<Desc/Clms Page number 1>
"Inrichting voor het kuiachen van lijnzaad en dergelijke"
De uitvinding heeft 'betrekking op een inrichting tot het kuischen van lijnzaad en dergelijke, die een volkomen kuischen van het zaad, zonder verlies van nuttige bestanddeelen, toelaat*
Te dien einde bestaat de inrichting,volgens uitvinding, uit de verbinding, in een gesloten kringloop, van een zaad. kuischer, met een kafkuischer en met een elevator die het kaf weer naar den zaadkuischer voert.
In verbinding met deze inrichting of onafhankelijk daarvan, betreft de uitvinding ook de bouwwijze van een zaad- kuischer, van een kafkuischer en van een elevator.
De zaadkuischer, volgens uitvinding, bestaat hoofdzakelijk uit vier onderling verbonden schudziften. De eerste
<Desc/Clms Page number 2>
zift, die het kaf en zaad ontvangt, leidt de grove deelen en hulzen naar een braakmachine en laat het zaad, het fijn kaf en het zand naar de tweede zift door. Deze tweede zift verwijdert het fijn kaf en het zand, terwijl het overblij- vende zaad en licht kaf naar de derde schudzift geleid worden om het licht kaf grootendeels te verwijderen, met behulp van een luchtstroom.
Het zaad en het nog overschietend kaf komen dan op de vierde zift terecht en ondergaan daarbij ook weer de inwerking van den luchtstroom, die door een van de inrichting deel uitmakenden ventilator verwekt wordt, en de nog lichte kafdeelen worden aldus van het zaad verwijderd dat, volledig gekuischt, van uit de vierde zift naar twee vergaarbakken gevoerd wordt.
De kafkuischer, volgens de uitvinding, bestaat hoofdzakelijk uit twee onderling verbonden schudziften. De eerste zift, die vuil kaf alsook goede bestanddeelen ontvangt van uit de braakmachine, verwijdert de grove, onnuttige bestanddeelen en laat kaf en zand door naar de tweede zift die het zand verwijdert, zoodat er enkel het gekuischte kaf, met de hulzen en het zaad die het nog bevat, overschiet.
In de inrichting, volgens uitvinding, wordt dan dit gekuischte kaf door een emmerelevator weder naar den zaadkuischer opgevoerd en op de eerste zift van dien zaadkui- scher gestort. Zoodus worden al de goede bestanddeelen van het lijnzaad gewonnen en worden alleen maar de onbruikbare bestanddeelen verwijderd.
De volgende beschrijving van een inrichting, volgens de uitvinding, voor het kuischen van lijnzaad en dergelijke, met verwijzing naar de figuren der bijgaande teekeningen, is een niet beperkend voorbeeld van uitvoering.
Fig.l toont schematisch en in opstand een inrichting voor het kuischen van lijnzaad volgens de uitvinding, bestaande uit een zaadkuischer, een kafkuischer en een ele- vator.
<Desc/Clms Page number 3>
Fig.2 toont,in zijlicht, de verbinding van de ziften van den zaadkuischer met veerende draa gstangen.
Fig.3 toont, in zijzicht, de verbinding van de ziften van den kafkuischer met het schudmechanisme.
Fig.4 is een planzicht van de elevatorelementen in verbinding met het uiteinde van den kafkuischer.
De zaadkuischer, de kafkuischer en de elevator zijn opgebouwd op gemeenschappelijke langsliggers 1, 2 en 3 en stijlen 4, 5, 6,7 en 7'.
De zaadkuischer bevat een grove zift 8, een fijner zift 9, die zich onder de zift 8 bevindt, een derde zift 10, die zich eveneens onder de zift 8 bevindt, en een vierde zift 11. De ziften 8, 9, 10 en 11 zijn, bij middel van hun kaders 13 en grendels 13t, met twee veerende draagstangen 12 verbonden die aan de stijlen 4 vastgemaakt zijn. Eet freem 13 van de ziften 8 en 9 is met een schudmechanisme verbonden dat hoofdzakelijk bestaat uit elastische houten latten 14 en 15. De latten 15 zijn op de stijlen 6 gevezen en de latten 14 zijn met een krukas 16 verbonden die draaibaar in lagers 17 geplaatst is.Zift 8 kan in hoogte veranderd worden bij middel van steunijzers 18 met vleugelmoeren 20, die in groeven 19 verstelbaar zijn.
Onder de zift 8 bevinden zich blinde platen 21 en 22, aan weerszijden van de zift 9. Onder zift 9 bevindt zich een bak 23 die het doorgelaten goed naar een afleider 24 voert, welke afleider zich ook in den stand 25 kan bevinden. Zift 11 steunt op rolletjes 26 en is met de draagstanden 12 bij middel van verhindingijzers 27 en vleugelmoeren 28 verbonden. Aan het onderste uiteinde van zift 11 bevinden zich twee vergaarbakken 29.
De zaadkuischer bevat ook nog een ventilator 30, draaiende op een as 31, gesteund door lagers 32 die zich
<Desc/Clms Page number 4>
op langsliggers 1' bevinden. De ventilator 30 is omgeven met een carter 33, en er is een schuifbaar schot 34 voorzien voor het regelen van den luchttoevoer naar den ventilator.
Aan de stijlen 4 is er een braakmachine 35 bevestigd, die de grove bestanddeelen ontvangt, voortkomende van zift 8.
Hetmes 36 wordt tegen de getande rol 37 van de braakmachine gedrukt bij middel van een gewicht 38 dat verplaatsbaar aan een hefboom 39 hangt. Het mes 36 laat dus de harde voorwerpen door, doordat de hefboom met het tegengewicht opgeheven wordt ten gevolge van den weerstand die de harde voorwerpen tusschen mes en rol veroorzaken, en het mes wordt dan dadelijk weder tegen de rol gedrukt. De braakmachine 35 is ook voorzien van een plaat 40 die aan den bak van de braakmachine vastgemaakt is en de, door den ven- tilator opgezweepte hulzen opvangt, terwijl zij het lichte kaf doorlaa t. Deze plaat 40 is verstelbaar door een vleugelmoer 41.
De kafkuischer, die zich onder den zaadkuischer met braakmachine bevindt, bevat een grove zift 42 en een fijner zift 43. Het freem 44 van den kafkuischer is ook met een schudmechanisme verbonden, hoofdzakelijk bestaande uit de elastische houten latten 45, 46 en 46'. De latten 45 zijn verbonden met een krukas 47, draaibaar in lagers 48 die op de langsliggers 3 geplaatst zijn. De latten 46 zijn met de stijlen 4 verbonden en de latten 46' zijn met de stijlen 6 verbonden. Aan het uiteinde van zift 42 bevindt zich een spievormig leidlichaam 49 waaronder een toevoerplaat 50 geplaatst is die het uit den kafkuischer, langs zift 43 en de blinde plaat 43', komende goed naar den elevator brengt, in een ruimte met bodem gevormd door de plaat 51.
De ziften 42 en 43 kunnen uit het freem 44 getrokken worden, door het lossen van grendel 44'.
Het gekuischte kaf, met de hulzen en het zaad die het bevat, komt dus terecht op de carterplaat 51 van waar het
<Desc/Clms Page number 5>
door de emmers 52 van den elevator opgeschept wordt. De emmers 52 zijn aan een zwarenriem 53 bevestigd, dewelke over de rollen 54 en 55 gelegd is. Deze rollen zijn op de assen 56 en 57 gemonteerd die in de lagers 58 en 59, steunende op de dwarsliggers 60 en 61, draaien. De riem 53 kan gespannen worden bij middel van de bouten 62 die den dwarsligger 60 in hoogte kunnen verplaatsen. Van/uit de emmers 52 geraakt het gekuischte kaf in een trechter 63 van waaruit het op zift 8 van den zaadkuischer terecht komt.
De werking van de beschreven inrichting is als volgt:
Het zaad en kaf dat op zift 8 gestort wordt, ondergaat aldaar een. eerste zifting waardoor het zaad, het fijn kaf en het zand door de zift heengaan en op zift 9 terecht komen. Dit tweede zift laat het zand en het fijn kaf door naar bak 23, van waar het door afleider 24 verwijderd wordt.
Het zaad en licht kaf dat door zift 8 gedrongen is, maar niet door zift 9, geraakt dus langs de plaat 22 naar de zift 10, van waaruit het op zift 11 valt. Daarbij ondergaat het de bewerking van den luchtstroom die door den ventilator 30 verwekt Wordt,en de lichte deelen worden aldus van het zaad gescheiden dat, geheel gekuischt, in twee vergaarbakken 29 terecht komt*
De grove bestanddeelen die niet door de zift 8 doorgelaten werden, vallen in de braakmachine 35, te zamen met de hulzen die door ventilator 30 weggeblazen en door plaat 40 opgevangen werden. Deze bestanddeelen vallen dan van uit de braakmachine op de zift 42 van den kafkuischer en deze zift laat het kaf en het zand door naar zift 43 die het zand alleen doorlaat dat zoodoende op den grond verloren loopt.
De grove, onnuttige bestanddeelen, die door zift 42 niet doorgelaten werden, worden door het spievormig lichaam 49' dat zich op het uiteinde van den kafkuischer bevindt, zijdelings van den elevator weggderon-
<Desc/Clms Page number 6>
gen en scheiden dus ook uit den kringloop. Het kaf, met de daarin nog voorkomende hulzen en zaden, dat op zift 49 bleef liggen, glijdt af naar de plaat 50 die het, zooals beschreven, naar den elevator brengt.
Door de inrichting volgens de uitvinding, en ook door den zaadkuischer volgens de uitvinding alleen, wordt het lijnzaad dus volledig gekuischt en wordt door de verbinding van kafkuischer en elevator met den zaadkuischer elk verlies van goede bestanddeelen vermeden.
De uitvinding is natuurlijk niet tot de beschreven uitvoeringsvorm beperkt en de zaadkuischer of lijnzaadmolen, alsook de gecombineerde kaf- en lijnzaadkuischer kunnen, voor de verschillende uitvoeringsgrootten en plaatselijke omstandigheden, constructieve veranderingen ondergaan, zonder van het beginsel der uitvinding af te wijken.
E I S C H E N
1. Inrichting voor het kuischen van lijnzaad en dergelijke, gekenmerkt door de verbinding, in gesloten kring, van een zaadkuischer met een kafkuischer en met een elevator die het kaf weer naar den zaadkuischer voert. **WAARSCHUWING** Einde van DESC veld kan begin van CLMS veld bevatten **.