BE1007029A3 - Werkwijze voor het afleiden van een kwaliteitssignaal uit een uitgelezen signaal, alsmede een optekeninrichting en een uitleesinrichting waarin een dergelijke werkwijze wordt toegepast. - Google Patents

Werkwijze voor het afleiden van een kwaliteitssignaal uit een uitgelezen signaal, alsmede een optekeninrichting en een uitleesinrichting waarin een dergelijke werkwijze wordt toegepast. Download PDF

Info

Publication number
BE1007029A3
BE1007029A3 BE9300398A BE9300398A BE1007029A3 BE 1007029 A3 BE1007029 A3 BE 1007029A3 BE 9300398 A BE9300398 A BE 9300398A BE 9300398 A BE9300398 A BE 9300398A BE 1007029 A3 BE1007029 A3 BE 1007029A3
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
signal
length
reading
readout
effects
Prior art date
Application number
BE9300398A
Other languages
English (en)
Inventor
Johannes G F Kablau
Winslow M Mimnagh
Petrus C J Hoeven
Original Assignee
Koninkl Philips Electronics Nv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Koninkl Philips Electronics Nv filed Critical Koninkl Philips Electronics Nv
Priority to BE9300398A priority Critical patent/BE1007029A3/nl
Priority to EP94201023A priority patent/EP0621589B1/en
Priority to DE69418934T priority patent/DE69418934T2/de
Priority to TW083102464A priority patent/TW228588B/zh
Priority to US08/219,321 priority patent/US5587980A/en
Priority to JP08050594A priority patent/JP3555981B2/ja
Application granted granted Critical
Publication of BE1007029A3 publication Critical patent/BE1007029A3/nl

Links

Classifications

    • GPHYSICS
    • G11INFORMATION STORAGE
    • G11BINFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
    • G11B7/00Recording or reproducing by optical means, e.g. recording using a thermal beam of optical radiation by modifying optical properties or the physical structure, reproducing using an optical beam at lower power by sensing optical properties; Record carriers therefor
    • G11B7/12Heads, e.g. forming of the optical beam spot or modulation of the optical beam
    • G11B7/125Optical beam sources therefor, e.g. laser control circuitry specially adapted for optical storage devices; Modulators, e.g. means for controlling the size or intensity of optical spots or optical traces
    • G11B7/126Circuits, methods or arrangements for laser control or stabilisation
    • GPHYSICS
    • G11INFORMATION STORAGE
    • G11BINFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
    • G11B20/00Signal processing not specific to the method of recording or reproducing; Circuits therefor
    • G11B20/10Digital recording or reproducing
    • G11B20/10009Improvement or modification of read or write signals
    • GPHYSICS
    • G11INFORMATION STORAGE
    • G11BINFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
    • G11B20/00Signal processing not specific to the method of recording or reproducing; Circuits therefor
    • G11B20/10Digital recording or reproducing
    • G11B20/10009Improvement or modification of read or write signals
    • G11B20/10046Improvement or modification of read or write signals filtering or equalising, e.g. setting the tap weights of an FIR filter
    • GPHYSICS
    • G11INFORMATION STORAGE
    • G11BINFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
    • G11B20/00Signal processing not specific to the method of recording or reproducing; Circuits therefor
    • G11B20/10Digital recording or reproducing
    • G11B20/10009Improvement or modification of read or write signals
    • G11B20/10481Improvement or modification of read or write signals optimisation methods
    • GPHYSICS
    • G11INFORMATION STORAGE
    • G11BINFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
    • G11B7/00Recording or reproducing by optical means, e.g. recording using a thermal beam of optical radiation by modifying optical properties or the physical structure, reproducing using an optical beam at lower power by sensing optical properties; Record carriers therefor
    • G11B7/004Recording, reproducing or erasing methods; Read, write or erase circuits therefor
    • G11B7/0045Recording
    • GPHYSICS
    • G11INFORMATION STORAGE
    • G11BINFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
    • G11B7/00Recording or reproducing by optical means, e.g. recording using a thermal beam of optical radiation by modifying optical properties or the physical structure, reproducing using an optical beam at lower power by sensing optical properties; Record carriers therefor
    • G11B7/004Recording, reproducing or erasing methods; Read, write or erase circuits therefor
    • G11B7/005Reproducing

Landscapes

  • Physics & Mathematics (AREA)
  • Optics & Photonics (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Signal Processing (AREA)
  • Optical Recording Or Reproduction (AREA)

Abstract

De geopenbaarde werkwijze is bestemd voor het afleiden van een kwalitetissignaal (VM) uit een binair uitleessignaal (VI') dat is samengesteld uit bitcellen (30) van constante lengte (T). Bij de uitlezing wordt een informatiepatroon van optisch detecteerbare effecten (32) afgetast. Daarbij wordt een uitleessignaal (vl) opgewekt waarin eerste uitleessignaaldelen die een referentiewaarde (Vref) in een eerste richting overschrijden overeenkomen met de effecten in het uitgelzen informatiepatroon. Met behulp van een analyseschakeling (20) wordt als het kwaliteitissignaal een signaal afgeleid dat een maat is voor onderlinge verschillen tussen de lengte-afwijkingen (dT) voor de uitleessignaaldelen van verschillende lengte bepaald. Het kwaliteitissignaal kan worden gebruikt voor de aanpassing van een schrijfstretegie die gebruikt wordt voor het optekenen van informatie. Het kwaliteitissignaal kan eveneens gebruikt worden voor de instelling van een egalisatiefilter. Afhankelijk van het kwaliteitssignaal wordt dan de verhouding ingesteld tussen de versterkingsfactor binnen een bepaald frequentiebereik binnen de frequentieband van het filter en de versterkingsfactor

Description

Philips Electronics N.V.
Werkwijze voor het afleiden van een kwaliteitssignaal uit een uitgelezen signaal, alsmede een optekeninrichting en een uitleesinrichting waarin een dergelijke werkwijze wordt toegepast.
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het afleiden van een kwaliteitssignaal dat indicatief is voor de kwaliteit van een uitleessignaal dat samengesteld is uit bitcellen van constante lengte, welke bitcellen een eerste of tweede logische waarde hebben, waarbij de effecten groepen van opeenvolgende bitcellen met de eerste logische waarde vertegenwoordigen, bij welke werkwijze het uitleessignaal wordt verkregen door uitlezing van een informatiepatroon van optisch detecteerbare effecten waarbij eerste uitleessignaaldelen die een referentiewaarde in een eerste richting overschrijden overeenkomen met de effecten in het uitgelezen informatiepatroon, waarbij op basis van eerste uitleessignaaldelen het kwaliteitssignaal wordt afgeleid.
De uitvinding heeft voorts betrekking op een optekeninrichting en een uitleesinrichting waarin een dergelijke werkwijze wordt toegepast.
Een werkwijze en uitleesinrichting van de hiervoor genoemde soort is bekend uit Research Disclosure; augustus 1992 no. 34002. In dit document wordt een werkwijze beschreven voor optekening van zogeheten EFM-gemoduleerde signalen welke worden gebruikt in het zogeheten CD-systeem. Voor een betrouwbare terugwinning van de informatie die door het uitleessignaal wordt vertegenwoordigd is het van belang dat de kwaliteit van het uitleessignaal aan een bepaalde norm voldoet. Volgens de kwaliteitsnorm die in het genoemde document wordt beschreven dienen de lengtes van de eerste uitleessignaaldelen in het uitleessignaal in hoofdzaak discrete waarden aannemen die gelijk zijn aan een geheel aantal maal de bitcellengte. Het kwaliteitssignaal geeft de mate aan waarin aan deze kwaliteitsnorm wordt voldaan. Bij de bekende werkwijze wordt bij de afleiding van het kwaliteitssignaal eerste uitleessignaaldelen die overeenkomen met een klein aantal bitcellen, in dit geval drie, geselecteerd. Vervolgens wordt als het kwaliteitssignaal een signaal afgeleid dat een maat is voor de jitter van deze geselekteerde eerste uitleessignaaldelen. Indien dit kwaliteitssignaal aangeeft dat niet aan de kwaliteitsnorm wordt voldaan wordt de schrijfstrategie aangepast, waardoor het informatiepatroon en daarmee ook de kwaliteit van het uitleessignaal wordt aangepast. Met schrijfstrategie wordt hier de relatie bedoeld tussen de voor de optekening toegepaste schrijfbundelmodulatie en de op te teken informatie. Bij de bekende inrichting wordt een schrijfstrategie toegepast waarbij een effect met een lengte die overeenkomt met 3 bitcellen (ook wel I3-effect genoemd) opgetekend met een stralingspuls ter lengte van 2 bitcellen waarbij de intensiteit in het laatste gedeelte van de stralingspuls lager is dan de intensiteit aan het begin van de stralingspuls. Effecten die een groter aantal bitcellen vertegenwoordigen worden verkregen door verlenging van de stralingspuls, waarbij de intensiteit in het verlengde gedeelte van de stralingspuls wordt gehandhaafd op het lage niveau.
Als aanpassing van de schrijfstrategie gewenst is dan gebeurt dit bij de bekende inrichting uitsluitend door aanpassing van de intensiteit aan het begin van de stralingspulsen.
De uitvinding stelt zich ten doel een werkwijze te verschaffen waarbij een kwaliteitssignaal wordt opgewekt dat beter de kwaliteit van het uitleessignaal aangeeft.
Voor wat betreft de werkwijze wordt dit doel bereikt door een werkwijze volgens de openingsparagraaf, welke is gekenmerkt doordat bij de afleiding van het kwaliteitssignaal een maat wordt bepaald voor de lengte-afwijking tussen de daadwerkelijke lengte van eerste uitleesignaaldelen die een groep van n opeenvolgen bitcellen vertegenwoordigt en n keer de bitcellengte, waarbij voor n een waarde gekozen wordt waarbij de gevoeligheid van de lengte-afwijking voor bepaalde parameterveranderingen relatief groot is vergeleken met gevoeligheid voor de parameterverandering van andere eerste uitleessignaaldelen.
Door de lengte-afwijkingen te detecteren in die uitleessignaaldelen die overeenkomen met de effecten waarvan de lengte die gevoelig is voor veranderingen in de schrijfstrategie kan op betrouwbare wijze bepaald worden of de juiste schrijfstrategie is gebruikt.
Een uitvoeringsvorm van de werkwijze wordt gekenmerkt doordat bij de afleiding van het kwaliteitssignaal een tweede maat wordt bepaald voor de lengte-afwijking van uitleessignaaldelen die bitgroepen van m opeen volgende bitcellen vertegenwoordigen, waarbij het kwaliteitssignaal indicatief is voor het verschil tussen de eerste en tweede maat, waarbij voor m een waarde gekozen wordt waarbij de gevoeligheid voor de genoemde parameterverandering van de lengte-afwijking relatief klein is vergeleken met de gevoeligheid van de lengte-afwijkingen van andere eerste uitleessignaaldelen. Doordat bij deze uitvoeringsvorm de onderlinge verschillen in de lengte-afwijkingen worden bepaald hebben veranderende parameters welke de bepaling van de lengte-afwijking beïnvloeden minder nadelige gevolgen.
Een uitvoeringsvorm van de werkwijze welke bijzonder geschikt is voor de bepaling van de kwaliteit van uitgelezen CD-signalen wordt gekenmerkt doordat n gelijk aan 3 is en dat m groter of gelijk aan 5 en kleiner of gelijk aan 7 is.
De werkwijze volgens de uitvinding wordt met voordeel toegepast in een optekeninrichting voor het in een registratielaag optekenen van een binair informatiesig-naal dat samengesteld is uit bitcellen van constante lengte, welke bitcellen een eerste of tweede logische waarde hebben, welke inrichting is voorzien van middelen voor het aftasten van de registratielaag met een schrijfstralingsbundel, middelen voor het moduleren van de intensiteit van de stralingsbundel overeenkomstig het informatiesig-naal onder toepassing van een bepaalde schrijfstrategie, als gevolg waarvan een informatiepatroon van optisch detecteerbare effecten ontstaat in de registratielaag, welke effecten groepen van opeenvolgende bitcellen met de eerste logische waarde vertegenwoordigen, welke inrichting verder is voorzien van leesmiddelen voor het langs optische weeg uitlezen van het informatiepatroon waarbij een uitleessignaal wordt opgewekt waarin eerste uitleessignaaldelen die een referentiewaarde in een eerste richting overschrijden overeenkomen met de effecten in het uitgelezen informatiepatroon, van analysemiddelen voor het analyseren van eerste uitleessignaaldelen en voor het afgeven van een kwaliteitssignaal dat indicatief is voor het resultaat van de uitgevoerde analyse, en van aanpassingsmiddelen voor het aanpassen van de schrijfstrategie in afhankelijkheid van het kwaliteitssignaal, met het kenmerk, dat de analysemiddelen middelen omvatten voor het afleiden van een maat voor de Iengte-afwijking tussen de daadwerkelijke lengtes van eerste uitleessignaaldelen die groepen van n opeenvolgen bitcellen vertegenwoordigen en n keer de bitcellengte, waarbij het kwaliteitssignaal indicatief is voor de genoemde maat, waarbij voor n een waarde gekozen is waarbij de gevoeligheid van de lengte-afwijking voor veranderingen in de schrijfstrategie relatief groot is vergeleken met de gevoeligheid van de lengte-afwijkingen van andere eerste uitleessignaaldelen.
Een verdere uitvoeringsvorm van de optekeninrichting wordt gekenmerkt doordat de modulatiemiddelen middelen omvatten voor het uitvoeren van een schrijfstrategie waarbij de intensiteit van de schrijfstralingsbundel pulsvormig wordt gemoduleerd, en waarbij de aanpassingsmiddelen zijn ingericht voor het aanpassen van de van de intensiteit van de tijdens de stralingspulsen in een tijdsinterval dat een voorafbepaalde tijdsinterval voorbij het begin van elke stralingspuls is gelegen, waarbij de inrichting is voorzien van middelen voor het instellen van een referentiewaarde waarvoor de gemiddelde lengte van de eerste uitleessignaaldelen in hoofdzaak gelijk zijn aan de gemiddelde lengte van tweede uitleessignaaldelen welke tussen de eerste uitleessignaaldelen zijn gelegen in het uitleessignaal.
Doordat bij deze werkwijze een schrijfstrategie wordt toegepast waarbij het intensiteits-verloop aan het begin van de stralingspulsen niet wordt aangepast, verandert de lengte van de korte effecten niet, in tegenstelling tot de lengte van de langere effecten. Hierdoor veranderen de onderlinge verhoudingen tussen de effecten. De eventuele asymmetrie (de verhouding tussen de gemiddelde lengte van de effecten en de gemiddelde lengte van de gebieden tussen de effecten is ongelijk aan 1) in het opgetekende patroon die hiervan het gevolg kan zijn is niet bezwaarlijk, omdat de invloed hiervan op het uitleessignaal kan worden onderdrukt door verschuiving van de referentiewaarde. Essentieel is dat de onderlinge verhoudingen tussen de effecten van diverse lengte zodanig is dat hieruit uit het uitleessignaal de informatie kan worden teruggewonnen.
Doordat bij deze uitvoeringsvorm de intensiteit aan het begin van de stralingspuls niet wordt aangepast kan eenzelfde regeling van de energie-inhoud worden toegepast voor verschillend ingestelde schrijfstrategieën van de stralingspulsen.
Een uitvoeringsvorm waarbij dit is gerealiseerd wordt gekenmerkt, doordat de modulatiemiddelen middelen omvatten voor het uitvoeren van een schrijfstrategie waarbij de intensiteit van de schrijfstralingsbundel pulsvormig wordt gemoduleerd, en waarbij de aanpassingsmiddelen zijn ingericht voor het aanpassen van de van de intensiteit van de tijdens de stralingspulsen in een tijdsinterval dat een voorafbepaalde tijdsinterval voorbij het begin van elke stralingspuls is gelegen, waarbij de inrichting is voorzien van middelen voor het instellen van een referentiewaarde waarvoor de gemiddelde lengte van de eerste uitleessignaaldelen in hoofdzaak gelijk zijn aan de gemiddelde lengte van tweede uitleessignaaldelen welke tussen de eerste uitleessignaaldelen zijn gelegen in het uitleessignaal.
De werkwijze volgens de uitvinding is ook bijzonder geschikt om toegepast te worden in een uitleesinrichting. Daarin kan dan op basis van het kwaliteits-signaal een geschikte bewerking op het uitleessignaal worden uitgevoerd waarmee de gevolgen van eventuele lengte-afwijkingen in het informatiepatroon gecompenseerd kunnen worden.
Dit is gerealiseerd in een uitleesinrichting voor het uitlezen van een informatiepatroon uit een registratielaag, welk informatiepatroon een binair informatiesignaal vertegenwoordigt dat samengesteld is uit bitcellen van constante lengte, welke bitcellen een eerste of tweede logische waarde hebben, waarbij het informatiepatroon optisch detecteerbare effecten omvat, welke effecten groepen van opeenvolgende bitcellen met de eerste logische waarde vertegenwoordigen, waarbij de inrichting is voorzien van leesmiddelen voor het langs optische weg uitlezen van het informatiepatroon waarbij een uitleessignaal wordt opgewekt waarin eerste uitleessignaaldelen die een referentiewaarde in een eerste richting overschrijden overeenkomen met de effecten in het uitgelezen informatiesignaal, van fïltermiddelen voor het filteren van het uitleessignaal bij welke filtermiddelen de verhouding tussen de versterkingsfactor van uitleessignaaldelen binnen een bepaald frequentiebereik en uitleessignaaldelen buiten dit frequentiebereik instelbaar is, van analysemiddelen voor het bepalen van een kwaliteitssignaal dat een maat is voor de lengte-afwijking tussen de daadwerkelijke lengtes van eerste uitleessignaaldelen die groepen van n opeenvolgende bitcellen vertegenwoordigen en n keer de bitcellengte en van aanpassingsmiddelen voor het aanpassen van de genoemde verhouding tussen de versterkingsfactoren in afhankelijkheid van het kwaliteitssignaal, waarbij voor n een waarde gekozen wordt waarbij de frequentie van de uitleessignaaldelen met n keer de bitcellengte binnen het genoemde frequentiebereik ligt.
De uitvinding zal hierna nader worden toegelicht onder verwijzing naar de figuren 1 toe en met 15, waarin figuur 1 een uitvoeringsvorm van een optekeninrichting volgens de uitvinding toont, figuur 2 een aantal verschillende schrijfstrategieën toont, figuur 3a een informatiesignaal toont, figuur 3b een met het informatiesignaal van figuur 3a overeenkomend patroon van effecten vertoond, figuur 4a een patroon van effecten vertoont, figuur 4b een bijbehorend uitleessignaal toont, figuur 4c een bijbehoren binaire uitleessignaal toont, figuren 5, 6 en 7 de lengte-afwijkingen voor verschillende effectlengtes toont voor verschillende schrijfstrategieën, figuur 8 een uitvoeringsvorm vaneen stuurschakeling toont voor toepassing in de optekeninrichting volgens de uitvinding, figuur 9 een analyseschakeling voor toepassing in de optekeninrichting volgens de uitvinding toont, figuur 10 een uitvoeringsvorm toont van een schakeling voor de aanvangs-intensiteit van de in de schrijfstrategie toegepaste stralingspulsen, en figuur 11 een andere uitvoeringsvorm toont van een analyseschakeling, figuur 12 een aantal signalen toont die in de analyseschakeling van figuur 11 voorkomen, figuur 13 een tabel toont ten behoeve van de uitleg van de werking van de analyseschakeling, figuur 14 een uitleesinrichting toont volgens de uitvinding, en figuur 15 een overdrachtskarakteristiek van een egalisatiefilter toont dat geschikt is voor toepassing in de uitleesinrichting volgens de uitvinding.
De uitvinding zal hierna worden verklaard aan de hand van een uitvoeringsvormen welke geschikt zijn voor de optekening en uitlezing van zogeheten EFM-gemoduleerde signalen, zoals die bijvoorbeeld toegepast worden bij de optekening van. CD-signalen. Echter het toepassingsgebied van de uitvinding is niet beperkt tot de optekening en uitlezing van EFM-gemoduleerde signalen. De uitvinding kan even goed worden toegepast voor de optekening en uitlezing van andere signalen die samengesteld zijn uit bitcellen van constante lengte.
Ter illustratie is in figuur 3a een EFM-gemoduleerd signaal 31 weergegeven. Het EFM-gemoduleerde signaal 31 is binair en opgebouwd uit bitcellen 30 van een constante lengte T. Het aantal opeenvolgende bitcellen met dezelfde logische waarde is voor een EFM-gemoduleerd signaal minimaal gelijk aan 3 en maximaal gelijk aan 11. Optekening van een dergelijk signaal kan geschieden op een registratiedrager die is voorzien van een registratielaag van een soort waarbij een optische detecteerbare verandering kan worden bewerkstelligd door de registratielaag bloot te stellen aan straling van een voldoende hoge intensiteit. Dergelijke lagen kunnen van een soort zijn waarbij de optische detecteerbare verandering een verandering van de reflectie tot gevolg hebben. Echter zogeheten magneto-optische lagen waarbij een optisch detecteerbare verandering van de magnetisatie kan worden aangebracht zijn eveneens bruikbaar. De optekening van het EFM-gemoduleerd signaal 31 geschiedt in de vorm van een patroon van effecten 32 waarin de optisch detecteerbare verandering is teweeg gebracht, en welke effecten afwisselen met tussengebieden 33 welke geen optisch detecteerbare verandering hebben ondergaan.
In het in figuur 3b getoonde patroon vertegenwoordigen de effecten 32 de bitcellen met de logische waarde "1", terwijl de tussengebieden 33 de bitcellen met de logische waarde "0" vertegenwoordigen. De lengtes van de effecten 32 en tussengebieden 33 komen overeen met het aantal bitcellen dat ze vertegenwoordigen. De effecten die een groep van n bitcellen vertegenwoordigen zullen hierna kortweg aangeduid worden als In-effecten.
De In-effecten kunnen in de een registratielaag worden aangebracht door de registratie-laag met constante aftastsnelheid af te tasten met een stralingsbundel waarvan de intensiteit overeenkomstig het op te tekenen signaal is gemoduleerd onder toepassing van een geschikte schrijfstrategie.
Met schrijfstrategie wordt hier de relatie bedoeld tussen de voor de optekening toegepaste schrijfbundelmodulatie en de op te teken informatie. Figuur 2a toont ter illustratie een geschikte schrijfstrategie. Overeenkomstig deze schrijfstrategie wordt ten behoeve van de optekening van een In-effect, dat een reeks van n bitcellen vertegenwoordigt, een stralingspuls gebruikt met een lengte van (n-l).T, waarbij gedurende een tijdsinterval van 1,5 T aan het begin van de stralingspuls de intensiteit van de stralingspuls ingesteld is op de waarde II. Na dit interval van 1,5 T wordt de intensiteit I ingesteld op een niveau 12.
Een opgetekend patroon van effecten 32 kan worden uitgelezen door dit patroon af te tasten met een stralingsbundel met constante intensiteit. De door de registratielaag gereflecteerde straling vertoont een met het afgetaste patroon overeenkomende modulatie. Deze modulatie kan op een gebruikelijke wijze worden gedetecteerd en omgezet worden in een uitleessignaal. Figuur 4a toont ter illustratie een patroon van effecten 32. Figuur 4b toont het bijbehorende uitleessignaal VI. Met verwijzingscijfer 40 worden de doorsnijdingen van een referentieniveau Vref door het uitleessignaal VI aangeduid. Een binair uitleessignaal VI’ kan worden verkregen door afgifte van een signaalwaarde "1" als de signaalwaarde van het uitleessignaal VI boven de referentiewaarde is gelegen en door een afgifte van een signaalwaarde "0" als het uitleessignaal beneden de referentiewaarde is gelegen. Het aldus verkregen binaire uitleessignaal VI’ is getoond in figuur 4c. Voor een betrouwbare demodulatie van het binaire uitleessignaal VI’ is het gewenst dat de lengtes van de uitleessignaaldelen met eenzelfde logische waarde binnen nauwkeurige grenzen overeenkomen met een geheel aantal malen de bitcellengte T. In het algemeen zullen deze uitleessignaaldelen niet exact gelijk zijn aan een geheel aantal malen de bitcellengte maar er zal een lengte-afwijking bestaan tussen de daadwerkelijke lengte en de optimale lengte. In figuur 4c is een dergelijke lengte-afwijking aangeduid met dT. Deze lengte-afwijkingen kunnen het gevolg zijn van asymmetrie in het opgetekende patroon van effecten 32 en tussengebieden 33, dat wil zeggen dat de lengte van de effecten gemiddeld te kort zijn vergeleken met de lengte van de tussengebieden of omgekeerd. De invloed van een dergelijke asymmetrie kan worden verminderd door verschuiving van het referentieniveau Vref. Een bijzonder eenvoudige instelling van het referentieniveau op een waarde waarvoor eventuele asymmetrie vrijwel geen invloed meer heeft op het binaire uitleessignaal kan plaatsvinden bij zogeheten gelijkstroomvrij gemoduleerde signalen, dat wil zeggen het aantal bitcellen met de logische waarde "0" is gelijk aan het aantal bitcellen met de waarde "1". Bij dergelijke gelijkstroomvrij gemoduleerde signalen, waar ook een EFM-gemoduleerd signaal toebehoort, wordt het referentieniveau ingesteld op een waarde waarvoor de gelijkstroomcomponent in het uitleessignaal in hoofdzaak gelijk aan nul is.
Een dergelijke vermindering van de invloed van de asymmetrie door aanpassing van het referentieniveau Vref functioneert goed indien de afwijking dT voor de voor de verschillende lengtes van de effecten niet te veel van elkaar afwijken. Bij grote onderlinge verschillen tussen de afwijking dT is de schrijfstrategie niet optimaal aangepast aan de registratielaag en het is dan ook gewenst dat de schrijfstrategie wordt aangepast.
Dit kan door verhouding tussen de energie-inhoud van de stralingspulsen voor de effecten met verschillende lengtes te veranderen.
In het geval dat de delen van het uitleessignaal die overeenkomen met de korte effecten te kort zijn in vergelijking met de langere effecten kan dit gebeuren door de schrijfstrategie zodanig aan te passen dat de energie-inhoud van de stralingspuls voor het optekenen van korte effecten wordt verhoogd terwijl de energie-inhoud van de stralingspulsen voor het optekenen van lage effecten nagenoeg gelijk gehouden word. Als gevolg hiervan zullen de korte effecten langer worden in vergelijking met de langere effecten. In het geval dat de korte effecten te kort zijn in vergelijking met de langere effecten is het echter aantrekkelijk om de energie-inhoud van de stralingspulsen voor het aanbrengen van korte effecten onveranderd te laten en de energie-inhoud van de stralingspulsen voor het optekenen van langere pulsen te verlagen. Hierdoor blijft de lengte van de korte effecten niet. Echter de lengte van de langere effecten wordt korter, zodat de onderlinge verschillen tussen de lengte-afwijkingen dT van de verschillende effecten kleiner worden. Een dergelijke aanpassing van de schrijfstrategie kan echter wel enige asymmetrie tot gevolg hebben. Zoals hiervoor reeds is verklaard kan de invloed kan de invloed van een dergelijke asymmetrie op het binaire uitleessignaal VI’ vrijwel tot nul teruggebracht worden door aanpassing van het referentieniveau Vref.
De juistheid van de toegepaste schrijfstrategie kan op eenvoudige en betrouwbare wijze worden bepaald door bepaling van de lengte-afwijking van die uitleessignaaldelen die overeenkomen met effecten waarvan de lengte relatief sterk afhangt van de toegepaste schrijfstrategie. In de praktijk blijken vooral de lengtes van de korte effecten sterk afhankelijk te zijn van de toegepaste schrijfstrategie. Ter illustratie tonen figuren 5, 6 en 7 de lengte-afwijking voor uitleessignaaldelen die overeenkomen met effecten voor verschillende aantallen opeenvolgende bitcellen met de dezelfde logische waarde.
De punten op de krommen 50, 60 en 70 geven de lengte-afwijkingen dT aan voor drie verschillende soorten registratielagen waarop effecten zijn opgetekend onder toepassing van de in figuur 2a getoonde schrijfstrategie. De onderlinge verschillen tussen de lengte-afwijkingen die door de punten op de kromme 50 zijn gelegen zijn klein. Dit betekent dat de toegepaste schrijfstrategie voldoende is aangepast aan de registratielaag.
De onderlinge verschillen tussen de lengte-afwijkingen die op de kromme 60 zijn gelegen zijn echter groot. De lengte-afwijking voor de uitleessignaaldelen met de lengte 3.T hebben een grote negatieve waarde vergeleken met de andere lengte-afwijkingen. Dit duidt erop dat de toegepaste schrijfstrategie onvoldoende aan de registratielaag is aangepast. Ten einde te zorgen dat de onderlinge verschillen in de lengte-afwijkingen verminderen dient de schrijfstrategie veranderd te worden. Een geschikte schrijfstrategie is die getoond wordt in figuur 2c. Bij deze schrijfstrategie is de intensiteit 12 verlaagd vergeleken met de oorspronkelijke schrijfstrategie zoals die in figuur 2a is getoond.
Door deze aanpassing wordt bereikt dat de langere effecten iets korter worden, terwijl de lengte van de korte effecten vrijwel gelijk blijft, zodat de onderlinge verschillen in de lengte-afwijkingen verminderen. Zoals reeds eerder beschreven kan dit een kleine asymmetrie tot gevolg hebben, waarvan echter de invloed kan worden tegengegaan door verschuiving van het referentieniveau Vref. Ter illustratie zijn in figuur 6 door de kromme 61 de lengte-afwijkingen aangegeven voor het geval dat de in figuur 2c weergegeven schrijfstrategie is toegepast.
De onderlinge verschillen tussen de lengte-afwijkingen die op de kromme 70 zijn gelegen zijn echter groot. De lengte-afwijking voor de uitleessignaaldelen met de lengte 3.T hebben een grote positieve waarde vergeleken met de andere lengte-afwijkingen. Dit duidt erop dat de toegepaste schrijfstrategie onvoldoende aan de registratielaag is aangepast.
Een beter aangepaste schrijfstrategie is die getoond wordt in figuur 2b. Bij deze schrijfstrategie is de intensiteit 12 verhoogd vergeleken met de oorspronkelijke schrijfstrategie zoals die in figuur 2a is getoond. Door deze aanpassing wordt bereikt dat de langere effecten iets langer worden, terwijl de lengte van de korte effecten vrijwel gelijk blijft, zodat de onderlinge verschillen in de lengte-afwijkingen verminderen. Zoals reeds eerder beschreven kan dit een kleine asymmetrie tot gevolg hebben, waarvan echter de invloed kan worden tegengegaan door verschuiving van het referentieniveau Vref. Ter illustratie zijn in figuur 7 door de kromme 71 de lengte-afwijkingen aangegeven voor het geval dat de in figuur 2b weergegeven schrijfstrategie is toegepast.
Bij de werkwijze volgens de uitvinding wordt de juistheid van de gebruikte schrijfstrategie vastgesteld door een kwaliteitssignaal af te leiden dat een maat die aangeeft of er grote onderlinge verschillen bestaan tussen de lengte-afwijkingen voor effecten van verschillende lengtes.
Afhankelijk van deze maat wordt dan de schrijfstrategie al dan niet aangepast. Bij een uitvoeringsvorm van de werkwijze volgens de uitvinding wordt een testpatroon van effecten 32 opgetekend met de in figuur 2a getoonde schrijfstrategie. Vervolgens wordt bepaald of de lengte-afwijking van het 13-effect binnen bepaalde marges liggen, welke door een bepaalde minimum waarde en een bepaalde maximum waarde worden vastgelegd. Indien het kwaliteitssignaal aangeeft dat de grootte van de lengte-afwijking beneden de minimumwaarde ligt dan wordt in het vervolg de in figuur 2c getoonde schrijfstrategie gebruikt. Indien het kwaliteitssignaal aangeeft dat de grootte van de lengte-afwijking boven de maximumwaarde ligt dan wordt in het vervolg de in figuur 2b getoonde schrijfstrategie gebruikt.
In de hiervoor beschreven uitvoeringsvorm is er een keuze uit drie verschillende schrijfstrategieën. Afhankelijk van de lengte-afwijking welke behoren bij de I3-effecten die bij een van de drie schrijfstrategieën zijn opgetekend, wordt in het vervolg al dan niet een van de andere schrijfstrategieën toegepast. Het zal echter voor de vakman duidelijk zijn dat het aantal verschillende schrijfstrategieën waaruit een keuze gemaakt moet worden op basis van de maat voor de onderlinge verschillen in lengte-afwijking niet beperkt is tot drie maar in principe onbeperkt is.
Bij de hiervoor beschreven uitvoeringsvorm wordt als maat voor de onderlinge verschillen de lengte-afwijking van het uitleessignaaldeel van het binaire uitleessignaal VI’ gebruikt dat overeenkomt met de I3-effecten.
Deze I3-effecten blijken in de praktijk gevoeliger te zijn voor aanpassingen van de schrijfstrategie dan de langere effecten. Het zal echter ook duidelijk zijn dat de onderlinge verschillen in lengte-afwijkingen ook op andere wijzen kunnen worden bepaald. Zo is het bijvoorbeeld aantrekkelijk om de lengte-afwijking welke behoren bij effecten die relatief gevoelig zijn voor schrijfstrategie-aanpassingen te vergelijken met een lengte-afwijking welke behoren bij effecten die relatief ongevoelig zijn voor schrijfstrategie-aanpassingen.
In het algemeen wijken de lengte-afwijkingen welke behoren bij de kortste effecten het meest af van de lengte-afwijkingen welke behoren bij de andere effecten. Echter er bestaan registratielagen waarvoor de lengte-afwijkingen die behoren bij de lange effecten de grootste lengte-afwijking vertonen. Het zal duidelijk zijn dat bij dergelijke registratielagen de juistheid van de schrijfstrategie het best bepaald kan worden op basis van de lengte-afwijkingen die behoren bij deze langere effecten.
Figuur 1 toont een uitvoeringsvorm van een optekeninrichting waarbij de schrijfstrategie overeenkomstig een werkwijze volgens de uitvinding wordt aangepast. In deze figuur is een schijfvormige registratiedrager aangeduid met verwijzingscijfer 1. De registratiedrager 1 omvat een transparant substraat 2 waarop een registratielaag 3 van een gebruikelijke soort is aangebracht waarin optisch detecteerbare effecten kunnen worden aangebracht door deze laag bloot te stellen aan stralingspulsen met een voldoende hoog vermogen om een optisch detecteerbare verandering in de registratielaag 3 te weeg te brengen.
De registratiedrager 1 wordt met behulp van een aandrijfmotor 10 roterend om een as 11 aangedreven. Tegenover de roterende registratiedrager 1 staat een optische lees/schrijfkop 12 opgesteld. De kop 12 omvat een stralingsbron 4 voor het opwekken van een stralingsbundel 5 welke door middel van een optisch stelsel op de registratielaag 3 wordt gericht, waarbij de stralingsbundel door een in het optisch stelsel opgenomen focusseermiddelen 8 tot een kleine aftastvlek 9 op de registratielaag 3 wordt gefocus-seerd. De stralingsbron 4 wordt bekrachtigd door een stuursignaal. De intensiteit van de opgewekt stralingsbundel wordt vastgelegd door de sterkte van het stuursignaal. Het stuursignaal wordt opgewekt door een stuurschakeling 6 van een gebruikelijke soort. De stuurschakeling 6 ontvangt aan een informatie-ingang 13 een EFM-gemoduleerd signaal. Aan een stuuringang 14 van de stuurschakeling 6 wordt een instelsignaal ontvangen dat de toe te passen schrijfstrategie aangeeft. De sterkte van het door de stuurschakeling aan de stralingsbron 4 toegevoerde stuursignaal is overeenkomstig het ontvangen EFM-gemoduleerde signaal gemoduleerd onder toepassing van de schrijfstrategie die is vastgelegd door het signaal dat op de instelingang 14 wordt ontvangen. Behalve de in de figuur 2 getoonde schrijfstrategieën zijn nog vele andere schrijfstrategieën geschikt. Geschikte schrijfstrategieën en bij behorende stuurschakelingen zijn onder andere bekend uit US-4,774,522 (PHN11915), DE-A-37.27.681, US-4,646,103, EP-A 0.317.193 en EP-A 0.288.114 (PHQ88006), welke documenten hierbij door verwijzing worden geacht te zijn opgenomen in de beschrijving.
De stuurschakeling 6 is verder nog voorzien van een lees/schrijf-stuuringang 15, waarmee de stuurschakeling in een leestoestand of schrijftoestand kan worden gebracht. In de schrijftoestand geeft de stuurschakeling 6 een in sterkte gemoduleerd stuursignaal af aan de stralingsbron zoals hiervoor is beschreven. Als gevolg van dit in sterkte gemoduleerd stuursignaal wekt de stralingsbron 4 een stralingsbundel op waarvan de intensiteit afwisselend wordt geschakeld tussen een hoog niveau waarbij een optisch detecteerbare verandering in de registratielaag 3 plaats vindt en een laag niveau waarbij geen optisch detecteerbare verandering plaatsvindt in de registratielaag 3.
In de leestoestand geeft de stuurschakeling 6 aan de stralingsbron 4 een stuursignaal van een constante, lage, sterkte af waarvoor de intensiteit van de stralingsbundel een waarde aanneemt waarbij geen optisch detecteerbare verandering plaatsvindt in de registratielaag 3.
Voor de instelling van de schrijfstrategie en de selectie van de lees of schrijftoestand zijn de ingangen 14 en 15 van de stuurschakeling gekoppeld met een besturingseenheid 17, bij voorbeeld een besturingseenheid van een gebruikelijke programmeerbare soort die is geladen met geschikte programmatuur.
Ten behoeve van de bepaling van de juistheid van de toegepaste schrijfstrategie wordt de stuurschakeling door de besturingseenheid in de schrijftoestand gebracht, waardoor een met ontvangen EFM-gemoduleerde signaal overeenkomend patroon van effecten 32 en tussengebieden 33 wordt aangebracht in de registratielaag 3. Vervolgens wordt de stuurschakeling in de leestoestand gebracht en wordt onder besturing van de besturingseenheid het aangebrachte patroon met lage intensiteit door de stralingsbundel 5 afgetast. De stralingsbundel die door de registratielaag 3 wordt gereflecteerd vertoont een met het afgetaste patroon overeenkomende modulatie. Ten behoeve van de detectie van deze bundelmodulatie wordt de gereflecteerde stralingsbundel naar een stralingsgevoelige detector 18 van een gebruikelijke soort geleid, die het uitleessignaal VI afgeeft dat overeenkomt met het afgetaste patroon. Het uitleessignaal VI wordt in een detectiescha-keling 19 door vergelijking met het referentieniveau Vref omgezet in het binaire detectiesignaal VI’. Voor een gedetailleerde beschrijving van een uitvoeringsvorm van de detectieschakeling 19 wordt onder andere verwezen naar GB-A-2.109.187, welk document hierbij door verwijzing wordt geacht te zijn opgenomen in de beschrijving.
Het binaire uitleessignaal VI’ wordt toegevoerd aan een analyseschakeling 20 die hieruit het kwaliteitssignaal Vm afleidt dat een maat is voor de onderlinge afwijkingen in de lengte-afwijking. Het kwaliteitssignaal Vm wordt toegevoerd aan de besturingseenheid. 17, die op basis van een geschikt beslissingscriterium vaststelt of de toegepaste schrijfstrategie juist is. Zo, niet dan wordt op basis van de het kwaliteitssignaal bepaald op welke wijze de schrijfstrategie moet worden aangepast, en wordt een overeenkomstig signaal toegevoerd aan de instelingang van de stuurschakeling 6.
Figuur 8 toont een uitvoeringsvorm van de stuurschakeling, waarmee optekening van effecten onder toepassing van de in figuur 2 getoonde schrijfstrategieën kan worden gerealiseerd.
De stuurschakeling 6 in figuur 8 omvat een vertragingselement 80 waarvan een ingang gekoppeld is met de informatie-ingang 13 voor het ontvangen van het EFM-gemoduleer-de signaal. Het vertragingselement 80 vertraagd het aan zijn ingang ontvangen signaal over een tijd die overeenkomt met de lengte van een bitcel van het EFM-gemoduleerde signaal. Het door het vertragingselement vertraagde signaal wordt toegevoerd aan en ingang van een twee-ingangs EN-poort 81. Aan de andere ingang van de EN-poort 81 wordt het via de ingang 13 ontvangen EFM-gemoduleerde signaal toegevoerd. Het EFM-gemoduleerde signaal wordt tevens aan een niet-inverterende ingang van een twee-ingangs EN-poort 82 toegevoerd. Aan de andere (inverterende) ingang van de EN-poort 82 wordt het uitgangssignaal van het vertragingselement 80 toegevoerd. De uitgang van de EN-poort 82 wordt toegevoerd aan een ingang van een OF-poort 83. Aan een andere ingang van de OF-poort 83 wordt het uitgangssignaal van de EN-poort 81 toegevoerd. Het uitgangssignaal van de EN-poort 81 neemt de logische waarde "1" aan indien zowel het EFM-gemoduleerde signaal alsook het over een bitcellengte vertraagde EFM-gemoduleerde signaal de waarde "1" hebben. Dit betekent dat in het geval dat het EFM-gemoduleerde signaal n opeenvolgende bitcellen met de logische waarde "1" vertoont zal aan de uitgang van de EN-poort 81 een reeks van n-2 opeenvolgende bitcellen met de logische waarde "1" worden afgegeven.
Bij de ontvangst van de eerste bitcel van de reeks van n opeenvolgende bitcellen aan de ingang 13 wordt aan de uitgang van EN-poort 82 en logische 'T' afgegeven. De uitgangen van beide EN-poorten 81 en 82 worden toegevoerd aan de OF-poort 83, zodat aan de uitgang van de OF-poort 83 een reeks van n-1 bitcellen met de logische waarde "1" wordt afgegeven. De uitgang van de OF-poort 83 wordt via een EN-poort 84 toegevoerd aan een stuuringang van een schakelaar 85. Een tweede ingang van de EN-poort 84 is aangesloten op de lees/schrijf-stuuringang 15. Indien het op de ingang 15 ontvangen signaal een logische waarde " 1 " heeft dan bevindt de stuurschakeling zich in de schrijftoestand en wordt een uitgang van de schakelaar 85 overeenkomstig het door de OF-poort 83 geleverde signaal afwisselend verbonden met een ingang 86 en een ingang 87. Aan de ingang 86 wordt een signaal Vis’ aangeboden dat de schrijfïntensiteit van de stralingsbundel aangeeft. Aan de ingang 87 wordt een signaal Vil aangeboden dat de leesintensiteit van de stralingsbundel aangeeft. De uitgang van de schakelaar 85 wordt toegevoerd aan een versterkerschakeling die op basis hiervan het stuursignaal van de stralingsbron 4 afleidt, opdat de intensiteit van de stralingsbundel die door de stralingsbron 4 wordt opgewekt wordt geschakeld tussen het door de signalen Vis’ en Vil aangegeven intensiteitswaarde in een door het uitgangssignaal van de OF-poort 85 vastgelegde schakelpatroon.
In de in figuur 2 getoonde schrijfstrategieën neemt de schrijfintensiteit gedurende een interval van 1,5T aan het begin van elke stralingspuls de waarde II aan. Gedurende de rest van de stralingspuls neemt de intensiteit een waarde 12 aan. Ter realisering van een dergelijk verloop is de stuurschakeling 6 voorzien van een schakelaar 87. De schakelaar 87 wordt gestuurd door een uitgang van een monostabiele multivibrator 88 waarvan de ingang is aangesloten op de uitgang van de OF-poort 83, en die zodanig is gedimensioneerd dat in reactie op een "O"-"!" overgang in het uitgangssignaal van de OF-poort 83 gedurende een tijdsinterval ter grootte van 1,5 maal de bitcellengte een logisch "1"-signaal wordt afgegeven aan de stuuringang van de schakelaar 87. De schakelaar 87 is van een soort die in reactie op een "1 "-signaal op zijn stuuringang een (89) van zijn ingangen verbindt met zijn uitgang. In reactie op een "0"-signaal wordt een andere (90) van zijn ingangen verbonden met zijn uitgang. Aan de ingang 89 van de schakelaar 87 word een signaal Vil aangeboden dat via een ingang 91 wordt ontvangen en dat het intensiteitsniveau II aangeeft. Aan de uitgang 90 wordt een signaal VI2 aangeboden dat het intensiteitsniveau 12 aangeeft. Het signaal VI2 wordt met behulp van een signaalniveau-aanpasser 92 afgeleid uit het signaal Vil.
Daartoe is een ingang van de signaalniveau-aanpasser gekoppeld met de ingang 91. Een andere ingang van de signaalniveau-aanpasser 92 is gekoppeld met de instelingang 14. De signaalniveau-aanpasser is van een gebruikelijke soort die aan zijn uitgang een signaal afgeeft met een signaalniveau dat een door het op de ingang 14 ontvangen instelsignaal bepaald percentage bedraagt van het op de ingang 91 ontvangen signaal Vil. In het geval de stuurschakeling 6 is ingericht voor het bewerkstelligen van een optekening volgens de schrijfstrategieën zoals die getoond zijn in figuur 2 dan wordt dit percentage afhankelijk van het op de ingang 14 ontvangen instelsignaal ingesteld op 80%, 70% of 100%.
Het uitgangssignaal van de schakelaar 87 wordt als het signaal Vis’ toegevoerd aan de ingang 86 van de schakelaar 85, zodat het intensiteitsverloop het gewenste gedrag vertoont zoals getoond in figuur 2.
Het zal duidelijk zijn dat de uitvinding niet beperkt is tot de toepassing van stuurschakelingen zoals getoond in figuur 8. Zo is het bijvoorbeeld ook mogelijk om een stuurschakeling toe te passen waarin voor elke van de mogelijke schrijfstrategieën een overeenkomstig stuursignaal wordt afgeleid, en waarbij op basis van de aan de instelingang 14 ontvangen instelsignalen een van de stuursignalen wordt geselecteerd en aan de stralingsbron 4 wordt toegevoerd.
Figuur 9 toont een mogelijke uitvoeringsvorm van de analyse-schakeling voor het afleiden van het kwaliteitssignaal Vm uit het binaire uitleessignaal VI’. De analyseschakeling 20 omvat een detectieschakeling 100 voor het uit het uitleessignaal afsplitsen van de uitleessignaaldelen die de effecten vertegenwoordigen die relatief gevoelig zijn voor de schrijfstrategie-aanpassing. In deze uitvoeringsvorm zijn dit de uitleessignaaldelen die de I3-effecten vertegenwoordigen. De lengte van de afgesplitste uitleessignaaldelen wordt bepaald met behulp van een meetschakeling 101. De meetscha-keling geeft een signaal dat de gemiddelde lengte van de afgesplitste uitleessignaaldelen vertegenwoordigt af aan een vergelijkingsschakeling 102. De vergelijkingsschakeling 102 vergelijkt de door de meetschakeiing 101 bepaalde gemiddeld lengte met een referentielengte die gelijk is aan drie maal de bitcellengte T. Het door de vergelijkings-schakeling 101 afgegeven kwaliteitssignaal geeft het verschil aan tussen de bepaalde gemiddelde lengte van de afgesplitste signaal delen en de referentielengte. de referentielengte kan een vast ingestelde waarde hebben. Het verdient echter de voorkeur om de referentielengte uit het uitleessignaal VI’ af te leiden.
Een schakeling waarmee de referentielengte uit het uitleessignaal kan worden afgeleid is in figuur 9 met gestippelde lijnen weergegeven. Deze schakeling omvat een detectieschakeling 103 voor het afsplitsen van uitleessignaaldelen die relatief weinig gevoelig zijn voor schrijfstrategie-aanpassingen. In deze uitvoeringsvorm zijn dit de uitleessignaaldelen die de I6-effecten vertegenwoordigen. De lengte van de uitleessignaaldelen die door de detectieschakeling 103 zijn afgesplitst wordt bepaald met behulp van een meetschakeling 104. De meetschakeling leidt uit de gemiddelde waarde van de lengtes van de afgesplitste uitleessignaaldelen de referentielengte af.
In de figuur 2 getoonde schrijfstrategieën is de intensiteit aan het begin van de stralingspuls gelijk aan II. Deze waarde kan voor verschillende registratielagen verschillend zijn. Ten einde te bereiken dat bij de schrijfstrategie de aanvangsintensiteit op de juiste waarde is ingesteld is het bijvoorbeeld mogelijk om informatie die deze waarde II vertegenwoordigt vooraf op te teken op de registratiedrager. Het is echter ook mogelijk om deze waarde te bepalen bij het uitvoeren van een ijkprocedure doe dan voorafgaand aan de eigenlijke optekening moet worden opgevoerd. Uitvoeringsvormen van een dergelijke ijkprocedures zijn in detail beschreven in EP-A-0,404.251, welk document hierbij door verwijzing wordt geacht te zijn opgenomen in de beschrijving. In dit document wordt eveneens beschreven hoe de tijdens het opteken de waarde van II aangepast kan worden op basis van het intensiteitsverloop in de gereflecteerde stralings-bundel aan het begin van elke stralingspuls.
Daarbij wordt uit het verloop van de gereflecteerde stralingsbundel een maat bepaald die de snelheid aangeeft waarmee het effect wordt gevormd. Deze maat wordt vergeleken met een referentiewaarde, die bij voorbeeld tijdens de ijkptocedure is bepaald. Afhankelijk van het verschil tussen de bepaalde maat en de referentiewaarde wordt de intensiteit aan het begin van de stralingspuls aangepast.
Figuur 10 toont een uitvoeringsvorm van een schakeling voor het aanpassen van het signaal Vil in afhankelijkheid van een signaal Va dat aangeeft met welke snelheid een effect gevormd wordt. De schakeling omvat een meetschakeling 110 voor het afleiden van het signaal Va uit het door de detector 18 afgeven signaal tijdens het aanbrengen van de effecten. Voor een gedetailleerde beschrijving van de meetschakeling 110 wordt verwezen naar de reeds eerder genoemde EP-A-0.404.251. Het signaal Va wordt in een vergelijkingsschakeling 111 vergeleken met een referentiesig-naal Var. De vergelijkingsschakeling 111 geeft een uitgangssignaal af dat indicatief is voor het resultaat van de vergelijking. Dit uitgangssignaal wordt toegevoerd aan een regelschakeling 112 met integrerend karakter. Het uitgangssignaal van de regelschake-ling 112 en een referentiewaarde VIref worden met behulp van een signaalcombinatie-schakeling 113 gecombineerd tot het signaal Vil.
Figuur 11 toont nog een andere uitvoeringsvorm van de analyseschakeling 20 voor de afleiding van het kwaliteitssignaal voor EFM-gemoduleerde signalen.
Aan de analyseschakeling 20 wordt een referentiekloksignaal CK toegevoerd, waarvan de frequentie gelijk is aan twee maal de bitfrequentie van het binaire uitleessignaal VI’. Het kloksignaal CK wordt gegenereerd met een vrijlopende (niet weergegeven) oscillator. Met vrijlopend wordt hier bedoeld dat het kloksignaal niet gesynchroniseerd is met het binaire uitleessignaal VI’.
Het binaire uitleessignaal VI’ wordt door een drietal in cascade geschakelde, door kloksignaal CK gestuurde, D-flipflops 120, 121 en 122, respectievelijk één, twee en drie klokperiodes T van kloksignaal CK vertraagd. De vertraagde signalen zijn aangeduid met A, B en C, waarbij het signaal A over een klokperiode T, signaal B over twee klokperiodes T en signaal C over drie klokperiodes T, is vertraagd. Het binaire uitleessignaal VI’, alsmede de hieruit afgeleide signalen A, B en C, zijn in figuur 12 als functie van de tijd t afgebeeld.
Een EN-poort 124 waarop aan de ingangen de signalen A en B en het kloksignaal CK worden toegevoerd, geeft gedurende een telinterval Tt waarin zowel het signaal A alsook het telsignaal B de logische waarde 'T' aanneemt het kloksignaal CK door aan een telingang 125 van een teller 123. Het uitgangssignaal van de EN-poort 124 is aangeduid als R. In de tijdsintervallen die tussen de telintervallen Tt zijn gelegen, wordt de tellerstand op nul gesteld met behulp van een signaal U. Het signaal U wordt met behulp van een EN-poort 126 en een D-flipflop 127 afgeleid uit de vertraagde signalen A en C. Daarbij wordt het signaal A aan een in verterende ingang van EN-poort 126 toegevoerd en wordt het signaal C aan een niet-inverterende ingang van de EN-poort 126 toegevoerd. Het uitgangssignaal van de EN-poort 126 is aangeduid als T. Het signaal T wordt met behulp van de door het kloksignaal CK gestuurde D-flipflop voor een klokperiode vertraagd. Het vertraagde signaal aan de uitgang van de D-flipflop 127 is het signaal U dat gebruikt wordt voor het op nul stellen van de tellerstand van de teller 123.
De teller 123 telt telkens het aantal klokpulsen CK dat in tijdsinterval Tt wordt opgewekt. Dit aantal geeft indicatief voor het aantal (n) opeenvolgende bitcellen met de logische waarde "1" in het binaire uitleessignaal VI’.
In figuur 13 is de relatie tussen de telstand CO en het aantal bitcellen aangegeven. Met Ql, Q2, Q3, Q4 en Q5 worden de bits van de tellerstand aangegeven, waarbij Ql het minst significante bit aangeeft en Q5 het meest significante bit aangeeft. Opgemerkt wordt dat de tellerstanden waarvoor het minst significante bit Ql "0" is, geen eenduidige indicatie omtrent het aantal n geven.
De bits Ql, ..., Q5 die de tellerstand CO vertegenwoordigen worden toegevoerd aan een decodeerschakeling 128 met een drietal uitgangen voor het afgeven van een signaal X0, X3 en X6. Het signaal X0 geeft aan dat de telstand CO gelijk aan nul is, X3 geeft aan dat de telstand CO een uitleessignaaldeel van VT ter lengte van 3 bitcellen vertegenwoordigt, X6 geeft aan dat de tellerstand CO een uitleessignaaldeel van VI’ ter lengte van 6 bitcellen vertegenwoordigt. De decodeerschakeling 128 is voorzien van een zogeheten "inhibif-ingang INH, waarmee de afgifte van de signalen X0, X3 en X6 onderdrukt kan worden. Aan ingang INH wordt een signaal Z aangeboden dat met behulp van een EN-poort 129 met inverterende uitgang wordt afgeleid uit het minst significante bit Ql aan de uitgang van teller 123 en het signaal T. Het uitgangssignaal van de EN-poort 129 wordt door een vertragingsschakeling 130 over een korte tijd, welke een fractie is van de periodetijd T vertraagd. Het vertraagde signaal aan de uitgang van de vertragingsschakeling 130 vormt het signaal Z.
De afleiding van de signalen X0, X3 en X6 aan de uitgang van de decodeerschakeling gaat als volgt. Gedurende het tijdsinterval Tt geeft EN-poort 124 het kloksignaal CK door. De doorgelaten klokpulsen worden geteld. Indien de telstand CO
eenduidig het aantal opeenvolgende bitcellen aangeeft (Q1 = "1"), dan wordt na het verstrijken van tijdsinterval Tt het signaal Z op de INH-ingang van de decodeerschake-ling gelijk aan "0" in reactie op het signaal T. Hierdoor wordt de decodeerschakeling 128 niet meer onwerkzaam gehouden. In het geval dat de tellerstand gelijk is aan "5" wordt in de werkzame periode van de decodeerschakeling het signaal X3 afgegeven. In het geval dat de tellerstand gelijk is aan "11" wordt in de werkzame periode van de decodeerschakeling 128 het signaal X6 afgegeven. Een klokperiode nadat het signaal T de logische waarde "1" heeft aangenomen, zal het signaal U "1" worden en wordt de teller 123 op nul gesteld door het signaal U. De tellerstand wordt dan gelijk aan "0".
Dit betekent dat het minst significante bit Q1 "0" wordt, waardoor het signaal Z weer "1" wordt en de decodeerschakeling 128 onwerkzaam wordt.
Omdat het signaal Z via de vertragingsschakeling 130 wordt toegevoerd wordt de decodeerschakeling 128 een met de vertragingstijd overeenkomende tijdsinterval na het op nul stellen van de teller 123 onwerkzaam gemaakt. Gedurende deze tijdsinterval wordt het signaal X0 opgewekt.
Samengevat: indien het aantal opeenvolgende bitcellen met de waarde "1" in het binaire uitleessignaal VI’ gelijk aan "3" is, wordt aan de uitgang van de decodeerschakeling gedurende korte tijd van ongeveer één klokperiode het signaal X3 opgewekt. De opwekking van het signaal X3 wordt direct gevolgd door een opwekking van het signaal X0. De opwekking van de signalen X3 en X0 vindt plaats in een tijdsinterval waarin het binaire uitleessignaal VI’ "0" is. Op soortgelijke wijze wordt in het geval dat het binaire uitleessignaal VI’ 6 bitcellen omvat achtereenvolgens het signaal X6 en het signaal X0 opgewekt in het tijdsinterval dat het binaire uitleessignaal VI’ weer "0" is.
In figuur 11 dient het gedeelte van de schakeling dat binnen een kader 131 is weergegeven voor de bepaling van de lengte-afwijking. De schakeling omvat een tweetal EN-poorten 131 en 132 elk met een inverterende en niet-inverterende ingang.
Het binaire uitleessignaal VI’ wordt aangeboden aan de niet-inverterende ingang van EN-poort 132 en de inverterende ingang van EN-poort 133. Het ten opzichte van VI’ vertraagde signaal A wordt aangeboden aan de inverterende ingang van EN-poort 132 en de niet-inverterende ingang van EN-poort 133. Het uitgangssignaal van EN-poort 132 neemt aan het begin van elke reeks met bitcellen met een logische waarde "1" in het binaire uitleessignaal VI’ een waarde "1" aan.
In figuur 12 is dit gedeelte aan het begin van VI’ aangegeven als een gearceerd gedeelte 150 ter lengte Tb. Het uitgangssignaal van EN-poort 133 neemt aan het einde van het tijdsinterval dat het signaal A de waarde "1" aanneemt de waarde "1" aan.
In figuur 12 is dit gedeelte van signaal A, waarin het uitgangssignaal van EN-poort 133 de waarde "1" aanneemt, aangegeven met een gearceerd gedeelte 151 ter lente van Te.
Het verschil tussen de lengte van gedeelte 150 en de lengte van het gedeelte 151 geeft de grootte van de lengte-afwijking aan.
Ten behoeve van de bepaling van dit verschil is de schakeling voorzien van een condensator 134. Gedurende de tijd Tb wordt via een door de EN-poort 132 gestuurde schakelaar 136 de condensator 134 aangesloten op een stroombron 135 die condensator 134 laadt met een stroom I.
Gedurende de tijd Te wordt via een door de EN-poort 133 gestuurde schakelaar 138 een stroombron 137 aangesloten op de condensator die een stroom I aan de condensator onttrekt. De verandering in de spanning over de condensator 134 die hiervan het gevolg is een maat voor het tijdsverschil Tb-Te en daarmee dus een maat voor de lengte-afwijking.
De condensator 134 is via een door het signaal X0 bediende schakelaar 139 aangesloten op een punt 140 met constante spanning. Verder is de condensator via een door het signaal X3 gestuurde schakelaar 141 aangesloten op een condensator 142, en via het signaal X6 gestuurde schakelaar 143 aangesloten op een condensator 144. De capaci-teitswaarden van de condensator 142 en 144 is vele malen groter gekozen als de capaciteitswaarde van de condensator 134.
Elke keer dat het binaire uitleessignaal VI’ weer nul geworden is wordt de schakelaar 139 bediend door het signaal X0 waardoor de condensatorspanning gelijk gemaakt aan de spanning van punt 140. Daarna wordt de lengte-afwijking van het volgende signaal-gedeelte met waarde "1" van het binaire uitleessignaal VI’ gemeten met behulp van de condensator 134. Indien vervolgens wordt gedetecteerd dat de lengte waarvoor de lengte-afwijking is bepaald overeenkomt met driemaal de bitcellengte dan wordt door het signaal X3 de schakelaar 141 gesloten en worden de condensatoren 134 en 142 tijdelijk parallel geschakeld.
Indien de lengte van het signaalgedeelte waarvan de lengte-afwijking bepaald met zes maal de bitcellengte overeenkomt dan wordt door signaal X6 de schakelaar 143 gesloten en worden condensator 134 en 144 tijdelijk parallel geschakeld. Als gevolg van de parallelschakeling zal de spanning over de condensator 144 een waarde aannemen die een lineaire combinatie is van de spanningen over de condensator 134 en 144 voor de parallelschakeling. Aangezien de capaciteit van de condensator 144 veel groter is gekozen is dan die van condensator 134 draagt de spanning die de condensator 144 had voor de parallelschakeling aanzienlijk meer bij tot de bij de parallelschakeling verkregen spanning dan de spanning die de condensator 134 had voor de parallelschakeling. De spanning op de condensator 144 zal dan ook een waarde aannemen die overeenkomt met de gemiddelde lengte-afwijking voor de signaalgedeelten die met 3 bitcellen overeenkomen. De spanning op de condensator 142 zal een waarde aan gaan nemen die overeenkomt met de gemiddelde lengte-afwijking voor de signaalgedeelten die met zes bitcellen overeenkomen.
Het kwaliteitssignaal Vm dat het verschil tussen de gemiddelde lengte-afwijking die door de spanning op de condensator 142 wordt aangegeven en de gemiddelde lengte-afwijking die door de spanning op de condensator 144 wordt aangegeven wordt met behulp van een verschilversterker 145 bepaald.
De in figuur 11 getoonde uitvoeringsvorm van de analyseschakeling wordt de lengte-afwijking bepaald voor de uitleessignaaldelen die overeenkomen met de lengte van 3 bitcellen en die overeenkomen met de lengte van 6 bitcellen. Het zal duidelijk zijn dat op soortgelijke wijze de gemiddelde lengte-afwijking voor uitleessignaaldelen die overeenkomen met de lengte van een ander aantal bitcellen op soortgelijke wijze kan worden verkregen.
Figuur 13 toont een andere toepassing van de werkwijze volgens de uitvinding. Deze toepassing betreft een uitleesinrichting. Met verwijzingscijfer 160 is een optische uitleeskop van een gebruikelijke soort aangeduid, die een uitleessignaal VI afgeeft. Het uitleessignaal VI wordt toegevoerd aan een egalisatiefilter 161 die de frequentiecomponenten in het hoogfrequente gedeelte van het spectrum van het uitleessignaal ophaalt. Bij de uitlezing van langs optische weg uitleesbare informatiepatronen, zoals bijvoorbeeld informatiepatronen die op een Compact Disc zijn aangebracht, liggen de op te halen frequenties in de orde grootte van 1 MHz. Figuur 4 ter illustratie toont de frequentiekarakteristiek van een egalisatiefilter dat gebruikelijk wordt toegepast bij de uitlezing van Compact Disc. De frequentie die overeenkomt met de 13 effecten is ongeveer gelijk aan 0,72 Mhz.
Door het ophalen van de hogere frequenties wordt gecompenseerd voor het afvallen van de uitleesfrequentiekarakteristiek (ook wel MTF-karakteristiek genoemd) zoals die optreedt op optische uitlezing. Door dit ophalen van de hogere frequenties wordt bereikt de lengte-afwijkingen van in de uitleessignaaldelen die overeenkomen met de korter effecten in het bijzonder de I3-effecten worden verminderd.
Het door het egalisatiefilter 161 gefilterde uitleessignaal wordt door de detectieschakeling 19 omgezet in het binaire uitleessignaal VI’. Uit het signaal VI’ wordt door de analyseschakeling 20 het kwaliteitssignaal Vm afgeleid. Het kwaliteitssignaal Vm geeft aan in welke mate de lengte-afwijkingen van de uitleessignaaldelen die overeenkomen korte effecten afwijken. Het signaal Vm wordt toegevoerd aan een stuurschakeling 162 voor het instellen van de mate waarin de hogere frequenties worden opgehaald door het egalisatiefilter 161. Daarbij wordt de mate van ophalen ingesteld op een waarde waarvoor het kwaliteitssignaal Vm aangeeft dat de lengte-afwijkingen van de uitleessignaaldelen die overeenkomen met de korte effecten klein is.
De aanpassing van het egalisatiefilter kan worden verkregen door aanpassing van de versterkingsfactor voor de hogere frequentie bij constanthouding van de versterkingsfactor bij lagere frequenties. Echter aanpassing van de versterkingsfactor van de lagere frequentie met constanthouding van de versterkingsfactoren voor de hogere frequenties is ook mogelijk. Essentieel is slechts dat de verhouding tussen de versterkingsfactoren van de hogere frequenties en die van de lagere frequenties worden aangepast in afhankelijkheid van het kwaliteitssignaal.

Claims (11)

1. Werkwijze voor het afleiden van een kwaliteitssignaal dat indicatief is voor de kwaliteit van een uitleessignaal dat samengesteld is uit bitcellen van constante lengte, welke bitcellen een eerste of tweede logische waarde hebben, waarbij de effecten groepen van opeenvolgende bitcellen met de eerste logische waarde vertegenwoordigen, bij welke werkwijze het uitleessignaal wordt verkregen door uitlezing van een informatiepatroon van optisch detecteerbare effecten waarbij eerste uitleessignaaldelen die een referentiewaarde in een eerste richting overschrijden overeenkomen met de effecten in het uitgelezen informatiepatroon, waarbij op basis van eerste uitleessignaaldelen het kwaliteitssignaal wordt afgeleid, met het kenmerk, dat bij de afleiding van het kwaliteitssignaal een maat wordt bepaald voor de lengte-afwijking tussen de daadwerkelijke lengte van eerste uitleesignaaldelen die een groep van n opeenvolgen bitcellen vertegenwoordigt en n keer de bitcellengte, waarbij voor n een waarde gekozen wordt waarbij de gevoeligheid van de lengte-afwijking voor bepaalde parameterveranderingen relatief groot is vergeleken met gevoeligheid voor de parameterverandering van andere eerste uitleessignaaldelen.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat bij de afleiding van het kwaliteitssignaal een tweede maat wordt bepaald voor de lengte-afwijking van uitleessignaaldelen die bitgroepen van m opeen volgende bitcellen vertegenwoordigen, waarbij het kwaliteitssignaal indicatief is voor het verschil tussen de eerste en tweede maat, waarbij voor m een waarde gekozen wordt waarbij de gevoeligheid voor de genoemde parameterverandering van de lengte-afwijking relatief klein is vergeleken met de gevoeligheid van de lengte-afwijkingen van andere eerste uitleessignaaldelen.
3. Werkwijze volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat n gelijk aan 3 is en dat m groter of gelijk aan 5 en kleiner of gelijk aan 7 is.
4. Optekeninrichting voor het in een registratielaag optekenen van een binair informatiesignaal dat samengesteld is uit bitcellen van constante lengte, welke bitcellen een eerste of tweede logische waarde hebben, welke inrichting is voorzien van middelen voor het aftasten van de registratielaag met een schrijfstralingsbundel, middelen voor het moduleren van de intensiteit van de stralingsbundel overeenkomstig het informatiesignaal onder toepassing van een bepaalde schrijfstrategie, als gevolg waarvan een informatiepatroon van optisch detecteerbare effecten ontstaat in de registratielaag, welke effecten groepen van opeenvolgende bitcellen met de eerste logische waarde vertegen- woordigen, welke inrichting verder is voorzien van leesmiddelen voor het langs optische weg uitlezen van het informatiepatroon waarbij een uitleessignaal wordt opgewekt waarin eerste uitleessignaaldelen die een referentiewaarde in een eerste richting overschrijden overeenkomen met de effecten in het uitgelezen informatiepatroon, van analysemiddelen voor het analyseren van eerste uitleessignaaldelen en voor het afgeven van een kwaliteitssignaal dat indicatief is voor het resultaat van de uitgevoerde analyse, en van aanpassingsmiddelen voor het aanpassen van de schrijfstrategie in afhankelijkheid van het kwaliteitssignaal, met het kenmerk, dat de analysemiddelen middelen omvatten voor het afleiden van een maat voor de lengte-afwijking tussen de daadwerkelijke lengtes van eerste uitleessignaaldelen die groepen van n opeenvolgen bitcellen vertegenwoordigen en n keer de bitcellengte, waarbij het kwaliteitssignaal indicatief is voor de genoemde maat, waarbij voor n een waarde gekozen is waarbij de gevoeligheid van de lengte-afwijking voor veranderingen in de schrijfstrategie relatief groot is vergeleken met de gevoeligheid van de lengte-afwijkingen van andere eerste uitleessignaaldelen.
5. Inrichting volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat de analysemiddelen middelen omvatten voor het bepalen van een tweede maat voor de lengte-afwijking van eerste uitleessignaaldelen die groepen van m opeen volgende bitcellen vertegenwoordigen, en van middelen voor het bepalen van het verschil tussen de eerste en tweede maat, waarbij het kwaliteitssignaal indicatief is voor het genoemde verschil, waarbij voor m een waarde gekozen wordt waarbij de gevoeligheid van de lengte-afwijking voor veranderingen in de schrijfstrategie relatief klein is vergeleken met de gevoeligheid van de lengte-afwijkingen van andere eerste uitleessignaaldelen.
6. Inrichting volgens conclusie 5, met het kenmerk, dat n gelijk aan 3 is en dat m groter of gelijk aan 5 en kleiner of gelijk aan 7 is.
7. Inrichting volgens conclusie één der conclusies 4 tot en met 6, met het kenmerk, dat de modulatiemiddelen middelen omvatten voor het uitvoeren van een schrijfstrategie waarbij de intensiteit van de schrijfstralingsbundel pulsvormig wordt gemoduleerd, en waarbij de aanpassingsmiddelen zijn ingericht voor het aanpassen van de van de intensiteit van de tijdens de stralingspulsen in een tijdsinterval dat een voorafbepaalde tijdsinterval voorbij het begin van elke stralingspuls is gelegen, waarbij de inrichting is voorzien van middelen voor het instellen van een referentiewaarde waarvoor de gemiddelde lengte van de eerste uitleessignaaldelen in hoofdzaak gelijk zijn aan de gemiddelde lengte van tweede uitleessignaaldelen welke tussen de eerste uitleessignaaldelen zijn gelegen in het uitleessignaal.
8. Inrichting volgens conclusie 7, met het kenmerk, dat de inrichting is voorzien van detectiemiddelen voor het detecteren van de straling die tijdens de optekening door de registratielaag wordt gereflecteerd, en van middelen voor het instellen van het intensiteitsniveau dat de stralingsbundel tijdens het tijdsinterval aan het begin van elke stralingspuls aanneemt in afhankelijkheid van het verloop van de intensiteit van de gereflecteerde straling tijdens de genoemde intervallen aan het begin van de stralingspulsen.
9. Uitleesinrichting voor het uitlezen van een informatiepatroon uit een registratielaag, welk informatiepatroon een binair informatiesignaal vertegenwoordigt dat samengesteld is uit bitcellen van constante lengte, welke bitcellen een eerste of tweede logische waarde hebben, waarbij het informatiepatroon optisch detecteerbare effecten omvat, welke effecten groepen van opeenvolgende bitcellen met de eerste logische waarde vertegenwoordigen, waarbij de inrichting is voorzien van leesmiddelen voor het langs optische weg uitlezen van het informatiepatroon waarbij een uitleessignaal wordt opgewekt waarin eerste uitleessignaaldelen die een referentiewaarde in een eerste richting overschrijden overeenkomen met de effecten in het uitgelezen informatiesignaal, van filtermiddelen voor het filteren van het uitleessignaal bij welke filtermidde-len de verhouding tussen de versterkingsfactor van uitleessignaaldelen binnen een bepaald frequentiebereik en uitleessignaaldelen buiten dit frequentiebereik instelbaar is, van analysemiddelen voor het bepalen van een kwaliteitssignaal dat een maat is voor de lengte-afwijking tussen de daadwerkelijke lengtes van eerste uitleessignaaldelen die groepen van n opeenvolgende bitcellen vertegenwoordigen en n keer de bitcellengte en van aanpassingsmiddelen voor het aanpassen van de genoemde verhouding tussen de versteridngsfactoren in afhankelijkheid van het kwaliteitssignaal, waarbij voor n een waarde gekozen wordt waarbij de frequentie van de uitleessignaaldelen met n keer de bitcellengte binnen het genoemde frequentiebereik ligt.
10. Inrichting volgens conclusie 9, met het kenmerk, dat de analysemiddelen middelen omvatten voor het bepalen van een tweede maat voor de lengte-afwijking van eerste uitleessignaaldelen die bitgroepen van m opeenvolgende bitcellen vertegenwoordigen, en van middelen voor het bepalen van het verschil tussen de eerste en tweede maat, waarbij het kwaliteitsignaal indicatief is voor het genoemde verschil, waarbij voor m een waarde gekozen wordt waarbij de frequentie van de uitleessignaaldelen met m keer de bitcellengte buiten het genoemde frequentiebereik ligt.
11. Inrichting volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat n gelijk is aan 3 en dat m groter of gelijk aan 5 en kleiner of gelijk aan 7 is.
BE9300398A 1993-04-22 1993-04-22 Werkwijze voor het afleiden van een kwaliteitssignaal uit een uitgelezen signaal, alsmede een optekeninrichting en een uitleesinrichting waarin een dergelijke werkwijze wordt toegepast. BE1007029A3 (nl)

Priority Applications (6)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE9300398A BE1007029A3 (nl) 1993-04-22 1993-04-22 Werkwijze voor het afleiden van een kwaliteitssignaal uit een uitgelezen signaal, alsmede een optekeninrichting en een uitleesinrichting waarin een dergelijke werkwijze wordt toegepast.
EP94201023A EP0621589B1 (en) 1993-04-22 1994-03-14 Method of deriving a quality signal from a read signal, as well as a recording device and a reading device in which such a method is used
DE69418934T DE69418934T2 (de) 1993-04-22 1994-03-14 Verfahren zur Ermittlung eines Qualitätssignals aus einem ausgelesenen Signal, sowie eine Aufzeichnungseinrichtung und eine Leseeinrichtung in denen ein solches Verfahren benutzt wird
TW083102464A TW228588B (en) 1993-04-22 1994-03-21 Method of deriving a quality signal from a read signal, as well as a recording device and a reading device in which such a method is used
US08/219,321 US5587980A (en) 1993-04-22 1994-03-29 Method deriving a quality signal from a read signal, and reading and recording devices which employ that method
JP08050594A JP3555981B2 (ja) 1993-04-22 1994-04-19 品質信号取出し方法、記録装置及び読出し装置

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE9300398A BE1007029A3 (nl) 1993-04-22 1993-04-22 Werkwijze voor het afleiden van een kwaliteitssignaal uit een uitgelezen signaal, alsmede een optekeninrichting en een uitleesinrichting waarin een dergelijke werkwijze wordt toegepast.
BE9300398 1993-04-22

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE1007029A3 true BE1007029A3 (nl) 1995-02-21

Family

ID=3886992

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE9300398A BE1007029A3 (nl) 1993-04-22 1993-04-22 Werkwijze voor het afleiden van een kwaliteitssignaal uit een uitgelezen signaal, alsmede een optekeninrichting en een uitleesinrichting waarin een dergelijke werkwijze wordt toegepast.

Country Status (6)

Country Link
US (1) US5587980A (nl)
EP (1) EP0621589B1 (nl)
JP (1) JP3555981B2 (nl)
BE (1) BE1007029A3 (nl)
DE (1) DE69418934T2 (nl)
TW (1) TW228588B (nl)

Families Citing this family (11)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US5894468A (en) * 1994-05-06 1999-04-13 Discovision Associates Data recovery with differentiation and partial integration stages to eliminate noises and DC offset level
US5696756A (en) * 1995-04-14 1997-12-09 Kabushiki Kaishia Toshiba Optical disk having an evaluation pattern for evaluating the optical disk
WO1999044196A1 (en) 1998-02-27 1999-09-02 Doug Carson & Associates, Inc. Individual adjustment of pit and land transition locations in an optical disc mastering process
US5986495A (en) * 1998-03-17 1999-11-16 Chen; Wen-Pin Key switch control device
JP2002117542A (ja) * 2000-10-05 2002-04-19 Pioneer Electronic Corp 多層回転記録媒体及びその記録再生方法並びに記録再生装置
TWI242194B (en) * 2001-09-26 2005-10-21 Sony Corp Parallel/serial conversion circuit, light output control circuit, and optical recording apparatus
US7038982B2 (en) 2001-09-27 2006-05-02 Koninklijke Philips Electronics N.V. Method and recording device for selecting an optimized write strategy and recording medium for use by the method
US7477584B2 (en) * 2003-11-11 2009-01-13 Samsung Electronics Co., Ltd. Recording and/or reproducing apparatus and method with a signal quality determining device and method
CN1622206A (zh) * 2003-11-26 2005-06-01 皇家飞利浦电子股份有限公司 一种光盘刻写参数的优化方法及装置
EP1736984A1 (en) * 2005-06-24 2006-12-27 Deutsche Thomson-Brandt Gmbh Method for automatically determining a write strategy
JP4523583B2 (ja) * 2006-12-27 2010-08-11 太陽誘電株式会社 データ記録評価方法及び光ディスク記録再生装置

Citations (7)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4283785A (en) * 1978-04-28 1981-08-11 Hitachi, Ltd. Optical information recording apparatus
US4688204A (en) * 1984-11-16 1987-08-18 Storage Technology Partners Ii Pulsed optical data detection system
EP0332079A2 (en) * 1988-03-10 1989-09-13 Sony Corporation Adaptive equalizer system
EP0404251A1 (en) * 1989-06-23 1990-12-27 Koninklijke Philips Electronics N.V. Recording device for recording an optically detectable information pattern on a record carrier
WO1991005341A1 (en) * 1989-09-28 1991-04-18 Tandy Corporation Method and apparatus for pre-compensation in an optical disc
US5130970A (en) * 1988-12-15 1992-07-14 Pioneer Electronic Corporation Optical recording apparatus and optical disk
EP0497321A2 (en) * 1991-01-30 1992-08-05 Kabushiki Kaisha Kenwood Symmetry apparatus for an EFM signal

Family Cites Families (16)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
NL8105095A (nl) * 1981-11-11 1983-06-01 Philips Nv Schakeling voor het omzetten van een informatiesignaal in een rechthoekvormig signaal.
US4646103A (en) * 1985-03-20 1987-02-24 Hitachi, Ltd. Optical recording method
JP2810035B2 (ja) * 1986-08-22 1998-10-15 株式会社日立製作所 光学的記録再生方法
NL8602718A (nl) * 1986-10-29 1988-05-16 Philips Nv Werkwijze voor het optekenen van een tweewaardig signaal op een optisch uitleesbare registratiedrager en een inrichting voor het uitvoeren van de werkwijze.
NL8800223A (nl) * 1987-04-21 1988-11-16 Philips Nv Systeem voor het registreren van een informatiesignaal, alsmede een registratiedrager en registratieinrichting voor toepassing in het systeem.
JP2684657B2 (ja) * 1987-11-13 1997-12-03 ヤマハ株式会社 光ディスク記録方法
NL9000328A (nl) * 1989-06-23 1991-01-16 Philips Nv Werkwijze en inrichting voor het aanbrengen van informatiepatronen op een registratiedrager.
JP2708859B2 (ja) * 1989-03-16 1998-02-04 三洋電機株式会社 光ディスク記録装置
JPH0810490B2 (ja) * 1989-03-20 1996-01-31 富士通株式会社 光ディスク情報書込制御方法およびその装置
US5303217A (en) * 1989-06-23 1994-04-12 U.S. Philips Corporation Optical recording device wherein recording beam intensity is set in accordance with an optimum value of the DC component of a recorded signal
US5128921A (en) * 1989-09-28 1992-07-07 Tandy Corporation Method and apparatus for pre-compensation in an optical disc
JP2797733B2 (ja) * 1990-03-14 1998-09-17 松下電器産業株式会社 光学情報記録部材の記録方法
US5414689A (en) * 1990-05-25 1995-05-09 Hitachi, Ltd. Optical information recording/reproducing apparatus using pit edge recording system
US5418770A (en) * 1990-06-29 1995-05-23 Hitachi, Ltd. Method of and apparatus for correcting edge interval of pit in optical recording/read-out apparatus
US5241524A (en) * 1990-08-29 1993-08-31 Olympus Optical Co., Ltd. Method of edge recording on optical record medium
JP3039056B2 (ja) * 1991-11-25 2000-05-08 ソニー株式会社 追記型光ディスク記録装置

Patent Citations (7)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4283785A (en) * 1978-04-28 1981-08-11 Hitachi, Ltd. Optical information recording apparatus
US4688204A (en) * 1984-11-16 1987-08-18 Storage Technology Partners Ii Pulsed optical data detection system
EP0332079A2 (en) * 1988-03-10 1989-09-13 Sony Corporation Adaptive equalizer system
US5130970A (en) * 1988-12-15 1992-07-14 Pioneer Electronic Corporation Optical recording apparatus and optical disk
EP0404251A1 (en) * 1989-06-23 1990-12-27 Koninklijke Philips Electronics N.V. Recording device for recording an optically detectable information pattern on a record carrier
WO1991005341A1 (en) * 1989-09-28 1991-04-18 Tandy Corporation Method and apparatus for pre-compensation in an optical disc
EP0497321A2 (en) * 1991-01-30 1992-08-05 Kabushiki Kaisha Kenwood Symmetry apparatus for an EFM signal

Non-Patent Citations (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Title
"Adaptative write strategy for optical recorders", RESEARCH DISCLOSURE BULLETIN, vol. 34, no. 002, XP000328042 *

Also Published As

Publication number Publication date
EP0621589B1 (en) 1999-06-09
JP3555981B2 (ja) 2004-08-18
US5587980A (en) 1996-12-24
JPH06333235A (ja) 1994-12-02
DE69418934T2 (de) 1999-12-16
EP0621589A1 (en) 1994-10-26
DE69418934D1 (de) 1999-07-15
TW228588B (en) 1994-08-21

Similar Documents

Publication Publication Date Title
KR940001446B1 (ko) 정보기록 재생방법 및 장치
US5629921A (en) Level detector for detecting a voltage level of a signal
US4961182A (en) Information retrieving system with level clamping
US5631891A (en) Disk reproducing circuit with automatic gain control
EP0418070B1 (en) Information recording and reproducing device
BE1007029A3 (nl) Werkwijze voor het afleiden van een kwaliteitssignaal uit een uitgelezen signaal, alsmede een optekeninrichting en een uitleesinrichting waarin een dergelijke werkwijze wordt toegepast.
DE69024769T2 (de) Optomagnetisches Signalwiedergabegerät
US4811316A (en) Apparatus for seeking a track of an optical information carrier in which a loss of detection signal is compensated for
JP2638520B2 (ja) 光情報記録媒体再生装置
CA1228918A (en) Method and device for reshaping a signal produced by reading data recorded on an optical disc
US5726965A (en) Intersymbol interference detection in an optical recording system using a reflected write signal
EP0536336A4 (en) Apparatus for eliminating focus/tracking crosstalk in an optical disk drive system
JP2594948B2 (ja) 信号記録再生装置及び信号記録再生方法
JPS61134928A (ja) 記録/未記録信号判定回路
NL193156C (nl) Reproductieketen voor gegevens van een optische schijf.
US5453971A (en) Recorded area detection to prevent information overwriting
JPH07320270A (ja) 光学式情報記録再生装置
JP3066758B2 (ja) 光情報記録方法
JPH06208763A (ja) 磁気記録媒体並びにその記録/再生装置及び方法
JP2621230B2 (ja) ミラー面検出回路
JP3086465B2 (ja) 信号再生方法
JPH03276466A (ja) 情報再生装置
JPH08106724A (ja) 情報再生装置
JPH08306134A (ja) 2値化信号補正回路
JPH05243926A (ja) パルス遅延回路

Legal Events

Date Code Title Description
RE Patent lapsed

Owner name: PHILIPS ELECTRONICS N.V.

Effective date: 19950430