BE1002081A3 - Inrichting voor het presenteren van inslagdraden bij weefmachines. - Google Patents

Inrichting voor het presenteren van inslagdraden bij weefmachines. Download PDF

Info

Publication number
BE1002081A3
BE1002081A3 BE8800691A BE8800691A BE1002081A3 BE 1002081 A3 BE1002081 A3 BE 1002081A3 BE 8800691 A BE8800691 A BE 8800691A BE 8800691 A BE8800691 A BE 8800691A BE 1002081 A3 BE1002081 A3 BE 1002081A3
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
anchors
wire
arms
cam
presentation
Prior art date
Application number
BE8800691A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Picanol Nv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Picanol Nv filed Critical Picanol Nv
Priority to BE8800691A priority Critical patent/BE1002081A3/nl
Priority to EP89201415A priority patent/EP0346966A1/en
Priority to US07/366,628 priority patent/US4964443A/en
Application granted granted Critical
Publication of BE1002081A3 publication Critical patent/BE1002081A3/nl

Links

Classifications

    • D—TEXTILES; PAPER
    • D03—WEAVING
    • D03D—WOVEN FABRICS; METHODS OF WEAVING; LOOMS
    • D03D47/00—Looms in which bulk supply of weft does not pass through shed, e.g. shuttleless looms, gripper shuttle looms, dummy shuttle looms
    • D03D47/34—Handling the weft between bulk storage and weft-inserting means
    • D03D47/38—Weft pattern mechanisms

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Textile Engineering (AREA)
  • Looms (AREA)

Abstract

Inrichting voor het presenteren van inslagdraden bij weefmachines die bestaat uit draadpresentatiearmen (14); een aan halve machinesnelheid draaiend nokkenmekanisme (15); twee met het nokkenmekanisme (15) samenwerkende nokvolginrichtingen (17, 18); per draadpresentatiearm (14) twee hiermee samenwerkende ankers (19, 20) die aan de nokvolginrichtingen (17, 18) zijn bevestigd; middelen (21, 22) om de ankers (19, 20) naar keuze in de draadpresentatiearmen (14) te laten ingrijpen; middelen (24, 25) die de voornoemde ankers (19, 20) naar hun ontgrendelde toestand dwingen; en middelen (26) om de draadpresentatiearmen (14) in hun laatst door de ankers (19, 20) opgelegde positie te houden.

Description


   <Desc/Clms Page number 1> 
 



  Inrichting voor het presenteren van inslagdraden bij 
 EMI1.1 
 weefmachines. weefmachines. 



  Deze uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het presenteren van inslagdraden bij weefmachines. In de eerste plaats is de inrichting bedoeld om de inslagdraden aan de grijpers van grijperweefmachines te presenteren. 



  Zoals bekend zijn meerdere aspekten aan het presenteren van een inslagdraad aan een grijper verbonden. Ten eerste is het belangrijk, ten einde een vlotte werking te verkrijgen, dat bij een twee maal of meermaals na elkaar te presenteren draad de presentatiearm geen heen en weergaande beweging uitoefent, doch in zijn gepresenteerde stand blijft staan. Een weefmachine die dit principe toepast, is bekend uit het Amerikaans oktrooi nr 3.092. 150. 



  Bij grijperweefmachines is het ook belangrijk dat de beweging van een draadpresentatiearm vanuit de gepresenteerde toestand 

 <Desc/Clms Page number 2> 

 naar de rusttoestand zo laat mogelijk gebeurt, opdat de inslagdraad niet in aanraking met de bovenketting zou komen. 



  Tevens moet de presentatie van een inslagdraad vroeg genoeg beginnen om de inslagdraad tijdig in de baan van de grijper te brengen. Anderzijds, wanneer een inslagdraad te vroeg wordt gepresenteerd, kan deze met de voorheen ingebrachte inslagdraad in aanraking komen waardoor een beschadiging of een verstrengeling van inslagdraden kan ontstaan. 



  Doorgaans worden de meest optimale kondities bereikt wanneer een in te schakelen presentatiearm en een uit te schakelen presentatiearm elkaar kruisen ongeveer op het ogenblik dat de aanslag van de laatst ingebrachte inslagdraad plaats vindt. De inslagdraden die met de respektievelijke presentatiearmen verbonden zijn, hebben immers vanaf dat moment een nagenoeg gemeenschappelijk beginpunt, namelijk het voorste uiteinde van de aanslaglijn. De draden kunnen elkaar dan ook niet kruisen en verstrengeling is uitgesloten. 



  Bij bekende inrichtingen worden de presentatiearm van de te presenteren draad, enerzijds, en de presentatiearm van een zojuist gepresenteerde en in de gaap gebrachte draad, anderzijds, gelijktijdig over éénzelfde periode bewogen. Daar de tijd waarover deze periode zich kan uitstrekken zeer beperkt is omwille van de voornoemde vereisten, moeten de 

 <Desc/Clms Page number 3> 

 presentatiearmen vlugge en bruuske bewegingen maken wat nadelen geeft qua krachten, sleet,   lawaai,   enz. 



  De huidige uitvinding heeft een inrichting voor het presenteren van inslagdraden tot doel die de voornoemde nadelen niet vertoont, doch wel aan alle voornoemde vereisten tegemoet komt. Volgens de uitvinding wordt hiertoe gebruik gemaakt van een inrichting waarbij een faseverschuiving bekomen wordt tussen, enerzijds, de periode gedurende dewelke een draadpresentatiearm naar beneden wordt geplaatst en, anderzijds, de periode gedurende dewelke de presentatiearm die in de voorbije weefcyclus in het presenteren van een inslagdraad voorzag nu terug omhoog wordt geplaatst. Dit biedt o. a. het voordeel dat de presentatiearm die de volgende inslagdraad in de baan van de gaap moet presenteren reeds naar beneden kan bewogen worden alvorens de presentatiearm van de laatst ingebrachte inslagdraad omhoog wordt gebracht. 



  De inrichting volgens de uitvinding bestaat hierbij hoofdzakelijk uit een aantal tussen twee posities heen en weer wentelbare draadpresentatiearmen ; een nokkenmekaniame ; een aandrijving die het nokkenmekanisme met halve machinesnelheid aandrijft ; twee onafhankelijk van elkaar bewegende en met het voornoemde nokkenmekanisme samenwerkende nokvolginrichtingen ; per draadpresentatiearm twee ankers die respektievelijk aan de nokvolginrichtingen zijn bevestigd en die met de 

 <Desc/Clms Page number 4> 

 draadpresentatiearmen kunnen samenwerken ; middelen om per weefcyclus een aantal van de voornoemde ankers op welbepaalde ogenblikken en gedurende een welbepaalde periode in de erbij horende draadpresentatiearmen te laten ingrijpen ; middelen die de voornoemde ankers respektievelijk naar een ontgrendelde toestand dwingen ;

   en middelen om de draadpresentatiearmen in hun laatst door de ankers opgelegde positie te houden, waarbij het voornoemde nokkenmekanisme en de nokvolginrichtingen oscillerende bewegingen aan de ankers toekennen, zodanig dat afwisselend per opeenvolgende   weef cyclussen   de ankers die met   een   van de nokvolginrichtingen zijn gekoppeld in het presenteren van één van de draadpresentatiearmen kunnen voorzien, terwijl de ankers die met de andere nokvolginrichting zijn gekoppeld een gepresenteerde presentatiearm kunnen terugplaatsen. 



  Met het inzicht de kenmerken volgens de uitvinding beter aan te tonen wordt hierna als voorbeeld zonder enig beperkend karakter een voorkeurdragende uitvoeringsvorm beschreven, met verwijzing naar de bijgaande tekeningen, waarin : figuur   l   schematisch het presenteren van inslagdraden aan de grijper van een grijperweefmachine weergeeft ; figuur 2 het verloop van de bewegingen van twee draadpre- sentatie-elementen voor bekende inrichtingen weergeeft ; figuur 3 het verloop van de bewegingen van twee draadpre- 

 <Desc/Clms Page number 5> 

 sentatie-elementen weergeeft voor de inrichting volgens de huidige uitvinding ; figuur 4 een   weefmachine   weergeeft die de inrichting vol- gens de uitvinding toepast ; figuur 5 de inrichting volgens de uitvinding in doorsnede weergeeft ; figuur 6 een doorsnede weergeeft volgens lijn VI-VI in fi- guur 5 ;

   figuur 7 een doorsnede weergeeft volgens lijn VII-VII in figuur 5 ; figuur 8 de in figuur 5 weergegeven presentatiearm in een andere stand afbeeldt ; figuren 9 en 10 voor twee verschillende standen een ge- deelte uit de inrichting weergeeft, hoofdzakelijk overeen- komstig aan de doorsnede volgens lijn IX-IX in figuur 6 ; figuur 11 op een grotere schaal de in figuur 5 voorkomende nokken weergeeft ; figuren 12 t. e. m. 15 ter verduidelijking van de werking schematisch de inrichting voor verschillende standen weer- geven. 



  Zoals is weergegeven in figuur 1 is het algemeen bekend om bij grijperweefmachines de verschillende inslagdraden 1 door middel van op en neer beweegbare draadpresentatie-elementen 2A tot 2D, respektievelijk volgens het gewenste weefpatroon in de baan van de gevergrijper 3 te brengen. Zoals bekend brengt de 

 <Desc/Clms Page number 6> 

 gevergrijper 3 de gepresenteerde draad 1 dan in de gaap 4, waar deze wordt overgenomen door de nemergrijper 5. De ingebrachte inslagdraad wordt vervolgens door middel van het riet 6 tegen de aanslaglijn 7 aangeslagen. Ten einde bij de   volgende weef cyclus   in een andere inslagdraad te voorzien, wordt het   draad presentatie-element   2A terug omhoog gebracht, terwijl het draadpresentatie-element, bijvoorbeeld 2B, van de eerst volgend in te brengen inslagdraad naar beneden wordt verplaatst. 



  Indien de draadpresentatie-elementen 2A tot 2D bestaan uit draadogen, zoals weergegeven in figuur   1,   blijven de zich in rusttoestand bevindende inslagdraden   l   vasthangen aan de weefselrand 8. 



  Het is duidelijk dat, om een vlotte werking te bekomen, de bewegingen van de draadpresentatie-elementen 2A tot 2D aan de in de inleiding genoemde vereisten moeten voldoen. 



  Bij de bekende inrichtingen is het gebruikelijk om de neergaande beweging van het draadpresentatie-element 2B van de eerstvolgend te presenteren inslagdraad 1 precies gelijktijdig en over dezelfde periode T uit te voeren als de omhooggaande beweging van het draadpresentatie-element 2A dat de laatst ingebrachte inslagdraad heeft gepresenteerd. Het verloop van de verplaatsingen van de draadpresentatie-elementen 2A en 2B 

 <Desc/Clms Page number 7> 

 gebeurt dan respektievelijk zoals voorgesteld door middel van de kurven 9 en 10 in figuur 2, waarin de verplaatsing van de   draadpresentatie-elementen ie uitgetekend   in funktie van de krukgraden van de hoofdas van de   weef machine,   waarbij nul graden overeenkomt met het ogenblik dat een inslagdraad aangeslagen wordt. 



  In de figuur 2 stelt   H   het gebied voor waarin een gepresenteerde inslagdraad 1 door de gevergrijper 3 kan worden meegenomen. Op nul graden vindt de aanslag plaats. terwijl op het moment X een gepresenteerde draad door de grijper 3 wordt vastgenomen. 



  Belangrijk hierbij is dat het terugplaatsen van het presentatie-element 2A zo laat mogelijk gebeurt opdat de betreffende inslagdraad 1 niet in aanraking met de bovenketting 11 zou komen. Anderzijds moet de presentatie van de volgende inslagdraad 1 door middel van het draadpresentatie-element 2B zo vroeg mogelijk beginnen opdat de betreffende inslagdraad, op het ogenblik dat de gevergrijper 3 passeert, zou meegenomen worden. M. a. w. betekent dit dat het punt Xl zich in het gebied H moet bevinden. Belangrijk hierbij is ook dat de eerstvolgend in de gaap in te brengen draad niet te vroeg mag gepresenteerd worden, zo niet kan deze, zoals weergegeven in   figuur l,   kontakt maken met de   nog   niet aangeslagen ingebrachte 

 <Desc/Clms Page number 8> 

 inslagdraad, waardoor een verstrengeling van beide draden kan ontstaan.

   Hiertoe is het gebruikelijk dat er op gelet wordt dat de kurven 9 en 10 elkaar kruisen op een moment dat samenvalt of nagenoeg samenvalt met het ogenblik waarop het riet 6 tegen de aanslaglijn 7 komt. 



  Omwille van het feit dat aan de voornoemde vereisten moet worden voldaan, en omwille van het feit dat de voornoemde bewegingen van de draadpresentatie-elementen 2A en 2B in precies dezelfde periode T worden uitgevoerd, ontstaat bij de bekende inrichtingen het nadeel dat de draadpresentatie-elementen 2A tot 2B vlugge en bruuske bewegingen moeten uitvoeren, hetgeen door de relatief steile flanken van de kurven 9 en 10 in figuur 2, althans gedurende de periode T, is uitgebeeld. 



  De huidige uitvinding betreft een inrichting voor het presenteren van inslagdraden   l,   waarbij het mogelijk is om zonder afbreuk aan de voornoemde vereisten te doen de presentatie-elementen met minder bruuske bewegingen kunnen verplaatst worden. Hiertoe worden, zoals weergegeven in figuur 3, de perioden Tl en T2 gedurende dewelke de betreffende draadpresentatie-elementen 2A en 2B verplaatst worden in duurtijd   verlengd,   waarbij tevens in een faseverschuiving van de beide perioden wordt voorzien. 

 <Desc/Clms Page number 9> 

 In figuur 4 wordt een weefmachine weergegeven die de inrichting 12 volgens de uitvinding toepast. De inslagdraden   l   worden op bekende wijze vanaf verschillende draadvoorraden 13 naar de draadpresentatie-elementen 2 geleid. 



  Zoals weergegeven in figuren 5 tot 7 bestaat de inrichting 12 volgens de uitvinding hoofdzakelijk uit een aantal tussen twee posities heen en weer wentelbare presentatiearmen 14 ; een nokkenmekanisme 15 ; een aandrijving 16 die het nokkenmekanisme 15 met halve   machineenelheid   aandrijft ; twee onafhankelijk van elkaar bewegende en met het voornoemde nokkenmekanisme 15 samenwerkende nokvolginrichtingen 17 en 18 ; per draadpresentatiearm 14 twee ankers 19 en 20 die respektievelijk aan de nokvolginrichtingen 17 en 18 zijn bevestigd en die met de draadpresentatiearmen 14 kunnen samenwerken ;

   middelen om per weefcyclus een aantal van de ankers 19 en 20 op welbepaalde ogenblikken en gedurende een welbepaalde periode met de respektievelijke draadpresentatiearmen 14 te laten samenwerken, waarbij deze middelen bestaan uit door middel van een schakeleenheid 21 gestuurde elektromagneten 22 om de ankers 19 en 20 al dan niet in vergrendelde toestand te brengen, en eventueel aandrukmiddelen 23 om de ankers 19 en 20 op respektievelijke wijze in de presentatiearmen 14 te doen aangrijpen ; middelenbij voorkeur elastische middelen, zoals veren 24 en   25-om   de ankers 19 en 20 naar een ontgrendelde positie te dwingen. en 

 <Desc/Clms Page number 10> 

 middelen 26 om de draadpresentatiearmen 14 in hun laatst door de ankers 19 en 20 opgelegde positie te houden.

   De ankers 19 en 20 kunnen dus ofwel rechtstreeks door de respektievelijke elektromagneten 22 aangetrokken worden, ofwel eerst door middel van de aandrukmiddelen 23 tegen alle elektromagneten 22 aangedrukt worden, waarna de ankers 19 of 20 waarvan de bijhorende elektromagneten 22 zijn ingeschakeld in hun vergrendelde toestand aangetrokken blijven. Het gebruik van zulk aandrukmekanisme 23 vergemakkelijkt het aantrekken van de ankers 19 en/of 20. 



  De draadpresentatiearmen 14 bestaan uit hefbomen die aan hun voorste uiteinden voorzien zijn van de   draadpresentatie-e1ementen   2, en die rond een gemeenschappelijke as 27 wentelbaar zijn, dewelke, zoals weergegeven in figuur 6, bij zijn beide uiteinden bevestigd is in de behuizing 28. 



  Het voornoemde nokkenmekanisme 15 bestaat volgens de voorkeurdragende uitvoeringsvorm, zoals weergegeven in figuren 5 en 7. uit twee identieke nokken 29, die aan weerszijden in de behuizing 28 op een doorlopende aandrijfas 30 zijn gemonteerd, die met de voornoemde aandrijving 16 is gekoppeld. 



  De voornoemde nokvolginrichtingen 17 en 18 bestaan hoofdzakelijk uit d. m. v. assen 31 en 32 wentelbare hefbomen 33 

 <Desc/Clms Page number 11> 

 en 34 die voorzien zijn van nokvolgers, zoals rollen 35 en 36, waarbij deze hefbomen in kontakt gehouden worden met de voornoemde nokken 29 door middel van drukveren 37 en 38. De nokvolginrichtingen 17 en 18 bestaan verder uit rond de voornoemde as 27 ventelbare armen 39 en 40 die aan hun uiteinden 41 en 42 die tegenoverliggend gesitueerd zijn aan de as 27 door middel van   acharnierbare   koppelstukken 43 en 44, in de vorm van schakels, met de vrije uiteinden van de hefbomen 33 en 34 zijn verbonden. Het is duidelijk dat, zoals weergegeven in figuren 6 en 7, de assen 31 en 32 zich bij voorkeur doorheen de behuizing 28 uitstrekken.

   Het is eveneens duidelijk dat aan weerszijden van de inrichting, aldus aan beide voornoemde nokken 29, een konstruktie is voorzien zoals hiervoor beschreven, met andere woorden elk van deze konstrukties bestaande uit de hefbomen 33-34, de veren 37-38, de armen 39-40 en de koppelstukken 43-44. 



  Opgemerkt wordt dat, zoals weergegeven in figuur 5, de hefboom 17 in zijn midden wentelbaar is, terwijl de rol 35 zich aan het uiteinde bevindt dat tegenoverliggend gesitueerd is aan het uiteinde waaraan het koppelstuk 41 is verbonden. De opstelling van de hefboom 34 is verschillend uitgevoerd. Deze hefboom is immers wentelbaar rond zijn uiteinde, terwijl de voornoemde rol 36 zich in dit geval in het midden van de hefboom 34 bevindt. 

 <Desc/Clms Page number 12> 

 



  Bij voorkeur liggen de draaiingsassen van de assen 30,31 en 32 in   n vlak, waarbij dit vlak loodrecht staat op het vlak waarin de draaiingsassen van de assen 27 en 30 zijn gelegen. 



  De afstand tussen de assen 30 en 31 en de afstand tussen de assen 30 en 32 zijn eventueel gelijk aan mekaar. 



  De voornoemde ankers 19 en 20, waarvan per draadpresentatiearm 14   n paar is voorzien, zijn hoofdzakelijk gevormd uit naar elkaar toe gerichte vingers die wentelbaar aan twee gemeenschappelijke   draagassen,   respektievelijk 45 en 46 zijn opgehangen. Zoals weergegeven in figuren 5 en 6 is de draagas 45 van de bovenste ankers 19 bevestigd tussen de uiteinden 41 van de armen 39 die zich tegenoverliggend aan de as 27 bevinden. Analoog is de draagas 46 bevestigd tussen de uiteinden 42 van de zich aan weerszijden van de inrichting bevindende armen 40. 



  Zoals zichtbaar in figuur 5 vertonen de ankers 19 en 20 aan hun vrije uiteinden elk een tand 47,   n en ander zodanig dat deze tanden 47 door de verdraaiing van de ankers 19 en 20 kunnen ingrijpen in uitsparingen 48 die in de zich tegenoverliggend aan de draadpresentatie-elementen 2 gelegen uiteinden van de draadpresentatiearmen 14 bevinden. 



  De voornoemde veren 24 en 25 zijn, enerzijds, op geschikte wijze vastgemaakt aan de betreffende ankers 19 en 20 en. 

 <Desc/Clms Page number 13> 

 anderzijds. bevestigd aan twee gemeenschappelijke bevestigingselementen, respektievelijk 49 en 50. De veren 24 en 25, die in de weergegeven uitvoeringsvorm bestaan uit trekveren, werken zodanig op de ankers 19 en 20 in dat deze laatste naar hun ontgrendelde toestand gedwongen worden. 



  De voornoemde aandrukmiddelen 23 om de ankers 19 en 20 tegen de draadpresentatiearmen 14 te   drukken,   bestaan uit een op de aandrijfas 30 geplaatste nok 51 en een hiermee samenwerkend nokvolgmekanisme in de vorm van een rond een as 52 wentelbare hefboom 53 die voorzien is van een aandrukelement 54 dat met alle ankers 19 en 20 kontakt kan maken. Het aandrukelement 54 is bij voorkeur elastisch opgesteld, en is hiertoe bijvoorbeeld op het vrije uiteinde van een verend gedeelte 53A gemonteerd. Een drukveer 55 zorgt ervoor dat de hefboom 53 in kontakt blijft met de nok 51. Zoals weergegeven in figuur 7 bevindt de nok 51 zich tussen de twee nokken 29. Er is dan ook maar   n hefboom 53 voorzien. Het aandrukelement 54 bestaat uit een stang die zich langs de verschillende ankers 19 en 20 uitstrekt. 



  De voornoemde elektromagneten 22 zijn in de draadpresentatiearmen 14 ingebouwd, bij voorkeur nabij de uitsparingen 48,   n en ander zodanig dat nadat een anker 19 of 20 in vergrendelde toestand is gebracht, dit anker tegen de terugroepkracht van de veer 24 of 25 in, in zijn vergrendelde 

 <Desc/Clms Page number 14> 

 toestand kan gehouden worden door de inschakeling van de betreffende elektromagneet 22. 



  Om de verdraaiing van de ankers 19 en 20 in hun ontgrendelde toestand te beperken kunnen hierlangs aanslagen, respektievelijk 56 en 57, worden geplaatst. De aanslag 56 voor de ankers 19 kan hierbij bestaan uit een lat die tussen de uiteinden 41 van de zich aan weerszijden van de inrichting bevindende armen 39 is gemonteerd. Analoog kan de aanslag 57 bestaan uit een lat die zich tussen de uiteinden 42 van de armen 40 uitstrekt. 



  De voornoemde middelen 26 om de draadpresentatiearmen 14 in hun laatste door de ankers opgelegde positie te houden, kunnen van verschillende aard zijn. Zoals in figuur 5. en voor een andere stand in figuur 8, is weergegeven kunnen deze middelen 26 bijvoorbeeld bestaan uit een vast in de behuizing 28 gemonteerde steun 58 en per draadpresentatiearm 14 een spanelement 59 dat zich tussen de steun 58 en de hefboom 14 uitstrekt, schuin t. o. v. het vlak 60 dat bepaald is door de steun 58 en de as 27,   n en ander zodanig dat door het verplaatsen van een draadpresentatiearm 14 het betreffende spanelement 59 van de ene zijde naar de andere zijde van dit vlak 60 bewogen wordt en over een dood punt heen wordt gehaald waarin de spankracht van het spanelement 59 het grootste is. 



  De tweede stand is in figuur 8 weergegeven. Verder zijn 

 <Desc/Clms Page number 15> 

 aanslagen 61 en 62 langs de draadpresentatiearmen 14 geplaatst, die de laagste en hoogste positie van de draadpresentatiearmen 14 bepalen. Het is duidelijk dat de middelen 26 ook kunnen bestaan uit andere mekanismen die over een dood punt heen kunnen getrokken worden. 



  Volgens een variante zouden de aanslagen 61 en 62 als permanente magneten kunnen worden uitgevoerd, zodat zij de funktie van de voornoemde middelen 26 kunnen vervullen. 



  Ten   slofte   kan de inrichting 12 eventueel, zoals weergegeven in de figuren, worden uitgerust met middelen 63 waardoor van kort voor het aandrukken van de ankers 19 en 20 tot kort na het terug verwijderen van het aandrukelement 54 de spanning in de veren 24 en 25 vergroot wordt, zulks ten einde te   vermijden   dat de ankers 19 enlof 20 waarvan de elektromagneten 22 zijn uitgeschakeld door het remanent magnetisme en de wrijving niet uit de uitsparingen 48 zouden loskomen. Het is duidelijk dat deze middelen 63, die men ook als"mechanische versterker"zou kunnen betitelen, zowel aan de bovenste ankers 19 als aan de onderste ankers 20 worden voorzien.

   Ten einde de uitvoering en werking hiervan beter te begrijpen, worden de middelen 63 die samenwerken met de bovenste ankers 19 afzonderlijk in figuren 9 en 10 weergegeven, respektievelijk voor twee verschillende standen ervan. 

 <Desc/Clms Page number 16> 

 



  De middelen 63 worden hierbij hoofdzakelijk gevormd door aan de binnenzijde tegen de armen 39 bevestigde schommelelementen 64 die aan hun vrije uiteinden het voornoemde   bevestigingsele-   ment 49, waaraan de verschillende veren 24 zijn   vastgemaakt,   dragen en, anderzijds, vingers 65 die aan weerszijden naast de reeks ankers 19 op analoge wijze als deze ankers aan de draagas 45 zijn opgehangen. Op de vingers 65 zijn stoters 66 geplaatst die tegen de schommelelementen 64 kunnen drukken zulks op een korte afstand van het draaipunt 67 van deze laatste. De vingers 65 kunnen analoog als de ankers 19 door middel van het aandrukelement 54 bewogen worden. Ten slotte kan eventueel tussen elke vinger 65 en het bevestigingselement 49, analoog als voor de ankers 19, in een veer 24 worden voorzien. 



  Uit figuur 10 is het duidelijk dat wanneer de vingers 65 door middel van het aandrukelement 54 ingedrukt worden t. o. v. de armen 39, de schommelelementen 64 worden opzij   gewenteld,     n en ander zodanig dat het bevestigingselement 49 zich verplaatst en alle veren 24 verder worden uitgerekt, waardoor hun trekkracht vergroot. 



  De konstruktie van de middelen 63 die met de ankers 20 samenwerken, is volledig analoog. 

 <Desc/Clms Page number 17> 

 De nokken 29 en 51, die vast op dezelfde as 30 zijn bevestigd, vertonen bij voorkeur de vorm zoals weergegeven in figuur 11. 



  De nokken 29 bestaan hierbij uit twee cirkelbogen Cl en C2, respektievelijk met een kleine en een grotere straal, en twee overgangsgedeelten UI en 02 die de cirkelbogen met elkaar verbinden. Belangrijk is dat de overgangsgedeelten UI en U2 asymmetrisch gesitueerd zijn t. o. v. het middelpunt, waarbij deze asymmetrie gekenmerkt is door een faseverschuiving F. Het is duidelijk dat wanneer de rollen 35 en 36 kontakt maken met de cirkelbogen Cl en C2, de ankers 19 en 20 niet worden bewogen. Wanneer de overgangsgedeelten UI en U2 langs de rollen bewegen, is het duidelijk dat de ankers 19 en 20 wel zullen verplaatst worden. 



  Bij voorkeur bedragen de in figuur 3 weergegeven perioden   Tl   en T2 150 krukgraden van de hoofdas, terwijl de faseverschuiving F 40 krukgraden van de hoofdas bedraagt. Daar de nokken 29 aan halve machinesnelheid draaien, betekent dit dat de hoek F in figuur 11 twintig graden moet bedragen, terwijl de overgangsgedeelten UI en U2 elk een hoek van 75 graden beschrijven. 



  De nok 51 is uiteraard zodanig geplaatst dat de ankers 19 en 20 uitsluitend aangedrukt worden wanneer zij niet naar elkaar toe of uit elkaar verplaatst worden, m. a. w. wanneer de rollen 35 en 36 zich op de cirkelbogen Cl en C2 bevinden. 

 <Desc/Clms Page number 18> 

 De werking van de inrichting wordt voor verschillende standen schematisch in figuren 12 t. e. m. 15 weergegeven. 



  Duidelijkheidshalve zijn slechts twee draadpresentatiearmen afgebeeld, die ter onderscheid met de referenties 14A en 14B zijn aangeduid. 



  Volgens figuur 12 wordt er van een toestand uitgegaan waarbij de draadpresentatiearm 14A zich in zijn gepresenteerde toestand bevindt, terwijl de draadpresentatiearm 14B omhoog geplaatst is, of m. a. w. zich in zijn rusttoestand bevindt. De rol 35 maakt kontakt met de cirkelboog Cl met de kleinste straal, en de rol 36 maakt kontakt met de cirkelboog C2 met de grootste straal. De ankers 19 en 20 bevinden zich dan ook in hun verst uit elkaar geplaatste posities. Doordat de ankers 19 en 20 d. m. v. de nok 51 en de aandrukmiddelen 23 naar de draadpresentatiearmen 14 worden gedrukt, komen de tanden 47 respektievelijk in het uiteinde van de draadpresentatiearm 14A en het uiteinde van de draadpresentatiearm 14B terecht. 



  In het geval dat het gewenst is om bij de volgende   weef cyclus   de draadpresentatiearm 14A in zijn rusttoestand te brengen en de draadpresentatiearm 14B te presenteren, worden d. m. v. de schakeleenheid 21 de elektromagneten 22 van de te bewegen draadpresentatiearmen 14A en 14B ingeschakeld. 

 <Desc/Clms Page number 19> 

 



  Bij het verder draaien van de as 30 komt het aandrukelement 54, zoals weergegeven in figuur 13, los van de ankers 19 en 20. De ankers 19 en 20 van de draadpresentatiearmen 14A en 14B blijven echter in hun vergrendelde toestand omwille van de ingeschakelde elektromagneten 22. Doordat de rollen 35 en 36 nu kontakt maken met de overgangsgedeelten UI en U2 worden de ankers 19 en 20 naar elkaar toe bewogen en maken als het ware een kruisende beweging. Door de voornoemde faseverschuiving F komt de rol 36 eerder in kontakt met het gebied U2 dan dat de rol 35 kontakt maakt met het overgangsgebied UI. Dit heeft tot gevolg dat de te presenteren arm 14B eerder aan zijn beweging begint dan de omhoog te brengen draadpresentatiearm 14A. 



  Nadat de armen 14A en 14B verplaatst zijn, kunnen de elektromagneten 22 uitgeschakeld worden. Hierna bewegen de rollen 35 en 36 respektievelijk over de cirkelbogen C2 en Cl, zoals weergegeven in figuur 14. Ook hier vindt weer het aandrukken van de ankers 19 en 20 plaats. In het geval dat nu weer de armen 14A en 14B van positie dienen verwisseld te worden, worden weer de elektromagneten 22 van deze armen ingeschakeld, zodanig dat bij het bewegen van het aandrukelement 54 de ankers 19 en 20 weer in vergrendelde toestand komen. Het is duidelijk dat indien andere armen dan 14A en 14B moeten bewogen worden de hiermee overeenstemmende elektromagneten worden ingeschakeld. 

 <Desc/Clms Page number 20> 

 



  In figuur 15 wordt weergegeven hoe bij een volgende stap de alsdan uit elkaar bewegende ankers 19 en 20 in de verplaatsing van de draadpresentatiearmen 14A en 14B voorzien. Ook in dit geval vangt de beweging van de te presenteren draadpresentatiearm 14A eerder aan dan de beweging van de terug in rusttoestand te brengen draadpresentatiearm 14B. 



  Opgemerkt wordt dat in de ene toestand, volgens figuur 13, de ankers 19 en 20 tegen de uiteinden van de draadpresentatiearmen 14A en 14B duwen, terwijl in de andere toestand, volgens figuur 15, deze draadpresentatiearmen 14A en 14B verplaatst worden doordat de ankers 19 en 20 aan hun uiteinden trekken. 



  Zoals voorgesteld in figuur 5 kunnen ter hoogte van de aanslagen 61 en 62   nabijheids8chakelaars   68 en 69 worden voorzien, die nagaan of de gewenste positie van de draadpresentatiearmen 14 werd bereikt. Zo niet wordt de machine gestopt. 



  De huidige uitvinding is geenszins beperkt tot de als voorbeelden beschreven en in de figuren weergegeven uitvoeringsvorm, doch dergelijke inrichting voor het presenteren van inslagdraden bij weefmachines kan in allerlei vormen en afmetingen worden verwezenlijkt zonder buiten het kader der uitvinding te treden.

Claims (15)

  1. Conclusies. EMI21.1 ----------- 1.-Inrichting voor het presenteren van inslagdraden bij weefmachines, daardoor gekenmerkt dat zij hoofdzakelijk bestaat uit een aantal tussen twee posities heen en weer wentelbare draadpresentatiearmen (14) ; een nokkenmekanisme (15) ; een aandrijving (16) die het nokkenmekanisme (15) met halve machinesnelheid aandrijft ; twee onafhankelijk van elkaar bewegende en met het voornoemde nokkenmekanisme (15) samenwerkende nokvolginrichtingen (17, 18) ; per draadpresentatiearm (14) twee ankers (19,20) die respektievelijk aan de nokvolginrichtingen (17, 18) zijn bevestigd en die met de draadpresentatiearmen (14) kunnen samenwerken ;
    middelen (21,22) om per weefcyclus een aantal van de voornoemde ankers (19, 20) op welbepaalde ogenblikken en gedurende een welbepaalde periode in de erbij horende draadpresentatiearmen (14) te laten ingrijpen ; middelen (24,25) die de voornoemde ankers (19,20) respektievelijk naar hun ontgrendelde toestand dwingen ;
    en middelen (26) om de draadpresentatiearmen (14) in hun laatst door de ankers (19, 20) opgelegde positie te houden, waarbij het voornoemde nokkenmekanisme (15) en de nokvolginrichtingen (17,18) oscillerende bewegingen aan de ankers (19,20) toekennen, zodanig dat afwisselend per opeenvolgende weef cyclussen de <Desc/Clms Page number 22> ankers die met één van de nokvolginrichtingen (17,18) zijn gekoppeld in het presenteren van één van de draadpresentatiearmen (14) kunnen voorzien, terwijl de ankers (19,20) die met de andere nokvolginrichting zijn verbonden een gepresenteerde draadpresentatiearm (14) kunnen terugplaatsen.
  2. 2.-Inrichting volgens conclusie 1, daardoor gekenmerkt dat het nokkenmekanisme (15) hoofdzakelijk bestaat uit minstens één asymmetrische ook (29) die de ankers (19, 20) die een draadpresentatiearm (14) presenteren vroeger beveelt dan de ankers (19,20) die een gepresenteerde draadpresentatiearm (14) terug in rusttoestand brengen.
  3. 3.-Inrichting volgens conclusie 2, daardoor gekenmerkt dat de asymmetrische nok bestaat uit twee cirkelbogen (Cl, C2) met een verschillende straal en twee tussenliggende overgangsgedeelten (U1. U2), waarbij de overgangsgedeelten asymmetrisch t. o. v. het centrum van de nok zijn gesitueerd, en dat de nokvolgers (35, 36) waarmee de voornoemde nokvolginrichtingen (17,18) tegen de asymmetrische nok (29) aanliggen hoofdzakelijk tegenover elkaar staan opgesteld.
  4. 4.-Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat de nokvolginrichtingen (17, 18) elk bestaan uit een hefboom (33,34) die voorzien is van een nokvolger (35,36) die met het voornoemde nokkenmekanisme (15) samenwerken en een <Desc/Clms Page number 23> rond een vast draaipunt (27) wentelbare arm (39, 40) die met de betreffende hefboom is gekoppeld, waarbij deze arm (39, 40) aan zijn vrije uiteinde (41, 42) is voorzien van een draagas (45, 46), waaraan de betreffende ankers (19, 20) draaibaar zijn opgehangen.
  5. 5.-Inrichting volgens conclusie 4, daardoor gekenmerkt dat één hefboom (17) in zijn midden wentelbaar is rond een as (31), dat hij aan één uiteinde van de voornoemde nokvolger (35) is voorzien en dat hij aan zijn andere uiteinde aan de wentelbare arm (39) is gekoppeld, terwijl de andere hefboom (34) aan één uiteinde wentelbaar op een as (32) is gemonteerd, aan zijn andere uiteinde met de bijhorende wentelbare arm (40) is gekoppeld en in zijn midden de met de nok (29) samenwerkende nokvolger (36) vertoont.
  6. 6.-Inrichting volgens één der voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat de draadpresentatiearmen (14) elk bestaan uit een rond een as (27) wentelbare hefboom die aan één uiteinde een draadpresentatie-element (2) vertoont en aan zijn andere uiteinde een uitsparing (48) bezit waarin de voornoemde ankers (19, 20) kunnen ingrijpen.
  7. 7.-Inrichting volgens één der voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat de voornoemde ankers (19, 20) bestaan uit wentelbare vingers die aan hun vrije uiteinden tanden (47) <Desc/Clms Page number 24> vertonen die in uitsparingen (48) in de draadpresentatiearmen (14) kunnen ingrijpen, waarbij de ankers (19, 20) van de respektievelijke nokvolginrichtingen (17,18) tegenover elkaar staan opgesteld en met hun tanden (47) een in-en uiteen gaande kruisende beweging kunnen uitvoeren.
  8. 8.-Inrichting volgens één der voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat de middelen om de ankers (19,20) op welbepaalde ogenblikken en gedurende een welbepaalde periode in de draadpresentatiearmen (14) te laten ingrijpen, minstens bestaan uit door middel van een schakeleenheid (21) afzonderlijk inschakelbare elektromagneten (22), die door hun inschakeling de bijhorende ankers (19, 20) in de vergrendelde toestand met de respektievelijke draadpresentatiearmen (14) kunnen houden.
  9. 9.-Inrichting volgens één der conclusies 1 tot 7, daardoor gekenmerkt dat de middelen om de ankers (19,20) op welbepaalde ogenblikken en gedurende een welbepaalde periode in de draadpresentatiearmen (14) te laten ingrijpen, hoofdzakelijk bestaan in de kombinatie van aandrukmiddelen (23) die de ankers (19, 20) in de draadpresentatiearmen (14) kunnen doen aangrijpen, en per draadpresentatiearm (14) een door middel van een schakeleenheid (21) bevolen elektromagneet (22) die bij inschakeling een aangedrukt anker (19, 20) na verwijdering <Desc/Clms Page number 25> EMI25.1 van de aandrukmiddelen (23) in vergrendelde toestand met de o betreffende draadpresentatiearm (14) kan houden.
  10. 10.-Inrichting volgens conclusie 9, daardoor gekenmerkt dat de aandrukmiddelen (23) bestaan uit een samen met het voornoemde nokkenmekanisme (15) aan halve machinesnelheid draaiende nok (51) en een hiermee samenwerkende nokvolger (53) die voorzien is van een aandrukelement (54) dat de ankers (19,20) in hun met de draadpresentatiearmen (14) vergrendelde toestand kan brengen, waarbij deze nok (51) per weefcyclus eenmaal in het aandrukken van de ankers (19,20) voorziet.
  11. 11.-Inrichting volgens conclusie 10, daardoor gekenmerkt dat het aandrukelement (54) elastisch op de nokvolger (53) is gemonteerd.
  12. 12.-Inrichting volgens één der voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat de middelen om de ankers (19, 20) naar een ontgrendelde toestand te dwingen bestaan uit veren (24,25).
  13. 13.-Inrichting volgens een der conclusies 8 tot 11, daardoor gekenmerkt dat de middelen om de ankers (19,20) op welbepaalde ogenblikken en gedurende een welbepaalde periode in de draadpresentatiearmen (14) te laten ingrijpen, voorzien zijn van middelen (63) waarmee van kort voor het aandrukken van de <Desc/Clms Page number 26> ankers (19,20) tot kort na het loslaten ervan de spanning in de elastische middelen (24,25) die de ankers (19,20) naar hun ontgrendelde toestand dwingen vergroot wordt.
  14. 14.-Inrichting volgens conclusie 13, daardoor gekenmerkt dat de middelen (63) om de spanning in de voornoemde elastische middelen (24,25) te vergroten hoofdzakelijk bestaan uit s chomme 1 elementen (64) waaraan door middel van bevestigingselementen (49,50) de uit veren (24,25) bestaande elastische elementen bij een uiteinde zijn vastgemaakt en vingers (65) die samen met de ankers (19,20) worden bewogen en die voorzien zijn van een stoter (66) die met de schommelelementen (64) kontakt maakt en bij het aandrukken van de ankers (19,20) en de vingers (65) de schommelelementen (64) verplaatst, zodanig dat de voornoemde elastische middelen (22,23) worden uitgerekt.
  15. 15.-Inrichting volgens één der voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat de middelen (26) om de draadpresentatiearmen (14) in hun laatst door de ankers (19,20) opgelegde positie te houden, hoofdzakelijk bestaan uit mekanismen die over een dood punt heen kunnen getrokken worden en aanslagen (61, 62) die de verplaatsing van de draadpresentatie-elementen (14) begrenzen. <Desc/Clms Page number 27> 16.-Inrichting volgens één der voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat de middelen (26) om de draadpresentatiearmen (14) in hun laatst door de ankers (19, 20) opgelegde positie te houden, hoofdzakelijk bestaan uit aanslagen (61, 62) die als permanente magneten zijn uitgevoerd.
BE8800691A 1988-06-17 1988-06-17 Inrichting voor het presenteren van inslagdraden bij weefmachines. BE1002081A3 (nl)

Priority Applications (3)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE8800691A BE1002081A3 (nl) 1988-06-17 1988-06-17 Inrichting voor het presenteren van inslagdraden bij weefmachines.
EP89201415A EP0346966A1 (en) 1988-06-17 1989-06-05 Mechanism for presenting weft threads on weaving machines
US07/366,628 US4964443A (en) 1988-06-17 1989-06-16 Weft mixer

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE8800691A BE1002081A3 (nl) 1988-06-17 1988-06-17 Inrichting voor het presenteren van inslagdraden bij weefmachines.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE1002081A3 true BE1002081A3 (nl) 1990-06-19

Family

ID=3883477

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE8800691A BE1002081A3 (nl) 1988-06-17 1988-06-17 Inrichting voor het presenteren van inslagdraden bij weefmachines.

Country Status (3)

Country Link
US (1) US4964443A (nl)
EP (1) EP0346966A1 (nl)
BE (1) BE1002081A3 (nl)

Families Citing this family (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
CH682498A5 (de) * 1990-10-05 1993-09-30 Walter Kleiner Schussfadenauswahl- und Zuführvorrichtung für Webmaschine.
BE1006347A3 (nl) * 1992-11-16 1994-07-26 Picanol Nv Inrichting voor het presenteren van inslagdraden bij weefmachines.
US20050081321A1 (en) * 2003-10-15 2005-04-21 Milligan Michael A. Hand-held cordless vacuum cleaner

Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3092150A (en) * 1959-06-02 1963-06-04 Dewas Raymond Weaving method and loom
DE2151418A1 (de) * 1970-12-21 1972-07-06 Diederichs S A Atel Vorrichtung zum Melieren der Schussfaeden bei schuetzenlosen Webmaschinen
CH630124A5 (en) * 1978-12-28 1982-05-28 Albatex Ag Weft feeder for shuttleless looms
EP0102063A2 (en) * 1982-08-27 1984-03-07 Kabushiki Kaisha Toyoda Jidoshokki Seisakusho Weft inserting device for a jet loom and loom including the device

Family Cites Families (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4191222A (en) * 1978-02-28 1980-03-04 Macart Textiles (Machinery) Limited Weft presenter mechanisms
IT8222441U1 (it) * 1982-07-19 1984-01-19 Somet Soc Meccanica Tessile S P A Presentatrice della trama per telai di tessitura con memorizzazione magnetica della selezione degli aghi di presentazione ed azionamento meccanico degli aghi stessi
FR2547838B1 (fr) * 1983-06-24 1985-11-29 Alsacienne Constr Mat Tex Dispositif melangeur de fils de trame pour machines a tisser
NL8600858A (nl) * 1986-04-03 1987-11-02 Picanol Nv Aandrijf- en stuurmechanisme voor het klemmen, presenteren en vasthouden van inslagdraden bij grijperweefmachines.

Patent Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3092150A (en) * 1959-06-02 1963-06-04 Dewas Raymond Weaving method and loom
DE2151418A1 (de) * 1970-12-21 1972-07-06 Diederichs S A Atel Vorrichtung zum Melieren der Schussfaeden bei schuetzenlosen Webmaschinen
CH630124A5 (en) * 1978-12-28 1982-05-28 Albatex Ag Weft feeder for shuttleless looms
EP0102063A2 (en) * 1982-08-27 1984-03-07 Kabushiki Kaisha Toyoda Jidoshokki Seisakusho Weft inserting device for a jet loom and loom including the device

Also Published As

Publication number Publication date
EP0346966A1 (en) 1989-12-20
US4964443A (en) 1990-10-23

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US4182380A (en) Dobbies for weaving looms
JPS5994645A (ja) ひ道形成装置を備えた織機に用いられる並置綾取り制御装置
BE1002764A6 (nl) Stuurmechanisme voor het selecteren van inslagdraden bij grijperweefmachines.
US3285291A (en) Drive-mechanism in double lift dobbies
EP0803597A3 (en) Jacquard mechanism
US4781226A (en) Driving and control mechanism for clamping, presentation and fastening of weft threads in gripper weaving looms
US4964443A (en) Weft mixer
JPH06299444A (ja) 織 機
BE1000443A4 (nl) Inrichting voor het vormen van een zelfkant, respektievelijk zelfkanten, aan weefsels.
BE1013285A3 (nl) Werkwijze en inrichting voor het steunen van een schaar kettingdraden bij een weefmachine.
NL9002631A (nl) Inrichting voor het linon-weven van de zijrand van een weefsel in een weefgetouw.
BE1007125A3 (nl) Inrichting voor het afwisselend in- en uitschakelen van de aandrijvingen van minstens twee inslaginrichtingen op een weefmachine.
CN208235065U (zh) 可形成双织口的多臂机
BE1012206A3 (nl) Weefmachine en werkwijze voor het vervaardigen van weefsels met figuurvormende inslagdraden, zoals kelim of gobelin-weefsels.
BE1001885A3 (nl) Inrichting voor het vormen van zelfkanten aan weefsels.
BE1010343A4 (nl) Dubbelgrijperweefmachine.
BE906126A (nl) Werkwijze en inrichting voor het geleiden van de inslagdraden bij weefmachines.
JP3377166B2 (ja) パイル形成装置
US5074340A (en) Yarn selector unit for a weft feeder
US402354A (en) schmiek
JPS6183343A (ja) 無杼織機における搦み耳形成装置
SU1677105A1 (ru) Зевообразующее устройство ткацкого станка с волнообразно подвижным зевом
CN2269406Y (zh) 毛巾剑杆织机的起毛装置
JP2789055B2 (ja) よこ糸選択供給装置
EP0362089A1 (fr) Dispositif d&#39;alimentation des fils de trame pour métiers à tisser sans navette

Legal Events

Date Code Title Description
RE Patent lapsed

Owner name: PICANOL N.V.

Effective date: 19930630