BE1009134A3 - Gordijnophanginrichting en hechtband daarvoor. - Google Patents
Gordijnophanginrichting en hechtband daarvoor. Download PDFInfo
- Publication number
- BE1009134A3 BE1009134A3 BE9401084A BE9401084A BE1009134A3 BE 1009134 A3 BE1009134 A3 BE 1009134A3 BE 9401084 A BE9401084 A BE 9401084A BE 9401084 A BE9401084 A BE 9401084A BE 1009134 A3 BE1009134 A3 BE 1009134A3
- Authority
- BE
- Belgium
- Prior art keywords
- curtain
- piece
- suspension
- attached
- rail
- Prior art date
Links
- 239000000725 suspension Substances 0.000 claims description 35
- 239000002390 adhesive tape Substances 0.000 claims description 17
- 238000002844 melting Methods 0.000 claims description 9
- 230000008018 melting Effects 0.000 claims description 9
- 239000004744 fabric Substances 0.000 claims description 5
- 239000004033 plastic Substances 0.000 claims description 5
- 238000004026 adhesive bonding Methods 0.000 claims description 3
- 239000000853 adhesive Substances 0.000 claims 1
- 230000001070 adhesive effect Effects 0.000 claims 1
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 abstract description 3
- 230000007246 mechanism Effects 0.000 abstract 1
- XEEYBQQBJWHFJM-UHFFFAOYSA-N Iron Chemical compound [Fe] XEEYBQQBJWHFJM-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 4
- 239000011324 bead Substances 0.000 description 3
- 238000001746 injection moulding Methods 0.000 description 2
- 229910052742 iron Inorganic materials 0.000 description 2
- 239000000463 material Substances 0.000 description 2
- 241000251730 Chondrichthyes Species 0.000 description 1
- 230000005489 elastic deformation Effects 0.000 description 1
- 230000004927 fusion Effects 0.000 description 1
- 238000002347 injection Methods 0.000 description 1
- 239000007924 injection Substances 0.000 description 1
- 239000002991 molded plastic Substances 0.000 description 1
- 238000009958 sewing Methods 0.000 description 1
- 238000003466 welding Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A47—FURNITURE; DOMESTIC ARTICLES OR APPLIANCES; COFFEE MILLS; SPICE MILLS; SUCTION CLEANERS IN GENERAL
- A47H—FURNISHINGS FOR WINDOWS OR DOORS
- A47H13/00—Fastening curtains on curtain rods or rails
- A47H13/14—Means for forming pleats
Landscapes
- Curtains And Furnishings For Windows Or Doors (AREA)
Abstract
De uitvinding betreft een gordijnophanginrichting omvattende een veelvoud van ophangorganen die elk een ten opzichte van een rail zwenkbaar bovenstuk, een aan een gordijn te bevestigen onderstuk en een het bovenstuk met het onderstuk verbindend verbindingsstuk omvatten. Een dergelijke gordijnophanginrichting is bekend. Daarbij omvat het middenstuk een haak die gestoken kan worden door een oog dat aan het bovenstuk aanwezig is. De uitvinding heeft ten doel een vereenvoudigde gordijnophanginrichting te verschaffen. Deze heeft het kenmerk dat het zwenkbare bovenstuk, het verbindingsstuk en het onderstuk deel uitmaken van een uit één stuk bestaand ophangelement. Daarmede worden de vervaardiging van de ophangorganen en de werkzaamheden voor het ophangen van gordijnen vereenvoudigd.
Description
<Desc/Clms Page number 1>
GORDIJNOPHANGINRICBTING EN HECHTBAND DAARVOOR
De uitvinding betreft een gordijnophanginrichting zoals aangeduid in de aanhef van conclusie 1. Een dergelijke gordijnophanginrichting is bekend. Daarbij omvat het middenstuk een haak die gestoken kan worden door een oog dat aan het bovenstuk aanwezig is.
De uitvinding heeft ten doel een vereenvoudigde gordijnophanginrichting te verschaffen. Deze heeft het kenmerk van conclusie 1. Daarmede worden de vervaardiging van de ophangorganen en de werkzaamheden voor het ophangen van gordijnen vereenvoudigd.
Terwijl het bij bekende gordijnen gebruikelijk is om een gordijneinde op te hangen aan een vast aan de rail te bevestigen oog, kan bij de gordijnophanginrichting volgens de uitvinding een eindophangorgaan opgesloten worden tussen twee vast aan de rail te bevestigen aanslagen.
De uitvinding verschaft tevens een hechtband volgens conclusie 10.
De genoemde en andere kenmerken van de gordijnophanginrichting volgens de uitvinding zullen in de hiernavolgende beschrijving aan de hand van een tekening worden verduidelijkt. In de tekeningen stellen schematisch voor :
Fig. 1 een perspectivisch aanzicht van een met behulp van een gordijnophanginrichting volgens de uitvinding opgehangen gordijn ;
Fig. 2 en 3 op grotere schaal fracties van een gordijnophanginrichting van figuur 1 in geopende respectievelijk niet-opgehangen stand ;
Fig. 4,6, 7,10-14, 18 en 19 elk een fractie van een aan een gordijnrail opgehangen bovenrand van een gordijn ;
Fig. 5 op kleinere schaal een bovenaanzicht van een gordijnophanginrichting met fracties van figuur 6 ;
<Desc/Clms Page number 2>
Fig. 8 en 9 bovenaanzichten van de gordijnophanginrichting van fig. 7 ;
Fig. 12 een plooiinrichting voor de fractie van figuur 11 ;
Fig. 15-17 hulpmiddelen voor het vervaardigen van de gordijnophanginrichting van fig. 14 ; en
Fig. 20 en 26 elk een ophanginrichting volgens de uitvinding met anders gevormde ophangorganen ; en
Fig. 21-25 varianten van ophangorganen voor de inrichting van fig. 20.
Volgens fig. 1-3 is een gordijn 1 opgehangen aan een bekende rail 2 middels een gordijnophanginrichting volgens de uitvinding. Deze omvat een veelvoud van ophangorganen 6 die elk uit een stuk bestaan, en die elk omvatten een aan een bovenrand 5 van een gordijn 1 te bevestigen onderstuk 7 dat een richtelement 3 vormt, een boven het onderstuk 7 en in het middengebied daarvan opgesteld bovenstuk 8 en een het bovenstuk 8 en het onderstuk 7 verbindend verbindingsstuk 15.
De richtelementen 3 zijn telkens opgesteld tussen twee opvolgende plooien 4 en wel dwars daarop, dat wil zeggen bij voorkeur horizontaal, en bevinden zieh telkens in hoofdzaak verticaal onder een bovenstuk 8, dat in de rail 2 verschuifbaar is opgenomen.
De richtelementen 3 hebben elk een lengte b in horizontale richting die bij voorkeur iets kleiner is dan het zieh tussen twee opvolgende plooien uitstrekkend gordijnstuk a. Ter plaatse van de plooi kan het gordijn een natuurlijke, dit wil zeggen fraaie plooi vormen met een kleine ronding. Daardoor is weinig gordijnstof vereist bij een fraai uiterlijk.
De richtelementen 3 zijn vervaardigd van een materiaal, bijvoorbeeld kunststof, met zodanige dikte dat zij tenminste enige stijfheid hebben, dat wil zeggen zo stijf dat zij een gordijnstuk tussen twee plooien in bedwang kunnen houden. Daarbij mogen zij wel enigszins elastisch buigzaam zijn. De ophangorganen 6 bestaan uit spuitgietstukken van kunststof die aan hun einden ten minste een haak 11
<Desc/Clms Page number 3>
hebben die op een geselecteerde plaats aangrijpt in een lus 12 van een hechtband 13. Zo'n hechtband 13 met op regelmatige korte afstanden aangeweven lussen 12 is op zich bekend.
De richtelementen 3 hebben uitsparingen 14 voor materiaalbesparing.
Volgens fig. 4 zijn de richtelementen 3 eerst op regelmatige onderlinge afstand a van hun hartlijnen 19 die groter is dan hun lengte b gelijmd of tijdens een spuitgietproces aangevormd aan een eenvoudige hechtband 13. Deze hechtband 13 met de daaraan gehechte richtelementen 3 wordt aan de bovenrand 5 van het gordijn 1 vastgenaaid, eventueel met onderbroken stiknaden 18.
Fig. 5 en 6 tonen hoe in de gesloten gordijnstand de plooihoek c wordt beperkt middels een kralenkoord 29 dat aangrijpt in een uitsparing 30 met vernauwde ingang 31 van elk richtelement 3.
Het ophangorgaan 6 vanaf het richtelement 3 tot en met het bovenstuk 8 bestaat uit een en hetzelfde spuitgietstuk waarbij het bovenstuk 8 uitgevoerd is als een schuifkop 36 met een hals 37 en kraag 38, zodanig dat een en ander passend verschuifbaar is tussen de flenzen 39 van de rail 2.
Deze richtelementen 3 zijn op gelijke onderlinge steekafstand a aan een hechtband 13 gelijmd of aangegoten. Door de hechtband 13 aan de bovenrand 5 van het gordijn 1 te naaien zijn tegelijkertijd de ophangers 8 meteen op de gewenste afstanden aan het gordijn 1 bevestigd. Men hoeft nog slechts het kralenkoord 29 te bevestigen.
Fig. 7 is ten opzichte van figuur 6 gewijzigd doordat het kralenkoord 29 is vervangen door nokvormige aanslagen 40 aan de koppen 41, die de zwenkhoek d begrenzen tot bijvoorbeeld 450 zodanig dat de opvolgende richtelementen 3 in de gesloten gordijnstand dan een onderlinge hoek van 900 insluiten. Fig. 8 en 9 tonen de diverse hoekstanden.
In de geopende gordijnstand grijpen de aanslagen 40 in uitsparingen 48 van aangrenzende ophangorganen 6.
Het ophangorgaan 6 van fig. 10 bestaat bijvoorbeeld uit een draadstuk dat met haken 11 op lussen 12 van hechtband 13 aangrijpt en dat volgens figuur 11 rechtstreeks
<Desc/Clms Page number 4>
aan een bovenrand 5 wordt vastgeniet. Deze richtelementen 3 omvatten elk tenminste een aanslag 40 doch bij voorkeur twee aanslagen 40 die elk aanslaan tegen de buitenzijde 42 van de rail 2, zodanig dat een bepaalde beperkte zwenkhoek d bijvoorbeeld tussen 300 en 600, bij voorkeur van de ordegrootte van 450 wordt gerealiseerd.
Het richtelement 3 van fig. 12 heeft haken 11 die uit het verticale plaatvlak 45 over een geringe hoek f enigszins, liefst elastisch naar voren staan, opdat zij zich beter aan de lussen 12 vastgrijpen.
De richtelementen 3 van fig. 13 zijn aan een hechtband 13 gelijmd, aangespoten of er aan gelast door smelting van de oppervlakte, liefst in de vorm van smeltribben, van de eigen kunststof onder invloed van warmte en druk.
De kop 41A van het laatste richtelement 3A wordt in de diverse uitvoeringsvormen opgesloten tussen twee dicht bij elkaar opgestelde railaanslagen 46 die in de sleuf 47 zijn vast te zetten door de klemwerking tussen een onderflens 48 en een over 900 verdraaide binnenstaaf 49.
De richtelementen 3 van het gordijn 1 van fig. 14 zijn direct aan de gordijnstof gelast volgens fig. 15 doordat zij liggend in een mal 49 op onderlinge steekafstand a eerst vastgelast zijn met een warm strijkijzer 50 aan een hechtband 13 of doordat zij liggend op een mal 49 volgens fig. 16 met hun gaten gepositioneerd zijn op pennen 51 en dan direct vastgelast worden middels een warm strijkijzer 50 aan de gordijnstof 52 waarvan de bovenrand 5 later wordt omgestikt.
Volgens fig. 17 worden de volgens fig. 15 aan een hechtband 13 bevestigde richtelementen 3 aan een reeds genaaide bovenrand 5 vastgelast.
Fig. 18 toont slechts een richtelement 3 van een serie zonder bijbehorend gordijn 1 met slechts een aanslag 40 per richtelement 3 in combinatie met een bijbehorende halfrond rail 2.
Fig. 19 toont richtelementen 3 die aan een bovenrand 5 zijn gelast en die elk een bovenstuk hebben in de
<Desc/Clms Page number 5>
vorm van een ruim om een als ronde bar uitgevoerde rail 2 grijpende ring 54. Deze rail 2 heeft aan elk einde een dragende uithouder 55 en een eindknop 56 die telkens een ophangorgaan 6 tussen zieh opsluiten.
De ophangorganen 6 van fig. 20-24 bestaan elk uit een kunststofelement waarvan het onderstuk 69 aan een hechtband of onmiddellijk aan een gordijnbovenrand 5 op regelmatige afstanden a zijn bevestigd, bij voorkeur door warmtelassen of door ultrasonore aansmelting van uitstekende smeltpunten 68 (fig. 21) of smeltranden 67 (fig. 22,23) of van een smalle smeltzijde 70 (fig. 24). In fig. 25 bestaat het onderstuk 69 uit vorktanden 71 met smeltranden 67, waartussen een gordijnrand 5 of een hechtband 13 wordt geklemd, terwijl de smeltranden 67 er aan vast worden gesmolten. Het onderstuk 69 van elk van deze ophangorganen 6 is middels een verbindingstuk 15 verbonden met een in de rail 2 aan te brengen, zwenkbaar bovenstuk 8. De hechtvlakken 80 en 70 bevinden zich nagenoeg centraal onder de ronde bovenstukken 8.
Volgens fig. 26 wordt een bovenrand 5 van een gordijn gemakkelijk geklemd tussen ten opzichte van elkaar versprongen reeksen van haaientanden 95, die bij invoering van een bovenrand 5 uit elkaar worden bewogen door elastische vervorming van de klembekken 96 van het ophangorgaan 6 van elastische kunststof. In dit geval is lijmen of vastsmelten van de tanden 95 aan de gordijnrand 5 niet nodig, ofschoon lijmen of vastsmelten wel denkbaar is.
Claims (10)
- CONCLUSIES 1. Gordijnophanginrichting omvattende een veelvoud van ophangorganen (6) die elk een ten opzichte van een rail (2) zwenkbaar bovenstuk (8), een aan een gordijn (1) te bevestigen onderstuk (7) en een het bovenstuk (8) met het onderstuk (7) verbindend verbindingsstuk (15) omvatten, met het kenmerk, dat het zwenkbare bovenstuk (8), het verbindingsstuk (15) en het onderstuk (7) deel uitmaken van een uit een stuk bestaand ophangelement.
- 2. Gordijnophanginrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de rail (2) een C-vormig profiel heeft en dat het bovenstuk (8) gevormd is om zwenkbaar om een opgerichte aslijn in het C-vormig profiel (2) te worden opgenomen.
- 3. Gordijnophanginrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat het bovenstuk (8) ringvormig is en met ruime speling om een ophangbaar (2) kan grijpen, waarbij het ringvormige bovenstuk (8) en het hechtvlak van het onderstuk (7) in hoofdzaak evenwijdig aan elkaar zijn aangebracht.
- 4. Gordijnophanginrichting volgens conclusie 1, 2 of 3, met het kenmerk, dat een veelvoud van ophangorganen (6) op onderlinge afstanden (a) bevestigd zijn aan een hechtband (13) die aan de bovenrand (5) van een gordijn (1) kan worden vastgehecht.
- 5. Gordijnophanginrichting volgens een van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de ophangorganen (6) vervaardigd zijn van kunststof en aan de gordijnstof, of en wel bij voorkeur aan hechtband (13), zijn bevestigd door lijmen of en wel bij voorkeur door aansmelten, bijvoorbeeld ultrasonor.
- 6. Gordijnophanginrichting volgens een van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat aan het einde van de rail (2) een laatste ophangorgaan (6) is opgesloten tussen twee vast aan de rail (2) bevestigde aanslagen (46). <Desc/Clms Page number 7>
- 7. Gordijnophanginrichting volgens een van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het bovenstuk (8) een geopende vervormbare ring is.
- 8. Gordijnophanginrichting volgens een van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat tenminste een ophangorgaan (6) een vorkvormig onderstuk (7) voor het tussen de randen (67) ervan opnemen van gordijnstof of hechtband (13) heeft.
- 9. Gordijnophanginrichting volgens een van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat een ophangorgaan 6 tanden heeft voor het er klemmend tussen opnemen van een gordijnrand.
- 10. Hechtband (13) met eraan gehechte, op onderlinge afstanden aangebrachte ophangorganen (6) die elk een ten opzichte van een rail 2 zwenkbaar aan te brengen bovenstuk (8), een aan de hechtband (13) bevestigd onderstuk (17) en een het bovenstuk (8) met het onderstuk (17) verbindend verbindingsstuk (15) omvatten, waarbij het bovenstuk (8), verbindingsstuk (15) en onderstuk (7,69) deel uitmaken van een uit een stuk bestaand ophangelement.
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE9401084A BE1009134A3 (nl) | 1994-11-30 | 1994-11-30 | Gordijnophanginrichting en hechtband daarvoor. |
Applications Claiming Priority (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE9401084A BE1009134A3 (nl) | 1994-11-30 | 1994-11-30 | Gordijnophanginrichting en hechtband daarvoor. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| BE1009134A3 true BE1009134A3 (nl) | 1996-12-03 |
Family
ID=3888510
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| BE9401084A BE1009134A3 (nl) | 1994-11-30 | 1994-11-30 | Gordijnophanginrichting en hechtband daarvoor. |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| BE (1) | BE1009134A3 (nl) |
Cited By (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| GB2477849A (en) * | 2010-02-15 | 2011-08-17 | Maurice Laydon | Overlapping head portions of gliders for curtains |
Citations (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| NL113308C (nl) * | 1900-01-01 | |||
| NL6411966A (nl) * | 1963-10-17 | 1965-04-20 | ||
| US3286299A (en) * | 1964-08-14 | 1966-11-22 | Western Newell Mfg Co | Drapery carrier |
| DE1240248B (de) * | 1962-03-31 | 1967-05-11 | August Buenger | Vorhang od. dgl. |
| DE2824405A1 (de) * | 1978-06-03 | 1979-12-13 | Vorwerk & Sohn | Faltenbildendes tragband fuer schals als fensterdekoration |
| US4796684A (en) * | 1987-05-26 | 1989-01-10 | Haimovitz Leonard J | Compact drapery system |
-
1994
- 1994-11-30 BE BE9401084A patent/BE1009134A3/nl not_active IP Right Cessation
Patent Citations (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| NL113308C (nl) * | 1900-01-01 | |||
| DE1240248B (de) * | 1962-03-31 | 1967-05-11 | August Buenger | Vorhang od. dgl. |
| NL6411966A (nl) * | 1963-10-17 | 1965-04-20 | ||
| US3286299A (en) * | 1964-08-14 | 1966-11-22 | Western Newell Mfg Co | Drapery carrier |
| DE2824405A1 (de) * | 1978-06-03 | 1979-12-13 | Vorwerk & Sohn | Faltenbildendes tragband fuer schals als fensterdekoration |
| US4796684A (en) * | 1987-05-26 | 1989-01-10 | Haimovitz Leonard J | Compact drapery system |
Cited By (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| GB2477849A (en) * | 2010-02-15 | 2011-08-17 | Maurice Laydon | Overlapping head portions of gliders for curtains |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US5613630A (en) | Drop loop garment hanger | |
| BE1009134A3 (nl) | Gordijnophanginrichting en hechtband daarvoor. | |
| US2758645A (en) | Hooks for drapes | |
| US952202A (en) | Combined garment support and form. | |
| US3741449A (en) | Garment hanger | |
| BE1009135A3 (nl) | Gordijnophanginrichting. | |
| JPS5812011B2 (ja) | 衣服等のハンガ− | |
| US1315823A (en) | Jtecxtie-holideb | |
| NL7906455A (nl) | Railklem. | |
| US4160515A (en) | Clothes hanger | |
| JP3608155B2 (ja) | カーテン吊り装置 | |
| US2222232A (en) | Trousers hanger | |
| US2442364A (en) | Garment bag supporting frame | |
| ATE21536T1 (de) | Vorrichtung zum verbinden zweier enden eines bandes. | |
| US2712702A (en) | Steam pressing machine | |
| US1237010A (en) | Rack. | |
| US2053633A (en) | Garment hanger | |
| JP3027089U (ja) | 造花形成用リボン | |
| US2648907A (en) | Dressmaker's measuring device | |
| US1143759A (en) | Landing-net. | |
| US1085690A (en) | Curtain-hanger clamp. | |
| KR101793484B1 (ko) | 복합 걸이 | |
| US1907488A (en) | Means for applying bags over garments | |
| US2220313A (en) | Coat and trousers hanger | |
| US1248602A (en) | Garment-hanger. |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| RE | Patent lapsed |
Owner name: STUDERA N.V. Effective date: 19961130 |