BE1007002A4 - Afzuigingsinstallatie voor toilet, reservoir en toilet voorzien van een dergelijke installatie. - Google Patents

Afzuigingsinstallatie voor toilet, reservoir en toilet voorzien van een dergelijke installatie. Download PDF

Info

Publication number
BE1007002A4
BE1007002A4 BE9300355A BE9300355A BE1007002A4 BE 1007002 A4 BE1007002 A4 BE 1007002A4 BE 9300355 A BE9300355 A BE 9300355A BE 9300355 A BE9300355 A BE 9300355A BE 1007002 A4 BE1007002 A4 BE 1007002A4
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
chamber
opening
valve
water
toilet
Prior art date
Application number
BE9300355A
Other languages
English (en)
Inventor
Theo Verspecht
Hubert Duyck
Original Assignee
Fortinox Bvba Fa
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Fortinox Bvba Fa filed Critical Fortinox Bvba Fa
Priority to BE9300355A priority Critical patent/BE1007002A4/nl
Application granted granted Critical
Publication of BE1007002A4 publication Critical patent/BE1007002A4/nl

Links

Classifications

    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E03WATER SUPPLY; SEWERAGE
    • E03DWATER-CLOSETS OR URINALS WITH FLUSHING DEVICES; FLUSHING VALVES THEREFOR
    • E03D9/00Sanitary or other accessories for lavatories ; Devices for cleaning or disinfecting the toilet room or the toilet bowl; Devices for eliminating smells
    • E03D9/04Special arrangement or operation of ventilating devices
    • E03D9/05Special arrangement or operation of ventilating devices ventilating the bowl

Landscapes

  • Health & Medical Sciences (AREA)
  • Public Health (AREA)
  • Epidemiology (AREA)
  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Hydrology & Water Resources (AREA)
  • Water Supply & Treatment (AREA)
  • Sanitary Device For Flush Toilet (AREA)

Abstract

Installatie voor toilet, die omvat een afzuigsysteem en een afsluiter om het werker of niet van het systeem toe te laten, met het kenmerk dat de afsluiter bestaat uit een omhulsel (33) waarin een zuiger (40) zich verplaatst, bestemd om het omhulsel te verdelen in een eerste kamer (43) en een tweede kamer (44) van een variabel volume, waarbij de eerste kamer vertoont een eerste opening (45) die in verbinding staat met bovengenoemde leiding (29) en een tweede opening (46) die afgesloten kan worden door een klep (47) bediend door de zuiger (40), water dat stroomt door bovengenoemde tweede opening (46) wordt meegevoerd naar het aandrijvingssysteem (28), en de tweede kamer (44) vertoont - een eerste opening (50) die afgesloten kan worden door een klep (51), deze laatste wordt bediend door bovengenoemde klep (51) in een positie zou zijn om de afvoer van vloeistof uit de tweede kamer mogelijk te maken zolang als de W.C.-bril of zitting onderhevig is aan een druk te wijten aan de aanwezigheid van een gebruiker, en een tweede opening (54) die in verbinding staat met een middel bestemd om vloeistof meer te voeren naar de bovengenoemde tweede kamer (44),

Description


  Afzuigingsinstallatie voor toilet, reservoir en toilet

  
 <EMI ID=1.1> 

  
De onderhavige uitvinding betreft een voorziening voor een toilet die toelaat geuren uit de closetpot af te zuigen.

  
Er is reeds een toilet bekend, bestaande uit een closetpot, een reservoir of bak verbonden met de closetpot door een leiding, en een systeem, bediend door de gebruiker, dat de doorgang van water uit het reservoir toelaat via de leiding naar de closetpot, voor het spoelen daarvan en daarnaast het afvoeren van fecaliën, urine, en toiletpapier naar het rioleringsnet.

   Dit toilet bevat bovendien een installatie bestaande uit :
- afzuigsysteem voor geuren uit de closetpot;
- door water aangedreven afzuigsysteem;
- een watertoevoerleiding naar het aandrijvings-systeem;
- een afsluiter gemonteerd op bovengenoemde leiding en bestemd om al dan niet de toevoer van water naar het aandrijvingssysteem toe te laten, en
- een installatie, verbonden met de zitting van de closetpot en door een hefboom verbonden met de afsluiter, die de opening van de afsluiter in werking stelt wanneer een persoon op de W.C.-bril zit.

  
Dit gekende toilet heeft als nadeel dat van zodra de gebruiker de zitting verlaten heeft, het afzuigsysteem niet meer werkt.

  
Het is echter zo dat in het algemeen de hoeveelheid geuren aanwezig in de closetpot maximaal is wanneer de gebruiker de zitting verlaat.

  
Bovendien komt het vaak voor dat na het doorspoelen nog steeds geuren kunnen waargenomen worden.

  
Dit gekende toilet laat niet toe het probleem op te lossen van geuren achtergebleven in de closetpot, nadat de gebruiker de zitting verlaten heeft.

  
De onderhavige uitvinding heeft tot doel dit nadeel te verhelpen en in het bijzonder de afzuiging van geuren mogelijk te maken nadat de gebruiker de zitting verlaten heeft, om hem toe te laten door te spoelen terwijl het afzuigsysteem nog steeds in werking is.

  
De installatie voor het toilet overeenkomstig de uitvinding bestaat uit :
(a) een afzuigsysteem bestemd om verbonden te worden met een leiding waarvan het uiteinde zich dicht, by voorkeur zo dicht mogelijk, bij de closetpot van het toilet bevindt,
(b) een door water aangedreven afzuigsysteem,
(c) een leiding bestemd om verbonden te worden met een watertoevoer om het water naar het aandrijvingssysteem te voeren,
(d) een afsluiter gemonteerd op de bovengenoemde leiding, bestemd om al dan niet de toevoer van water naar het aandrijvingssysteem toe te laten,
(e) een bedieningssysteem van de afsluiter, dat bestemd is om verbonden te worden met de W.C.-bril, of zitting van de closetpot, zodat de opening van de afsluiter verzekerd is zo lang als de zitting onderhevig is aan een druk, te wijten aan de aanwezigheid van een gebruiker, en
(f)

   een vertragingsmechanisme voor de sluiting van de afsluiter.

  
Volgens een bijzonderheid van de uitvinding bevat de afsluiter een omhulsel waarin een zuiger beweegt, bestemd om het omhulsel op te delen in een eerste kamer, en een tweede kamer met variabele inhoud. De eerste kamer bevat een eerste opening verbonden met bovengenoemde watertoevoerleiding en een tweede opening die gesloten kan worden door een klep bediend door de zuiger.

  
Het water dat door bovengenoemde tweede opening stroomt, wordt naar het aandrijvingssysteem aangevoerd, bij voorbeeld in het aandrijvingssysteem gespoten.

  
De tweede kamer bevat een eerste opening die gesloten kan worden door een klep bediend door bovengenoemd besturingssysteem. Bovengenoemde klep wordt door bovengenoemd besturingssysteem in een positie gebracht die de afvoer van vloeistof aanwezig in de tweede kamer naar buiten mogelijk maakt, zo lang als de W.C.-bril, of zitting onderhevig is aan een druk te wijten aan de aanwezigheid van een gebruiker. De tweede kamer bevat eveneens een tweede opening die in verbinding staat met een procédé of middel bestemd om vloeistof naar de tweede kamer te brengen.

  
De afvoering van vloeistof uit de tweede kamer en de toevoer van vloeistof naar de tweede kamer, maakt respectievelijk, door de verplaatsing van de zuiger, de verzekering van de opening en de afsluiting van de tweede opening van de eerste kamer mogelijk. De toevoer van vloeistof naar deze tweede kamer maakt het bijgevolg mogelijk het sluiten of de dichting van de tweede opening van de eerste kamer te vertragen.

  
In een mogelijke realisatievorm is het procédé of middel, bestemd om vloeistof naar de bovengenoemde tweede kamer te voeren, een leiding die loopt tussen bovengenoemde eerste en tweede kamers.

  
In een verkozen realisatievorm, is het procédé of middel bestemd om vloeistof naar bovengenoemde tweede kamer te voeren, een leiding die zich uitstrekt in de zuiger vanaf een opening gericht naar de eerste kamer tot aan een opening gericht naar de tweede kamer. Een dergelijke zuiger is bijvoorbeeld een zuiger die aan de ene zijde het dichtingselement draagt van de tweede opening van de eerste kamer, en aan de tegenoverliggende zijde van bovengenoemde eerste zijde de opening toont van de leiding gericht naar de tweede kamer.

  
In een gunstige positie, toont de zuiger tussen bovengenoemde eerste zijde en bovengenoemde tegenoverliggende zijde een laterale kant die de opening van de leiding gericht naar de eerste kamer voorstelt.

  
Bij een gunstige realisatie, is er een procédé of middel gemonteerd op bovengenoemde leiding die loopt tussen bovengenoemde eerste en tweede kamer zodat de doorgang van vloeistof van de eerste kamer naar de tweede kamer geremd wordt, dit wil zeggen, zodat de dichting van de tweede opening van de eerste kamer vertraagd wordt.

  
Volgens een bijzonderheid van een installatie waarvoor het aandrijvingssysteem en de afsluiter bestemd zijn om gemonteerd te worden in een waterreservoir verbonden door een leiding met de closetpot van het toilet, de bovengenoemde leiding verbonden zijnde met een onderdeel dat terwijl het werkt is gesteld dat de doorgang van het water van het reservoir door de leiding naar de closetpot toelaat, is deze installatie voorzien van een middel bestemd om een klep te bedienen, die een opening van de tweede kamer in functie van het waterpeil in het reservoir toelaat. Bij voorkeur bedient het bovengenoemde middel de bovengenoemde klep op zo'n manier dat de bovengenoemde opening slechts afgesloten wordt wanneer het waterpeil in de bak een vooraf bepaald peil overstijgt. 

  
Op een bijzonder gunstige wijze bedient het bovengenoemde middel een klep die een derde opening in de tweede kamer toelaat zodat de afvoer van vloeistof mogelijk gemaakt wordt, in het bijzonder van water, aanwezig in de tweede kamer zolang het waterpeil in de bak lager is dan een vooraf bepaald niveau.

  
Volgens een bijzonderheid van een installatie overeenkomstig de uitvinding, bevat het bedieningssysteem van de afsluiter van de eerste opening van de tweede kamer, een membraan, geschikt voor het zich verplaatsen in een omhulsel dat verbonden is door een leiding naar het omhulsel waarin de zuiger zich bevindt.

  
Het membraan draagt een stang, geplaatst in de bovengenoemde leiding en is voorzien van een kop die dienst doet als afsluiter voor de eerste opening. De bovengenoemde leiding die de omhulsels aan elkaar verbindt, toont een doorgang bestemd om het volume binnen in de leiding te verbinden met het reservoir, zodat, wanneer het membraan verplaatst wordt op een manier dat de eerste opening niet afgesloten wordt door de klep, het water aanwezig in de tweede kamer weg kan vloeien in de bak via de leiding en de bovengenoemde doorgang die de laatste vormt.

  
Een dergelijk bedieningssysteem bevat bij voorbeeld een vijzel waarvan de stang van de zuiger bestemd is om verbonden te worden met de W.C.-bril of zitting. Deze vijzel wordt verbonden door een buis met het omhulsel van het membraan op een zodanige manier dat de vloeistof wegvloeit uit de vijzel naar het omhulsel en vice versa tijdens de verplaatsing van de stang van de vijzel.

  
Deze vijzel bevat een herhalingsprocédé of middel bestemd om de stang terug te brengen in een voorafbepaalde positie. 

  
De onderhavige uitvinding betreft bovendien ook nog een reservoir of bak voorzien van een installatie overeenkomstig de uitvinding, en een toilet voorzien van een dergelijk reservoir.

  
Verdere bijzonderheden en details van de uitvinding zullen duidelijk worden uit de hiernavolgende gedetailleerde beschrijving waarin verwezen wordt naar de hierbij gevoegde tekeningen.

  
Op deze tekeningen :
Figuur 1 is een schematisch zijaanzicht van een toilet voorzien van een installatie overeenkomstig met de uitvinding; Figuur 2 is een afbeelding op grotere schaal en gedeeltelijk in doorsnede volgens de lijn II-II van het toilet weergegeven op figuur 1; Figuur 3 is een afbeelding in doorsnede volgens de lijn III-III van het toilet weergegeven op figuur 2 ; Figuren 4 tot 7 tonen de werking van de afsluiter van de installatie van figuur 2; Figuur 8 is een soortgelijke afbeelding als figuur 2 van een andere realisatievorm van de installatie overeenkomstig de uitvinding, en Figuren 9 tot 14 tonen de werking van de installatie van figuur 8. Figuur 1 toont schematisch een toilet die een closetpot 1 bevat, verbonden door een leiding 2 met een reservoir 3.

   Dit reservoir is verbonden met een watertoevoerleiding 5 waarvan het vrije uiteinde 6 afgesloten is door een stop of kap 7 die een arm draagt 8 scharnierend op een scheidingswand 9 van de bak en voorzien aan het vrije uiteinde van een vlotter
10. Het reservoir 3 bevat eveneens een systeem 11 bediend door de gebruiker om mogelijk te maken dat het water van het reservoir 3 weg kan vloeien via de 

  
leiding 2 in de closetpot 1, op zo'n manier dat de urine of fecaliën aanwezig in de closetpot 1 (pijl A) weggevoerd kunnen worden naar een lozingsbuis 12 en zodat de closetpot gespoeld kan worden.

  
Dit systeem bevat een bedieningshandel 13 die verlengd is met een staaf 14 waarvan het vrije uiteinde verbonden is door een spil 15 met een stang
16 verbonden via een scharnier 17 aan een element 18 dat in verbinding staat met een buis 19.

  
Wanneer de bedieningshandel 13 niet in werking gesteld is (de positie getoond in volle lijn op figuur 2), rust het onderste uiteinde 20 van de buis 19 op een dichting 21 die de leiding 2 draagt, zodat iedere vorm van doorgang van water tussen bovengenoemd onderste uiteinde 20 en bovengenoemde dichting 21 belet wordt.

  
Als de bedieningshandel 13 in werking gesteld wordt (rotatie R), wordt de spil 15 verplaatst naar boven, zodanig dat de stang 16 de buis dwingt zich te verheffen in verhouding tot de dichting 21. Om een correcte verplaatsing van de buis 19 te verzekeren
(verplaatsing Dl van de buis naar de dichting 21 om het wegvloeien van het water tussen het uiteinde 20 en de dichting 21 naar de leiding 2 te verhinderen, verplaatsing D2 van de buis om het uiteinde 20 weg te nemen), is deze gedeeltelijk in een cilindervormige geleider 22 gebracht. Deze geleider 22 verbonden met een scheidingswand van de bak 3 is voorzien van twee oren 23, 24, elk een opening 25 voorstellend bestemd om doorgang te verlenen aan de stang 16.

  
Als de bedieningshandel 13 draait naar beneden (positie voorgesteld in stippellijn), dan is de buis 19 in een verwijderde positie van de dichting
21 (positie weergegeven in stippellijn) zodat het water uit de bak 3 weg kan vloeien tussen het uiteinde 20 van de buis en de dichting 21 in de leiding 2. Tijdens het wegvloeien van het water uit de bak 3, draait de arm 8 (rotatie Rl) aangezien het waterpeil gebracht wordt op een lager niveau dan het waterpeil voor dewelke de vlotter 10 de sluiting van het uiteinde 6 verzekert. De positie van de vlotter 10 en van de arm 8 waarvoor het uiteinde 6 van de toevoer 5 niet gesloten is (dit wil zeggen dat het water binnen komt in de bak 3) is weergegeven door een stippellijn.

  
De vlotter 10 laat in het voorgestelde geval de sluiting van het uiteinde 6 van de toevoer 5 toe, vanaf dat het waterpeil in de bak een tussenniveau bereikt heeft, dat duidelijk correspondeert met het niveau op halve hoogt van de buis 19.

  
De hoeveelheid water gevat tussen de dichting
21 en het tussenniveau dat correspondeert met de noodzakelijke hoeveelheid water voor de afvoer van urine aanwezig in de closetpot en de spoeling van de closetpot 1.

  
Vanaf het ogenblik dat de buis 19 rust op de dichting 21, vult de bak 3 z ich door middel van water dat loopt uit de buis 5 totdat het tussenniveau N
(waarvoor de stop 7 het uiteinde 6 van de buis 5 afsluit door de druk uitgeoefend op de vlotter) niet bereikt wordt.

  
Het toilet is eveneens voorzien van een installatie die bestaat uit :
(a) een afzuigsysteem 26 verbonden door een leiding 27 met leiding 2, die uitloopt in de closetpot 1;
(b) een aandrijvingssysteem 28 van het afzuigsysteem, het in rotatie R2 brengen van het systeem wordt verkregen door het water;
(c) een leiding 29 bestemd om verbonden te worden met een watertoevoer om het water te voeren naar het aandrijvingssysteem 28;
(d) een afsluiter 31 gemonteerd op bovengenoemde leiding 29 bestemd om de toevoer van water naar het aandrijvingssysteem te onderbreken en
(e) een bedieningssysteem 30 van de afsluiter, dat bestemd is om verbonden te worden met de zitting
71 van de closetpot 1, zodat de opening van de afsluiter verzekerd is zo lang als de W.C.-bril of zitting onderhevig is aan een druk te wijten aan de aanwezigheid van een gebruiker.

  
In de installatie, volgens de weergegeven uitvinding, is de afsluiter 31 voorzien van een vertragingsmechanisme van de sluiting, zodat verzekerd kan worden dat het water nog verstuurd zal worden naar het aandrijvingssysteem nadat de gebruiker de zitting
71 verlaten heeft, bij voorbeeld gedurende een periode van 1 a 3 minuten nadat de gebruiker de zitting 71 verlaten heeft.

  
De geuren, afgezogen door het systeem 26 worden via de leiding 32 verdrongen naar de lozingsbuis 12.

  
De afsluiter 31 toont een omhulsel 33 waarin een zuiger 40 zich verplaatst. Dit omhulsel is samengesteld uit drie elementen, namelijk een eerste deel dat een cilindrisch lichaam 35 voorstelt open aan één van de uiteindes, een tweede deel stelt een cilindrisch lichaam 36 voor, in een holte van het cilindrisch lichaam 35 gebracht, en een huls 37 vastgeschroefd op het cilindrisch lichaam 35 van het eerste deel. Deze huls 37 toont een ringvormige aanslag 38 bestemd om steun te nemen op een zijde van het tweede deel 36. Een dichting 39 strekt zich uit tussen bovengenoemde eerste en tweede deel. Deze dichting 39 verzekert tijdens het aanhalen van de huls
37 de ondoorlaatbaarheid tussen bovengenoemde eerste en tweede deel.

  
Een zuiger 40 bestaande uit een lichaam 41 en een elastische zuigerwand 42 verdeelt het omhulsel 33 in twee kamers 43, 44 van een variabel volume. De eerste kamer 43 biedt een eerste opening 45 die in verbinding staat met de watertoevoerleiding 29 en een tweede opening 46 die gesloten kan worden door een zuiger 40. Als de dichting 47 de tweede opening 46 niet af sluit, dan wordt het water dat uit de eerste kamer 43 door de tweede opening 46 stroomt, gevoerd naar het aandrijvingssysteem 28 komende van het afzuigsysteem 26, via een injector 49.

  
De tweede kamer 44 biedt een eerste opening
50 bediend door het besturingssysteem 30 zodat de bovengenoemde stop 51 zich in een positie zou bevinden die de afvoer van het water aanwezig in de tweede kamer 44 naar buiten mogelijk maakt, zo lang als de W.C.-bril of zitting onderhevig zou zijn aan een druk te wijten aan de aanwezigheid van een gebruiker.

  
Een leiding 52 loopt tussen het lichaam 41 van de zuiger 40 vanaf een opening 53 gericht naar de eerste kamer 43 tot aan een opening 54 gericht naar de tweede kamer 44. Het lichaam 41 van de zuiger 40 biedt een eerste zijde 55 die het afsluitend element draagt naar de dichting 47, een tegenoverliggende zijde 56 naar bovengenoemde eerste zijde 55 en de opening 54 van de leiding 52 voorstellend, en een laterale zijde
57 de opening 53 van de leiding 52 gericht naar de eerste kamer voorstellend. De leiding 52 biedt een elleboog, bestemd om de doorgang van water van de eerste kamer 43 naar de tweede kamer 44 te remmen.

  
Een veer 58 strekt zich uit tussen de zijde
56 van het lichaam 41 van de zuiger 40 en de onderkant van het omhulsel 33 gesitueerd aan de kant van het deel 36. Deze veer 58 legt de zuiger een kracht op in de richting van de beweging van de zuiger in depositie waarin de dichting 47 de tweede opening 46 van de eerste kamer 43 afsluit.

  
Het aandrijvingssysteem 26 en de afsluiter 31 zijn gesitueerd in de reservoir. Het aandrijvingssysteem bevat een stang 59 waarop een tandrad of een wiel met schoepen 60 gemonteerd is. Deze stang 59 draagt eveneens schoepen van een ventilator 26. Deze stang 59 wordt gedragen door een kogellager 61 gemonteerd op de scheidingswand 9 van de bak 3. Het water dat uit de ejecteur 49 stroomt wordt voortgestuwd op het tandrad 60 zodat het aangedreven wordt in rotatie (pijl R2) en derhalve de ventilator in rotatie meeslepen, deze laatste zuigt de geuren af door de leiding 27 en verdringt ze via een buis 32 in de lozingsbuis 12.

  
Het bedieningssysteem 30 van de afsluiter 31 bestaat uit een vijzel 61 waarvan de kop 62 van de zuiger 63 vastgehecht is aan de zitting 71. De verplaatsing van de zuiger (pijl D), wanneer een gebruiker op de W.C.-bril zit, gaat tegen de kracht van de veer 64 in. De cilinder 65 van de vijzel 61 is voorzien van aanslagen 66 zodat de beweging van de zuiger tussen de twee uiterste posities gelimiteerd wordt, namelijk een positie waarbij geen kracht is uitgeoefend op de zitting 71 en een positie waarbij een kracht, overeenkomstig met het gewicht van een persoon van meer dan 30 kg die zit op de W.C.-bril 71, wordt uitgeoefend op de zitting 71.

  
De cilinder 65 van de vij zel 61 is verbonden door een leiding 67 met een omhulsel 68 waarin een membraan 69 zich verplaatst. Het omhulsel 68 bestaat uit een eerste lichaam 72 in de vorm van een kom, en toont een draad op zijn inwendig deel, en een deksel
73 die gevezen is op de draad van het eerste lichaam 72. Het membraan verdeelt het omhulsel in twee compartimenten 74, 75. Het vak 75 staat in verbinding met de vijzel 61, terwijl het vak 74 in verbinding staat via een leiding 76 met een tweede kamer 44 van de afsluiter 31, wanneer de stop 51 de opening 50 niet afsluit. De stop 51 is verbonden met het membraan 69 door middel van een stang 77. Deze stop 51 vormt aldus de kop van de stang 77.

  
De stang 77 strekt zich uit doorheen de leiding 76 die een doorgang 78 voorstelt, zodat het water uit de tweede kamer 44 afgevoerd kan worden door de opening 56 op het moment dat de stop deze opening niet afsluit, dit wil zeggen op het moment dat een druk uitgeoefend wordt op de zuiger 63 van de vijzel
(verplaatsing D tegen de werking van de veer 64 in).

  
De werking van de installatie van het toilet voorgesteld op figuur 1 zal hierna beschreven worden.

  
Als niemand op de W.C.-bril 71 zit, wordt er geen enkele druk uitgeoefend op de zuiger 63 van de vij zel 61 zodat de stop 51 de opening 50 afsluit. De kamer 44 van het omhulsel is gevuld met water, terwijl de dichting 47 de opening 46 van de eerste kamer 43 van de afsluiter 31 afsluit. In deze positie
(weergegeven door figuur 4) wordt het tandrad 60 niet in rotatie gebracht, zodat de ventilator 26 de geuren uit de closetpot 1 niet afzuigt.

  
Als een gebruiker op de W.C.-bril 71 zit, dan verplaatst de zuiger 63 van de vijzel 61 zich tegen de kracht van de veer 64 in, zodat vloeistof van de vijzel naar het compartiment 75 van het omhulsel 78 verplaatst wordt, en wel zo dat het membraan 69, de stang 77 en de stop 51 verplaatst worden. Dankzij deze verplaatsing wordt de opening 50 niet meer afgesloten zodat het water aanwezig in de kamer 44 kan ontsnappen door de leiding 76 en de doorgang 78 in de bak 3 (zie figuur 5).

  
Dankzij de ontsnapping van het water uit de tweede kamer 44 en dankzij de druk van het water in de watertoevoerleiding 29, verplaatst de zuiger 40 zich tegen de kracht van de veer 58 in, zodat de dichting de opening 46 van de eerste kamer 43 van de afsluiter
31 niet meer afsluit, en zodat het water wordt gevoerd naar het aandrijvingssysteem 26 van de ventilator 26 om de geuren van de closetpot 1 af te zuigen. Het water dat uit de ej ecteur 49 stroomt en gericht wordt naar het aandrijvingssysteem, vloeit weg in het reservoir 3. Het waterpeil in de bak 3 kan bijgevolg stijgen tot boven het niveau van de sluiting van de leiding 5 door de vlotter 10. Boven het maximaal niveau, passeert het water, dat uit de ej ecteur komt, door een overloop gevormd door het uiteinde 80 van de buis 19.

   Het volume van het water van de bak 3 is dus in functie van de tijd gedurende dewelke de gebruiker op de W.C.-bril 71 zit, indien deze tijd minder bedraagt dan een voorafbepaalde tijdsduur, bijvoorbeeld 3 minuten, en gelijk is aan het maximaal volume voor de periodes die meer bedragen dan de bovengenoemde voorafbepaalde tijdsduur (zie figuur 6).

  
Wanneer de gebruiker de zittende positie op de W.C.-bril 71 verlaat, dan wordt er geen enkele druk meer uitgeoefend door e gebruiker op de zuiger 63 van de vijzel 61. De veer 64 werkt bijgevolg op de zuiger
63 in om hem in zijn hoge positie te brengen op een manier om de vloeistof in de vijzel 61 af te zuigen. Daardoor wordt het membraan 69 verplaatst zodat de stop 51 de opening 50 van de tweede kamer 44 van de afsluiter afsluit. Het water van kamer 44 kan van dat ogenblik af niet meer afgevoerd worden door de leiding
76 en de doorgang 78 (zie figuur 7).

  
Er wordt nog steeds water gevoerd naar de aandrijvingsinstallatie 28 van de ventilator voor het afzuigen van geuren uit de closetpot.

  
Een deel van het water uit de eerste kamer 43 wordt evenwel gevoerd naar de tweede kamer 44 door de leiding 52.

  
Op het moment dat kamer 44 gevuld is , is de zuiger 40 gesitueerd in de nabijheid van de opening 46 zodat de dichting 47 deze opening afsluit (figuur 7).

  
De doorgang van water van de eerste kamer 43 naar de tweede kamer 44 door de leiding 52 laat toe de sluiting van de opening 46 te vertragen, dit wil zeggen laat de doorgang van water naar het

  
 <EMI ID=2.1> 

  
tijdsduur, bijvoorbeeld 3 minuten, nadat de gebruiker niet meer op de W.C.-bril 71 zit. Bijgevolg kan het afzuigsysteem voor geuren van de closetpot in werking gehouden worden, bijvoorbeeld totdat de gebruiker doortrekt om de fecaliën en/of urine aanwezig in de closetpot af te voeren, of gedurende een tijdsduur voldoende om de gebruiker in staat te stellen het vertrek waar het toilet zich bevindt, te verlaten.

  
Op het moment dat de gebruiker de bedieningshandel 13 in werking stelt (pijl R) opdat het water uit de bak 3 in de closetpot 1 zou kunnen stromen, om de fecaliën, urine, etc. mee te voeren naar het rioleringsstelsel, draait de arm 8 van de vlotter 19 zodat het water uit de leiding 5 komt, om opnieuw de bak 3 te vullen. Nadat de buis 19 opnieuw op de dichting 21 rust om te vermijden dat het water uit de bak 3 stroomt naar de closetpot 1, neemt het waterpeil in de bak 3 toe. Op het moment dat het niveau het tussenniveau N bereikt heeft, is de druk uitgeoefend op de vlotter voldoende om de sluiting van de opening 6 van leiding 5 te verzekeren, (zie figuur 2). 

  
Eens dat de tweede kamer 44 gevuld is, dit wil zeggen dat de dichting 47 de opening 46 van de afsluiter afsluit, dan wordt het afzuigsysteem niet meer aangedreven (positie weergegeven op figuur 4).

  
Figuur 8 toont een realisatievorm gelijkaardig aan deze weergegeven op figuur 3.

  
In deze realisatievorm, stelt de tweede kamer
44 een derde opening 82 voor, waarvan de afsluiting bediend wordt door een draaiende arm 8 die een vlotter
10 draagt.

  
Deze arm 8 draagt een kop of stop 7 voor het afsluiten van het uiteinde van de leiding 5 en een stop 81 voor het afsluiten van de derde opening 82. Deze afsluitingen worden uitgevoerd vanaf dat het niveau van het reservoir een minimaal niveau P bereikt heeft, weergegeven in stippellijn.

  
Deze realisatievorm laat toe een afzuiging van geuren te verzekeren zolang als het niveau in de bak niet het minimale niveau P bereikt heeft, en zelfs een dergelijke afzuiging te behouden gedurende een voorafbepaalde tijdsduur (bijvoorbeeld 1 minuut) nadat dit niveau bereikt werd.

  
De werking van deze realisatievorm wordt hierna beschreven door het verwijzen naar figuren 9 tot 14.

  
Vanaf het ogenblik dat niemand op de bril 71 neerzit, wordt er geen enkele druk uitgeoefend op de zuiger 63 van de vijzel 61, zodat de stop 51 de opening 50 afsluit. De kamer 44 van het omhulsel is gevuld met water, terwijl de dichting 47 de opening 46 van de eerste kamer 43 van de afsluiter 31 afsluit. In deze positie (voorgesteld door figuur 9)wordt het tandrad 60 niet in rotatie gebracht, zodat de ventilator 26 de geuren van de closetpot 1 niet afzuiqt. 

  
Bovendien is de derde opening 82 gesloten door de stop 81 aangezien het waterpeil in de bak hoger is dan het minimaal niveau P.

  
Vanaf het ogenblik dat een gebruiker op de zitting 71 plaats neemt, verplaatst de zuiger 63 van de vij zel 61 z ich tegen de kracht van de veer 64 in, zodanig dat de vloeistof van de vijzel zich verplaatst naar het compartiment 75 van het omhulsel 68, en zodanig dat het membraan 69, de stang 77 en de stop 51 zich verplaaten. Dankzij deze verplaatsing, wordt de opening 50 niet meer afgesloten, zodanig dat het water aanwezig in de kamer 44 kan ontsnappen door de leiding
76 en de doorgang 78 (zie figuur 10).

  
Dankzij de ontsnapping van water uit de tweede kamer 44 en dankzij de druk van het water in de watertoevoerleiding 29, verplaatst de zuiger 40 zich tegen de kracht van de veer 58 in, zodanig dat de dichting 47 de opening 46 van de eerste kamer 43 van de afsluiter 31 niet meer afsluit, en zodat het water naar het aandrijvingssysteem 28 van de ventilator gevoerd wordt om de geuren van de closetpot 1 af te zuigen. Het water dat uit de ejecteur 49 stroomt wordt naar het aandrijvingssysteem 28 gericht en vloeit weg in de bak 3. Het waterpeil in de bak 3 kan bijgevolg stijgen boven het niveau van de sluiting van de leiding 5 door de vlotter 10. Boven het maximaal niveau gekomen gaat het water dat uit de ejecteur komt door een overloop gevormd door het uiteinde 80 van de buis 19.

   Het volume van het water van de bak 3 is dus functie van de tijd gedurende dewelke de gebruiker neerzit op de W.C.-bril 71 indien deze tijd minder is dan een voorafbepaalde tijdsduur, bijvoorbeeld drie minuten, en gelijk is aan het maximaal volume voor langere periodes dan de bovengenoemde voorafbepaalde tijdsduur (zie figuur 11). 

  
Vanaf het moment dat de gebruiker de zitting
71 verlaten heeft, wordt er geen enkele kracht meer uitgeoefend op de zuiger 63 van de vijzel 61. De veer
64 werkt zodus in op de zuiger 63 om het mee te nemen naar zijn hoge positie, om vloeistof in de vijzel 61 af te zuigen. Daardoor wordt het membraan 69 verplaatst zodat de stop 51 de opening 50 van de tweede kamer 44 van de afsluiter afsluit. Het water van kamer 44 kan vanaf dat ogenblik niet meer afgevoerd worden door de leiding 76 en de doorgang 78
(zie figuur 12) .

  
Er wordt nog steeds water aangevoerd naar de aandrijvingsinstallatie 26 van de ventilator om de geuren van de closetpot af te zuigen. Alleszins gaat een deel van het water van de eerste kamer 43 in de tweede kamer 44 door de leiding 52.

  
De doorgang van water van de eerste kamer 43 naar de tweede kamer 44 door de leiding 52 laat toe de sluiting van de opening 46 te vertragen, dit wil zeggen laat toe de doorgang van water naar het aandrijvingssysteem 28 gedurende een tijdsduur van bijvoorbeeld 1 minuut, nadat de gebruiker niet meer op de W.C.-bril 71 zit. Het afzuigsysteem van geuren uit de closetpot kan bijgevolg in werking gehouden worden, bijvoorbeeld totdat de gebruiker doortrekt om de aanwezige fecaliën en/of urine in de closetpot af te voeren.

  
Vanaf het moment dat de gebruiker de bedieningshandel 13 (pijl R) in werking gesteld heeft, opdat het water uit de bak 3 zou kunnen wegvloeien in de closetpot 1 om de fecaliën, urine, etc. mee te nemen naar het rioleringsnet 12, dan draait de arm 8 van de vlotter 10, zodat water uit de leiding 5 stroomt om opnieuw de bak 3 te vullen, zodat de opening 82 niet meer door de stop 81 afgesloten wordt. 

  
Nadat de buis 19 opnieuw op de dichting 21 rust om te vermijden dat water uit de bak 3 stroomt in de closetpot 1, neemt het waterpeil in de bak 3 toe. Vanaf het moment dat het niveau het tussenniveau N bereikt heeft, of een hoger niveau dan het niveau N, dan is de druk uitgeoefend op de vlotter voldoende om de sluiting van de opening 6 van de leiding 5 te verzekeren, evenals deze van opening 82 (figuur 14). Eens de tweede kamer 44 gevuld is, dit wil zeggen dat de dichting 47 de opening 46 van de afsluiter afsluit, dan is het afzuigsysteem niet meer in werking (positie weergegeven op figuur 9).

  
Zoals men kan zien laat de realisatievorm zoals voorgesteld op figuur 8 toe, aan de ene kant, van de afsluiting van de opening 46 te vertragen, door de dichting 47 nadat de gebruiker de zitting 71 verlaten heeft, aan de andere kant, van de sluiting van de opening 46 te vertragen nadat de bak gevuld is tot aan zijn tussenniveau.

Claims (16)

C O N C L U S I E S
1.- Installatie voor toilet, die bestaat uit :
(a) een afzuigsysteem (26) bestemd om verbonden te worden met een leiding (27) waarvan het uiteinde zich dicht bij de closetpot (1) van het toilet bevindt, (b) een aandrijvingssysteem (28) door water van het afzuigsysteem, (c) een leiding (29) bestemd om verbonden te worden met een watertoevoer, om water naar het aandrijvingssysteem te voeren, (d) een afsluiter (31) gemonteerd op bovengenoemde leiding (29) bestemd om al dan niet de toevoer van water naar het aandrijvingssysteem (28) mogelijk te maken, en (e) een bedieningssysteem (61) van de afsluiter (31), dat bestemd is om vastgehecht te worden aan de zitting (71) van de closetpot, zodat de opening van de afsluiter verzekerd is zolang als de W.C.-bril of zitting onderhevig is aan een druk te wijten aan de aanwezigheid van een gebruiker, gekarakteriseerd doordat de afsluiter bestaat uit een omhulsel (33) waarin een zuiger (40)
zich verplaatst, bestemd om het omhulsel te verdelen in een eerste kamer (43) en een tweede kamer (44) van een variabel volume, waarbij de eerste kamer vertoont een eerste opening (45) die in verbinding staat met bovengenoemde leiding (29) en een tweede opening (46) die afgesloten kan worden door een klep (47) bediend door de zuiger (40), water dat stroomt door bovengenoemde tweede opening (46) wordt meegevoerd naar het aandrijvingssysteem (28), en
de tweede kamer (44) vertoont
- een eerste opening (50) die afgesloten kan worden door een klep (51), deze laatste wordt bediend door bovengenoemd besturingssysteem (61) zodat de bovengenoemde klep (51) in een positie zou zijn om de afvoer van vloeistof uit de tweede kamer mogelijk te maken zolang als de W.C.-bril of zitting onderhevig is aan een druk te wijten aan de aanwezigheid van een gebruiker, en een tweede opening (54) die in verbinding staat met een middel bestemd om vloeistof mee te voeren naar de bovengenoemde tweede kamer (44), de afvoer van vloeistof uit de tweede kamer (44) laat respectievelijk, door de verplaatsing van de zuiger, toe afsluiting of niet van de tweede opening (46) van de eerste kamer (43) te verzekeren.
2.- Installatie volgens conclusie 1, gekenmerkt door dat het middel, bestemd om vloeistof naar bovengenoemde tweede kamer te voeren, en een leiding (52) lopende tussen bovengenoemde eerste en tweede kamer is.
(3) lager is dan een voorafbepaald niveau.
3.- Installatie volgens conclusie 1 of 2, gekenmerkt door dat het middel, bestemd om vloeistof te voeren naar bovengenoemde tweede kamer (44), een leiding (52) is lopende in de zuiger (40) vanaf een opening (53) gericht naar de eerste kamer (43) tot aan een opening (54) gericht naar de tweede kamer (44).
4.- Installatie volgens conclusie 3, gekenmerkt doordat de zuiger (40) een eerste zijde vertoont, een afsluitingselement (47) van de tweede opening (46) van de eerste kamer (43) dragend, de tegenoverliggende zijde (56) van de bovengenoemde eerste zijde (55) een opening (54) van de leiding (52) gericht naar de tweede kamer (44) toont.
5.- Installatie volgens conclusie 4, gekenmerkt doordat de zuiger (40) tussen bovengenoemde eerste zijde (55) en bovengenoemde tegenovergestelde zijde (56) bovendien een laterale zijde (57) heeft, gericht naar de eerste kamer (43).
6.- Installatie volgens zowel conclusie 2 of 5, gekenmerkt door dat een middel gemonteerd op bovengenoemde leiding (52) tussen bovengenoemde eerste en en tweede kamer (43,44) loopt zodat de doorgang van voeistof van de eerste kamer (43) naar de tweede kamer
(44) geremd wordt, dit wil zeggen zodat de afsluiting van de tweede opening (46) van de eerste kamer (43) vertraagd wordt.
7.- Installatie volgens één der conclusies 1 tot 6, waarvan het aandrijvingssysteem (28) en de afsluiter (31) bestemd zijn om gemonteerd te worden in een waterreservoir (3) verbonden door een leiding (2) met de closetpot (1) van het toilet, bovengenoemde leiding (2) is verbonden met een onderdeel (13) dat vanaf het in werking is gesteld de doorgang van water van het reservoir (3) door de leiding (2) naar de closetpot (1) toelaat, gekenmerkt doordat het voorzien is van een middel (10) bestemd om een klep (81) van een opening (82) te bedienen, dat de tweede kamer (44) voorstelt in functie van het waterpeil in de bak (3).
8.- Installatie volgens de conclusie 7, gekenmerkt door dat bovengenoemde middel bovengenoemde klep (81) bedient, zodat bovengenoemde opening (82) afgesloten wordt, vanaf het moment dat het waterpeil in de bak hoger komt dan een voorafbepaald niveau.
9.- Installatie volgens conclusie 8, gekenmerkt doordat bovengenoemde middel een klep van de derde opening (82) bedient, dat de tweede kamer
(44) voorstelt, zodat de afvoer van vloeistof, in het bijzonder water, dat aanwezig is in de tweede kamer
(44) toegelaten wordt, zolang het waterpeil in de bak
10.- Installatie volgens één van de conclusies 1 tot 7, gekenmerkt doordat een herhalingsmiddel (58) in werkt op de zuiger (40) zodat het volume van de eerste kamer (43) verminderd wordt vanaf het moment dat de eerste opening (50) van de tweede kamer (44) afgesloten is zodat de afsluiting van de tweede opening (46) van de eerste kamer (43) mogelijk gemaakt wordt, vanaf dat het volume van de eerste kamer (43) een minimaal volume bereikt heeft.
11.- Installatie volgens conclusie 8 of 9, gekenmerkt door dat een herhalingsmiddel (58) inwerkt op een zuiger (40) zodat het volume van de eerste kamer (43) verminderd wordt, vanaf het moment dat de eerste en derde opening (50, 82) van de tweede kamer
(44) afgesloten zijn, en zodat het de afsluiting van de tweede opening (46) van de eerste kamer (43) toelaat, vanaf het moment dat het volume van de eerste kamer (43) een minimaal niveau bereikt heeft.
12.- Installatie volgens één van de conclusies 1 tot 11, gekenmerkt door het bedieningssysteem van de klep (51) van de eerste opening (50) van de tweede kamer (44) bestaat uit een membraan (69) dat in staat is zich te verplaatsen in een omhulsel (68) dat verbonden is door een leiding
(76) met het omhulsel (33) waarin zich de zuiger (40) bevindt waarbij het membraan een stang (77) draagt, ingebracht in bovengenoemde leiding (76) en voorzien van een kop (51) die dienst doet als afsluiter voor de eerste opening, bovengenoemde opening, de omhulsels (33,68) verbindend, vertoont een doorgang (78) bestemd om het inwendige volume van de leiding (76) met het reservoir in verbinding te stellen, zodanig dat wanneer het membraan (69) zich verplaatst heeft, zodat de klep (51) de eerste opening (50) niet meer afsluit, en het water aanwezig in de tweede kamer (44) weg kan vloeien in de bak (3) via de leiding (76) en de bovengenoemde leiding (78) die deze laatste voorstelt.
13.- Installatie volgens conclusie 12, gekenmerkt door dat het bedieningssysteem uit een vijzel (61) bestaat waarvan de stang (62) van de zuiger (63) bestemd is om verbonden te worden met de W.C.-bril of zitting (71), deze vijzel (61) verbonden door een buis (67) met het omhulsel (68) of vice versa, tijdens de verplaatsing van de stang (62) van de vijzel (1) .
14.- Installatie volgens conclusie 13, gekenmerkt doordat de vijzel (61) bestaat uit een herhalingsmiddel (64) bestemd om de stang (62) in een vooraf bepaalde positie te brengen.
15.- Reservoir voor een toilet, bestaande uit een installatie volgens één van de conclusies 1 tot 14.
16.- Toilet bestaande uit een closetpot en een reservoir volgens conclusie 15.
BE9300355A 1993-04-09 1993-04-09 Afzuigingsinstallatie voor toilet, reservoir en toilet voorzien van een dergelijke installatie. BE1007002A4 (nl)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE9300355A BE1007002A4 (nl) 1993-04-09 1993-04-09 Afzuigingsinstallatie voor toilet, reservoir en toilet voorzien van een dergelijke installatie.

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE9300355A BE1007002A4 (nl) 1993-04-09 1993-04-09 Afzuigingsinstallatie voor toilet, reservoir en toilet voorzien van een dergelijke installatie.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE1007002A4 true BE1007002A4 (nl) 1995-02-14

Family

ID=3886964

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE9300355A BE1007002A4 (nl) 1993-04-09 1993-04-09 Afzuigingsinstallatie voor toilet, reservoir en toilet voorzien van een dergelijke installatie.

Country Status (1)

Country Link
BE (1) BE1007002A4 (nl)

Citations (7)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE303564C (nl) * 1900-01-01
GB1054919A (nl) * 1900-01-01
FR783133A (fr) * 1934-01-19 1935-07-08 Soupape de chasse pour appareil sanitaire
US2603797A (en) * 1947-07-26 1952-07-22 Baither Harry Water motor-driven ventilator
US3008682A (en) * 1959-07-10 1961-11-14 Sloan Valve Co Flush valves
US3359884A (en) * 1965-05-06 1967-12-26 Statter Projects Pty Ltd Water-closet ventilating fan
DE2252543A1 (de) * 1972-10-26 1974-05-02 Chwoschnjanskij Regelventil mit impulsbetaetigung

Patent Citations (7)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE303564C (nl) * 1900-01-01
GB1054919A (nl) * 1900-01-01
FR783133A (fr) * 1934-01-19 1935-07-08 Soupape de chasse pour appareil sanitaire
US2603797A (en) * 1947-07-26 1952-07-22 Baither Harry Water motor-driven ventilator
US3008682A (en) * 1959-07-10 1961-11-14 Sloan Valve Co Flush valves
US3359884A (en) * 1965-05-06 1967-12-26 Statter Projects Pty Ltd Water-closet ventilating fan
DE2252543A1 (de) * 1972-10-26 1974-05-02 Chwoschnjanskij Regelventil mit impulsbetaetigung

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US4080669A (en) Two-level toilet flush system
DK172196B1 (da) Trykvands-WC-skyllesystem
US4471798A (en) Flushing cisterns
JPH05507531A (ja) 加圧式水洗便器タンク
HUT70905A (en) Wc flushing device
US3906554A (en) Selective toilet flushing arrangement
US4143433A (en) Water closet
BE1007002A4 (nl) Afzuigingsinstallatie voor toilet, reservoir en toilet voorzien van een dergelijke installatie.
US2443705A (en) Ventilating device for water closets
US3969775A (en) Water closet flushing device
US3934276A (en) Flushing cistern
US5694652A (en) Flushing system
AU693660B2 (en) Drain valve for a flush tank
US3466674A (en) Toilet flush mechanism
US4852191A (en) Toilet
GB2179972A (en) Overflow fitting for a siphon-discharge w.c. cistern
US3769637A (en) Automatic water closet
NL1011371C2 (nl) Reservoir voor grijswater.
US840613A (en) Flushing-tank.
US3084350A (en) Toilet bowl disinfectant injector
US5669083A (en) Water saver for flush tanks
US830280A (en) Flushing-tank.
US1220398A (en) Disinfectant-dispensing attachment for flush-tanks.
US2821720A (en) Automatic tank for wash out closets, water drains and the like
US548288A (en) John g

Legal Events

Date Code Title Description
RE Patent lapsed

Owner name: FIRMA FORTINOX B.V.B.A.

Effective date: 19950430