—Key-type connections; Keys
-
- Y—GENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
- Y10—TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
- Y10T—TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER US CLASSIFICATION
- Y10T403/00—Joints and connections
- Y10T403/70—Interfitted members
- Y10T403/7062—Clamped members
- Y10T403/7064—Clamped members by wedge or cam
- Y10T403/7066—Clamped members by wedge or cam having actuator
- Y10T403/7067—Threaded actuator
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Textile Engineering (AREA)
- General Engineering & Computer Science (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Looms (AREA)
- Auxiliary Weaving Apparatuses, Weavers' Tools, And Shuttles (AREA)
Abstract
Inrichting voor het bevestigen van een onderdeel op de lade van een weefmachine, bestaande uit een houder (14) waarop de bijblazer (11) is bevestigd; een in de lade (1) aangebrachte zich in de lengterichting uitstrekkende groef (16); een klemstuk (17) dat bedoeld is om in de groef (16) te worden gemonteerd en dat aan twee tegenoverliggende zijden onderling schuin ten opzichte van elkaar verlopende klemvlakken (18,19) vertoont; en schroefmiddelen (20) die doorheen een opening (21) in de houder (14) zijn aangebracht en in het klemstuk (17) aangrijpen, waarbij het klemstuk (17) door middel van het aanschroeven van de schroefmiddelen (20), de houder (14) tegen de lade (1) spant en in zijn beide klemvlakken (18,19) een klemkracht veroorzaakt,daardoor gekenmerkt dat de houder (14) in de gemonteerde toestand aan minstens één zijde van het klemstuk (17) tussen het betreffende klemvlak (18) hiervan en een zijwand (22) van de groef (16) is ingeklemd.
Description
<Desc/Clms Page number 1> Inrichting voor het bevestigen van een onderdeel op de lade van een weefmachine. Deze uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het bevestigen van een onderdeel op de lade van een weefmachine. Zoals bekend is het bij weefmachines een vereiste dat de onderdelen zoals bijblazers, grijpergeleidingshaakjes, inslagwachters en dergelijke op een gemakkelijke en snelle wijze op de gewenste plaats op het ladeprofiel kunnen worden gemonteerd. Bovendien moeten doorgaans een aantal van deze onderdelen na hun montage goed uitgelijnd zijn, hetgeen bijvoorbeeld betekent dat in het geval van de bijblazers de blaasopeningen van de verschillende bijblazers zieh op één lijn bevinden die parallel is aan de lengterichting van de lade. Een bekende inrichting voor het bevestigen van zulk onderdeel op de lade van een weefmachine voorziet er in dat het <Desc/Clms Page number 2> onderdeel wordt vastgemaakt door middel van een bout die in een getapte boring in de lade kan worden geschroefd. De bout passeert hierbij vrij doorheen een boring die in de houder of dergelijk van het onderdeel is aangebracht. De bout past met enige speling doorheen de houder, zodanig dat de houder tegen een zieh in de lengte van de lade uitstrekkende steunrib kan worden gedrukt, waardoor het uitlijnen van meerdere van zulke houders en de respektievelijke onderdelen mogelijk is. Deze inrichting vertoont het nadeel dat de onderdelen uitsluitend op welbepaalde plaatsen kunnen worden gemonteerd, namelijk daar waar tapgaten in de lade zijn aangebracht. Een ander nadeel bestaat erin dat de voornoemde houder tijdens het aanspannen van de bout tegen de steunrib moet worden aangedrukt. Volgens een andere bekende inrichting wordt gebruik gemaakt van een doorheen een opening in de houder van het onderdeel passende bout die aangrijpt in een klemstuk in de vorm van een moer, hetwelke vrij verschuifbaar is in een T-vormige groef die zieh in de langsrichting van de lade uitstrekt. Deze inrichting vertoont het nadeel dat het klemstuk uitsluitend vanaf een zijde van de lade in de groef kan worden aangebracht, waardoor de montage wordt bemoeilijkt. <Desc/Clms Page number 3> Een inrichting die de voornoemde nadelen niet vertoont is bekend uit het Amerikaanse oktrooi nr 4 732 178, waarin een bijblazerbevestiging is beschreven. De bijblazer vertoont hierbij een houder die tegen het ladeprofiel wordt aangespannen door middel van een bout die aangrijpt in een met het ladeprofiel samenwerkend klemstuk. Het klemstuk grijpt aan in een overlangse groef in het ladeprofiel en vertoont een zodanige vorm dat het slechts aan een zijde in een klemvlak voorziet, dat met één zijwand van de groef samenwerkt. Deze konstruktie vertoont evenwel het nadeel dat de bout bij het aanspannen op buiging wordt belast, waardoor hij bij het uitoefenen van een grote spankracht wordt beschadigd. Volgens de konstruktie die bekend is uit het Amerikaanse oktrooi nr 4 732 178 is bovendien een bijkomende steun aan het ladeprofiel, zoals een kraag, noodzakelijk om te bekomen dat de bijblazers ook in de hoogte worden uitgelijnd. Dit heeft tot gevolg dat het vervaardigen van de lade en meer speciaal van het ladeprofiel, ingewikkelder en duurder wordt gemaakt. De huidige uitvinding heeft dan ook betrekking op een inrichting voor het bevestigen van bijblazers aan een lade die geen van de voornoemde nadelen vertoont. Hiertoe bestaat deze inrichting uit een houder waarop de bijblazer is bevestigd ; een in de lade aangebrachte zieh in de <Desc/Clms Page number 4> lengterichting uitstrekkende groef ; een klemstuk dat bedoeld is in de groef te worden gemonteerd en dat aan twee tegenovereenliggende zijden onderling schuin ten opzichte van elkaar verlopende klemvlakken vertoont ; en schroefmiddelen die doorheen een opening in de houder passen en in het klemstuk aangrijpen, waarbij het klemstuk, door middel van het aanschroeven van de schroefmiddelen, enerzijds de houder tegen de lade spant en anderzijds in zijn beide klemvlakken een klemkracht veroorzaakt, met als kenmerk dat de houder minstens één uitstekend gedeelte vertoont dat in de gemonteerde toestand van de houder tussen een klemvlak van het klemstuk en een zijwand van de groef is ingeklemd. De konstruktie volgens de uitvinding vertoont het voordeel dat de schroefmiddelen niet op buiging worden belast en dat de groef waarin de klemstukken van de respektievelijke bijblazers worden gemonteerd tevens de uitlijning in de hoogte verzekert, zodaning dat geen afzonderlijke steunmiddelen worden vereist. Met het inzicht de kenmerken volgens de uitvinding beter aan te tonen, zijn hierna als voorbeelden zonder enig beperkend karakter enkele voorkeurdragende uitvoeringsvormen beschreven, met verwijzing naar de bijgaande tekeningen, waarin : Figuur 1 een doorsnede weergeeft van een lade waarop een bijblazer door middel van een inrichting volgens de <Desc/Clms Page number 5> uitvinding is gemonteerd ; figuur 2 op grotere schaal het gedeelte weergeeft dat in figuur 1 met F2 is aangeduid ; figuren 3 en 4 verschillende varianten weergeven van het gedeelte dat in figuur 2 is afgebeeld. In figuur 1 is de lade 1 van een weefmachine weergegeven die zoals bekend hoofdzakelijk bestaat uit een heen en weer aangedreven ladeas 2, een door middel van ladebenen 3 aan de ladeas 2 bevestigd ladeprofiel 4 en een door middel van spanmiddelen 5 aan het ladeprofiel 4 bevestigd riet 6. Bij luchtweefmachines bezit het riet 6 U-vormige rietlamellen 7 dewelke een transportkanaal 8 definiëren, waar doorheen de inslagdraden 9 door middel van een luchtstroom in de gaap 10 worden ingebracht. Doordat de luchtstroom over de volledige lengte zou blijven bestaan worden gedurende de insertie van een inslagdraad 9 bijblazers 11 doorheen de onderste kettingdraden 12 gepresenteerd die aan hun bovenste uiteinde een of meer blaasopeningen 13 vertonen. Hiertoe worden de blazers 11 met hun houders 14 tegen het ladeprofiel 4 gemonteerd, één en ander zodanig dat zij, enerzijds, volgens de lengterichting op een willekeurige plaats kunnen worden opgesteld en, anderzijds, bij het monteren automatisch uitgelijnd worden zodanig dat de blaasopeningen 13 van de EMI5.1 respektievelijke bijblazers zieh op een lijn bevinden die zieh parallel aan de lengterichting van het riet 6 uitstrekt, met <Desc/Clms Page number 6> andere woorden dat voor alle bijblazers 11 de in figuur 1 aangeduide afstanden A en B dezelfde zijn. De huidige uitvinding betreft een inrichting 15 om zulke bijblazer 11 aan de lade te bevestigen die de in de inleiding genoemde voordelen vertoont. Hiertoe bestaat deze inrichting 15 zoals weergegeven in de figuren 1 tot 4, hoofdzakelijk uit de reeds genoemde houder 14 waarop de eigenlijke bijblazer 11 is bevestigd ; een in de lade 1, meer speciaal in het ladeprofiel 4, aangebrachte zieh in lengterichting uitstrekkende groef 16 ; een klemstuk 17 dat bedoeld is om in de groef 16 te worden gemonteerd en dat aan twee overeenliggende zijden onderling schuin ten opzichte van elkaar verlopende klemvlakken 18 en 19 vertoont ; en schroefmiddelen 20 die doorheen een opening 21 in de houder 14 passeren en in het klemstuk 17 aangrijpen, waarbij het klemstuk 17, door het aanschroeven van de schroefmiddelen 20 de houder 14 tegen de lade 1 aantrekt en in zijn beide klemvlakken 18 en 19 in een klemming voorziet, waarbij de houder 14 minstens een uitstekend gedeelte vertoont dat in de gemonteerde toestand tussen een klemvlak 18 van het klemstuk 17 en een zijwand 22 van de groef wordt ingeklemd. De schroefmiddelen 20 bestaan bij voorkeur uit een bout waarvan het draadeinde 23 in een in het klemstuk 17 aangebrachte van schroefdraad voorziene boring 24 kan worden <Desc/Clms Page number 7> geschroefd. Het klemstuk 17 bestaat bij voorkeur uit een prismatisch lichaam dat zieh over een bepaalde afstand in de lengterichting van de overlangse groef 16 uitstrekt en dat een trapeziumvormige doorsnede vertoont. Bij voorkeur maken de beide klemvlakken 18 en 19 een hoek met de lengteas 25 van de schroefmiddelen, bijvoorbeeld zodanig dat deze lengteas 25 de bissectrice hiertussen vormt. Bovendien is de lengteas 25 bij voorkeur loodrecht gericht ten opzichte van het vlak 26 waartegen de houder 14 wordt aangespannen. Het geniet eveneens de voorkeur dat de houder 14 langs weerszijden aan de groef 16 op het vlak 26 van de lade 1, meer speciaal van het ladeprofiel 4, steunt. In de uitvoeringsvormen volgens de figuren 2 en 3 is de houder 14 aan precies een zijde van het klemstuk 17 tussen het betreffende klemvlak 18 hiervan en de zijwand 22 van de groef 16 ingeklemd. Hiertoe vertoont de houder 14 aan het vlak 27, waarmee hij tegen de lade is geklemd, een uitstekend gedeelte in de vorm van een zieh in de langsrichting van de groef 16 uitstrekkende rand 28, waarvan een zijvlak 29 aansluit tegen de zijwand 22 van de groef 16, terwijl het andere zijvlak 30 aansluit tegen het klemvlak 18 van het klemstuk 17. Volgens figuur 2 zijn volgens de dwarsdoorsnede de zijwand 22 en het zijvlak 29 evenwijdig aan de lengteas 25 van de schroefmiddelen. <Desc/Clms Page number 8> In figuur 3 is een variante weergegeven waarbij de zijwand 22 en het zijvlak 29 een hoek maken met de lengteas 25, en waarbij de groef 16 is uitgevoerd in de vorm van een zwaluwstaart. De zijvlakken 29 en 30 kunnen hierbij evenwijdig verlopen. De konstruktie volgens de uitvinding laat toe dat een bijblazer 11 samen met zijn houder 14, de schroefmiddelen 20 en het klemstuk 17 in voorgedemonteerde nog niet aangespannen toestand in de groef 16 kan worden aangebracht, waarna het aanspannen van de schroefmiddelen 20 automatisch resulteert in de uitlijning van de verschillende blazers 11 zulks doordat enerzijds in de hoogte de uitstekende rand 28 tegen de zijwand 22 wordt aangespannen en in dwarsrichting de houder 14 tegen het vlak 26 wordt getrokken. Het is duidelijk dat geen afzonderlijke steun noodzakelijk is om een uitlijning in de hoogte te verkrijgen, daar hiertoe volgens de huidige uitvinding de groef 16 zelf wordt benut. Alhoewel de konstruktie volgens de figuren 2 en 3 de voorkeur geniet is het niet uitgesloten om de houder 14 met twee uitstekende gedeelten, bijvoorbeeld in de vorm van parallele uitstekende randen 28 en 31, uit te rusten, die respektievelijk langs weerszijden van het klemstuk 17 tussen dit laatste en de zijwanden 22 en 32 van de groef 16 worden ingeklemd. In dat geval vertonen de beide uitstekende randen <Desc/Clms Page number 9> 28 en 31 bij voorkeur dezelfde vorm als de uitstekende rand 28 uit figuur 2 waarbij de groef 16 in dat geval twee evenwijdige zijwanden 22 en 32 bezit. De klemming gebeurt doordat de uitstekende randen 28 en 31 een weinig worden verbogen, waarbij de spankracht uitsluitend wordt verkregen door middel van de wrijving tussen, enerzijds, de uitstekende randen 28 en 31 en anderzijds de zijwanden 22 en 32 van de groef 16. De huidige uitvinding is geenszins beperkt tot de als voorbeelden beschreven en in de figuren weergegeven uitvoeringsvormen, doch dergelijke inrichting voor het bevestigen van een bijblazer aan de lade van een weefmachine kan in verschillende vormen en afmetingen worden verwezenlijkt zonder buiten het kader van de uitvinding te treden.
Claims (12)
- Konklusies. EMI10.1 ----------- 1. Inrichting voor het bevestigen van een onderdeel op de lade van een weefmachine, bestaande uit een houder (14) waarop de bijblazer (11) is bevestigd ; een in de lade (1) aangebrachte zieh in de lengterichting uitstrekkende groef (16) ; een klemstuk (17) dat bedoeld is om in de groef (16) te worden gemonteerd en dat aan twee tegenovereenliggende zijden onderling schuin ten opzichte van elkaar verlopende klemvlakken (18,19) vertoont ;en schroefmiddelen (20) die doorheen een opening (21) in de houder (14) zijn aangebracht en in het klemstuk (17) aangrijpen, waarbij het klemstuk (17) door het aanschroeven van de schroefmiddelen (20), de houder (14) tegen de lade (1) aantrekt en in zijn beide klemvlakken (18,19) een klemkracht veroorzaakt, daardoor gekenmerkt dat de houder (14) minstens een uitstekend gedeelte vertoont dat in de gemonteerde toestand van de houder tussen een klemviak (18) van het klemstuk (17) en een zijwand (22) van de groef (16) is ingeklemd.
- 2. Inrichting volgens konklusie 1, daardoor gekenmerkt dat volgens een doorsnede loodrecht op de lengterichting van de lade de klemvlakken (18,19) van het klemstuk (17) beiden een hoek maken met de lengteas (25) van de schroefmiddelen (20), <Desc/Clms Page number 11> waarbij de snijpunten van de lengteas (25) met de vlakken waarin de klemvlakken (18, 19) zijn gelegen beiden langs éénzelfde zijde van het klemstuk (17) zijn gesitueerd.
- 3. Inrichting volgens een der konklusies 1 of 2, daardoor gekenmerkt dat de houder (14) aan weerszijden naast de groef (16) op het ladeprofiel (4) steunt.
- 4. Inrichting volgens konklusie 3, daardoor gekenmerkt dat de lengteas (25) van de schroefmiddelen (20) zieh loodrecht op het vlak (26) van het ladeprofiel (4) bevindt waartegen de houder (14) is gemonteerd.
- 5. Inrichting volgens een der voorgaande konklusies, daardoor gekenmerkt dat het klemstuk (17) hoofdzakelijk een trapeziumvormige doorsnede bezit, waarbij de lengteas (25) van de schroefmiddelen (20) de bissectrice tussen de klemvlakken (18, 19) vormt.
- 6. Inrichting volgens één der voorgaande konklusies, daardoor gekenmerkt dat het uitstekende gedeelte bestaat uit een aan de houder voorziene rand (28) waarvan een zijvlak (29) tegen de zijwand (22) van de groef (16) aansluit, terwijl het andere zijvlak (30) tegen het betreffende klemviak (18) van het klemstuk (17) aansluit. <Desc/Clms Page number 12>
- 7. Inrichting volgens konklusie 6, daardoor gekenmerkt dat de houder (14) aan slechts één zijde van het klemstuk (17) tussen dit laatste en een zijwand (22) van de groef (16) is ingeklemd.
- 8. Inrichting volgens konklusie 6 of 7, daardoor gekenmerkt dat het zijvlak (29) van de uitstekende rand (28) dat kontakt maakt met de zijwand (22) van de groef (16), alsmede deze zijwand (22) van de groef (16), evenwijdig zijn aan de lengteas (25) van de schroefmiddelen (20).
- 9. Inrichting volgens konklusie 6 of 7, daardoor gekenmerkt dat het zijvlak (29) van de uitstekende rand (28) dat kontakt maakt met de zijwand (22) van de groef (16), alsmede deze zijwand (22) van de groef (16), een hoek maken met de lengteas (25) van de schroefmiddelen (20).
- 10. Inrichting volgens konklusie 9, daardoor gekenmerkt dat de zijvlakken (29,30) van de uitstekende rand (28) evenwijdig zijn aan elkaar.
- 11. Inrichting volgens een der konklusies 1 tot 6, daardoor gekenmerkt dat de houder twee uitstekende randen (28,31) vertoont die aan weerszijden van het klemstuk (17) tussen de respektievelijke klemvlakken (18,19) hiervan en de zijwanden (22, 32) van de groef (16) zijn ingeklemd. <Desc/Clms Page number 13>
- 12. Inrichting volgens een der voorgaande konklusies, daardoor gekenmerkt dat de schroefmiddelen (20) bestaan uit een bout waarvan het draadeinde (23) in een in het klemstuk (17) aangebrachte en van schroefdraad voorziene boring (24) is geschroefd.
Priority Applications (5)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE8900468A BE1003804A3 (nl) | 1989-04-28 | 1989-04-28 | Inrichting voor het bevestigen van een onderdeel op de lade van een weefmachine. |
| DE9090200771T DE69001382T2 (de) | 1989-04-28 | 1990-03-30 | Vorrichtung zum montieren eines unterteils auf die lade einer webmaschine. |
| EP90200771A EP0395132B1 (en) | 1989-04-28 | 1990-03-30 | Mechanism for mounting a part on the sley of a weaving machine |
| US07/508,182 US5020574A (en) | 1989-04-28 | 1990-04-12 | Mechanism for mounting a part on a loom sley |
| JP2114959A JP3039957B2 (ja) | 1989-04-28 | 1990-04-27 | 織機のスレー上に部品を取付ける装置 |
Applications Claiming Priority (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE8900468A BE1003804A3 (nl) | 1989-04-28 | 1989-04-28 | Inrichting voor het bevestigen van een onderdeel op de lade van een weefmachine. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| BE1003804A3 true BE1003804A3 (nl) | 1992-06-16 |
Family
ID=3884139
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| BE8900468A BE1003804A3 (nl) | 1989-04-28 | 1989-04-28 | Inrichting voor het bevestigen van een onderdeel op de lade van een weefmachine. |
Country Status (5)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US5020574A (nl) |
| EP (1) | EP0395132B1 (nl) |
| JP (1) | JP3039957B2 (nl) |
| BE (1) | BE1003804A3 (nl) |
| DE (1) | DE69001382T2 (nl) |
Families Citing this family (9)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE19605192C1 (de) * | 1996-02-13 | 1997-03-27 | Dornier Gmbh Lindauer | Weblade für Webmaschinen |
| BE1011146A3 (nl) * | 1997-05-07 | 1999-05-04 | Picanol Nv | Apparaat voor het controleren en/of het instellen van de blaasrichting van een blazer voor een luchtweefmachine. |
| US6039088A (en) * | 1998-09-30 | 2000-03-21 | Steel Heddle Manufacturing Co. | Reed assembly with angled dents |
| WO2003030131A1 (en) | 2001-08-29 | 2003-04-10 | Seiko Epson Corporation | Electrooptical device, and electronic apparatus |
| BE1017186A3 (nl) | 2006-06-19 | 2008-04-01 | Picanol Nv | Kleminrichting voor het klemmen van een onderdeel op een houder bij een weefmachine. |
| BE1021879B1 (nl) | 2014-05-22 | 2016-01-25 | Picanol | Strekinrichting voor een inslagdraad |
| CN104746219A (zh) * | 2015-02-15 | 2015-07-01 | 经纬纺织机械股份有限公司 | 剑杆织机钢筘压紧装置 |
| JP7567770B2 (ja) * | 2021-12-23 | 2024-10-16 | 株式会社豊田自動織機 | 織機における支持体の固定装置 |
| EP4495307A1 (en) | 2023-07-18 | 2025-01-22 | Picanol | Fastening unit for a relay nozzle |
Citations (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US3700292A (en) * | 1971-05-28 | 1972-10-24 | Cincinnati Milacron Inc | Apparatus for securing and aligning two elements with respect to each other in orthogonal planes |
| FR2345610A1 (fr) * | 1975-08-01 | 1977-10-21 | Cincinnati Mine Machinery Co | Dispositif pour fixer un porte-outil sur un element support |
| EP0228990A1 (de) * | 1985-12-17 | 1987-07-15 | GebràDer Sulzer Aktiengesellschaft | Webmaschine |
| US4772166A (en) * | 1988-01-22 | 1988-09-20 | U.S.E. Diamond, Inc. | Dual expansion anchor |
Family Cites Families (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US1472565A (en) * | 1919-09-15 | 1923-10-30 | Howard H Manning | Cutter-head attachment |
| JPS56105303U (nl) * | 1979-12-29 | 1981-08-17 | ||
| US4744692A (en) * | 1987-09-22 | 1988-05-17 | The United States Of America As Represented By The United States Department Of Energy | Split-tapered joint clamping device |
-
1989
- 1989-04-28 BE BE8900468A patent/BE1003804A3/nl not_active IP Right Cessation
-
1990
- 1990-03-30 DE DE9090200771T patent/DE69001382T2/de not_active Expired - Fee Related
- 1990-03-30 EP EP90200771A patent/EP0395132B1/en not_active Expired - Lifetime
- 1990-04-12 US US07/508,182 patent/US5020574A/en not_active Expired - Lifetime
- 1990-04-27 JP JP2114959A patent/JP3039957B2/ja not_active Expired - Fee Related
Patent Citations (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US3700292A (en) * | 1971-05-28 | 1972-10-24 | Cincinnati Milacron Inc | Apparatus for securing and aligning two elements with respect to each other in orthogonal planes |
| FR2345610A1 (fr) * | 1975-08-01 | 1977-10-21 | Cincinnati Mine Machinery Co | Dispositif pour fixer un porte-outil sur un element support |
| EP0228990A1 (de) * | 1985-12-17 | 1987-07-15 | GebràDer Sulzer Aktiengesellschaft | Webmaschine |
| EP0228989A1 (de) * | 1985-12-17 | 1987-07-15 | GebràDer Sulzer Aktiengesellschaft | Webmaschine |
| US4772166A (en) * | 1988-01-22 | 1988-09-20 | U.S.E. Diamond, Inc. | Dual expansion anchor |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| JP3039957B2 (ja) | 2000-05-08 |
| US5020574A (en) | 1991-06-04 |
| JPH02293448A (ja) | 1990-12-04 |
| DE69001382T2 (de) | 1993-07-29 |
| EP0395132A1 (en) | 1990-10-31 |
| DE69001382D1 (de) | 1993-05-27 |
| EP0395132B1 (en) | 1993-04-21 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| BE1003804A3 (nl) | Inrichting voor het bevestigen van een onderdeel op de lade van een weefmachine. | |
| EP0142896B1 (en) | Apparatus adapted to be mounted in a mounting wall | |
| US5209598A (en) | Clamping device for releasably connecting two profiled parts | |
| HK82997A (en) | Clamping bar for use in a clamping device for workpieces destined to be processed on a machine-tool | |
| US4349106A (en) | Plastic ribbon for supply of bolt-like fastener elements | |
| US4015638A (en) | Heddle frame on which the lateral supports are detachably connected to the frame staves | |
| BE1007003A3 (nl) | Weefmachine voorzien van een lans en geleidingsmiddelen. | |
| USRE35858E (en) | Heddle frame assembly with releasable end | |
| JPS62156338A (ja) | 織物形成部分を織機のスレ−に固着するための装置 | |
| US2833315A (en) | Lay and pilot guide means | |
| KR920008239A (ko) | 이중그립퍼(gripper)직기의 그립퍼 안내장치 | |
| US7185679B2 (en) | Heddle, especially lifting heddle | |
| BE1012033A3 (nl) | Bevestiging voor een riet. | |
| US6263922B1 (en) | Clamping holder for flexible lines | |
| DE202020101706U1 (de) | Schienenanordnung für ein Organisationssystem sowie Organisationssystem mit der Schienenanordnung | |
| BE1005709A3 (nl) | Inrichting voor het tegen elkaar bevestigen van twee weefmachinegedeelten en weefmachine die van deze inrichting gebruik maakt. | |
| BE1001287A3 (nl) | Zelfkantapparaatbevestiging bij weefmachines. | |
| EP0960965A1 (en) | Knife carriage for face-toface weaving machines | |
| US7377293B2 (en) | Heddle frame and a loom fitted with such a frame | |
| CN101405446B (zh) | 用于将构件夹到织机中的固定器上的夹紧装置 | |
| EP0628142B1 (en) | A toothed belt attachment | |
| KR20000057083A (ko) | 제직기용 위사 운반 및 인출 그리퍼 쌍 | |
| EP3814565A1 (en) | Fabric support | |
| US10836304B2 (en) | Security mounting arrangement | |
| US1713351A (en) | Adjustable filling guide for shuttles |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| RE20 | Patent expired |
Owner name: *PICANOL N.V. Effective date: 20090428 |