NL8103121A - Werkwijze voor de bereiding van een koolwaterstofmengsel. - Google Patents

Werkwijze voor de bereiding van een koolwaterstofmengsel. Download PDF

Info

Publication number
NL8103121A
NL8103121A NL8103121A NL8103121A NL8103121A NL 8103121 A NL8103121 A NL 8103121A NL 8103121 A NL8103121 A NL 8103121A NL 8103121 A NL8103121 A NL 8103121A NL 8103121 A NL8103121 A NL 8103121A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
rct
residue
catalytic
atmospheric
atmospheric residue
Prior art date
Application number
NL8103121A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Shell Int Research
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Shell Int Research filed Critical Shell Int Research
Priority to NL8103121A priority Critical patent/NL8103121A/nl
Priority to EP19820200689 priority patent/EP0068543B1/en
Priority to DE8282200689T priority patent/DE3279051D1/de
Priority to CA000404858A priority patent/CA1182770A/en
Priority to US06/388,776 priority patent/US4460456A/en
Priority to MX19329682A priority patent/MX170898B/es
Priority to AR28976882A priority patent/AR241922A1/es
Priority to JP57109103A priority patent/JPH0631334B2/ja
Priority to GB08218263A priority patent/GB2100748B/en
Priority to AU85196/82A priority patent/AU543734B2/en
Priority to FI822278A priority patent/FI78496C/fi
Priority to ES513432A priority patent/ES513432A0/es
Publication of NL8103121A publication Critical patent/NL8103121A/nl
Priority to SG67784A priority patent/SG67784G/en

Links

Classifications

    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C10PETROLEUM, GAS OR COKE INDUSTRIES; TECHNICAL GASES CONTAINING CARBON MONOXIDE; FUELS; LUBRICANTS; PEAT
    • C10GCRACKING HYDROCARBON OILS; PRODUCTION OF LIQUID HYDROCARBON MIXTURES, e.g. BY DESTRUCTIVE HYDROGENATION, OLIGOMERISATION, POLYMERISATION; RECOVERY OF HYDROCARBON OILS FROM OIL-SHALE, OIL-SAND, OR GASES; REFINING MIXTURES MAINLY CONSISTING OF HYDROCARBONS; REFORMING OF NAPHTHA; MINERAL WAXES
    • C10G45/00Refining of hydrocarbon oils using hydrogen or hydrogen-generating compounds
    • C10G45/02Refining of hydrocarbon oils using hydrogen or hydrogen-generating compounds to eliminate hetero atoms without changing the skeleton of the hydrocarbon involved and without cracking into lower boiling hydrocarbons; Hydrofinishing
    • C10G45/04Refining of hydrocarbon oils using hydrogen or hydrogen-generating compounds to eliminate hetero atoms without changing the skeleton of the hydrocarbon involved and without cracking into lower boiling hydrocarbons; Hydrofinishing characterised by the catalyst used
    • C10G45/06Refining of hydrocarbon oils using hydrogen or hydrogen-generating compounds to eliminate hetero atoms without changing the skeleton of the hydrocarbon involved and without cracking into lower boiling hydrocarbons; Hydrofinishing characterised by the catalyst used containing nickel or cobalt metal, or compounds thereof
    • C10G45/08Refining of hydrocarbon oils using hydrogen or hydrogen-generating compounds to eliminate hetero atoms without changing the skeleton of the hydrocarbon involved and without cracking into lower boiling hydrocarbons; Hydrofinishing characterised by the catalyst used containing nickel or cobalt metal, or compounds thereof in combination with chromium, molybdenum, or tungsten metals, or compounds thereof
    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C10PETROLEUM, GAS OR COKE INDUSTRIES; TECHNICAL GASES CONTAINING CARBON MONOXIDE; FUELS; LUBRICANTS; PEAT
    • C10GCRACKING HYDROCARBON OILS; PRODUCTION OF LIQUID HYDROCARBON MIXTURES, e.g. BY DESTRUCTIVE HYDROGENATION, OLIGOMERISATION, POLYMERISATION; RECOVERY OF HYDROCARBON OILS FROM OIL-SHALE, OIL-SAND, OR GASES; REFINING MIXTURES MAINLY CONSISTING OF HYDROCARBONS; REFORMING OF NAPHTHA; MINERAL WAXES
    • C10G2300/00Aspects relating to hydrocarbon processing covered by groups C10G1/00 - C10G99/00
    • C10G2300/10Feedstock materials
    • C10G2300/107Atmospheric residues having a boiling point of at least about 538 °C

Landscapes

  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Oil, Petroleum & Natural Gas (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Chemical Kinetics & Catalysis (AREA)
  • General Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Organic Chemistry (AREA)
  • Production Of Liquid Hydrocarbon Mixture For Refining Petroleum (AREA)

Description

* A'
K 5595 NET
WERKWIJZE VOOR DE BEREIDING VAN EEN KOOLWATERSTOFMENGSEL.
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor de bereiding van een koolwaterstofmengsel met een Ramsbottom Carbon Test value (RCT) van a gew.% en een beginkookpunt van T°C.
5 De RCT is een belangrijke parameter bij de beoordeling van de geschiktheid van zware koolwaterstof-olien als voeding voor katalytische conversieprocessen zoals katalytisch kraken, al of niet in tegenwoordigheid 10 van waterstof, ter bereiding van licht koolwaterstofdes-tillaten zoals benzine en kerosine. Naarmate de voeding een hogere RCT bezit, treedt bij deze processen een snellere deactivering van de katalysator op.
Atmosferische residuen verkregen bij de destillatie 15 van een ruwe aardolie bezitten als regel een te hoge RCT om als zodanig als voeding voor bovengenoemde katalytische conversieprocessen in aanmerking te komen. Daar de RCT van residuale koolwaterstofolien in hoofdzaak wordt bepaald door de hoeveelheid asfaltenen 20 welke in de olien aanwezig is, kan een RCT verlaging van deze olien worden verkregen door het asfaltenen-gehalte te verlagen. Dit kan in principe op twee manieren worden bereikt. Men kan een deel van de 81 0 3 121' -2- * » ϊ asfaltenen uit de olie afscheiden door oplosmiddelont-asfaltering of men kan een deel van de asfaltenen omzetten door de olie aan een katalystische waterstofbe-handeling te onderwerpen. Voor de verlaging van de RCT 5 van zware koolwaterstofoliSn verdient laatstgenoemde methode de voorkeur omdat daarbij in de eerste plaats de opbrengst aan zwaar product met lage RCT hoger is en verder omdat als bijproduct een waardevol C5+ atmosferisch destillaat verkregen wordt in 10 tegenstelling tot eerstgenoemde methode waarbij als bijproduct asfalt verkregen wordt. Een bezwaar van de laatstgenoemde methode is evenwel dat daarbij een ongewenste C4- fractie ontstaat, waarvan de vorming bovendien een belangrijke bijdrage levert aan 15 de waterstofconsumptie van het proces.
Door Aanvraagster is een onderzoek uitgevoerd inzake verlaging van de RCT door middel van katalytische waterstofbehandeling van atmosferische residuen verkregen bij de destillatie van ruwe aardolien.
20 Hierbij is gevonden dat naarmate de katalytische waterstofbehandeling onder zwaardere condities wordt uitgevoerd ten einde een grotere RCT reductie te bereiken, de parameter "C4” productie per % RCT reductie" (verder kortheidshalve in deze octrooiaanvrage 25 aangeduid als "G"), aanvankelijk practisch constant blijft (Gc) en daarna een vrij scherpe toename vertoont. Met het oog op de waterstofconsumptie van het proces is het van belang om ervoor zorg te dragen dat de RCT reductie de waarde waarbij G = 2 x Gc niet 30 overschrijdt. Dit betekent dat zich in de praktijk een aantal gevallen zal voordoen waarbij het ongewenst 8103 121 * * -Βίε om uitgaande van een atmosferisch residu verkregen bij de destillatie van een ruwe aardolie (verder kortheidshalve in deze octrooiaanvrage aangeduid als "atomsferisch residu I"), door uitsluitend katalytische 5 waterstofbehandeling een product te bereiden waaruit na afscheiding van een atmosferisch destillaat, een olie verkregen kan worden met een beginkookpunt van TeC en een RCT van a gew.%. In die gevallen is het niettemin mogelijk om op aantrekkelijke wijze uit een 10 atmosferisch residu I een olie met genoemd beginkookpunt en RCT te bereiden. Hiertoe wordt het product verkregen bij de katalytische waterstofbehandeling door destillatie gescheiden in een atmosferisch destillaat en een atmosferisch residu (verder kortheids-15 halve in deze octrooiaanvrage aangeduid als "atmosferisch residu II") met een beginkookpunt van T°C.
Men kan nu op twee manieren verder te werk gaan. In de eerste plaats kan men door oplosmiddelontasfaltering uit het atmosferisch residu II zoveel asfalt afscheiden 20 dat een ontasfalteerd atmosferisch residu verkregen wordt met de gewenste RCT van a gew.%. In de tweede plaats kan men het atmosferisch residu II door destillatie scheiden in een vacuumdestillaat en een vacuumre-sidu en uit het vacuumresidu door oplosmiddelontasfal-25 tering zoveel asfalt afscheiden dat een ontasfalteerd vacuumresidu met een zodanige RCT wordt verkregen dat bij opmengen van dit ontasfalteerd vacuumresidu met het eerder afgescheiden vacuumdestillaat, een olie verkregen wordt met de gewenste RCT van a gew.%. De 30 meest aantrekkelijke balans tussen opbrengst aan: fractie, C5+ atmosferisch destillaat, asfalt en olie met een beginkookpunt van T°C en een RCT van a gew.% wordt verkregen indien de katalytische 8103 121 * '* -b- waterstofbehandeling onder zodanige condities wordt uitgevoerd dat G ligt tussen 1,5 x Gc en 2,0 x Gc.
Bij uitvoering van de katalytische waterstofbehandeling onder zodanige condities dat G < 1,5 x Gc wordt 5 weliswaar een lage C4” productie verkregen doch de opbrengst aan olie met een beginkookpunt van T°C en een RCT van a gew.% in het combinatieproces laat te wensen over. Bij uitvoering van de katalytische waterstofbehandeling onder zodanige condities dat 10 G > 2,0 x Gc wordt weliswaar een hoge opbrengst aan olie met een beginkookpunt van T°C en een RCT van a gew.% in het combinatieproces verkregen, doch dit gaat gepaard met een ontoelaatbaar hoge C4” productie.
Uit het onderzoek door Aanvraagster is gebleken 15 dat de RCT reducties bij de katalytische waterstofbehandeling waarbij waarden voor G worden bereikt welke overeenkomen met 1,5 x Gc en 2,0 x Gc afhankelijk zijn van T, de RCT van het atmosferisch residu I (b gew.%) en het gewichtspercentage van het atmosferisch 20 residu I kokend beneden 520°C (d gew. %) en gegeven worden door de volgende relatie: RCT reductie = -^r^· x 100 *
D
25 51,6 - 0,526 x d - 0,115 x T + 2,55 x b + 0,00115 x T x d _+ 5 (1,426 - 1,15 x 10“3 x T)(l - 0,01 x d) waarin c de RCT voorstelt van het atmosferisch residu II met een beginkookpunt van T°C van het met waterstof behandelde product.
De door Aanvraagster gevonden relatie biedt in de eerste plaats de geleg^nheid om na te gaan of het met 8103121 -5- £ * het oog op de maximaal toelaatbare waarde voor G (overeenkonende met 2,0 x Gc) raogelijk is om uitsluitend door katalytische waterstofbehandeling uitgaande van een atmosferisch residu I waarvan een gegeven percen-5 tage van d gew. % kookt beneden 520°C en dat een gegeven RCT van b gew.% bezit, een product te bereiden waaruit door destillatie een atmosferisch residu kan worden verkregen met een gegeven beginkookpunt van T°C en een gegeven RCT van a gew.%. Indien dit volgens de X0 relatie niet mogelijk blijkt te zijn en derhalve de combinatieroute noet worden toegepast, geeft de relatie verder aan tussen welke grenzen de RCT reductie bij de katalytische waterstofbehandeling in de combinatieroute moet worden gekozen om de combinatieroute 15 optimaal te doen verlopen.
De onderhavige octrooiaanvrage heeft derhalve betrekking op een werkwijze voor de bereiding van een koolwaterstofmengsel met een RCT van a gew.% en een beginkookpunt van T*C, waarbij een atmosferisch residu I 20 net een RCT van b gew.% en waarvan d gew. % kookt beneden 520°C,ter verlaging van de RCT, aan een katalytische waterstofbehandeling wordt onderworpen, waarbij het verkregen product door destillatie wordt gescheiden in een atmosferisch destillaat en een 25 atmosferisch residu II met een beginkookpunt van T°C, waarbij hetzij uit het atmosferisch residu II door oplosmiddelontasfaltering zoveel asfalt wordt afgeschei-den dat een ontasfalteerd atmosferisch residu wordt verkregen met de gewenste RCT van a gew.%, hetzij 30 het atmosferisch residu II door destillatie wordt gescheiden in een vacuumdestillaat en een vacuumresidu, uit welk vacuumresidu door oplosmiddelontasfaltering zoveel asfalt wordt afgescheiden dat een ontasfalteerd 8103 121 4 i -6- vacuumresidu verkregen wordt met een zodanige RCT dat daaruit door opmengen met het vacuumdestillaat een mengsel met de gewenste RCT van a gew.% verkregen wordt en waarbij de katalytische waterstofbehandeling 5 onder zodanige condities wordt uitgevoerd dat daarbij voldaan wordt aan bovenstaande relatie«
Bij de werkwijze volgens de uitvinding dienen de RCT (b) van het als voeding toegepaste atmosferisch residu I, de RCT (a) van het te bereiden koolwater-10 stofmengsel en de RCT (c) van het atmosferisch residu II met een beginkookpunt van T°C van het met waterstof behandelde product, bekend te zijn. Indien het te bereiden koolwaterstofmengsel een mengsel is van een vacuumdestillaat en een ontasfalteerd vacuumresidu, 15 dienen bovendien de RCT's van de beide componenten van het mengsel alsmede de RCT van het vacuumresidu dat werd ontasfalteerd, bekend te zijn. Wat betreft de wijze waarop de RCT's van de verschillende koolwater-stofmengsels worden bepaald, kunnen de volgende drie 20 gevallen worden onderscheiden.
a) Het te onderzoeken koolwaterstofmengsel heeft een dermate hoge viscositeit dat uitvoering van de RCT bepaling volgens ASTM methode D 524 niet mogelijk is. In dit geval wordt van het mengsel de CCT
25 (Conradson Carbon Test value) bepaald volgens ASTM-methode D 189 en wordt de RCT uit de CCT berekend volgens de formule: RCT = 0,649 x (CCT)1»14^ b) Het te onderzoeken koolwaterstofmengsel heeft 30 weliswaar een zodanige viscositeit dat RCT bepaling volgens ASTM methode D 524 mogelijk is, doch deze methode levert een waarde voor.de RCT welke ligt boven 20,0 gew.%. In dit geval wordt evenals 8103121 * * -7- vermeld onder a), de CCT van het mengsel bepaald volgens ASTM methode D 189 en wordt de RCT berekend uit de CCT volgens de onder a) vermelde formule.
c) Het te onderzoeken koolwaterstofmengsel heeft een 5 zodanige viscositeit dat RCT bepaling volgens ASTM methode D 524 mogelijk is en deze methode levert een waarde voor de RCT welke niet meer dan 20,0 gew.% bedraagt. In dit geval geldt de aldus gevonden waarde als de RCT van het betreffende mengsel.' 10 In de praktijk zal men veelal voor de bepaling van de RCT van vacuumdestillaten, atmosferische residuen, ontasfalteerde destillatieresiduen en mengsels van vacuumdestillaten en ontasfalteerde destillatieresiduen, kunnen volstaan met de directe 15 methode zoals beschreven onder c). Bij de bepaling van de RCT van vacuumresiduen vinden zowel de directe methode zoals beschreven onder c) als de indirecte methode zoals beschreven onder b) toepassing. Bij de bepaling van de RCT van asfalten komt veelal alleen de 20 indirecte methode zoals beschreven onder a) in aanmerking.
De werkwijze volgens de uitvinding is een tweestaps-proces waarbij verlaging van de RCT wordt bereikt door verlaging van het asfaltenengehalte. In de eerste stap van het proces wordt het asfaltenengehalte 25 verlaagd door een deel van de asfaltenen te converteren door middel van een katalytische waterstofbehandeling.
In de tweede stap van het proces wordt het asfaltenengehalte verlaagd door een deel van de asfaltenen af te scheiden door middel van oplosmiddelontasfaltering.
30 Atmosferische residuen verkregen bij de destillatie van een ruwe aardolie bevatten als regel een aanzienlijke hoeveelheid metalen, vooral vanadium en nikkel. Indien deze atmosferische residuen aan een katalytische behande- 810 3 121 s % -8- ling worden onderworpen, bijvoorbeeld een katalytische waterstofbehandeling ter verlaging van de RCT zoals bij de werkwijze volgens de uitvinding, zetten deze metalen zich af op de RCT reductiekatalysator en 5 verkorten daardoor de levensduur. Met het oog hierop verdient het voorkeur om atmosferische residuen met een vanadium + nikkelgehalte van meer dan 50 gdpm, aan een ontmetallisering te onderwerpen alvorens deze met de RCT reductiekatalysator in contact te brengen. Deze 10 ontmetallisering kan zeer geschikt plaats vinden door het atmosferisch residu in tegenwoordigheid van waterstof in contact te brengen met een katalysator welke voor meer dan 80 gew. % uit silica bestaat. Zowel katalysatoren welke volledig uit silica bestaan, als 15 katalysatoren welke een of meer metalen met hydrogene-rende activiteit bevatten, in het bijzonder een combinatie van nikkel en vanadium, op een in hoofdzaak uit silica bestaande drager, komen voor dit doel in aanmerking. Zeer geschikte ontmetalliseringskatalysatoren 20 zijn die welke aan bepaalde gegeven eisen met betrekking tot hun porositeit en deeltjesgrootte voldoen en welke zijn beschreven in de Nederlandse octrooiaanvrage No·7309387« Indien bij de werkwijze volgens de uitvinding een katalytische ontmetallisering in 25 tegenwoordigheid van waterstof wordt toegepast op het atmosferisch residu I, kan deze ontmetallisering in een afzonderlijke reactor worden uitgevoerd. Daar de katalytische ontmetallisering en de katalytische RCT reductie onder dezelfde condities kunnen worden 30 uitgevoerd, kan men ook zeer geschikt beide processen in dezelfde reactor uitvoeren welke achtereenvolgens een bed van de ontmetalliseringskatalysator en een bed van de RCT reductiekatalysator bevat.
81 Q 3 121 , f v _α_
Opgemerkt dient te worden dat bij de katalytische ontmetallisering, naast verlaging van het metaalgehalte, enige verlaging van de RCT optreedt. Hetzelfde geldt voor de katalytische RCT verlaging, waarbij, naast 5 verlaging van de RCT, enige verlaging van het metaalge-halte plaatsvindt. Voor toepassing van de relatie waarop de onderhavige uitvinding is gebaseerd, geldt dat onder RCT verlaging dient te worden verstaan de totale RCT verlaging welke optreedt bij de katalyti-10 sche waterstofbehandeling (d.w.z. inclusief die welke optreedt bij een eventueel uit te voeren katalytische ontmetallisering).
Geschikte katalysatoren voor het uitvoeren van de katalytische RCT verlaging zijn die welke ten minste 15 een metaal gekozen uit de groep gevormd door nikkel en cobalt en bovendien ten minste een metaal gekozen uit de groep gevormd door molybdeen en wolfraam op een drager bevatten, welke drager voor meer dan 40 gew.% uit alumina bestaat. Zeer geschikte RCT reductiekataly-20 satoren zijn die welke de metaalcombinatie nikkel/molyb-deen of cobalt/molybdeen op alumina als drager bevatten.
De katalytische RCT verlaging wordt bij voorkeur uitgevoerd bij een temperatuur van 300 - 500°C, een druk van 50 - 300 bar, een ruimtelijke doorvoersnelheid 25 van 0,02 - 10 g.g~^.uur“^· en een H2/voeding verhouding van 100 - 5000 Nl/kg. Bijzondere voorkeur bestaat voor het uitvoeren van de katalytische RCT verlaging bij een temperatuur van 350 - 450°C, een druk van 75 - 200 bar, een ruimtelijke doorvoersnelheid 30 van 0,1-2 g.g“l.uur“* een een ^/voeding verhouding van 500 - 2000 Nl/kg. Ten aanzien van de condities welke bij een eventueel uit te voeren katalytische ontmetallisering in tegenwoordigheid 8103121 'i -10- van waterstof worden toegepast, geldt dezelfde voorkeur als hierboven aangegeven voor de katalytische RCT verlaging.
De gewenste RCT verlaging in de eerste stap van 5 de werkwijze volgens de uitvinding kan bijvoorbeeld worden bereikt door toepassing van de bij die RCT verlaging behorende ruimtelijke doorvoersnelheid (of temperatuur) welke wordt afgelezen uit een grafiek welke is samengesteld aan de hand van een aantal 10 verkennende experimenten met het atmosferisch residu I uitgevoerd bij verschillende ruimtelijke doorvoersnel-heden (of temperaturen) en waarin de bereikte RCT verlagingen zijn uitgezet tegen de toegepaste ruimtelijke doorvoersnelheden (of temperaturen). Afgezien 15 van de ruimtelijke doorvoersnelheid of temperatuur welke variabel is, worden de overige condities bij de verkennende experimenten constant gehouden en gelijk gekozen aan die welke bij toepassing van de werkwijze volgens de uitvinding in de praktijk zullen worden 20 gebruikt.
De tweede stap van de werkwijze volgens de uitvinding is een oplosmiddelontasfaltering toegepast op een destillatieresidu van het met waterstof behandel-de product uit de eerste stap. Als destillatieresidu 25 waarop de oplosmiddelontasfaltering wordt uitgevoerd kan zowel een atmosferisch residu als een vacuumresidu van het met waterstof behandelde product worden toegepast. Bij voorkeur past men voor dit doel een vacuumresidu van het met waterstof behandelde product 30 toe. Geschikte oplosmiddelen voor het uitvoeren van de oplosmiddelontasfaltering zijn paraffinische koolwaterstoffen met 3-6 koolstofatomen per molecule zoals n-butaan en mengsels daarvan zoals mengsels van 8103121 -11- propaan met n-butaan en mengsels van n-butaan met n-pentaan. Geschikte oplosmiddel/olie gewichtsverhou-dingen liggen tussen 7:1 en 1:1 en in het bijzonder tussen 4:1 en 2:1. De oplosmiddelontasfaltering wordt 5 bij voorkeur uitgevoerd bij een druk tussen 20 en 100 bar. Bij gebruik van n-butaan als oplosmiddel wordt de ontasfaltering bij voorkeur uitgevoerd bij een druk van 35 - 45 bar en een temperatuur van 100 - 150°C.
Indien de RCT verlaging in de tweede stap van de 10 werkwijze volgens de uitvinding plaats vindt door oplosmiddelontasfaltering van een atmosferisch residu, kan de gewenste RCT van het ontasfalteerd atmosferisch residu bijvoorbeeld worden bereikt, door toepassing van de bij die RCT behorende ontasfalteringstemperatuur 15 .welke kan worden afgelezen uit een grafiek welke is samengesteld aan de hand van een aantal verkennende experimenten met het atmosferisch residu II uitgevoerd bij verschillende temperaturen en waarin de RCT's van de verkregen ontasfalteerde atmosferische residuen 20 zijn uitgezet tegen de toegepaste temperaturen.
Afgezien van de temperatuur welke variabel is, worden de overige condities bij de verkennende experimenten constant gehouden en gelijk gekozen aan die welke bij toepassing van de werkwijze volgens de uitvinding in 25 de praktijk zullen worden gebruikt.
Indien de RCT verlaging in de tweede stap van de werkwijze volgens de uitvinding plaats vindt door oplosmiddelontasfaltering van een vacuumresidu, waarna het ontasfalteerde vacuumresidu wordt opgemengd met 30 het eerder afgescheiden vacuumdestillaat, dienen de RCT van het ontasfalteerde vacuumresidu alsmede de hoeveelheid daarvan als volgt te worden afgesteld op de hoeveelheid en RCT van het vacuumdestillaat. Indien 8103121
W V
-12- een gegevenvhoeveelheid vacuumdestillaat (VD) van A gew. delen met een gegeven RCTyp beschikbaar is, dan zullen om door mengen daarvan met ontasfalteerd vacuumresidu (OVR) een mengsel H met gegeven 110¾ te 5 verkrijgen, B gew.delen ontasfalteerd vacuumresidu bereid moeten worden met RCTqyq zodanig dat voldaan wordt aan de relatie: A x RCTyj) + B x RCTovr -- RCTj^ ,
A + B
10 of anders uitgedrukt: A(RCT^-RCTyq ) = B(RCTovr~RCTjj)
In bovenstaande vergelijking is het linker lid bekend.
Bovendien is in het rechter lid RCTy bekend. Aan de hand van een aantal verkennende experimenten uitgevoerd met het vacuumresidu bijvoorbeeld bij verschillende temperaturen, kan een grafiek worden samengesteld waarin de term B(RCTovr~RCTjj) is uitgezet tegen de toegepaste temperatuur. De temperatuur welke bij de .
^ ontasfaltering in de tweede stap van de werkwijze volgens de uitvinding dient te worden toegepast kan worden afgelezen uit deze grafiek. Dit is namelijk de temperatuur waarbij de term B(RCTovr“&CTm) de gegeven waarde A(RCT^-RCTyj)) bezit. Afgezien van de temperatuur welke variabel is, worden de 25 overige condities bij de verkennende ontasfalteringsex- perimenten constant gehouden en gelijk gekozen aan die welke bij toepassing van de werkwijze volgens de uitvinding in de praktijk zullen worden gebruikt.
Naast de RCT is ook het metaalgehalte een belang-30 rijke parameter bij de beoordeling van de geschiktheid van zware koolwaterstofolign als voeding voor katalytische conversieprocessen, al of niet in tegenwoor-digheid van waterstof, ter bereiding van lichte 8103 121 -13- koolwaterstofdestillaten zoals benzine en kerosine. Naarmate de voeding een hoger netaalgehalte bezit, treedt bij deze processen een snellere deactivering van de katalysator op. Atmosferische residuen verkregen 5 bij de destillatie van een ruwe aardolie bezitten als regel naast een te hoge RCT, ook een te hoog metaalge-halte on als zodanig als voeding voor bovengenoemde katalytische conversieprocessen in aannerking te komen. Bij de werkwijze volgens de uitvinding wordt 10 als product een ontasfalteerd atnosferisch residu of een mengsel van een vacuuradestillaat en een ontasfalteerd vacuumresidu verkregen, welk product naast een lage RCT, een zeer laag metaalgehalte bezit. Dit wordt in belangrijke mate veroorzaakt doordat het 15 metaalhoudende destillatieresidu dat aan de oplosraiddel-ontasfaltering wordt onderworpen een katalytische waterstofbehandeling heeft ondergaan. Oplosmiddel-ontasfaltering van dergelijke metaalhoudende residuen vertoont namelijk een zeer hoge selectiviteit voor 20 metaalverwijdering.
De uitvinding wordt thans toegelicht aan de hand van het volgende voorbeeld.
Voorbeeld 25 Bij het onderzoek werden twee atmosferische residuen, verkregen bij de destillatie van ruwe aardolien, toegepast (Atmosferische residuen A en B).
Atmosferisch residu A had een RCT van 10 gew.% 30 (bepaald volgens ASTM methode D 524), een vanadium + nikkelgehalte van 70 gdpra en kookte voor 50 gew. % beneden 520eC.
Atmosferisch residu B had een RCT van 15,6 gew.% (bepaald volgens ASTM methode D 524), een vanadium + 8103 121 -14- * * nikkelgehalte van 500 gdpm en kookte voor 29,4 gew. % beneden 520°C.
Ten aanzien van de vraag in hoeverre het mogelijk is om, met het oog op de maximaal toelaatbare waarde 5 voor G, uitgaande van atmosferisch residu A door uitsluitend katalytische waterstofbehandeling, een product te bereiden waaruit door destillatie een atmosferisch residu verkregen kan worded met een beginkookpunt van 370°C en een lagere RGT dan die van 10 het atmosferisch residu A, leert toepassing van de gevonden relatie in de vorm: ~ζ~ x 100 ~ ^max (waarin Fmax de maximale waarde van het rechter lid van de relatie voorstelt), bij substitutie van b=10, 15 T=370 en d=50, dat dit zonder bezwaar mogelijk is, zolang het te bereiden atmosferisch residu met een beginkookpunt van 370°G, een RCT (c) bezit van meer dan 3,6 gew.%. Dit betekent dus bijvoorbeeld, dat voor de berei'ding van een atmosferisch residu met een 20 beginkookpunt van 370°C en een RCT (c) van 4,5 gew.%, uitgaande van atmosferisch residu A, volstaan kan worden met uitsluitend een katalytische waterstofbehan-deling.
Indien men echter uit het atmosferisch residu A een 25 olie wenst te bereiden met een beginkookpunt van 370°C en een RCT van 1,5 gew.%, kan met het oog op de maximaal toelaatbare waarde voor G niet volstaan worden met uitsluitend katalytische waterstofbehandeling. Men dient dan naast de katalytische waterstofbehandeling 30 een oplosmiddelontasfaltering toe te passen. Toepassing van de gevonden relatie in de vorm: maximale RCT reductie = Fmax, en minimale RCT reductie = Fnill (waarin Fmax en Fm-j_n de maximale resp. minimale 8103121 -15- waarde van het rechter lid van de relatie voorstellen), leert, bij substitutie van b-10, T=370 en d=50,dat voor bet optimaal bedrijven van het combinatieproces moet worden zorg gedragen voor een RCT reductie bij de 5 katalytische waterstofbehandeling tussen 54,1 en 64,1%.
Ter bereiding van atmosferische residuen met een beginkookpunt van 370°C en verschillende RCT’s (c) werd het atraosferisch residu A in een dertiental 10 experimenten aan een katalytische waterstofbehandeling onderworpen. De experimenten werden uitgevoerd in een reactor van 1000 ml waarin zich twee vaste katalysator-bedden bevonden met een totaalvolume van 600 ml. Het eerste katalysatorbed bestond uit een Ni/V/Si02 15 katalysator welke 0,5 gew.delen nikkel en 2,0 gew.delen vanadium per 100 gew.delen silica bevatte. Het tweede katalysatorbed bestond uit een C0/M0/AI2O3 katalysator welke 4 gew.delen cobalt en 12 gew.delen molybdeen per 100 gew.delen alumina bevatte. De 20 gewichtsverhouding tussen de Ni/V/Si02 en C0/M0/AI2O3 katalysatoren bedroeg 1:3. Alle experimenten werden uitgevoerd bij een temperatuur van 390°C, en druk van 125 bar en een H2/olie verhouding van 1000 Nl/kg.
Bij de experimenten werden verschillende ruimtelijke 25 doorvoersnelheden toegepast. De resultaten van de experimenten 1-12 zijn weergegeven in tabel A. De opgegeven waarden hebben betrekking op waarnemingen uitgevoerd op run uur 450.
In de tabel is voor elk experiment opgegeven de 30 toegepaste ruimtelijke doorvoersnelheid, de bereikte RCT reductie (—g— x 100) en de daarbij behorende C4" productie (berekend in gew, % op voeding). De experimenten 1-12 werden twee aan twee uitgevoerd waarbij telkens tussen twee experimenten 8103 121 -16- een zodanig verschil in ruimtelijke doorvoersnelheid werd toegepast dat een verschil in RCT reductie van circa 1,0% werd bereikt. In de tabel is verder voor elke twee bij elkaar behorende experimenten de 5 C4- productie per % RCT reductie (G) opgegeven.
8103 121 -17- i 2 2 2 S I g S 0 0.0 = = o.
• e* e ο ο ο o β ·=. Sa%a — o-«oc^O®^^ ^^nmvooa^^·— cvj ^ a S cT ©* cT o* cT cT a* o -· — -- ** -3* C9
M
0 < a βί σ* β en es «* «η ^ ^ ®_ ^ *3 ^ inSSw^r^ininO'e^^
.2 W
3 5-· 5- y « i w o o ” · •e ® *·* T* «ώί β ( II* Ξϊ «ί © O ?s *^ph «η -- r* O 2 ^ 2os S 5 sr η ο Ο X3 >o sr rt ^ ® S - - — oT <N — « O* o“ o" 9 ο β S u 1 ** » u 3 0·
fi£ > SC
0 z
4J
s o J| «ί^Ο'ίΓϊΛΌ^βΟ' ® ^ ^ — — — 41 a.
x
M
/ 8103 121 -18-
Experiment 13 werd uitgevoerd bij een ruimtelijke doorvoersnelheid van 0,50 g.g”^.uur“^·. De RCT reductie bedroeg 59% en de ¢4- productie 1,03 gew.%.
Van de experimenten 1-13 zijn alleen de experimenten 5 8, 9 en 13 experimenten volgens de uitvinding. De overige experimenten vallen buiten het kader van de uitvinding. Zij zijn ter vergelijking in de octrooiaan-vrage opgenomen. Zoals uit tabel A blijkt is G bij de ? experimenten 1-2, 3-4 en 5-6 waarbij RCT reducties werden bereikt van resp. omstreeks 30, 20 en 40%, • nagenoeg constant (Gc). Bij de experimenten 7-8 en 9-10 waarbij RCT reducties werden bereikt van resp. omstreeks 54 en 64% bedroeg G resp. omstreeks 1,5 x Gc en 2,0 Gc. Bij de experimenten 11-12 waarbij RCT reducties werden bereikt van omstreeks 70% was G groter dan 3 x Gc.
Bij vergelijking van de experimenten 5 en 11 blijkt dat door verlaging van de ruimtelijke doorvoersnelheid van 1,07 naar 0,30 g.g-^.uur"··*· bij een 2q constante temperatuur van 390°C, een verhoging van de RCT reductie optreedt van 40 naar 70% en een toename van de C4- productie van 0,603 naar 1,432 gew.%.
Ter vergelijking met experiment 5 werd nog een experiment 14 uitgevoerd waarbij een verhoging van de RCT 25 reductie van 40 naar 70% werd gerealiseerd door verhoging van de temperatuur van 390 naar 414°C bij een constante ruimtelijke doorvoersnelheid van 1,07 g.g“l.uur“l. Bij experiment 14 bedroeg de C4” productie 1,82 gew.% (i.p.v. 1,43 gew.% zoals 3q bij experiment 11).
De producten verkregen bij de katalytische waterstofbehandeling uitgevoerd volgens de experimenten 5, 11 en 13 werden in een drietal experimenten 8103121 -19- (resp. de experiraenten 15, 16 en 17) door achtereenvol-gende atmosferische- en vacuumdestillatie gescheiden In een C4” fractie, een H2S + NH3 fractie, een C5 - 370°C atmosferisch destillaat, een 370 - 520°C - vacuumdestillaat en een 520°G+ vacuumresidu. De vacuumresiduen werden bij een druk van 40 bar en een oplosmiddel/olie gewichtsverhouding van 3:1 ontasfalteerd met n-butaan en de verkregen ontasfalteerde vacuunresi-duen werden opgemengd met de bijbehorende vacuumdestil-2Q laten. De resultaten van deze experimenten (waarvan alleen experiment 17 een experiment volgens de uitvinding is) zijn vermeld in tabel B.
8103121 -j· η
-20-Tabel B
Experiment Ho. 15 16 17
Met H2 behandelde product afkomstig ait experiment No. 5 11 13
Destillatie
Opbrengst aan producten-betrokken op 100 gew.delen atmosferisch residu I, gev.delen C4“ 0,60 1,43 1,03 H2S + HH3 3,9 3,4 3,2 C5 - 370*C 8,2 11,7 10,3 370-520*C (vacuumdestillaat) 56,3 38,0 58,1 5209^ (vacuumresidu ) 33,3 37,7 28,9 RCT van het vacuumdestillaat, gew.V. 0,4 0,3 0,3 RCT van het vacuumresidu, gew.! 15,4 8,8 ' 13,6
Ontasfaltering
Temperatuur, “C 130 129 133
Opbrengst aan ontasfalteerd vacuumresidu, gev.delen 21,6 22,1 21,3
Opbrengst aan asialt, gev.delen 11,7 5,6 7,1 RCT van het ontasfalteerd vacuumresidu, gew.! 4,4 4,6 4,8
Menging
Opbrengst aan mengsel van vacuumdestillaat en ontasfalteerd vacuumresidu, gew.delen 77,9 80,1 79,9
Beginkookpunt van het mengsel, 9C 370 370 370 RCT van het mengsel, gew.! 1,5 1,5 1,5 810 3 121
; _X
-21-
Ten aanzien van de vraag in hoeverre het mogelijk is om, met het oog op de maximaal toelaatbare waarde voor G, uitgaande van atmosferisch residu B door uitsluitend katalytische waterstofbehandeling, een 5 product te bereiden waaruit door destillatie een atmosferisch residu verkregen kan worden met een beginkookpunt van 370°C en een lagere RCT dan die van het atmosferisch residu B, leert toepassing van de gevonden relatie in de vorm: 10 —x 100 = Fjnax bij substitutie van b=15,6, T=370 en d=29,4, dat dit zonder bezwaar mogelijk is, zolang het te bereiden atmosferisch residu met een beginkookpunt van 370°C, een RCT (c) bezit van meer dan 4,7 gew.%.
15 Indien men uit atmosferisch residu B een olie wenst te bereiden met een beginkookpunt van 370°C en een RCT van 2,5 gew.%, kan met het oog op de maximaal ' ^ toelaatbare waarde voor G niet volstaan worden met uitsluitend katalytische waterstofbehandeling. Men 20 dient dan naast de katalytische waterstofbehandeling een oplosmiddelontasfaltering toe te passen. Toepassing van de gevonden relatie in de vorm: maximale RCT reductie = Fmay, en minimale RCT reductie = Fm7-n 25 leert bij substitutie van ba15,6, T=370 en d=29,4, dat voor het optimaal bedrijven van het combinatieproces moet worden zorg gedragen voor een RCT reductie bij de katalytische waterstofbehandeling tussen 60,0 en 70,0%.
Ter bereiding van een olie met een beginkookpunt 30 van 370°C en een RCT van 2,5 gew.% uit atmosferisch residu B werd een experiment 18 uitgevoerd. Bij dit experiment werd atmosferisch residu B aan een katalytische waterstofbehandeling onderworpen. Het experiment werd uitgevoerd in een reactor van 1000 ml waarin zich » 8103121 -y * -22-
een vast katalysatorbed bevond met hetzelfde volume en dezelfde samenstelling als bij de experimexiten 1-14 werd toegepast. Experiment 18 werd uitgevoerd bij een temperatuur van 395°C, een druk van 150 bar, een 5 ruimtelijke doorvoersnelheid van 1,05 g.g_^.uur·"^ en een H2/olie verhouding van 1000 Nl/kg. De RCT reductie bedroeg 65%. Het product van de katalytische waterstofbehandeling werd door achtereenvolgende atmosferische- en vacuumdestillatie gescheiden in een 10 04“ fractie, een H2S + NH3 fractie, een C5 - 370°C
atmosferisch destillaat, een 370 - 520°C vacuum- . destillaat en een 520eC*· vacuumresidu. Het vacuumre-sidu werd bij een temperatuur van 115°C, een druk van 40 bar en een oplosmiddel/olie gewichtsverhouding van 15 3:1 ontasfalteerd met n-butaan en het verkregen.
ontasfalteerde vacuumresidu werd opgemengd met het vacuumdestillaat. De resultaten van dit experiment volgens de uitvinding zijn hieronder vermeld.
8103121 -23-
Destillatie
Opbrengst aan producten betrokken op 100 gew.delen atmosferisch residu I, gew.delen C4- 0,98 H2S + NH3 1,5 C5 - 370°C 14,2 370-520°C (vacuumdestillaat) 48,3 5200CT*· (vacuumresidu ) 32,6 RCT van het vacuumdestillaat, gew.% . 0,5 RCT van het vacuumresidu, gew.% 12,9
Ontasfaltering
Opbrengst aan ontasfalteerd vacuumresidu, gew.delen 26,8
Opbrengst aan asfalt, gew.delen 5,8 .
RCT van het ontasfalteerd vacuumresidu, gew.% 6,1
Menging
Opbrengst aan mengsel van vacuumdestillaat en ontasfalteerd vacuumresidu, gew.delen 75,1
Beginkookpunt van het mengsel, °C 370 RCT van het mengsel, gew.% 2,5 8103121

Claims (11)

1. Werkwijze voor de bereiding van een koolwater-stofmengsel met een RCT van a gew.% en een beginkookpunt van T°C, met het kenmerk, dat een atmosferisch residu I verkregen bij de destillatie van een ruwe aardolie, 5 welk atmosferisch residu een RCT van b gew.% bezit en waarvan d gew.% kookt beneden 520°C, ter verlaging van de RCT aan een katalytische waterstofbehandeling wordt onderworpen, dat het verkregen product door destillatie wordt gescheiden in een atmosferisch 10 destillaat en een atmosferisch residu II met een beginkookpunt van T°C, dat-hetzij uit het atmosferisch residu II door oplosmiddelontasfaltering, zoveel asfal't wordt afgescheiden dat een ontasfalteerd atmosferisch residu verkregen wordt met de gewenste 15 RCT van a gew.%, hetzij het atmosferisch residu II door destillatie wordt gescheiden in een vacuumdestil-laat en een vacuumresidu, uit welk vacuumresidu door oplosmiddelontasfaltering zoveel asfalt wordt afgescheiden dat een ontasfalteerd vacuumresidu verkregen 20 wordt met een zodanige RCT dat daaruit door opmengen met het vacuumdestillaat een mengsel met de gewenste RCT van a gew.% verkregen wordt en dat de katalytische waterstofbehandeling onder zodanige condities wordt uitgevoerd dat daarbij voldaan wordt aan de relatie:
25 RCT reductie s x 100 « b 51,6 - 0,526 x d - 0,115 x T + 2,55 x b + 0,00115 x T x d _ + 5 (1,426 - 1,15 x 10“3 x T) (1 - 0,01 x d) waarin c de RCT voorstelt van het atmosferisch residu II 81 03121 • 30 -25- net een beginkookpunt van T°C van het net waterstof behandelde product.
2. Werkwijze volgens conclusie 1 met het kenmerk, dat bij de katalytische waterstofbehandeling ter 5 verlaging van de RCT een katalysator wordt toegepast welke ten minste een metaal gekozen uit de groep gevornd door nikkel en cobalt en bovendien ten minste een metaal gekozen uit de groep gevormd door molybdeen en wolfraam op een drager bevat, welke drager voor 10 meer dan 40 gew.% uit alumina bestaat.
3. Werkwijze volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat bij de katalytische waterstofbehandeling ter _verlaging van de RCT een katalysator wordt toegepast welke de metaalcombinatie nikkel-molybdeen of cobalt-15 molybdeen op alumina als drager bevat.
4. Werkwijze volgens conclusies 2 of 3, net het kenmerk, dat het atmosferisch residu I een vanadium + nikkelgehalte bezit van meer dan 50 gdpm en dat dit atmosferisch residu bij de katalytische waterstofbehan- 20 deling achtereenvolgens met twee katalysatoren in contact wordt gebracht waarvan de eerste katalysator een ontmetalliseringskatalysator is welke voor meer dan 80 gew.% uit silica bestaat en de tweede katalysator een RCT reductiekatalysator zoals omschreven in de 25 conclusies 2 of 3.
5. Werkwijze volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat de ontmetalliseringskatalysator de metaalcombinatie nikkel-vanadium op silica als drager bevat.
6. Werkwijze volgens een der conclusies 1-5, met 30 het kenmerk, dat de katalytische waterstofbehandeling wordt uitgevoerd bij een temperatuur van 300 - 500°C, een druk van 50 - 300 bar, een ruimtelijke doorvoer- 0,02 - 10 g.g l.uur 1 en een H2/voeding verhouding van 100 - 5000 Nl/kg. 8103121 A -26-
7. Werkwijze volgens conclusie 6, met het kenmerk dat de katalytische waterstofbehandeling wordt uitge-voerd bij een temperatuur van 350 - 450°C, een druk van 75 - 200 bar, een ruimtelijke doorvoersnelheid van 5 0,1-2 g.g”^.uur“^ en een H2/voeding verhouding van 500 - 2000 Nl/kg.
8. Werkwijze volgens een der conclusies 1-7, met bet kenmerk, dat de oplosmiddelontasfaltering wordt toegepast op een vacuumresidu van het met waterstof 10 behandelde product.
9. Werkwijze volgens een der conclusies 1-8, met het kenmerk, dat de oplosmiddelontasfaltering wordt uitgevoerd onder toepassing van n-butaan als oplosmiddel bij een druk van 35 - 45 bar en een temperatuur van 15 100 - 150°C.
10. Werkwijze voor de bereiding van een koolwaterstof-mengsel geschikt om te dienen als voeding voor een katalytisch conversieproces zoals katalytisch kraken, al of niet in tegenwoordigheid van waterstof, ter 20 bereiding van lichte koolwaterstofdestillaten zoals benzine en kerosine, welk koolwaterstofmengsel wordt bereid uitgaande van een atmosferisch residu verkregen bij de destillatie van een ruwe aardolie en welke bereiding wordt uitgevoerd in hoofdzaak zoals in het 25 voorafgaande beschreven en in het bijzonder onder verwijzing naar de experimenten 8, 9, 13, 17 en 18.
11. Koolwaterstofmengsels bereid volgens een werkwijze zoals beschreven in conclusie 10. 8103121
NL8103121A 1981-06-25 1981-06-29 Werkwijze voor de bereiding van een koolwaterstofmengsel. NL8103121A (nl)

Priority Applications (13)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL8103121A NL8103121A (nl) 1981-06-29 1981-06-29 Werkwijze voor de bereiding van een koolwaterstofmengsel.
EP19820200689 EP0068543B1 (en) 1981-06-25 1982-06-04 Process for the preparation of a hydrocarbon mixture
DE8282200689T DE3279051D1 (en) 1981-06-25 1982-06-04 Process for the preparation of a hydrocarbon mixture
CA000404858A CA1182770A (en) 1981-06-25 1982-06-10 Process for the preparation of a hydrocarbon mixture
US06/388,776 US4460456A (en) 1981-06-29 1982-06-15 Process for reducing ramsbottom carbon test of long residues
MX19329682A MX170898B (es) 1981-06-25 1982-06-24 Procedimiento para la preparacion de una mezcla de hidrocarburos
AR28976882A AR241922A1 (es) 1981-06-25 1982-06-24 Un procedimiento para la preparacion de una mezcla de hidrocarburos que tiene un ecr ajustado,a partir de una mezcla de hidrocarburos que contiene asfaltenos.
JP57109103A JPH0631334B2 (ja) 1981-06-25 1982-06-24 炭化水素混合物の製法
GB08218263A GB2100748B (en) 1981-06-25 1982-06-24 Process for the preparation of a hydrocarbon mixture
AU85196/82A AU543734B2 (en) 1981-06-25 1982-06-24 Reduction of ramsbottom coke value of cat cracker feedstock
FI822278A FI78496C (fi) 1981-06-25 1982-06-24 Foerfarande foer framstaellning av en kolvaeteblandning.
ES513432A ES513432A0 (es) 1981-06-25 1982-06-25 "un procedimiento para la preparacion de una mezcla de hidrocarburos".
SG67784A SG67784G (en) 1981-06-25 1984-09-21 Process for the preparation of a hydrocarbon mixture

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL8103121A NL8103121A (nl) 1981-06-29 1981-06-29 Werkwijze voor de bereiding van een koolwaterstofmengsel.
NL8103121 1981-06-29

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8103121A true NL8103121A (nl) 1983-01-17

Family

ID=19837711

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8103121A NL8103121A (nl) 1981-06-25 1981-06-29 Werkwijze voor de bereiding van een koolwaterstofmengsel.

Country Status (2)

Country Link
US (1) US4460456A (nl)
NL (1) NL8103121A (nl)

Family Cites Families (15)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US2975121A (en) * 1957-12-12 1961-03-14 Texaco Development Corp Petroleum treating process
US3368965A (en) * 1965-08-04 1968-02-13 Hydrocarbon Research Inc Two stage slurrying
US3362901A (en) * 1966-01-11 1968-01-09 Sinclair Research Inc Two stage hydrogenation of reduced crude
JPS4817443B1 (nl) * 1967-07-29 1973-05-29
US3617503A (en) * 1969-12-17 1971-11-02 Universal Oil Prod Co Slurry processing for black oil conversion
US3948756A (en) * 1971-08-19 1976-04-06 Hydrocarbon Research, Inc. Pentane insoluble asphaltene removal
US3723297A (en) * 1971-10-18 1973-03-27 Universal Oil Prod Co Conversion of asphaltene-containing charge stocks
US3796653A (en) * 1972-07-03 1974-03-12 Universal Oil Prod Co Solvent deasphalting and non-catalytic hydrogenation
US3920538A (en) * 1973-11-30 1975-11-18 Shell Oil Co Demetallation with nickel-vanadium on silica in a hydrocarbon conversion process
US4191635A (en) * 1977-12-21 1980-03-04 Standard Oil Company (Indiana) Process for the cracking of heavy hydrocarbon streams
US4176048A (en) * 1978-10-31 1979-11-27 Standard Oil Company (Indiana) Process for conversion of heavy hydrocarbons
US4397773A (en) * 1980-09-26 1983-08-09 General Electric Company Varistor with tetragonal antimony zinc oxide additive
US4358365A (en) * 1981-04-24 1982-11-09 Uop Inc. Conversion of asphaltene-containing charge stocks
NL8104327A (nl) * 1981-09-21 1983-04-18 Shell Int Research Werkwijze voor de bereiding van een koolwaterstofmengsel.
US4396493A (en) * 1982-06-24 1983-08-02 Shell Oil Company Process for reducing ramsbottom test of short residues

Also Published As

Publication number Publication date
US4460456A (en) 1984-07-17

Similar Documents

Publication Publication Date Title
JPH06240265A (ja) 改定された水素化転化法
Menoufy et al. A Comparative study on hydrocracking and hydrovisbreaking combination for heavy vacuum residue conversion
NL8201119A (nl) Werkwijze voor de bereiding van koolwaterstofoliedestillaten.
NL8101954A (nl) Werkwijze voor het gelijktijdig ontmetalliseren en hydrokraken van zware koolwaterstofolien.
JPS5898387A (ja) ガス状オレフイン及び単環芳香族炭化水素の製造方法
JP2825570B2 (ja) 低硫黄及び高硫黄コークスの調製方法
CA1196598A (en) Process for the production of hydrocarbon oil distillates
EP0068543B1 (en) Process for the preparation of a hydrocarbon mixture
NL193379C (nl) Basissmeeroliesamenstelling.
Matsushita et al. Relation between relative solubility of asphaltenes in the product oil and coke deposition in residue hydroprocessing
NL8102241A (nl) Werkwijze voor de verbetering van de stabiliteit van bij de katalytische hydrogenering van aardoliefrakties gebruikte katalysatoren.
NL8103121A (nl) Werkwijze voor de bereiding van een koolwaterstofmengsel.
AU608389B2 (en) Heavy oil cracking process
NL8103067A (nl) Werkwijze voor de bereiding van een koolwaterstofmengsel.
NL8104327A (nl) Werkwijze voor de bereiding van een koolwaterstofmengsel.
NL8103396A (nl) Werkwijze voor de bereiding van een koolwaterstof mengsel.
JPH06100871A (ja) 改良された水素化転化法
NL8105560A (nl) Werkwijze voor de bereiding van koolwaterstofoliedestillaten.
US7332071B2 (en) Process for improving aromatic and naphtheno-aromatic gas oil fractions
NL8103576A (nl) Werkwijze voor de bereiding van een koolwaterstofmengsel.
NL8301352A (nl) Werkwijze voor de bereiding van asfaltenenarme koolwaterstofmengsels.
US4461699A (en) Process for reducing Ramsbottom Carbon Test of short residues
JPH0413397B2 (nl)
NL8201233A (nl) Werkwijze voor de bereiding van asfaltenenarme koolwaterstofmengsel.
NL8403551A (nl) Werkwijze voor de bereiding van benzine.

Legal Events

Date Code Title Description
A1B A search report has been drawn up
A85 Still pending on 85-01-01
BC A request for examination has been filed
BV The patent application has lapsed