BE905529A - Inrichting voor het overbrengen van afvalwater en waterzuiveringsinstallatie uitgerust met een dergelijke inrichting. - Google Patents
Inrichting voor het overbrengen van afvalwater en waterzuiveringsinstallatie uitgerust met een dergelijke inrichting. Download PDFInfo
- Publication number
- BE905529A BE905529A BE0/217236A BE217236A BE905529A BE 905529 A BE905529 A BE 905529A BE 0/217236 A BE0/217236 A BE 0/217236A BE 217236 A BE217236 A BE 217236A BE 905529 A BE905529 A BE 905529A
- Authority
- BE
- Belgium
- Prior art keywords
- waste water
- air
- sludge
- suction
- effluent
- Prior art date
Links
- 238000005273 aeration Methods 0.000 title claims abstract description 31
- 239000010802 sludge Substances 0.000 title claims abstract description 29
- XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N water Substances O XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N 0.000 claims abstract description 25
- 238000000034 method Methods 0.000 claims abstract description 22
- 239000002351 wastewater Substances 0.000 claims description 68
- 239000006260 foam Substances 0.000 claims description 8
- 238000009434 installation Methods 0.000 claims description 8
- 239000007787 solid Substances 0.000 claims description 7
- 238000000746 purification Methods 0.000 claims description 6
- 230000009189 diving Effects 0.000 claims description 4
- 239000002245 particle Substances 0.000 claims description 4
- 239000004576 sand Substances 0.000 claims description 4
- 238000001035 drying Methods 0.000 claims description 3
- 239000003925 fat Substances 0.000 claims description 2
- 239000010865 sewage Substances 0.000 claims description 2
- 238000003756 stirring Methods 0.000 claims description 2
- 238000009423 ventilation Methods 0.000 claims 2
- 239000002699 waste material Substances 0.000 claims 2
- 206010040007 Sense of oppression Diseases 0.000 claims 1
- 230000015572 biosynthetic process Effects 0.000 claims 1
- 239000004519 grease Substances 0.000 claims 1
- 239000003973 paint Substances 0.000 claims 1
- 108090000623 proteins and genes Proteins 0.000 claims 1
- 230000001105 regulatory effect Effects 0.000 claims 1
- 239000007788 liquid Substances 0.000 description 4
- 230000000717 retained effect Effects 0.000 description 3
- 239000000725 suspension Substances 0.000 description 3
- IJGRMHOSHXDMSA-UHFFFAOYSA-N Atomic nitrogen Chemical compound N#N IJGRMHOSHXDMSA-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 2
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 2
- 230000002349 favourable effect Effects 0.000 description 2
- 239000000203 mixture Substances 0.000 description 2
- 230000009467 reduction Effects 0.000 description 2
- 229920006395 saturated elastomer Polymers 0.000 description 2
- 238000004065 wastewater treatment Methods 0.000 description 2
- 238000005276 aerator Methods 0.000 description 1
- 230000032683 aging Effects 0.000 description 1
- QVGXLLKOCUKJST-UHFFFAOYSA-N atomic oxygen Chemical compound [O] QVGXLLKOCUKJST-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
- 238000007664 blowing Methods 0.000 description 1
- 238000004891 communication Methods 0.000 description 1
- 238000010908 decantation Methods 0.000 description 1
- 238000011049 filling Methods 0.000 description 1
- 239000012065 filter cake Substances 0.000 description 1
- 239000000706 filtrate Substances 0.000 description 1
- 238000001914 filtration Methods 0.000 description 1
- 238000007667 floating Methods 0.000 description 1
- 230000005484 gravity Effects 0.000 description 1
- 239000012535 impurity Substances 0.000 description 1
- 229910052757 nitrogen Inorganic materials 0.000 description 1
- 239000001301 oxygen Substances 0.000 description 1
- 229910052760 oxygen Inorganic materials 0.000 description 1
- 238000005498 polishing Methods 0.000 description 1
- 238000011084 recovery Methods 0.000 description 1
- 238000010992 reflux Methods 0.000 description 1
- 239000002002 slurry Substances 0.000 description 1
- 230000007480 spreading Effects 0.000 description 1
- 239000000126 substance Substances 0.000 description 1
- 230000007704 transition Effects 0.000 description 1
Classifications
-
- C—CHEMISTRY; METALLURGY
- C02—TREATMENT OF WATER, WASTE WATER, SEWAGE, OR SLUDGE
- C02F—TREATMENT OF WATER, WASTE WATER, SEWAGE, OR SLUDGE
- C02F3/00—Biological treatment of water, waste water, or sewage
- C02F3/02—Aerobic processes
- C02F3/12—Activated sludge processes
- C02F3/1278—Provisions for mixing or aeration of the mixed liquor
- C02F3/1294—"Venturi" aeration means
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B01—PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
- B01D—SEPARATION
- B01D36/00—Filter circuits or combinations of filters with other separating devices
-
- C—CHEMISTRY; METALLURGY
- C02—TREATMENT OF WATER, WASTE WATER, SEWAGE, OR SLUDGE
- C02F—TREATMENT OF WATER, WASTE WATER, SEWAGE, OR SLUDGE
- C02F3/00—Biological treatment of water, waste water, or sewage
- C02F3/02—Aerobic processes
- C02F3/12—Activated sludge processes
-
- C—CHEMISTRY; METALLURGY
- C02—TREATMENT OF WATER, WASTE WATER, SEWAGE, OR SLUDGE
- C02F—TREATMENT OF WATER, WASTE WATER, SEWAGE, OR SLUDGE
- C02F3/00—Biological treatment of water, waste water, or sewage
- C02F3/02—Aerobic processes
- C02F3/12—Activated sludge processes
- C02F3/1236—Particular type of activated sludge installations
- C02F3/1263—Sequencing batch reactors [SBR]
-
- Y—GENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
- Y02—TECHNOLOGIES OR APPLICATIONS FOR MITIGATION OR ADAPTATION AGAINST CLIMATE CHANGE
- Y02W—CLIMATE CHANGE MITIGATION TECHNOLOGIES RELATED TO WASTEWATER TREATMENT OR WASTE MANAGEMENT
- Y02W10/00—Technologies for wastewater treatment
- Y02W10/10—Biological treatment of water, waste water, or sewage
Landscapes
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Chemical & Material Sciences (AREA)
- Biodiversity & Conservation Biology (AREA)
- Microbiology (AREA)
- Hydrology & Water Resources (AREA)
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Environmental & Geological Engineering (AREA)
- Water Supply & Treatment (AREA)
- Organic Chemistry (AREA)
- Chemical Kinetics & Catalysis (AREA)
- Biological Treatment Of Waste Water (AREA)
Abstract
Werkwijze en inrichting voor het overbrengen van slib en /of afvalwater in een afvalzuiveringsinstallatie, welke minstens een vloeistof-luchtaanzuigpomp 2 omvat die in verbinding staat met een beluchtingsbekken 1 en aansluit op een ontvangruimte 3 voor slib en/of afvalwater.
Description
<Desc/Clms Page number 1>
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het overbrengen van slib en/of afvalwater 1 in een afvalwaterzunveringsinstal. atle.
EMI1.1
In de biotogi. werkwijzen socr het belichten een sl1b/afvalwatersuspensie onder- sche afvatwaterzuivertng kunnen tweescheiden worden. De ene werk-wilze is erop gesteund de suspensie onder vorm var kleine druppels In de lucht te versprelden, terwijl de andere daarentegen erop gericht is lucht onder vorm van kleine bellen. n de slib-suspensie te verspreiden.
Tot nog toe wordt gebruik gemaakt in de laatst genoemde uerkwijze van luchtpompen, meer bepaald waterstraalpompen, ook nog ejectoren of boosters genoemd. voor het teweegbrengen van deze luchtbellen in beluchtingsbekken waarin het afvalwater by middel van pompen aangevoerd wordt.
De uitvinding streeft er o. a. naar een werkwilze voor te stellen die toelaat op een zeer efficiente en economisch voordetne manier de aanvoer van afvalwater en van de vereiste lucht in de beluch-
EMI1.2
tingsbekken alaterzutvenngsinstallane \an een aTot dtt doel. zuigt men zowel sllb en/of afvalwater als lucht aan in een beluchtingsbekken, welke men dan in dit laatste verdeelt.
EMI1.3
DoeJmatlg, zutgt men afw) hoofzake- 1111.. aan 10 het beluchtingsbekken.
De uitvinding heeft eveneens betrekking op een enrichting voor het toepassen van hogergedoelde werkwijze.
Deze inrichting IS gekenmerkt door het fel t dat ze minstens een vloeistof-luchtaanzutgpomp omvat, die in verbinding staat met een beluchtingsbekken en aansluit op een ontvangruimte voor slib en/of afvalwater.
In een bqzondere untvoeringsvorm van de uitvinding
<Desc/Clms Page number 2>
omvat deze vloeistof-luchtaanzuigpomp een door een motor aangedreven waterstraalpomp, die water vanuit het beluchtingsbekken aanzuigt en doorheen een ejector, onder vorm van een straal mes relatief grote snelheid, stuwt in een buisstuk dat, enerzijds, uitmondt in het beluchtingsbekken en, anderzijds, zljdelings aansluit, nagenoeg ter hoogte van de ejector-uitlaat, op een l iding'die in verbinding staat met genoemde ontvangruimte.
In een bijzondere uitvoeringsvorm van deze inrichting, volgens de uitvinding, is tussen de ontvangruimte en de aanzuigpomp een filter in serie gemonteerd, waarin door genuemde pomp aangezogen slib en/of vaste bestanddelen, die in het afvalwater aanwezig zijn, weerhouden worden en bij middel van de door de filter heen aangezogen lucht gedroogd worden.
In een andere bijzondere uitvoeringsvorm van de uitvinding, wanneer de ontvangruimte bestemd is voor afvalwater met op de oppervlakte van dit laatste een laag : et vaste deeltjes, schuim, vet of dergelijke, zijn middeJen vocrzien voor het afzonderlijk aanzuigen hetzij van dit afvalwater, hetzij van genoemde laag, hetzij van beide.
Andere bijzonderheden en voordelen van de uitvinding zullen blijken uit de hierna volgende beschrijving van enkele specifieke uitvoeringsvormen van de uitvinding ; deze beschrijving wordt enkel als voorbeeld gegeven en beperkt de draagwijdte van de gevorderde bescherming niet ; de hietna gebruikte verwijzingscijfers hebben betrekking op de hieraan toegevoegde figuren.
De figuren I, 2,3 en 4 zijn schematische voorstellingen van vier verschillende uitvoeringsvormen van de inrichting volgens de uitvinding.
In deze figuren hebben dezelfde veiwijzingscijfers betrekking op dezelfde of analoge elementen.
Algemeen heeft de uitvinding betrekking op een werk- wijze voor het overbrengen van slib en/of afvalwater in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, waarbl) zowel slib en/of afvalwater als lucht in een beluchtingsbekken aangezogen 1 en verdeeld woret.
BI) voorkeur wordt beurtelings, enerzijds, hoofdzakelijk slib en/of afvalwater en, anderzyds, hoofdzakelijk lucht in het beluchtingsbekken aangezogen en verdeeld.
<Desc/Clms Page number 3>
In figuur 1 wordt een eerste uitvoeringsvorm van een inrichting, volgens de uitvinding, voorgesteld voor het toepassen van deze werkwijze.
De inrichting omvat een beluchtingsbekken 1 waarin een vioeistof-luchtaanzuigpomp 2 gedompeld is, die aansluit op een ontvangruimte 3 voor slib en/of afvalwater, dat bij voorbeeld langs een riolering 4 aangevoerd wordt.
In de vier voorgestelde uitvoeringsvormen is de vioeistofluchtaanzuigpomp 2 gevormd door een soort waterstraalpomp, die door een niet voorgesteld motor aangedreven wordt.
Deze waterstraalpomp zuigt water aan vanuit het beluehtingsbekken I, zoals aangeduid werd door pijl 5, dat gestuwd wordt doorheen. een ejector 6 onder vorm van een straal met relatief grote snelheid, tot in (ii buisstuk 7. Enerzijds mondt dit buisstuk uit in het belochtingsbekken 1, zoals aangeduid wordt door pijl 8, en, anderzijds, bluit dit aan op een leiding ', ter hoogte van de uitlaat van de ejector 6. Het betreft hier meestal een opzichzelf bekende waterstraalpomp en ejector, zodat het niet nodig geacht werd deze meer in detail in de figuren voor te stellen.
In de uitvoeringsvorm volgens figuur t, is deze leiding 9 door tussenkomst van een In serie gemonteerde nagenoeg luchtdichte filter 10 tn een op deze laatste aansluitende leiding 11 In verbinding met de ontvangruimte 3.
Aldus wordt door de pomp 2 in de leiding 9 een onderdruk geschapen en wordt shb en/of afvalwater vanuit de ontvangruimte 3 langsheen leiding 11 In de filter 10 aangezogen en weerhouden. terwijl het gefilterd afvalwater via de leiding 9 en de pomp 2 In het beluchtings- bekken) terechtkomt. Zodra het vrije uiteinde van de leiding 11 niet meer dompelt in het afvalwater van de ontvangruimte 3, wordt automatisch iucht aangezogen doorheen de gevormde filterkoek en wordt deze dus gedroogd.
Dezelfde lucht wordt dan langs de leiding
EMI3.1
9 in het beluchtingsbekken I aangezogen en via het buisstuk 7, waarvan het vrije uiteinde de vorm heeft van een niet voorgestelde diffusor, in het afvalwdter van het belucht : ngsbekken geblazen en verdeeld, zoals aangeduid werd door plJI 8, op dezelfde ma, ler alt het hierboven vermelde gefilterd water. Er ontstaat dus telkens een omroeren van het afvalwater en de omgeving van de plaats waar de aangezogen
<Desc/Clms Page number 4>
lucht en water in het beluchtingsbekken gebracht wordt.
Wanneer door het aanvoeren van afvalwater via de riool 4 naar de ontvangruimte 3 het niveau in dit laatste opnieuw stijgt wordt opnieuw hoofdzakelijk afvalwater via de filter 10 in het betuchtings- bekken l geleid.
Opdat deze cyclus zich op regelmatige tijdstippen zou herhalen, wordt er, bij voorkeur, voor gezorgd dat het nagenoeg consfant debiet van de doorlopend werkende pomp 2 enigszins hoger is dan het gemiddelde debiet van de afvalwateraanvoer in de ontvangruimte 3. Vooral bij de overgang tussen het aanzuigen van lucht en water of omgekeerd, wordt een mengsel van beide gevormd in de leidingen 9 en 11. Belangrijk is nochtans te noteren, dat wanneer nagenoeg uitslultend afvalwater aangezogen wordt, ci.i. op'het ogenblik. dat een grote aanvoer van vuilvracht in de ontvangruimte 3 via de riool 4 plaats heeft, automatisch in het beluchtingsbekken l een verlaging van de opgeloste zuurstof bewerkt die gunstig is voor de biologische stikstofverwijdermg.
Ook is het zo dat het vers aangevoerd afvalwater onmiddellijk en intens met het actief-slLb gemengd wordt en dat lange standtijden In de ontvangruimte 3, zelfs bil lage aanvoerdebieten, nagenoeg uitgesloten zijn.
De calorten aanwezig m de luchtstroom worden met het afvalwater uitgewisseld en leveren, vooral in de winter, een gunstige bijdrage voor het op peil houden van de temperatuur van de suspensie en dus de activiteit van het actief-slib In het beluchtingsbekken.
De werkwijze en inrichting volgens de uitvinding vindt verder een belangrijke toepassing bij een fysico-chemische zuivering. De zuivering die hierdoor bedoeld wordt is. leze waar bij middel van bruiswater, t. t. z. een mengsel van water en lucht, dat bij voorbeeld bekomen wordt door het onderaan inblazen van lucht, vaste onzuiverheden uit het afvalwater worden afgescheiden onder vor l van een schuimof vetlaag op de oppervlakte van het afvaJwater. Dit kan plaats hebben in de ontvangrutmte 3.
In figuur 1 wordt In streephjn een hiervoor mogelijke uitvoeringsvorm van de ontvangrulmte 3 veorgesteld.
Deze omvat een dukschot 12, dat zich vanaf een
<Desc/Clms Page number 5>
bepaalde hoogte boven het in des ruimte 3 maximaal toegelaten niveau
13 tot op zen bepaalde diepte in deze laatste uitstrekt, enigszins tot boven het toegelaten minimaal niveau 14. Op deze manier worden in deze ruimte 3 twee zones 3'en 3"gevormd die onder het duikschot
12 door met clkaar in verbinding staan. De afvalwateraanvoer 4 mondt uit in zone 3', terwijl de aanzuigleiding II' zich niet meer tot in de nabijheid van de bodem van de ruimte 3 uitstrekt, zoals de aanzuigleiding 11, maar tot op een bepaalde diepte, kleiner dan deze van het duikschot 12, reikt.
De schuim- vetlaag 15 bevindt zich dan enkel op de oppervlakte van het afvalwater in de zone 3', zodanig dat in de leiding ll' enkel afvalwater aangezogen wordt.
In figuur 2 wordt een tweede uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de uitvinding voorgesteld die eveneens toelaat, wanneer de ontvangruimte 3 bestemd is voor afvalwater met op de oppervlakte van dit laatste een laag 15 met vaste deeltjes, zoals een schuim- of vetlaag, deze laag en het zich er onder bevindend afvalwater afzonderlijk te behandelen.
Hiervoor wordt in deze tweede uttvoertngvorm gebrulk gemaakt van een reeks In parallel geschakelde zuigmonden 16 die over de oppervlakte van het afvalwater verdeeld zijn en op de aanzuigpomp 2 In het beluchtingsbekken I aansluiten. Deze aanzuigmonden 16 zi) n dicht bij de oppervlakte van het afvalwater gemonteerd, zodanig dat ze toelaten nagenoeg enkel de laag 15 af te zuigen, zonder dat een turbulentie veroorzaakt wordt in het water zelf. Op deze manier slaagt men erin een relatief droge schuim- of vetlaag af te zuigen.
De mogehjkhetd kan bij voorbeeld overwogen worden om deze laag in veischillende stappen af te zutgen, waarbij serte het bovenste droog deel afgezogen wordt en daarna afzonderlijk het nattere onder lig- gend deel van de laag 15.
Verder IS het eveneens mogelijk het afvalwater afzonder- lijk aan te zuigen, bij voorbeeld op de manier die in streeplijn voorgesteld werd in figuur [. t. t. z. door gebruik te maken m de ontvangrutmte volgens figuur 2 van een dutksrhot.
EMI5.1
De afzonderh aangezogen schuini-of wordt opgevangen op de bodem van gescha-
<Desc/Clms Page number 6>
; kkeld is tussen de aanzuigmonden 16 en de aanzuigpomp 2, terwijl de langs de zuigmonden 16 aangezogen lucht via de cycloon 17 en de leiding 9 in het beluchtingsbekken l terecht kornen. Dank zij deze aangezogen lucht ondergaat in de cycloon verzamelde vet of schuim een extra drogingsproces.
: n figuur 3 wordt een zeer specifieke en belangrijke toepassing van de inrichting volgens de uivinding voorgeseld.
In deze uitvoeringsvorm sluit de aanzuigpomp 2 aan op een vacuum-riolering 11, waarvan de leidingen een zogenoemde zaagtandvorm hebben. Deze zaagtanden werken als waterslot. De vereiste onderdruk in deze leidingen wordt rechtstreeks onderhouden door de aanzuigpomp 2 in het beluchtingsbekken l, un tegenstelling met hetgeen het geval is bij de bekende vacuum-rioleringen, velke een centrale vacuumpompinstallatie veronderstellen voor het onderhouden van deze onderdruk.
Verder dienen in de ontvangruimte 3, eveneens in tegenstelling met hetgeen het geval is bij de bekende vacuum-rioleringen, geen zogenoemde voetkleppen voorzien te worden en wordt, vooral bij laag afvalwateraanvoerdebiet, deze ruimte door de aangezogen lucht permanent ontgeurd.
Tenslotte, wegens het centinu werken van de aanzuigpomp 2 met een hoger debiet dan het gemiddelde afvalwateraanvoerdeblet, is veroudering van het afvalwater in de ontvangruimte 3, met het ontstaan van anaerobe toestanden en decantatie, uitgesloten.
Zoals biJ de uitvoeringsvorm volgens figuur I, kan. op een voordelige manier, het beluchtingsbekken 1 voorafgegaan worden door een filter 10, waarin alle vaste deeltjes vanaf een bepaalde afmeting, zowel zwevende als bezinkbare, weerhouden Kunnen worden, zodat de vuilbelastsng van het afvalwater dat in het beluchtingsbekken I aangezogen wordt minimaal is en op een effici nte manier verder gezuiverd kan worden,
In figuur 4 wordt nog een andere specifieke uitvoenngs- vorm van de Inrtchung volgens de uitvinding voorgesteld, die vooral van toepassing voor het zogenoemd polijsten van afvalwater, t. t. z.
het njgenoeg verwijderen van dlle zelfs zeer fijne vaste bestanddelen, en dit door het gebrulk van een gravitaire zandfilter 10.
<Desc/Clms Page number 7>
Een dergelijke zandfilter vereist meestal een grotere drukhoogte naarmate hiJ verzadigd geraakt.
Volgens de uitvinding is het thans mogelijk gebleken hetzij de standtijd van zandfilters te verlengen, hetzij het debiet ervan te verhogen, hetgeen dus economisch zeer rendabel is.
Hiertoe wordt op een continue wijze het filtraat langs de leiding 9 aangezogen zodanig dat, wanneer het filtermedium
18 met tc filteren water verzadigd gehouden wordt, bij voorbeeld door het vloeistoftoevoerdebiet aan te passen opdat boven op dit medium een vioerstoflaag 19 gevormd zou worden, onder het filtermedium een onderdruk ontstaat die een verhoogde drukval in dit laatste teweeg- brengt.
Tenslotte kan de werkwijze en inrichting volgens de uitvinding met gunstig gevolg toegepast worden voor zogenoemde "debietaitopping".
Wanneer men bij voorbeeld in een aanvoerkanaal een vast peil, en aldus een vast debiet, wenst te handhaven kan het water boven dit peil automatisch afgezogen worden door genoemde afzuigpomp.
Dit is o. m. van essentieel belang bij afvalwaterzulvenngs- lnstallaties met een continu gedeelte voor het behandelen van een gemiddeld afvalwaterdebiet en een discontinu gedeelte voor het behande- len van de overmaat afvalwater, bij het overschrijden van dit debiet.
Hierbij wordt meer bepaald verwezen naar liet voorwerp van het Belgisch octrooi Nr. 904. 633.
De uitvinding is natuurlijk geenszins beperkt tot de hierboven beschreven en in de tekeningen voorgestelde ultvoertngsvor- men en binnen het raam van dit octrooi kunnen meerdere verandertngen overwogen worden, o. m. wat betreft het type aanzuigpomp of fiiter, alsook het aantal ervan.
Aldus kunnen bij voorbeeld in eenzelfde beluchtingsbek- ken twee afzonderlijke aanzuigpompen voorzien worden, waarblj een ervan hoofdzakelljl, Þlenst doet van het aanzuigen van slib en/of afval- water, terwijl de andere hoofdzakelijk bestemd is voor het aanzuigen \an de vereiste lucht. in sommige gevallen kan dit nuttig zijn voor de keuze van de pompen. aangezien een bepaalde pomp slechts hetzil
<Desc/Clms Page number 8>
vloeistof hetzij iucht dient aan te zuigen.
Meestal wordt echter een uitgesproken voorkeur gegeven aan een enkele vloeistof-luchtaanzuigpomp daar deze slechts een energiebron vergt en hierdoor als investering beter benut wordt hetgeen leidt tot een eenvoudiger installatie.
In de bestaande installaties, waarin reeds gebruik gemaakt wordt van een dergelijk vloeistof-luchtaanzuigpomp voor het aanbrengen van de vereiste lucht, kan het dikwijis volstaan deze installaties opnieuw te berekenen om rekening te houden met de bijkomende arbeid die deze pomp zat dienen te verrichten bij het aanzuigen van afvalwater.
Verder is het mogelijk bepaalde van de hierboven beschreven en voorgestelde uitvoeringsvormen te combineren ; b. v. indien het te zuiveren water zeer vethoudend IS kunnen de ultvoeringsvorm volgens figuren l en 2 enigszins in parellei geschakeld worden zodanig dat, enerzilds, de gevormde vetlaag 15 naar een cycloon 17 en, anderzijds, het onderliggend afvalwater afzonderlilk doorheen een
EMI8.1
iilter 10 gezogen worden.
Ten einde in de leiding 9 het terugvloelen van het afvalwater, Ingevolge het hevel-effect tegen te gaan, wordt in deze leiding bij voorkeur een niet voorgestelde hevelbreker, terugslagklep of dergelijke voorzien.
Ook is het nog mogelijk dat de aanzuigpomp 2, in plaats van gedornpeld te zijn in het beluchtingsbekken l. volledig buiten dit laatste gernonteerd is en bij midde ! van leidingen ermee in verbinding staat. renslotte kan nog vermeld worden, dat, dank zij de werkwijze en inrichting volgens de uitvinding, de klassleke bezinkingstanks, die meestal in afvalwaterzulveringsinstallaties voorzine zijn, aangevuld of vervangen kunnen worden door filters, zoals voorgesteld werd in f1guur I, met relatief beperkte afmetingen, en dit zodanig dat het zuiveringsrendement en de zulveringscapaciteit In aanzienitjke mate toenemen, wat du gepaard gaat met investeringsvermindering,
zowei wat betreft de infrastructuur als de uttbatingskosten.
Claims (1)
- CONCLUSIES i. Werkwijze voor het overbrengen van slib en/of afvalwater in een afvalzuiveringsinstallatie, met Let kenmerk dat men zowel shb en/of afvalwater als lucht in een beluchtingsbekken a. inzuigt en verdeelt.2. Werkwijze volgens conclusie l. met het kenmerk EMI9.1 dat men a en, anderzilds. en verdeelt.3. Werkwijze volgens één van de conclusies en 2, met het kenmerk dat men de lucht en het slib et/of afvalwater EMI9.2 danzlllgt door een filter, die vocr het beluchtmgsbekken voorzien th.4. erkwt) van de conclusies tot 3. het kenmerk dat men de lucht en het slib en/ot afvalwater aanzulgt vanutt een ontvangrulmte waarin net aangevoerde slib en/of ze votgens eenafvalwater verzameld wordt.5. Werkwijze volgens conclusie 4, met het kenmerk dat men het aanzmgdeblet zodanig regelt in functie van het in de ontvangruimte aangevoerd slib en/of afvalwater dat etwisselend. enerzijds hoofdzakelijk lucht en, anderzijds. hoofdzakelijk slib en/of afvalwater aangezogen wordt.6. Werkwijze volgens één van de conclusies 4 of 5, met het kenmerk dat, bil het vormen van een laag met vaste deeltjes, vet, schuim of dergelijke. op het oppervlak van het afvalv ater in genoemde ontvangruimte, men hetzij deze laag hetzij het afvalwater, hetzi) beide nagenoeg afzonderlijk aanzuigt.7. Werkwijze volgens conclusie 6, met het kenmerk dat men afwisselend, enerzijds, hoofdzakelijk genoemde laag en, anderzijds, hootdzakelijk lucht aanzuigt, waarbij deze laag afgezonderd wordt en, tildens het hoofdzakei) k aanzutgen van lucht, deze lucht de afgezonderde lazing aan een droogproces onderwerpt.X. Werkwijze volgens één van de concluste 6 of EMI9.3 7, met het kenmerk dat de vormlng van bruiswater 9. erk\)) o ens de conclusses tot t <Desc/Clms Page number 10> van genoernde laag bt) middel8, met het kenmerk dat men he. afvalwater slechts vanaf een bepaald niveau in de opvangruim te aanzuigt tot in een beluchtingsbekken van een discontinu werkende zuiveringsinstallatie, waarbij het afvalwater onder dit niveau overgebracht wordt naar een nagenoeg continu werkende EMI10.1 10.Werkwijze volgens één van de conclusies l tot 9, met het kenmerk dat men zowel tijdens het aanzuigen van slib en/of afvalwater als van lucht in het beluchtingsbekken minstens een gedeelte van het in dit laatste aanwezige slib en/of afvalwater, bij voorkeur in de nabijheid van de plaats van aanzuigen, omroert. ll. Werkwijze volgens conclusie 10, met het kenmerk dat men het slab en/of afvalwater in het beluchtingsbekken omroert door, in dit laatste, een waterstraal met relatief hoge snelheid teweeg te brengen.12. Werkwijze voor het overbrengen van slib en/of afvalwater in een afvalwaterzuivet ingsinstallatie, zoals hiervoor beschreven werd of uit bijgevoegde tekeningen afgeleid kan worden.13. inricht. ting voor het overbrengen van slib en/of afvalwater in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, meer bepaald inrichting voor het toepassen van de hierboven beschreven werkwijze, met het kenmerk dat deze minstens een vloeistof-luchtaanzuigpomp omvat, die in verbinding staat met een 10 een beluchtingsbekken en aanslu : t op een ontvangru : mte voor slib en/of afvalwater.14. Inrichting volgens conclusie 13, met het kenmerk dat de vloeistof-luchtaanzuigpomp een door een n. otor aangedr ven waterstraalpomp omvat, die water vanutt het beluchtingsbekk n aanzuigt en doorheen een ejector, onder vorm van een straal met relatief grote snelheld, stuwt 1'1 een buisstuk dat, enerzijds. uitmondt in het beiuchtinsbekken en, anderzijds. zijdelings aansluit, nagenceg ter hoogte van de ejector-uitlaat, op een leiding die in verbfndmg staat met genoemde ontvangrumte. EMI10.215. Inrichting. so'gens een an 13 of 14, met het kenmerk dat de ontvangrutmte en de aanzuigpomp een fi erd door genoemde pomp aangezogen aste Llg/IJn, weerhouden worden )) n de duor de filter heen angezogen ', <Desc/Clms Page number 11> ce canclusies 16. Inrx htlng volgens één van de conctuslcs 13 tot 15, met het kenmerk dat, wanneer de ontvangruunte bestemd IS voor aivalwater met op de oppervlakte van dit laatste een laag EMI11.1 tuet schuim, vet of dcrgeli) voor het afzonderlilk anzutgen dit afvilwater, van vastegenoemdelaag. hetzijvanbeide.17. Inrichting volgens conclusie 16, met het kenmerk dat genoemde middelen mnistens een zuigmond omvatten, die in verbinding staat met (kc aanzm pomp en die dicht bij de oppervlakte van EMI11.2 het afvalwater gemonteerd is, zodanig dat ze toelaten laag af tc gen.18. dat de oppers lakte van het afvalwater verde*ld op gen emde aanzutgpomp .!nr[chttig n van de (onrtus) desbetreffendetot 18, met het kenmerk dat in de ontvangruimte een duikschot voorzien is, dat zich vanaf een bepaalde hoogte boven het In deze rutmte maxunum toegelaten niveau tot op een zekere diepte In deze laatste uitstrekt en dat toelaat in deze ruimte twee zones te vormen dte onder het shbschot door met elkaar in verbinding staan. waarbij in één var. deze zones een aanvoer voor atvalwater uitmondt en in de andere zone een aanzuigleiding zich tot op een oepaalde diepte kleiner dan deze van het duikschot, onder genoemd maximum toegelaten niveau uitsirekt, welke aanzuigleiding aangesloten is op genoemde aanzu Igpom p.2C. Inrlchting volgens één van de conclusies 16 tot 19, met het kenmerk dat tussen genoemde ontvangrumte en de aanzuigpc.np een cycloon in serte geschdkeld IS waarin genoemde laag opgevangen wordt, terwijl doorheen deze cycloon aangezogen lucht deze laag aan een drogingsproces onderwerpt.21. Itirichting volgens een van de conclusies 13 tot 20, met het kenmerk dat de vloeistof-luchtaanzuigpomp aansluit op een vacuum-riolering. EMI11.322. InrKtlng tot 13. met het dat de ont\anruu)) r zandfilter en de aanzmgpomp atsle 15. <Desc/Clms Page number 12> EMI12.1/).inrt < httnoten'seenandecci 13 tot 21, met het nmnerk ter hoogte angrulmte toeg een dnzutleldtt)g dtc sbekken een dis (ùntll1ue f(jter/'ucrtnslnstandne. n /')) ten nlvcau naarccn < onttnuc nstaUat) 24. Inrt (htm or atvalwutcr att*r < ,tt'rmssSintai) 'r\o) r but.'- aiv, \t\at\\. s) 'tkc crust -) geri oorgt teld , /oa) 't'. 'r tr < .'\c t c\' < d < .' t'ru'it.'r.'. rt't'.'td
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE0/217236A BE905529A (nl) | 1986-10-01 | 1986-10-01 | Inrichting voor het overbrengen van afvalwater en waterzuiveringsinstallatie uitgerust met een dergelijke inrichting. |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE905529 | 1986-10-01 | ||
| BE0/217236A BE905529A (nl) | 1986-10-01 | 1986-10-01 | Inrichting voor het overbrengen van afvalwater en waterzuiveringsinstallatie uitgerust met een dergelijke inrichting. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| BE905529A true BE905529A (nl) | 1987-02-02 |
Family
ID=25655068
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| BE0/217236A BE905529A (nl) | 1986-10-01 | 1986-10-01 | Inrichting voor het overbrengen van afvalwater en waterzuiveringsinstallatie uitgerust met een dergelijke inrichting. |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| BE (1) | BE905529A (nl) |
Cited By (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| EP0826638A3 (de) * | 1996-08-24 | 1998-12-16 | Körting Hannover Ag | Einrichtung zur Abwasserreinigung |
-
1986
- 1986-10-01 BE BE0/217236A patent/BE905529A/nl not_active IP Right Cessation
Cited By (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| EP0826638A3 (de) * | 1996-08-24 | 1998-12-16 | Körting Hannover Ag | Einrichtung zur Abwasserreinigung |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| AU739139B2 (en) | A mobile unit and method for purifying sludge and waste water | |
| CA1332006C (en) | Liquid waste treatment system | |
| US5484534A (en) | Energy conserving method of water treatment | |
| US4305819A (en) | Floating apparatus for clarification of water | |
| US2798042A (en) | System of sewage treatment and process | |
| US3846291A (en) | Process of and installation for purifying sewage | |
| KR101192174B1 (ko) | 하폐수고도처리장치 | |
| RU123771U1 (ru) | Бытовая станция очистки сточных вод | |
| US6773596B2 (en) | Activated sludge method and device for the treatment of effluent with nitrogen and phosphorus removal | |
| BE905529A (nl) | Inrichting voor het overbrengen van afvalwater en waterzuiveringsinstallatie uitgerust met een dergelijke inrichting. | |
| US4545907A (en) | Aeration tank | |
| US4094785A (en) | Suction clarifier method | |
| US3215276A (en) | Adjustable baffle grit chamber | |
| RU2165392C2 (ru) | Устройство для очистки сточных вод | |
| JPH10296251A (ja) | 汚水浄化槽の汚泥調整方法 | |
| JPH05169075A (ja) | 浄化槽用液移送装置及び液移送方法 | |
| AU2018251620B2 (en) | Sludge harvester improvements | |
| RU26722U1 (ru) | Устройство для биологической очистки бытовых стоков (варианты) | |
| US266204A (en) | roeckner | |
| US2220324A (en) | Apparatus for filtration | |
| CN203075704U (zh) | 气液分离装置和具有该气液分离装置的污水处理装置 | |
| SU1126263A1 (ru) | Установка дл выращивани рыбы | |
| RU2233247C2 (ru) | Способ биологической очистки бытовых сточных вод (варианты) и устройство для его осуществления (варианты) | |
| JP2001321791A (ja) | 余剰汚泥の貯留方法 | |
| RU1801952C (ru) | Устройство дл очистки сточных вод |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| RE | Patent lapsed |
Effective date: 20031031 |