BE1013342A3 - Hulpinrichting voor een voertuig en voertuig hiermee uitgerust. - Google Patents
Hulpinrichting voor een voertuig en voertuig hiermee uitgerust. Download PDFInfo
- Publication number
- BE1013342A3 BE1013342A3 BE2000/0177A BE200000177A BE1013342A3 BE 1013342 A3 BE1013342 A3 BE 1013342A3 BE 2000/0177 A BE2000/0177 A BE 2000/0177A BE 200000177 A BE200000177 A BE 200000177A BE 1013342 A3 BE1013342 A3 BE 1013342A3
- Authority
- BE
- Belgium
- Prior art keywords
- vehicle
- auxiliary device
- detection means
- signals
- indication
- Prior art date
Links
- 238000001514 detection method Methods 0.000 claims abstract description 33
- 238000003780 insertion Methods 0.000 claims description 4
- 230000037431 insertion Effects 0.000 claims description 4
- 238000000034 method Methods 0.000 claims description 3
- 230000000007 visual effect Effects 0.000 claims description 2
- 238000005259 measurement Methods 0.000 description 5
- 230000000452 restraining effect Effects 0.000 description 1
Classifications
-
- G—PHYSICS
- G01—MEASURING; TESTING
- G01S—RADIO DIRECTION-FINDING; RADIO NAVIGATION; DETERMINING DISTANCE OR VELOCITY BY USE OF RADIO WAVES; LOCATING OR PRESENCE-DETECTING BY USE OF THE REFLECTION OR RERADIATION OF RADIO WAVES; ANALOGOUS ARRANGEMENTS USING OTHER WAVES
- G01S13/00—Systems using the reflection or reradiation of radio waves, e.g. radar systems; Analogous systems using reflection or reradiation of waves whose nature or wavelength is irrelevant or unspecified
- G01S13/88—Radar or analogous systems specially adapted for specific applications
- G01S13/93—Radar or analogous systems specially adapted for specific applications for anti-collision purposes
- G01S13/931—Radar or analogous systems specially adapted for specific applications for anti-collision purposes of land vehicles
-
- G—PHYSICS
- G01—MEASURING; TESTING
- G01S—RADIO DIRECTION-FINDING; RADIO NAVIGATION; DETERMINING DISTANCE OR VELOCITY BY USE OF RADIO WAVES; LOCATING OR PRESENCE-DETECTING BY USE OF THE REFLECTION OR RERADIATION OF RADIO WAVES; ANALOGOUS ARRANGEMENTS USING OTHER WAVES
- G01S13/00—Systems using the reflection or reradiation of radio waves, e.g. radar systems; Analogous systems using reflection or reradiation of waves whose nature or wavelength is irrelevant or unspecified
- G01S13/88—Radar or analogous systems specially adapted for specific applications
- G01S13/93—Radar or analogous systems specially adapted for specific applications for anti-collision purposes
- G01S13/931—Radar or analogous systems specially adapted for specific applications for anti-collision purposes of land vehicles
- G01S2013/9315—Monitoring blind spots
-
- G—PHYSICS
- G01—MEASURING; TESTING
- G01S—RADIO DIRECTION-FINDING; RADIO NAVIGATION; DETERMINING DISTANCE OR VELOCITY BY USE OF RADIO WAVES; LOCATING OR PRESENCE-DETECTING BY USE OF THE REFLECTION OR RERADIATION OF RADIO WAVES; ANALOGOUS ARRANGEMENTS USING OTHER WAVES
- G01S13/00—Systems using the reflection or reradiation of radio waves, e.g. radar systems; Analogous systems using reflection or reradiation of waves whose nature or wavelength is irrelevant or unspecified
- G01S13/88—Radar or analogous systems specially adapted for specific applications
- G01S13/93—Radar or analogous systems specially adapted for specific applications for anti-collision purposes
- G01S13/931—Radar or analogous systems specially adapted for specific applications for anti-collision purposes of land vehicles
- G01S2013/9327—Sensor installation details
- G01S2013/93274—Sensor installation details on the side of the vehicles
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Radar, Positioning & Navigation (AREA)
- Remote Sensing (AREA)
- Physics & Mathematics (AREA)
- Electromagnetism (AREA)
- Computer Networks & Wireless Communication (AREA)
- General Physics & Mathematics (AREA)
- Traffic Control Systems (AREA)
Abstract
Hulpinrichting voor een voertuig, welk voertuig (2) bedoeld is op de weg te worden aangewend, daardoor gekenmerkt dat deze hulpinrichting (1) minstens is samengesteld uit, enerzijds, detectiemiddelen (4) voor het waarnemen van een obstakel, meer speciaal een tweede voertuig (3), minstens in een zone (5) welke zich zijdelings van het betreffende voertuig (2) bevindt en, anderzijds, indicatiemiddelen (6) die in het voertuig (2) meer speciaal aan de chauffeur van het voertuig (2) , één of meer signalen afleveren in functie van de gegevens afkomstig van de voornoemde detectiemiddelen (4) welke signalen informatie verschaffen minstens met betrekking tot een zich eventueel in de voornoemde zone (5) bevindend tweede voertuig (3).
Description
<Desc/Clms Page number 1>
Hulpinrichting voor een voertuig en voertuig hiermee uitgerust. Deze uitvinding heeft betrekking op een hulpinrichting voor een voertuig, meer speciaal voor een voertuig dat bedoeld is op de openbare weg te worden aangewend. Tevens heeft zij betrekking op voertuigen die met dergelijke inrichting zijn uitgerust.
De uitvinding is vooral bedoeld om te worden toegepast bij lange voertuigen, in het bijzonder vrachtvoertuigen en meer speciaal vrachtvoertuigen met een oplegger of aanhangwagen.
Ook is hij bijzonder geschikt om te worden aangewend bij caravans en dergelijke.
Meer algemeen echter, is het niet uitgesloten om de uitvinding ook in kortere voertuigen toe te passen, bijvoorbeeld in personenwagens.
Lange voertuigen hebben het nadeel dat, bij het uitvoeren van een inhaalmanoeuvre, het voor de chauffeur dikwijls moeilijk is om in te schatten wanneer hij terug mag invoegen in het baanvak van het ingehaalde voertuig.
Dikwijls blijft het inhalende voertuig dan ook langer op het naastliggende baanvak rijden dan noodzakelijk is, wat dan doorgaans weer tot gevolg heeft dat het achterliggende verkeer onnodig geremd wordt.
Om zo spoedig mogelijk terug te kunnen invoegen, is het gebruikelijk dat de chauffeur van de ingehaalde vrachtwagen met zijn lichten een teken geeft aan de chauffeur van de inhalende vrachtwagen, wanneer deze opnieuw veilig kan invoegen.
<Desc/Clms Page number 2>
Doordat de chauffeur van de inhalende vrachtwagen echter in zijn spiegel moet kijken om te zien of hij opnieuw mag invoegen, is zijn aandacht tijdelijk afgeleid van de weg voor hem, hetgeen een aanleiding tot ongevallen kan betekenen.
Bovendien, wanneer de zichtbaarheid bijvoorbeeld door dichte mist beperkt wordt, kan het gebeuren dat de chauffeur het lichtsignaal van de ingehaalde vrachtwagen moeilijk kan waarnemen, waardoor pas na lange tijd zal worden ingevoegd.
De huidige uitvinding heeft een hulpinrichting voor voertuigen tot doel die een oplossing biedt voor het voornoemde probleem.
Hiertoe betreft de uitvinding een hulpinrichting voor een voertuig, welk voertuig bedoeld is op de weg te worden aangewend, met als kenmerk dat deze hulpinrichting minstens is samengesteld uit, enerzijds, detectiemiddelen voor het waarnemen van een obstakel, meer speciaal een tweede voertuig, minstens in een zone welke zich zijdelings van het betreffende voertuig bevindt en, anderzijds, indicatiemiddelen die in het voertuig, meer speciaal aan de chauffeur van het voertuig, een of meer signalen afleveren in functie van de gegevens afkomstig van de voornoemde detectiemiddelen, welke signalen informatie verschaffen minstens met betrekking tot een zieh eventueel in de voornoemde zone bevindend tweede voertuig.
Doordat, dankzij deze hulpinrichting, signalen aan de chauffeur worden afgeleverd met betrekking tot de locatie van het tweede voertuig, wordt, mits de juiste interpretatie en verwerking van deze signalen verkregen dat
<Desc/Clms Page number 3>
terug kan worden ingevoegd aan de hand van de gegevens verstrekt door de indicatiemiddelen, zodat de chauffeur zelf deze afstand niet meer hoeft in te schatten en zonder dat eventuele aandacht moet geschonken worden aan lichtsignalen die door de chauffeur van het tweede voertuig worden gegeven.
Het is duidelijk dat de inrichting praktisch gezien ook een stuureenheid bevat die de gegevens van de detectiemiddelen verwerkt en in geschikte signalen voor de indicatiemiddelen omzet.
Bij voorkeur bevat de hulpinrichting detectiemiddelen die minstens waarnemen of op minstens een bepaalde plaats een tweede voertuig onmiddellijk naast het voertuig aanwezig is. Door middel van deze detectiemiddelen kan worden vastgesteld of er een tweede voertuig op dezelfde hoogte naast het voertuig in kwestie hangt.
Volgens een mogelijkheid van de uitvinding zullen de voornoemde detectiemiddelen minstens over de volledige lengte van het voertuig werkzaam zijn, met als voordeel dat ongeacht de plaats waar het tweede voertuig zich naast het voertuig in kwestie bevindt, dit tweede voertuig steeds zal worden waargenomen.
Verder bevat de hulpinrichting bij voorkeur ook detectiemiddelen die minstens in het gedeelte van de voornoemde zone dat zich achter het betreffende voertuig bevindt waarnemen of een tweede voertuig aanwezig is.
De voornoemde detectiemiddelen verschaffen bij voorkeur ook gegevens met betrekking tot de afstand waarop het tweede voertuig zich van het betreffende voertuig bevindt.
<Desc/Clms Page number 4>
Enerzijds kan dit de zijdelingse afstand zijn voor een tweede voertuig dat op dezelfde hoogte is als het voertuig in kwestie, dit bijvoorbeeld om te bepalen of het tweede voertuig zieh op het naastliggende baanvak bevindt, of op een baanvak verder. Anderzijds kan dit ook de afstand zijn waarop het tweede voertuig zieh achter het met de hulpinrichting uitgeruste voertuig bevindt, dit om na te gaan vanaf wanneer het laatstgenoemde voertuig terug kan invoegen op een voldoende veilige afstand voor het ingehaalde voertuig.
In een bijzondere uitvoeringsvorm zullen de detectiemiddelen minstens gegevens verschaffen waaruit gegevens met betrekking tot de snelheid van het tweede voertuig kunnen worden afgeleid. Dit laat bijvoorbeeld toe dat wanneer het tweede voertuig na het inhalen terug begint te versnellen, dit voortijdig wordt waargenomen en zodoende een passende waarschuwing aan de chauffeur van het inhalende voertuig kan worden gegeven.
Praktisch gezien zullen de stuureenheid en de indicatiemiddelen zodanig zijn uitgevoerd dat via de indicatiemiddelen signalen worden afgeleverd die aangeven of zieh al dan niet een tweede voertuig in de voornoemde zone en/of een gedeelte daarvan bevindt en/of al dan niet veilig kan worden ingevoegd nadat het tweede voertuig is ingehaald.
De indicatiemiddelen kunnen van verschillende aard zijn en kunnen bijvoorbeeld een of beide van volgende middelen bevatten : - middelen die een of meer akoestische signalen afleveren die er op wijzen of het al dan niet
<Desc/Clms Page number 5>
veilig is om na het inhalen terug in te voegen ; - middelen die een of meer visuele signalen afleveren, hetzij in de vorm van een of meer indicatielampjes, hetzij in de vorm van een gevisualiseerde weergave, hetzij in de vorm van af te lezen waarden of opschriften.
Praktisch gezien zal de hulpinrichting minstens detectiemiddelen bevatten die aan de inhaalzijde nabij het achterste gedeelte van het voertuig gemonteerd zijn of bedoeld zijn aldaar te worden gemonteerd. Op deze plaats kunnen de meest optimale detecties worden uitgevoerd. In het geval van rechtsrijdend verkeer is de inhaalzijde de rechterzijde, terwijl in het geval van linksrijdend verkeer dit de linkse zijde is.
In een bijzonder voorkeurdragende uitvoeringsvorm zijn de detectiemiddelen en de stuureenheid zodanig opgevat dat opeenvolgend minstens twee waarnemingen worden uitgevoerd, enerzijds, een eerste waarneming waarbij de aanwezigheid van een tweede voertuig onmiddellijk naast het voertuig, dus op dezelfde hoogte wordt nagegaan, alsmede wordt nagegaan wanneer dit tweede voertuig zich niet meer op dezelfde hoogte bevindt, en, anderzijds, een tweede waarneming waarbij, vanaf dat het tweede voertuig zich zijdelings achter het voertuig in kwestie bevindt, gegevens worden ingewonnen met betrekking tot de afstand tussen het voertuig in kwestie en het tweede voertuig.
Met de eerste waarneming wordt dus nagegaan of het naastliggende baanvak ter hoogte van het voertuig vrij is, terwijl met de tweede waarneming wordt nagegaan of het tweede voertuig reeds voldoende ver van het tweede verwijderd is om op een veilige manier in te voegen.
<Desc/Clms Page number 6>
De detectiemiddelen bestaan bijvoorbeeld uit een of meer sensors, meer speciaal nabijheids- en/of afstandssensors.
Praktisch gezien zullen de indicatiemiddelen een of meer signalen afleveren waarmee aangeduidt wordt dat het invoegen na het inhalen al of niet mogelijk is, respectievelijk veilig kan worden uitgevoerd.
Hierbij geniet het de voorkeur dat uitsluitend een signaal tot veilig invoegen wordt gegeven wanneer het tweede voertuig zich op een welbepaalde afstand achter het voertuig in kwestie bevindt.
Vanzelfsprekend heeft de inrichting ook betrekking op voertuigen, in het bijzonder vrachtvoertuigen, die met dergelijke inrichting zijn uitgerust.
Het is duidelijk dat dergelijke hulpinrichting standaard in de voertuigen kan worden ingebouwd, doch ook als inbouwkit kan worden gecommercialiseerd.
Met het inzicht de kenmerken van de uitvinding beter aan te tonen, zijn hierna, als voorbeeld zonder enig beperkend karakter, enkele voorkeurdragende uitvoeringsvormen beschreven, met verwijzing naar de bijgaande tekeningen, waarin : figuur 1 schematisch een eerste uitvoeringsvorm weergeeft van een voertuig dat met een hulpinrichting volgens de uitvinding is uitgerust ; figuren 2 tot 4 het voertuig uit figuur 1 in verschillende posities weergeeft ten opzichte van een tweede voertuig dat wordt ingehaald. figuur 5 schematisch een variante weergeeft.
<Desc/Clms Page number 7>
Zoals weergegeven in de figuren 1 tot 4 heeft de uitvinding betrekking op een hulpinrichting 1 voor een voertuig 2, waardoor een tweede voertuig 3 zowel veiliger als vlotter kan worden ingehaald, in tegenstelling tot bij voertuigen die niet met dergelijke hulpinrichting 1 zijn uitgerust.
De hulpinrichting 1 is minstens samengesteld uit, enerzijds, detectiemiddelen 4 voor het waarnemen van een tweede voertuig 3, minstens in een zone 5 welke zich zijdelings van het betreffende voertuig 2 bevindt en, anderzijds, indicatiemiddelen 6 die in het voertuig 2, meer speciaal aan de chauffeur van het voertuig 2, een of meer signalen afleveren in functie van de gegevens afkomstig van de voornoemde detectiemiddelen 4, welke signalen informatie verschaffen minstens met betrekking tot een zieh eventueel in de voornoemde zone 5 bevindend tweede voertuig 3.
De omvang en de juiste locatie van de zone 5 ten opzichte van het voertuig 2 is een gegeven dat door de constructeur van de hulpinrichting 1 zelf kan worden vastgelegd.
Praktisch gezien zal deze zone 5 zich zijdelings uitstrekken over een breedte die hoofdzakelijk overeenstemt met de breedte van een klassiek baanvak, dus ongeveer 2 3 meter. De lengte van deze zone 5 kan verschillend zijn, afhankelijk van de uitvoering. Bij voorkeur zal minstens een detectie mogelijk zijn in het weergegeven gebied A dat zich aan de inhaalzijde 7 bevindt en nabij de achterzijde van het voertuig 2 is gesitueerd.
De detectiemiddelen 4 bevatten in dit geval twee sensors, respectievelijk een sensor 8 om waar te nemen of een tweede voertuig 3 onmiddellijk naast het voertuig 2 aanwezig is en een tweede sensor 9 om gegevens in te winnen met betrekking tot de afstand D op dewelke het tweede voertuig 3 zich, na
<Desc/Clms Page number 8>
het inhalen van het eerste voertuig 2, achter dit eerste voertuig 2 bevindt. Vanzelfsprekend kan volgens een variante ook gebruik worden gemaakt van meer dan twee sensors.
De indicatiemiddelen 6 zijn bij voorkeur aangebracht ter plaatse van het dashboard van het voertuig 2 en kunnen van willekeurige aard zijn, zoals uiteengezet in de inleiding.
Het geheel is voorzien uit een stuureenheid 10 die de signalen 11 afkomstig van de detectiemiddelen 4 omzet in signalen 12 voor de aansturing van de indicatiemiddelen 6.
In het weergegeven voorbeeld werkt de hulpinrichting 1 op de wijze zoals hierna beschreven. Vanzelfsprekend is deze wijze niet beperkend.
Wanneer het voertuig 2, zoals weergegeven in figuur 2, een tweede voertuig 3 inhaalt, wordt de aanwezigheid van dit voertuig 3 door de sensor 8 waargenomen. Vanaf dat ogenblik treden de indicatiemiddelen 6 in werking en zolang het voertuig 2 naast het voertuig 3 rijdt en de sensor 8 het voertuig 3 waarneemt, zoals afgebeeld in figuur 3, zullen de indicatiemiddelen 6 aangeven dat het verboden is opnieuw naar naastliggende baanvak terug te keren.
Van zodra de sensor 8 het voertuig 3 niet meer waarneemt, wordt door middel van de sensor 9 de afstand D nagegaan, zoals afgebeeld in figuur 4 en zal de stuureenheid 10 pas aangeven dat vrij kan worden ingevoegd nadat deze afstand D een bepaalde vooropgestelde waarde heeft bereikt.
Vanzelfsprekend zijn verschillende varianten mogelijk. Zo bijvoorbeeld is het niet uitgesloten om de sensors 8 en 9
<Desc/Clms Page number 9>
door een sensor met een voldoende brede reikwijdte te vervangen. Ook is het niet uitgesloten om deze op andere plaatsen aan het voertuig 2 te voorzien.
Ook kunnen meerdere sensors worden toegepast. Zo bijvoorbeeld is in figuur 5 een variante weergegeven waarbij verschillende sensors 13 tot 18 langsheen de inhaalzijde 7 zijn aangebracht zodat over de volledige lengte van het voertuig 2 kan worden nagegaan of een ander voertuig 3 aanwezig is.
Vanzelfsprekend kan de uitvinding worden gecombineerd met andere detectiesystemen, bijvoorbeeld met een systeem om achteropliggend verkeer waar te nemen of met een sensorsysteem voor het vergemakkelijken van het inparkeren.
Zo bijvoorbeeld kan het voertuig nog met een bijkomende sensor worden uitgerust die een afstandsmeting uitvoert naar eventuele andere voertuigen die zich pal achter het eerste voertuig 2 bevinden, zoals aangeduid met pijl A in figuur 2. Omgekeerd is het ook mogelijk om gebruik te maken van een sensor die een afstandsmeting uitvoert naar voren, zoals aangeduid met pijl B, zodanig dat ook de afstand tot een voorop rijdend voertuig kan worden bepaald.
Aan de hand van de gegevens bekomen door middel van deze afstandsmetingen kunnen extra controles worden uitgevoerd, afstanden worden gerespecteerd, waarschuwingen door middel van signalen aan de bestuurder worden gegeven, enzovoort.
Zo bijvoorbeeld is het mogelijk om op deze wijze een wettelijke afstand tussen twee voertuigen te respecteren.
Dergelijke afstandscontrole is ook nuttig bij slecht zicht, bijvoorbeeld in het geval van regen en/of mist.
<Desc/Clms Page number 10>
De meting in de voornoemde richting A is vooral nuttig om een bestuurder te waarschuwen tegen achterop komend verkeer dat te dicht nadert en is ook nuttig om zoals voornoemd te parkeren of dergelijke.
De metingen volgens de richtingen A en/of B hoeven niet noodzakelijk met afzonderlijke sensors te geschieden en kunnen eventueel ook worden verwezenlijkt met een aantal van de sensors die worden aangewend voor het veilig inhalen.
In het geval de uitvinding wordt toegepast in combinatie met aanhangwagens voor vrachtwagens, opleggers en caravans, is het duidelijk dat het geheel uit verschillende onderling koppelbare onderdelen kan bestaan die al dan niet draadloos met elkaar verbonden zijn.
De huidige uitvinding is geenszins beperkt tot als voorbeeld beschreven en in de figuren weergegeven uitvoeringsvormen, doch dergelijke hulpinrichting en zulk voertuig kunnen volgens varianten worden verwezenlijkt zonder buiten het kader van de uitvinding te treden.
Claims (18)
1. - Hulpinrichting voor een voertuig, welk voertuig (2) bedoeld is op de weg te worden aangewend, daardoor gekenmerkt dat deze hulpinrichting (1) minstens is samengesteld uit, enerzijds, detectiemiddelen (4) voor het waarnemen van een obstakel, meer speciaal een tweede voertuig (3), minstens in een zone (5) welke zich zijdelings van het betreffende voertuig (2) bevindt en, anderzijds, indicatiemiddelen (6) die in het voertuig (2), meer speciaal aan de chauffeur van het voertuig (2), een of meer signalen afleveren in functie van de gegevens afkomstig van de voornoemde detectiemiddelen (4), welke signalen informatie verschaffen minstens met betrekking tot een zich eventueel in de voornoemde zone (5) bevindend tweede voertuig (3).
EMI11.1
2.-Hulpinrichting volgens conclusie 1, daardoor gekenmerkt dat zij eveneens een stuureenheid (10) bevat die de gegevens van de detectiemiddelen (4) verwerkt en in signalen (12) voor de indicatiemiddelen (6) omzet.
3.-Hulpinrichting volgens conclusie 1 of 2, daardoor gekenmerkt dat zij detectiemiddelen (4) bevat die minstens waarnemen of op minstens een bepaalde plaats een tweede voertuig (3) onmiddellijk naast het voertuig (2), met andere woorden op dezelfde hoogte, aanwezig is.
4. - Hulpinrichting volgens conclusie 3, daardoor gekenmerkt dat zij detectiemiddelen (4) bevat die minstens over de volledige lengte van het voertuig (2) werkzaam zijn.
<Desc/Clms Page number 12>
5.-Hulpinrichting volgens een van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat zij detectiemiddelen (4) bevat die minstens in het gedeelte (A) van de voornoemde zone (5) dat zich achter het betreffende voertuig (2) bevindt waarnemen of een tweede voertuig (3) aanwezig is.
6.-Hulpinrichting volgens een van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat de detectiemiddelen (4) minstens gegevens verschaffen met betrekking tot de afstand (D) die het tweede voertuig (3) van het betreffende voertuig (2) verwijderd is.
7.-Hulpinrichting volgens conclusie 6, daardoor gekenmerkt dat de detectiemiddelen (4) minstens gegevens verschaffen met betrekking tot de afstand (D) waarop het tweede" voertuig (3) zich achter het betreffende voertuig (2) bevindt.
8. - Hulpinrichting volgens een van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat de detectiemiddelen (4) minstens gegevens verschaffen waaruit gegevens met betrekking tot de snelheid van het tweede voertuig (3) kunnen worden afgeleid.
9.-Hulpinrichting volgens een van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat de stuureenheid (10) en de indicatiemiddelen (6) zodanig zijn uitgevoerd dat via de indicatiemiddelen (6) signalen worden afgeleverd die aangeven of zich al dan niet een tweede voertuig (3) in de voornoemde zone (5) en/of een gebied (A) daarvan bevindt en/of al dan niet veilig kan worden ingevoegd na het inhalen van het tweede voertuig (3).
<Desc/Clms Page number 13>
10.-Hulpinrichting volgens een van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat de indicatiemiddelen (6) een of beide van volgende middelen bevatten : - middelen die een of meer akoestische signalen afleveren die er op wijzen of het al dan niet veilig is om na het inhalen terug in te voegen ; - middelen die een of meer visuele signalen afleveren, hetzij in de vorm van een of meer indicatielampjes, hetzij in de vorm van een gevisualiseerde weergave, hetzij in de vorm van af te lezen waarden of opschriften.
11.-Hulpinrichting volgens een van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat de zij minstens detectiemiddelen (4) bevat die aan de inhaalzijde (7) en in de nabijheid van het achterste gedeelte van het voertuig (2) gemonteerd zijn of bedoeld zijn te worden gemonteerd.
12.-Hulpinrichting volgens een van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat de detectiemiddelen (4) en de stuureenheid (10) zodanig zijn opgevat dat opeenvolgend minstens twee waarnemingen worden uitgevoerd, enerzijds, een eerste waarneming waarbij de aanwezigheid van een tweede voertuig (3) onmiddellijk naast het voertuig (2), dus op dezelfde hoogte, wordt nagegaan, alsmede wordt nagegaan wanneer dit tweede voertuig (3) zich niet meer op dezelfde hoogte bevindt, en, anderzijds, een tweede waarneming waarbij, nadat het tweede voertuig (3) zich zijdelings achter het voertuig (2) in kwestie bevindt, gegevens worden ingewonnen met betrekking tot de afstand (D) tussen het voertuig (2) in kwestie en het tweede voertuig (3), waarbij in functie hiervan signalen (12) verder geleid worden naar de indicatiemiddelen (6)
.
<Desc/Clms Page number 14>
13.-Hulpinrichting volgens een van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat de detectiemiddelen (4) bestaan uit een of meer sensors (8-9-13-14-15-16-17-18), meer speciaal nabijheids-en/of afstandssensors.
14.-Hulpinrichting volgens een van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat de indicatiemiddelen (6) een of meer signalen afleveren waarmee aangeduid wordt dat het invoegen na het inhalen al of niet mogelijk is, respectievelijk veilig kan worden uitgevoerd.
15.-Hulpinrichting volgens conclusie 14, daardoor gekenmerkt dat de stuureenheid (10) zodanig is opgevat dat uitsluitend een signaal tot veilig invoegen wordt gegeven wanneer het tweede voertuig (3) zich op een welbepaalde afstand achter het voertuig (2) in kwestie bevindt.
16.-Hulpinrichting volgens een van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat de stuureenheid (10) zodanig is opgevat dat tevens de snelheid van het tweede voertuig (3) ten opzichte van het voertuig (2) in kwestie wordt in rekening gebracht, waarbij, wanneer het tweede voertuig (3) ten opzichte van het voertuig (2) terug begint te versnellen, nadat dit reeds volledig is ingehaald, een indicatie gegeven wordt dat het invoegen terug onveilig wordt.
17.-Voertuig, daardoor gekenmerkt dat het met een hulpinrichting (1) volgens een van de voorgaande conclusies is uitgerust.
18.-Voertuig volgens conclusie 17, daardoor gekenmerkt dat het een vrachtvoertuig of een voertuig met caravan betreft.
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE2000/0177A BE1013342A3 (nl) | 2000-03-08 | 2000-03-08 | Hulpinrichting voor een voertuig en voertuig hiermee uitgerust. |
Applications Claiming Priority (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE2000/0177A BE1013342A3 (nl) | 2000-03-08 | 2000-03-08 | Hulpinrichting voor een voertuig en voertuig hiermee uitgerust. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| BE1013342A3 true BE1013342A3 (nl) | 2001-12-04 |
Family
ID=3896445
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| BE2000/0177A BE1013342A3 (nl) | 2000-03-08 | 2000-03-08 | Hulpinrichting voor een voertuig en voertuig hiermee uitgerust. |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| BE (1) | BE1013342A3 (nl) |
Cited By (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| FR2907070A1 (fr) * | 2006-10-13 | 2008-04-18 | Jean Francois Balde | Dispositif d'aide a la conduite pour vehicule routier, vehicule routier pourvu d'un tel dispositif et procede de mise en oeuvre d'un tel dispositif |
| GB2464914A (en) * | 2008-08-22 | 2010-05-05 | Trw Ltd | A sensor for determining the length of a vehicle upon which the sensor is mounted |
| WO2010064963A1 (en) * | 2008-12-05 | 2010-06-10 | Volvo Lastvagnar Ab | A lane change assistance system |
| GB2476060A (en) * | 2009-12-09 | 2011-06-15 | Luke Malpass | Trailer proximity sensing system |
| WO2019046869A1 (de) | 2017-09-06 | 2019-03-14 | First West Gmbh | Ein gefährt welches auf einer strasse fahrbar ist und mit einer signalvorrichtung ausgestattet ist |
Citations (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| GB2034472A (en) * | 1978-11-15 | 1980-06-04 | Mapley B | Vehicle warning device |
| GB2140918A (en) * | 1983-05-05 | 1984-12-05 | Philip John Tomney | A detector for use on a vehicle to detect the proximity of other objects |
| DE29518301U1 (de) * | 1995-11-20 | 1996-05-09 | Dangschat Rainer Dipl Ing | Sicherheitseinrichtung für gefahrloses Überholen auf der Autobahn |
| DE19543457C1 (de) * | 1995-11-22 | 1996-10-31 | Wipper Andreas Dipl Ing Fh | Überholhilfesystem-Aufsatz |
| DE19725656A1 (de) * | 1996-06-27 | 1998-01-02 | Volkswagen Ag | Sicherheits-Überholsystem |
| US5734336A (en) * | 1995-05-01 | 1998-03-31 | Collision Avoidance Systems, Inc. | Collision avoidance system |
-
2000
- 2000-03-08 BE BE2000/0177A patent/BE1013342A3/nl not_active IP Right Cessation
Patent Citations (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| GB2034472A (en) * | 1978-11-15 | 1980-06-04 | Mapley B | Vehicle warning device |
| GB2140918A (en) * | 1983-05-05 | 1984-12-05 | Philip John Tomney | A detector for use on a vehicle to detect the proximity of other objects |
| US5734336A (en) * | 1995-05-01 | 1998-03-31 | Collision Avoidance Systems, Inc. | Collision avoidance system |
| DE29518301U1 (de) * | 1995-11-20 | 1996-05-09 | Dangschat Rainer Dipl Ing | Sicherheitseinrichtung für gefahrloses Überholen auf der Autobahn |
| DE19543457C1 (de) * | 1995-11-22 | 1996-10-31 | Wipper Andreas Dipl Ing Fh | Überholhilfesystem-Aufsatz |
| DE19725656A1 (de) * | 1996-06-27 | 1998-01-02 | Volkswagen Ag | Sicherheits-Überholsystem |
Cited By (7)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| FR2907070A1 (fr) * | 2006-10-13 | 2008-04-18 | Jean Francois Balde | Dispositif d'aide a la conduite pour vehicule routier, vehicule routier pourvu d'un tel dispositif et procede de mise en oeuvre d'un tel dispositif |
| GB2464914A (en) * | 2008-08-22 | 2010-05-05 | Trw Ltd | A sensor for determining the length of a vehicle upon which the sensor is mounted |
| GB2464914B (en) * | 2008-08-22 | 2012-07-25 | Trw Automotive Us Llc | Vehicle length sensors |
| US8576115B2 (en) | 2008-08-22 | 2013-11-05 | Trw Automotive Us Llc | Vehicle length sensors |
| WO2010064963A1 (en) * | 2008-12-05 | 2010-06-10 | Volvo Lastvagnar Ab | A lane change assistance system |
| GB2476060A (en) * | 2009-12-09 | 2011-06-15 | Luke Malpass | Trailer proximity sensing system |
| WO2019046869A1 (de) | 2017-09-06 | 2019-03-14 | First West Gmbh | Ein gefährt welches auf einer strasse fahrbar ist und mit einer signalvorrichtung ausgestattet ist |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| KR102663017B1 (ko) | 차량 및 그 제어방법 | |
| US7123168B2 (en) | Driving separation distance indicator | |
| JP5869341B2 (ja) | 統合視覚表示システムを有する自動車 | |
| JP4886510B2 (ja) | 駐車プロセス中に複数車線の車道の対向車線に対して相対的に車両の位置および/または所期の位置を求めるための方法および装置 | |
| US8289141B2 (en) | Auxiliary system for motor vehicles | |
| US10235887B2 (en) | Control system and method for assisting motor vehicles in safely pulling in after overtaking | |
| US20100302371A1 (en) | Vehicle tailgating detection system | |
| RU2432276C1 (ru) | Способ наблюдения за дорожной ситуацией с движущегося транспортного средства (варианты) | |
| CN102498413A (zh) | 具有主动的死角照明的汽车和方法 | |
| EP1728681A1 (de) | Verfahren und Signalvorrichtung für Fahrzeuge zur Informationsübermittlung | |
| KR101719697B1 (ko) | 경고 시스템 | |
| WO2010064963A1 (en) | A lane change assistance system | |
| US12528459B2 (en) | System and method for monitoring surroundings of a vehicle | |
| JP5129657B2 (ja) | 車両用衝突回避支援装置 | |
| RU2595133C2 (ru) | Система предупреждения | |
| BE1013342A3 (nl) | Hulpinrichting voor een voertuig en voertuig hiermee uitgerust. | |
| Seiniger et al. | Development of a test procedure for driver assist systems addressing accidents between right turning trucks and straight driving cyclists | |
| US20160110620A1 (en) | Method for Triggering a Driver Assistance Function Upon Detection of a Stop Light by Means of a Camera | |
| US20030102965A1 (en) | Vehicle mountable device for detecting the reflecting characteristics of a surface | |
| JP2009292305A (ja) | 車両用衝突回避支援装置 | |
| DE10223269B4 (de) | Fahrerassistenzsystem | |
| KR100644813B1 (ko) | 자동차용 주행 안전장치 및 이를 이용한 주행방법 | |
| US20100066529A1 (en) | Highly intelligent vehicle with brake light repeater | |
| JP2830575B2 (ja) | 車間距離検知・警報装置 | |
| NL1043828B1 (nl) | Stelsel voor het veilig en kenbaar afslaan in een bocht met motorvoertuig met trailer of aanhangwagen, die door middel van een koppel schotel, vangmuil of trekhaak verbonden is. De dode hoek van de gehele combinatie duidelijk aan te geven, die door een signaal via een afstand sensor op de voorzijde van een trailer of aanhangwagen in een bocht geactiveerd wordt. |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| RE | Patent lapsed |
Effective date: 20040331 |