Brandwerende poort
De huidige uitvinding heeft betrekking op een brandwerende poort, meer bepaald op een brandwerende poort van het type dat verplaatsbaar is aangebracht in een rail en is voorzien van een kettingaandrijving.
Het is bekend om een brandwerende poort aan te drijven met behulp van een ketting en een kettingaandrijving, welke kettingaandrijving bestaat uit een motor die toelaat om, met behulp van de ketting, de poort te verplaatsen teneinde ze te kunnen openen en sluiten.
Gezien de massa van brandwerende poorten is het in dit domein een gangbare gedachte dat voor het aandrijven ervan relatief zware motoren moeten worden toegepast teneinde de massa in beweging te kunnen krijgen en tijdig weer te kunnen stoppen.
Een nadeel van het toepassen van zulke motoren is dat ze worden aangedreven op 220 Volt, waardoor bij bluswerken een acuut elektrocutiegevaar ontstaat wanneer de aandrijving van zulke bekende poort nog onder spanning staat.
In het geval van een stroomonderbreking kan de brandwerende deur echter niet meer worden bediend, zodat mogelijk mensen opgesloten kunnen raken in een gebouw of zodat de brandwerende poorten niet meer sluiten, zodat een brandhaard niet kan worden geïsoleerd.
Om in het geval van een stroompanne of bij het onderbreken van het gebruikersnet de bediening van een bekende brandwerende poort te kunnen handhaven is het bekend deze poorten uit te rusten met een noodvoeding in de vorm van batterijen en met een omvormer voor het omzetten van gelijkstroom in wisselstroom.
Een nadeel van deze oplossing is dat de voornoemde omvormer en de relatief zware motoren veel stroom verbruiken, waardoor de voornoemde batterijen slechts een beperkte autonomie hebben.
Bovendien zijn omvormers voor het omzetten van gelijkstroom in wisselstroom relatief groot en duur en is de installatie en het aansluiten ervan tijdrovend.
Het doel van de huidige uitvinding is aan één of meer van de voornoemde en andere nadelen een oplossing te bieden.
Hiertoe betreft de huidige uitvinding een brandwerende poort die verplaatsbaar is aangebracht in tenminste één rail en die is voorzien van een ketting en een kettingaandrijving die bestaat uit een gelijkstroommotor, een gelijkstroomvoeding en een reductiekast met een uitgaande as waarop een kettingwiel is aangebracht.
Een voordeel van de huidige uitvinding is dat door het toepassen van de reductiekast, de gelijkstroomvoeding met een relatief lage voltage volstaat voor het aandrijven van de brandwerende poort, hetgeen weinig of geen elektrocutiegevaar oplevert voor, bijvoorbeeld brandweerlieden.
Nog een voordeel is dat zulke gelijkstroommotor minder energie verbruikt dan de bekende toepassingen met een wisselstroommotor gekoppeld aan een omvormer, zodat ze een gelijkstroomvoeding, zoals een batterij, minder snel uitputten en bijgevolg een grotere autonomie bieden voor het bedienen van de poort in geval van brand of stroompanne.
Bij voorkeur wordt een brandwerende poort volgens de uitvinding aan zijn sluitzijde voorzien van detectiemiddelen die toelaten een object, dat zich op een ingestelde afstand van de sluitzijde op de baan van de poort bevindt te detecteren.
Nog bij voorkeur worden de voornoemde detectiemiddelen gekoppeld aan een stuureenheid die voorziet in een sturing van de kettingaandrijving, waarbij, bij activering van de detectiemiddelen tijdens het sluiten van de poort, de omloopsnelheid van de ketting wordt vertraagd alvorens ze volledig tot stilstand te brengen.
Zulke sturing heeft het voordeel dat het aandrijven van een brandwerende poort kan worden gerealiseerd met een relatief lichte gelijkstroommotor, vermits deze motor de poort niet abrupt tot stilstand moet kunnen brengen.
Nog een voordeel van het voorzien van een brandwerende poort met de hierboven beschreven sturing is dat de kettingaandrijving relatief klein en goedkoop kan worden uitgevoerd en bovendien snel en eenvoudig kan worden geïnstalleerd.
Met het inzicht de kenmerken van de huidige uitvinding beter aan te tonen, is hierna, als voorbeeld zonder enig beperkend karakter een voorkeurdragende uitvoeringsvorm beschreven van een brandwerende poort volgens de uitvinding, met verwijzing naar de enige bijgaande figuur die schematisch een brandwerende poort volgens de uitvinding weergeeft.
In de bijgaande figuur is een brandwerende poort 1 volgens de uitvinding weergegeven die in hoofdzaak bestaat uit een eigenlijke poort 2 die, in dit geval, verplaatsbaar is opgehangen aan een rail 3 met behulp van één of meer schuifstukken 4 die samenwerken met een ketting 5 die bij voorkeur in de voornoemde rail 3 is aangebracht en erin gevat is, zodat hij niet kan doorhangen.
De eigenlijke poort 2 is vervaardigd uit een brandvrij en bij voorkeur vuurvertragend materiaal en is aan zijn sluitzijde 6 bij voorkeur uitgerust met detectiemiddelen 7 in de vorm van een veiligheidsstootblok of dergelijke.
Deze detectiemiddelen 7 laten toe objecten te detecteren die zich op een ingestelde afstand van de sluitzijde 6, in de baan van de poort 2 bevinden en zijn bij voorkeur verbonden met een stuureenheid 8.
De brandwerende poort 1 is volgens de uitvinding eveneens voorzien van een kettingaandrijving 9 die een gelijkstroommotor 10 bevat die, enerzijds, is aangesloten op een wisselstroomnetwerk 11 en, anderzijds, voorzien is van een noodvoeding 12 in de vorm van een batterij of dergelijke in geval van brand of stroompanne.
Verder bevat de voornoemde kettingaandrijving 9 eveneens een reductiekast 13 die is aangesloten op een uitgaande as van de voornoemde gelijkstroommotor 10 en die een uitgaande as bevat waarop een kettingwiel 14 is aangebracht waarrond de voornoemde ketting 5 is geleid.
De voornoemde gelijkstroommotor 10 is bij voorkeur een 24V motor die aan een hoog toerental kan draaien en dit in combinatie met een reductiekoppeling met een hoge reductieverhouding.
Verder wordt de kettingaandrijving 9 verbonden met de voornoemde stuureenheid 8 die, bij voorkeur eveneens is verbonden met een niet in de figuren weergegeven eindeloopschakelaar en met branddetectiemiddelen 15.
De stuureenheid 8 voorziet hierbij in een sturing van de kettingaandrijving die zodanig is dat de poort 2 bij brand automatisch wordt gesloten en dat, bij het activeren van de detectiemiddelen 7, bij het sluiten van de poort 2, de omloopsnelheid van de ketting 5 wordt vertraagd alvorens ze tot stilstand te brengen, waarna de sturing erin voorziet dat de omlooprichting van de ketting 5 wordt omgekeerd, zodat de poort over een in te stellen afstand weer wordt geopend en na verloop van een instelbare tijd opnieuw wordt gesloten.
Uiteraard is de sturing erop voorzien dat de poort 2 in een gesloten stand blijft bij het activeren van de detectiemiddelen wanneer ook de eindeloopschakelaar is geactiveerd.
Opgemerkt wordt dat het eventueel ook mogelijk is de brandwerende poort 1 ook aan de zijde die is weggericht van de voornoemde rail 3 in een bijkomende geleiding 16 aan te brengen.
De werking van de hierboven beschreven brandwerende poort is eenvoudig en als volgt.
Voor het sluiten van de poort 1 volgens de uitvinding, wordt de voornoemde gelijkstroommotor 10 geactiveerd in één richting, waarop de ketting 5, de schuifstukken 4 en bijgevolg de eigenlijke poort 2 verplaatst naar een gesloten stand.
Wanneer de eigenlijke poort nagenoeg zijn gesloten stand heeft bereikt, worden de detectiemiddelen 7 geactiveerd door een aanslag 17 van de poort 2, waarop een signaal wordt verstuurd naar de stuureenheid 8 die het vertragen van de omloopsnelheid van de ketting 5 en het uiteindelijk stoppen van de ketting 5 aanstuurt.
Ook wordt in deze stand van de poort 2 de eindeloopschakelaar geactiveerd, waarop de sturing de poort 2 in een gesloten stand kan houden.
Wanneer zich een object op de baan van de poort bevindt tijdens het sluiten van de poort 2, zullen de detectiemiddelen 7 worden geactiveerd, waardoor de sturing zorgt voor het vertragen van de verplaatsingssnelheid van de eigenlijke poort 2 en voor het stoppen ervan in een intermediaire stand, waarna de sturing zorgt voor het gedeeltelijk heropenen van de poort 2 over een vooraf ingestelde afstand van bijvoorbeeld 10 cm, om vervolgens, na verloop van een instelbare tijd, de poort 2 opnieuw naar een gesloten stand te verplaatsen.
Zulke sturing van de brandwerende poort 1 volgens de uitvinding heeft als voordeel dat de poort 2 niet opnieuw volledig opent, zoals bij de bekende brandwerende poorten, in het geval er zich een object op zijn baan bevindt, waardoor de tijd voor het terug sluiten van de poort 2 bij de hierboven beschreven sturing relatief snel kan gebeuren zodat, bij nood, de brandwerende poort 1 volgens de uitvinding relatief snel kan worden gesloten.
Het is duidelijk dat de voornoemde ketting 5 kan worden vervangen door een riem en dat de voornoemde detectiemiddelen 7 niet noodzakelijk moeten worden verwezenlijkt onder de vorm van een veiligheidsstootblok, maar eveneens kunnen bestaan uit, bijvoorbeeld algemeen bekende optische cellen die toelaten een voorwerp te detecteren.
Hoewel in de bijgaande figuur een schuifpoort wordt weergegeven, kan een brandwerende poort volgens de uitvinding uiteraard ook van een ander type zijn, zoals een zogenaamde sectionale poort, een hefpoort of dergelijke.
In het geval van een verticale sectionale poort of een hefpoort, zal de massa van de poort uiteraard moeten worden gecompenseerd, zodat de motor de massa van de poort niet hoeft te dragen.
De huidige uitvinding is geenszins beperkt tot de hierboven beschreven en in de figuren weergegeven uitvoeringsvormen, doch een brandwerende poort volgens de uitvinding kan volgens verschillende varianten worden verwezenlijkt zonder buiten het kader van de uitvinding te treden.