BE1005757A5 - Mobiele stapelinrichting. - Google Patents
Mobiele stapelinrichting. Download PDFInfo
- Publication number
- BE1005757A5 BE1005757A5 BE9200306A BE9200306A BE1005757A5 BE 1005757 A5 BE1005757 A5 BE 1005757A5 BE 9200306 A BE9200306 A BE 9200306A BE 9200306 A BE9200306 A BE 9200306A BE 1005757 A5 BE1005757 A5 BE 1005757A5
- Authority
- BE
- Belgium
- Prior art keywords
- slots
- guide pins
- equal
- guide
- stacking device
- Prior art date
Links
- 230000002093 peripheral effect Effects 0.000 claims description 5
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 claims description 2
- 239000000047 product Substances 0.000 description 4
- 238000005452 bending Methods 0.000 description 2
- 239000012263 liquid product Substances 0.000 description 1
- 239000000825 pharmaceutical preparation Substances 0.000 description 1
- 229940127557 pharmaceutical product Drugs 0.000 description 1
- 230000001681 protective effect Effects 0.000 description 1
- 239000007787 solid Substances 0.000 description 1
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A47—FURNITURE; DOMESTIC ARTICLES OR APPLIANCES; COFFEE MILLS; SPICE MILLS; SUCTION CLEANERS IN GENERAL
- A47B—TABLES; DESKS; OFFICE FURNITURE; CABINETS; DRAWERS; GENERAL DETAILS OF FURNITURE
- A47B63/00—Cabinets, racks or shelf units, specially adapted for storing books, documents, forms, or the like
- A47B63/06—Cabinets, racks or shelf units, specially adapted for storing books, documents, forms, or the like with parts, e.g. trays, card containers, movable on pivots or on chains or belts
- A47B63/067—Cabinets, racks or shelf units, specially adapted for storing books, documents, forms, or the like with parts, e.g. trays, card containers, movable on pivots or on chains or belts with a noria lift
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B65—CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
- B65G—TRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
- B65G1/00—Storing articles, individually or in orderly arrangement, in warehouses or magazines
- B65G1/02—Storage devices
- B65G1/04—Storage devices mechanical
- B65G1/12—Storage devices mechanical with separate article supports or holders movable in a closed circuit to facilitate insertion or removal of articles the articles being books, documents, forms or the like
- B65G1/127—Storage devices mechanical with separate article supports or holders movable in a closed circuit to facilitate insertion or removal of articles the articles being books, documents, forms or the like the circuit being confined in a vertical plane
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B65—CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
- B65G—TRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
- B65G17/00—Conveyors having an endless traction element, e.g. a chain, transmitting movement to a continuous or substantially-continuous load-carrying surface or to a series of individual load-carriers; Endless-chain conveyors in which the chains form the load-carrying surface
- B65G17/12—Conveyors having an endless traction element, e.g. a chain, transmitting movement to a continuous or substantially-continuous load-carrying surface or to a series of individual load-carriers; Endless-chain conveyors in which the chains form the load-carrying surface comprising a series of individual load-carriers fixed, or normally fixed, relative to traction element
- B65G17/123—Conveyors having an endless traction element, e.g. a chain, transmitting movement to a continuous or substantially-continuous load-carrying surface or to a series of individual load-carriers; Endless-chain conveyors in which the chains form the load-carrying surface comprising a series of individual load-carriers fixed, or normally fixed, relative to traction element arranged to keep the load-carriers horizontally during at least a part of the conveyor run
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B65—CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
- B65G—TRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
- B65G2201/00—Indexing codes relating to handling devices, e.g. conveyors, characterised by the type of product or load being conveyed or handled
- B65G2201/02—Articles
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Warehouses Or Storage Devices (AREA)
Abstract
Mobiele stapelinrichting samengesteld uit legplaten (1), die zich in een gesloten omtrekbaan (3) kunnen bewegen door een kettingaandrijving met het kenmerk dat de bevestigingskoppen (2) waaraan de legplaten (1) vastgehecht zijn, van tenminste twee pinnen (15, 16, 17, 18) voorzien zijn, die zich in de daarvoor voorziene gleuven (30, 31, 32, 33, 34, 35, 36) van de geleidingsprofielen (29, 5, 37) van de omtrekbaan (3) bewegen.
Description
<Desc/Clms Page number 1>
EMI1.1
"Mobiele stapelinrichting" ----------------------------
Met mobiele stapelinrichting wordt bedoeld een inrichting voorzien van een aantal bakken, platformen of dergelijke, waarop goederen, zoals bijv. farmaceutische produkten kunnen gestapeld worden, en die door een doorlopende ketting kunnen worden aangedreven, zodat de gewenste bak, platform of dergelijke tevoorschijn komt binnen het bereik van een persoon of op de plaats waar men dergelijke, opgestapelde produkten of goederen wenst af te nemen, of waar men er produkten of goederen wenst op te stapelen.
Dergelijke mobiele stapelinrichtingen laten toe grote hoeveelheden produkten in een kleine ruimte op te stapelen, en laten een vlugge behandeling toe van de goederen die moeten gestapeld of geleverd worden, met bijv. een elektronisch geprogrammeerde sturing, die toelaat een specifiek goed op een speciefiek platform op een welbepaalde plaats te bestellen.
Nochtans, voor veel goederen is het van belang dat de flatformen waarop de goederen gestapeld worden, horizontaal blijven gedurende de beweging van de stapelinrichting, hetzij omdat de goederen bijvoorbeeld breekbaar zijn, hetzij omdat ze bijvoorbeeld vloeibare produkten bevatten, enz...
Het voorwerp van de uitvinding is een dergelijke mobiele stapelinrichting, waarbij als doel vooropgesteld wordt, een grote stabiliteit aan de legplaten te verzekeren, zelfs wanneer er goederen met een zwaar gewicht op worden gestapeld.
De stapelinrichting volgens de uitvinding, is samengesteld uit legplaten, die aan bevestigingskoppen zijn vastgehecht, en die door de aandrijving van een ketting zich in een gesloten omtrekbaan kunnen bewegen met het kenmerk dat de bevestigingskoppen uit een
<Desc/Clms Page number 2>
aanhakingselement, een kettinghouder en een ringgeleider zijn samengesteld, de kettinghouder zijn voorzien van ten minste twee pinnen die zich daarvan in de daarvoor voorziene gleuven van de geleidingsprofielen van de omtrekbaan bewegen
Verder is de stapelinrichting volgens de uitvinding gekenmerkt doordat de gesloten omtrekbaan onder de vorm van een geleidingsgoot uit geleidingsprofielen is samengesteld waarin betrokken geleidingsbanen zo uitgewerkt zijn dat bij bochten het trajekt van deze geleidingsbanen zodanig is, dat ze elkaar kruisen,
en dat de bevestigingskoppen zieh onder de aandrijving van de ketting in deze bochten van de omtrekbaan bewegen zonder dat enige kipbeweging van de vastgehechte legplaat plaats kan grijpen.
Meer in het bijzonder is de mobiele stapelinrichting volgens de uitvinding gekenmerkt doordat de verbindingsprofielen tussen twee rechte stukken geleidingsprofielen van gleuven zijn voorzien, waarvan de breedte gelijk is aan de diameter van de geleidingspinnen die aan de bevestigingskoppen zijn vastgehecht, en waarvan de bochten door de relatieve positie van de geleidingspinnen onderling worden bepaald zodanig dat een segment dat twee geleidingspinnen verbindt, evenwijdig blijft aan zichzelf gedurende een verplaatsing van het ene uiteinde naar het andere uiteinde van betrokken verbindingsprofiel.
Verdere kenmerken en voordelen van de stapelinrichting volgens de uitvinding zullen blijken uit de beschrijving van een concrete uitvoeringsvorm van dergelijke stapelinrichting zonder dat de uitvinding daardoor door de kenmerken van deze uitvoeringsvorm wordt beperkt.
De beschrijving van deze concrete uitvoeringsvorm van een mobiele stapelinrichting volgens de uitvinding
<Desc/Clms Page number 3>
wordt aan de hand van de bijgevoegde figuren toegelicht.
Figuur 1 is een algemene schematische perspectieve voorstelling van een stapelinrichting volgens de uitvinding.
Figuur 2 is een perspectieve voorstelling van een recht stuk van de gesloten omtrekbaan van de stapelinrichting voorgesteld in figuur 1, nadat de verschillende componenten uit elkaar genomen zijn.
Figuur 3 is een perspectieve voorstelling van een gebogen verbindingsprofiel gebruikt voor een bocht van 180 in de omtrekbaan van de stapelinrichting voorgesteld in figuur 1.
Figuur 4a is een doorsnede van een uiteengenomen plaathouder voor de stapelinrichting voorgesteld in figuur
EMI3.1
l.
Figuur 4b is een zijzicht van de bevestigingskop waarvan de doorsnede in figuur 4a is voorgesteld.
Figuur 5 is een bovenzicht van een gebogen verbindingsprofiel voor een bocht van 900 met een doorsnede respectievelijk aan elk uiteinde van dit profiel.
In een van de meest eenvoudige uitvoeringen van een mobiele stapelinrichting volgens de uitvinding zoals
EMI3.2
voorgesteld in figuur 1, is deze stapelinrichting gevormd uit enerzijds een reeks legplaten (1) die elk aan een bevestigingskop (2) worden aangehaakt en anderzijds uit een gesloten omtrekbaan (3) die zich vertikaal recht uitstrekt en door twee bochten van 180 in een kringloop wordt gesloten, in welke omtrekbaan (3), de bevestigingskoppen (2) zich heen en weer kunnen bewegen, meegenomen door een ketting die de omtrekbaan (3) volgt onder de aandrijving van een elektrische motor die elektronisch kan gestuurd worden.
De bevestigingskoppen (2) van de voorgestelde mobiele stapelinrichting volgens de uitvinding zijn samengesteld uit enerzijds de middelen om de legplaten (1)
<Desc/Clms Page number 4>
eraan te haken en anderzijds uit de middelen die de bevestigingskoppen (2) verplicht de omtrekbaan (3) te volgen zonder te wippen gedurende de beweging in deze omtrekbaan (3) zowel in de rechtlijnige als in de van bochten voorziene gedeelten.
In de voorgestelde uitvoering zijn de bevestigingskoppen (2) (fig. 4a en 4b) voorzien van een aanhakingselement (6) dat voorzien is van een gleuf (7) waarin een boord van een legplaat (l) kan ingeschoven worden en die begrensd is door twee halve conussen (8) en (9) met een gezamelijke as (10), waarvan de onderste conus (8) een grotere hoogte heeft dan bovenste conus (9) doordat de onderste conus (8) als drager van legplaat (1) fungeert terwijl bovenste conus (9) als houder fungeert en belet dat de legplaat (1) onder het gewicht van het gestapeld produkt gaat wippen.
De gezamelijke basis (11) van beide conussen (8) en (9) van de bevestigingskoppen (2) is voorzien van een uitstekende cilinder (12) waarvan de diameter kleiner is dan de diameter van de conussenbasis (11) en zich volledig aansluit tegen de cilindrische binnenkant van de kettinghouder (13), door een plaat (14) afgesloten, die op de buitenkant van vier cilindrische geleidingspinnen (15), (16), (17) en (18) voorzien is. De pinnen (15) en (16) zijn voorzien van rollagers, respectievelijk (19) en (20), die op dezelfde vertikale symmetrie-as (21) liggen, terwijl geleidingspinnen (17) en (18) op dezelfde horizontale symmetrie-as (22) liggen, maar zonder rollagers in de voorgestelde uitvoering.
Om de stabiliteit van de bevestigingskoppen (2) met hun respectievelijke legplaten (l) te verzekeren, moeten de respectievelijke symmetrieassen (10), (21) en (22) hun respectievelijke richting gedurende de beweging van de ketting blijven houden, d. w. z. assen (10) en (22) blijven horizontaal, (21) vertikaal.
<Desc/Clms Page number 5>
In de binnenruimte van het cilindrisch gedeelte van de kettinghouder (13) zitten vier boringen, die met vier boringen in de bevestigingskoppen (2) overeenstemmen en die toelaten deze bevestigingskoppen (2) aan de kettinghouders te verbinden met bouten of andere bevestigingsmiddelen.
De kettinghouder (13) is aan de buitenkant tegen de afdekplaat (14) rondom van tanden (23) voorzien, die door schakels van de aandrijfketting kunnen meegetrokken worden op het ogenblik dat de ketting in beweging wordt gebracht.
Tussen de kettinghouder (13) en de bevestigingskop (2) komt er een ringgeleider (24) (zie fig.
2) die boven op het cilindrisch gedeelte van de kettinghouder (13) kan geschoven worden en samen met de afdekplaat (14) een beschermingsgleuf van de vertanding (23) met de aandrijvingsketting opbouwt, terwijl het samengesteld geheel (fig. 2) van kettinghouder (13), ringgeleider (24) en ketting (25) binnen het U-vormig profiel (29), die de omtrekbaan (3) vormt, liggen. Bovenop de zijkanten komen de hoekprofielen (26) waarop de aan elkaar bevestigde afdekplaten (27) met de bevestigingskoppen (2), die dankzij opspanbouten respectievelijk aan tussenschakels (28) en kettinghouders (13) verbonden zijn.
De rechte stukken van de omtrekbaan (3) zijn gevormd uit een U-vormig profiel (29) dat in zijn bodem voorzien is van drie geleidingsgleuven (30), (31), (32), die met de omtrekbaan evenwijdig lopen. In een vertikaal gedeelte van de omtrekbaan (3) ligt geleidingsgleuf (31) axiaal, volgens symmetrieas (21), terwijl daarin de twee geleidingspinnen (15) en (16) van de kettinghouders (13) lopen waaraan de bevestigingskoppen (2) vast verbonden zijn.
Symmetrisch ten opzichte van de centrale gleuf
<Desc/Clms Page number 6>
(31) liggen de gleuven (31) en (32) waarin zieh, respectievelijk de geleidingspinnen (17) en (18) bewegen.
Daar de bevestigingskoppen (2) solidair zijn met de geleidingspinnen (15), (16), (17) en (18), die excentrisch staan ten opzichte van de torsie as (10), en zich in evenwijdige rechte gleuven verplaatsen in de rechte stukken van de omtrekbaan (13) is het onmogelijk dat de bevestigingskoppen (2) met hun legplaten (1) rond deze as (10) schommelen gedurende de op of neergaande beweging van deze bevestigingskoppen (2) in het vertikale rechte gedeelte van de omtrekbaan (3). As (21), waarop geleidingspinnen (15) en (16) liggen, blijft vertikaal, en as (22), waarop geleidingspinnen (17) en (18) liggen, blijft horizontaal.
Op het ogenblik dat de omtrekbaan (3) een bocht vormt (Fig. 3), krijgt het U-vormig verbindingsprofiel (5) eigen specifieke gleuven (33), (34), (35) en (36), waarbij gleuf (33) in verlenging komt van gleuf (30) van het rechte stuk (4)-centrale gleuf (31) van het rechte stuk (4) wordt in gleuven (34) en (35) gesplitst en gleuf (36) van het verbindingsprofiel (5) komt in verlenging van gleuf (32) van het rechte stuk (4) en komt in de loop van zijn verder trajekt samen met gleuf (33).
De ombuiging van de gleuven (33), (34), (35) en (36) in het verbindingsprofiel (5) is zodanig uitgevoerd dat de verplaatsing van twee of meerdere punten die aan elkaar vast verbonden zijn en zich in die gleuven (32), (34), (35) en (36) bevinden, zowel in afstand als in richting dezelfde blijft. Het segment dat de geleidingspinnen (15) en (16) verbindt, verplaatst zich evenwijdig aan zichzelf gedurende hun verplaatsing vanuit een uiteinde van het verbindingsprofiel (5) naar het andere uiteinde.
Dit is ook het geval voor het segment dat geleidingspinnen (17) en (18) verbindt en ook voor de segmenten (15, 17), (15, 18), (16, 17), (16, 18). De vertikale
<Desc/Clms Page number 7>
verbinding tussen geleidingspinnen (15) en (16) blijft vertikaal en de verbinding tussen geleidingspinnen (17) en (18) blijft horizontaal met het gevolg dat de bevestigingskoppen (2) niet in staat zijn rond as (10) te schommelen gedurende heel de beweging in het verbindingsprofiel (5).
In een bocht splitst de gleuf in de verlenging van gleuf (31) zieh in gleuven (34) en (35) die zieh verder van elkaar verwijderen tot een bocht van 900 werd beschreven, waarbij de afstand tussen beide gleuven (34) en (35) maximaal gelijk is aan de afstand tussen de twee geleidingspinnen (15) en (16) om vanaf daar terug naar elkaar toe te lopen om na een bocht van 1800 terug samen te komen tot nzelfde gleuf.
Anderzijds naderen de gleuven (33) en (36) elkaar tot ze, wanneer een bocht van 900 beschreven werd elkaar kruisen en zieh verder terug van elkaar verwijderen tot ze bij een bocht van 1800 terug een tussenafstand bereikt hebben die gelijk is aan de afstand tussen de geleidingspinnen (17) en (18).
Dergelijke mobiele stapelinrichting volgens de uitvinding laat toe aan omtrekbaan (3) een willekeurige vorm te geven mits aan de gleuven die vorm te bezorgen die toelaat dat de richting van de verbindingslijn tussen twee punten die vast aan elkaar vast verbonden zijn, en zieh in die gleuven verplaatsen, eenzelfde richting behouden, terwijl de twee punten terzelfdertijd een gelijke beweging ondergaan.
Bijvoorbeeld, in plaats van een omtrekbaan (3) met bochten van 1800, zoals voorgesteld in figuur 1, is het mogelijk die te vervangen door een bocht van 900, door een gebogen verbindingsprofiel (37) dat gelijk is aan de eerste helft van het gebogen verbindingsprofiel (5) (zie fig. 3) te gebruiken, en waarop een horizontaal recht stuk, gelijkaardig aan het geleidingsprofiel (29) aansluit, (zie fig. 2), maar waarvan de middenste gleuf nu een breedte
<Desc/Clms Page number 8>
heeft gelijk aan de diameter van de geleidingspinnen (17) en (18), terwijl aan weerszijden van deze middenste gleuf twee gleuven, evenwijdig en symmetrisch verder lopen, en een breedte hebben die gelijk is aan de diameter van de rollagers (19) en (20) die op de geleidingspinnen (15) en (16) gemonteerd zijn.
Op dat horizontaal recht stuk, kan dan een ander verbindingsprofiel aansluiten, dat aan de tweede helft van het verbindingsprofiel (5) beantwoordt om verder de omtrekbaan te vormen zoals in het voorgaande geval.
Met om het even welke combinatie van de twee rechte stukken en de twee gebogen stukken kan men dus om het even welke gesloten omtrekbaan vormen. De mobiele stapelinrichting volgens de uitvinding hoeft niet vertikaal opgebouwd te worden. Die kan ook horizontaal opgebouwd worden mits aanpassing van de legplaathouders.
De mobiele stapelinrichting volgens de uitvinding is bijzonder geschikt voor een modulaire uitvoering. De omtrekbaan kan omgevormd worden, verlengd of ingekort worden al naargelang de specifieke behoeften en toepassingen.
Daar de mobiele stapelinrichting volgens de uitvinding door een ketting wordt aangedreven, en onafhankelijk is van de schakels (28) die de bevestigingskoppen (2) onderling verbinden binnen de geleidingsprofielen, ondervindt de aandrijvingsketting geen hinder van de last die op de legplaten is aangebracht. De last die zich op de legplaten van het linker vertikaal gedeelte van de inrichting bevindt, wordt geheel of gedeeltelijk gecompenseerd door de last die zich op de legplaten van het rechter vertikaal gedeelte bevindt.
Zelfs na eventueel stukspringen van de aandrijvingsketting blijven alle legplaten in perfekte onveranderde toestand stilstaan. Hierdoor is het ook mogelijk een kleine motor te gebruiken om de ketting en dus de inrichting in beweging
<Desc/Clms Page number 9>
te brengen.
De beschreven uitvoeringsvorm met vier geleidingspunten, die twee aan twee symmetrisch verdeeld zijn op de symmetrie-assen (21) en (22) en die ook met vier kogellagers kunnen voorzien worden, is een bijzondere voorkeurdragende uitvoeringsvorm die een soepele voortbeweging garandeert zonder het schommelen van de legplaten.
Een andere bijzondere uitvoeringsvorm van de mobiele stapelinrichting volgens de uitvinding is een mobiele stapelinrichting waarvan de omtrekbaan cirkelvormig is, d. w. z. zonder rechte geleidingsprofielen, maar gevormd is door de gebogen verbindingsprofielen, die op elkaar aansluiten. In het geval van een kruisvormige ligging van de geleidingspinnen (15,16, 17,18), respectievelijk op de symmetrie-assen (21), (22) van de dekplaat (14) van de kettinghouder (13) van de bevestigingskoppen (2), komen enerzijds de gleuven (33) en (36) die symmetrisch liggen ten opzichte van as (21) eerst samen, terwijl anderzijds de centrale gleuf splitst in gleuven (34) en (35) die zieh van elkaar verwijderen gedurende het eerste kwadrant (tot 900) van de cirkelbaan.
Gleuven (33) en (36) verwijderen zieh terug van elkaar, terwijl de gleuven (34) en (35) terug samenkomen in het tweede kwadrant (tot 180 ).
Gleuven (33) en (36) komen terug samen en gleuven (34) en (35) verwijderen zich terug van elkaar in het derde kwadrant (tot 270 ), en in het vierde kwadrant (tot 3600) verwijderen de gleuven (33) en (36) zich van elkaar, terwijl de gleuven (34) en (35) terug samenkomen, als de volledige cirkelvormige omtrekbaan doorlopen is. Bij het bewegen in de gleuven van deze bijzondere uitvoeringsvorm van de uitvinding blijven de betrokken geleidingspinnen (15) en (16) over de ganse omtrek van het trajekt symmetrisch t. o. v. symmetrie-as (22) en blijven de geleidingspinnen (17) en (18) symmetrisch t. o. v. symmetrie-
<Desc/Clms Page number 10>
as (21) zonder dat deze assen t.o.v. as (10) kunnen schommelen.
Claims (8)
1. Mobiele stapelinrichting samengesteld uit legplaten (1), die zieh in een gesloten omtrekbaan (3) kunnen bewegen door een kettingaandrijving met het kenmerk dat de bevestigingskoppen (2) waaraan de legplaten (1) vastgehecht zijn, uit een aanhakingselement (6), een kettinghouder (13) en een ringgeleider (24) samengesteld zijn, de kettinghouder (13) zijnde voorzien van ten minste twee pinnen (15, 16, 17, 18), die zieh in de daarvoor voorziene gleuven (30,31, 32, 33,
34,35, 36) van de geleidingsprofielen (29,5, 37) van de omtrekbaan (3) bewegen.
2. Mobiele stapelinrichting volgens conclusie 1 met het kenmerk dat het aanhakingselement (6) uit twee halve conussen, een legplaatdrager (8) en een legplaathouder (9) is samengesteld.
3. Mobiele stapelinrichting volgens conclusie 1 of 2 met het kenmerk dat de geleidingspinnen (15,16, 17, 18) van de bevestigingskoppen symmetrisch verdeeld zijn ten opzichte van de symmetrie-assen (21,22).
4. Mobiele stapelinrichting volgens een van de voorgaande conclusies 1, 2,3 met het kenmerk dat de kettinghouder (13) een cilindrische vorm heeft, waarop het cilindrisch gedeelte (12) van het aanhakingselement (6) aansluit, en door een plaat (14) die de geleidingspinnen draagt, gesloten is en langs buiten van tanden (23) voorzien is waarop de aandrijvingsketting (25) kan aangrijpen.
5. Mobiele stapelinrichting volgens een van de voorgaande conclusies 1 tot en met 4 met het kenmerk dat de gebogen verbindingprofielen (5,37) van gleuven (33,
34,35 en 36) voorzien zijn (waarin zieh de geleidingspinnen (15, 16, 17 en 18) van de bevestigingskoppen (2) bewegen), waarvan de breedte
<Desc/Clms Page number 12>
gelijk is aan de diameter van de geleidingspinnen, met inbegrip van de eventuele rollagers die op deze geleidingspinnen gemonteerd zijn, en waarvan de bochten door de onderlinge relatieve positie van de geleidingspinnen bepaald worden, zodat het segment dat twee geleidingspinnen verbindt, evenwijdig aan zieh blijft gedurende hun verplaatsing vanuit een uiteinde naar het andere uiteinde van betrokken verbindingsprofiel.
6. Mobiele stapelinrichting volgens conclusie 5 met het kenmerk dat de geleidingspinnen (15,16) respectievelijk (17,18) symmetrisch liggen ten opzichte van symmetrie-as (22) respectievelijk (21) en waarbij van de gesloten omtrekbaan (3) de rechte geleidingsprofielen (29) voorzien zijn van een centrale gleuf (31) waarvan de breedte gelijk is aan de diameter van de geleidingspinnen (15,16) inclusief de eventuele rollagers die erop gemonteerd zijn en van twee symmetrische gleuven (30, 31) waarvan de breedte gelijk is aan de diameter van de geleidingspinnen (17,18) inclusief de eventuele rollagers van de geleidingspinnen en dat de afstand tussen de gleuven (30) en (31) gelijk is aan de afstand tussen de geleidingspinnen (17) en (18), terwijl de gebogen verbindingsprofielen (5) of (37) van de omtrekbaan (3) van gleuven (33), (36), respectievelijk (34), (35)
voorzien zijn waarvan de breedte gelijk is aan de breedte van de overeenstemmende gleuven (30), (32) respectievelijk (31) en verder een bocht beschrijven waarbij gleuven (33), (36) eerst naar elkaar toe lopen om samen centraal te komen na 900 om zich eventueel verder opnieuw van elkaar te verwijderen tot ze terug hun initiële positie hebben ingenomen na 1800 terwijl de centrale gleuf die in de verlenging van de centrale gleuf (31) van het rechte geleidingsprofiel (29)
<Desc/Clms Page number 13>
gelegen is, splitst in gleuven (34) en (35), die zich van elkaar verwijderen, om na 900, symmetrisch te komen ten opzichte van de samengekomen gleuven (33), (36) met een tussenafstand die gelijk is aan de afstand tussen de geleidingspinnen (15) en (16) die respectievelijk gleuf (34) en (35)
volgen om eventueel verder opnieuw naar elkaar toe te lopen om na 1800 terug samen te komen in de initiële centrale positie waarbij gleuven (33) en (36) symmetrisch liggen ten opzichte van de centrale samengekomen gleuf (34, 35) en een tussenafstand hebben die gelijk is aan de afstand tussen de geleidingspinnen (17) en (18) die respectievelijk gleuf (33) en (36) volgen.
7. Mobiele stapelinrichting volgens conclusie 5 met het kenmerk dat de geleidingspinnen (15, 16) respectievelijk (17,18) symmetrisch liggen ten opzichte van symmetrie-as (22) respectievelijk (21) en dat in de gesloten omtrekbaan (3) de rechte geleidingsprofielen (29) voorzien zijn van een centrale gleuf (31) waarvan de breedte gelijk is aan de diameter van de geleidingspinnen (15,16) inclusief de rollagers die erop gemonteerd zijn en van twee symmetrische gleuven (30,31) waarvan de breedte gelijk is aan de diameter van de geleidingspinnen (17,18) inclusief de eventuele rollagers van de geleidingspinnen en dat de afstand tussen de gleuven (30) en (31) gelijk is aan de afstand tussen de geleidingspinnen (17) en (18), dat de gebogen verbindingsprofielen (5) of (37) van de omtrekbaan (3) van gleuven (33) en (36), respectievelijk (34) en (35)
voorzien zijn waarvan de breedte gelijk is aan de breedte van de overeenstemmende gleuven (30), (32) respectievelijk (31) en verder een bocht beschrijven waarbij gleuven (33), (36) eerst naar elkaar toelopen om samen tot een centrale gleuf te komen na 900, om daarna een ander
<Desc/Clms Page number 14>
recht stuk geleidingsprofiel te volgen, gelijksoortig aan het vorig beschreven rechte stuk geleidingsprofiel (5), maar waarvan de centrale rechte gleuf-die een verlenging is van de centrale gleuf waarin de gleuven (33, 36) zijn uitgemond - een breedte heeft die gelijk is aan de breedte van deze gleuven (33,36) en dat de centrale gleuf die aansluit op de centrale gleuf (31) van het eerder recht geleidingsprofiel (29), splitst in gleuven (34) en (35) die zich van elkaar verwijderen, om na 900,
symmetrisch te komen ten opzichte van de samengekomen gleuven (33), (36) met een tussenafstand die gelijk is aan de afstand tussen de geleidingspinnen (15) en (16) en die verder in het aansluitende rechte stuk geleidingsprofiel evenwijdig ten opzichte van en symmetrisch aan de centrale rechte gleuf lopen met een tussenafstand gelijk aan de afstand tussen de geleidingspinnen (15) en (16).
8. Mobiele stapelinrichting volgens conclusie 5 met het kenmerk dat de geleidingspinnen (15, 16) respectievelijk (17,18) symmetrisch liggen ten opzichte van symmetrie-as (22) respectievelijk (21) en waarbij de gelsoten omtrekbaan (3) cirkelvormig is en samengesteld is uit verbindingsprofielen (5) of (29) die op elkaar aansluiten en die van gleuven (33,36) respectievelijk (34,35) voorzien zijn, terwijl bij het doorlopen van de cirkelvorm, op 00, de gleuven (33) en (36) symmetrisch liggen ten opzichte van as (21) en naar elkaar toelopen, terwijl de centrale gleuf splitst in gleuven (34) en (35) die van elkaar verwijderen gedurende het eerste kwadrant (tot 900) waarbij gedurende het tweede kwadrant (tot 1800) gleuven (33) en (36) zich van elkaar verwijderen, terwijl gleuven (34) en (35)
terug samen komen tot 1 gleuf en gedurende het derde kwadrant (tot 2700) gleuven (33) en (36) terug samenkomen en gleuven (34) en (35) zieh van
<Desc/Clms Page number 15>
EMI15.1
elkaar verwijderen, om een volledige cirkelvormige omtrekbaan te vormen terwijl gleuven (33) en (36) zieh van elkaar verwijderen en gleuven (34) en (35) terug samenkomen.
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE9200306A BE1005757A5 (nl) | 1992-04-01 | 1992-04-01 | Mobiele stapelinrichting. |
Applications Claiming Priority (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE9200306A BE1005757A5 (nl) | 1992-04-01 | 1992-04-01 | Mobiele stapelinrichting. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| BE1005757A5 true BE1005757A5 (nl) | 1994-01-18 |
Family
ID=3886212
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| BE9200306A BE1005757A5 (nl) | 1992-04-01 | 1992-04-01 | Mobiele stapelinrichting. |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| BE (1) | BE1005757A5 (nl) |
Cited By (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| WO1999035064A1 (en) * | 1997-12-30 | 1999-07-15 | Crisplant A/S | A conveyor |
| EP1050493A3 (de) * | 1999-05-04 | 2002-08-07 | Trapo Ag | Einkettenförderer |
| WO2002074663A1 (en) * | 2001-03-19 | 2002-09-26 | Coventry University | Container handling system |
| GB2491369A (en) * | 2011-06-01 | 2012-12-05 | Automated Space Ltd | Carousel system |
Citations (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US2603547A (en) * | 1946-11-22 | 1952-07-15 | Richard M Zook | Storage cabinet |
| US3297139A (en) * | 1965-01-06 | 1967-01-10 | James L Speigle | Storage apparatus and indexing mechanism |
| FR1571085A (nl) * | 1968-06-25 | 1969-06-13 | ||
| DE2148778A1 (de) * | 1971-09-30 | 1973-04-05 | Stierlen Werke Ag | Foerdereinrichtung fuer in gleichbleibender lage zu foerderndes transportgut, insbesondere speisentabletts |
| DE3032032A1 (de) * | 1980-08-25 | 1982-04-01 | Eckhard Franz Josef Ing.(grad.) 6400 Fulda Buhl | Umlauflager |
-
1992
- 1992-04-01 BE BE9200306A patent/BE1005757A5/nl not_active IP Right Cessation
Patent Citations (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US2603547A (en) * | 1946-11-22 | 1952-07-15 | Richard M Zook | Storage cabinet |
| US3297139A (en) * | 1965-01-06 | 1967-01-10 | James L Speigle | Storage apparatus and indexing mechanism |
| FR1571085A (nl) * | 1968-06-25 | 1969-06-13 | ||
| DE2148778A1 (de) * | 1971-09-30 | 1973-04-05 | Stierlen Werke Ag | Foerdereinrichtung fuer in gleichbleibender lage zu foerderndes transportgut, insbesondere speisentabletts |
| DE3032032A1 (de) * | 1980-08-25 | 1982-04-01 | Eckhard Franz Josef Ing.(grad.) 6400 Fulda Buhl | Umlauflager |
Cited By (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| WO1999035064A1 (en) * | 1997-12-30 | 1999-07-15 | Crisplant A/S | A conveyor |
| US6533106B1 (en) | 1997-12-30 | 2003-03-18 | Crisplant A/S | Conveyor |
| EP1050493A3 (de) * | 1999-05-04 | 2002-08-07 | Trapo Ag | Einkettenförderer |
| WO2002074663A1 (en) * | 2001-03-19 | 2002-09-26 | Coventry University | Container handling system |
| GB2491369A (en) * | 2011-06-01 | 2012-12-05 | Automated Space Ltd | Carousel system |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US4923070A (en) | Display and gravity dispensing apparatus | |
| NL8702594A (nl) | Verticaal rondgaande opberginrichting. | |
| US6484891B2 (en) | Adjustable track system for modular display systems | |
| US3203553A (en) | Reversible gravity feed can rack | |
| US5865324A (en) | Roto-track display device | |
| NL9201622A (nl) | Modulair eindelement voor een transporteur. | |
| US3780852A (en) | Article storage and retrieval apparatus | |
| CA1067535A (en) | Store merchandising apparatus | |
| NL1019372C2 (nl) | Inrichting en transporthouder voor het transporteren en gecontroleerd afwerpen van een last. | |
| BE1005757A5 (nl) | Mobiele stapelinrichting. | |
| US4294363A (en) | Merchandise shelving display | |
| NL8104853A (nl) | Schuiflade. | |
| US9375098B2 (en) | Weighted pusher rolling shelving assembly | |
| US6231293B1 (en) | Tipping device for emptying containers for piece goods | |
| US6234297B1 (en) | Device for conveying products, in particular fruit | |
| US2752219A (en) | Drawer slides | |
| WO2018140872A1 (en) | Telescoping dunnage rack | |
| NL1024501C2 (nl) | Inrichting voor het transporteren van producten. | |
| US4890748A (en) | Product display and take-out cart | |
| US5082109A (en) | Handling apparatus for displacing, in a substantially horizontal longitudinal direction, unitary loads resting on rolling members | |
| NL8401543A (nl) | Inrichting voor het blokkeren van een wiel van een voertuig. | |
| EP0595884A1 (en) | STORAGE AND TRANSPORT RACK FOR PLATE PARTS. | |
| NL9001116A (nl) | Sorteerinrichting voor goederen. | |
| CA3125759C (en) | Pusher bin for storing bulk products | |
| WO1998048675A1 (de) | Präsentations- und verkaufsregal |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| RE | Patent lapsed |
Owner name: ETN. P. GHISTELINCK N.V. Effective date: 19960430 |