NL1010643C2 - Doseerinrichting voor een fluïdum. - Google Patents

Doseerinrichting voor een fluïdum. Download PDF

Info

Publication number
NL1010643C2
NL1010643C2 NL1010643A NL1010643A NL1010643C2 NL 1010643 C2 NL1010643 C2 NL 1010643C2 NL 1010643 A NL1010643 A NL 1010643A NL 1010643 A NL1010643 A NL 1010643A NL 1010643 C2 NL1010643 C2 NL 1010643C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
dosing
container
outflow opening
wall
outflow
Prior art date
Application number
NL1010643A
Other languages
English (en)
Inventor
Wilhelmus Johannes Joseph Maas
Petrus Lambertus Wilh Hurkmans
Original Assignee
Afa Polytek Bv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Afa Polytek Bv filed Critical Afa Polytek Bv
Priority to NL1010643A priority Critical patent/NL1010643C2/nl
Priority to AU11904/00A priority patent/AU1190400A/en
Priority to PCT/NL1999/000686 priority patent/WO2000031506A1/en
Application granted granted Critical
Publication of NL1010643C2 publication Critical patent/NL1010643C2/nl

Links

Classifications

    • GPHYSICS
    • G01MEASURING; TESTING
    • G01FMEASURING VOLUME, VOLUME FLOW, MASS FLOW OR LIQUID LEVEL; METERING BY VOLUME
    • G01F11/00Apparatus requiring external operation adapted at each repeated and identical operation to measure and separate a predetermined volume of fluid or fluent solid material from a supply or container, without regard to weight, and to deliver it
    • G01F11/28Apparatus requiring external operation adapted at each repeated and identical operation to measure and separate a predetermined volume of fluid or fluent solid material from a supply or container, without regard to weight, and to deliver it with stationary measuring chambers having constant volume during measurement
    • G01F11/286Apparatus requiring external operation adapted at each repeated and identical operation to measure and separate a predetermined volume of fluid or fluent solid material from a supply or container, without regard to weight, and to deliver it with stationary measuring chambers having constant volume during measurement where filling of the measuring chamber is effected by squeezing a supply container that is in fluid connection with the measuring chamber and excess fluid is sucked back from the measuring chamber during relaxation of the supply container

Landscapes

  • Physics & Mathematics (AREA)
  • Fluid Mechanics (AREA)
  • General Physics & Mathematics (AREA)
  • Containers And Packaging Bodies Having A Special Means To Remove Contents (AREA)

Description

DOSEERINRICHTING VOOR EEN FLUÏDUM
De uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het gedoseerd afgeven van een hoeveelheid fluïdum uit een houder, omvattende een aanvoerorgaan dat in fluïdumverbinding staat met de houder en ten minste 5 één uitstroomopening vertoont, een fluïdumdicht met het aanvoerorgaan verbonden doseerorgaan met ten minste één in een doseerhouder uitmondende uitstroomopening, waarbij het aanvoerorgaan en het doseerorgaan ten opzichte van elkaar beweegbaar zijn voor het bepalen van verschillende 10 doses. Een dergelijke doseerinrichting is bekend, bijvoorbeeld uit het Amerikaanse octrooi 4.143.794. Onder de term "fluïdum" wordt daarbij in deze tekst overigens elk niet-gasvormig, stromend medium begrepen, dus zowel vloeistoffen als fijn verdeelde, poedervormige vaste 15 stoffen.
Het genoemde oudere octrooischrift beschrijft een doseerdop voor een met vloeistof gevulde knijpfles, die voorzien is van een doseerbeker die op de fles geschroefd kan worden, en waarin een enigszins taps toelo-20 pende opvoerbuis bevestigd is. Deze opvoerbuis, die is verbonden met een in de fles stekende dompelbuis, vertoont een rij boven elkaar geplaatste uitstroomopeningen. Rond de opvoerbuis is een eveneens taps toelopende do-seerbuis geplaatst, die eveneens een serie op verschil-25 lende hoogten gevormde uitstroomopeningen vertoont. Deze openingen zijn niet alleen in hoogterichting, maar ook in omtreksrichting verdeeld aangebracht. De doseerbuis is roteerbaar opgenomen in een de.doseerbeker afsluitend deksel, en is verbonden met een boven het deksel uitste-30 kende bedieningsknop.
Door het verdraaien van de bedieningsknop en daarmee van de doseerbuis, kan naar keuze een van de uitstroomopeningen van de doseerbuis in register gebracht worden met een uitstroomopening van de opvoerbuis. Wordt 35 nu de fles ingeknepen, dan zal de vloeistof door de 1010643 2 dompelbuis omhoog gestuwd worden in de opvoerbuis en vervolgens door de met elkaar in register gebrachte uitstroomopeningen van de opvoerbuis en de doseerbuis in de doseerbeker stromen. Wanneer de druk op de knijpfles 5 wordt weggenomen, zal door de onderdruk in het inwendige van de fles de vloeistof uit de doseerbeker door de uitstroomopeningen, de opvoerbuis en de dompelbuis worden teruggezogen. Dit terugzuigen van de vloeistof wordt beëindigd op het moment dat er lucht wordt aangezogen.
10 Dit zal het geval zijn wanneer de betreffende uitstroomopeningen boven het vloeistofniveau in de doseerbeker uitkomen. Door de keuze van de hoogte van de uitstroomopeningen die met elkaar in register gebracht worden, wordt zo dus het vloeistofniveau bepaald dat na het 15 loslaten van de knijpfles in de doseerbeker zal achterblijven, en vervolgens kan worden uitgeschonken en gebruikt .
Deze bekende doseerinrichting, die het mogelijk maakt vloeistoffen op eenvoudige wijze met relatief grote 20 nauwkeurigheid te doseren, wordt bijvoorbeeld toegepast voor het toedienen van voer of medicamenten aan dieren, en voor het afmeten van benodigde hoeveelheden reinigingsmiddelen en dergelijke.
De bekende doseerinrichting heeft echter het 25 nadeel dat deze relatief gecompliceerd van opbouw is, terwijl ook de afdichting tussen de verschillende onderdelen niet eenvoudig gerealiseerd kan worden, mede als gevolg van het feit dat de opvoerbuis en doseerbuis beide taps toelopen, zodat de speling daartussen sterk varieert 30 met de onderlinge positie in langsrichting.
De uitvinding heeft derhalve tot doel een doseerinrichting van de hiervoor beschreven soort te verschaffen, waarbij deze nadelen zich niet voordoen. Volgens een eerste aspect van de uitvinding wordt dit bij 35 een dergelijke doseerinrichting bereikt, doordat het aanvoerorgaan en het doseerorgaan in hoofdzaak cilindrisch zijn, en het aanvoerorgaan een eindvlak met daarin de of elke uitstroomopening en een ononderbroken cilin- 101 0643 3 derwand vertoont. Door het cilindrisch karakter van het aanvoerorgaan en doseerorgaan is de onderlinge speling daarvan onafhankelijk van de axiale positie, terwijl het ontbreken van openingen in de cilinderwand van het aan-5 voerorgaan tot gevolg heeft dat dit eenvoudig uit een stuk te vervaardigen is, en daarnaast voldoende vormvast is om eventuele problemen met betrekking tot de afdichting te vermijden.
Bij voorkeur vertoont het aanvoerorgaan aan de 10 buitenzijde ten minste één met de of elke uitstroomope-ning in fluïdumverbinding staande verdelingsruimte. Door deze verdelingsruimte kan het opgevoerde fluïdum vanaf de uitstroomopening in de eindwand naar de opening of openingen in het doseerorgaan geleid worden. Daarbij kan de 15 verdelingsruimte de gedaante hebben van een in de cilinderwand uitgespaard kanaal, dat zich bij voorkeur over nagenoeg de volledige lengte van het aanvoerorgaan uit-strekt.
Met voordeel vertoont het doseerorgaan van de 20 doseerinrichting volgens de uitvinding meerdere over zijn lengte verdeeld in de cilinderwand aangebrachte uit-stroomopeningen. Wanneer het aanvoerorgaan en het doseerorgaan ten opzichte van elkaar roteerbaar zijn, zijn deze uitstroomopeningen dan bij voorkeur in omtreksrichting 25 verdeeld in de cilinderwand van het doseerorgaan aangebracht, zodat door het onderling roteren van het doseerorgaan en het aanvoerorgaan naar keuze één van de openingen met het kanaal verbonden kan worden.
Volgens een tweede aspect verschaft de uitvin-30 ding een doseerinrichting van de beschreven soort, waarbij het doseerorgaan met een bodem en het aanvoerorgaan met een zijwand van de doseerhouder verbonden is. Op deze wijze wordt een constructief zeer eenvoudige doseerinrichting verkregen, die met geringe inspanningen in grote 35 series te vervaardigen is.
Bij voorkeur is dan het doseerorgaan als één geheel met de bodem van de doseerhouder gevormd, terwijl verder met voordeel ook het aanvoerorgaan als één geheel 1010648 4 met de zijwand van de doseerhouder gevormd is. Zo wordt het aantal onderdelen waaruit de inrichting opgebouwd is geminimaliseerd, waardoor de productie en assemblage sterk worden vereenvoudigd.
5 Teneinde onbedoelde lekkage van fluïdum uit de houder te voorkomen, is de doseerhouder bij voorkeur alzijdig gesloten, en vertoont deze ten minste één afsluitbare uitstroomopening. Daarbij kunnen dan met het doseerorgaan middelen verbonden zijn voor het afsluiten 10 van de of elke uitstroomopening.
De uitvinding wordt nu toegelicht aan de hand van een tweetal voorbeelden, waarbij verwezen wordt naar de bijgevoegd tekening, waarin:
Fig. 1 een perspectivisch bovenaanzicht is van 15 een doseerinrichting volgens een eerste uitvoeringsvorm van de uitvinding,
Fig. 2 een perspectivisch onderaanzicht is van een bedieningsring van de inrichting van fig. 1,
Fig. 3 een perspectivisch bovenaanzicht is van 20 het doseerorgaan van de inrichting van fig. 1,
Fig. 4 een perspectivisch bovenaanzicht is van de doseerhouder en het aanvoerorgaan van de inrichting van fig. l,
Fig. 5 een zijaanzicht is waarin de onderdelen 25 van de doseerinrichting van fig. 1 in uiteen genomen toestand weergegeven zijn,
Fig. 6 een langsdoorsnede toont over de lijn VI-VI in fig. 1,
Fig. 7 een perspectivisch bovenaanzicht is van 30 een doseerinrichting volgens een tweede uitvoeringsvorm van de uitvinding,
Fig. 8 een perspectivisch onderaanzicht is van de doseerinrichting van fig. 7,
Fig. 9 een perspectivisch bovenaanzicht is van 35 de bodem van de doseerhouder en het doseerorgaan van de inrichting van fig. 7 en 8,
Fig. 10 een zijaanzicht is volgens de pijl X in fig. 9, 101 0643 5
Fig. 11 een perspectivisch onderaanzicht is van de bovenzijde van de doseerhouder en het aanvoerorgaan van de inrichting van fig. 7 en 8, en
Fig. 12A en 12B langsdoorsnedes tonen over de 5 lijn XII-XII in fig. 7 in respectievelijk de open en de gesloten toestand van de doseerinrichting.
Een inrichting 1 voor het gedoseerd afgeven van een fluidum, bijvoorbeeld een vloeistof die is opgenomen in een (hier niet getoonde) houder omvat een luchtdicht 10 op de houder te bevestigen, bijvoorbeeld te schroeven of te klikken basisdeel 2 en een vloeistofdicht daarmee verbonden bedieningsdeel 4 (fig. 1, 5). In het basisdeel 2 is een cilindrisch aanvoerorgaan 9 opgenomen (fig. 4), dat aan zijn bij gebruik naar de houder gekeerde zijde 38 15 verbonden is met een dompelbuis 33 (fig. 6). Tussen het basisdeel 2 en het bedieningsdeel 4 is een doseerdeel 3 opgenomen, dat een eveneens cilindrisch doseerorgaan 15 omvat (fig. 3). Over de van de houder afgekeerde zijde van het bedieningsdeel 4 is verder een losneembare kap 32 20 aangebracht.
Het basisdeel 2 wordt gevormd door een eerste zijwand 5 met in het getoonde voorbeeld aan de binnenzijde schroefdraad 39 voor het bevestigen van het basisdeel 2 op de houder. Deze eerste zijwand 5 gaat via een ring-25 vormig oppervlak 6 over in een tweede zijwand 7. Deze tweede zijwand 7 vertoont een enigszins verbrede basis 48, alsmede een naar binnen uitstekende rondlopende klikrand 47. Het ringvormig oppervlak 6 strekt zich in feite uit tot binnen de tweede zijwand 7, en vormt daar 30 een bodem 8. Uit de naar de houder gerichte zijde van de bodem 8 steekt verder een rok 41, die hier concentrisch is met de zijwanden 5, 7, en die met de binnenzijde van de eerste zijwand 5 een rondlopende groef 42 bepaalt, waarin de bovenrand van de houder kan worden opgenomen, 35 die dan afdichtend om de rok 41 sluit.
Door de bodem 8 steekt het aanvoerorgaan 9, dat gevormd wordt door een ononderbroken cilinderwand 10 en een eindwand 11 waarin een uitstroomopening 12 bepaald 1010643 6 is. Daarnaast is aan de buitenzijde van de cilinderwand 10 een verdelingsruimte in de vorm van een kanaal 13 uitgespaard, waarvan de functie hierna zal worden toegelicht. Voor de verbinding met de dompelbuis 33 vertoont 5 het aanvoerorgaan 9 tenslotte aan zijn onderzijde 38 een afgeschuinde, "zoekende" binnenwand 40 en een ringvormige schouder 37, waartegen de bovenrand 36 van de dompelbuis 33 kan komen te rusten.
Het doseerdeel 3 wordt gevormd door een schijf-10 vormig lichaam 14 met langs zijn omtrek een enigszins buigzame, rondlopende rok 44. Verder steekt uit de naar de houder gerichte zijde van de schijf 14 een rondlopende steunribbe 50, die bij gebruik op de bodem 8 van het basisdeel komt te rusten. Aan de van de houder afgekeerde 15 zijde steekt het doseerorgaan 15 uit, dat gevormd wordt door een cilinderwand 16 en een gesloten eindwand 23. in de cilinderwand 16 zijn op verschillende hoogten en in omtreksrichting versprongen aan aantal (in het getoonde voorbeeld een vijftal) uitstroomopeningen 17, 18, 19 en 20 60 (fig. 6) aangebracht (waarvan er overigens een niet te zien is). Verder zijn aan dezelfde zijde van het doseerdeel 3 een aantal bedienings- en positioneringsribben 20, 21 en 22 aangebracht, die samenwerken met hierna te bespreken bedieningsribben 28 van het bedieningsdeel 4.
25 De ribben 20 en 21, die de eigenlijke positioneringsribben vormen, hebben daarbij een verschillende lengte, waardoor het doseerdeel 3 dus in feite asymmetrisch is en slechts in een bepaalde stand kan samenwerken met het bedieningsdeel 4.
30 Het bedieningsdeel 4 is in hoofdzaak cilin drisch uitgevoerd, en vertoont een rechte binnenwand 25 en een over een deel van de hoogte daaromheen aangebrachte buitenwand 24, die door een ringvormige schouder 53 met de binnenwand 25 verbonden is. Ongeveer halverwege 35 deze ringvormige schouder 53 steekt een rondlopende ribbe 52 uit, die voorzien is van een uitstekende klikrand 35. Tussen de buitenwand 24 en de binnenwand 25 is een ringvormige opnameruimte 26 bepaald, waarin de zijwand 7 van 1010643 7 het basisdeel 2 opgenomen kan worden. De binnenwand 25 vertoont verder een in deze opnameruimte 26 stekende rondlopende klikrand 46, die samenwerkt met de klikrand 47 van de zijwand 7 van het basisdeel 2. Op de buitenwand 5 24 zijn bedieningsorganen aangebracht, in de vorm van ribbels 27. Tevens is aan de onderzijde van de buitenwand 24 een aanwijsorgaan 29 aangebracht, dat samenwerkt met op het ringvormig vlak 6 van het basisdeel 2 aangebrachte merktekens 30 die een aanduiding vormen voor de te dose-10 ren hoeveelheid vloeistof.
De binnenwand 25 loopt aan de van de houder afgekeerde zijde uit in een naar binnen stekende spatrand 51, waarvan de functie hierna wordt toegelicht. Vanaf de spatrand 51 verloopt de wand weer cilindrisch tot een 15 enigszins naar binnen stekende verdikking 49, die in de gesloten toestand van de doseerinrichting l samenwerkt met een rondlopende uitstulping 43 van de kap 32 ter vorming van een afdichting. Vanaf de verdikking 49 waaiert de wand dan uit tot de uitstroomopening 31. Op de 20 binnenwand 25 zijn naar binnen stekende, evenwijdige bedieningsribben 28 aangebracht, die zoals gezegd samenwerken met de bedienings- en positioneringsribben 20, 21, 22 van het doseerdeel 3. Daarbij zijn de bedieningsribben 28 in de omtreksrichting asymmetrisch over de wand 25 25 verdeeld, zodanig dat bij het samenbouwen van de doseerinrichting 1 het bedieningsdeel 4 slechts op een manier om het doseerdeel 3 geschoven kan worden.
De kap 32 tenslotte, vertoont een op de buitenwand 24 van het bedieningsdeel 4 aansluitende zijwand 54, 30 die via een in de uitstroomopening 31 van het bedieningsdeel 4 stekende omgezette rand 55 overgaat in een eind-wand 56. Ongeveer halverwege de omgezette rand 55 is de uitstulping 43 aangebracht, die een goede afdichting tussen de kap 32 en het bedieningsdeel 4 garandeert.
35 Langs de onderrand van de zijwand 54 is een naar binnen stekende klikrand 34 aangebracht, die samenwerkt met de klikrand 35 van de ribbe 52.
1010648 8
De doseerinrichting l wordt samengebouwd door de dompelbuis 33 in het basisdeel 2 te steken tot de bovenrand 36 daarvan tegen de schouder 37 rust, zodanig dat tussen deze delen een vloeistofdichte verbinding 5 wordt gevormd. Vervolgens wordt het doseerdeel 3 in het basisdeel 2 gestoken tot de ribbe 50 op de bodem 8 rust, waarbij het doseerorgaan 15 nauw passend om het aanvoer-orgaan 9 geschoven wordt, zodanig dat tussen deze beide onderdelen eveneens een vloeistofdichte verbinding ge-10 vormd wordt, maar zij nog wel ten opzichte van elkaar roteerbaar zijn. De afmetingen van het doseerorgaan 15 en de ribbe 50 zijn daarbij zo gekozen, dat tussen het eind-vlak 11 van het aanvoerorgaan 9 en het eindvlak 23 van het doseerorgaan 15 een ruimte 57 vrijgelaten wordt.
15 Dan wordt het bedieningsdeel 4 over de zijwand 7 van het basisdeel 2 geschoven tot de randen 46, 47 een klikverbinding tot stand brengen. Door de asymmetrische vorm van de ribben 20, 21, 22 op het doseerdeel 3 en de ribben 28 in het bedieningsdeel 4 kan dit slechts op een 20 manier, waardoor de onderlinge positie van de uitstroom-openingen 17, 18, 19, 60 in het doseerorgaan 15 en het aanwijsorgaan 29 op het bedieningsdeel 4 dus vastligt. Daarbij wordt de onderrand van de binnenwand 25 vastgeklemd tussen de verbrede basis 48 van de zijwand 7 en het 25 buigzame schort 44 van het doseerdeel 3. Op deze wijze " wordt een vloeistofdichte verbinding gevormd tussen het bedieningsdeel 4 en het doseerdeel 3, zodanig dat deze beide onderdelen een doseerhouder 58 bepalen, met als bodem 45 de bovenzijde van het schijfvormig lichaam 14 30 van het doseerdeel 3 en als wand de binnenwand 25 van het bedieningsdeel 4. De zo gevormde doseerhouder 58 wordt dan afgesloten door het aanbrengen en vastklikken van de kap 32. Daarna kan de doseerinrichting 1 op een met vloeistof gevulde houder geschroefd worden, waarbij een 35 luchtdichte verbinding gevormd wordt.
De werking van de doseerinrichting 1 is nu als volgt. Wanneer het gewenst is een bepaalde hoeveelheid van het fluïdum (de vloeistof) uit de houder af te geven 1010648 9 wordt eerst het bedieningsdeel 4 ten opzichte van het basisdeel 2 geroteerd tot het aanwijsorgaan 29 bij het merkteken 30 staat dat overeenkomt met de gewenste vloeistof hoeveelheid. Door de ingrijping tussen de bedienings-5 ribben 28 en de bedienings- en positioneringsribben 20, 21, 22 wordt het doseerdeel 3 meegenomen bij de rotatie-beweging van het bedieningsdeel 4. Hierdoor verandert de stand van de uitstroomopeningen 17, 18, 19, 60 van het doseerorgaan 15 ten opzichte van het verdelingskanaal 13 10 in de wand van het aanvoerorgaan 9. Wanneer de gewenste stand van het bedieningsdeel 4 bereikt is, staat die uit-stroomopening die overeenkomt met de gewenste vloeistof -hoeveelheid (in fig. 6 de uitstroomopening 60) precies in register met het verdelingskanaal 13, terwijl de andere 15 uitstroomopeningen 17, 18, 19 afgesloten worden door de cilinderwand 10 van het aanvoerorgaan 9.
Wordt nu de houder ingeknepen, dan wordt vloeistof vanuit de houder omhoog gestuwd door de dompelbuis 33 naar de uitstroomopening 12 in het eindvlak 11 van het 20 aanvoerorgaan 9, en stroomt vandaar via de ruimte 57, het verdelingskanaal 13 en de uitstroomopening 60 in de doseerhouder 58, zoals weergegeven door de pijl F. De vloeistof zal vanuit de uitstroomopening 60 met kracht tegen de binnenwand 25 spuiten. Door de aanwezigheid van 25 de spatrand 51 wordt voorkomen dat de vloeistof daarbij aan de bovenzijde uit de doseerhouder 58 spat. De houder moet voor een juiste dosering overigens zover ingeknepen worden, dat de vloeistof in de doseerhouder 58 tot boven de betreffende uitstroomopening 60 stijgt. Wanneer ver-30 volgens de houder losgelaten wordt, zal deze proberen zijn oorspronkelijke vorm aan te nemen. Daarbij wordt in de houder een onderdruk gecreëerd, waardoor de vloeistof vanuit de doseerhouder 58 via de uitstroomopening 19, het kanaal 13, de ruimte 57, de opening 12 en de buis 33 weer 35 teruggezogen wordt. Dit terugzuigen vindt plaats tot het vloeistofniveau L in de doseerhouder 58 zover gezakt is dat dit gelijk staat met de uitstroomopening 60. Vanaf dat moment kan immers lucht binnendringen in de uit- 1010643 10 stroomopening 19 en vandaar in de houder gezogen worden. De dan in de doseerhouder 58 overgebleven vloeistof vormt de gewenste dosis, en kan via de uitstroomopening 31 worden afgegeven of uitgeschonken.
5 Door het verdraaien van het bedieningsdeel 4 naar een andere stand kan een andere uitstroomopening van het doseerorgaan 15 met het verdelingskanaal 13 in register worden gebracht. Omdat de uitstroomopeningen 17, 18, 19, 60 op verschillende hoogten in het doseerorgaan 15 10 zijn aangebracht, wordt dan dus bij een ander vloeistofniveau lucht aangezogen. Het bedieningsdeel 4 en het doseerorgaan 15 kunnen ook verdraaid worden naar een stand waarbij geen van de uitstroomopeningen 17, 18, 19, 60 met het kanaal 13 in register staat, waardoor de 15 doseerinrichting 1 wordt afgesloten. Het aanwijsorgaan 29 staat dan bij het merkteken "0". Ter beveiliging van de inhoud van de houder kan dan nog de kap 32 op het bedieningsdeel 4 worden bevestigd.
Hoewel de hiervoor beschreven doseerinrichting 20 1 geschikt is voor het op snelle en eenvoudige wijze doseren van uiteenlopende hoeveelheden fluïdum, en daarnaast eenvoudiger te vervaardigen is en beter functioneert dan de bekende doseerinrichtingen van dit type, wordt bij voorkeur een andere uitvoering toegepast, die 25 functioneel hetzelfde is, maar minder afzonderlijke onderdelen vertoont, en dus nog eenvoudiger te vervaardigen is. Bij de nu volgende beschrijving van deze voorkeursuitvoering worden onderdelen die op dezelfde wijze functioneren als daarmee overeenkomende onderdelen van de 30 eerste uitvoering aangeduid met hetzelfde verwijzingscij-fer, verhoogd met 100. Verder zal van een gedetailleerde beschrijving van dergelijke overeenkomstige onderdelen worden afgezien.
De voorkeursuitvoering van de doseerinrichting 35 101 (fig. 7, 8) onderscheidt zich van de eerste uitvoering doordat het basisdeel 102 en het doseerorgaan 115 (fig. 9, 10) enerzijds, en het bedieningsdeel 104 en het aanvoerorgaan 109 (fig. 11) anderzijds telkens als één 1010643 11 geheel zijn gevormd. De beide samenstellende delen 102, 115 en 104, 109 zijn daarbij elk voorzien van een klik-rand 147, respectievelijk 146, waardoor zij fluïdumdicht aan elkaar bevestigd kunnen worden. Daarbij is het bedie-5 ningsdeel 104 nog voorzien van een rondlopende, buigzame rok 144 (fig. 12), die nauw passend om de bovenzijde van de zijwand 107 van het basisdeel 102 sluit, en zo een afdichting vormt tussen deze beide delen.
Het bedieningsdeel 104 vertoont bij deze uit-10 voering verder een gesloten eindwand 156, waarin de uit-stroomopening 131 is opgenomen. De eindwand 156 begrenst dus met de zijwand 125 en de bodem 145 een alzijdig gesloten doseerhouder 158. Aan de eindwand 156 is ook het aanvoerorgaan 109 bevestigd, dat dus hier vanaf de open 15 bovenzijde in het doseerorgaan 115 steekt.
Voor een optimale beveiliging van de inhoud van de fluïdumhouder is bij deze uitvoering van de doseerin-richting 101 voorzien is een afsluitorgaan of kap 132, waardoor de uitstroomopening 131 automatisch wordt afge-20 sloten wanneer het doseerorgaan 115 en het aanvoerorgaan 109 zodanig ten opzichte van elkaar verdraaid zijn dat geen van de (in het getoonde voorbeeld vijf) uitstroom-openingen van het doseerorgaan 115 met het kanaal 113 in register staat. Het afsluitorgaan 132 wordt gevormd door 25 een schijfvormig einddeel 160 van het doseerorgaan 115, dat voorzien is van een aantal openingen 161, die overeenkomen met de uitstroomopeningen van het doseerorgaan 115 en zodanig gepositioneerd zijn dat zij met de uitstroomopening 131 in de eindwand 156 in register liggen 30 wanneer de bijbehorende uitstroomopening van het doseerorgaan 115 met het kanaal 113 van het aanvoerorgaan 109 in register ligt (fig. 12A). Verder vertoont het schijfvormig einddeel een gesloten segment met plaatselijk een verdikking 143, die als extra afdichting fungeert wanneer 35 er geen uitstroomopening van het doseerorgaan 115 tegenover het kanaal 113 gelegen is (fig. 12B). Door het verdraaien van het bedieningsdeel 104 ten opzichte van het basisdeel 102 wordt dus telkens een uitstroomopening van 1010643 12 het doseerorgaan 115 met het kanaal 113 in register gebracht, waardoor een fluïdumverbinding gevormd wordt tussen de houder met het fluïdum en de doseerhouder 158, en tegelijkertijd een opening 161 van het afsluitorgaan 5 in register gebracht met de uitstroomopening 131 van de doseerhouder, zodat de gedoseerde hoeveelheid fluïdum ook afgegeven kan worden.
Hoewel de uitvinding hiervoor is toegelicht aan de hand van een aantal voorbeelden, zal het duidelijk 10 zijn dat deze daartoe niet beperkt is. Zo zou bijvoorbeeld het geïntegreerde afsluitorgaan 132 kunnen worden vervangen door een losneembare dop op de uitstroomopening 131. Verder zouden de afzonderlijke uitstroomopeningen in het doseerorgaan vervangen kunnen worden door een doorlo-15 pende, spiraalvormige opening. Ook zou het kanaal in de wand van het aanvoerorgaan spiraalvormig uitgevoerd kunnen worden, waardoor de openingen in het doseerorgaan recht boven elkaar aangebracht zouden kunnen worden. Verder zouden de positie van het aanvoerorgaan en doseer-20 orgaan enerzijds, en de doseerhouder anderzijds verwisseld kunnen worden, waardoor een cilindrische doseerhouder zou worden gevormd, omgeven door een doseerwand met uitstroomopeningen en een daaromheen aangebracht, ringvormig aanvoerorgaan. Ook andere aanpassingen en wijzi-25 gingen zijn denkbaar binnen het kader van de uitvinding. De omvang van de uitvinding wordt dan ook uitsluitend bepaald door de bijgevoegde conclusies.
1010643

Claims (11)

1. Inrichting voor het gedoseerd afgeven van een hoeveelheid fluïdum uit een houder, omvattende een aanvoerorgaan dat in fluïdumverbinding staat met de houder en ten minste één uitstroomopening vertoont, een 5 fluïdumdicht met het aanvoerorgaan verbonden doseerorgaan met ten minste één in een doseerhouder uitmondende uitstroomopening, waarbij het aanvoerorgaan en het doseerorgaan ten opzichte van elkaar beweegbaar zijn voor het bepalen van verschillende doses, met het kenmerk, dat het 10 aanvoerorgaan en het doseerorgaan in hoofdzaak cilindrisch zijn, en het aanvoerorgaan een eindvlak met daarin de of elke uitstroomopening en een ononderbroken cilin-derwand vertoont.
2. Inrichting volgens conclusie 1, met het 15 kenmerk, dat het aanvoerorgaan aan de buitenzijde ten minste één met de of elke uitstroomopening in fluïdumver-binding staande verdelingsruimte vertoont.
3. Inrichting volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat de verdelingsruimte de gedaante heeft van 20 een in de cilinderwand uitgespaard kanaal.
4. Inrichting volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat het kanaal zich over nagenoeg de volledige lengte van het aanvoerorgaan uitstrekt.
5. Inrichting volgens één der voorgaande con-25 clusies, met het kenmerk, dat het doseerorgaan meerdere over zijn lengte verdeeld in de cilinderwand aangebrachte uitstroomopeningen vertoont.
6. Inrichting volgens conclusie 5, met het kenmerk, dat het aanvoerorgaan en het doseerorgaan ten 30 opzichte van elkaar roteerbaar zijn, en de uitstroomopeningen in omtreksrichting verdeeld in de cilinderwand van het doseerorgaan zijn aangebracht.
7. Inrichting volgens één der voorgaande conclusies of volgens de aanhef van conclusie 1, met het 35 kenmerk, dat het doseerorgaan met een bodem en het aan- 1010643 voerorgaan met een zijwand van de doseerhouder verbonden is .
8. Inrichting volgens conclusie 7, met het kenmerk, dat het doseerorgaan als één geheel met de bodem 5 van de doseerhouder gevormd is.
9. Inrichting volgens conclusie 7 of 8, met het kenmerk, dat het aanvoerorgaan als één geheel met de zijwand van de doseerhouder gevormd is.
10. Inrichting volgens één der conclusies 7 tot 10 9, met het kenmerk, dat de doseerhouder alzijdig gesloten is en ten minste één afsluitbare uitstroomopening vertoont .
11. Inrichting volgens conclusie 10, gekenmerkt door met het doseerorgaan verbonden middelen voor het 15 afsluiten van de of elke uitstroomopening. 1010643
NL1010643A 1998-11-25 1998-11-25 Doseerinrichting voor een fluïdum. NL1010643C2 (nl)

Priority Applications (3)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1010643A NL1010643C2 (nl) 1998-11-25 1998-11-25 Doseerinrichting voor een fluïdum.
AU11904/00A AU1190400A (en) 1998-11-25 1999-11-09 Fluid dispensing device
PCT/NL1999/000686 WO2000031506A1 (en) 1998-11-25 1999-11-09 Fluid dispensing device

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1010643A NL1010643C2 (nl) 1998-11-25 1998-11-25 Doseerinrichting voor een fluïdum.
NL1010643 1998-11-25

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL1010643C2 true NL1010643C2 (nl) 2000-05-26

Family

ID=19768197

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1010643A NL1010643C2 (nl) 1998-11-25 1998-11-25 Doseerinrichting voor een fluïdum.

Country Status (3)

Country Link
AU (1) AU1190400A (nl)
NL (1) NL1010643C2 (nl)
WO (1) WO2000031506A1 (nl)

Families Citing this family (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
CA2682888A1 (en) * 2007-04-06 2008-10-16 Transform Pharmaceuticals, Inc. Systems and methods for delivering a fluid drug

Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE2752669A1 (de) * 1977-11-25 1979-05-31 Henkel Kgaa Dosierer fuer fluessigkeiten
GB2183217A (en) * 1985-11-14 1987-06-03 Merck & Co Inc Dosage device
DE4333636A1 (de) * 1993-10-02 1995-04-06 Wilken Josef Dipl Ing Fh Verschluß zur dosierten Abgabe von Flüssigkeit

Patent Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE2752669A1 (de) * 1977-11-25 1979-05-31 Henkel Kgaa Dosierer fuer fluessigkeiten
GB2183217A (en) * 1985-11-14 1987-06-03 Merck & Co Inc Dosage device
DE4333636A1 (de) * 1993-10-02 1995-04-06 Wilken Josef Dipl Ing Fh Verschluß zur dosierten Abgabe von Flüssigkeit

Also Published As

Publication number Publication date
WO2000031506A1 (en) 2000-06-02
AU1190400A (en) 2000-06-13

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US4666065A (en) Liquid measuring and pouring device
FI76538C (fi) Foerbaettrad, foer vaetskor avsedd foerpackning.
US6186367B1 (en) Metered liquid squeeze dispenser
CN101379374B (zh) 用于流体的剂量分配装置
CA2064905C (en) Device for dispensing flowing substances
US4143794A (en) Fluid dispensing device
US8499968B2 (en) System and method for liquid measuring dispenser
US9625299B2 (en) Adjustable dosing cap
US11415448B2 (en) Dosing timer and dispensers using the same
US20060108377A1 (en) Metered dose squeeze dispenser
SK10582002A3 (sk) Zariadenie na prívod mydlového roztoku do dávkovača
US7222755B2 (en) Metered dose squeeze dispenser with flexible-T dip tube
US7331489B2 (en) Metered dose squeeze dispenser having a dip tube with a rotatable leg
JP4176983B2 (ja) 定量注出容器
NL1010643C2 (nl) Doseerinrichting voor een fluïdum.
US7467735B2 (en) Proportioning container
NL1011477C2 (nl) Doseerinrichting voor een fluïdum.
US7549816B2 (en) Metered dose squeeze dispenser with brush
JPH0213314Y2 (nl)
JPH0411971Y2 (nl)
JPH0720039Y2 (ja) 定量排出中栓
HK1127804A (en) Dosing device for a fluid
CN117864610A (zh) 一种液体分配装置和包括其的容器
BR102021002068A2 (pt) Tampa gotejadora
WO2006030471A2 (en) Metred fluid dispensing device

Legal Events

Date Code Title Description
PD2B A search report has been drawn up
VD1 Lapsed due to non-payment of the annual fee

Effective date: 20030601