BE1012132A6 - Werkwijze en inrichting voor het koeldrogen. - Google Patents

Werkwijze en inrichting voor het koeldrogen. Download PDF

Info

Publication number
BE1012132A6
BE1012132A6 BE9800687A BE9800687A BE1012132A6 BE 1012132 A6 BE1012132 A6 BE 1012132A6 BE 9800687 A BE9800687 A BE 9800687A BE 9800687 A BE9800687 A BE 9800687A BE 1012132 A6 BE1012132 A6 BE 1012132A6
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
evaporator
temperature
measured
heat exchanger
motor
Prior art date
Application number
BE9800687A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Atlas Copco Airpower Nv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Family has litigation
First worldwide family litigation filed litigation Critical https://patents.darts-ip.com/?family=25663138&utm_source=google_patent&utm_medium=platform_link&utm_campaign=public_patent_search&patent=BE1012132(A6) "Global patent litigation dataset” by Darts-ip is licensed under a Creative Commons Attribution 4.0 International License.
Priority claimed from BE9800397A external-priority patent/BE1011932A3/nl
Application filed by Atlas Copco Airpower Nv filed Critical Atlas Copco Airpower Nv
Priority to BE9800687A priority Critical patent/BE1012132A6/nl
Priority to US09/700,701 priority patent/US6460359B1/en
Priority to PL99344468A priority patent/PL344468A1/xx
Priority to AU39219/99A priority patent/AU744515B2/en
Priority to DK99921993T priority patent/DK1089803T3/da
Priority to AT99921993T priority patent/ATE231409T1/de
Priority to DE69905042T priority patent/DE69905042T2/de
Priority to CZ20004374A priority patent/CZ20004374A3/cs
Priority to CA002333152A priority patent/CA2333152C/en
Priority to KR1020007013235A priority patent/KR20010043805A/ko
Priority to PCT/BE1999/000059 priority patent/WO1999061135A1/en
Priority to HU0204171A priority patent/HU222974B1/hu
Priority to NZ508321A priority patent/NZ508321A/en
Priority to ES99921993T priority patent/ES2192052T3/es
Priority to JP2000550583A priority patent/JP2002516168A/ja
Priority to CNB998078948A priority patent/CN1143724C/zh
Priority to EP99921993A priority patent/EP1089803B1/en
Priority to TW088107960A priority patent/TW458799B/zh
Publication of BE1012132A6 publication Critical patent/BE1012132A6/nl
Application granted granted Critical
Priority to NO20005957A priority patent/NO317887B1/no

Links

Classifications

    • B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B01—PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
    • B01D—SEPARATION
    • B01D53/00—Separation of gases or vapours; Recovering vapours of volatile solvents from gases; Chemical or biological purification of waste gases, e.g. engine exhaust gases, smoke, fumes, flue gases, aerosols
    • B01D53/26—Drying gases or vapours
    • B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B01—PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
    • B01D—SEPARATION
    • B01D5/00—Condensation of vapours; Recovering volatile solvents by condensation
    • B01D5/0033—Other features
    • B01D5/0039—Recuperation of heat, e.g. use of heat pump(s), compression
    • B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B01—PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
    • B01D—SEPARATION
    • B01D53/00—Separation of gases or vapours; Recovering vapours of volatile solvents from gases; Chemical or biological purification of waste gases, e.g. engine exhaust gases, smoke, fumes, flue gases, aerosols
    • B01D53/26—Drying gases or vapours
    • B01D53/265—Drying gases or vapours by refrigeration (condensation)
    • F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F25—REFRIGERATION OR COOLING; COMBINED HEATING AND REFRIGERATION SYSTEMS; HEAT PUMP SYSTEMS; MANUFACTURE OR STORAGE OF ICE; LIQUEFACTION SOLIDIFICATION OF GASES
    • F25B—REFRIGERATION MACHINES, PLANTS OR SYSTEMS; COMBINED HEATING AND REFRIGERATION SYSTEMS; HEAT PUMP SYSTEMS
    • F25B41/00—Fluid-circulation arrangements
    • F25B41/30—Expansion means; Dispositions thereof
    • F25B41/31—Expansion valves
    • F25B41/34—Expansion valves with the valve member being actuated by electric means, e.g. by piezoelectric actuators
    • F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F25—REFRIGERATION OR COOLING; COMBINED HEATING AND REFRIGERATION SYSTEMS; HEAT PUMP SYSTEMS; MANUFACTURE OR STORAGE OF ICE; LIQUEFACTION SOLIDIFICATION OF GASES
    • F25B—REFRIGERATION MACHINES, PLANTS OR SYSTEMS; COMBINED HEATING AND REFRIGERATION SYSTEMS; HEAT PUMP SYSTEMS
    • F25B2600/00—Control issues
    • F25B2600/02—Compressor control
    • F25B2600/021—Inverters therefor
    • F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F25—REFRIGERATION OR COOLING; COMBINED HEATING AND REFRIGERATION SYSTEMS; HEAT PUMP SYSTEMS; MANUFACTURE OR STORAGE OF ICE; LIQUEFACTION SOLIDIFICATION OF GASES
    • F25B—REFRIGERATION MACHINES, PLANTS OR SYSTEMS; COMBINED HEATING AND REFRIGERATION SYSTEMS; HEAT PUMP SYSTEMS
    • F25B2700/00—Sensing or detecting of parameters; Sensors therefor
    • F25B2700/21—Temperatures
    • F25B2700/2117—Temperatures of an evaporator
    • F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F25—REFRIGERATION OR COOLING; COMBINED HEATING AND REFRIGERATION SYSTEMS; HEAT PUMP SYSTEMS; MANUFACTURE OR STORAGE OF ICE; LIQUEFACTION SOLIDIFICATION OF GASES
    • F25B—REFRIGERATION MACHINES, PLANTS OR SYSTEMS; COMBINED HEATING AND REFRIGERATION SYSTEMS; HEAT PUMP SYSTEMS
    • F25B47/00—Arrangements for preventing or removing deposits or corrosion, not provided for in another subclass
    • F25B47/006—Arrangements for preventing or removing deposits or corrosion, not provided for in another subclass for preventing frost
    • F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F25—REFRIGERATION OR COOLING; COMBINED HEATING AND REFRIGERATION SYSTEMS; HEAT PUMP SYSTEMS; MANUFACTURE OR STORAGE OF ICE; LIQUEFACTION SOLIDIFICATION OF GASES
    • F25B—REFRIGERATION MACHINES, PLANTS OR SYSTEMS; COMBINED HEATING AND REFRIGERATION SYSTEMS; HEAT PUMP SYSTEMS
    • F25B49/00—Arrangement or mounting of control or safety devices
    • F25B49/02—Arrangement or mounting of control or safety devices for compression type machines, plants or systems
    • F25B49/025—Motor control arrangements
    • Y—GENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y02—TECHNOLOGIES OR APPLICATIONS FOR MITIGATION OR ADAPTATION AGAINST CLIMATE CHANGE
    • Y02B—CLIMATE CHANGE MITIGATION TECHNOLOGIES RELATED TO BUILDINGS, e.g. HOUSING, HOUSE APPLIANCES OR RELATED END-USER APPLICATIONS
    • Y02B30/00—Energy efficient heating, ventilation or air conditioning [HVAC]
    • Y02B30/70—Efficient control or regulation technologies, e.g. for control of refrigerant flow, motor or heating

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Chemical Kinetics & Catalysis (AREA)
  • Thermal Sciences (AREA)
  • Physics & Mathematics (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Oil, Petroleum & Natural Gas (AREA)
  • General Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Analytical Chemistry (AREA)
  • General Engineering & Computer Science (AREA)
  • Drying Of Solid Materials (AREA)
  • Drying Of Gases (AREA)
  • Processing And Handling Of Plastics And Other Materials For Molding In General (AREA)
  • Processing Of Solid Wastes (AREA)
  • Motor Or Generator Cooling System (AREA)
  • Vaporization, Distillation, Condensation, Sublimation, And Cold Traps (AREA)

Abstract

Werkwijze voor het koeldrogen van gas dat waterdamp bevat, waarbij dit gas door het secundaire gedeelte geleid wordt van een warmtewisselaar (1) waarvan het primaire gedeelte de verdamper (2) is van een koelcircuit (3) dat tevens een compressor (5) bevat die aangedreven wordt door een elektrische motor (4), een condensor (6), een expansiemiddel (7) tussen de uitgang van de condensor (6) en de ingang van de verdamper (2), en waarbij voornoemd koelcircuit (3) zo in functie van de belasting bestuurd wordt dat de koelcapaciteit aangepast wordt zonder dat ijsvorming in de verdamper (2) ontstaat, daardoor gekenmerkt dat het besturen van het koelcircuit geschiedt door het toerental van de motor (4) te regelen.

Description


   <Desc/Clms Page number 1> 
 



  Werkwijze en inrichting voor het koeldrogen. 



  Deze uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het koeldrogen van gas dat waterdamp bevat, waarbij dit gas door het secundaire gedeelte geleid wordt van een warmtewisselaar waarvan het primaire gedeelte de verdamper is van een koelcircuit dat tevens een compressor bevat die aangedreven wordt door een elektrische motor, een condensor, een expansiemiddel tussen de uitgang van de condensor en de ingang van de verdamper, en waarbij voornoemd koelcircuit zo in functie van de belasting bestuurd wordt dat de koelcapaciteit aangepast wordt zonder dat ijsvorming in de verdamper ontstaat. 



  Dergelijke werkwijzen worden onder meer gebruikt om perslucht te drogen. 



  Perslucht die door een compressor wordt afgeleverd, is in de meeste gevallen verzadigd met waterdamp of bezit met andere woorden een relatieve vochtigheid van 100%. Dit betekent dat bij de geringste temperatuursdaling condensatie optreedt. Door het condenswater zal corrosie in leidingen en gereedschappen ontstaan en zullen de apparaten vroegtijdige slijtage vertonen. 



  Vandaar dat de perslucht gedroogd wordt, hetgeen op voornoemde manier door koeldrogen kan geschieden. Ook andere lucht dan perslucht of andere gassen kunnen op deze manier worden gedroogd. 

 <Desc/Clms Page number 2> 

 Het koeldrogen is gebaseerd op het principe dat door verlaging van de temperatuur vocht uit de lucht of het gas condenseert waarna het condenswater in de vloeistofafscheider afgescheiden wordt en waarna de lucht of het gas opnieuw opgewarmd wordt waardoor deze lucht of dit gas niet langer verzadigd is. De warmte wordt in de verdamper afgevoerd door het koelcircuit. 



  Hetzelfde geldt voor ander gas dan lucht en telkens hierna naar lucht wordt verwezen, geldt hetzelfde ook voor ander gas dan lucht. 



  In de praktijk bestaat er een ISO norm die vastlegt welk het dauwpunt en de corresponderende laagste luchttemperatuur kan zijn bij referentie voorwaarden. 



  Om te vermijden dat de laagste luchttempertuur kleiner wordt dan   0 C   en dus de verdamper dichtvriest is een noodzakelijke voorwaarde dat de verdampertemperatuur hoger is dan 0 C. 



  Hiertoe wordt bij bekende werkwijzen aan de ingang van de verdamper de temperatuur gemeten of, aangezien er voor een bepaalde koelvloeistof in het koelcircuit een vast verband is tussen de verdampertemperatuur en de verdamperdruk, wordt voor of na de verdamper de druk gemeten. 



  Het koelcircuit wordt dan zo bestuurd dat de verdampertemperatuur of verdamperdruk de gewenste waarde bezit en bijvoorbeeld de verdamperdruk overeenkomt met een 

 <Desc/Clms Page number 3> 

 temperatuur die enkele graden onder de vereiste laagste luchttemperatuur of LAT gelegen is maar toch niet onder   0 C   gelegen is. 



  Bij deze bekende werkwijzen voor het koeldrogen, wordt de met een constante frequentie aangedreven motor van de compressor van het koelcircuit in- en uitgeschakeld in functie van de verdampertemperatuur. Indien deze verdamperdruk te laag daalt, wordt deze motor gestopt. 



  Komt de verdamperdruk vervolgens te hoog omdat het expansieventiel nog open is, dan wordt de motor opnieuw gestart. 



  Een dergelijke regeling laat toe dat als de belasting lager wordt dan de koelcapaciteit, de compressor afgeschakeld wordt, waardoor het energieverbruik daalt. Het overschot aan koelcapaciteit wordt opgeslagen in een thermische massa. Deze regeling is evenwel zeer nadelig aangezien bij kleine belasting de compressor continu aanen uitgeschakeld wordt, terwijl ook de verdamperdruk en de dauwpunten sterk schommelen. Daarenboven moet de koeldroger vrij groot geconstrueerd worden. 



  Een andere bekende werkwijze bestaat erin de laagste luchttemperatuur (LAT) aan de uitgang van het secundaire gedeelte van de warmtewisselaar te meten en, wanneer de temperatuur dreigt onder   0 C   te dalen, de motor van de compressor van het koelcircuit uit te schakelen. Deze werkwijze, waarbij dus de motor ook in- en uitgeschakeld 

 <Desc/Clms Page number 4> 

 wordt, biedt dezelfde nadelen als de vorige. 



  Een andere mogelijkheid om de verdamperdruk te regelen, zou erin bestaan de verdamper groot genoeg te kiezen en door middel van een bypass hete gassen aan de uitgang van de compressor terug te voeren naar de ingang van de compressor. 



  Deze manier van regelen, biedt het nadeel dat, aangezien de compressormotor continu in werking is, ook bij geen of lage belasting het energieverbruik gelijk is aan het energieverbruik bij nominale belasting daar de hoge en lage druk in het koelcircuit continu constant gehouden worden. 



  De uitvinding heeft een werkwijze voor het koeldrogen als doel die voornoemde en andere nadelen niet vertoont en waarmee op een eenvoudige manier, zonder drukschommelingen in het koelcircuit en zonder grote slijtage van de compressor en zijn motor, een energiebesparing kan worden verkregen. 



  Dit doel wordt volgens de uitvinding verwezenlijkt doordat het besturen van het koelcircuit geschiedt door het toerental van de motor te regelen. 



  In plaats van de motor in of uit te schakelen, wordt zijn snelheid aangepast. Door het verhogen van het toerental van de motor kan er meer massadebiet koelvloeistof rondgepompt worden en kan dus meer koelvermogen geleverd 

 <Desc/Clms Page number 5> 

 worden. 



  De verdampertemperatuur kan worden gemeten en voornoemd koelcircuit kan bestuurd worden in functie van de gemeten verdampertemperatuur. 



  In een andere uitvoeringsvorm kan de verdampertemperdruk worden gemeten en voornoemd koelcircuit bestuurd worden in functie van de gemeten verdamperdruk. 



  In een nog andere uitvoeringsvorm kan de laagste gastemperatuur (LAT) gemeten worden en voornoemd koelcircuit bestuurd wordt in functie van deze laagste gastemperatuur (LAT). 



  In een nog andere uitvoeringsvorm kan de dauwtemperatuur van het gas gemeten worden en voornoemd koelcircuit bestuurd worden in functie van dit dauwpunt. 



  Bij voorkeur wordt het toerental van de motor geregeld door de frequentie van de voedingsstroom te wijzigen. 



  In een bijzondere uitvoeringsvorm van de uitvinding wordt de omgevingstemperatuur gemeten en wordt het toerental van de motor geregeld rekening houdend met de gemeten omgevingstemperatuur. 



  Bij hoge omgevingstemperaturen, waarbij de lucht of het gas ook relatief warm is en meer vocht kan bevatten dan wanneer hij of het koud is, is het koelen ervan tot   30C   in 

 <Desc/Clms Page number 6> 

 de warmtewisselaar niet nodig om droge lucht te verkrijgen. Voornoemde koeldrogers vertonen dus een te hoog energieverbruik en vergen relatief grote en dure componenten om het koelvermogen te leveren. Door rekening te houden met deze omgevingstemperatuur kan het vereiste koelvermogen lager gehouden worden zodanig dat de koeldroger minder groot kan vervaardigd worden. 



  Bij voorkeur wordt het toerental van de motor van de compressor zodanig geregeld dat de laagste lucht-of gastemperatuur aan de uitgang van de verdamper   200C   lager gelegen is dan de gemeten omgevingstemperatuur zonder evenwel onder   30C   te dalen. 



  Aangenomen wordt dat wanneer de uitgaande lucht of het uitgaande gas een relatieve vochtigheid van 50% bezit er geen gevaar meer is voor corrosie in leidingen en apparaten en door de voornoemde besturingsinrichting wordt gewaarborgd dat deze relatieve vochtigheid niet hoger is dan 50%. 



  De uitvinding heeft ook betrekking op een inrichting voor het koeldrogen of een koeldroger die bijzonder geschikt is voor het toepassen van de hiervoor beschreven werkwijze. 



  De uitvinding heeft in het bijzonder betrekking op een inrichting voor het koeldrogen, die een warmtewisselaar bezit waarvan het primaire gedeelte de verdamper is van een koelcircuit dat tevens een compressor bevat die aangedreven wordt door een elektrische motor, een 

 <Desc/Clms Page number 7> 

 condensor, een expansiemiddel tussen de uitgang van de condensor en de ingang van de verdamper, een besturingsinrichting om voornoemde motor te besturen en daaraan gekoppelde meetmiddelen, terwijl het secundaire gedeelte van de warmtewisselaar deel uitmaakt van een leiding voor het gas en aan de uitgang van deze warmtewisselaar in deze leiding een vloeistofafscheider opgesteld is, waarbij de inrichting middelen bevat om het toerental van de motor te regelen terwijl de besturingsinrichting deze middelen bestuurt in functie van de door de meetmiddelen gemeten waarde. 



  De meetmiddelen kunnen op het koelcircuit aangebracht zijn en middelen zijn om de verdampertemperatuur of verdamperdruk te meten. 



  Deze meetmiddelen kunnen evenwel ook op de leiding voor het gas aangebracht zijn, in of stroomafwaarts van het secundaire gedeelte van de warmtewisselaar, en middelen zijn om de laagste gastemperatuur (LAT) te meten of middelen zijn om het dauwpunt te meten. 



  Bij voorkeur bestaan de middelen om het toerental van de motor te regelen uit een frequentieomvormer. 



  In een bijzondere uitvoeringsvorm van de uitvinding bevat de koeldroger middelen om de omgevingstemperatuur te meten die eveneens aan de besturingsinrichting gekoppeld zijn en is deze besturingsinrichting zodanig dat ze de snelheid van de motor regelt zowel in functie van de door de 

 <Desc/Clms Page number 8> 

 meetmiddelen gemeten waarde als in functie van de door de middelen om de omgevingstemperatuur te meten gemeten temperatuur. 



  Met het inzicht de kenmerken van de uitvinding beter aan te tonen is hierna, als voorbeeld zonder enig beperkend karakter enkele voorkeurdragende uitvoeringsvormen van een koeldroger volgens de uitvinding beschreven met verwijzing naar de bijgaande tekeningen waarin : figuur 1 een blokschema weergeeft van een inrichting voor het koeldrogen volgens de uitvinding ; figuur 2 een blokschema weergeeft analoog aan dit van figuur   l,   maar met betrekking tot een andere uitvoeringsvorm van de uitvinding. 



  De inrichting voor het koeldrogen schematisch weergegeven in figuur 1 bevat in hoofdzaak een warmtewisselaar 1 waarvan het primaire gedeelte de verdamper 2 vormt van een koelcircuit 3 waarin achtereenvolgens ook een door een elektrische motor 4 aangedreven compressor 5, een condensor 6 en een expansieventiel 7 opgesteld zijn. 



  Dit koelcircuit is gevuld met koelflu dum, bijvoorbeeld freon 404a, waarvan de stromingszin door de pijl 8 is weergegeven. 



  Het secundaire gedeelte 1A van de warmtewisselaar 1 maakt deel uit van de leiding 9 voor te drogen vochtige lucht waarvan de stromingszin door de pijl 10 aangeduid is. 

 <Desc/Clms Page number 9> 

 



  Na de warmtewisselaar 1 en dus aan zijn uitgang is in de leiding 9 een vloeistofafscheider 11 opgesteld. 



  Eventueel kan deze leiding 9, voor ze de warmtewisselaar 1 bereikt, zich met een gedeelte doorheen een voorkoeler of recuperatiewarmtewisselaar 12 uitstrekken en vervolgens, na de vloeistofafscheider 11, zich opnieuw doorheen de recuperatiewarmtewisselaar 12 uitstrekken, in tegenstroom met voornoemd gedeelte. 



  De warmtewisselaar 1 is een vloeistof-lucht warmtewisselaar en kan constructief   een   geheel vormen met de eventuele recuperatiewarmtewisselaar 12 die een luchtlucht warmtewisselaar is. 



  Het expansieventiel 7 is een thermostatisch ventiel waarvan het thermostatisch element door een koperen geleiding 13 gekoppeld is aan een kolfje   of "bulb" 14   die aan de uitgang van de verdamper 2 op het koelcircuit 3 aangebracht is en gevuld is met hetzelfde koelmedium. 



  In een niet in de figuur weergegeven variante is dit expansieventiel evenwel een elektronisch ventiel dat gekoppeld is aan een temperatuurmeter die op het uiteinde van de verdamper 2 of erna opgesteld is. 



  Bij kleine koeldrogers kan het expansieventiel 7 vervangen zijn door een capillair. 



  De compressor 5 is een volumetrische compressor die bij 

 <Desc/Clms Page number 10> 

 een zelfde toerental praktisch een zelfde volumedebiet levert, bijvoorbeeld een spiraalcompressor, terwijl de motor 4 een elektrische motor is waarvan het toerental door verandering van frequentie regelbaar is. 



  Deze motor 4 is dan ook gekoppeld aan een frequentieomvormer 15 die bestuurd wordt door een door een ingebouwde PID-regelaar 16 gevormde besturingsinrichting. 



  De frequentieomvormer 15 kan bijvoorbeeld de frequentie regelen tussen 0 en 400 Hz en vormt middelen om het toerental van de motor 4 te regelen. 



  De PID-regelaar 16 is in een eerste uitvoeringsvorm via een leiding 17 verbonden met meetmiddelen 18 om de verdamperdruk te meten, bijvoorbeeld een druktransmittor met een drukbereik   van-l   tot 12 bar die de druk omzet in een elektrisch signaal, in het bijzonder een stroom, die aan de ingang of de uitgang van de verdamper 2 is opgesteld, zoals in streeplijn in de figuur is weergegeven. 



  In een tweede uitvoeringsvorm is de PID-regelaar 16 via een leiding 19 verbonden met meetmiddelen 20 om de verdampertemperatuur te meten, bijvoorbeeld een thermokoppel in het koelcircuit 3, aan de ingang van de verdamper 2 en dus tussen deze verdamper 2 en het expansieventiel 7. 



  Er is immers voor een gegeven koelfluidum een vast verband 

 <Desc/Clms Page number 11> 

 tussen de verdampertemperatuur en de verdamperdruk. Hoe hoger de temperatuur, hoe hoger de druk. Dit verband is strikt genomen niet lineair, maar in het werkingsgebied, dit is tusen   OOC   en   25 C,   is de afwijking van een lineaire in de praktijk te verwaarlozen. 



  In beide uitvoeringsvormen is de PID-regelaar 16 via een leiding 21 verbonden met middelen 22 om de omgevingstemperatuur te meten en die deze temperatuur omzetten in een elektrisch signaal, in het bijzonder een stroom. 



  De werking van de koeldroger is als volgt : De te drogen lucht wordt doorheen de leiding 9 en dus doorheen de warmtewisselaar 1 gevoerd, in tegenstroom met het koelfluidum in de verdamper 2 van het koelcircuit 3. 



  In deze warmtewisselaar 1 wordt de vochtige lucht afgekoeld waardoor condens gevormd wordt dat in de vloeistofafscheider 11 afgescheiden wordt. 



  De koude lucht die na deze vloeistofafscheider 11 minder vocht bevat maar toch een relatieve vochtigheid van 100% bezit, wordt in de recuperatiewarmtewisselaar 12 opgewarmd, waardoor de relatieve vochtigheid daalt tot ongeveer 50%, terwijl de verse te drogen lucht in deze warmtewisselaar 12 reeds gedeeltelijk afgekoeld wordt alvorens aan de warmtewisselaar 1 toegevoegd te worden. 

 <Desc/Clms Page number 12> 

 De lucht aan de uitgang van de recuperatiewisselaar 12 is dus droger dan aan de ingang van de warmtewisselaar 1. 



  Om het bevriezen van de verdamper 2 te vermijden, wordt de lucht in de warmtewisselaar 1 niet onder de 3OC, dit is de LAT bij lage omgevingstemperaturen, gekoeld. 



  Bij hogere omgevingstemperatuur mag de LAT hoger liggen en wordt gekoeld tot een LAT die   200C   lager is dan de omgevingstemperatuur, en dus in elk geval niet lager dan   3 C.   



  Ligt de LAT te hoog dan wordt niet voldoende gekoeld en dus niet voldoende vocht gecondenseerd opdat de lucht voldoende gedroogd zou zijn. 



  Deze LAT ligt 2 tot   30C   boven de werkelijke verdampertempertuur die door de meetmiddelen 20 wordt gemeten. 



  Aan voornoemde voorwaarden van LAT wordt voldaan door met behulp van de PID-regelaar 16 en de erdoor bestuurde frequentieomvormer 15 het toerental van de motor 4 te regelen in functie van de door de meetmiddelen 20 gemeten verdampertemperatuur, in de ene uitvoeringsvorm, of de door de meetmiddelen 18 gemeten verdamperdruk, in de andere uitvoeringsvorm. 



  Het koelvermogen is gelijk aan het massadebiet koelfluidum dat in het koelcircuit 3 circuleert,   vermenigvuldigd met   

 <Desc/Clms Page number 13> 

 het enthalpieverschil van de lucht voor en na de warmtewisselaar 1. Door verhoging van het toerental van de motor 4 kan de compressor 5 meer massadebiet rondpompen en kan dus bij hetzelfde enthalpieverschil meer vermogen geleverd worden. Het massadebiet is het volumedebiet van de compressor 5 vermenigvuldigd met de dichtheid van het koelfluidum in de aanzuigtoestand die zelf afhankelijk is van de verdampertemperatuur en de oververhitting. 



  De PID-regelaar 16 stelt de gemeten temperatuur of druk bij door het toerental aan te passen zodat deze temperatuur enkele graden lager ligt dan voornoemde LAT, maar toch hoger dan OOC, respectievelijk de verdamperdruk bereikt wordt die overeenkomt met een temperatuur die enkele graden onder de LAT gelegen is en bijvoorbeeld gelijk is aan   lac,   waarbij voor freon R404a de verdamperdruk dan ongeveer 5, 2 bar effectief bedraagt. 



  Op deze manier wordt het koelvermogen aangepast aan de belasting. 



  Doordat door de middelen 22 ook de omgevingstemperatuur gemeten wordt, kan de eraan gekoppelde PID-regelaar 16 met deze temperatuur rekening houden. 



  Met behulp van de PID-regelaar 16 en de erdoor bestuurde frequentieomvormer 15 wordt het toerental van de motor 4 dan zo geregeld dat, zolang de omgevingstemperatuur laag is, en meer bepaald lager dan 23 C, aan voornoemde voorwaarde wordt voldaan en dus de LAT aan de uitgang van 

 <Desc/Clms Page number 14> 

 de het secundaire gedeelte 1A van de warmtewisselaar 1 
 EMI14.1 
 ongeveer 3 C bedraagt, maar bij hogere omgevingstemperatuur deze LAT 20 C lager is dan de door de middelen 21 gemeten omgevingstemperatuur. 



  De verdamperdruk heeft een setpunt dat enkele graden lager ligt dan de gewenste LAT. De temperatuur verkregen door van de omgevingstemperatuur ongeveer 22 C af te trekken, kan als setpunt van de PID-regelaar 16 ingesteld worden. 



  Eventueel kan een minimum en een maximum setpunt in de PID-regelaar 16 vastgelegd worden, waarbij het minimum   1 C   is. Bij het instellen van de PID-regelaar 16 kan dit setpunt bijvoorbeeld via een bedieningspaneel of via een analoge ingang aangepast worden. 



  De frequentie wordt bijvoorbeeld geregeld tussen 30 en 75 Hz. 



  De maximum belasting van de koeldrooginrichting is relatief klein, aangezien bij hogere omgevingstemperaturen de LAT hoger mag zijn dan 3 C, waardoor het koelvermogen daalt en dus de componenten goedkoper kunnen zijn en koelfluidum bespaard wordt. 



  In de condensor 6 wordt het in de compressor 5 door de compressie opgewarmde gasvormige koelfluidum afgekoeld tot in vloeibare vorm en om de warmte af te voeren naar de omgeving kan gebruik gemaakt worden van een ventilator of van koelwater. 

 <Desc/Clms Page number 15> 

 



  Bij te hoge druk in de condensor 6 wordt de motor 4 automatisch uitgeschakeld. 



  Na de condensor 6 kan het   7loeibare koelfluidum   eventueel in een vat opgevangen worden en/of verder gekoeld worden door een bijkomende warmtewisselaar. 



  Door het expansieventiel 7 wordt het vloeibare koelfluidum ge xpandeerd tot een constante verdamperdruk, hetgeen uiteraard een temperatuursdaling met zich meebrengt Het expansieventiel 7 regelt enkel de oververhitting in de verdamper 2 en zorgt ervoor dat de verdamper 2 steeds optimaal benut is, maar kan niet gebruikt worden om de verdamperdruk of-temperatuur te besturen. 



  Door toepassing van een thermostatisch expansieventiel 7 is er altijd een oververhitting na de verdamper 2, waardoor er geen gevaar is voor koelvloeistof in de compressor 5 en een vloeistofafscheider in het koelcircuit 3 overbodig is en de hoeveelheid koelfluidum beperkt is. 



  Deze oververhitting wordt gemeten door de temperatuur gemeten door de bulb 14 af te trekken van de verdampertemperatuur gemeten, hetzij voor de verdamper 2 (interne egalisatie), hetzij na de verdamper (externe egalisatie). Dit verschil wordt door het expansieventiel 7 vergeleken met een ingestelde waarde en, bij afwijking, zal het expansieventiel 7 dit corrigeren door te openen of te sluiten. 

 <Desc/Clms Page number 16> 

 



  De mate van oververhitting heeft een invloed op de LAT, maar er mag aangenomen worden dat door het expansieventiel 7 deze oververhitting nagenoeg constant gehouden wordt. 



  Indien nodig kan door bijvoorbeeld een soort meester-slaaf regelkring met deze invloed van de oververhitting rekening gehouden worden. De slaaf-regelkring is de hiervoor beschreven regeling met de PID-regelaar 16, terwijl de meester-regelkring het setpunt van de verdamperdruk oftemperatuur zou kunnen bijregelen in functie van de werkelijke LAT en dus bijvoorbeeld het setpunt zou kunnen verlagen indien de LAT te hoog blijft omdat de oververhitting na de verdamper 2 te hoog is. 



  Alhoewel de verdamperdruk of-temperatuur door verandering van het toerental geregeld wordt, kan, voor het geval de belasting nul is, toch de mogelijkheid voorzien worden om de motor 4 volledig uit te schakelen, bijvoorbeeld door een thermostaatvoeler in de warmtewisselaar 1 te plaatsen die, als de temperatuur in de verdamper 2 toch nul graden wordt, de motor 4 uitschakelt en hem opnieuw start wanneer de temperatuur tot   30C   gestegen is. 



  De uitvoeringsvorm van de inrichting weergegeven in figuur 2 verschilt in hoofdzaak van de hiervoor beschreven uitvoeringsvormen doordat de op het koelcircuit 3 aangebrachte meetmiddelen 18 om de verdamperdruk te meten en/of meetmiddelen 20 om de verdampertemperatuur te meten, vervangen zijn door meetmiddelen 23 om de laagste luchttemperatuur (LAT) te meten. 

 <Desc/Clms Page number 17> 

 



  Deze meetmiddelen 23 zijn op de leiding 9 aangebracht, ofwel, in het secundaire gedeelte 1A van de warmtewisselaar   1,   bijboorbeeld op het oppervlak van de verdamper 2 aangebracht, ofwel, zoals weergegeven in figuur 2, stroomafwaarts van de warmtewisselaar 1, bijvoorbeeld tussen deze warmtewisselaar 1 en de vloeistofafscheider 11. 



  De PID-regelaar 16 is dan door middel van een leiding 21 verbonden met deze meetmiddelen 23 en met de middelen 22 om de omgevingstemperatuur te meten. 



  In deze uitvoeringsvorm regelt de PID-regelaar 16 de frequentieomvormer 15 en dus het toerental van de motor 4 in functie van de gemeten laagste luchttemperatuur LAT. 



  Indien de gemeten laagste luchttemperatuur LAT stijgt of daalt, beveelt de PID-regelaar 16 het toenemen van de respectievelijk afnemen snelheid van de motor 4 zodanig dat deze gemeten LAT temperatuur zolang de door de temperatuurmeter 22 gemeten omgevingstemperatuur laag is, meer bepaald lager is dan 23OC, dez LAT niet onder ongeveer   30C   komt om de garanderen dat de verdamper 2 niet vervriest. 



  De koeling wordt dus door deze regeling aan de belasting aangepast maar is maximaal, dit wil zeggen er wordt steeds gekoeld tot praktisch tegen het punt waarbij de verdamper 2 vervriest, zonder evenwel echt te vervriezen. Hierdoor is niet alleen het energieverbruik van de motor 4 

 <Desc/Clms Page number 18> 

 minimaal, maar kan de warmtewisselaar 1 vrij kompact vervaardigd worden, hetgeen ook een besparing op de kostprijs van de inrichting betekent. 



  De oververhitting in de verdamper 2 wordt ook in deze uitvoeringsvorm geregeld door het expansieventiel 7 waardoor het koelfluidum wordt   ge xpandeerd.   



  Alhoewel de laagste luchttemperauur geregeld wordt door verandering van het toerental van de motor 4, kan ook in deze uitvoeringsvorm de mogelijkheid voorzien worden om de motor 4 volledig uit te schakelen bij nullast. 



  In een niet in de figuren weergegeven variante van de vorige uitvoeringsvorm, worden de meetmiddelen 23 om de laagste luchttemperatuur te meten vervangen door meetmiddelen om het dauwpunt van deze lucht te meten. 



  Dergelijke meetmiddelen of dauwpuntmeters zijn in de handel en worden hier dan ook niet nader beschreven. 



  In plaats van de LAT, wordt dus op dezelfde plaats het dauwpunt van de lucht gemeten. De werking is analoog aan de hiervoor beschreven werking waarbij dus de sneheid van de motor 4 geregeld wordt op zuldanige wijze dat het koelen in de warmtewisselaar 1 optimaal is maar het vervriezen van de verdamper 2 wordt vermeden. 



  De uitvinding is geenszins beperkt tot de hiervoor beschreven en in de hieraan toegevoegde tekening weergegeven uitvoeringsvormen, doch dergelijke werkwijze 

 <Desc/Clms Page number 19> 

 en inrichting voor het koeldrogen, kan in verschillende varianten worden verwezenlijkt zonder buiten het kader van de uitvinding te treden. 



  In het bijzonder kan de besturingsinrichting in plaats van een PID-regelaar 16 een andere regelaar bevatten, bijvoorbeeld een PI of P regelaar. Alhoewel het de voorkeur verdient ook met de omgevingstemperatuur rekening te houden onder meer om het vermogen van de inrichting te beperken, kan in een eenvoudiger uitvoering de regeling van het toerental van de motor 4 enkel in functie van de verdampertemperatuur, de verdamperdruk, de laagste gastemperatuur of het dauwpunt van het gas gebeuren. 



  In plaats van vochtige lucht kan op dezelfde manier en met dezelfde inrichting ander gas dat waterdamp bevat dan lucht gedroogd worden. De LAT is dan de laagste gastemperatuur.

Claims (1)

  1. Conclusies.
    1.- Werkwijze voor het koeldrogen van gas dat waterdamp bevat, waarbij dit gas door het secundaire gedeelte (lA) geleid wordt van een warmtewisselaar (1) waarvan het primaire gedeelte de verdamper (2) is van een koelcircuit (3) dat tevens een compressor (5) bevat die aangedreven wordt door een elektrische motor (4), een condensor (6), een expansiemiddel (7) tussen de uitgang van de condensor (6) en de ingang van de verdamper (2), en waarbij voornoemd koelcircuit (3) zo in functie van de belasting bestuurd wordt dat de koelcapaciteit aangepast wordt zonder dat ijsvorming in de verdamper (2) ontstaat, daardoor gekenmerkt dat het besturen van het koelcircuit (3) geschiedt door het toerental van de motor (4) te regelen.
    2.-Werkwijze volgens conclusie 1, daardoor gekenmerkt dat de verdampertemperatuur wordt gemeten en voornoemd koelcircuit (3) bestuurd wordt in functie van de gemeten verdampertemperatuur.
    3.-Werkwijze volgens conclusie 2, daardoor gekenmerkt dat het toerental van de motor (4) zo geregeld wordt dat de verdampertemperatuur 2 tot 30C onder de laagste gastemperatuur (LAT) gelegen is 4.-Werkwijze volgens conclusie 1, daardoor gekenmerkt dat de verdampertemperdruk wordt gemeten en voornoemd <Desc/Clms Page number 21> koelcircuit (3) bestuurd wordt in functie van de gemeten verdamperdruk.
    5. Werkwijze volgens conclusie 4, daardoor gekenmerkt dat de verdamperdruk op een waarde gehouden wordt die overeenkomt met een temperatuur die 2 tot 3 C onder deze laagste gastemperatuur (LAT) gelegen is, waarbij deze laagste gastemperatuur (LAT) op minimaal 3 C gehouden wordt.
    6.-Werkwijze volgens conclusie 1, daardoor gekenmerkt dat de laagste gastemperatuur (LAT) gemeten wordt en voornoemd koelcircuit (3) bestuurd wordt in functie van deze laagste gastemperatuur (LAT).
    7.-Werkwijze volgens conclusie 6, daardoor gekenmerkt dat de laagste gastemperatuur (LAT) aan de uitgang van het secundaire gedeelte (1A) van de warmtewisselaar (1).
    8.-Werkwijze volgens conclusie 1, daardoor gekenmerkt dat het dauwpunt van het gas gemeten wordt en voornoemd koelcircuit (3) bestuurd wordt in functie van dit dauwpunt.
    9.- Werkwijze volgens een van de vorige conclusies, daardoor gekenmerkt dat het toerental van de motor (4) geregeld wordt door de frequentie van de voedingsstroom te wijzigen.
    10.-Werkwijze volgens een van de vorige conclusies, <Desc/Clms Page number 22> daardoor gekenmerkt dat de omgevingstemperatuur gemeten wordt en het toerental van de motor (4) geregeld wordt rekening houdend met de gemeten omgevingstemperatuur.
    11.-Werkwijze volgens conclusie 10, daardoor gekenmerkt dat het toerental van de motor (4) van de compressor (5) zodanig geregeld wordt dat de laagste gastemperatuur (LAT) aan de uitgang van de verdamper (2) 200C lager gelegen is dan de gemeten omgevingstemperatuur zonder evenwel onder 30C te dalen.
    12.-Werkwijze volgens een van de vorige conclusies, daardoor gekenmerkt dat voor de verdamper (2) het koelmedium geëxpandeerd wordt door een expansieventiel (7) en de oververhitting na de verdamper (2) wordt gemeten en vergeleken met een ingestelde waarde, waarbij, bij afwijking, het expansieventiel (7) dit corrigeert door te openen of te sluiten.
    13.-Werkwijze volgens een van de vorige conclusies, daardoor gekenmerkt dat het te drogen gas na de warmtewisselaar (1) en de vloeistofafscheider (11) in een recuperatiewarmtewisselaar (12) opgewarmd wordt door het te drogen gas dat aan de eerste warmtewisselaar (l) toegevoerd wordt.
    14.-Inrichting voor het koeldrogen, die een warmtewisselaar (1) bezit waarvan het primaire gedeelte de verdamper (2) is van een koelcircuit (3) dat tevens een compressor (5) bevat die aangedreven wordt door een <Desc/Clms Page number 23> elektrische motor (4), een condensor (6), een expansiemiddel (7) tussen de uitgang van de condensor (6) en de ingang van de verdamper (2), een besturingsinrichting (16) om voornoemde motor (4) te besturen en daaraan gekoppelde meetmiddelen (18,20 of EMI23.1 23), terwijl het secundaire gedeelte (lA) van de warmtewisselaar (1) deel uitmaakt van een leiding (9) voor het gas en aan de uitgang van deze warmtewisselaar (1) in deze leiding (9) een vloeistofafscheider (11) opgesteld is, daardoor gekenmerkt dat de inrichting middelen (15) bevat om het toerental van de motor (4) te regelen terwijl de besturingsinrichting (16)
    deze middelen (15) bestuurt in functie van de door de meetmiddelen (18 of 20) gemeten waarde.
    15.-Inrichting volgens conclusie 14, daardoor gekenmerkt dat de meetmiddelen (20) op het koelcircuit (3) aangebracht zijn en middelen zijn om de verdampertemperatuur te meten.
    16.-Inrichting volgens conclusie 14, daardoor gekenmerkt dat de meetmiddelen (18) op het koelcircuit (3) aangebracht zijn en middelen zijn om de verdamperdruk te meten.
    17.-Inrichting volgens conclusie 14, daardoor gekenmerkt dat de meetmiddelen (23) op de leiding (9) voor het gas aangebracht zijn, in, of stroomafwaarts van, het secundaire gedeelte (lA) van de warmtewisselaar (1) en middelen zijn om de laagste gastemperatuur (LAT) te meten. <Desc/Clms Page number 24>
    18.-Inrichting volgens conclusie 14, daardoor gekenmerkt dat de meetmiddelen op de leiding (9) voor het gas aangebracht zijn, in, of stroomafwaarts van, het secundaire gedeelte (lA) van de warmtewisselaar (1) en middelen zijn om het dauwpunt te meten.
    19. Inrichting volgens een van de conclusies 14 tot 18, daardoor gekenmerkt dat de middelen om het toerental van de motor te regelen uit een frequentieomvormer (15) bestaan.
    20.-Inrichting volgens een van de conclusies 14 tot 19, daardoor gekenmerkt dat ze middelen (22) bevat om de omgevingstemperatuur te meten die eveneens aan de besturingsinrichting (16) gekoppeld zijn en deze besturingsinrichting (16) zodanig is dat ze het toerental van de motor (4) regelt zowel in functie van de door de meetmiddelen (18,20 of 23) gemeten waarde als in functie van de door de middelen (22) om de omgevingstemperatuur te meten gemeten temperatuur.
    21.-Inrichting volgens een van de conclusies 14 tot 20, daardoor gekenmerkt dat de besturingsinrichting een PIDregelaar (16), een PI-regelaar of een P-regelaar is.
BE9800687A 1998-05-26 1998-09-24 Werkwijze en inrichting voor het koeldrogen. BE1012132A6 (nl)

Priority Applications (19)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE9800687A BE1012132A6 (nl) 1998-05-26 1998-09-24 Werkwijze en inrichting voor het koeldrogen.
EP99921993A EP1089803B1 (en) 1998-05-26 1999-05-11 Method and device for cool-drying
KR1020007013235A KR20010043805A (ko) 1998-05-26 1999-05-11 냉각 건조 방법 및 장치
PCT/BE1999/000059 WO1999061135A1 (en) 1998-05-26 1999-05-11 Method and device for cool-drying
AU39219/99A AU744515B2 (en) 1998-05-26 1999-05-11 Method and device for cool-drying
DK99921993T DK1089803T3 (da) 1998-05-26 1999-05-11 Fremgangsmåde og apparat til køletørring
AT99921993T ATE231409T1 (de) 1998-05-26 1999-05-11 Verfahren und vorrichtung zur kühltrocknung
DE69905042T DE69905042T2 (de) 1998-05-26 1999-05-11 Verfahren und vorrichtung zur kühltrocknung
CZ20004374A CZ20004374A3 (cs) 1998-05-26 1999-05-11 Způsob vysoušení plynu ochlazováním a zařízení k jeho provádění
CA002333152A CA2333152C (en) 1998-05-26 1999-05-11 Method and device for cool-drying
US09/700,701 US6460359B1 (en) 1998-05-26 1999-05-11 Method and device for cool-drying
PL99344468A PL344468A1 (en) 1998-05-26 1999-05-11 Method and device for cool-drying
HU0204171A HU222974B1 (hu) 1998-05-26 1999-05-11 Eljárás vízgőzt tartalmazó gáz hűtve szárítására, valamint hűtve szárító berendezés
NZ508321A NZ508321A (en) 1998-05-26 1999-05-11 Method and device for cool-drying
ES99921993T ES2192052T3 (es) 1998-05-26 1999-05-11 Metodo y dispositivo para el secado por enfriamiento.
JP2000550583A JP2002516168A (ja) 1998-05-26 1999-05-11 冷却乾燥方法および装置
CNB998078948A CN1143724C (zh) 1998-05-26 1999-05-11 冷干燥的方法和装置
TW088107960A TW458799B (en) 1998-05-26 1999-05-17 Method and device for cool-drying
NO20005957A NO317887B1 (no) 1998-05-26 2000-11-24 Kjoletorking av gass med vanndampinnhold

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE9800397A BE1011932A3 (nl) 1998-05-26 1998-05-26 Werkwijze en inrichting voor het koeldrogen.
BE9800687A BE1012132A6 (nl) 1998-05-26 1998-09-24 Werkwijze en inrichting voor het koeldrogen.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE1012132A6 true BE1012132A6 (nl) 2000-05-02

Family

ID=25663138

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE9800687A BE1012132A6 (nl) 1998-05-26 1998-09-24 Werkwijze en inrichting voor het koeldrogen.

Country Status (19)

Country Link
US (1) US6460359B1 (nl)
EP (1) EP1089803B1 (nl)
JP (1) JP2002516168A (nl)
KR (1) KR20010043805A (nl)
CN (1) CN1143724C (nl)
AT (1) ATE231409T1 (nl)
AU (1) AU744515B2 (nl)
BE (1) BE1012132A6 (nl)
CA (1) CA2333152C (nl)
CZ (1) CZ20004374A3 (nl)
DE (1) DE69905042T2 (nl)
DK (1) DK1089803T3 (nl)
ES (1) ES2192052T3 (nl)
HU (1) HU222974B1 (nl)
NO (1) NO317887B1 (nl)
NZ (1) NZ508321A (nl)
PL (1) PL344468A1 (nl)
TW (1) TW458799B (nl)
WO (1) WO1999061135A1 (nl)

Families Citing this family (30)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US6516622B1 (en) 2000-06-13 2003-02-11 Belair Technologies, Llc Method and apparatus for variable frequency controlled compressor and fan
ATE386585T1 (de) * 2001-03-12 2008-03-15 Mta Spa Drucklufttrockner mit kältemittelkreislauf und verfahren zum betrieb eines solchen trockners
US6910659B2 (en) 2002-10-22 2005-06-28 The Boeing Company Method and apparatus for liquid containment, such as for aircraft fuel vessels
US7175136B2 (en) 2003-04-16 2007-02-13 The Boeing Company Method and apparatus for detecting conditions conducive to ice formation
NL1023791C2 (nl) † 2003-07-01 2005-01-04 Lely Entpr Ag Melkinstallatie.
US7260949B2 (en) * 2004-10-20 2007-08-28 Ingersoll-Rand Company Compressor variable dryer system
BE1016430A3 (nl) * 2005-02-01 2006-10-03 Atlas Copco Airpower Nv Inrichting voor het drogen van gas.
US7331421B2 (en) 2005-03-30 2008-02-19 The Boeing Company Flow restrictors for aircraft inlet acoustic treatments, and associated systems and methods
BE1016649A3 (nl) * 2005-06-17 2007-04-03 Atlas Copco Airpower Nv Verbeterde werkwijze voor het koeldrogen.
BE1016734A3 (nl) * 2005-08-25 2007-05-08 Atlas Copco Airpower Nv Verbeterde inrichting voor het koeldrogen.
BE1017362A3 (nl) * 2006-11-10 2008-07-01 Atlas Copco Airpower Nv Werkwijze voor het koeldrogen.
US8006503B2 (en) * 2006-11-15 2011-08-30 Ingersoll-Rand Company Energy recovery system and method for a refrigerated dehumidification process
KR101293382B1 (ko) * 2008-10-27 2013-08-05 가부시키가이샤 다쯔노 가솔린 베이퍼 회수 장치
BE1019199A3 (nl) 2010-02-24 2012-04-03 Atlas Copco Airpower Nv Werkwijze en inrichting voor het koeldrogen van gas.
BE1019581A3 (nl) * 2010-11-16 2012-08-07 Atlas Copco Airpower Nv Inrichting en werkijze voor het koeldrogen van een gas.
CN102022873A (zh) * 2010-12-01 2011-04-20 上海共和真空技术有限公司 一种冻干机制冷系统用的水流量调节装置
US20130014527A1 (en) * 2011-07-12 2013-01-17 A.P. Moller - Maersk A/S Temperature control in a refrigerated transport container
DE102012102041B4 (de) * 2012-03-09 2019-04-18 Audi Ag Vorrichtung und Verfahren zur Vereisungsvermeidungsregelung für Wärmepumpenverdampfer
CN103245481B (zh) * 2013-05-07 2015-07-15 杭州电子科技大学 基于变频技术的变负荷大型换热器气阻特性的检测方法
JP5721875B1 (ja) * 2014-02-24 2015-05-20 伸和コントロールズ株式会社 チラー装置
PL3140025T3 (pl) * 2014-05-09 2019-06-28 Atlas Copco Airpower, Naamloze Vennootschap Sposób i urządzenie z linią obejściową do osuszania kondensacyjnego gazu za pomocą krążącej cieczy chłodzącej
CN104141604A (zh) * 2014-06-30 2014-11-12 深圳市英威腾电气股份有限公司 空压机专用变频器及空压机变频驱动控制系统
CN105129743B (zh) * 2015-09-14 2018-04-20 河南平高电气股份有限公司 一种用于sf6气体回收装置的除水装置
US10674752B2 (en) * 2016-02-04 2020-06-09 Jds Consulting Vapor pressure control system
DE102017116198A1 (de) * 2017-07-18 2019-01-24 DÖLCO GmbH Verfahren zum Betreiben eines Verdampfers und Kühlvorrichtung
CN109137145A (zh) * 2018-07-16 2019-01-04 绍兴百慧科技有限公司 一种溶液静电纺丝的溶剂回收装置
CN109140842B (zh) * 2018-09-07 2020-12-11 北京京仪自动化装备技术有限公司 基于过热度控制电子膨胀阀的方法及装置
CN110953176A (zh) * 2018-09-26 2020-04-03 上海梅山钢铁股份有限公司 一种改善压缩空气露点温度的调节控制方法
CN110762954A (zh) * 2019-10-22 2020-02-07 万海东 一种节能烘干系统及其工作方法
US11709004B2 (en) 2020-12-16 2023-07-25 Lennox Industries Inc. Method and a system for preventing a freeze event using refrigerant temperature

Family Cites Families (12)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4459519A (en) * 1974-06-24 1984-07-10 General Electric Company Electronically commutated motor systems and control therefor
US4392877A (en) * 1981-10-06 1983-07-12 Phillips Petroleum Company Constraint control of a fractional distillation process
US5035119A (en) * 1984-08-08 1991-07-30 Alsenz Richard H Apparatus for monitoring solenoid expansion valve flow rates
DE3522974A1 (de) * 1985-06-27 1987-01-02 Via Gmbh Heissgasbypassregelung fuer den kaeltemittelkreislauf eines gefrierdrucklufttrockners oder dgl.
DE8712812U1 (de) * 1987-09-23 1989-02-16 VIA Gesellschaft für Verfahrenstechnik mbH, 4000 Düsseldorf Drucklufttrockner
JPH01153324A (ja) * 1987-12-10 1989-06-15 Diesel Kiki Co Ltd 車両用空調制御装置
FR2648055A1 (fr) * 1989-06-08 1990-12-14 Mouren Alexandre Amelioration du sechage des gaz par procede frigorifique a point de rosee variable
US5065593A (en) * 1990-09-18 1991-11-19 Electric Power Research Institute, Inc. Method for controlling indoor coil freeze-up of heat pumps and air conditioners
US5203179A (en) * 1992-03-04 1993-04-20 Ecoair Corporation Control system for an air conditioning/refrigeration system
DE19736818A1 (de) * 1997-08-23 1999-02-25 Behr Gmbh & Co Verfahren und Vorrichtung zur verdampfervereisungsgeschützten Klimaanlagensteuerung
US6029465A (en) * 1998-02-14 2000-02-29 Bascobert; Rene F Control system for mobile air conditioning apparatus
US6161393A (en) * 1998-02-14 2000-12-19 Bascobert; Rene F Control system for mobile air conditioning apparatus

Also Published As

Publication number Publication date
NZ508321A (en) 2003-05-30
NO20005957D0 (no) 2000-11-24
JP2002516168A (ja) 2002-06-04
AU744515B2 (en) 2002-02-28
NO20005957L (no) 2001-01-24
HUP0204171A2 (en) 2003-03-28
CA2333152A1 (en) 1999-12-02
HU222974B1 (hu) 2004-01-28
TW458799B (en) 2001-10-11
DE69905042T2 (de) 2003-10-23
KR20010043805A (ko) 2001-05-25
WO1999061135A1 (en) 1999-12-02
PL344468A1 (en) 2001-11-05
CA2333152C (en) 2004-03-30
EP1089803A1 (en) 2001-04-11
US6460359B1 (en) 2002-10-08
CZ20004374A3 (cs) 2001-08-15
AU3921999A (en) 1999-12-13
CN1143724C (zh) 2004-03-31
DE69905042D1 (de) 2003-02-27
NO317887B1 (no) 2004-12-27
DK1089803T3 (da) 2003-05-12
EP1089803B1 (en) 2003-01-22
ATE231409T1 (de) 2003-02-15
CN1307499A (zh) 2001-08-08
ES2192052T3 (es) 2003-09-16

Similar Documents

Publication Publication Date Title
BE1013150A3 (nl) Inrichting en werkwijze voor het koeldrogen.
EP1089803B1 (en) Method and device for cool-drying
US7370484B2 (en) Variable evaporator control for a gas dryer
US10232309B2 (en) Method and device for cool-drying a gas with circulating cooling liquid with bypass line
BE1016734A3 (nl) Verbeterde inrichting voor het koeldrogen.
US5099655A (en) Refrigeration system for flooded shell evaporator
BE1016649A3 (nl) Verbeterde werkwijze voor het koeldrogen.
US5207072A (en) Unloading structure for compressor of refrigeration system
BE1011932A3 (nl) Werkwijze en inrichting voor het koeldrogen.
US5062571A (en) Temperature sensing control for refrigeration system
NL1011108C2 (nl) Voertuig voorzien van meerdere gekoelde deellaadruimten.
NL8300819A (nl) Werkwijze voor het regelen van de arbeidsoververhitting van een verdamper en verdamper voor het toepassen van een dergelijke werkwijze.
BE1021900B1 (nl) Werkwijze voor het koeldrogen van een gas.
NL1016780C2 (nl) Werkwijze voor het regelen van een koelinrichting en een koelinrichting.
NL1011010C1 (nl) Van een laadruimte voorzien voertuig met een koelsysteem om de laadruimte te koelen.

Legal Events

Date Code Title Description
RE20 Patent expired

Owner name: *ATLAS COPCO AIRPOWER N.V.

Effective date: 20040924