BE1012117A3 - Inrichting voor het behandelen van water. - Google Patents
Inrichting voor het behandelen van water. Download PDFInfo
- Publication number
- BE1012117A3 BE1012117A3 BE9800599A BE9800599A BE1012117A3 BE 1012117 A3 BE1012117 A3 BE 1012117A3 BE 9800599 A BE9800599 A BE 9800599A BE 9800599 A BE9800599 A BE 9800599A BE 1012117 A3 BE1012117 A3 BE 1012117A3
- Authority
- BE
- Belgium
- Prior art keywords
- flow
- tube
- reservoir
- passage
- valve
- Prior art date
Links
- XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N water Substances O XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N 0.000 title claims abstract description 28
- 230000008929 regeneration Effects 0.000 claims abstract description 19
- 238000011069 regeneration method Methods 0.000 claims abstract description 19
- 239000007788 liquid Substances 0.000 claims abstract description 17
- 239000011347 resin Substances 0.000 claims abstract description 5
- 229920005989 resin Polymers 0.000 claims abstract description 5
- 239000012530 fluid Substances 0.000 claims description 5
- 238000011010 flushing procedure Methods 0.000 claims description 5
- HPALAKNZSZLMCH-UHFFFAOYSA-M sodium;chloride;hydrate Chemical compound O.[Na+].[Cl-] HPALAKNZSZLMCH-UHFFFAOYSA-M 0.000 description 26
- 239000012267 brine Substances 0.000 description 21
- OYPRJOBELJOOCE-UHFFFAOYSA-N Calcium Chemical compound [Ca] OYPRJOBELJOOCE-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 2
- FYYHWMGAXLPEAU-UHFFFAOYSA-N Magnesium Chemical compound [Mg] FYYHWMGAXLPEAU-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 2
- 239000011575 calcium Substances 0.000 description 2
- 229910052791 calcium Inorganic materials 0.000 description 2
- 239000003795 chemical substances by application Substances 0.000 description 2
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 description 2
- 239000011777 magnesium Substances 0.000 description 2
- 229910052749 magnesium Inorganic materials 0.000 description 2
- 239000012492 regenerant Substances 0.000 description 2
- DGAQECJNVWCQMB-PUAWFVPOSA-M Ilexoside XXIX Chemical compound C[C@@H]1CC[C@@]2(CC[C@@]3(C(=CC[C@H]4[C@]3(CC[C@@H]5[C@@]4(CC[C@@H](C5(C)C)OS(=O)(=O)[O-])C)C)[C@@H]2[C@]1(C)O)C)C(=O)O[C@H]6[C@@H]([C@H]([C@@H]([C@H](O6)CO)O)O)O.[Na+] DGAQECJNVWCQMB-PUAWFVPOSA-M 0.000 description 1
- 230000002411 adverse Effects 0.000 description 1
- 230000015572 biosynthetic process Effects 0.000 description 1
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 1
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 1
- 230000005484 gravity Effects 0.000 description 1
- 239000012528 membrane Substances 0.000 description 1
- 230000001172 regenerating effect Effects 0.000 description 1
- 239000008237 rinsing water Substances 0.000 description 1
- 239000011734 sodium Substances 0.000 description 1
- 229910052708 sodium Inorganic materials 0.000 description 1
Classifications
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B01—PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
- B01J—CHEMICAL OR PHYSICAL PROCESSES, e.g. CATALYSIS OR COLLOID CHEMISTRY; THEIR RELEVANT APPARATUS
- B01J47/00—Ion-exchange processes in general; Apparatus therefor
- B01J47/02—Column or bed processes
- B01J47/022—Column or bed processes characterised by the construction of the column or container
-
- C—CHEMISTRY; METALLURGY
- C02—TREATMENT OF WATER, WASTE WATER, SEWAGE, OR SLUDGE
- C02F—TREATMENT OF WATER, WASTE WATER, SEWAGE, OR SLUDGE
- C02F1/00—Treatment of water, waste water, or sewage
- C02F1/42—Treatment of water, waste water, or sewage by ion-exchange
Landscapes
- Chemical & Material Sciences (AREA)
- Organic Chemistry (AREA)
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Hydrology & Water Resources (AREA)
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Environmental & Geological Engineering (AREA)
- Water Supply & Treatment (AREA)
- Chemical Kinetics & Catalysis (AREA)
- Treatment Of Water By Ion Exchange (AREA)
Abstract
Inrichting voor het behandelen van water, van het type waarbij het water tijdens het behandelen met een behandelingsmedium (2), zoals een hars, in contact wordt gebracht en waarbij dit behandelingsmedium (2) regelmatig door middel van een regeneratiemedium wordt geregenereerd, waarbij deze inrichting (1) is voorzien van een reservoir (4) met een centrale leiding (7) waarrond het behandelingsmedium (2) is geïmmobiliseerd, welke leiding (7) met haar onderste uiteinde op een afstand (A) van de bodem (12) van het reservoir (4) is gesitueerd, daardoor gekenmerkt dat de inrichting (1) middelen vertoont waarmee het stromingspatroon, meer speciaal de door de vloeistof te volgen weg, in het onderste gedeelte (8) van het reservoir (4) kan worden beïnvloed.
Description
<Desc/Clms Page number 1> Inrichting voor het behandelen van water. Deze uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het behandelen, bijvoorbeeld het verzachten, van water, meer speciaal een inrichting van het type waarbij het water tijdens het behandelen met een behandelingsmedium, zoals een hars, in contact wordt gebracht en waarbij dit behandelingsmedium regelmatig door middel van een regeneratiemedium wordt geregenereerd, waarbij deze inrichting is voorzien van een reservoir met een centrale, bij voorkeur rechtopstaande, leiding waarrond het behandelingsmedium is geimmobiliseerd, welke leiding met haar onderste uiteinde op een afstand van de bodem van het reservoir is gesitueerd. Inrichtingen van dit type zijn onder meer bekend uit de internationale octrooiaanvrage WO 98/04349. Tijdens het gebruik wordt het te behandelen water van boven naar onderen door het behandelingsmedium geleid, waarna het behandelde water dan via de centrale rechtopstaande leiding opnieuw naar boven wordt afgevoerd. Tijdens de regeneratie van het behandelingsmedium wordt een regeneratiemedium, bijvoorbeeld pekel, in omgekeerde richting doorheen het behandelingsmedium geleid. Aan het einde van de pekeltoevoer volgt doorgaans een langzame spoeling om de pekel geleidelijk voor het spoelwater uit doorheen het behandelingsmedium weg te drukken. Hierna volgt doorgaans nog een grondige of snelle spoeling. De aansturing van de regeneratiecyclus en het aansluitend opnieuw in bedrijf nemen van de inrichting gebeurt <Desc/Clms Page number 2> automatisch, bijvoorbeeld zoals beschreven in de voornoemde internationale octrooiaanvrage WO 98/04349. De uitvinding beoogt een inrichting van het hogergenoemde type die verbeterd is. Hiertoe wordt deze inrichting volgens de uitvinding uitgerust met middelen waarmee het stromingspatroon, meer speciaal de door de vloeistof te volgen weg, in het onderste gedeelte van het reservoir kan worden beïnvloed, meer speciaal zodanig dat de stroming ook bij kleine debieten kan gedwongen worden zich langs de bodem te verplaatsen. Meer speciaal zijn dit middelen die werkzaam zijn tijdens de toevoer van het regeneratiemedium, alsmede tijdens de daaropvolgende spoeling in dezelfde doorstromingszin. Door de aanwezigheid van deze middelen wordt verkregen dat tijdens de regeneratie, en vooral tijdens de voornoemde langzame spoeling, een spoeling tot op de bodem van het reservoir plaatsvindt waardoor geen pekelresten in het onderste gedeelte van het reservoir onbenut aanwezig blijven. Bij de bekende inrichting is het immers zo dat tijdens de langzame spoeling, die kan gebeuren aan een gering debiet van bijvoorbeeld 10 à 50 liter per uur, het spoelwater direct langs de onderrand van de centrale leiding omhoog stroomt doorheen het behandelingsmedium, zonder dat het daarbij tot onderaan in het onderste gedeelte van het reservoir komt. De zwaardere pekel in dit onderste gedeelte wordt daardoor niet met het spoelwater meegenomen en blijft daar aanwezig tot ofwel een nafpoeling met een groter debiet wordt uitgevoerd, ofwel de inrichting opnieuw in <Desc/Clms Page number 3> bedrijf wordt genomen. De pekelrest die met de snelle naspoeling doorheen het behandelingsmedium wordt gejaagd, draagt niet noemenswaardig bij tot de regeneratie van het behandelingsmedium en is dus een verloren hoeveelheid. Ook in het geval dat deze pekelrest aanwezig blijft tot de inrichting opnieuw in bedrijf wordt genomen, is dit een verloren hoeveelheid. Deze onbenutte hoeveelheid pekel heeft als gevolg dat het pekelverbruik nadelig wordt beïnvloed. Dankzij de voornoemde middelen van de uitvinding wordt het ontstaan van zulke onbenutte hoeveelheid pekel of ander regeneratiemiddel op de bodem van het voornoemde reservoir uitgesloten. De voornoemde middelen definiëren bij voorkeur minstens twee doorgangen die zieh op verschillende afstanden van de bodem van het reservoir kunnen bevinden en bevatten geleidingsmiddelen voor de vloeistof die toelaten dat minstens een gedeelte van de vloeistof in minstens de stromingszin waarbij de vloeistof naar beneden doorheen de voornoemde leiding passeert, gedwongen wordt langs de onderste doorgang te vloeien. Hierdoor wordt verkregen dat bij een neerwaartse stroming doorheen de voornoemde leiding, dus tijdens de regeneratie en de daaropvolgende langzame alsook snelle spoeling in dezelfde stromingszin, steeds vloeistof langs de laagst gelegen doorgang in het onderste gedeelte van het reservoir terechtkomt, waardoor bij de langzame naspoeling ook eventuele pekelresten die zieh in het onderste gedeelte van het reservoir bevinden, worden weggespoeld. De geleidingsmiddelen bestaan bij voorkeur uit afsluitmiddelen die er voor zorgen dat bij de voornoemde doorstro- <Desc/Clms Page number 4> mingszin uitsluitend vloeistof langs de onderste doorgang kan stromen, zodanig dat te allen tijde een spoeling via de laagste doorgang wordt gewaarborgd. Meer speciaal geniet het de voorkeur dat de afsluitmiddelen zijn uitgevoerd in de vorm van een terugslagklep, die bij de doorstroming van boven naar onder, dus gedurende de regeneratiecyclus, in de voornoemde leiding hoofdzakelijk vloeistofdoorstroming toelaat langs de onderste doorgang, terwijl bij voorkeur bij een doorstroming in de andere bewegingszin een vrije doortocht bestaat, langs de beide doorstroomopeningen. In de meest voorkeurdragende uitvoeringsvorm wordt de eerste doorgang gedefinieerd door het onderste uiteinde van de voornoemde leiding en wordt de tweede doorgang gedefinieerd door een in deze leiding aanwezige buis waarvan het onderste uiteinde zieh op een kleinere afstand van de bodem kan bevinden dan het onderste uiteinde van de eerstgenoemde leiding. Met het inzicht de kenmerken van de uitvinding verder aan te tonen, is hierna als voorbeeld zonder enig beperkend karakter een voorkeurdragende uitvoeringsvorm beschreven, met verwijzing naar de bijgaande tekeningen, waarin : figuur 1 gedeeltelijk in doorsnede een inrichting volgens de uitvinding weergeeft ; figuur 2 op een grotere schaal het gedeelte weergeeft dat in figuur 1 met F2 is aangeduid ; figuur 3 het gedeelte van figuur 2 in een andere stand weergeeft ; figuur 4 een variante weergeeft van het gedeelte dat in figuur 3 met F4 is aangeduid. <Desc/Clms Page number 5> Zoals weergegeven in figuur 1 heeft de uitvinding betrekking op een inrichting 1 voor het behandelen van water, van het type waarbij het water tijdens het behandelen met een behandelingsmedium 2, in dit geval een hoeveelheid hars, in contact wordt gebracht, zoals bijvoorbeeld bij het verzachten of ontharden van water. Zoals bekend voor waterverzachters wordt het water hierbij tijdens het behandelen zoals aangeduid met pijl X doorheen het behandelingsmedium 2 geleid, waarbij door het contact met het behandelingsmedium 2 het calcium en het magnesium die in het water aanwezig zijn, worden vervangen door natrium, terwijl het calcium en het magnesium aan het behandelingsmedium 2 achterblijven. Het behandelingsmedium 2 wordt regelmatig geregenereerd door in tegenstroom, zoals aangeduid met pijl Y, een regeneratiemedium, zoals pekel doorheen het behandelingsmedium 2 te sturen, doorgaans gevolgd door een spoeling. Deze pekel wordt op bekende wijze aangevoerd uit een niet weergegeven pekelvat en het tijdens de regeneratie afgevoerde product wordt via een aansluiting op de riool of dergelijke afgevoerd. De regeneratie wordt hierbij automatisch aangestuurd door middel van een regelaar 3 die is voorzien van de nodige ventielen. Aangezien, enerzijds, de aansturing van de inrichting 1, alsmede de opbouw van zulke regelaars voldoende bekend is uit de stand van de techniek, onder meer uit de voornoemde internationale octrooiaanvrage WO 98/04349, en anderzijds, de uitvinding te maken heeft met de aandrukking van het behandelingsmedium 2, wordt op de voornoemde aansturing door middel van de regelaar 3 niet dieper ingegaan. <Desc/Clms Page number 6> Het behandelingsmedium 2 is aangebracht in een reservoir 4 en zit gevat tussen twee boven elkaar gesitueerde vloeistofdoorlatende houders 5 en 6. Centraal in het reservoir 4 is een leiding 7 aangebracht, die als een terugvoerleiding voor het water fungeert en die onderaan uitgeeft in het onderste gedeelte 8 van het reservoir 4, dat gevormd wordt door een ruimte die onder de vloeistofdoorlatende houder 5 aanwezig is. Bovenaan communiceert de leiding 7 met een doorgang 9 via dewelke tijdens het normale gebruik het te behandelen water wordt afgevoerd, respectievelijk tijdens de regeneratie de pekel wordt toegevoerd. Boven de houder 6 is een ruimte 10 aanwezig die via een of meer doorgangen 11 op de regelaar 3 is aangesloten. Het bijzondere van de uitvinding bestaat erin dat de inrichting middelen bevat waarmee het stromingspatroon in het onderste gedeelte van het reservoir 4 kan worden gewijzigd, zodanig dat de stroming ook bij verschillende en dus ook kleine debieten gedwongen wordt zieh langs de bodem 12 of in de directe nabijheid daarvan uit te strekken. In de weergegeven uitvoeringsvorm bestaan deze middelen uit een zieh doorheen de leiding 7 uitstrekkende buis 13 waarvan het onderste uiteinde een doorgang 14 definieert die zieh op een kleinere afstand A van de bodem 12 kan bevinden dan de doorgang 15 die zieh op de aangeduide afstand B van de bodem 12 bevindt, alsmede uit geleidingsmiddelen 16 voor de vloeistof die er voor zorgen dat minstens een gedeelte van de vloeistof in minstens de stromingszin waarbij de vloeistof naar beneden doorheen de <Desc/Clms Page number 7> leiding 7 passeert, gedwongen wordt langs de buis 13 en dus de doorgang 14 te stromen. De geleidingsmiddelen 16 bestaan zoals weergegeven bij voorkeur uit afsluitmiddelen, in de vorm van een klep 17, meer speciaal een terugslagklep, welke afsluitmiddelen er voor zorgen dat bij de voornoemde doorstromingszin alleen vloeistof via de buis 13, en niet via de daarrond gelegen ruimte 18 van de leiding 7, kan stromen, zodanig dat alle of nagenoeg alle vloeistof gedwongen wordt uit de onderste doorgang 14 te vloeien. De klep 17 wordt hierbij gevormd door een trechtervormig mondstuk dat bij voorkeur aan het bovenste uiteinde van de buis 13 is aangebracht. De buis 13 en de klep 17 zijn vast aan elkaar bevestigd en vormen tezamen bij voorkeur één element dat los in de leiding 7 is aangebracht, en dat in deze leiding 7 vrij op en neer kan bewegen. De verplaatsing van de buis 13 wordt naar onder toe zodanig beperkt dat de doorgang 14 altijd minstens op de voornoemde afstand A van de bodem 12 is gesitueerd. Deze beweging wordt beperkt door een aanslag 19 die in het weergegeven voorbeeld wordt gevormd door de klepzitting van de klep 17. De afstand A is bij voorkeur kleiner dan 1 cm. Rond de buis 13 zijn geleidingsstukken 20 aangebracht om deze buis 13 te centreren in de leiding 7. De werking van de inrichting 1 kan uit de bijgaande figuren 1 tot 3 worden afgeleid. <Desc/Clms Page number 8> Tijdens de regeneratie van het behandelingsmedium 2 zorgt de regelaar 3 er op bekende wijze voor dat langs de doorgang 9 pekel in het reservoir 4 wordt geleid. Deze pekel stroomt langs de leiding 7 tot in het onderste gedeelte 8 en verplaatst zieh vervolgens omhoog doorheen het behandelingsmedium 2, waardoor dit wordt geregenereerd. De vloeistof verlaat het reservoir 4 via de doorgang 11. Door de druk uitgeoefend door de toestromende pekel, alsmede door de zwaartekracht, is de klep 17 gesloten, waardoor de pekel uitsluitend doorheen de buis 13 kan vloeien. De doorgang 14 bevindt zieh hierbij op de voornoemde kleine afstand A van de bodem 12, zodanig dat de pekel gedwongen wordt langs de bodem 12 te stromen, zoals aangeduid met pijlen C in figuur 2. Wanneer aan het einde van de toevoer van de pekel een trage spoeling wordt uitgevoerd om de pekel doorheen het regeneratiemedium 2 omhoog te verdringen, wordt dankzij het feit dat de vloeistof gedwongen wordt langs de bodem 12 te stromen, uitgesloten dat pekelresten op het onderste gedeelte van de bodem 12 aanwezig blijven. Tijdens het normale gebruik van de inrichting 1, wordt het water in tegengestelde zin als de pekel doorheen het reservoir 4 geleid. Het water stroomt dan via de doorgang 11 in de ruimte 10 en vervolgens doorheen het behandelingsmedium 2 naar beneden om via de leiding 7 te worden afgevoerd naar een leidingsysteem of dergelijke waarop de verbruiker is aangesloten. Het water stroomt zowel in de doorgang 14 van de buis 13 als in de doorgang 15 van de rond de buis 13 gelegen ruimte 18. Door de relatief grote stroming die hierbij doorgaans van <Desc/Clms Page number 9> toepassing is, wordt verkregen dat de klep 17 wordt opgetild en zoals weergegeven in figuur 3 zowel vloeistof doorheen de buis 13 als rond de buis 13 gaat stromen. Opdat de klep 17 gemakkelijk zou kunnen worden opgetild is deze, evenals de buis 13, bij voorkeur uitgevoerd uit kunststof. Doordat de klep 17 zieh opent, wordt de buis 13 tevens opgelicht, waardoor de doorgang 14 op een grotere afstand van de bodem 12 komt te liggen, met als voordeel dat het water ook gemakkelijk in de doorgang 14 kan stromen. De normale doorstroming wordt dan ook niet of nauwelijks beïnvloed door de aanwezigheid van de buis 13 en de klep 17. Opgemerkt wordt dat de in de figuren 1 tot 3 weergegeven uitvoering ook het voordeel heeft dat zij gemakkelijk kan worden verwezenlijkt in bestaande waterverzachters, eenvoudig door de regelaar 3 te demonteren en een buis 13 van gepaste lengte, voorzien van een klep 17 of een gelijkaardig element, in de leiding 7 neer te laten. De onderste houder 5 hoeft niet noodzakelijk een schijfvormig membraan te zijn dat ter hoogte van het onderste uiteinde van de leiding 7 is gesitueerd. In figuur 4 wordt bijvoorbeeld een variante weergegeven waarbij de onderste houder 5 wordt gevormd door een aan het onderste uiteinde van de leiding 7 aangebracht korfvormig element 21 dat is voorzien van fijne doorstroomopeningen 22. Op gelijkaardige wijze als in de figuren 1 tot 3 kan in zulke inrichting 1 een buis 13 met een klep 17 worden gemonteerd. Alhoewel de in de figuren weergegeven uitvoeringsvormen de voorkeur genieten doordat zij zowel constructief eenvoudig kunnen worden verwezenlijkt, als doeltreffend zijn, is het duidelijk dat verschillende varianten mogelijk zijn. <Desc/Clms Page number 10> Zo bijvoorbeeld is de op-en neergaande verplaatsing van de doorgang 4 niet noodzakelijk gekoppeld aan de verplaatsing van de klep 17 en/of de verplaatsing van de buis 13. In de plaats van een op en neer verplaatsbare buis 13 kan ook gebruik worden gemaakt van een op en neer verplaatsbaar element, zoals een mondstuk, dat uitsluitend plaatselijk aan het onderste uiteinde van de leiding 7 aanwezig is. De geleidingsmiddelen die de vloeistof door de buis 13 dwingen, meer speciaal de klep 17, hoeven ook niet noodzakelijk bovenin het reservoir 4 te zijn gemonteerd. Zij kunnen bijvoorbeeld ook bestaan uit een of meer terugslagkleppen die nabij het onderste uiteinde van de leiding 7 zijn aangebracht, waarbij bij de toevoer van pekel uitsluitend vloeistof uit de leiding 7 uitstroomt via een dicht bij de bodem 12 gesitueerde uitgang, terwijl bij een stroming in de andere richting de voornoemde terugslagkleppen openen en het water langs meerdere doorgangen, ook op een grotere afstand van de bodem 12 in de leiding 7 kan stromen. De aanslag die de verplaatsing van de buis 13 naar onderen toe begrenst, hoeft ook niet noodzakelijk te bestaan uit een zitting voor de klep 17. Ook is deze aanslag niet echt noodzakelijk. Zo bijvoorbeeld kan de buis 13 ook zodanig worden uitgevoerd dat zij in de laagste stand op de bodem 12 rust, waarbij de doorgang 14 dan gevormd wordt door één of meer uitsparingen in de onderrand van de buis 13 of dergelijke. Iedere doorgang 14, respectievelijk 15, hoeft niet noodzakelijk uit een doorstroomopening te bestaan, doch kan <Desc/Clms Page number 11> elk uit meerdere doorstroomopeningen worden gevormd. Ook kunnen deze doorgangen 14 en 15 bestaan uit gemeenschappelijke openingen die zieh in de hoogte uitstrekken, waarbij bij kleine debieten bij het regenereren het bovenste gedeelte van deze doorgangen wordt afgesloten. Het is duidelijk dat de uitvinding ook kan worden toegepast in inrichtingen waarbij de regelaar 3 niet op het reservoir 4 zelf is gemonteerd. De huidige uitvinding is geenszins beperkt tot de als voorbeeld beschreven en in de figuren weergegeven uitvoeringsvormen, doch dergelijke inrichting voor het behandelen van water kan in verschillende vormen en afmetingen worden verwezenlijkt zonder buiten het kader van de uitvinding te treden. Zo bijvoorbeeld is het duidelijk dat de uitvinding zieh niet beperkt tot waterverzachters, doch ook in andere behandelingsinrichtingen kan worden toegepast, die al dan niet gebruik maken van een hars en al dan niet pekel als regeneratiemiddel benutten.
Claims (13)
1. - Inrichting voor het behandelen van water, van het type waarbij het water tijdens het behandelen met een behandelingsmedium (2), zoals een hars, in contact wordt gebracht en waarbij dit behandelingsmedium (2) regelmatig door middel van een regeneratiemedium wordt geregenereerd, waarbij deze inrichting (1) is voorzien van een reservoir (4) met een centrale leiding (7) waarrond het behandelingsmedium (2) is geimmobiliseerd, welke leiding (7) met haar onderste uiteinde op een afstand (A) van de bodem (12) van het reservoir (4) is gesitueerd, daardoor gekenmerkt dat de inrichting (1) middelen vertoont waarmee het stromingspatroon, meer speciaal de door de vloeistof te volgen weg,
EMI12.1
in het onderste gedeelte (8) van het reservoir (4) kan worden beïnvloed.
2.-Inrichting volgens conclusie 1, daardoor gekenmerkt dat de voornoemde middelen toelaten dat de stroming ook bij kleine debieten kan gedwongen worden zich langs de bodem (12) van het reservoir (4) te verplaatsen, waarbij deze middelen bij voorkeur minstens werkzaam zijn tijdens de toevoer van het regeneratiemedium, alsmede de daaropvolgende spoeling in dezelfde doorstromingszin.
3.-Inrichting volgens conclusie 1 of 2, daardoor gekenmerkt dat de voornoemde middelen minstens twee doorgangen (14-15) definiëren op verschillende afstanden (A-B) van de bodem (12) van het reservoir (4), alsmede geleidingsmiddelen omvatten die toelaten dat minstens een gedeelte van de vloeistof in minstens de stromingszin waarbij de vloeistof naar beneden doorheen de centrale
<Desc/Clms Page number 13>
leiding (7) passeert, gedwongen wordt langs de op dat ogenblik laagst gesitueerde doorgang (14) te vloeien.
4.-Inrichting volgens conclusie 3, daardoor gekenmerkt dat de geleidingsmiddelen bestaan uit afsluitmiddelen die er voor zorgen dat bij de voornoemde doorstromingszin uitsluitend vloeistof langs de laagste doorgang (14), of eventuele meerdere laag gesitueerde doorgangen, kan stromen.
5.-Inrichting volgens conclusie 4, daardoor gekenmerkt dat de afsluitmiddelen zijn uitgevoerd in de vorm van een klep (17), meer speciaal een terugslagklep, die in één stromingszin uitsluitend een doorstroming toelaat langs de laagste doorgang (14).
6.-Inrichting volgens conclusie 4 of 5, daardoor gekenmerkt dat de doorgang (15) die zieh in de laagste positie van de voornoemde twee doorgangen (14-15) op de grootste afstand (B) van de bodem (12) bevindt, wordt gevormd door het onderste uiteinde van de voornoemde leiding (7) en dat de andere doorgang (14) wordt gevormd door het onderste uiteinde van een in de voornoemde leiding (7) aanwezige buis (13), mondstuk of dergelijke.
7.-Inrichting volgens conclusie 6, daardoor gekenmerkt dat de buis (13) of dergelijke minstens bij haar onderste uiteinde beweegbaar is tussen een neergelaten positie en een opgetilde positie en dat de inrichting (1) is voorzien van middelen die de buis (13) of dergelijke met haar onderste uiteinde in de neergelaten positie brengen bij een neerwaartse stroming en in de hogere positie brengen bij een opwaartse stroming.
<Desc/Clms Page number 14>
8.-Inrichting volgens conclusie 7, daardoor gekenmerkt dat zij is voorzien van een aanslag waardoor de beweging van de buis (13) of dergelijke naar beneden toe begrensd wordt.
9.-Inrichting volgens conclusie 7 of 8, daardoor gekenmerkt dat de middelen die de buis (13) of dergelijke met haar onderste uiteinde in de neergelaten positie brengen bij een neerwaartse stroming en in de hogere positie brengen bij een opwaartse stroming, bestaan uit een aan de buis (13) aangebracht element, bij voorkeur in de vorm van een klep (17).
10.-Inrichting volgens conclusie 9, daardoor gekenmerkt dat het voornoemde element, meer speciaal de voornoemde klep (17) is uitgevoerd als een trechtervormig mondstuk dat aan de bovenzijde van de voornoemde buis (13) is aangebracht.
11.-Inrichting volgens één van de conclusies 8,9 en 10, daardoor gekenmerkt dat de voornoemde buis (13) zieh over de volledige hoogte doorheen de voornoemde leiding (7) uitstrekt ; en dat de bovenrand van de leiding (7) een aanslag vormt voor de beweging van de buis (13) naar beneden toe, waarbij de klep (17) op deze rand komt op te liggen.
12.-Inrichting volgens één van de conclusies 6 tot 11, daardoor gekenmerkt dat de voornoemde buis (13) en de eventueel hiermee verbonden klep (17), een element vormen dat langs de bovenzijde los in het reservoir (4), doorheen de voornoemde leiding (7), is aangebracht.
<Desc/Clms Page number 15>
13.-Inrichting volgens één van de conclusies 3 tot 12, daardoor gekenmerkt dat de afstand (A) tussen de onderste doorgang (14) en de bodem (12) kleiner is dan 1 cm.
Priority Applications (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE9800599A BE1012117A3 (nl) | 1998-08-11 | 1998-08-11 | Inrichting voor het behandelen van water. |
| PCT/BE1999/000101 WO2000009265A1 (en) | 1998-08-11 | 1999-08-05 | Device for water treatment |
Applications Claiming Priority (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE9800599A BE1012117A3 (nl) | 1998-08-11 | 1998-08-11 | Inrichting voor het behandelen van water. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| BE1012117A3 true BE1012117A3 (nl) | 2000-05-02 |
Family
ID=3891389
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| BE9800599A BE1012117A3 (nl) | 1998-08-11 | 1998-08-11 | Inrichting voor het behandelen van water. |
Country Status (2)
| Country | Link |
|---|---|
| BE (1) | BE1012117A3 (nl) |
| WO (1) | WO2000009265A1 (nl) |
Families Citing this family (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| WO2024137451A2 (en) * | 2022-12-21 | 2024-06-27 | Franklin Electric Co, Inc. | Water treatment distributor |
Citations (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US1626055A (en) * | 1926-08-09 | 1927-04-26 | Fort Wayne Engineering And Mfg | Water softener |
| US3317044A (en) * | 1964-12-02 | 1967-05-02 | Culligan Inc | Water conditioning apparatus |
| DE2016803A1 (de) * | 1969-04-25 | 1970-11-12 | Ingenieurbureau Roshard, Küsnacht (Schweiz) | Düse für zwei entgegengesetzte Durchflußrichtungen mit unterschiedlichen Durchflußquerschnitten, sowie deren Verwendung |
| US3704785A (en) * | 1971-09-15 | 1972-12-05 | Robert E Marsh | Water softener deflector-distributor structure |
| EP0443747A2 (en) * | 1990-02-23 | 1991-08-28 | Culligan International Company | Flow collector/distributor for water treatment tank |
| EP0629444A1 (fr) * | 1993-06-15 | 1994-12-21 | Bwt France | Dispositif de répartition et de distribution de liquide au sein d'une unité de traitement d'eau |
-
1998
- 1998-08-11 BE BE9800599A patent/BE1012117A3/nl not_active IP Right Cessation
-
1999
- 1999-08-05 WO PCT/BE1999/000101 patent/WO2000009265A1/en not_active Ceased
Patent Citations (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US1626055A (en) * | 1926-08-09 | 1927-04-26 | Fort Wayne Engineering And Mfg | Water softener |
| US3317044A (en) * | 1964-12-02 | 1967-05-02 | Culligan Inc | Water conditioning apparatus |
| DE2016803A1 (de) * | 1969-04-25 | 1970-11-12 | Ingenieurbureau Roshard, Küsnacht (Schweiz) | Düse für zwei entgegengesetzte Durchflußrichtungen mit unterschiedlichen Durchflußquerschnitten, sowie deren Verwendung |
| US3704785A (en) * | 1971-09-15 | 1972-12-05 | Robert E Marsh | Water softener deflector-distributor structure |
| EP0443747A2 (en) * | 1990-02-23 | 1991-08-28 | Culligan International Company | Flow collector/distributor for water treatment tank |
| EP0629444A1 (fr) * | 1993-06-15 | 1994-12-21 | Bwt France | Dispositif de répartition et de distribution de liquide au sein d'une unité de traitement d'eau |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| WO2000009265A1 (en) | 2000-02-24 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US4844796A (en) | Full water treatment apparatus for use in soft drink dispensing system | |
| US4181605A (en) | Water softening system | |
| BE1012117A3 (nl) | Inrichting voor het behandelen van water. | |
| US4104165A (en) | Water softening system | |
| JPH10506040A (ja) | 再生剤リサイクルを含むイオン交換法及びシステム | |
| US2268607A (en) | Water conditioning apparatus | |
| US3334789A (en) | Time controlled liquid dispenser for water conditioning systems with wick feed | |
| KR900008982B1 (ko) | 플립-탑 고형 세제 분배기를 가진 접시 세척 장치 | |
| US2355815A (en) | Fluid conditioning apparatus | |
| KR20230099222A (ko) | 정수기 | |
| US1964302A (en) | Water softening apparatus | |
| US6290845B1 (en) | Water softener tank | |
| US3441503A (en) | Liquid treating apparatus and method | |
| US1763727A (en) | Water-softening apparatus | |
| CA1119324A (en) | Water softening system | |
| JPH08281258A (ja) | 浄水方法及び浄水器 | |
| JPH0322304B2 (nl) | ||
| CA2609518C (en) | Method for regenerating ionic exchange resins used for softening water and device for softening water | |
| BE1010442A6 (nl) | Doseerinrichting, alsmede pekelinrichting en waterbehandelingsinrichting hiermee uitgerust. | |
| DE559692C (de) | Rotierende Flaschenfuellmaschine mit Einfuellhebern an einer Wanne fuer den Betrieb mit gleichbleibendem Fluessigkeitsspiegel | |
| NO752410L (nl) | ||
| US1678780A (en) | Bottle washing, rinsing, and sterilizing apparatus | |
| BE1012118A3 (nl) | Inrichting voor het behandelen van water. | |
| CA1096065A (en) | Water softening system | |
| CN109663411A (zh) | 一种含杂石蜡熔融过滤设备 |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| RE | Patent lapsed |
Owner name: PADEMA N.V. Effective date: 20010831 |