<Desc/Clms Page number 1>
"Werkwijze voor het bereiden van een hoog veerkrachtig polyurethaanschuim".
EMI1.1
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het bereiden van hoog veerkrachtig ("high resilient") polyurethaanschuim, waarbij men een al of niet gemodifieerde hoog reactieve polyether-polyol, met een gemiddeld moleculair gewicht van 3000 tot 10000 een gemiddelde functionaliteit niet groter dan 4 in reactie brengt met een organisch polyisocyanaat in aanwezigheid van een katalysator, een"crosslinker/extender", een chemisch en fysisch blaasmiddel, en eventueel een schuimstabilisator met zwak stabiliserend effect.
Voor de produktie van soepele polyurethaanschuimen worden blaasmiddelen aangewend welke in grote mate de densiteit en hardheid van het schuim bepalen.
Naast C02-gas dat op chemische wijze vrijkomt door de reactie van water met een (poly) wordt voor een groot aantal verschillende schuimkwaliteiten met lage densiteit en/of lage hardheid een bijkomend"fysisch"blaasmiddel aangewend.
In de huidige produktietechnologie ter bereiding van soepel polyurethaanschuim wordt als fysisch blaasmiddel trichlorofluoromethaan (CCLF) (en in mindere mate methyleenchloride CHCl) gebruikt, welk omwille van specifieke kenmerken aanleiding geeft tot optimale processabiliteit en optimale eigenschappen van het gevormde soepel polyurethaanschuim.
Volgens experten en recente wetenschappelijke studies leiden o. a. chloorfluorhoudende koolwaterstoffen (waaronder CC tot afbraak van de ozonlaag. In deze optiek is het dan ook bijna zeker dat o. a. het gebruik van CClF als fysisch blaasmiddel in de toekomst sterk beperkt en hoogstwaarschijnlijk
<Desc/Clms Page number 2>
verboden zal worden.
Het gebruik van alkylalkanoaat-verbindingen met een moleculair gewicht kleiner dan 74 als fysisch blaasmiddel voor de produktie van soepel polyurethaanschuim is reeds gekend en wordt ondermeer beschreven in het U. S. octrooi 3. 879. 315.
In dit U. S. octrooi 3. 879. 315 wordt de nadruk gelegd op het gebruik van een mengsel bestaande uit hoogstens 50 gew. % methylformiaat en minstens 50 gew. % CClF en vooral op het gebruik van een azeotroop mengsel bestaande uit 18 gew. % methylformiaat en 82 gew. % CCI-, F, als fysisch blaasmiddel in traditionele (standaard polyether) soepel schuimformulaties. met als ekonomisch doel een deel van CC l-F te vervangen door methylformiaat, waardoor een groter gasvolume per kg blaasmiddel verkregen wordt en aldus de blaasefficiëntie (per gewichtsdeel fysisch blaasmiddel) verhoogd wordt.
Het gebruik van zuiver methylformiaat wordt zeer summier in één enkel voorbeeld vernoemd, zonder vermelding van gemeten fysische schuimeigenschappen. In dit ene voorbeeld stelde men wel scheuren vast in het schuim.
Uit dit octrooi volgt dat, vanuit industrieel oogpunt, het vereist is steeds een relatief belangrijke hoeveelheid chloorfluorhoudende koolwaterstoffen als fysisch blaasmiddel te gebruiken in klassieke formulates bij de bereiding van soepele polyurethaanschuimen, daar het gehalte aan methylformiaat als fysisch blaasmiddel een bepaalde grens niet mag overschrijden wegens de kritische processabiliteit en de slechtere comforteigenschappen van het verkregen produkt in vergelijking met een werkwijze waarin trichlorofluoromethaan en/of methyleenchloride als fysisch blaasmiddel gebruikt worden.
In de Belgische octrooiaanvraag nr.
08800740 van zelfde titularis wordt een werkwijze beschreven voor het bereiden van traditioneel (standaard polyether) soepel polyurethaanschuim met hoofdzakelijk methylformiaat als blaasmiddel, waarbij het vereist is de klassieke schuimformulaties aan te passen door een verknopingsmiddel ("crosslinker/extender) enlof een aminekatalysator met uitgestelde
<Desc/Clms Page number 3>
werking toe te voegen.
In de beide bovengenoemde octrooidokumen- ten is het voorwerp van uitvinding een werkwijze ter bereiding van traditionele soepele polyurethaanschuimen ("hot cure") op basis van con- ventionele polyetherpolyolen.
Deze uitvinding heeft tot doel een werk- wijze voor te stellen ter bereiding van hoog veerkrachtige ("high resilient") soepele polyurethaanschuimen ("cold cure").
Tot dit doel gebruikt men een hoog reactieve polyether-polyol, waarvan het gehalte aan primaire hydroxylgroepen minstens 50 % bedraagt, samen met een fysisch blaasmiddel dat hoofdzakelijk bestaat uit methylformiaat.
In een bijzondere uitvoeringsvorm van de uitvinding gebruikt men een fysisch blaasmiddel dat nagenoeg uit zuiver methylformiaat bestaat.
Andere bijzonderheden en voordelen van de uitvinding zullen blijken uit de hierna volgende beschrijving van enkele typische schuimformulaties volgens de uitvinding ; deze beschrijving wordt enkel als voorbeeld gegeven en beperkt de draagwijdte van de uitvinding niet.
Het is de bedoeling van deze uitvinding een werkwijze voor te stellen voor de bereiding van hoog veerkrachtig ("high resilient") soepel polyurethaanschuim met als fysisch blaasmiddel methylformiaat of een mengsel van methytformiaat met GC13F en/of andere gekende gehalogeneerde blaasmiddelen, zoals methyleenchloride, waarbij bij voorkeur het grootste gedeelte van dit blaasmiddel gevormd wordt door methylformiaat.
Hierbij gaat de voorkeur zelfs uit naar het gebruik van zuiver methylformiaat of een mengsel van methylformiaat met gekende niet volledig gehalogeneerde blaasmiddelen als enig fysisch blaasmiddel, waardoor het gebruik van trichlorofluoromethaan volledig uit het produktieproces kan geschakeld worden.
Het is immers zo dat de gekende niet volledig gehalogeneerde blaasmiddelen, op enkele uitzonderingen na, weinig invloed op het afbraakproces van de ozonlaag hebben. Bovendien
EMI3.1
1
<Desc/Clms Page number 4>
wordt er volgens de uitvinding naar gestreefd om hierbij een optimale processabiliteit te waarborgen en een polyurethaanschuim te produceren waarvan de mechanische en comforteigenschappen, eigen aan"high resiiient"poiyurethaanschuim, vergelijkbaar zijn met deze die verkregen worden door gebruik te maken van trichlorofluoromethaan als fysisch blaasmiddel.
De uitvinding heeft meer bepaald betrekking op een werkwijze voor de bereiding van hoog veerkrachtige polyurethaanschuimen die geproduceerd worden in lange blokken ("slabstock") of in vormen ("moulding").
Het onderscheid tussen het zogenoemd hoog veerkrachtig soepel polyurethaanschuim, beter bekend onder de benaming"high resilient"soepel polyurethaanschuim, en de traditionele soepele polyurethaanschuimen op basis van conventionele polyetherpolyolen ligt fundamenteel in de verschillende chemische structuur van de gebruikte grondstoffen, meer bepaald van de polyetherpolyolen en de celstabilisatoren ("silicon surfactants").
Voor de produktie van de zogenoemde traditionele polyurethaanschuimen wordt algemeen uitgegaan van polyether-polyolen met een relatief laag moleculair gewicht en lage reactiviteit, waarbij als celstabilisatoren met sterk stabiliserend effect polyalkylsiloxaan polyether blok copolymeren met relatief hoog moleculair gewicht aangewend worden.
Voor de "high resilient" soepele polyurethaanschuimen gaat men uit van relatief hoog reactieve polyetherpolyolen met een hoger gemiddeld moleculair gewicht en wordt afhankelijk van het specifiek aangewende type polyetherpolyol ofwel geen, ofwel een celstabilisator met een relatief laag moleculair gewicht, welk een zwak stabiliserend effect vertoont, gebruikt. Daarenboven is het algemeen bekend dat er voor de bereiding van"high resilient"polyurethaanschuim steeds een hoeveelheid"crosslinkers/extenders"wordt toegevoegd aan de chemische formulatie, waarvan de functies in het totale reactiesysteem ook weer afhankelijk zijn van het specifiek aangewende type polyetherpolyol.
<Desc/Clms Page number 5>
Het gebruik van deze andere grondstoffen geeft tevens een soepel polyurethaanschuim dat, wat betreft celstructuur en fysische eigenschappen grondig verschilt van deze van de zogenoemde traditionele soepele polyurethaanschuimen.
Alhoewel, zoals hierboven vermeld werd, het gebruik van methylformiaat als fysisch blaasmiddel in de traditionele soepele polyurethaanschuimen enkel mogelijk is mits het doorvoeren van fundamentele formulatiewijzigingen ten opzichte van de klassieke formulaties waarin enkel trichlorofluoromethaan en/of methyleenchloride als fysisch blaasmiddel gebruikt worden, werd, volgens de uitvinding, op een onverwachte wijze vastgesteld dat, zonder enige problemen, hoog veerkrachtige soepele polyurethaanschuimen kunnen vervaardigd worden door enkel de algemeen gekende fysische blaasmiddelen, zoals trichlorofluoromethaan te vervangen door een equivalente hoeveelheid zuiver methylformiaat of een mengsel van methylformiaat met gekende fysische blaasmiddelen met behoud van de optimale processabiliteit en fysische eigenschappen van het gevormde schuim.
De polyether-polyolen die gebruikt worden in de werkwijze volgens de uitvinding zijn dezelfde als deze die algemeen aangewend worden voor de produktie van"high resilient" soepele polyurethaanschuimen en hebben in het meest algemene geval een moleculair gewicht gelegen tussen 3000 en 10.000 en een functionaliteit niet hoger dan 4. Hierin begrepen zijn de traditionele polyetherpolyolen, polyadditieprodukten van alkyleenoxides zoals, propyleen-en/of ethyleenoxyde op een starter, zoals ethylenglycol, trimethylolpropaan en dergelijke, met dien verstande echter dat het gehalte aan primaire hydroxylgroepen minstens 50 % bedraagt van het totaal aanwezige aantal hydroxylgroepen.
Verder wordt de voorkeur gegeven aan de zogenoemde gemodifieerde polyolen, in die zin dat deze polyolen een organische vaste fase in dispersie bevatten, zoals onder andere een polyadditieprodukt van een alkanolamine met een organisch polyisocyanaat (PIPA-technologie van de firma Isochem), een polymerisatieprodukt van de reactie van een organisch polyisocyanaat met een polyamine en/of
<Desc/Clms Page number 6>
hydrazine en/of hydrazide (PHD-technologie van de firma Bayer/Mobay) of een vinylcopolymeer als reactieprodukt van acrylonitril en styreen (van de firma's Union Carbide, B. P. Chemicals of Dow bijvoorbeeld).
Algemeen kan de polyol, volgens de uitvinding, een mengsel zijn van verschillende polyolen maar dan zodanig dat het gemiddelde moleculaire gewicht van deze polyol ligt tussen
3000 en 10000, dat de functionaliteit niet hoger is dan 4 en dat het gehalte aan primaire hydroxylgroepen minstens 30 ? 6 bedraagt.
De organische polyisocyanaten hebben een algemene vorm X (NCO) i, waarbij i minstens gelijk is aan 2, en gewoonlijk kleiner is dan 6 en waarbij X een alifatisch, cycloalifatisch of aromatisch radicaal voorstelt, al of niet gesubstitueerd met een halogeen of alkoxygroep, met als voornaamste tolucendiisocyanaat (2, 4 en 2,6), meestal aangeduid als TDI en methyleendifenyldiisocyanaat. meestal aangeduid als MDI. Ook derivaten, prepolymeren (o. a. trimeren) en mengsels van al deze stoffen kunnen aangewend worden in de werkwijze volgens de uitvinding.
Voor de produktie van"high resilient" polyurethaan schuimen wordt meestal gebruik gemaakt van de 2,4 en 2,6 isomeren van tolueendiisocyanaat en methyleendifenyldiisocyanaat (al of niet zuiver) of mengsels hiervan.
Naast polyolen en poiyisocyanaat is steeds water aanwezig, en/of een andere chemische verbinding, welk door reactie met polyisocyanaat wordt omgezet in C02 gas dat voor een gedeelte van de schuimvorming instaat.
De totale schuimvorming wordt bekomen door aan polyol, polyisocyanaat en een chemisch blaasmiddel een extra fysisch blaasmiddel toe te voegen, in het geval van deze uitvinding een mengsel van trichlorofluoromethaan, andere gekende volledig gehalogeneerde koolwaterstoffen, zoals dichiorodiftuoromethaan, trichiorotrifluoroethaan, dichiorotetrafluoroethaan, gekende niet volledig gehalogeneerde koolwaterstoffen, zoals methyieenchloride, ethylchlorid,
EMI6.1
bromoethaan, 1, 1, l-trifluoro-2, 2-díchloroethaan, 1, 1, 1, 2-tetrafluoroethaan, dichlorofluoroethaan, chloro-l, 2, 2, 2-tetrafiuoroethaan, t-chioropropaan, 2-chloropropaan en methylformiaat waarvan de
<Desc/Clms Page number 7>
concentratie aan methylformiaat in dit mengsel bij voorkeur minstens 50 gew % bedraagt.
Om ecologische redenen gaat de voorkeur uit naar het gebruik van zuiver methylformiaat of een mengsel van methylformiaat met gekende niet volledig gehalogeneerde blaasmiddelen als enig fysisch blaasmiddel.
Eigen aan de gekende werkwijzen voor de bereiding van"high resilient"soepele polyurethaanschuimen worden steeds"crosslinkers/extenders"toegevoegd aan het reactiemengsel. Dit zijn laagmoleculaire verbindingen met actieve waterstof ten opzichte van de isocyanaatgroepen van het organisch polyisocyanaat. Ze worden verder gekenmerkt door een functionaliteit die minstens twee bedraagt.
Als voorbeelden kunnen we hier vermelden : diethanolamin, diisopropanolamine, PU 3229 (Bayer) en zomeer.
Als schuimstabilisator kunnen polyalkylsiloxaanpolyether copolymeren aangewend worden welke, in tegenstelling tot de stabilisatoren voor traditioneel soepel polyurethaanschuim, van het zwak stabiliserend type zijn met relatief laag moleculair gewicht. Als katalysatoren kunnen de voor de bereiding van"high resilient" polyurethaanschuim gangbaar gebruikte amineverbindingen, zoals de typische tertiaire aminekatalysatoren triethyleendiamine (Dabco) en bis- (2-dimethylaminoethyl) -ether toegevoegd worden, alsook eventueel de gekende organometaalkatalysatoren, zoals de organotinverbindingen tinoctoaat of dibutyltindilauraat.
Indien nodig kunnen additionele produkten, zoals vlamvertragers, waaronder melamine, vulstoffen,"celopeners", pigmenten, extra"crosslinkers", antioxidantia en andere algemeen bekende additieven toegevoegd worden aan de formulatie.
De hoeveelheid fysisch blaasmiddel die gebruikt wordt varieert van 1 tot 30 gewichtsdelen ten opzichte van 100 gewichtsdelen polyol.
In een bijzondere uitvoeringsvorm van de uitvinding omvat dit fysisch blaasmiddel ten minste 50 gew. % methylformiaat en ten hoogste 50 gew. % van een mengsel, bestaande uit al dan niet volledig gehalogeneerde koolwaterstofverbindingen.
<Desc/Clms Page number 8>
Een uitgesproken voorkeur gaat echter naar een zo groot mogelijke hoeveelheid methylformiaat in het fysisch blaasmiddel van minstens 95 % en bij voorkeur nagenoeg zuiver methylformiaat.
In de hierna volgende voorbeelden, werden meer specifiek volgende grondstoffen gebruikt : 1) Polyether polyolen
EMI8.1
<tb>
<tb> Polyol <SEP> Gemiddeld <SEP> Hydroxyl-% <SEP> prim <SEP> organische <SEP> vaste <SEP> stof
<tb> moiecutair <SEP> getal <SEP> (@OH) <SEP> hydroxyl- <SEP> in <SEP> dispersie
<tb> gewicht <SEP> (mgKCH/g) <SEP> groepen <SEP> type <SEP> %
<tb> Pi <SEP> 5200 <SEP> 30-34 <SEP> 60 <SEP> ofgan-polyisocyanaat <SEP> 10
<tb> + <SEP> polyamine <SEP> ("PHD")
<tb> P2 <SEP> 5400 <SEP> 29-33 <SEP> 70 <SEP> styreen-acryionitriie <SEP> D <SEP>
<tb> blok <SEP> copolymeer
<tb> P3 <SEP> 5000 <SEP> 49-53 <SEP> 80 <SEP> TDI <SEP> 80 <SEP> + <SEP> trietha- <SEP> 10
<tb> 0 <SEP> lamine <SEP> ("PIPA") <SEP>
<tb> P4 <SEP> 6200 <SEP> 26 <SEP> - <SEP> 30 <SEP> 85
<tb>
2) Organisch polyisocyanaat
11 is een mengsel van 80 gew. % 2,4 tolueen diisocyanaat en 20 gew.
%
2,6 tolueen diisocyanaat (TDI80).
I2 is MT58, Bayer (gemodifieerd tolueendiisocyanaat).
K = isocyanaatindex en geeft de overmaat isocyanaat weer t. o. v. de theoretisch benodigde hoeveelheid en kan variëren tussen 90 en 120.
3) Katalysatoren, gelstabilisatoren en crosslinkers - 50 : tinoctoaat -Al : een mengsel van 70 gew. % bis (2-dimethylaminoethyl)-ether en 30 gew. % dipropyleen glycol - DABCO 33 LV : een mengsel van 33 gew. % triethyleendiamine en 67 gew. % dipropyleen glycol
<Desc/Clms Page number 9>
- DEOA : diethanolamine - PU 3229 : gel stabilisator, Bayer - PU 3236 : crosslinker, Bayer -DIPA : diisopropanolamine 4) Zwak stabiliserende stabilisatoren - AC 3367, Bayer -SH 208, SH 214, BP Chemicals -B 8636, Goldschmidt 5) Vlamvertragers -TCEP : tris (2-chloroethyl) fosfaat - melamine 6) Blaasmiddelen -chemisch : water -fysisch : R-11 : trichlorofluoromethaan
MF :
methylformiaat
In tabel I wordt een overzicht gegeven van de aangewende testmethoden voor de fysische en mechanische eigenschappen van het schuim.
EMI9.1
Op een semi-industriële machine werden schuimblokken met afmetingen van I x 2 x 0, 4 m geproduceerd. Twee dagen na de produktie werden fysische testen uitgevoerd op de verkregen polyurethaanschuim monsters.
De chemische samenstelling van de verschillende bereide mengsels werd voorgesteld in de hierna volgende tabellen 2 en 3, terwijl de resultaten van de fysische proeven weergegeven zijn in de hierna volgende tabellen 4 en 5.
In elk van de voorbeelden werd één proef uitgevoerd met een fysisch blaasmiddel dat hoofdzakelijk uit methylformiaat bestaat en een blaasmiddel dat uit trichlorofluoromethaan (R-ll) bestaat, waarbij al de andere bestanddelen dezelfde zijn in de dezelfde hoeveelheden.
<Desc/Clms Page number 10>
Deze vergelijkende proeven laten toe vast te stellen dat, onafhankelijk van de verkregen schuimdensiteit, men trichlorofluoromethaan kan vervangen door een equivalente hoeveelheid methylformiaat als fysisch blaasmiddel voor de produktie van"high resitient"polyurethaanschuimen, zonder dat andere formulatiewijzigingen dienen doorgevoerd te worden. Deze equivalente hoeveelheid methylformiaat bedraagt praktisch de helft van de nodige hoeveelheid trichlorofluoromethaan. Zoals vastgesteld kan worden zijn de verkregen fysische eigenschappen volledig vergelijkbaar. In alle gevallen werden goede"high resilient"polyurethaanschuimen verkregen.
Ook indien in relatief hoge hoeveelheden melamine toegevoegd wordt aan de schuimformulaties, teneinde te voldoen aan de "B55852 part 2-test" blijven de fysische eigenschappen van beide types polyurethaanschuimen vergelijkbaar.
<Desc/Clms Page number 11>
Tabel 1 : Aangewende normen voor de bepaling van de fysische schuimeigenschappen
EMI11.1
<tb>
<tb> EIGENSCHAP <SEP> EENHEID <SEP> NORM <SEP>
<tb> Netto <SEP> densiteit <SEP> kg/m <SEP> 3 <SEP> ISO <SEP> 345 <SEP>
<tb> ILD-hardheid <SEP> N <SEP> ISO <SEP> 2439B
<tb> Sag <SEP> factor <SEP> (SF) <SEP> ILD <SEP> 65 <SEP> %/ILD <SEP> 25 <SEP> %
<tb> CLD-hardheid <SEP> kPa <SEP> ISO/DIS <SEP> 3336 <SEP>
<tb> Verlenging <SEP> bij <SEP> breuk <SEP> % <SEP> ISO <SEP> 1793
<tb> Treksterkte <SEP> kPa <SEP> ISO <SEP> 179S <SEP>
<tb> Scheursterkte <SEP> N/cm <SEP> AST,
<SEP> D3574
<tb> Elasticiteit <SEP> % <SEP> ASTM <SEP> D3574
<tb> Compression <SEP> sets <SEP> ISO <SEP> 1856B <SEP>
<tb> Luchtweerstand <SEP> (1) <SEP> cm <SEP> H20 <SEP> interne <SEP> Recticel
<tb> methode
<tb>
(1) De interne Recticel methode ter bepaling van de luchtweerstand van soepel polyurethaan schuim heeft tot doel het open/geslotencellig karakter van het schuim te kwantificeren.
Door een schuimmonster met dimensies 400X400X100 wordt door middel van een dun buisje in een plaat lucht geblazen bij een druk van 1, 5 bar en een debiet van 250 ml/sec.
De weerstand die de lucht ondervindt om door het schuimmonster te gaan wordt overgedragen op een waterkolom, waar de zogenaamde luchtweerstand wordt afgelezen in cmH20.
<Desc/Clms Page number 12>
Tabel 2 : Formulaties - Voorbeelden 1 - 5
EMI12.1
<tb>
<tb> VOORBEELD <SEP> 1 <SEP> 2 <SEP> 3 <SEP> 4 <SEP> 5 <SEP>
<tb> R-li <SEP> 15 <SEP> 9 <SEP> 3 <SEP> 15 <SEP> 8 <SEP>
<tb> MF-7, <SEP> 5-4, <SEP> 5-1, <SEP> 5-7-4 <SEP>
<tb> Pl <SEP> 100 <SEP> 100 <SEP> - <SEP> - <SEP> 100 <SEP> 100 <SEP> 100 <SEP> 100 <SEP> 100 <SEP> 100
<tb> P2--100 <SEP> 100 <SEP>
<tb> Totaal <SEP> water <SEP> 2,6 <SEP> 2,6 <SEP> 2,2 <SEP> 2,2 <SEP> 1,8 <SEP> 1, <SEP> 8 <SEP> 3,0 <SEP> 3,0 <SEP> 3,2 <SEP> 3,2
<tb> 11 <SEP> 35,9 <SEP> 35,9 <SEP> 31,0 <SEP> 31,0 <SEP> 26,3 <SEP> 26,3 <SEP> 42, <SEP> 1 <SEP> 42,1 <SEP> 39,8 <SEP> 39,8
<tb> K <SEP> 105 <SEP> 105 <SEP> 110 <SEP> 110 <SEP> 100 <SEP> 100 <SEP> 110 <SEP> 110 <SEP> 105 <SEP> 105
<tb> SO <SEP> 0,15 <SEP> 0, <SEP> 15--0, <SEP> 15 <SEP> 0,15 <SEP> 0,1 <SEP> 0, <SEP> 1 <SEP> 0,1 <SEP> 0,1
<tb> Al <SEP> 0,05 <SEP> 0,05 <SEP> 0,04 <SEP> 0,
04 <SEP> 0,05 <SEP> 0,05 <SEP> 0,05 <SEP> 0,05 <SEP> 0,05 <SEP> 0,05
<tb> DABCD33LV <SEP> 0,15 <SEP> 0,15 <SEP> 0,12 <SEP> 0,12 <SEP> 0,2 <SEP> 0,2 <SEP> 0,15 <SEP> 0,15 <SEP> 0, <SEP> 15 <SEP> 0,15
<tb> DEOA <SEP> 1,0 <SEP> 1,0 <SEP> 1,2 <SEP> 1,2 <SEP> 1,0 <SEP> 1,0 <SEP> 1,0 <SEP> 1,0 <SEP> 1,0 <SEP> 1,0
<tb> PU <SEP> 3229 <SEP> 0,8 <SEP> 0, <SEP> 8--0, <SEP> 7 <SEP> 0,7 <SEP> 1,0 <SEP> 1,0 <SEP> 0,7 <SEP> 0,7
<tb> PU <SEP> 3236--------2, <SEP> 0 <SEP> 2,0
<tb> AC <SEP> 3367 <SEP> 0,5 <SEP> 0, <SEP> 5--0, <SEP> 25 <SEP> 0,25 <SEP> 0,8 <SEP> 0,8 <SEP> 0,7 <SEP> 0,7
<tb> SH <SEP> 208--0, <SEP> 7 <SEP> 0, <SEP> 7
<tb> SH <SEP> 214 <SEP> 0, <SEP> 1 <SEP> 0,
<SEP> 1
<tb> Melamine <SEP> - <SEP> - <SEP> - <SEP> - <SEP> - <SEP> - <SEP> 35 <SEP> 35 <SEP> 35 <SEP> 35
<tb> TCEP <SEP> 4 <SEP> 4 <SEP> - <SEP> - <SEP> - <SEP> - <SEP> - <SEP> - <SEP> 2 <SEP> 2
<tb>
<Desc/Clms Page number 13>
Tabel 3 : Formulaties - Voor beelden 6 en 7.
EMI13.1
<tb>
<tb>
VOORBEELD <SEP> 6 <SEP> 7 <SEP>
<tb> R-11 <SEP> 7 <SEP> - <SEP> 15
<tb> MF <SEP> - <SEP> 3,5 <SEP> - <SEP> 7
<tb> PI
<tb> P2 <SEP> - <SEP> - <SEP> - <SEP> P3 <SEP> 100 <SEP> 100 <SEP> - <SEP> P4 <SEP> - <SEP> - <SEP> 100 <SEP> 100
<tb> Totaal <SEP> water <SEP> 3,3 <SEP> 3,3 <SEP> 4 <SEP> 4
<tb> 11 <SEP> 45,7 <SEP> 45,7
<tb> 12 <SEP> - <SEP> - <SEP> 58, <SEP> 9 <SEP> 58, <SEP> 9
<tb> K <SEP> 105 <SEP> 105 <SEP> 98 <SEP> 98
<tb> SO <SEP> 0,1 <SEP> 0, <SEP> 1
<tb> Al <SEP> 0,1 <SEP> 0, <SEP> 1
<tb> DABCO <SEP> 33LV <SEP> 0,1 <SEP> 0,1 <SEP> 0,2 <SEP> 0,2
<tb> DEOA <SEP> 1, <SEP> 5 <SEP> 1, <SEP> 5 <SEP> 1,9 <SEP> 1,9
<tb> DIPA <SEP> - <SEP> - <SEP> 3, <SEP> 7 <SEP> 3,7
<tb> PU <SEP> 3229
<tb> PU <SEP> 3236
<tb> AC <SEP> 3367
<tb> SH <SEP> 208 <SEP>
<tb> SH <SEP> 214 <SEP>
<tb> B8636 <SEP> 0,8 <SEP> 0,
<SEP> 8
<tb> Melamine
<tb> TCEP <SEP> 3 <SEP> 3
<tb>
<Desc/Clms Page number 14>
Tabel 4 : Fysische eigenschappen - Voorbeelden 1 - 5
EMI14.1
, t I
EMI14.2
<tb>
<tb> VOORBEELD <SEP> 1 <SEP> 2 <SEP> 3 <SEP> 4 <SEP> 5
<tb> VOORBEELD <SEP> 1 <SEP> 2 <SEP> 3 <SEP> 4 <SEP> 5
<tb> Rijstijd <SEP> (sec) <SEP> 165 <SEP> 175 <SEP> 130 <SEP> 145 <SEP> 165 <SEP> 160 <SEP> 200 <SEP> 195 <SEP> 170 <SEP> 170
<tb> Netto-densiteit <SEP> (kg/m3) <SEP> 21,5 <SEP> 21,4 <SEP> 29,4 <SEP> 29,6 <SEP> 43,0 <SEP> 42,1 <SEP> 26,0 <SEP> 25,6 <SEP> 31,3 <SEP> 31,2
<tb> ILD <SEP> 25 <SEP> % <SEP> 34 <SEP> 31 <SEP> 51 <SEP> 46 <SEP> 75 <SEP> 70 <SEP> 51 <SEP> 45 <SEP> 58 <SEP> 57
<tb> 40 <SEP> % <SEP> (N)
<SEP> 45 <SEP> 41 <SEP> 55 <SEP> 60 <SEP> 99 <SEP> 92 <SEP> 71 <SEP> 62 <SEP> 79 <SEP> 79
<tb> 65 <SEP> % <SEP> 85 <SEP> 80 <SEP> 131 <SEP> 121 <SEP> 202 <SEP> 188 <SEP> 155 <SEP> 136 <SEP> 170 <SEP> 176
<tb> Sag <SEP> factor <SEP> 2,5 <SEP> 2,6 <SEP> 2,6 <SEP> 2,6 <SEP> 2,7 <SEP> 2,7 <SEP> 30 <SEP> 3,0 <SEP> 2, <SEP> 9 <SEP> 3,1
<tb> CLD <SEP> 25 <SEP> % <SEP> 0,8 <SEP> 0,8 <SEP> 1,2 <SEP> 1,1 <SEP> 1,8 <SEP> 1,7 <SEP> 1,3 <SEP> 1,3 <SEP> 1,6 <SEP> 1,6
<tb> 40 <SEP> % <SEP> (kPa) <SEP> 1,0 <SEP> 1,0 <SEP> 1,6 <SEP> 1, <SEP> 4 <SEP> 2,3 <SEP> 2, <SEP> 2 <SEP> 1,8 <SEP> 1,7 <SEP> 2,2 <SEP> 2,1
<tb> 60 <SEP> % <SEP> 1, <SEP> 8 <SEP> 1,8 <SEP> 2,8 <SEP> 2,6 <SEP> 4,1 <SEP> 3,9 <SEP> 3,6 <SEP> 3,4 <SEP> 4,2 <SEP> 4,2
<tb> Verlenging <SEP> bij <SEP> breuk <SEP> (%)
<SEP> 155 <SEP> 160 <SEP> 170 <SEP> 185 <SEP> 145 <SEP> 165 <SEP> 80 <SEP> 85 <SEP> 95 <SEP> 90
<tb> Treksterkte <SEP> (kPa) <SEP> 65 <SEP> 70 <SEP> 90 <SEP> 100 <SEP> 90 <SEP> 95 <SEP> 50 <SEP> 50 <SEP> 60 <SEP> 55
<tb> Scheursterkte <SEP> (N/cm) <SEP> 2,6 <SEP> 2,8 <SEP> 3,0 <SEP> 3,1 <SEP> 2,5 <SEP> 2,6 <SEP> 2,1 <SEP> 2,0 <SEP> 2,4 <SEP> 2,4
<tb> Elasticiteit <SEP> (%) <SEP> 55 <SEP> 55 <SEP> 64 <SEP> 63 <SEP> 68 <SEP> 67 <SEP> 55 <SEP> 50 <SEP> 52 <SEP> 53
<tb> Compression <SEP> set <SEP> 90 <SEP> % <SEP> 15, <SEP> 6 <SEP> 13,9 <SEP> 4, <SEP> 8 <SEP> 6,4 <SEP> 2,9 <SEP> 5,0 <SEP> 14,0 <SEP> 13,1 <SEP> 15,4 <SEP> 13,4
<tb> (%) <SEP> 75% <SEP> 12,3 <SEP> 13,9 <SEP> 4, <SEP> 7 <SEP> 6,2 <SEP> 2,5 <SEP> 2, <SEP> 8 <SEP> 11, <SEP> 6 <SEP> 10,9 <SEP> 11,5 <SEP> 11,4
<tb> Luchtweerstand <SEP> (ors-120)
<SEP> 1-2 <SEP> 2-3 <SEP> 1-2 <SEP> 1-2 <SEP> 1-3 <SEP> 1-3 <SEP> 1-4 <SEP> 1-2 <SEP> 1-5 <SEP> 1-4
<tb> (min-max)
<tb>
<Desc/Clms Page number 15>
Tabel 5 : Fysische eigenschappen-Voorbeelden 6 en 7.
EMI15.1
<tb>
<tb>
VOORBEELD <SEP> 6 <SEP> 7
<tb> Netto-densiteit <SEP> (kg/m3) <SEP> 23,5 <SEP> 23,2 <SEP> 19,6 <SEP> 19,9
<tb> ILD <SEP> 25 <SEP> % <SEP> 47 <SEP> 50 <SEP> 25 <SEP> 26
<tb> 40 <SEP> % <SEP> (N) <SEP> 63 <SEP> 65 <SEP> 32 <SEP> 31
<tb> 65% <SEP> 128 <SEP> 133 <SEP> 66 <SEP> 63
<tb> Sag <SEP> factor <SEP> 2,7 <SEP> 2,7 <SEP> 2,6 <SEP> 2,4
<tb> CLD <SEP> 25 <SEP> % <SEP> 1, <SEP> 1 <SEP> 1, <SEP> 2 <SEP> ! <SEP> l <SEP>
<tb> 40 <SEP> % <SEP> (kPa) <SEP> 1, <SEP> 5 <SEP> 1,6 <SEP> 0,7 <SEP> 0,6
<tb> 60 <SEP> % <SEP> 2,7 <SEP> 2, <SEP> 7//
<tb> Verlenging <SEP> bij <SEP> breuk <SEP> (%) <SEP> 130 <SEP> 135 <SEP> 195 <SEP> 190
<tb> Treksterkte <SEP> (kPa) <SEP> 85 <SEP> 85 <SEP> 80 <SEP> SO
<tb> Scheursterkte <SEP> (N/cm) <SEP> 1, <SEP> 7 <SEP> 1,6 <SEP> 2, <SEP> 4 <SEP> 2,6
<tb> Elasticiteit <SEP> (%) <SEP> 57 <SEP> 55 <SEP> 60 <SEP> 59
<tb> Compression <SEP> set <SEP> 90% <SEP> 10,
<SEP> 7 <SEP> 9,9 <SEP> 9, <SEP> 8 <SEP> 10,1
<tb> (%) <SEP> 75% <SEP> 7, <SEP> 3 <SEP> 7,2 <SEP> 6,2 <SEP> 7, <SEP> 1 <SEP>
<tb> Luchtweerstand <SEP> (cmH2O) <SEP> 1-4 <SEP> 2-5 <SEP> 2-6 <SEP> 4-7
<tb> (min-max)
<tb> -
<tb>