BE1010060A6 - Draadspannings- en terugtrekinrichting voor weefrek. - Google Patents

Draadspannings- en terugtrekinrichting voor weefrek. Download PDF

Info

Publication number
BE1010060A6
BE1010060A6 BE9600219A BE9600219A BE1010060A6 BE 1010060 A6 BE1010060 A6 BE 1010060A6 BE 9600219 A BE9600219 A BE 9600219A BE 9600219 A BE9600219 A BE 9600219A BE 1010060 A6 BE1010060 A6 BE 1010060A6
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
leaf spring
weaving
tension
warp
wire
Prior art date
Application number
BE9600219A
Other languages
English (en)
Inventor
Erik Vermeulen
Original Assignee
Wiele Michel Van De Nv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Wiele Michel Van De Nv filed Critical Wiele Michel Van De Nv
Priority to BE9600219A priority Critical patent/BE1010060A6/nl
Priority to EP96870061A priority patent/EP0742297B1/en
Priority to DE69617311T priority patent/DE69617311T2/de
Priority to TR96/00381A priority patent/TR199600381A1/xx
Priority to US08/644,154 priority patent/US5752549A/en
Application granted granted Critical
Publication of BE1010060A6 publication Critical patent/BE1010060A6/nl

Links

Classifications

    • DTEXTILES; PAPER
    • D02YARNS; MECHANICAL FINISHING OF YARNS OR ROPES; WARPING OR BEAMING
    • D02HWARPING, BEAMING OR LEASING
    • D02H1/00Creels, i.e. apparatus for supplying a multiplicity of individual threads
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65HHANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL, e.g. SHEETS, WEBS, CABLES
    • B65H59/00Adjusting or controlling tension in filamentary material, e.g. for preventing snarling; Applications of tension indicators
    • B65H59/02Adjusting or controlling tension in filamentary material, e.g. for preventing snarling; Applications of tension indicators by regulating delivery of material from supply package
    • B65H59/04Adjusting or controlling tension in filamentary material, e.g. for preventing snarling; Applications of tension indicators by regulating delivery of material from supply package by devices acting on package or support
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65HHANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL, e.g. SHEETS, WEBS, CABLES
    • B65H59/00Adjusting or controlling tension in filamentary material, e.g. for preventing snarling; Applications of tension indicators
    • B65H59/10Adjusting or controlling tension in filamentary material, e.g. for preventing snarling; Applications of tension indicators by devices acting on running material and not associated with supply or take-up devices
    • B65H59/36Floating elements compensating for irregularities in supply or take-up of material
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65HHANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL, e.g. SHEETS, WEBS, CABLES
    • B65H2701/00Handled material; Storage means
    • B65H2701/30Handled filamentary material
    • B65H2701/31Textiles threads or artificial strands of filaments

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Textile Engineering (AREA)
  • Looms (AREA)

Abstract

Een draadspanning en terugtrekinrichting bestaande uit een reeks bladveren (5), die éénzijdig ingeklemd zijn, kan vooraan en los van een weefrek (3) opgesteld worden, zodat zij een gemakkelijke vervanging van lege bobijnen (1) toelaat. Elke bladveer (5) is aan een vrij uiteinde omgebogen en van een doorvoeroog (6) voorzien.

Description


   <Desc/Clms Page number 1> 
 



     DRAADSPANNINGS- EN   TERUGTREKINRICHTING
VOOR WEEFREK 
De huidige uitvinding betreft een draadspannings-en terugtrekinrichting, bestaande uit een reeks lamellen die vooraan en los van een weefrek opgesteld zijn. 



   Ze vindt vooral toepassing in jacquard-weefmachines met verschillend garenverbruik voor iedere individuele kettingdraad. 



   Door   US-A-2, 885, 158   is een kettingsdraadspannings-en terugtrekinrichting voor weefrek bekend, die uit   een   of meerdere krammen of schakels bestaat, die een bepaald gewicht hebben en die telkens eens voor eens achter de bobijn op de afgetrokken draadlus gehangen worden. Het afgetrokken kettinggaren wordt eerst naar achter- over de achterste omkeergeleidspil geslagen en wordt dan naar voren gebracht over de voorste geleidspil. Een eerste kram of schakel wordt over de kettingdraadlus tussen bobijn en de achterste geleidspil gehangen en een tweede kram of schakel wordt tussen bobijn en de voorste geleidspil gehangen. De twee krammen vormen met de draad een soort bandrem op het cylindrisch oppervlak van de bobijn.

   Wanneer nu een kettinggaren door het weefproces getrokken wordt, om in de weefzone verbruikt te worden dat gaat het kettinggaren zieh opspannen tot wanneer beide krammen opgetild worden, zodat de draadlus ook het bobijnlichaam verlaat en de rem vrijkomt. De bobijn wikkelt af tot de draadlus terug door de gewichten op de bobijn trekt en de remming opnieuw effectief wordt. Door de afwikkeling van de draad vallen de krammen inderdaad opnieuw op de bobijn en gaan deze opnieuw afremmen. Bij de valbeweging van 

 <Desc/Clms Page number 2> 

 de voorste kram of schakel wordt bovendien ook het kettinggaren uit de weefzone teruggetrokken, zodat hier voldoende compensatie gebeurt voor de verschillende standen van het kettinggaren in de gaap. 



   De spanning op het kettinggaren wordt bepaald door het gewicht van de krammen en het aantal wrijvingspunten van voorliggende geleide spillen en roosters. 



  Deze spanningsinrichting is eenvoudig te maken en is vrij goedkoop. 



   Een nadeel van de gekende inrichting is de moeilijkheid, om een bobijn te vervangen. Eerst moet men de schakels of krammen ophangen aan de geleidspillen, wat uiteraard tijdrovend is. Omdat de ligging van deze schakels in hoogte-en breedterichting niet juist te bepalen is, is een vervanging van een bobijn met een automaat niet mogelijk. Om de spanning in de kettingdraad aan te passen dient men schakels met een ander gewicht te plaatsen. Men kan ook meerdere schakels plaatsen. Dit   neemt   uiteraard veel tijd in beslag, om het groot aantal bobijnen in het weefrek allemaal van   zo'n   aantal gewichten te voorzien. 



   Zoals reeds in BE-9500426 omschreven, laat zieh een lege bobijn gemakkelijk vervangen als de ketting-   draadspannings-en terugtrekinrichting onafhankelijk van    de bobijn gemaakt wordt en vooraan los van het weefrek opgesteld wordt. Ze bestaat uit lamellen met doorvoeroog, die schuifbaar in een houder zijn opgesteld. 



   De werking van   zo'n     draadspannings-en   terugtrekinrichting voor weefmachine is gelijkmatiger omdat elke kettinggarenbobijn door een doorlopende bandrem per rij of gedeelte van een rij afgeremd wordt, en de bobij- 

 <Desc/Clms Page number 3> 

 nen, die op het voorste gedeelte van het rek geplaatst zijn, naar wens meer of minder afgeremd worden dan de achterste bobijn. 



   Deze inrichting heeft echter nadelen. De draadgeleidlamellen schuiven door gleuven die een zekere weerstand door wrijving veroorzaken. Om een hoge dichtheid aan kettingdraden te kunnen opvangen moet de inrichting met een gedeelte naar boven en een gedeelte naar onder gebouwd worden. Deze opstelling neemt niet alleen vrij veel plaats in de hoogte, waardoor de lengte van de terugtrekveren moet kort gehouden worden, maar de instelling onder en boven moet ook verschillend zijn daar het gewicht in onderste gedeelte meewerkt en in bovenste gedeelte tegenwerkt. 



   Onderhavige uitvinding heeft tot doel deze nadelen te verhelpen. Hiervoor stelt ze een kettingdraadspanning-en een terugtrekinrichting voor weefrek voor, zoals in het inleidend gedeelte van de hierbij gevoegde conclusie 1 omschreven. Volgens de uitvinding bestaat ten minste   een   der lamellen uit een bladveer, 
 EMI3.1 
 die éénzijdig ingeklemd is. 



   Volgens een bijzonderheid van de uitvinding, is een bladveer aan een vrij uiteinde omgebogen en van een doorvoeroog voorzien. Hierbij spant elke bladveer de draad door buigspanning op. 



   In een bijzondere uitvoering krijgt elke bladveer een instelbare voorspanning. Daartoe is de bladveer in een regelbare houder ingeklemd. De houder van de inklemming kan in verschillende hoekverdraaiing vastgezet worden, om voor een zekere instelbare kettingspanning te zorgen. 

 <Desc/Clms Page number 4> 

 



   In   een.-tvoering   volgens voorkeur is een kettinggeleidstaaf tussen de kettingdraadrem en de bladveren voorzien. 



   De aanwezigheid van een extreme afwijking in de buiging van de bladveer wegens overdreven spanning van het kettinggaren, in geval van storing in de afwikkeling van de bobijn, waarbij de doorvoeroog van de bladveer op een lijn met het garen komt te liggen, wordt met een sensor of elektrode vastgesteld en in een signaal omgezet. 



   Anderzijds wordt een uitwijking van de bladveer in zijn meest ontspannen stand in geval van garenbreuk ook gedetecteerd en in een signaal omgezet. 



  De weefmachine wordt eventueel stilgelegd. 



   Het is voordelig de bladveer en de sensor op een de dezelfde instelbare houder te monteren. 



   De uitvinding betreft ook een onafhankelijke module, waarin draadgeleidkammen bladveren en kettingdraadremmen samengebouwd zijn en die bestemd is om vooraan en bos van een weefrek te worden ingebouwd. 



   Deze en andere kenmerken en bijzonderheden van de draadspanningsinrichting vloeien, volgens de uitvinding, voort uit de volgende beschrijving waarin verwezen wordt naar de hierbij gevoegde tekeningen. 



   Deze tekeningen zijn : - fiquur 1 : een zijaanzicht van een bobijnrek met een vooraan geplaatste spanningsinrichting volgens de uitvinding ; 

 <Desc/Clms Page number 5> 

   - fiquur 2 :   een vooraanzicht overeenkomstig met dit van figuur 1 van de spanningsinrichting volgens de uitvinding ; ficruur 3 : een zijaanzicht van de bevestiging van de veerspanning van een   draadspannings-en   terugtrekinrichting volgens de uitvinding op een grotere schaal, en figuur 4 : een vooraanzicht van de draadspannings-en terugtrekinrichting volgens de uitvinding afgebeeld in figuur 3. 



   In deze figuren verwijzen dezelfde referentietekens naar gelijke of gelijkaardige elementen. 



   Bij jacquard-weefmachines met een verschillend garengebruik voor iedere individuele kettingdraad 10 worden de figuur-of poolkettingdraden vanaf de individuele bobijnen 1 naar de weefzone 2 toegevoerd. Deze bobijnen 1 worden in een weefrek 3 achter de weefmachine geplaatst. 



   Bij het vormen van de weefgaap   wordz   elke individuele kettingdraad bij opeenvolgende inslaginbrengingen op verschillende standen gebracht door de jacquard-hevel, die via een harnaskoord bewogen wordt door de jacquard-inrichting. Om de kettingdraad 10 tijdens de beweging en de stilstand in een bepaalde stand onder spanning te houden, wordt op elke bobijn 1 in het rek 3 een spanningsinrichting voorzien. Bij dubbel stuk weefmachines, in het bijzonder voor poolweefsels, zijn ofwel twee ofwel drie standen nodig naargelang de enkelspoelige of dubbelspoelige weefmethode gebruikt wordt.

   In elk van deze standen 

 <Desc/Clms Page number 6> 

 dient de poolkettingdraad onder spanning gehouden te worden alsook tijdens de beweging voor gaapwissel teneinde, enerzijds. te verhinderen dat de pooldraden zouden slap vallen en met elkaar zouden verstrengelen, maar, anderzijds, ook om een zuivere poollus te trekken met gelijkmatige poolhoogte en om slappe lussen op de rug van het tapijt en slappe lussen tussen poolrijen van inbindende poolkettingdraden 10 te vermijden. M. a. w. bestaat de probleemstelling erin het poolmateriaal zo gestrekt mogelijk te verweven teneinde overmatig poolmateriaalverbruik te beperken en om een gelijkmatig pooloppervlak te verzekeren. Hiertoe moet zelfs poolgaren uit de weefzone 2 naar het weefrek 3 teruggetrokken worden en dit bij een zo gelijkmatig mogelijke spanning voor alle bobijnen 1 (figuur 1). 



    Dedraadspannings-enterugtrekinrichtingwordt   vooraan in de deuren van het weefrek 3 en tussen twee kettingdraadkammen 9 en 12 geplaatst, die als geleidroosters dienen. Zoals afgebeeld in figuur 3, bestaat deze draadspanningsinrichting uit een bladveer 5. 



   De bladveer 5 wordt aan   een   zijde ingeklemd. 



  Het andere vrije uiteinde wordt omgebogen en voorzien van een doorvoeroog 6. De houder 7 van de inklemming is   a=.- een   asje 8 bevestigd. Dit asje is draaibaar opgesteld in het frame 11 en kan in verschillende standen vastgezet worden om een zekere instelbare voorspanning te Kunnen opleggen. Deze bladveren 5 kunnen naast elkaar geplaatst worden en laten een hoge dichtheid van de kettingdraden toe. Deze bladveren 5 kunnen alle in dezelfde richting, bij voorbeeld naar beneden werken, de instelling zal dus voor alle bladveren 5 dezelfde zijn bij een gelijke hoekverdraaiing van het asje 8. 

 <Desc/Clms Page number 7> 

 



  Een eerste rij naar omlaag werkende cladveren 5 werkt op de onderlaag en een tweede rij naar omhoog werkende bladveren 5 werkt op de bovenlaag. Hierdoor wordt de kettinggarenlaag in twee lagen verdeeld, waardoor de garens minder op elkaar gaan wrijven en waardoor de kans voor onderlinge verstrengeling geringer wordt. 



   De kettingdraadspanning waarmee zal geweven worden, wordt-ngesteld met kettingdraadrem 14. De kettingdraadrem 14 is van bekende constructie. Elke kettinggarenbobijn   1 wordt afgeremd door een doorlopende   bandrem per rij of gedeelte van een rij. 



   Het kettinggaren wordt uit de weefzone teruggetrokken met de bladveer 5. De terugtrekkracht wordt ingesteld door regeling van de hoekverdraaiing van de bladveer 5. 



   De kettinggarens worden netjes van elkaar   gescheiden door de kettingdraadkammen   9,12. De kettingdraadspanning zal dus veel minder bepaald worden door de plaats van de bobijn in het weefrek 3. Een bobijn 1 in het weefrek 3 kan dus vervangen worden zonder dat er een storing op de kettingdraadspanning zieh voordoet. 



   Wanneer de kettingdraadspanning om een of andere reden verhinderd wordt om van de bobijn 1 af te wikkelen, dan zal de kettingdraad zieh gaan opspannen en het doorvoeroog 6 van de bladveer 5 zal op een lijn met het garen komen te liggen. Deze extreme stand van de bladveer 5 kan met een sensor of elektrode gedetecteerd worden, waardoor een signaal tot stilstand van de weefmachine kan gegeven worden. Breekt de kettingdraad 10 in het bereik van de weefzone 2 tot aan de kettingdraadrem 14, dan zal de bladveer 5 uitwijken in zijn 

 <Desc/Clms Page number 8> 

 meest ontspannen stand. Ook deze stand kan met een sensor of een elektrode gedetecteerd worden en kan een stopsignaal voor de weefmachine genereren. Deze inrichting kan mogelijk de kettinggarenwachter vervangen. 



   Deze draadspanningsinrichting werkt voor alle kettingdraden 10 op nagenoeg dezelfde afstand van de weefzone 2 en de terugtrekkracht is dus niet meer zo afhankelijk van de diepte van de bobijn 1 in het weefrek 3. De poolhoogte van dubbelstuk weefsels zal gelijkmatiger worden. Deze inrichting blijft ook werken bij de verwisseling van een bobijn 1 op het weefrek 3. De verwisseling van een bobijn 1 geeft minder storing op het weefproces.

Claims (15)

  1. CONCLUSIES 1. Draadspannings- en terugtrekinrichting voor weefrek, bestaande uit een reeks draadgeleidlamellen die vooraan en los van het weefrek (3) opgesteld zijn, met het kenmerk dat ten minste een der lamellen uit een bladveer (5) bestaat, die éénzijdig ingeklemd is.
  2. 2. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk dat de bladveer (5) aan een vrij uiteinde omgebogen is en van een doorvoeroog (6) voorzien is.
  3. 3. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk dat elke bladveer (5) de draad door buigspanning opspant.
  4. 4. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk dat elke bladveer (5) een instelbare voorspanning kan krijgen.
  5. 5. Inrichting volgens conclusie 4, met het kenmerk dat de bladveer (5) in een regelbare houder (7) ingeklemd is.
  6. 6. Inrichting volgens conclusie 5, met het kenmerk dat de houder (7) van de inklemming in verschillende hoekverdraaiing aan een asje (8) vastgezet kan worden, om voor een zekere instelbare kettingdraadspanning te zorgen.
  7. 7. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk dat elke kettingdraadkam (9, 12) een afdekstaaf heeft. <Desc/Clms Page number 10>
  8. 8. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk dat een kettinggeleidstaaf (4) tussen de kettingdraadrem (14) en de bladveren (5) voorzien is.
  9. 9. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de aanwezigheid van een extreme afwijking in de buiging van de bladveer (5) wegens overdreven spanning van het kettinggaren, in geval van storing in de afwikkeling van de bobijn, waarbij de doorvoeroog (6) van de bladveer (5) op een lijn met het garen komt te liggen, met een sensor of elektrode vastgesteld wordt en in een signaal omgezet wordt.
  10. 10. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk dat een uitwijking van de bladveer (5) in zijn meest ontspannen stand in geval van garenbreuk gedetecteerd wordt en in een signaal omgezet wordt.
  11. 11. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk dat de bladveer (5) en de sensor op een de dezelfde instelbare houder (7) gemonteerd zijn.
  12. 12. Inrichting volgens conclusie 10 of 11, met het kenmerk dat het signaal de weefmachine tot stilstand brengt.
  13. 13. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk dat een aantal rijen kettingdraadremmen (14) schuin achter elkaar opgesteld worden. <Desc/Clms Page number 11>
  14. 14. Inrichting volgens voorgaande conclusies met het kenmerk dat draadgeleidkammen (9,12), bladveren 5 en draadremmen 14 in een onafhankelijke module (13) samengebouwd zijn.
  15. 15. Onafhankelijke module volgens conclusie 14, die bestemd is om vooraan en bos van een weefrek te worden ingebouwd.
BE9600219A 1995-05-11 1996-03-13 Draadspannings- en terugtrekinrichting voor weefrek. BE1010060A6 (nl)

Priority Applications (5)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE9600219A BE1010060A6 (nl) 1996-03-13 1996-03-13 Draadspannings- en terugtrekinrichting voor weefrek.
EP96870061A EP0742297B1 (en) 1995-05-11 1996-05-07 Thread-tensioning and pull-back device for weaving machine
DE69617311T DE69617311T2 (de) 1995-05-11 1996-05-07 Fadenspann- und Rückzugvorrichtung für eine Webmaschine
TR96/00381A TR199600381A1 (tr) 1995-05-11 1996-05-09 Dokuma makinesi icin iplik-germe ve geri cekme aleti.
US08/644,154 US5752549A (en) 1995-05-11 1996-05-10 Work thread-tensioning and pull-back device for jacquard pile weaving machine creel

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE9600219A BE1010060A6 (nl) 1996-03-13 1996-03-13 Draadspannings- en terugtrekinrichting voor weefrek.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE1010060A6 true BE1010060A6 (nl) 1997-12-02

Family

ID=3889601

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE9600219A BE1010060A6 (nl) 1995-05-11 1996-03-13 Draadspannings- en terugtrekinrichting voor weefrek.

Country Status (1)

Country Link
BE (1) BE1010060A6 (nl)

Similar Documents

Publication Publication Date Title
EP0742297B1 (en) Thread-tensioning and pull-back device for weaving machine
EP1077276B1 (en) Device for tensioning and drawing back warp yarn coming from a creel to a weaving machine
CA1163530A (en) Parallel thread supply
CZ303012B6 (cs) Tkací stroj na výrobu perlinkové tkaniny
BE1010060A6 (nl) Draadspannings- en terugtrekinrichting voor weefrek.
US2764367A (en) Tension and let-off device and method
JPH08503266A (ja) テクスタイル帯をクロシェット編みによって製造するための経編み機と、この経編み機によって製造されるゴム状弾性帯
JP2001355147A (ja) テリー織機
GB2139251A (en) A thread feed mechanism for a hosiery knitting machine
BE1009385A3 (nl) Draadspannings- en terugtrekinrichting voor weefmachine.
JP2001355148A (ja) テリー織機
CS197284B2 (cs) Zařízení k dopravě vlasových osnovních nití u tkacích strojů pro vlasovou tkaninu
CN223660354U (zh) 一种经编机丝线隔离机构
JP2503642B2 (ja) 織機における機仕掛け準備用受け台
US20040195425A1 (en) Yarn tensioning device and arrays thereof
US3201956A (en) Textile machine
US2957498A (en) Stop motion for tight and loose warps
BE1008366A3 (nl) Weefriet met ingebouwde spathevelkam.
US2433101A (en) Device for stretching the selvedge threads on looms
EP4074638A1 (en) Yarn tension sensor for textile machines
Woodhouse et al. Jute and linen weaving
CN210085705U (zh) 一种高性能的积极式送纱器
NZ227531A (en) Knitting head for knitting machine
SU751852A1 (ru) Шпул рник ткацкого коврового станка
GB2191788A (en) Yarn creel

Legal Events

Date Code Title Description
RE20 Patent expired

Owner name: MICHEL VAN DE WIELE N.V.

Effective date: 20020313