NL2008104C2 - Gietbouwdoos. - Google Patents
Gietbouwdoos. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2008104C2 NL2008104C2 NL2008104A NL2008104A NL2008104C2 NL 2008104 C2 NL2008104 C2 NL 2008104C2 NL 2008104 A NL2008104 A NL 2008104A NL 2008104 A NL2008104 A NL 2008104A NL 2008104 C2 NL2008104 C2 NL 2008104C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- housing
- casting
- locking
- cover
- lid
- Prior art date
Links
- 238000005266 casting Methods 0.000 claims description 51
- 238000009434 installation Methods 0.000 claims description 38
- 238000009415 formwork Methods 0.000 claims description 27
- 230000008878 coupling Effects 0.000 claims description 20
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 claims description 20
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 claims description 20
- 239000000463 material Substances 0.000 claims description 14
- 238000010276 construction Methods 0.000 claims description 13
- 238000000034 method Methods 0.000 claims description 12
- 238000010616 electrical installation Methods 0.000 claims description 7
- 230000000295 complement effect Effects 0.000 claims description 4
- 229920002457 flexible plastic Polymers 0.000 claims description 3
- 238000000465 moulding Methods 0.000 claims 3
- 230000002093 peripheral effect Effects 0.000 description 5
- 229920003023 plastic Polymers 0.000 description 4
- 239000004033 plastic Substances 0.000 description 4
- 239000000853 adhesive Substances 0.000 description 3
- 230000001070 adhesive effect Effects 0.000 description 3
- 238000005192 partition Methods 0.000 description 3
- 238000005452 bending Methods 0.000 description 2
- 239000003292 glue Substances 0.000 description 2
- 238000001746 injection moulding Methods 0.000 description 2
- 230000000149 penetrating effect Effects 0.000 description 2
- 239000004743 Polypropylene Substances 0.000 description 1
- 238000005352 clarification Methods 0.000 description 1
- 238000005336 cracking Methods 0.000 description 1
- 238000009429 electrical wiring Methods 0.000 description 1
- 238000002347 injection Methods 0.000 description 1
- 239000007924 injection Substances 0.000 description 1
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 description 1
- -1 polypropylene Polymers 0.000 description 1
- 229920001155 polypropylene Polymers 0.000 description 1
- 238000002360 preparation method Methods 0.000 description 1
- 230000000630 rising effect Effects 0.000 description 1
Classifications
-
- H—ELECTRICITY
- H02—GENERATION; CONVERSION OR DISTRIBUTION OF ELECTRIC POWER
- H02G—INSTALLATION OF ELECTRIC CABLES OR LINES, OR OF COMBINED OPTICAL AND ELECTRIC CABLES OR LINES
- H02G3/00—Installations of electric cables or lines or protective tubing therefor in or on buildings, equivalent structures or vehicles
- H02G3/02—Details
- H02G3/08—Distribution boxes; Connection or junction boxes
- H02G3/12—Distribution boxes; Connection or junction boxes for flush mounting
- H02G3/121—Distribution boxes; Connection or junction boxes for flush mounting in plain walls
-
- H—ELECTRICITY
- H02—GENERATION; CONVERSION OR DISTRIBUTION OF ELECTRIC POWER
- H02G—INSTALLATION OF ELECTRIC CABLES OR LINES, OR OF COMBINED OPTICAL AND ELECTRIC CABLES OR LINES
- H02G3/00—Installations of electric cables or lines or protective tubing therefor in or on buildings, equivalent structures or vehicles
- H02G3/02—Details
- H02G3/08—Distribution boxes; Connection or junction boxes
- H02G3/14—Fastening of cover or lid to box
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Architecture (AREA)
- Civil Engineering (AREA)
- Structural Engineering (AREA)
- Connection Or Junction Boxes (AREA)
- Casings For Electric Apparatus (AREA)
Description
NLP190444A
Gietbouwdoos
ACHTERGROND VAN DE UITVINDING
De uitvinding heeft betrekking op een gietbouwdoos voor gebruik in de gietbouw.
5 Bij gietbouw worden muurdelen of plafonddelen gevormd door middel van het storten van beton tussen bekis-tingswanden of in een bak van bekistingswanden. Voorafgaand aan het storten worden gietbouwdozen en buizen die de giet-bouwdozen met elkaar verbinden tussen de bekistingswanden 10 aangebracht. Op deze wijze kan tijdens het storten van het beton ruimte in het beton worden vrijgehouden voor het aanbrengen van elektrisch installatiemateriaal. Bekende gietbouwdozen omvatten een behuizing met een bodemwand en een omtrekswand die gezamenlijk een inbouwruimte voor in-15 stallatiemateriaal bepalen. De omtrekswand is voorzien van een installatierand die een primaire opening van de behuizing begrenst. De bekende gietbouwdozen omvatten een deksel dat klemmend binnen de omtrekswand van de behuizing past en de primaire opening van de behuizing afsluit. Het aanbrengen 20 van de bekende gietbouwdozen tussen de bekistingswanden omvat de volgende stappen. Het deksel wordt met schroeven, lijm of pennen tegen een van de bekistingswanden vastgezet. De behuizing wordt op het deksel geschoven, waarbij de installatierand naar de bekistingswand gekeerd is zodat na 2 het verwijderen van de bekistingswand het installatiemateri-aal op de installatierand kan worden vastgezet. Vervolgens kan het beton gestort worden.
Tijdens het storten van het beton oefent de beton-5 stroom krachten uit op de behuizing. De klemkracht tussen de behuizing en het deksel is niet altijd voldoende om te voorkomen dat de behuizing van het deksel afschuift, met als gevolg dat de inbouwruimte van de behuizing volloopt met beton of dat de behuizing meegevoerd wordt met de beton-10 stroom.
Een doel van de uitvinding is een gietbouwdoos te verschaffen die met zekerheid kan worden vastgezet op een bekistingswand.
15
SAMENVATTING VAN DE UITVINDING
De uitvinding verschaft vanuit een eerste aspect een gietbouwdoos voor de opbouw van elektrische installa-20 ties, omvattend een behuizing en een deksel dat in geplaatste toestand op de behuizing aansluit, waarbij de behuizing een bodemwand en een van de bodemwand opstaande omtrekswand met een dooshartlijn omvat, waarbij de bodemwand en de omtrekswand gezamenlijk een inbouwruimte begrenzen voor 25 opname van installatiemateriaal, waarbij de omtrekswand een van de bodemwand afgekeerde, omlopende installatierand omvat die een primaire opening van de behuizing begrenst, waarbij het deksel complementair is gevormd aan de primaire opening en de primaire opening in geplaatste toestand in hoofdzaak 30 volledig afsluit, waarbij de gietbouwdoos is voorzien van een eerste borgdeel dat ten opzichte van de behuizing tussen een eerste stand en een tweede stand beweegbaar is, waarbij het eerste borgdeel in de eerste stand een translerende aanbrengbeweging van de behuizing ten opzichte van het 35 deksel evenwijdig aan de dooshartlijn toelaat en waarbij het eerste borgdeel in de tweede stand de behuizing aan het deksel koppelt en de behuizing ten opzichte van het deksel 3 vastzet tegen translatie evenwijdig aan de dooshartlijn.
De koppeling tussen de behuizing en het deksel kan tegengaan dat de behuizing tijdens het gieten van beton tengevolge van de krachten die de betonstroom uitoefent op 5 de behuizing loskomt van het deksel. Hiermee kan worden voorkomen dat de inbouwruimte van de behuizing volloopt met beton of dat de behuizing wordt meegevoerd met de betonstroom.
In een uitvoeringsvorm is de beweging van het 10 eerste borgdeel tussen de eerste stand en de tweede stand een rotatiebeweging. Door de rotatiebeweging kan het eerste borgdeel als rond een scharnier roteren en aangrijpen op het deksel.
In een uitvoeringsvorm strekt de rotatiehartlijn 15 van de rotatiebeweging zich evenwijdig uit aan de bodemwand van de behuizing. Het eerste borgdeel kan daardoor roteren tussen de eerste stand evenwijdig aan de bodemwand en de tweede stand evenwijdig aan de omtrekswand.
In een uitvoeringsvorm komt de rotatiebeweging tot 2 0 stand door een rotatieverbinding die is gelegen in de rotatiehartlijn. De rotatieverbinding kan het eerste borgdeel koppelen aan het deksel of de behuizing en een rotatiebeweging ten opzichte daarvan toestaan.
In een uitvoeringsvorm is de rotatieverbinding een 25 flexibele kunststofverbinding, bij voorkeur een filmschar-nier. Door gebruik te maken van een flexibele kunststofverbinding kan het eerste borgdeel aangevormd worden aan het deksel of de behuizing.
In een uitvoeringsvorm verbindt de rotatieverbin-30 ding de behuizing en het eerste borgdeel met elkaar.
In een uitvoeringsvorm is het eerste borgdeel door de rotatieverbinding aan de buitenzijde van de omtrekswand met de behuizing verbonden. Het eerste borgdeel kan ten opzichte van de behuizing roteren en koppelt in de tweede 35 stand de behuizing met het deksel.
In een uitvoeringsvorm is het eerste borgdeel in de eerste stand op afstand gelegen van het deksel. De af- 4 stand tussen het eerste borgdeel en het deksel kan het bewegen van de behuizing in ten opzichte van het deksel in een translatie evenwijdig aan de dooshartlijn toestaan.
In een uitvoeringsvorm is het deksel voorzien van 5 een eerste borglip, waarbij het eerste borgdeel is voorzien van een eerste borgopening die in de tweede stand van het eerste borgdeel de eerste borglip opneemt. De opname van de eerste borglip in de eerste borgopening van het eerste borgdeel kan een borging bewerkstelligen tussen het eerste 10 borgdeel en de eerste borglip.
In een uitvoeringsvorm strekt de eerste borglip zich evenwijdig aan de dooshartlijn beschouwd buiten de omtrek van de omtrekswand uit. Het eerste borgdeel kan daardoor buiten de omtrek van de omtrekswand aangrijpen op 15 de eerste borglip.
In een uitvoeringsvorm sluit de eerste borgopening de eerste borglip evenwijdig aan de dooshartlijn beschouwd op. Door de opsluiting van de eerste borglip kan een translatie van de behuizing ten opzichte van het deksel evenwij-20 dig aan de dooshartlijn worden tegengegaan.
In een uitvoeringsvorm is de eerste borglip voorzien van een eerste borgnok die in de tweede stand van het eerste borgdeel vanaf de omtrekswand beschouwd achter het eerste borgdeel haakt. De eerste borgnok kan het terugkeren 25 van het eerste borgdeel vanuit de tweede stand naar de eerste stand tegengaan, waardoor kan worden voorkomen dat de koppeling tussen het deksel en de behuizing onbedoeld losschiet .
In een uitvoeringsvorm sluit het deksel, wanneer 30 de behuizing door het eerste borgdeel aan het deksel gekoppeld is, de primaire opening van de behuizing in hoofdzaak af. Hiermee kan worden tegengegaan dat beton tijdens het storten tot in de inbouwruimte van de behuizing doordringt.
In een uitvoeringsvorm is de gietbouwdoos voorzien 35 van een streefbreukverbinding ter plaatse van de koppeling tussen de behuizing en het deksel. De streefbreukverbinding kan toelaten dat de koppeling tussen de behuizing en het 5 deksel bij het uitoefenen van voldoende kracht in de trans-latierichting wordt opgeheven, zodat de behuizing en het deksel ten opzichte van elkaar in een translatierichting evenwijdig aan de dooshartlijn kunnen bewegen.
5 In een uitvoeringsvorm is de gietbouwdoos voorzien van een tweede borgdeel met dezelfde kenmerken als het eerste borgdeel, waarbij het tweede borgdeel ten opzichte van de omtrekswand diametraal tegenover het eerste borgdeel gelegen is. Het tweede borgdeel kan een aanvullende, tweede 10 koppeling tot stand brengen tussen het deksel en de behuizing, waardoor de zekerheid dat de behuizing en het deksel tijdens het storten van het beton met elkaar gekoppeld blijven, vergroot kan worden.
In een uitvoeringsvorm is het deksel voorzien van 15 een tweede borglip met dezelfde kenmerken als de eerste borglip, waarbij de tweede borglip ten opzichte van de omtrekswand diametraal tegenover de eerste borglip gelegen is. Door de aanwezigheid van de tweede borglip kan het tweede borgdeel op dezelfde wijze als de borging tussen het 20 eerste borgdeel en de eerste borglip met de tweede borglip geborgd worden.
In een uitvoeringsvorm is het deksel voorzien van bevestigingsplaatsen voor het vastzetten van het deksel aan een bekistingswand. Doordat het deksel kan worden vastgezet 25 aan de bekistingswand, kan de positie van het deksel en de daarmee gekoppelde behuizing bepaald worden.
De uitvinding verschaft vanuit een tweede aspect een werkwijze voor het opnemen van een gietbouwdoos in een gietbouwmuur, gietbouwvloer of een gietbouwplafond voor de 30 opbouw van elektrische installaties, waarbij de gietbouwdoos een behuizing omvat en een deksel dat in geplaatste toestand op de behuizing aansluit, waarbij de behuizing een bodemwand en een van de bodemwand opstaande omtrekswand met een dooshartlijn omvat, waarbij de bodemwand en de omtrekswand 35 gezamenlijk een inbouwruimte begrenzen voor opname van installatiemateriaal, waarbij de omtrekswand een van de bodemwand afgekeerde, omlopende installatierand omvat die 6 een primaire opening van de behuizing begrenst, waarbij het deksel complementair is gevormd aan de primaire opening en de primaire opening in geplaatste toestand in hoofdzaak volledig afsluit, waarbij de gietbouwdoos is voorzien van 5 een eerste borgdeel dat ten opzichte van de behuizing tussen een eerste stand en een tweede stand beweegbaar is, waarbij het eerste borgdeel in de eerste stand een translerende aanbrengbeweging van de behuizing ten opzichte van het deksel evenwijdig aan de dooshartlijn toelaat en waarbij het 10 eerste borgdeel in de tweede stand de behuizing aan het deksel koppelt en de behuizing ten opzichte van het deksel vastzet tegen translatie evenwijdig aan de dooshartlijn, waarbij de werkwijze de stappen omvat van het plaatsen van bekistingswanden voor het vormen van een gietmal voor de 15 gietbouwmuur, de gietbouwvloer of het gietbouwplafond, het vastzetten van het deksel tegen één van de bekistingswanden, het in een richting evenwijdig aan de dooshartlijn aansluitend plaatsen van de behuizing op het deksel, het roteren van het eerste borgdeel vanaf de eerste stand tot in de 20 tweede stand en het daarmee tot stand brengen van de koppeling tussen de behuizing en het deksel en het storten van het beton.
De koppeling tussen de behuizing en het deksel kan tegengaan dat de behuizing tijdens het gieten van beton 25 tengevolge van de krachten die de betonstroom uitoefent op de behuizing loskomt van het deksel. Hiermee kan worden voorkomen dat de inbouwruimte van de behuizing volloopt met beton of dat de behuizing wordt meegevoerd met de betonstroom.
30 In een uitvoeringsvorm is de gietbouwdoos voorzien van een tweede borgdeel met dezelfde kenmerken als het eerste borgdeel, waarbij het tweede borgdeel ten opzichte van de omtrekswand diametraal tegenover het eerste borgdeel gelegen is, waarbij de werkwijze voorafgaande aan de stap 35 van het storten van het beton verder de stap omvat van het roteren van het tweede borgdeel vanaf de eerste stand tot in de tweede stand en het daarmee tot stand brengen van een 7 aanvullende koppeling tussen de behuizing en het deksel. De aanvullende tweede koppeling tussen het deksel en de behuizing kan de zekerheid dat de behuizing en het deksel tijdens het storten van het beton met elkaar gekoppeld blijven 5 vergroten.
In een uitvoeringsvorm is de gietbouwdoos voorzien van een streefbreukverbinding ter plaatse van de koppeling tussen de behuizing en het deksel, waarbij de werkwijze verder de stappen omvat van het verwijderen van de bekis-10 tingswanden, het uitoefenen van voldoende kracht op de streefbreukverbinding teneinde deze te breken, waarbij de koppeling tussen de behuizing en het deksel is opgeheven, en het verwijderen van het deksel. Door het verwijderen van het deksel wordt de inbouwruimte van de behuizing vrijgegeven en 15 kan daarin installatiemateriaal worden aangebracht.
De in deze beschrijving en conclusies van de aanvrage beschreven en/of de in de tekeningen van deze aanvrage getoonde aspecten en maatregelen kunnen waar mogelijk ook afzonderlijk van elkaar worden toegepast. Die 20 afzonderlijke aspecten kunnen onderwerp zijn van daarop gerichte afgesplitste octrooiaanvragen. Dit geldt in het bijzonder voor de maatregelen en aspecten welke op zich zijn beschreven in de volgconclusies.
25
KORTE BESCHRIJVING VAN DE TEKENINGEN
De uitvinding zal worden toegelicht aan de hand van een aantal in de bij gevoegde schematische tekeningen 30 weergegeven voorbeelduitvoeringen. Getoond wordt in: figuur 1 een isometrisch aanzicht van een giet bouwdoos met een behuizing en een deksel volgens een uitvoeringsvorm van de uitvinding; figuur 2 een aanzicht in dwarsdoorsnede van de 35 gietbouwdoos volgens de lijn II-II in figuur 1, waarbij de behuizing op het deksel is geschoven; en figuur 3 een aanzicht in dwarsdoorsnede van de 8 gietbouwdoos volgens figuur 2, waarbij de behuizing en het deksel met elkaar gekoppeld zijn.
5 GEDETAILLEERDE BESCHRIJVING VAN DE TEKENINGEN
Figuren 1-3 tonen een betondoos of gietbouwdoos 1 voor gebruik in de gietbouw volgens een uitvoeringsvorm van de uitvinding. De gietbouwdoos 1 omvat een behuizing 2 en 10 een deksel 4 dat in geplaatste toestand de behuizing 2 afsluit. De behuizing 2 en het deksel 4 zijn door spuitgie-ten vervaardigd van een geschikte kunststof, bijvoorbeeld polypropyleen. Het deksel 4 is op een nader te beschrijven wijze ingericht om met de van de behuizing 2 afgekeerde 15 zijde te worden aangebracht op een bekistingswand.
De behuizing 2 omvat een in hoofdzaak vierkante bodemwand 20 en een van de bodemwand 20 opstaande omtreks-wand 21 met een dooshartlijn S. De bodemwand 20 en de om-trekswand 21 begrenzen gezamenlijk een inbouwruimte H. De 20 omtrekswand 21 bezit een van de bodemwand 20 afgekeerde, omlopende installatierand 22 die een primaire opening van de behuizing 2 bepaalt. De installatierand 22 is aan twee diametraal tegenover elkaar gelegen rechte zijden van de omtrekwand 21 voorzien van uitsparingen 26, 27 voor het 25 daarin op een nader te beschrijven wijze opnemen van het deksel 4. De behuizing 2 omvat verder twee groepen cirkelronde uitbreekschotten 23 voor het opnemen van verder niet getoonde starre kunststof installatiebuizen, gekartelde flexibele installatiebuizen of kanalen ten behoeve van de 30 doorvoer van elektrische bedradingen naar de inbouwholte H en twee groepen rechthoekige uitbreekschotten 24 voor het onderling koppelen van naast elkaar geplaatste gietbouwdozen 1. Na het uitbreken van de cirkelronde uitbreekschotten 23 blijft er in de ontstane opening een borgrand 29 achter 35 waaraan de kartels of ribbels van een gekartelde installa-tiebuis geborgd kunnen worden.
De behuizing 2 is voorts voorzien van een star 9 eerste borgdeel 31 en een star tweede borgdeel 32 met een in hoofdzaak rechthoekig, plaatvormig hoofdvlak. Het eerste borgdeel 31 en het tweede borgdeel 32 omvatten in het hoofdvlak respectievelijk een eerste borgopening 33 en een tweede 5 borgopening 34. De borgopeningen 33, 34 zijn gevormd als smalle, rechthoekige sleuven die zich in de langsrichting beschouwd evenwijdig uitstrekken aan de nabijgelegen om-trekswand 21. De eerste borgopening 33 en de tweede borgopening 34 worden aan de zijden die in de figuren 1 en 2 het 10 verst van de omtrekswand 21 gelegen zijn begrensd door respectievelijk een eerste schuin oploopvlak 35 en een tweede schuin oploopvlak 36.
De borgdelen 31, 32 zijn via rotatieverbindingen in de vorm van filmscharnieren 25 aangevormd aan twee diame-15 traal tegenover elkaar gelegen rechte zijden van de omtrekswand 21. In dit voorbeeld is het kunststofmateriaal ter plaatse van de filmscharnieren 25 zodanig dun dat het kunststofmateriaal meerdere malen een verbuiging van de filmscharnieren 25 en een rotatie van de aan de f ilmscharnieren 2 0 25 verbonden borgdelen 31, 32 over een hoek van ongeveer negentig graden toelaat. De verbuiging vindt bij elk van de filmscharnieren 25 plaats rond een rotatiehartlijn R die zich evenwijdig aan de bodemwand 20 uitstrekt. Het zal voor de vakman duidelijk zijn dat de f ilmscharnieren 25 ook tot 25 stand kunnen komen door losse scharnierdelen die met behulp van een as roteerbaar gekoppeld zijn. Het voordeel van het aanvormen van de borgdelen 31, 32 is dat de borgdelen 31, 32, de f ilmscharnieren 25 en de behuizing 2 uit een stuk vervaardigd kunnen worden.
30 Zoals in de figuren 2 en 3 is weergegeven zijn de filmscharnieren 25 in dit voorbeeld op twee plaatsen voorzien van vulnokken 28, die het resultaat zijn van in de spuitgietmal aangebrachte vulkanalen voor het vullen van de filmscharnieren 25 tijdens het spuitgietproces. De vulnokken 35 28 buigen mee met het filmscharnier 25 of scheuren af en blijven achter op de behuizing 2.
Het eerste borgdeel 31 en het tweede borgdeel 32 10 zijn roteerbaar in respectievelijk een heen- en weergaande eerste rotatierichting A en een heen- en weergaande tweede rotatierichting B tussen een eerste stand en een tweede stand. In de figuren 1 en 2 zijn de borgdelen 31, 32 in de 5 eerste stand weergegeven waarbij het hoofdvlak van de borgdelen 31, 32 zich dwars op de omtrekswand 21 en evenwijdig aan de bodemwand 20 uitstrekt. In figuur 3 zijn de borgdelen 31, 32 in de tweede stand weergegeven waarbij het hoofdvlak van de borgdelen 31, 32 zich evenwijdig aan de omtrekswand 10 21 uitstrekt. Ter verduidelijking is de tweede stand van de borgdelen 31, 32 tevens in figuur 1 met onderbroken lijnen weergegeven. De borgopeningen 33, 34 van de borgdelen 31, 32 zijn in de tweede stand van de borgdelen 31, 32 recht tegenover de uitsparingen 26, 27 gelegen.
15 Zoals in figuur 1 is weergegeven is het deksel 4 voorzien van een in hoofdzaak vierkante, vlakke afdekplaat 40 waaraan een omlopende aanligwand 41 is gevormd. Het deksel 4 is voorzien van een omlopende afdekrand 42 die ten opzichte van de aanligwand 41 buitenwaarts uitsteekt. De 20 afdekplaat 40 en de afdekrand 42 zijn complementair gevormd aan respectievelijk de inbouwruimte H en de installatierand 22 van de behuizing 2 en dekken deze in geplaatste toestand in hoofdzaak volledig af. Het deksel 4 omvat vier over de afdekplaat 40 verdeelde bevestigingsplaatsen 44 in de vorm 25 van verhogingen. Zoals in figuur 2 is weergegeven is het deksel 4 aan de onderzijde van de afdekplaat 40 ter plaatse van de bevestigingsplaatsen 44 voorzien van inwendige cen-treeropeningen 45. De inwendige centreeropeningen 45 dienen als hulpmiddel bij het van onderaf aanbrengen van schroeven 30 of spijkers in de afdekplaat 40, welke zich bij het aanbrengen aan de bovenzijde door de bevestigingsplaatsen 44 zullen boren.
Het deksel 4 is voorzien van een eerste borguit-steeksel of eerste borglip 51 en een tweede borguitsteeksel 35 of tweede borglip 52. De borglippen 51, 52 zijn aangevormd op twee diametraal tegenover elkaar gelegen rechte zijden van de aanligwand 41, overeenkomstig met de posities van de 11 uitsparingen 26, 27 en de borgdelen 31, 32. De borglippen 51, 52 strekken zich evenwijdig aan de dooshartlijn S be schouwd ten opzichte van de omtrekswand 21 en de aanligwand 41 buitenwaarts uit en zijn vormgegeven teneinde te passen 5 door de borgopeningen 33, 34 van de borgdelen 31, 32. De borglippen 51, 52 zijn ten opzichte van de afdekrand 42 in de richting van de bodemwand 20 teruggelegen zodat de om de borglippen 51, 52 grijpende borgdelen 31, 32 niet in de richting van de bekistingswand voorbij het deksel 4 steken. 10 De eerste borglip 51 en de tweede borglip 52 zijn aan het distale uiteinde voorzien van respectievelijk een eerste borgnok 53 en een tweede borgnok 54 die zijn ingericht achter de borgopeningen 33, 34 tegen de borgdelen 31, 32 te haken.
15 Het gebruik van de hiervoor beschreven gietbouw- doos 1 in de gietbouw wordt in de hiernavolgende beschrijving toegelicht.
Ter voorbereiding op het storten van het beton worden op een niet weergegeven bouwplaats of een prefab 20 vervaardigingslocatie meerdere bekistingswanden geplaatst. De bekistingswanden vormen een mal of een bak voor het storten van het beton, waarbij de vorm van de mal is afgestemd op de gewenste vorm van de uit beton te vormen muurdelen en/of plafonddelen. Voorafgaand aan het storten worden 25 gietbouwdozen 1 volgens de hiervoor beschreven uitvoeringsvorm en niet weergegeven buizen die de gietbouwdozen 1 met elkaar verbinden tussen de bekistingswanden of op een bekistingswand van een bak aangebracht. Op deze wijze kan tijdens het storten van het beton ruimte in het beton worden vrijge-3 0 houden voor het in een later stadium van de bouw aanbrengen van elektrisch installatiemateriaal.
De werkwijze voor het aanbrengen van de gietbouw-doos 1 op de bekistingswand omvat de volgende stappen. Allereerst wordt het deksel 4 met de afdekrand 42 vlak tegen 35 de bekistingswand geplaatst. De behuizing 2 is op dat moment nog niet met het deksel 4 gekoppeld. Er worden van onderaf in dit voorbeeld maximaal vier schroeven in de centreerope- 12 ningen 45 gedraaid die zich van onderaf door de bevesti-gingsplaatsen 44 boren. Alternatief kan het deksel 4 ook tegen de bekistingswand gelijmd worden of in een gat van de bekistingswand worden vastgezet met een van het deksel 5 uitstekende pen. De schroeven boren zich vervolgens in de tegenover de afdekplaat 40 gelegen bekistingswand en zetten het deksel 4 vast tegen de bekistingswand. Door de verhoogde bevestigingsplaatsen 44 blijft de afdekplaat 40 van het deksel 4 ondanks de verbinding van de bevestigingsplaatsen 10 44 tegen de bekistingswand in hoofdzaak vlak. In het geval van een lijmverbinding kan de lijm worden aangebracht op de verdiept ten opzichte van de bevestigingsplaatsen 44 gelegen afdekplaat 40, waarbij het deksel 4 ondanks de aanwezigheid van de lijm vlak tegen de bekistingswand geplaatst kan 15 worden.
In figuur 1 is de situatie weergegeven voordat de behuizing 2 aan het deksel 4 wordt gekoppeld. Het deksel 4 is in de weergegeven positie bevestigd aan de niet weergegeven bekistingswand. De borgdelen 31, 32 van de behuizing 2 2 0 staan in hun eerste stand dwars op de omtrekswand 21 en evenwijdig aan de bodemwand 20. De behuizing 2 is ten opzichte van het deksel 4 uitgelijnd zodat de behuizing 2 met een translerende aanbrengbeweging in een translatierichting C evenwijdig aan de dooshartlijn S op het deksel 4 geschoven 25 kan worden. De installatierand 22 is naar het deksel 4 en de bekistingswand gericht.
In figuur 2 is de situatie weergegeven waarin de behuizing 2 op het deksel 4 geschoven is. De aanligwand 41 is passend opgenomen in de inbouwruimte H, waarbij de aan-30 ligwand 41 bij voorkeur in aanliggend contact, bij meeste voorkeur klemmend verbonden is met de binnenzijde van de omtrekswand 21 van de behuizing 2. De behuizing 2 is op het deksel 4 geschoven totdat de installatierand 22 in aanraking is gekomen met de afdekrand 42. De borglippen 51, 52 van het 35 deksel 4 zijn na het op het deksel 4 schuiven van de behuizing 2 opgenomen in de uitsparingen 26, 27. Hierdoor kan de installatierand 22 van de behuizing 2 tot aan de afdekrand 13 42 op het deksel 4 geschoven worden, ondanks de aanwezigheid van de borglippen 51, 52. Nu de borglippen 51, 52 in de uitsparingen 26, 27 gelegen zijn kunnen de borgdelen 31, 32 vanuit hun eerste stand dwars op de omtrekswand 21 in de 5 respectievelijke rotatierichtingen A, B over negentig graden geroteerd worden tot in hun tweede stand evenwijdig aan de omtrekswand 21.
In figuur 3 is de situatie weergegeven waarin de borgdelen 31, 32 tot in hun tweede stand evenwijdig aan de 10 omtrekswand 21 geroteerd zijn. De eerste borgopening 33 en de tweede borgopening 34 vallen over respectievelijk de eerste borglip 51 en de tweede borglip 52. De schuine op-loopvlakken 35, 36 van de borgdelen 31, 32 geleiden de borglippen 51, 52 door de borgopeningen 33, 34. Bij het 15 passeren van de borglippen 51, 52 door de borgopeningen 33, 34 komen de borgnokken 53, 54 in aanraking met oploopvlakken 35, 36 van de borgopeningen 33, 34, hetgeen een weerstand oplevert. Door extra kracht op de borgdelen 31, 32 uit te oefenen vervormen de borgdelen 31, 32 en/of de borgnokken 20 53, 54 enigszins, zodat de borgnokken 53, 54 over de oploopvlakken 35, 36 schuiven en door de borgopeningen 33, 34 gaan. De borgnokken 53, 54 haken vervolgens aan de van de omtrekswand 21 afgekeerde zijde van de borgdelen 31, 32 achter de borgdelen 31, 32, waarmee wordt tegengegaan dat de 25 borgdelen 31, 32 vanzelf terugkeren naar hun eerste stand.
Evenwijdig aan de dooshartlijn S beschouwd sluiten de borgopeningen 33, 34 de borglippen 51, 52 op en borgen daardoor de positie van het deksel 4 ten opzichte van de behuizing 2 tegen een translatie in een richting evenwijdig aan de 30 dooshartlijn S.
Desgewenst kan de behuizing 2 weer worden losgekoppeld van het deksel 4 door de borglippen 51, 52 te vervormen tot in een positie waarin de borgnokken 53, 54 het terug roteren van de borgdelen 31, 32 niet meer tegengaan.
35 Vervolgens kunnen de borgdelen 31, 32 terug geroteerd worden waarbij de borglippen 51, 52 in de tegenovergestelde richting door de borgopeningen 33, 34 passeren. De koppeling 14 tussen het deksel 4 en de behuizing 2 is nu opgeheven.
In de situatie zoals die in figuur 2 is weergegeven zijn de behuizing 2 en het deksel 4 gekoppeld en dekken de afdekplaat 40 en de afdekrand 42 respectievelijk de 5 inbouwruimte H en de installatierand 22 af. Het beton kan nu tussen de bekistingswanden gegoten worden, zonder dat het beton binnendringt in de binnenruimte H van de gietbouwdoos 1. De borging of de koppeling van de borgdelen 31, 32 met de borglippen 51, 52 gaat tegen dat de behuizing 2 tijdens het 10 gieten van het beton tengevolge van de krachten die de betonstroom uitoefent op de behuizing 2 loskomt van het deksel 4. Hiermee kan worden tegengegaan dat de inbouwruimte H van de behuizing 2 volloopt met beton of dat de behuizing 2 wordt meegevoerd met de betonstroom. Nadat het beton 15 voldoende is uitgehard kunnen de bekistingswanden verwijderd worden.
Bij het verwijderen van de bekistingswanden wordt er door de bekistingswand een kracht uitgeoefend op het daaraan vastgezette deksel 4. In enkele gevallen, bijvoor-2 0 beeld wanneer het deksel 4 met lijm is vastgezet aan de bekistingswand, kan het deksel 4 loslaten van de bekistingswand, waardoor het samenstel van het deksel 4 en de behuizing 2 in gekoppelde toestand achterblijft in het beton. In veel gevallen zal het deksel 4 echter worden meegetrokken 25 met de bekistingswand. Het materiaal van het deksel 4 is brosser dan het materiaal van de behuizing 2, waardoor het deksel 4 zal breken of scheuren. Hoewel het scheurgedrag onvoorspelbaar is, is het de verwachting dat het deksel 4 ter plaatse van de borglippen 51, 52 zal breken, waardoor de 30 koppeling tussen de behuizing 2 en het deksel 4 bij voldoende kracht zal worden opgeheven. Het deksel 4 is na het scheuren los van de behuizing 2 en kan samen met de bekistingswand worden afgevoerd. Wat overblijft is een uitsparing in het beton met daarin het achtergebleven behuizing 2. 35 Vervolgens kan de elektrische installatie worden afgewerkt met installatiemateriaal zoals stopcontacten of schakelaars die op de installatierand 22 van de behuizing 2 worden 15 aangebracht.
De bovenstaande beschrijving is opgenomen om de werking van voorkeursuitvoeringen van de uitvinding te illustreren, en niet om de reikwijdte van de uitvinding te 5 beperken. Uitgaande van de bovenstaande uiteenzetting zullen voor een vakman vele variaties evident zijn die vallen onder de geest en de reikwijdte van de onderhavige uitvinding.
Claims (22)
1. Gietbouwdoos voor de opbouw van elektrische installaties, omvattend een behuizing en een deksel dat in geplaatste toestand op de behuizing aansluit, waarbij de behuizing een bodemwand en een van de bodemwand opstaande 5 omtrekswand met een dooshartlijn omvat, waarbij de bodemwand en de omtrekswand gezamenlijk een inbouwruimte begrenzen voor opname van installatiemateriaal, waarbij de omtrekswand een van de bodemwand afgekeerde, omlopende installatierand omvat die een primaire opening van de behuizing begrenst, 10 waarbij het deksel complementair is gevormd aan de primaire opening en de primaire opening in geplaatste toestand in hoofdzaak volledig afsluit, waarbij de gietbouwdoos is voorzien van een eerste borgdeel dat ten opzichte van de behuizing tussen een eerste stand en een tweede stand be-15 weegbaar is, waarbij het eerste borgdeel in de eerste stand een translerende aanbrengbeweging van de behuizing ten opzichte van het deksel evenwijdig aan de dooshartlijn toelaat en waarbij het eerste borgdeel in de tweede stand de behuizing aan het deksel koppelt en de behuizing ten opzich-20 te van het deksel vastzet tegen translatie evenwijdig aan de dooshartlijn.
2. Gietbouwdoos volgens conclusie 1, waarbij de beweging van het eerste borgdeel tussen de eerste stand en de tweede stand een rotatiebeweging is.
3. Gietbouwdoos volgens conclusie 2, waarbij de rotatiehartlijn van de rotatiebeweging zich evenwijdig uitstrekt aan de bodemwand van de behuizing.
4. Gietbouwdoos volgens conclusie 3, waarbij de rotatiebeweging tot stand komt door een rotatieverbinding 30 die is gelegen in de rotatiehartlijn.
5. Gietbouwdoos volgens conclusie 4, waarbij de rotatieverbinding een flexibele kunststofverbinding, bij voorkeur een filmscharnier is.
6. Gietbouwdoos volgens conclusie 4 of 5, waarbij de rotatieverbinding de behuizing en het eerste borgdeel met elkaar verbindt.
7. Gietbouwdoos volgens conclusie 6, waarbij het eerste borgdeel door de rotatieverbinding aan de buitenzijde van de omtrekswand met de behuizing verbonden is.
8. Gietbouwdoos volgens een der voorgaande con clusies, waarbij het eerste borgdeel in de eerste stand op 10 afstand gelegen is van het deksel.
9. Gietbouwdoos volgens een der voorgaande con clusies, waarbij het deksel is voorzien van een eerste borglip, waarbij het eerste borgdeel is voorzien van een eerste borgopening die in de tweede stand van het eerste 15 borgdeel de eerste borglip opneemt.
10. Gietbouwdoos volgens conclusie 9, waarbij de eerste borglip zich evenwijdig aan de dooshartlijn beschouwd buiten de omtrek van de omtrekswand uitstrekt.
11. Gietbouwdoos volgens conclusie 9 of 10, waar- 20 bij de eerste borgopening de eerste borglip evenwijdig aan de dooshartlijn beschouwd opsluit.
12. Gietbouwdoos volgens een der conclusies 9-11, waarbij de eerste borglip is voorzien van een eerste borgnok die in de tweede stand van het eerste borgdeel vanaf de 25 omtrekswand beschouwd achter het eerste borgdeel haakt.
13. Gietbouwdoos volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het deksel, wanneer de behuizing door het eerste borgdeel aan het deksel gekoppeld is, de primaire opening van de behuizing in hoofdzaak afsluit.
14. Gietbouwdoos volgens een der voorgaande con clusies, waarbij de gietbouwdoos is voorzien van een streef-breukverbinding ter plaatse van de koppeling tussen de behuizing en het deksel.
15. Gietbouwdoos volgens een der voorgaande con- 35 clusies, waarbij de gietbouwdoos is voorzien van een tweede borgdeel met dezelfde kenmerken als het eerste borgdeel, waarbij het tweede borgdeel ten opzichte van de omtrekswand diametraal tegenover het eerste borgdeel gelegen is.
16. Gietbouwdoos volgens een der conclusies 9-14 in combinatie met conclusie 15, waarbij het deksel is voorzien van een tweede borglip met dezelfde kenmerken als de 5 eerste borglip, waarbij de tweede borglip ten opzichte van de omtrekswand diametraal tegenover de eerste borglip gelegen is.
17. Gietbouwdoos volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het deksel is voorzien van bevestigings- 10 plaatsen voor het vast zetten van het deksel aan een bekis-tingswand.
18. Werkwijze voor het opnemen van een gietbouwdoos in een gietbouwmuur, gietbouwvloer of een gietbouwpla-fond voor de opbouw van elektrische installaties, waarbij de 15 gietbouwdoos een behuizing omvat en een deksel dat in geplaatste toestand op de behuizing aansluit, waarbij de behuizing een bodemwand en een van de bodemwand opstaande omtrekswand met een dooshartlijn omvat, waarbij de bodemwand en de omtrekswand gezamenlijk een inbouwruimte begrenzen 20 voor opname van installatiemateriaal, waarbij de omtrekswand een van de bodemwand afgekeerde, omlopende installatierand omvat die een primaire opening van de behuizing begrenst, waarbij het deksel complementair is gevormd aan de primaire opening en de primaire opening in geplaatste toestand in 25 hoofdzaak volledig afsluit, waarbij de gietbouwdoos is voorzien van een eerste borgdeel dat ten opzichte van de behuizing tussen een eerste stand en een tweede stand beweegbaar is, waarbij het eerste borgdeel in de eerste stand een translerende aanbrengbeweging van de behuizing ten 30 opzichte van het deksel evenwijdig aan de dooshartlijn toelaat en waarbij het eerste borgdeel in de tweede stand de behuizing aan het deksel koppelt en de behuizing ten opzichte van het deksel vastzet tegen translatie evenwijdig aan de dooshartlijn, waarbij de werkwijze de stappen omvat van het 35 plaatsen van bekistingswanden voor het vormen van een giet-mal voor de gietbouwmuur, de gietbouwvloer of het gietbouw-plafond, het vastzetten van het deksel tegen één van de bekistingswanden, het in een richting evenwijdig aan de dooshartlijn aansluitend plaatsen van de behuizing op het deksel, het roteren van het eerste borgdeel vanaf de eerste stand tot in de tweede stand en het daarmee tot stand bren-5 gen van de koppeling tussen de behuizing en het deksel en het storten van het beton.
19. Werkwijze volgens conclusie 18, waarbij de gietbouwdoos is voorzien van een tweede borgdeel met dezelfde kenmerken als het eerste borgdeel, waarbij het tweede 10 borgdeel ten opzichte van de omtrekswand diametraal tegenover het eerste borgdeel gelegen is, waarbij de werkwijze voorafgaande aan de stap van het storten van het beton verder de stap omvat van het roteren van het tweede borgdeel vanaf de eerste stand tot in de tweede stand en het daarmee 15 tot stand brengen van een aanvullende koppeling tussen de behuizing en het deksel.
20. Werkwijze volgens conclusie 18 of 19, waarbij de gietbouwdoos is voorzien van een streefbreukverbinding ter plaatse van de koppeling tussen de behuizing en het 20 deksel, waarbij de werkwijze verder de stappen omvat van het verwijderen van de bekistingswanden, het uitoefenen van voldoende kracht op de streefbreukverbinding teneinde deze te breken, waarbij de koppeling tussen de behuizing en het deksel is opgeheven, en het verwijderen van het deksel.
21. Gietbouwdoos voorzien van een of meer van de in de bij gevoegde beschrijving omschreven en/of in de bij gevoegde tekeningen getoonde kenmerkende maatregelen.
22. Werkwijze voorzien van een of meer van de in de bij gevoegde beschrijving omschreven en/of in de bijge- 30 voegde tekeningen getoonde kenmerkende maatregelen. -o-o-o-o-o-o-o-o- RM/FG
Priority Applications (4)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2008104A NL2008104C2 (nl) | 2012-01-11 | 2012-01-11 | Gietbouwdoos. |
| EP12195964.7A EP2615707B1 (en) | 2012-01-11 | 2012-12-06 | Pouring workbox. |
| DK12195964.7T DK2615707T3 (da) | 2012-01-11 | 2012-12-06 | Støbekasse |
| ES12195964.7T ES2525178T3 (es) | 2012-01-11 | 2012-12-06 | Caja de colada |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2008104A NL2008104C2 (nl) | 2012-01-11 | 2012-01-11 | Gietbouwdoos. |
| NL2008104 | 2012-01-11 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2008104C2 true NL2008104C2 (nl) | 2013-07-15 |
Family
ID=47278203
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2008104A NL2008104C2 (nl) | 2012-01-11 | 2012-01-11 | Gietbouwdoos. |
Country Status (4)
| Country | Link |
|---|---|
| EP (1) | EP2615707B1 (nl) |
| DK (1) | DK2615707T3 (nl) |
| ES (1) | ES2525178T3 (nl) |
| NL (1) | NL2008104C2 (nl) |
Families Citing this family (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE102014106026B4 (de) * | 2014-04-29 | 2018-04-26 | Berker Gmbh & Co. Kg | Elektrische Installationsvorrichtung für wandbündigen Einbau |
Citations (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| FR1419864A (fr) * | 1964-10-22 | 1965-12-03 | Inovac Sa | Dispositif de maintien sur coffrage métallique des boîtes de raccordement encastrées |
| FR2660954A1 (fr) * | 1990-04-12 | 1991-10-18 | Mure Ets | Moyens pour le maintien provisoire d'un boitier sur une branche d'un coffrage. |
-
2012
- 2012-01-11 NL NL2008104A patent/NL2008104C2/nl not_active IP Right Cessation
- 2012-12-06 DK DK12195964.7T patent/DK2615707T3/da active
- 2012-12-06 ES ES12195964.7T patent/ES2525178T3/es active Active
- 2012-12-06 EP EP12195964.7A patent/EP2615707B1/en active Active
Patent Citations (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| FR1419864A (fr) * | 1964-10-22 | 1965-12-03 | Inovac Sa | Dispositif de maintien sur coffrage métallique des boîtes de raccordement encastrées |
| FR2660954A1 (fr) * | 1990-04-12 | 1991-10-18 | Mure Ets | Moyens pour le maintien provisoire d'un boitier sur une branche d'un coffrage. |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| ES2525178T3 (es) | 2014-12-18 |
| EP2615707B1 (en) | 2014-10-15 |
| DK2615707T3 (da) | 2014-11-03 |
| EP2615707A1 (en) | 2013-07-17 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| AU2019202535B2 (en) | Cover assembly and methods | |
| US8826605B2 (en) | Lifting and bracing system for a wall panel | |
| RU2519316C2 (ru) | Распалубочное устройство | |
| NL2008104C2 (nl) | Gietbouwdoos. | |
| AU2016262120B2 (en) | Floor levelling arrangement and method therefor | |
| NL2006687C2 (nl) | Gebouw met een installatiedoos. | |
| NL1034797C2 (nl) | Doos voor elektrische installaties, voorzien van tuit. | |
| NL1016174C1 (nl) | Werkwijze voor het oprichten van een gebouw, blok en deuvel daarvoor. | |
| EA022938B1 (ru) | Система одноразовых форм, применяемая для создания модульной опалубки при возведении бетонных стен сложной формы | |
| NL1019049C2 (nl) | Inbouwdoos. | |
| BE1021732B1 (nl) | Samenstel en werkwijze voor het inbouwen van een elektrische module | |
| NL1027864C2 (nl) | Doos voor elektrische installaties met klemmiddelen. | |
| RU2378483C2 (ru) | Узел крепления протектолайзера (варианты) к элементам насосной установки и протектолайзер для крепления и защиты кабеля-удлинителя | |
| EP2816685A2 (en) | Method for building a functional module into a wall and assembly therefore | |
| RU65943U1 (ru) | Универсальный протектолайзер для крепления кабеля-удлинителя к элементам насосной установки фирмы "reda" | |
| NL1033747C2 (nl) | Doos voor electrische installaties voorzien van klemvoorziening. | |
| NL2003563C2 (nl) | Buisbocht met bevestigingsdop. | |
| NL1032599C2 (nl) | Inbouwdoos met deksel. | |
| NL1031831C2 (nl) | Installatiedoos met afbreekbaar plaatsingsuitsteeksel. | |
| NL1031992C2 (nl) | Doos voor elektrische installaties, voorzien van tuit. | |
| BE1019282A3 (nl) | Inbouwspot voor een plafond of wand en werkwijze daarbij toegepast. | |
| NL2035529B1 (en) | Installation device to be accommodated in a concrete component | |
| BE1022348B1 (nl) | Werkwijze voor het bevestigen van een isolatielaag aan een muur, evenals isolatieanker dat in zulke werkwijze gebruikt kan worden | |
| NL1025856C2 (nl) | Samenstel van een doos voor elektrische installaties en een deksel daarvoor. | |
| BE1023481B1 (nl) | Montagegereedschap en werkwijze voor het uitlijnen van een montagedoos in een gietvorm |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| MM | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20160201 |