<Desc/Clms Page number 1>
"Toestel voor het opfokken van moederloze biaaen en/of voor het verstrekken van aanvullende voedina kunstmelk aan bicraen"
Deze uitvinding heeft betrekking op een toestel voor het opfokken van moederloze biggen en/of voor het verstrekken van een aanvullende voeding kunstmelk aan biggen bij de zeug.
De bestaande toestellen van het bedoelde soort geven onvoldoende resultaten en wel voor verscheidene hierna uiteengezette redenen :
De meeste toestellen of machines zijn primitief opgevat en vragen dagelijks manuele instellingen. Andere toestellen zijn mechanisch zo complex dat ze te veel reinigingswerk vragen of zeer moeilijk te reinigen zijn.
Nog andere toestellen houden de melk koel en verwarmen de melk op het ogenblik dat hij verstrekt wordt aan de biggen.
Meer gesofistikeerde toestellen maken de melk aan in de machine door bepaalde hoeveelheden melkpoeder en water (meestal opgewarmd) te mengen tot kunstmelk en de verstrekking van de gewenste hoeveelheid melk aan de biggen gebeurt dan automatisch op ingestelde tijden (intervallen).
Hierbij werken sommige toestellen met melk die moet aangelengd worden, wat de algemene distributie van het produkt bemoeilijkt en aan de bewaring hoge eisen stelt.
Alle toestellen dienen regelmatig, in werkelijkheid dagelijks, gereinigd te worden om diarree bij de biggen te voorkomen. Bepaalde
<Desc/Clms Page number 2>
toestellen worden automatisch gereinigd, andere semiautomatisch of manueel. Dit maakt deze toestellen ofwel zeer duur ofwel niet praktisch en niet gebruiksvriendelijk.
Gezien de korte bewaartijd van nietaangezuurde kunstmelken (24 tot 30 uren) vormt dit het grootste probleem bij de kunstmatige opfok van kleine biggen. Hierdoor vragen deze toestellen veel reinigingswerk en bij onzorgvuldige reiniging van pompen en leidingen leidt dit uiteindelijk tot diarree bij de biggen.
De meeste van deze toestellen werken dan ook met aangezuurde kunstmelk waardoor de bewaartijd van de melk ietwat kan verlengd worden, maar aangezuurde melk is minder smakelijk en leidt tot slechtere resultaten bij de opfok van kleine biggen.
Tot op heden beschikt men praktisch alleen over aangezuurde kunstmelken voor het opfokken van jonge biggen.
De uitvinding heeft tot doel aan deze geschetste nadelen te verhelpen en een inrichting te verschaffen waarmede biggen vanaf de leeftijd van 24 uren kunstmatig kunnen worden opgefokt onder gebruikmaking van kunstmelk en antistoffen.
Om dit in de meest doeltreffende en hygiënische omstandigheden mogelijk te maken, wordt het toestel volgens de uitvinding gekenmerkt doordat het een gesloten ruimte omvat met : a) onderaan minstens langs één zijde, doch bij voorkeur, langs de twee langszijden telkens een drinkgleuf ; b) een in een houder voor de melk te plaatsen dompelpompje dat de melk door middel van telkens een afvoerleiding naar elk van bedoelde drinkgleuven
<Desc/Clms Page number 3>
verpompt ; c) een T-vormig verdeelstuk om de melk vanaf een leiding die op hogerbedoeld dompelpompje is aangesloten naar elk van hogerbedoelde afvoerleiding te leiden.
Een merkwaardig kenmerk van de uitvinding bestaat hierin dat hogerbedoeld T-vormig verdeelstuk niet van een open kraan is voorzien waartoe het T-vormig verdeelstuk op een steunstuk rust met een schuin naar omhoog gerichte arm waarop naar believen één van de toevoerleidingen kan rusten om het verder vloeien van melk door deze toevoerleiding te beletten.
Andere details en voordelen van de uitvinding zullen blijken uit de hiernavolgende beschrijving van een toestel voor het opfokken van moederloze biggen en/of het verstrekken van een aanvullende voeding kunstmelk aan biggen, volgens de uitvinding. Deze beschrijving wordt uitsluitend bij wijze van voorbeeld gegeven en beperkt de uitvinding niet. De verwijzingscijfers hebben betrekking op de hieraan toegevoegde figuren.
Figuur 1 is een schematische voorstelling van het toestel volgens de uitvinding.
Figuur 2 verduidelijkt de wijze waarop de melk of kunstmelk naar de drinkgleuven wordt aangevoerd.
Figuur 3 vertoont, op een grotere schaal, een detail van de uitvinding.
Het toestel door figuur 1 verduidelijkt, bevat een gesloten ruimte 1 met twee drinkgleuven 2 en 2'. De drinkgleuven hebben, zoals blijkt uit figuur 2, een dergelijk profiel dat de biggen hieruit gemakkelijk kunnen drinken.
Het aan de biggen verstrekt voedsel
<Desc/Clms Page number 4>
wordt hierna "melk" genoemd. Hiermede wordt bedoeld natuur- of kunstmelk aangezuurd of op een andere wijze behandeld.
De melk wordt in de gesloten ruimte in een melkreservoir 3 gebracht. Bedoeld melkreservoir rust bij voorkeur op de bodem van de gesloten ruimte 1. In het melkreservoir 3 steekt een dompelpompje 4 dat met een geleider 5 electrisch is verbonden met de electronische sturing 6. De verwijzingen 7 en 8 wijzen op een netsnoer, respectievelijk een stopcontact, waarmede het toestel dan is verbonden met het electrisch net.
Vanuit het dompelpompje 4 vertrekt een leiding 9 die is aangesloten op een T-vormig verdeelstuk 10 waaruit twee leidingen 11 en 11'zijn vertakt die leiden naar de drinkgleuven 2, respectievelijk 2'.
Om het onderhoud van de melkleiding te vergemakkelijken, bevat het T-vormig verdeelstuk 10 geen klep noch kraan. Wenst men melk naar één van de twee drinkgleuven 2 of 2'aan te voeren, dan wordt gebruik gemaakt van een steunstuk 12 zoals afgebeeld in figuur 3. Het steunstuk 12 heeft een naar omhoog gerichte arm 13 waarop de leiding 11 of 11', waarvan men de melktoevoer wil onderbreken, rust. Er ontstaat hier geen hevelwerking omdat de kamer 14 van het verdeelstuk 10 een boring 15 vertoont.
In figuur 3 mondt de toevoerleiding 9 uit in de kamer 14 ter hoogte van het cilindrisch aansluitstukje 16 terwijl de aansluitpijpjes 17 en 17' bedoeld zijn om aangesloten te worden op de leidingen 11 en 11'.
Aangezien de druk in deze leidingen zwak is, zal geen melk doorheen boring 15 wegvloeien.
De lucht die door boring 15 gaat verhindert de
<Desc/Clms Page number 5>
hevelwerking ter hoogte van de plaats waar de betreffende leiding 11 of 11'op de schuin naar omhoog gerichte arm 13 van het steunstuk 12 rust.
Op deze wijze wordt, door de afwezigheid van elk kraanonderdeel in het T-vormig verdeelstuk een vlugge en gemakkelijke reiniging hiervan verzekerd. De bediening van het toestel volgens de uitvinding is eveneens zeer eenvoudig. Op het toetsenbord van de electronische sturing wordt het aantal biggen, per toestel, en hun ouderdom ingesteld.
Na het indrukken van de startknop van het toestel, staat dit in de zogenaamde stand"bijpositie"en wordt vanaf dit ogenblik met interval van één uur bijvoorbeeld de gewenste hoeveelheid kunstmelk aan de biggen geserveerd.
De electronische sturing berekent aan de hand van de opgeslagen doseringscurve ingestelde gegevens zoals de behoefte aan melk voor de biggen. In functie van het debiet van het dompelpompje wordt een welbepaalde tijd stroom geleverd aan het dompelpompje, steeds met intervallen van één uur. Dit belet niet dat op elk ogenblik manueel een dosering melk aan de biggen kan geserveerd worden.
Het is ook zo dat de sturing van het toestel kan gebeuren vanuit een centrale bedieningseenheid zoals een computer bijvoorbeeld.
De vele voordelen die het toestel volgens de uitvinding biedt, blijken zeer duidelijk uit de tot nog toe gegeven beschrijving van dit toestel.
Het is inderdaad zeer eenvoudig te bedienen en een einmalige instelling van de volledige opfokperiode voor één toom biggen is dus mogelijk.
De kunstmelk wordt noch door, noch in het toestel aangemaakt, maar wordt in opgeloste vorm
<Desc/Clms Page number 6>
in het toestel geplaatst waardoor iedere dag melk kan worden geserveerd met de gepaste hoeveelheid en de juiste aard antistoffen voor kleine biggen. Het reinigen van de door melk bezoedelde onderdelen kan buiten de stal zelf gebeuren ; Het melkreservoir met het dompelpompje worden inderdaad zonder werktuig in enkele seconden verwijderd.
Het toestel is eveneens gemakkelijk te verplaatsen van de ene kraambox naar de andere wanneer het wordt gebruikt voor z. g. bijvoeding.
In het toestel is een spraakmodule gemonteerd die na het serveren van de melk het specifiek geknor van de zeug weergeeft wanneer ze haar melk laat schieten. De drinkreflex van de biggen wordt hierdoor geaktiveerd en de biggen gewennen uiterst snel aan deze nieuwe voedingsmethode.
In de drinkgleuven 2 en 2'zijn melkdetectoren gemonteerd. Dit maakt het mogelijk zeer interessante gegevens in de besturingseenheid op te stapelen en in functie van de gecollecteerde gegevens het voedingsprogramma aan te passen of te wijzigen.
De uitvinding is niet beperkt tot de hierboven beschreven uitvoeringsvorm en vele wijzigingen zouden hieraan kunnen worden aangebracht zonder buiten het raam van de aanvrage te treden.