<Desc/Clms Page number 1>
Gassproeier.
De uitvinding heeft betrekking op een gassproeier voor het opwekken van een gerichte gasstraal, bij voorkeur een injector van een met gas-lucht-mengsel gevoede gasbrander.
Bij met brandgas bedrijvende gasbranders zonder gasdrukregelaar treedt bij te sterke gasdruk een hoog gehalte aan primaire lucht op in het door de injector opgewekte gas-lucht-mengsel, dat ertoe leidt, dat de brandervlammen de neiging vertonen los te raken van de mengsel-uittreeopeningen van de brander.
Men kan dit verhelpen, door of de toevoer van primaire lucht te reduceren of de werkdruk van de gassproeier omlaag te brengen.
Het doel van de uitvinding is, om in de gassproeier zelf een de werkdruk verminderend reduceerorgaan daarin zodanig op te nemen, dat dit bijvoorbeeld in het geval van een verandering van de gasdruk in de voedingsleiding of een verandering van gassoort, zonder problemen kan worden
<Desc/Clms Page number 2>
verwisseld en aangepast aan de nieuwe condities, zodat een kostbaar ombouwen van de naar de brander respectievelijk naar de mengkamer daarvan leidende gastoevoerleiding achterwege kan blijven.
Volgens de uitvinding is voor het oplossen van deze probleemstelling binnen het sproeierlichaam van de gassproeier een verwisselbaar reduceerorgaan met tenminste een doortreeopening van naar behoefte te kiezen dwarsdoorsnede aangebracht.
Indien deze gassproeier een aan het, de smaller wordende gassproeier vormend sproeierlichaam aansluitende, voor de bevestiging daarvan in een armatuur dienende schroefstomp vertoont, kan volgens een voorkeursuitvoeringsvorm van de uitvinding het reduceerorgaan in een coaxiaal door deze schroefstomp heengaande boring vanaf de open zijde daarvan worden ingevoegd, en kan derhalve zeer eenvoudig binnen de gassproeier worden ondergebracht.
Tal van verdere uitvoeringskenmerken vormen de onderwerpen van volgconclusies en zijn in het navolgende toegelicht aan de hand van uitvoeringsvoorbeelden van het onderwerp van de uitvinding, die bij wijze van voorbeeld in de tekeningen zijn weergegeven.
In de tekeningen toont, respectievelijk tonen :
<Desc/Clms Page number 3>
Fig. 1 een axiale doorsnede door een uitvoeringsvorm van een dergelijke gassproeien, Fig. 2 een gevarieerde verdere uitvoeringsvorm, op dezelfde wijze weergegeven, Fig. 3 een dwarsdoorsnee volgens III-III van fig. 2, Fig. 4 tot 6 verdere uitvoeringsvarianten, eveneens in dwarsdoorsnede, Fig. 7 een gedeeltelijke dwarsdoorsnede volgens VII-VII van fig. 6, Fig. 8 een verdere uitvoeringsvorm in axiale doorsnee, Fig. 9 een gedeeltelijke dwarsdoorsnede volgens IX-IX van fig. 8, en Fig. 10 tot 13 axiale doorsneden van verdere uitvoeringsvarianten.
In alle figuren van de tekeningen is met 1 de sproeierboring van het sproeierlichaam 2 en met 3 de schroefstomp aangegeven, welke dient voor aansluiting van de sproeier op een armatuur, bijvoorbeeld een verdelerbuis, en waarop het de sproeierboring 1 vormende sproeierlichaam 2 co-
<Desc/Clms Page number 4>
axiaal aansluit.
De schroefstomp 3 omsluit een coaxiale boring 4, via welke het gas uit een gastoevoerleiding respectievelijk een verdeler van de sproeiboring 1 toestroomt en waarin volgens de uitvinding het reduceerorgaan 5 is ondergebracht.
Bij de uitvoeringsvorm volgens fig. l vertoont dit vanaf de open zijde in de boring 4 van de schroefstomp 3 inzetbare reduceerorgaan 5 een met de sproeierboring 1 coaxiale doortreeopening 6, en is ongeveer potvormig gevormd, waarbij zij met een flens 8 aanligt tegen de voorzijde van de schroefstomp 3.
EMI4.1
4 Fig. 2 toont ; dat in plaats van een enkele, centrale doortreeopening 6 ook meerdere centraal symmetrisch aangebrachte doortreeopeningen 7 kunnen zijn aangebracht.
Het reduceerorgaan 5 kan gevormd zijn uit plaat of ook massief zijn uitgevoerd, bijvoorbeeld zijn vervaardigd door verspanende bewerking ; zij kan in de boring 4 van de schroefstomp 3 op willekeurige wijze, bijvoorbeeld door vastschroeven, door perspassen met wrijvingssluiting of met klempassing door vastkleven worden bevestigd.
Verdere uitvoeringsvormen van het onderwerp van de uitvinding zijn er op gericht de bij het doorstromen van der-
<Desc/Clms Page number 5>
gelijke reduceerorganen in alle omstandigheden optredende geluiden op te heffen respectievelijk te verminderen.
Met deze doelstelling toont fig. 4 een uitvoeringsvorm, volgens welke de rand van de naar de sproeierboring 1 toegerichte uitgang van de doortreeopening 6 afgerond is geprofileerd.
Verder is in fig. 5 een uitvoeringsvorm weergegeven, waarbij de doortreeopening 6 van het reduceerorgaan 5 naar de sproeierboring 1 toe constant, dat wil zeggen afgeknot kegelvormig verwijdt.
Met ononderbroken lijnen is getoond, dat de doortreeopening 6 van het reduceerorgaan 5 uitmondt in de coaxiaal door de schroefstomp 3 heengaande boring 4, evenwel kan zij ook-zoals in gebroken lijn aangegeven-direct uitmonden in het naar de sproeieruitmonding toe nauwer wordende gebied van de sproeierboring 1.
Volgens de uitvoeringsvormen van de fig. 6 tot 9 bestaat het reduceerorgaan 5 uit een in de boring 4 van de schroefstomp 3 inzetbaar lichaam met perifeer aangebrachte uitsparingen 9 respectievelijk 10, die samen met de wand van de boring 4 doortreeopeningen van te kiezen grootte begrenzen. Het kan bij deze uitsparingen gaan om afvlakkingen 9, die door ronddraaien van een oorspronkelijk vierkant
<Desc/Clms Page number 6>
uitgangsmateriaal gevormd zijn of om groeven met willekeurig te kiezen profiel, zoals zij in fig. 9 getoond zijn, aangegeven met 10.
Niet alleen de doorsnee van dergelijke uitsparingen 9 respectievelijk 10 alleen bepaalt de buitenmaat van de reducering, maar ook de inschuiflengte x van het reduceerlichaam, waarvan de buitenmaat de door het reduceren opgewekte drukverlies beinvloedt.
Volgens de fig. 10 en 11 vinden potvormige, holle reduceerlichamen met een holle ruimte 11 toepassing, waarbij de doortreeopeningen 6 radiaal verlopen en in willekeurig aantal aanwezig kunnen zijn.
Bij de uitvoeringsvorm volgens fig. 10 monden de radiale doortreeopeningen 6 uit in een naar de sproeierboring 1 toe open holle ruimte 11, terwijl daarentegen deze doortreeopeningen 6 volgens fig. 11 van een axiale holle ruimte 11 uitgaan, die naar de gastoevoerleiding toe open en naar de sproeierboring 1 toe gesloten is. Het gas doorstroomt het reduceerorgaan in de richting van de pijl.
Volgens de uitvoeringsvorm van fig. 12 wordt het algemeen met 5 aangeduide reduceerorgaan belichaamd door een de boring 4 van de schroefstomp 3 tenminste gedeeltelijk vullend en daardoor de gasdoorgang remmend materiaal, zoals
<Desc/Clms Page number 7>
staalwol of iets dergelijks. De inlaat van de schroefstomp 3 wordt gesloten door een, door een centrale boring 13 doorlopen schijf 12.
Fig. 13 toont tenslotte een uitvoeringsvorm, waarbij het reduceerorgaan 5 gevormd wordt door een in de boring 4 van de schroefstomp 3 inzetbare, gasdoorlatende schijf.
Een dergelijke gasdoorgang remmende schijf kan bijvoorbeeld uit een meer of minder nauwmazig net, rooster, of dergelijke zijn gevormd. Ook in dit geval kan de schroefstomp 3 worden afgesloten door een schijf 12 met centrale boring 13, waarop de gastoevoer aansluit. Daarbij vormt de boring 13 een voorsproeier, waarvan de doorsnee groter moet worden gedimensioneerd dan die van de sproeierboring 1, waaruit de gereduceerde gasdoorvoer uittreedt.
<Desc / Clms Page number 1>
Gas nozzle.
The invention relates to a gas nozzle for generating a directed gas jet, preferably an injector of a gas burner fed with a gas-air mixture.
In the case of gas burners operating without a gas pressure regulator, if the gas pressure is too high, a high content of primary air occurs in the gas-air mixture generated by the injector, which results in the burner flames tending to become detached from the mixture outlet openings of the burner.
This can be remedied by either reducing the supply of primary air or reducing the working pressure of the gas nozzle.
The object of the invention is to include in the gas nozzle itself a reducing pressure reducing pressure device in such a way that this can be achieved without problems, for example in the event of a change in the gas pressure in the supply line or a change in gas type.
<Desc / Clms Page number 2>
exchanged and adapted to the new conditions, so that an expensive conversion of the gas supply pipe leading to the burner and to the mixing chamber thereof can be omitted.
According to the invention, in order to solve this problem, an exchangeable reducing member with at least one passage opening of a cross section to be selected as required is arranged within the nozzle body of the gas nozzle.
According to a preferred embodiment of the invention, if the gas sprayer has a screw body connecting to the nozzle body forming the tapering gas nozzle and for screwing it into a fitting, the reducing member can be inserted in a bore coaxially passing through this screw stump from the open side thereof , and can therefore very easily be accommodated within the gas nozzle.
Numerous further design features are the subject of subclaims and are explained below with reference to exemplary embodiments of the subject of the invention, which are shown by way of example in the drawings.
In the drawings, respectively show:
<Desc / Clms Page number 3>
Fig. 1 an axial section through an embodiment of such a gas spray, FIG. 2 a varied further embodiment, shown in the same manner, FIG. 3 shows a cross section according to III-III of fig. 2, fig. 4 to 6 further embodiment variants, also in cross section, FIG. 7 is a partial cross-sectional view along VII-VII of FIG. 6, FIG. 8 a further embodiment in axial section, FIG. 9 is a partial cross-sectional view along IX-IX of FIG. 8, and FIG. 10 to 13 axial sections of further design variants.
In all figures of the drawings, 1 shows the nozzle bore of the nozzle body 2 and 3 the screw stub, which is used for connecting the nozzle to a fitting, for example a distributor pipe, and on which the nozzle body 2 forming the nozzle bore-
<Desc / Clms Page number 4>
connect axially.
The screw stub 3 encloses a coaxial bore 4, through which the gas flows from a gas supply pipe or a distributor of the spray bore 1 and in which, according to the invention, the regulator 5 is accommodated.
In the embodiment according to Fig. 1, this regulator 5, which can be inserted into the bore 4 of the screw stub 3, has a passage opening 6 which is coaxial with the nozzle bore 1 and is approximately pot-shaped, with a flange 8 abutting against the front of the screw stud 3.
EMI4.1
Fig. 4 2 shows; that instead of a single, central passage opening 6, several centrally symmetrically arranged passage openings 7 can also be provided.
The reducing member 5 can be formed from sheet metal or can also be made solid, for instance manufactured by machining; it can be fixed in the bore 4 of the screw butt 3 in any manner, for example by screwing, by press fit with friction closure or with clamp fit by gluing.
Further embodiments of the subject of the invention are aimed at the flow of third parties
<Desc / Clms Page number 5>
cancel or reduce equal noises occurring in all circumstances.
For this purpose, Fig. 4 shows an embodiment according to which the edge of the outlet of the passage opening 6 facing the nozzle bore 1 is rounded.
Fig. 5 further shows an embodiment in which the passage opening 6 of the regulator 5 towards the sprinkler bore 1 constantly widens, i.e. frusto-conical.
It is shown in continuous lines that the passage opening 6 of the reducing member 5 opens into the bore 4 passing coaxially through the screw stub 3, however, as indicated in broken line, it can also lead directly into the area of the nozzle which narrows towards the nozzle outlet. nozzle bore 1.
According to the embodiments of Figs. 6 to 9, the reducing member 5 consists of a body which can be used in the bore 4 of the screw socket 3, with recesses 9 and 10 respectively arranged peripherally, which, together with the wall of the bore 4, define passage openings of the size to be selected. These recesses may be flattenings 9, which rotate through an original square
<Desc / Clms Page number 6>
starting material or to form grooves with a randomly selected profile, as shown in Fig. 9, indicated by 10.
Not only the cross-section of such recesses 9 and 10 alone determines the outer dimension of the reduction, but also the insertion length x of the reducing body, the outer dimension of which influences the pressure loss generated by the reduction.
According to Figs. 10 and 11, pot-shaped, hollow reducing bodies with a hollow space 11 are used, wherein the passage openings 6 run radially and can be present in any number.
In the embodiment according to Fig. 10, the radial passage openings 6 open into a hollow space 11 open towards the nozzle bore 1, while on the other hand these passage openings 6 according to Fig. 11 emanate from an axial hollow space 11, which open towards the gas supply pipe the nozzle bore 1 is closed. The gas flows through the regulator in the direction of the arrow.
According to the embodiment of Fig. 12, the regulator generally indicated with 5 is embodied by a material which at least partially fills the bore 4 of the screw butt 3 and thereby inhibits the gas passage, such as
<Desc / Clms Page number 7>
steel wool or the like. The inlet of the screw stub 3 is closed by a disc 12 passing through a central bore 13.
Fig. 13 finally shows an embodiment in which the reducing member 5 is formed by a gas-permeable disc which can be inserted into the bore 4 of the screw socket 3.
Such a gas passage inhibiting disc can for instance be formed from a more or less narrow net, grid, or the like. In this case too, the screw butt 3 can be closed by a disc 12 with central bore 13, to which the gas supply connects. The bore 13 thereby forms a pre-sprinkler, the cross-section of which must be dimensioned larger than that of the sprinkler bore 1, from which the reduced gas throughput emerges.