BE1008082A3 - Systeem voor liggers. - Google Patents
Systeem voor liggers. Download PDFInfo
- Publication number
- BE1008082A3 BE1008082A3 BE9400213A BE9400213A BE1008082A3 BE 1008082 A3 BE1008082 A3 BE 1008082A3 BE 9400213 A BE9400213 A BE 9400213A BE 9400213 A BE9400213 A BE 9400213A BE 1008082 A3 BE1008082 A3 BE 1008082A3
- Authority
- BE
- Belgium
- Prior art keywords
- nut
- support
- rings
- flange
- protrusions
- Prior art date
Links
- 238000005452 bending Methods 0.000 description 5
- 239000004033 plastic Substances 0.000 description 2
- 125000006850 spacer group Chemical group 0.000 description 2
- 238000003466 welding Methods 0.000 description 2
- 239000004952 Polyamide Substances 0.000 description 1
- 230000006378 damage Effects 0.000 description 1
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 description 1
- 239000003365 glass fiber Substances 0.000 description 1
- 239000000463 material Substances 0.000 description 1
- 230000003071 parasitic effect Effects 0.000 description 1
- 229920002647 polyamide Polymers 0.000 description 1
- 230000002787 reinforcement Effects 0.000 description 1
Classifications
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04B—GENERAL BUILDING CONSTRUCTIONS; WALLS, e.g. PARTITIONS; ROOFS; FLOORS; CEILINGS; INSULATION OR OTHER PROTECTION OF BUILDINGS
- E04B7/00—Roofs; Roof construction with regard to insulation
- E04B7/02—Roofs; Roof construction with regard to insulation with plane sloping surfaces, e.g. saddle roofs
- E04B7/022—Roofs; Roof construction with regard to insulation with plane sloping surfaces, e.g. saddle roofs consisting of a plurality of parallel similar trusses or portal frames
- E04B7/024—Roofs; Roof construction with regard to insulation with plane sloping surfaces, e.g. saddle roofs consisting of a plurality of parallel similar trusses or portal frames the trusses or frames supporting load-bearing purlins, e.g. braced purlins
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04B—GENERAL BUILDING CONSTRUCTIONS; WALLS, e.g. PARTITIONS; ROOFS; FLOORS; CEILINGS; INSULATION OR OTHER PROTECTION OF BUILDINGS
- E04B1/00—Constructions in general; Structures which are not restricted either to walls, e.g. partitions, or floors or ceilings or roofs
- E04B1/18—Structures comprising elongated load-supporting parts, e.g. columns, girders, skeletons
- E04B1/24—Structures comprising elongated load-supporting parts, e.g. columns, girders, skeletons the supporting parts consisting of metal
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04B—GENERAL BUILDING CONSTRUCTIONS; WALLS, e.g. PARTITIONS; ROOFS; FLOORS; CEILINGS; INSULATION OR OTHER PROTECTION OF BUILDINGS
- E04B1/00—Constructions in general; Structures which are not restricted either to walls, e.g. partitions, or floors or ceilings or roofs
- E04B1/18—Structures comprising elongated load-supporting parts, e.g. columns, girders, skeletons
- E04B1/24—Structures comprising elongated load-supporting parts, e.g. columns, girders, skeletons the supporting parts consisting of metal
- E04B1/2403—Connection details of the elongated load-supporting parts
- E04B2001/2418—Details of bolting
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04B—GENERAL BUILDING CONSTRUCTIONS; WALLS, e.g. PARTITIONS; ROOFS; FLOORS; CEILINGS; INSULATION OR OTHER PROTECTION OF BUILDINGS
- E04B1/00—Constructions in general; Structures which are not restricted either to walls, e.g. partitions, or floors or ceilings or roofs
- E04B1/18—Structures comprising elongated load-supporting parts, e.g. columns, girders, skeletons
- E04B1/24—Structures comprising elongated load-supporting parts, e.g. columns, girders, skeletons the supporting parts consisting of metal
- E04B1/2403—Connection details of the elongated load-supporting parts
- E04B2001/2454—Connections between open and closed section profiles
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04B—GENERAL BUILDING CONSTRUCTIONS; WALLS, e.g. PARTITIONS; ROOFS; FLOORS; CEILINGS; INSULATION OR OTHER PROTECTION OF BUILDINGS
- E04B1/00—Constructions in general; Structures which are not restricted either to walls, e.g. partitions, or floors or ceilings or roofs
- E04B1/18—Structures comprising elongated load-supporting parts, e.g. columns, girders, skeletons
- E04B1/24—Structures comprising elongated load-supporting parts, e.g. columns, girders, skeletons the supporting parts consisting of metal
- E04B1/2403—Connection details of the elongated load-supporting parts
- E04B2001/2457—Beam to beam connections
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04B—GENERAL BUILDING CONSTRUCTIONS; WALLS, e.g. PARTITIONS; ROOFS; FLOORS; CEILINGS; INSULATION OR OTHER PROTECTION OF BUILDINGS
- E04B1/00—Constructions in general; Structures which are not restricted either to walls, e.g. partitions, or floors or ceilings or roofs
- E04B1/18—Structures comprising elongated load-supporting parts, e.g. columns, girders, skeletons
- E04B1/24—Structures comprising elongated load-supporting parts, e.g. columns, girders, skeletons the supporting parts consisting of metal
- E04B2001/249—Structures with a sloping roof
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04B—GENERAL BUILDING CONSTRUCTIONS; WALLS, e.g. PARTITIONS; ROOFS; FLOORS; CEILINGS; INSULATION OR OTHER PROTECTION OF BUILDINGS
- E04B1/00—Constructions in general; Structures which are not restricted either to walls, e.g. partitions, or floors or ceilings or roofs
- E04B1/38—Connections for building structures in general
- E04B1/388—Separate connecting elements
- E04B2001/389—Brackets
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Architecture (AREA)
- Physics & Mathematics (AREA)
- Electromagnetism (AREA)
- Civil Engineering (AREA)
- Structural Engineering (AREA)
- Gyroscopes (AREA)
- Mutual Connection Of Rods And Tubes (AREA)
- Rod-Shaped Construction Members (AREA)
- Devices Affording Protection Of Roads Or Walls For Sound Insulation (AREA)
- Joining Of Building Structures In Genera (AREA)
Abstract
Systeem om liggers te verbinden waarbij het systeem trekroeden bevat die zich tussen twee liggers of tussen een ligger en de hoofdstruktuur uitstrekken, waarbij op een uiteinde van een of meerdere trekroeden het lijf van een ligger geklemd is, met het kenmerk dat bovengenoemd uiteinde van de trekroede (100) van een draadstang (12) of van een moer (13) voorzien is, waarop een moer (13) van een steun (15) geschroefd is of waarin een draadstang (12) van een steun of bout ingeschroefd is, waarbij de draadstang (12) door een opening (14) van het lijf (30) van de ligger (2) loopt, en waarbij het lijf (30) van de ligger (2) tussen die steun (15) en de moer (13) geklemd is, dat de steun of bout (15) en/of de moer 13 een flens (16) bevatten die van twee cirkelvormige uitstrekingen of ringen (17,18) voorzien is, welke uitstrekingen of ringen (17,18) van elkaar verwijderd worden om een gleuf (19) te vormen.
Description
<Desc/Clms Page number 1> SYSTEEM VOOR LIGGERS De uitvinding heeft betrekking op een systeem om liggers die deel uitmaken van een struktuur, geplaatst op de hoofdstruktuur, onderling te verbinden tussen vasthechtingspunten. Dit systeem bevat trekroeden die geplaatst worden in elkaars verlengde, waarbij tussen twee in elkaars verlengde geplaatste trekroeden het lijf van een ligger geklemd is. Trekroeden zijn gekend om aan trekkrachten of drukkrachten te weerstaan en om voldoende buigstijfheid te hebben, waarbij het zijdelings verplaatsen en de torsie van de liggers, bij voorbeeld voor dakgordingen, mezzaninevloeren en paletliggers verhinderd worden. Bijvoorbeeld toont het US-A-5 077 953 octrooi een afstandshouder die de torsie van de ligger niet tegengaat. De afstandshouder vereist een grotere perforatie in de ligger die door die grotere perforatie verzwakt wordt. De krachtslijnen liggen er niet in elkaars verlengde. Men krijgt parasitaire krachten die het sterktevermogen van het ingezette materiaal verminderen. Een ander systeem bestaat in het lassen van een kopplaatje op de trekroede. Men verbindt twee kopplaatjes van twee trekroeden met daartussen de liggers door ze aan elke zijde van de ligger samen te bouten. De kostprijs van dat systeem ligt hoger, dan de oplossing die de uitvinding voorstelt, door het laswerk dat duurder is. De oppervlakte van de voorverzinkte buis is beschadigd en kan door roestvorming zijn weerstand verliezen. Het grote nadeel <Desc/Clms Page number 2> is de montage die omslachtig is omdat men, per verbinding, twee bouten door de kopplaatjes en de ligger moet aandraaien op een grote hoogte boven de grond. Het GB-B-2 169 678 octrooi vermijdt onvoldoende de torsie van de ligger, die er tussen zit, omdat de twee halve houders van de moeren door de torsie van de ligger, die er tussen zit, omdat de twee halve houders van de moeren door de torsie van de ligger open gewrongen worden door het buigend moment in de trekroede, dat van de torsie van de ligger komt. De bovengenoemde nadelen worden in de huidige uitvinding overkomen door het voorzien van moeren en steunen, ieder bij voorkeur vervaardigt uit een stuk, zonder insert. Het systeem volgens de uitvinding is een systeem dat een voldoende buigstijfheid heeft, dat aan hoge trekkrachten en drukkrachten kan weerstaan, waardoor het lijf van een ligger vastgeklemd is (het teruglossen moeilijk is), en dat eenvoudig gemonteerd kan worden. In een systeem volgens de uitvinding is een eerste trekroede van een draadstang voorzien waarop een moer van de tweede trekroede geschroefd is, waarbij de draadstang door een opening van het lijf van de te steunen ligger loopt. De eerste trekroede is van een steun voorzien waarbij het lijf van de ligger tussen die steun en de moer van de volgende trkroede geklemd is. De steun en de moer bevatten een flens die van twee cirkelvormige uitstekingen of ringen voorzien is, welke uitstekingen of ringen van elkaar verwijderd worden om een gleuf te vormen. In een ander systeem om liggers van een struktuur onderling te verbinden tussen vasthechtingspunten van die liggers op een hoofdstuktuur, bevat het systeem trekroeden die zieh tussen twee liggers of tussen een ligger en de <Desc/Clms Page number 3> hoofdstruktuur uitstrekken, waarbij op een uiteinde van een of meerdere trekroeden het lijf van een ligger geklemd is. Bovengenoemd uiteinde van de trekroede is van een draadstang of van een moer voorzien, waarop een moer van een steun geschroefd is of waarin een draadstang van een steun of van een bout ingeschroefd is, waarbij de draadstang door een opening van het lijf van de ligger loopt, en waarbij het lijf van de ligger tussen die steun en de moer geklemd is. De steun of bout en/of de moer bevatten een flens is die van twee cirkelvormige uitstekingen of ringen voorzien is, welke uitstekingen of ringen van elkaar verwijderd worden om een gleuf te vormen. Volgens een uitvoeringsvorm zijn de steun en de moer zo opgebouwd dat een deel van de steun een deel van het lijf aanraakt dat niet in het verlengde is van een deel van het lijf dat aangeraakt wordt door een deel van de moer, terwijl een deel van de moer een deel van het lijf aanraakt dat niet in het verlengde is van een deel van het lijf dat aangeraakt wordt door een deel van de steun. Bij voorkeur is een uitsteking of ring van de steun of van de moer in het verlengde van de gleuf van de moer of van de steun. Volgens een andere uitvoeringsvorm zijn de steun en de moer zo opgebouwd dat een deel van de steun en een deel van het lijf aanraakt dat in het verlengde is van een deel van het lijf dat aangeraakt wordt door een deel van de moer. De flens van de steun en van de moer is op voordelige wijze van ribben voorzien, waarbij die ribben zieh bij voorkeur tussen de ringen of uitstekingen, d. w. z. in de gleuf, uitstrekken. Andere kenmerken en details van de uitvinding zullen uit de volgende beschrijving voortvloeien waarin <Desc/Clms Page number 4> verwezen is naar de bijgevoegde tekeningen. In deze tekeningen, tonen : - Figuur 1 in perspectief een struktuur van een gebouw ; - Figuren 2 t/m 4 details A, B en C van de struktuur die in Figuur 1 afgebeeld is ; - Figuren 5 t/m 9 uitzichten van de moer of steun van trekroeden volgens de uitvinding die in Figuren 2 en 3 afgebeeld zijn ; - Figuur 10 een bijkomende uitvoeringsvorm van een trekroede, en - Figuur 11 een bijkomend systeem voor liggers. Figuur 1 toont in perspectief een gedeelte van een struktuur van een gebouw dat uit balken, staven, enz., 1 bestaat waarop liggers 2 vastgehecht zijn door vasthechtingsmiddelen 3 zoals middelen die in Figuur 4 afgebeeld zijn. Het middel 3 dat in figuur 4 afgebeeld is dient cm een Z, C of sigma profiel 2 of ligger vast te hechten op een hoofdbalk 1. Het middel 3 bestaat uit een om een as 7 geplooide plaat 5 die voorzien is van een gleuf 6. Het middel 3 is bijvoorbeeld door schroeven of bouten 9 op de hoofdbalk 1 vastgehecht, terwijl bouten bijvoorbeeld gebruikt kunnen worden om het Z, C of sigma profiel 2 op het middel 3 vast te hechten. Tussen vasthechtingspunten (3) van de liggers 2 op staven of balken 1, zijn er systemen 10, 11 volgens de uitvinding. Het systeem 10 bevat trekroeden 10A, 10B, enz die geplaatst worden in elkaars verlengde. Tussen de trekroeden 10A en lOB is het lijf van het bijvoorbeeld C profiel 2 geklemd (zie figuur 2). Een uiteinde van de trekroede 10A is van een draadstang 12 voorzien waarop een moer 13 van de <Desc/Clms Page number 5> trekroede lOB geschroefd is. De draadstang 12 loopt door een opening 14 van het lijf van de ligger 2. Door het schroeven van de draadstang 12 op de moer 13 wordt het lijf van de ligger, tussen een steun 15 van de trekroede 10A en de moer 13 van de trekroede lOB, geklemd. De steun 15 bestaat uit een flens 16 die twee ringen 17, 18 bevat waartussen een gleuf 19 gedefinieerd wordt. In die gleuf 19 strekken ribben 20 zieh tussen de ringen 17, 18 uit waarbij de stijfheid van de flens nog verhoogd wordt. Die flens, ribben en ringen zijn bijvoorbeeld in kunststof uitgevoerd, bij voorbeeld in polyamide met een glasvezel wapening. De moer 13 is, in de uitvoeringsvorm die afgebeeld is, ook voorzien van een flens 16 met twee ringen 17, 18, waartussen een gleuf 19 gedefinieerd wordt en waarbij ribben 20 zieh in de gleuf 19 uitstrekken. In die uitvoeringsvorm zijn de steun en de moer zo opgebouwd dat de delen van het lijf die door de ringen 17, 18 van de steun 15 aangeraakt zijn in de verlengde (richting van de as van de trekroeden X) zijn van de delen van het lijf die door de ringen 17, 18 van de moer 13 aangeraakt zijn. De ribben 20 hebben een bovenste vlak dat met het bovenste vlak van de ring 17 en het bovenste vlak van de ring 18, initieel niet in hetzelfde vlak, overeenstemt. Na montage vormen zij een vlak W. Men heeft opgemerkt dat door het gebruik van zulk een systeem, het losdraaien van de draadstang moeilijk was en dat het systeem een uitstekende buigstijfheid had. De moer 13 en de steun 15 bestaan uit een element dat in figuur 5 afgebeeld is. Het element 21 heeft een tamelijk cylindrische vorm en is op beide uiteinden van een uitholling 22, 23 voorzien. De <Desc/Clms Page number 6> uitholling 22 is van schroefdraad voorzien waardoor een uiteinde van een draadstang 12 erin geschroefd kan worden om vastgehecht te worden. De uitholling 23 is van ribben 24 voorzien om de stijfheid van het element te verhogen. Het element bezit een ringvormige gleuf 25 die dient om het element 21 op het uiteinde van een buis 26 vast te verbinden. Door een vervorming van de buis, kan het element 21 niet meer geschoven worden in de richting van de langas X van de buis 26. Het uiteinde 27 van het element dat binnen de buis 26 gelegen is, toont een schuine kant, wat het plaatsen van het element 21 in de buis 26 vergemakkelijkt. Het element is bij voorkeur in kunststof uitgevoerd. Om te vermijden een mogelijke rotatie van het element 21 ten opzichte van de buis 26, is de buis 26 bij voorbeeld in langrichting van één of meerdere binnenuitstekingen 28 voorzien, waarbij door het inbrengen van het element 21 in de buis 26, tenminste een uitsteking in het element ingeperst wordt. Het uiteinde 29 van het element 21 draagt de flens 16, de ringen 17, 18 en de ribben 20. Figuur 3 toont een andere uitvoeringsvorm van EMI6.1 een systeem volgens de uitvinding (Detail B van Figuur 1). De ligger 2 bestaat bijvoorbeeld uit een sigma profiel dat op beide uiteinden van het lijf 30 van een flens 31 voorzien is. Die flens 31 bevat een dubbele lip dat op zodanige wijze geplooid is dat de uiteinden gericht zijn naar het vlak V van het lijf 30. Die flens 31 bestaat uit : een onder-of bovenplaatveld 32 dat zich uitstrekt <Desc/Clms Page number 7> in een vlak P dat loodrecht is ten opzichte van het vlak van het lijf 30, waarbij het vlak V van het lijf 30 door bovengenoemd onder-of bovenplaatveld doorloopt ; twee plaatvelden 33, 34 die elk aan een uiteinde van het boven-of onderplaatveld 32 gebonden zijn en die zieh in een vlak uitstrekken dat evenwijdig is ten opzichte van het vlak V van het lijf 30 ; een plaatveld 35 dat het plaatveld 34 verlengt dat zieh in een vlak uitstrekt dat loodrecht is ten opzichte van het vlak V van het lijf 30 en dat gericht is naar het plaatveld 33 of het lijf 30, en een plaatveld 36 dat het plaatveld 33 met het lijf 30 verbindt en dat zieh uitstrekt in een vlak met een helling ten opzichte van het vlak V van het lijf 30. Zulk een profiel bezit meerdere voordelen, namelijk betere stijfheid en sterkte voor een bepaalde maximale hoogte, de snijranden van het profiel zijn niet zichtbaar, vermijden van kwetsingen van de gebruiker bij de manipulatie, enz. Ten opzichte van de uitvoeringsvorm van Figuur 2, bezit de steun 15 van de trekroede 11A een flens 16 met een grotere diameter ten opzichte van de flens 16 van de moer 13. In die uitvoeringsvorm, raken de ringen 17 delen van het lijf 30 aan die in elkaars verlengde (ten opzichte van de as X van de trekroeden 11A en 11B) liggen. De ring 18 van de moer 13 raakt een deel van het lijf 30 aan dat niet in het verlengde is van het deel van het lijf 30 dat aangeraakt is door de ring 18 van de steun 15. De ring 18 van de moer 13 ligt in werkelijkheid in het verlengde van de gleuf 19 van de steun 15 (gleuf 19 die voorzien is van ribben 20). Die uitvoeringsvorm blijkt uitstekend te worden qua <Desc/Clms Page number 8> buigstijfheid maar ook qua vermijden van het loskomen. Tenslotte toont figuur 10 een andere uitvoeringsvorm van een trekroede die gebruikt kan worden. Die trekroede is gelijkaardig aan de trekroede die afgebeeld is in Figuur 2, tenzij de gleuf 19 niet voorzien is van ribben. De ribben 20 zijn zo geplaatst op de zijde van de flens 16 die tegenoverliggend is ten opzichte van de zijde die de ringen 17, 18 draagt. Aan de uiteinden van een of een reeks aan elkaar geschroefde trekroeden worden de eerst en laatste ligger geklemd door middel van een bout en ring, die wordt geschroefd in de schroefdraad van de vrije uiteinden van de uiterste trekroeden. Figuur 11 toont een systeem om twee liggers te verbinden, waarbij trekroeden 10 zieh tussen de ligger 2A en de ligger 2B uitstrekken. In de uitvoeringsvorm die afgebeeld is, is de trekroede 10 op beide uiteinden van een moer 13 voorzien, waarin een draadstang 12 ingeschroefd kan worden. De trekroede kan eventueel ook van draadstangen 12 voorzien zijn. De draadstang 12 van een bout 15 is op een moer 13 geschroefd waarbij het lijf van het profiel tussen een steun 15 met of zonder flens 16 en een flens 16 van de moer 13 van de trekroede geklemd is. Zoals reeds afgebeeld in figuren 5 t/m 9, zijn de steun en/of de moer van een flens voorzien die twee ringen 17, 18 draagt. Die ringen zijn van elkaar verwijderd om een gleuf 19 te vormen waarin ribben 20 zieh uitstrekken. In de uitvoeringsvorm die afgebeeld is, is het lijf 30 van ligger 2A geklemd tussen een flens 16 die met een bout 15 samenwerkt en een flens van de moer 13, terwijl het lijf 30 van ligger 2B geklemd is tussen een bout 13 (zonder flens 16) en een flens 16 van de trekroede 10.
Claims (14)
- CONCLUSIES 1. Systeem om liggers van een struktuur onderling te verbinden tussen vasthechtingspunten van die liggers op een hoofdstuktuur, waarbij het systeem trekroeden bevat die geplaatst worden in elkaars verlengde en waarbij tussen twee in elkaars verlengde geplaatste trekroeden het lijf van een ligger geklemd is, met het kenmerk dat een eerste trekroede (10A, llA) van een draadstang (12) voorzien is waarop een moer (13) van de EMI9.1 tweede trekroede (10B, geschroefd is, waarbij de draadstang (12) door een opening (14) van het lijf (30) loopt, dat de eerste trekroede (10A, 11A) van een steun (15) voorzien is waarbij het lijf (30) van de ligger (2) tussen die steun (15) en de moer (13) geklemd is, dat de steun (15) een flens (16) is die van twee cirkelvormige uitstekingen of ringen (17, 18) voorzien is,welke uitstekingen of ringen (17, 18) van elkaar verwijderd worden om een gleuf (19) te vormen, en dat de moer (13) een flens (16) bevat die van twee cirkelvormige uitstekingen of ringen (17, 18) voorzien is, welke uitstekingen of ringen (17, 18) van elkaar verwijderd worden om een gleuf (19) te vormen.
- 2. Systeem volgens conclusie 1, met het kenmerk dat de steun (15) en de moer (13) zo opgebouwd zijn dat een deel van de steun (15) een deel van het lijf (30) aanraakt dat niet in het verlengde is van een deel van het lijf (30) dat aangeraakt wordt door een deel van de moer (13), en dat een deel van de moer (13) een deel van het lijf (30) aanraakt dat niet in het verlengde is van een deel van het lijf (30) dat aangeraakt wordt door een deel van de steun (15). <Desc/Clms Page number 10>
- 3. Systeem volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk dat de steun (15) en de moer (13) zo opgebouwd zijn dat een deel van de steun (15) en een deel van het lijf (30) aanraakt dat in het verlengde is van een deel van het lijf (30) dat aangeraakt wordt door een deel van de moer (13).
- 4. Systeem volgens conclusie 2, met het kenmerk dat de steun (15) een flens (16) bevat die van twee cirkelvormige uitstekingen of ringen (17, 18) voorzien is, welke uitstekingen of ringen (17, 18) van elkaar verwijderd worden om een gleuf (19) te vormen, en dat de moer (13) een flens (16) bevat die van twee cirkelvormige uitstekingen of ringen (17, 18) voorzien is, welke uitstekingen of ringen (17, 18) van elkaar verwijderd worden om een gleuf (19) te vormen, en dat een uitsteking of ring (18) van de steun (15) of van de moer (13) in het verlengde is van de gleuf (19) van de moer (13) of van de steun (15).
- 5. Systeem volgens conclusies 2 of 3, met het kenmerk dat de centrale uitstekingen of ringen (17) van de steun (15) en van de moer (13) delen van het lijf (30) aanraken die in elkaars verlengde zijn.
- 6. Systeem volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk dat de flens (16) van de steun (15) en/of van de moer (13) van ribben (20) voorzien is.
- 7. Systeem volgens conclusie 6, met het kenmerk dat de ribben (20) zieh tussen de ringen of uitstekingen (17, 18) van de flens (16), d. w. z. in de gleuf (19), uitstrekken. <Desc/Clms Page number 11>
- 8. Systeem om liggers van een struktuur onderling te verbinden tussen vasthechtingspunten van die liggers op een hoofdstuktuur, waarbij het systeem trekroeden bevat die zieh tussen twee liggers of tussen een ligger en de hoofdstruktuur uitstrekken, waarbij op een uiteinde van een of meerdere trekroeden het lijf van een ligger geklemd is, met het kenmerk dat bovengenoemd uiteinde van de trekroede (10) van een draadstang (12) of van een moer (13) voorzien is, waarop een moer (13) van een steun (15) geschroefd is of waarin een draadstang (12) van een steun of bout ingeschroefd is, waarbij de draadstang (12) door een opening (14) van het lijf (30) van de ligger (2) loopt, en waarbij het lijf (30) van de ligger (2) tussen die steun of bout (15) en de moer (13) geklemd is, dat de steun of bout (15) en/of de moer (13) een flens (16)bevatten die van twee cirkelvormige uitstekingen of ringen (17, 18) voorzien is, welke uitstekingen of ringen (17, 18) van elkaar verwijderd worden om een gleuf (19) te vormen.
- 9. Systeem volgens conclusie 8, met het kenmerk dat de steun of bout (15) en de moer (13) zo opgebouwd zijn dat een deel van de steun of bout (15) een deel van het lijf (30) aanraakt dat niet in het verlengde is van een deel van het lijf (30) dat aangeraakt wordt door een deel van de moer (13), en dat een deel van de moer (13) een deel van het lijf (30) aanraakt dat niet in het verlengde is van een deel van het lijf (30) dat aangeraakt wordt door een deel van de steun of bout (15).
- 10. Systeem volgens conclusie 8 of 9, met het kenmerk dat de steun of bout (15) en de moer (13) zo opgebouwd zijn dat een deel van de steun of bout (15) en <Desc/Clms Page number 12> een deel van het lijf (30) aanraakt dat in het verlengde is van een deel van het lijf (30) dat aangeraakt wordt door een deel van de moer (13).
- 11. Systeem volgens conclusie 9, met het kenmerk dat de steun of bout (15) een flens (16) bevat of met een andere flens (16) werkt, die van twee cirkelvormige uitstekingen of ringen (17, 18) voorzien is, welke uitstekingen of ringen (17, 18) van elkaar verwijderd worden om een gleuf (19) te vormen, en dat de moer (13) een flens (16) bevat die van twee cirkelvormige uitstekingen of ringen (17, 18) voorzien is, welke uitstekingen of ringen (17, 18) van elkaar verwijderd worden om een gleuf (19) te vormen, en dat een uitsteking of ring (18) van de steun of bout (15) of van de moer (13) in het verlengde is van de gleuf (19) van de moer (13) of van de steun of bout (15).
- 12. Systeem volgens conclusies 9 of 10, met het kenmerk dat de centrale uitstekingen of ringen (17) van de steun of bout (15) en van de moer (13) delen van het lijf (30) aanraken die in elkaars verlengde zijn.
- 13. Systeem volgens een der voorgaande conclusies 8 t/m 12, met het kenmerk dat de flens (16) van de steun (15) en/of van de moer (13) van ribben (20) voorzien is.
- 14. Systeem volgens conclusie 13, met het kenmerk dat de ribben (20) zieh tussen de ringen of uitstekingen (17, 18) van de flens (16), d. w. z. in de gleuf (19), uitstrekken.
Priority Applications (4)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE9400213A BE1008082A3 (nl) | 1994-02-24 | 1994-02-24 | Systeem voor liggers. |
| EP95870013A EP0669431B1 (fr) | 1994-02-24 | 1995-02-22 | Système pour poutres |
| AT95870013T ATE169979T1 (de) | 1994-02-24 | 1995-02-22 | Trägersystem |
| DE69504112T DE69504112T2 (de) | 1994-02-24 | 1995-02-22 | Trägersystem |
Applications Claiming Priority (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE9400213A BE1008082A3 (nl) | 1994-02-24 | 1994-02-24 | Systeem voor liggers. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| BE1008082A3 true BE1008082A3 (nl) | 1996-01-09 |
Family
ID=3887993
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| BE9400213A BE1008082A3 (nl) | 1994-02-24 | 1994-02-24 | Systeem voor liggers. |
Country Status (4)
| Country | Link |
|---|---|
| EP (1) | EP0669431B1 (nl) |
| AT (1) | ATE169979T1 (nl) |
| BE (1) | BE1008082A3 (nl) |
| DE (1) | DE69504112T2 (nl) |
Families Citing this family (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| GB2363628B (en) * | 1997-04-11 | 2002-02-20 | Gardner Denver Water Jetting S | High pressure pump |
| FR2783260B1 (fr) * | 1998-09-15 | 2000-12-15 | Pab | Dispositif de stabilisation des poutres d'une structure de batiment |
| GB2457714A (en) * | 2008-02-22 | 2009-08-26 | Simpson Strong Tie Co Inc | One-piece angle bracket for fastening a first construction element to a second construction element |
| GB2555132A (en) * | 2016-10-20 | 2018-04-25 | Kingspan Holdings Irl Ltd | An insert and a fastening arrangement for a structural support member |
Citations (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US2131466A (en) * | 1935-10-22 | 1938-09-27 | Austin T Levy | Prefabricated building |
| EP0104271A1 (en) * | 1982-09-28 | 1984-04-04 | Ward Building Systems Limited | Building cladding construction |
| GB2169678A (en) * | 1985-01-16 | 1986-07-16 | Ward Brothers | Securing a threaded member to a further member |
| EP0446158A1 (fr) * | 1990-02-19 | 1991-09-11 | Etablissements Ravoyard-Kit 2000, S.A. | Profilé de charpente en tôle pliée, couverture de bâtiment comportant de tels profilés, et son procédé de montage |
-
1994
- 1994-02-24 BE BE9400213A patent/BE1008082A3/nl not_active IP Right Cessation
-
1995
- 1995-02-22 DE DE69504112T patent/DE69504112T2/de not_active Expired - Fee Related
- 1995-02-22 EP EP95870013A patent/EP0669431B1/fr not_active Expired - Lifetime
- 1995-02-22 AT AT95870013T patent/ATE169979T1/de not_active IP Right Cessation
Patent Citations (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US2131466A (en) * | 1935-10-22 | 1938-09-27 | Austin T Levy | Prefabricated building |
| EP0104271A1 (en) * | 1982-09-28 | 1984-04-04 | Ward Building Systems Limited | Building cladding construction |
| GB2169678A (en) * | 1985-01-16 | 1986-07-16 | Ward Brothers | Securing a threaded member to a further member |
| EP0446158A1 (fr) * | 1990-02-19 | 1991-09-11 | Etablissements Ravoyard-Kit 2000, S.A. | Profilé de charpente en tôle pliée, couverture de bâtiment comportant de tels profilés, et son procédé de montage |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| EP0669431A1 (fr) | 1995-08-30 |
| DE69504112T2 (de) | 1999-04-15 |
| DE69504112D1 (de) | 1998-09-24 |
| EP0669431B1 (fr) | 1998-08-19 |
| ATE169979T1 (de) | 1998-09-15 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US5645257A (en) | Adjustable support apparatus | |
| CN2188884Y (zh) | 支架随意定位结构 | |
| US5409122A (en) | Tube connector, modular units, and modular shelving systems including such connectors | |
| US4783040A (en) | Non-metallic strut system | |
| US20160051044A1 (en) | Shelving brace | |
| AU6827394A (en) | Apparatus for joining structural components | |
| GB2238575A (en) | Supporting clamp | |
| CA2390664C (en) | Hinge assembly for a truss | |
| EP0005065A2 (en) | Yieldable upright assembly | |
| CA2244339A1 (en) | Modular shelving system | |
| BE1008082A3 (nl) | Systeem voor liggers. | |
| US4493468A (en) | Adjustable pipe fastener | |
| US5004193A (en) | Adjustable load bolt adapter bracket assembly | |
| WO1999005369A2 (en) | Contoured cladding support apparatus and method | |
| US5924258A (en) | Transverse cladding support apparatus and method | |
| US4007573A (en) | Truss top bearing clip | |
| KR102408107B1 (ko) | 테이퍼 연장부가 형성된 조립홀을 포함하는 트러스 구조부재 및 이를 이용한 구조물 | |
| US3928905A (en) | Method of assembly for knock-down storage frame | |
| US5137250A (en) | Tie rod bearing unit for use in concrete form assemblies | |
| GB2148100A (en) | Stayed framework arrangement, for example for a shelf system | |
| JP2816116B2 (ja) | 建物の架構体 | |
| CN215980291U (zh) | 一种高强度复合结构冲孔板 | |
| EP0820134A1 (en) | Coupled connection for trunking and the like | |
| US6053463A (en) | Universal removable mounting system | |
| US4705253A (en) | Offset sign mounting |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| RE20 | Patent expired |
Owner name: *SADEF N.V. Effective date: 20140224 |