BE1014746A3 - Werkwijze voor het transporteren van vrachten en transportvoertuig dat daarvoor kan worden aangewend. - Google Patents

Werkwijze voor het transporteren van vrachten en transportvoertuig dat daarvoor kan worden aangewend. Download PDF

Info

Publication number
BE1014746A3
BE1014746A3 BE2002/0244A BE200200244A BE1014746A3 BE 1014746 A3 BE1014746 A3 BE 1014746A3 BE 2002/0244 A BE2002/0244 A BE 2002/0244A BE 200200244 A BE200200244 A BE 200200244A BE 1014746 A3 BE1014746 A3 BE 1014746A3
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
transport vehicle
track
transport
wheels
over
Prior art date
Application number
BE2002/0244A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Verbeken Jos
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Verbeken Jos filed Critical Verbeken Jos
Priority to BE2002/0244A priority Critical patent/BE1014746A3/nl
Application granted granted Critical
Publication of BE1014746A3 publication Critical patent/BE1014746A3/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B60VEHICLES IN GENERAL
    • B60FVEHICLES FOR USE BOTH ON RAIL AND ON ROAD; VEHICLES CAPABLE OF TRAVELLING IN OR ON DIFFERENT MEDIA, e.g. AMPHIBIOUS VEHICLES
    • B60F1/00Vehicles for use both on rail and on road; Conversions therefor
    • B60F1/04Vehicles for use both on rail and on road; Conversions therefor with rail and road wheels on different axles
    • B60F1/046Semi-trailer or trailer type vehicles without own propelling units
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B60VEHICLES IN GENERAL
    • B60FVEHICLES FOR USE BOTH ON RAIL AND ON ROAD; VEHICLES CAPABLE OF TRAVELLING IN OR ON DIFFERENT MEDIA, e.g. AMPHIBIOUS VEHICLES
    • B60F1/00Vehicles for use both on rail and on road; Conversions therefor
    • B60F1/04Vehicles for use both on rail and on road; Conversions therefor with rail and road wheels on different axles
    • B60F1/043Vehicles comprising own propelling units

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Transportation (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Platform Screen Doors And Railroad Systems (AREA)

Abstract

De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het transporteren van vrachten, meer speciaal voor het transporteren van goederen en/of personen, daardoor gekenmerkt dat gebruik gemaakt wordt van een transportvoertuig (1) dat middelen bevat waardoor het, zowel op de baan, als op de spoorwegen kan rijden, waarbij het transporteren gedeeltelijk over de baan en gedeeltelijk over de spoorwegen geschiedt. De uitvinding heeft eveneens betrekking op een transportvoertuig dat voor de voornoemde werkwijze kan aangewend worden, met als kenmerk dat het transportvoertuig (1) middelen bevat om, zowel op de baan, als op de spoorwegen te kunnen rijden.

Description


   <Desc/Clms Page number 1> 
 



  Werkwijze voor het transporteren van vrachten en transportvoertuig dat daarvoor kan worden aangewend. 



  De huidige uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het transporteren van vrachten, meer speciaal voor het transporteren van goederen en/of personen, en op een transportvoertuig dat daarvoor kan worden aangewend. 



  In het bijzonder heeft zij betrekking op het transport van vrachten over zowel kleine als over grote afstanden van bijvoorbeeld enkele honderden of duizenden kilometer. 



  Het is bekend dat zulk transport kan gebeuren langs de baan, meer bepaald langs de openbare weg, waarbij, in dit geval, gebruik wordt gemaakt van een transportvoertuig met wielen met banden, zoals een vrachtwagen, een oplegger, een aanhangwagen, een bus voor personenvervoer, of dergelijke. 



  Een nadeel van zulke transportvoertuigen is dat door de verzadiging van het wegennet, rekening moet worden gehouden met relatief lange transporttijden veroorzaakt door files, verkeersopstoppingen, omleidingen, snelheidsbeperkingen en dergelijke. 



  Nog een nadeel van het transport over de baan bestaat erin dat per transportvoertuig en voor het volledige traject een chauffeur noodzakelijk is en dat bij lange trajecten het risico aanzienlijk groot is dat chauffeurs oververmoeid raken tijdens het rijden, met alle risico's vandien. 

 <Desc/Clms Page number 2> 

 Het is eveneens bekend dat zulk transport ook kan gebeuren door een gecombineerde transportwijze, waarbij het transport deels over de baan geschiedt, gebruik makend van een baantransportvoertuig, zoals hiervoor beschreven, en deels over de spoorweg geschiedt, gebruik makend van een treinwagon of dergelijke.

   In dit geval wordt, volgens een eerste mogelijkheid, het voornoemde baantransportvoertuig met zijn vracht op de treinwagon geplaatst of wordt volgens een tweede mogelijkheid de vracht respectievelijk bij het begin van het spoorwegtraject overgeladen van het betreffende baantransportvoertuig op de treinwagon en op het einde van het spoortraject terug overgeladen van de treinwagon op een ander baantransportvoertuig. 



  Een nadeel van de voornoemde eerste mogelijkheid, waarbij het baantransportvoertuig met zijn vracht op een treinwagon wordt geladen, is dat zij op weinig efficiënte wijze gebruik maakt van de transportmiddelen, aangezien voor eenzelfde transport langs het traject van de spoorwegen gelijktijdig twee transportvoertuigen vereist zijn, namelijk een baanvoertuig en een treinvoertuig. 



  Een nadeel van de voornoemde tweede mogelijkheid is dat voor het overladen van de vracht aan het begin en op het einde van het spoortraject, mankracht en middelen ter beschikking dienen te zijn, bijvoorbeeld in de vorm van een containerkraan, een vorkheftruck of dergelijke en dat het overladen relatief veel tijd in beslag neemt, waardoor de transportkosten verhogen. 



  De huidige uitvinding beoogt een nieuwe werkwijze voor het 

 <Desc/Clms Page number 3> 

 transporteren van vrachten, alsmede een daarbij aangewend transportvoertuig, welke bijzonder efficiënt zijn in hun gebruik en waardoor bovendien de voornoemde nadelen kunnen worden uitgesloten. 



  Hiertoe betreft de uitvinding een werkwijze voor het transporteren van vrachten, meer speciaal voor het transporteren van goederen en/of personen, met als kenmerk dat gebruik wordt gemaakt van een transportvoertuig dat middelen bevat waardoor het, zowel op de baan, als op de spoorwegen kan rijden en waarbij het transport gedeeltelijk over de baan en gedeeltelijk over de spoorwegen geschiedt. 



  Dit biedt het onmiskenbare voordeel dat, enerzijds, het transport over een aanzienlijk gedeelte van het traject over de spoorwegen kan geschieden waar het niet gehinderd wordt door de voornoemde nadelen van het transport langs de baan, terwijl, anderzijds, voor het trajectgedeelte over de sporen het betreffende transportvoertuig zelf gebruikt kan worden zonder dat hiervoor een bijkomende treinwagon dient voorzien te worden of zonder dat bijkomende middelen nodig zijn om de vracht aan het begin en het einde van het spoorwegtraject over te laden. 



  De uitvinding biedt ook als voordeel dat de mogelijkheid ontstaat om meerdere van dergelijke vrachtvoertuigen aan elkaar te koppelen tot een treinstel dat dan door één locomotief kan worden voortbewogen, zodat voor het grootste gedeelte van het transporttraject in plaats van verschillende chauffeurs, slechts één treinbestuurder noodzakelijk is. 

 <Desc/Clms Page number 4> 

 



  Bij voorkeur zal voor de werkwijze gebruik worden gemaakt van een transportvoertuig dat aan zich alle essentiële middelen bevat die nodig zijn om, zowel op de baan, als op de sporen te kunnen rijden, zodat, bij het overschakelen tussen de twee mogelijkheden, aldus het transport over de baan en het transport over de spoorweg, geen grote essentiële wijzigingen, en bij voorkeur zelfs geen wijzigingen aan het transportvoertuig moeten worden doorgevoerd om dit transportvoertuig aan de ene of andere mogelijkheid aan te passen en dat, bijgevolg, deze omschakeling snel en zeer eenvoudig kan gebeuren. 



  In een praktische uitvoeringsvorm omvat de werkwijze van de   uitvinding minstens volgende stappen : laden van het   transportvoertuig met de te transporteren vracht ;   verplaatsen van het geladen transportvoertuig over de baan   van de plaats van vertrek tot in een spoorwegstation,   treinstopplaats of dergelijke ; op de sporen plaatsen van het transportvoertuig ; koppelen van het   transportvoertuig aan een treinstel dat voorzien is van een locomotief ; het langs de sporen verplaatsen van het transportvoertuig, getrokken of geduwd door het voornoemde treinstel, tot in een ander spoorstation, treinstopplaats   of dergelijke ; bij aankomst in het laatstgenoemde spoorwegstation loskoppelen van het treinstel ;

   tenslotte   het verder over de baan verplaatsen van het transportvoertuig tot op de plaats van bestemming. In het geval van het transport van goederen, worden hierbij als transportvoertuigen bij voorkeur hoofdzakelijk of uitsluitend getrokken voertuigdelen, zoals opleggers of aanhangwagens, toegepast, terwijl de trekkende 

 <Desc/Clms Page number 5> 

 baanvoertuigen niet in het treinstel worden opgenomen. Door dit laatste wordt een optimale combinatie verkregen om de werkwijze van de uitvinding te realiseren omdat, enerzijds, geen trekkende baanvoertuigen nutteloos mee over de sporen worden verplaatst, en, anderzijds, klassieke locomotieven, welke uit zich optimaal afgestemd zijn voor transport over de sporen, kunnen worden ingezet om de transportvoertuigen in massa over de sporen voort te trekken. 



  De uitvinding heeft ook betrekking op een transportvoertuig voor het transporteren van vrachten, met als kenmerk dat het transportvoertuig middelen bevat om, zowel op de baan, als op de spoorwegen te kunnen rijden, waarbij deze middelen bij voorkeur minstens bestaan uit spoorwielen en uit wielen met banden, waarbij, zowel de spoorwielen, als de wielen met banden permanent aan het transportvoertuig aanwezig zijn of aanwezig kunnen blijven, zowel tijdens het transport over de baan, als tijdens het transport over de spoorweg, zodat geen afzonderlijke losse wielstellen nodig zijn om van de ene transportconfiguratie naar de andere om te schakelen. 



  Volgens een praktische uitvoeringsvorm zijn de spoorwielen en/of de wielen met banden in hoogte instelbaar, zodat voor een bepaalde instelling het transportvoertuig op zijn banden rust, terwijl voor een andere instelling het transportvoertuig op zijn spoorwielen rust. Door middel van een dergelijke instelbaarheid kunnen relatief grote hoogteverschillen worden gecreëerd, zodat de spoorwielen bij het transport over de baan geen storende factor vormen, 

 <Desc/Clms Page number 6> 

 en omgekeerd, de wielen met banden geen storende factor vormen bij het transport over de spoorweg. 



  Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm zullen de spoorwielen in hoogte verstelbaar zijn tussen een opgetrokken positie, waarbij het transportvoertuig op zijn banden rust en een neergelaten positie, waarbij het transportvoertuig op zijn spoorwielen rust. Aldus worden, voor het transport over de baan, de spoorwielen opgetrokken, waardoor het transportvoertuig tot in zijn laagste positie op zijn banden zakt en waardoor de hoogte van de laadvloer van het transportvoertuig boven de grond minimaal is tijdens het transport op de baan, zodat, bijgevolg de nuttige laadhoogte boven de laadvloer maximaal benut kan worden zonder dat de reglementair maximaal toegestane transporthoogte wordt overschreden. 



  Bij voorkeur zal het transportvoertuig volgens de uitvinding voorzien zijn van pneumatische en/of hydraulische aandrijfmiddelen, zoals drukcilinders of dergelijke, om de spoorwielen en/of de wielen met banden in hoogte te kunnen instellen en zullen deze aandrijfmiddelen voorzien zijn van koppelmiddelen voor aansluiting op een extern pneumatisch en/of hydraulisch circuit, meer speciaal voor aansluiting op het pneumatisch en/of hydraulisch circuit van een trekkend voertuig, voor het transport over de baan en/of een trekkend treinstel voor het transport over de spoorwegen.

   Dit biedt het voordeel dat, aangezien iedere klassieke trekker voor baantransport en ieder klassiek treinstel met locomotief over het algemeen is uitgerust met een dergelijk 

 <Desc/Clms Page number 7> 

 pneumatisch en/of hydraulisch circuit, de voornoemde aandrijfmiddelen ten allen tijde kunnen worden geactiveerd. 



  Volgens een bijzondere uitvoeringsvorm zal de spoorbreedte, die bepaald wordt door de spoorwielen, instelbaar zijn, zodat het transportvoertuig ingezet kan worden op spoorwegen met een verschillende afstand tussen de spoorstaven. 



  Volgens de meest voorkeurdragende uitvoeringsvorm zijn alle essentiële middelen die nodig zijn om op de baan en op de spoorwegen te kunnen rijden permanent aan het voertuig aanwezig of zijn deze middelen zodanig uitgevoerd dat zij minstens permanent aan het transportvoertuig aanwezig kunnen blijven, zowel tijdens het transport op de baan, als tijdens het transport op de spoorwegen. Dit biedt het voordeel dat het transportvoertuig op ieder ogenblik kan worden omgebouwd om op de baan of op de sporen te rijden, zonder dat hiervoor eerst bijkomende losse middelen bij elkaar moeten worden gezocht, zoals bijvoorbeeld afzonderlijke wielstellen die op dat ogenblik nog onder het transportvoertuig moeten worden gemonteerd. 



  Alhoewel het de voorkeur geniet dat een transportvoertuig volgens de uitvinding uitgevoerd is als een oplegger, zijn andere uitvoeringsvormen niet uitgesloten, bijvoorbeeld in   de vorm van een aanhangwagen ; bus voor personenvervoer;   een eendelige vrachtwagen, met andere woorden een zelftrekkende vrachtwagen die dan bij voorkeur op de sporen   uitsluitend als wagon fungeert ; combinatie van een   vrachtwagen met een daaraan gekoppelde aanhangwagen. Deze 

 <Desc/Clms Page number 8> 

 laatste uitvoeringsvorm is bijvoorbeeld bijzonder nuttig voor het vervoer van personenwagens, waarbij veelvuldig gebruik wordt gemaakt van zulke combinaties van een vrachtwagen en een daaraan gekoppelde aanhangwagen en die beide een aantal personenwagens kunnen meevoeren. 



  Met het inzicht de kenmerken van de uitvinding beter aan te tonen, zijn hierna, als voorbeeld zonder enig beperkend karakter, enkele voorkeurdragende uitvoeringsvormen beschreven van transportvoertuigen volgens de uitvinding, met verwijzing naar de bijgaande tekeningen, waarin: 
Figuur 1 schematisch een transportvoertuig volgens de uitvinding weergeeft; figuur 2 een doorsnede weergeeft volgens lijn II-II in figuur l; figuur 3 een zicht weergeeft zoals dit van figuur 1, doch waarbij het transportvoertuig gekoppeld is aan een trekker voor baantransport; figuur 4 een treinstel weergeeft waarin transportvoertuigen volgens figuur 1 aan elkaar gekoppeld zijn en gezamelijk getrokken worden door een locomotief ; figuur 5 op grotere schaal het gedeelte weergeeft dat in figuur 4 met F5 is aangeduid; figuur 6 een variante weergeeft van het gedeelte dat in figuur 5 met F6 is aangeduid;

   figuur 7 op grotere schaal een zicht weergeeft volgens pijl F7 in figuur 6, voor de positie waarin de spoorwielen neergelaten zijn; 

 <Desc/Clms Page number 9> 

 figuren 8,9 en 10 nog drie varianten weergeven van transportvoertuigen volgens de uitvinding; figuur 11 een treinstel weergeeft waarin meerdere transportvoertuigen uit figuur 10 aan elkaar gekoppeld zijn ; figuur 12 voor een variante, een gedeelte van een transportvoertuig volgens de uitvinding weergeeft; figuur 13 nog een variante van de uitvinding weergeeft. 



  In figuren 1 en 2 is een transportvoertuig 1 volgens de uitvinding weergegeven, dat in dit geval is uitgevoerd als een oplegger, die, zoals bekend, hoofdzakelijk is opgebouwd uit een onderstel 2 dat gedragen wordt door een stel wielassen met wielen 3 met banden 4 en, waarbij, het onderstel 2 nabij zijn voorste uiteinde is voorzien van een koppeldeel 5, bijvoorbeeld in de vorm van een traditionele King-pin, die het mogelijk maakt dat het transportvoertuig 1, zoals weergegeven in figuur 3, achter een trekker 6 voor baantransport kan worden gekoppeld. 



  Het onderstel 2 is in het weergegeven voorbeeld gevormd als een constructie van twee langsliggers 7 die onderling verbonden zijn door dwarsbalken 8 en waarop een laadvloer 9 is aangebracht. 



  Het transportvoertuig 1 bezit een laadruimte 10, die in dit geval wordt gevormd door een vaste omkasting die op het onderstel 2 is aangebracht, maar die volgens varianten bijvoorbeeld ook kan zijn uitgevoerd als een afneembare container, als een huifconstructie, als een tank, of nog, 

 <Desc/Clms Page number 10> 

 als een open laadruimte die enkel door zijschotten op de laadvloer 9 wordt afgebakend. 



  Het bijzondere van het transportvoertuig 1 van de uitvinding bestaat erin dat het middelen bevat om, zowel op de baan, als op de spoorwegen te kunnen worden ingezet. 



  Het transportvoertuig 1 is hiertoe volgens de uitvinding bijkomend voorzien van spoorwielen 11, een en ander zodat, afhankelijk van de wijze waarop het transportvoertuig 1 wordt ingezet, dit laatste ofwel door de wielen 3, ofwel door de spoorwielen 11 kan worden gedragen. 



  In het voorbeeld van de figuren 1 en 2 zijn de spoorwielen 11 in de hoogte verplaatsbaar ten opzichte van het onderstel 2. Hiertoe zijn zij aan steunen 12 aangebracht die aan hun bovenste uiteinde door middel van scharnierassen 13 wentelbaar onder het onderstel 2 zijn bevestigd, zodat de spoorwielen 11 kunnen worden opgetrokken tot in een positie A, zoals aangeduid in volle lijn in figuur 1, of kunnen worden neergelaten tot in een positie B, zoals aangeduid in streeplijn in figuur 1, dit door de voornoemde steunen 12 te verdraaien. 



  Om de steunen 12 te verplaatsen, zijn aandrijfmiddelen 14 voorzien, die in het weergegeven voorbeeld gevormd worden door drukcilinders, meer speciaal pneumatische cilinders, die via een niet weergeven leiding en aansluitkoppelingen op het pneumatisch circuit van een treinstel of van een trekker 6 voor baantransport kunnen worden aangesloten, 

 <Desc/Clms Page number 11> 

 alsmede via een niet weergegeven bedieningspaneel kunnen worden bevolen. 



  Het is duidelijk dat de nodige, niet weergegeven, vergrendelingsmiddelen zullen worden voorzien om de steunen 12 en de daaraan opgehangen spoorwielen 11 respectievelijk in de ingestelde positie, hetzij A, hetzij B, te vergrendelen. 



  Het transportvoertuig 1 is minstens aan zijn voorste uiteinde, en, zoals weergegeven, bij voorkeur aan beide uiteinden, voorzien van koppelmiddelen 15, bijvoorbeeld telkens in de vorm van een koppeldeel van het type dat gebruikelijk aan treinwagons wordt toegepast, welke koppelmiddelen 15 toelaten om het transportvoertuig 1, zoals weergegeven in de figuren 4 en 5, achter een spoorwegvoertuig, zoals een locomotief 16 te koppelen en/of tussen andere samenstellende delen van een treinstel 17 te bevestigen. 



  Het transportvoertuig 1 is aan zijn beide uiteinden op een vaste genormaliseerde hoogte voorzien van stootbuffers 18. 



  De voornoemde koppelmiddelen 15 en de voornoemde stootbuffers 18 zijn in het weergegeven voorbeeld verplaatsbaar, meer speciaal verschuifbaar, op het onderstel 2 aangebracht, tussen twee uiterste posities, namelijk een eerste positie die in de figuren 1 tot 3 in streeplijn is weergegeven, waarbij deze eerste positie bedoeld is voor het transport over de spoorwegen en, waarbij de koppelmiddelen 15 en de stootbuffers 18 minstens 

 <Desc/Clms Page number 12> 

 gedeeltelijk uit het onderstel 2 van het transportvoertuig 1 uitsteken en een tweede positie die in volle lijn is weergegeven en die bedoeld is voor het transport over de baan, waarbij de koppelmiddelen 15 en de stootbuffers 18 minder ver uitsteken of, volgens een niet weergeven variante, zelfs volledig in het onderstel 2 kunnen worden weggeschoven. 



  Het gebruik van het hiervoor beschreven transportvoertuig 1 kan eenvoudig uit de figuren 1 tot 5 worden afgeleid. Bij gebruik op de weg worden de spoorwielen 11 in de positie A geplaatst en wordt het transportvoertuig 1, zoals afgebeeld in figuur 3, op klassieke wijze toegepast in combinatie met een trekker 6 voor baantransport. Bij gebruik op de spoorweg worden de spoorwielen, terwijl het transportvoertuig tot op een spoorweg is gereden, in de positie B gebracht, met als gevolg dat een toestand ontstaat, zoals afgebeeld in figuren 4 en 5, waarbij het transportvoertuig op de sporen 19 komt te rusten.

   Hierbij kan, door middel van de koppelmiddelen 15, een verbinding worden gemaakt met andere samenstellende delen van het treinstel 17 en kunnen de eventueel aanwezige stootbuffers 18, zoals afgebeeld, worden uitgeschoven, teneinde een vergelijkbare situatie te verkrijgen als bij traditionele treinstellen 17. 



  In figuur 6 is een bijzondere variante weergegeven, die het kenmerk vertoont dat minstens een aantal van de spoorwegwielen 11, in zijaanzicht gezien, in minstens één van de posities A of B, en, in dit geval, in beide posities, gedeeltelijk achter één of meer van de wielen 3 

 <Desc/Clms Page number 13> 

 gesitueerd zijn, met als voordeel dat de totale lengte ingenomen door één wielengroep van wielen 3 en spoorwielen 11, korter kan zijn dan, bijvoorbeeld in de uitvoering van figuur 1, waarin de wielen 3 en spoorwielen 11 zich volledig achter elkaar bevinden. 



  Figuur 7 toont verder dat het ook mogelijk is om de spoorwielen 11 in zulk geval tussen de twee wielen 3 van één dubbele wielset te monteren. 



  In figuur 8 is een variante weergegeven waarbij de spoorwielen 11 in de plaats van op wentelbare steunen 12, op verticaal uitschuifbare steunen 20, gemonteerd zijn, die op zich bijvoorbeeld uit drukcilinders kunnen bestaan. 



  Volgens figuur 9 is het transportvoertuig 1 uitgevoerd als een aanhanger, die in de plaats van de voornoemde King-pin is voorzien van een voorste wielenset 21 met een dissel 22, waarmee het transportvoertuig 1 voor het transport over de baan aan een trekhaak achter een vrachtwagen of dergelijke kan worden gekoppeld. Deze dissel 22 zal bij voorkeur opklapbaar of inschuifbaar zijn uitgevoerd, zodat hij niet in de weg zit wanneer het transportvoertuig 1 in een treinstel wordt opgenomen. Het is duidelijk dat de wielenset 21, die normalerwijze verdraaibaar onder het onderstel 23 aanwezig is, bij het gebruik op het spoor, bij voorkeur, zal worden vergrendeld tegen verdraaiing, dit door middel van niet weergegeven vergrendelingsmiddelen. 



  In figuur 10 is nog een andere uitvoeringsvariante weergegeven van een transportvoertuig 1 volgens de 

 <Desc/Clms Page number 14> 

 uitvinding, waarbij, in dit geval, uitgegaan is van een bus voor personenvervoer die op gelijkaardige manier voorzien is van middelen waardoor zij, zowel op de baan, als op de spoorwegen kan rijden en van koppelmiddelen 15 die, zoals weergegeven in figuur 11, toelaten om ook dit transportvoertuig 1 op te nemen in het treinstel 17. 



  In de reeds besproken figuren is de ophanging van de spoorwielen schematisch slechts louter weergegeven door middel van steunen 12-20. Het is duidelijk dat in de praktijk deze ophanging ook kan zijn uitgerust met al dan niet in de steunen 12-20 geïntegreerde veren en/of schokdempers. 



  In figuur 12 is nog een andere uitvoeringsvariante weergegeven van een transportvoertuig 1 volgens de uitvinding, waarbij in dit geval de spoorwielen 11, minstens op de locatie waar zij samen met wielen 3 met banden 4 voorkomen, zijn aangebracht op steunen 23 die scharnierbaar zijn bevestigd op de wielassen van de wielen 3 of op de ophanging 24 van deze wielassen. De spoorwielen 11 zijn ook in dit geval voorzien van aandrijfmiddelen 14, bijvoorbeeld in de vorm van niet weergeven drukcilinders die tussen de steunen 23 en de voornoemde wielassen of het voornoemde onderstel 2 zijn aangebracht, en die toelaten van de spoorwielen 11 te verplaatsen tussen een opgetrokken positie A zoals weergegeven in volle lijn en een neergelaten positie B zoals weergegeven in streeplijn.

   Het is duidelijk dat in dit geval de ophanging 24 en dus ook de vering en/of demping van deze ophanging 24 gemeenschappelijk is voor zowel de wielen 3 als voor de 

 <Desc/Clms Page number 15> 

 spoorwielen 11 zodat in dit geval geen aparte afvering en ophanging voor de betreffende spoorwielen 11 dient voorzien te worden. 



  Het is duidelijk dat voor de hiervoor beschreven uitvoeringsvormen van transportvoertuigen volgens de uitvinding, buiten een locomotief 16 of een trekkend treinstel 17, geen extra toebehoren in de stations dienen aanwezig te zijn, en dat zulke transportvoertuigen 1 bijgevolg zeer snel, in een tijdspanne van enkele minuten, op de sporen 19 kunnen worden geplaatst en aan een voornoemde locomotief 16 of aan een voornoemd trekkend treinstel 17 kan worden gekoppeld. Aangezien alle transportvoertuigen in principe aan het station onmiddellijk worden afgehaald, blijven er geen lege wagons achter in het station, zoals dit het geval is bij klassiek treintransport. De stations dienen dan ook niet meer over veel plaats te beschikken. 



  In figuur 13 is een variante weergegeven van een transportvoertuig 1 volgens de uitvinding, waarbij dit transportvoertuig 1 is uitgerust als een oplegger die aan zijn achterste uiteinde is voorzien van spoorwielen 11 die in de hoogte verstelbaar zijn en die, voor het transport over de sporen 19, met zijn voorste uiteinde op een bijkomende losse dolly 25 met spoorwielen 26 wordt bevestigd, bijvoorbeeld door middel van zijn koppeling 5. 



  Bij voorkeur zal de dolly 25 zodanig zijn ontworpen dat hij door het transportvoertuig 1 tijdens zijn verplaatsingen over de baan kan worden meegedragen bijvoorbeeld aan de voorste of achterste wand van het transportvoertuig of in 

 <Desc/Clms Page number 16> 

 een vrije ruimte onder het onderstel 2. Het is ook niet uitgesloten dat zulke dolly's in de goederenstations ter beschikking worden gesteld om een voornoemd transportvoertuig 1 te kunnen uitrusten met de nodige extra spoorwielen 26 voor het transport over de spoorwegen. 



  Vanzelfsprekend zijn verschillende varianten mogelijk. Zo bijvoorbeeld kunnen de aandrijfmiddelen 14 op eender welke wijze zijn uitgevoerd en dus ook van manueel bedienbare aard zijn. Daarnaast kan zulk transportvoertuig 1 nog met bijkomende accessoires worden uitgerust, zoals remmen op de wielen 3 en op spoorwielen 11, lichten en/of signalisatielichten, zowel voor het gebruik op de baan, als op de sporen, beveiligingsmiddelen, enzovoort. 



  Het is duidelijk dat de hiervoor beschreven voertuigen toelaten om te worden ingezet volgens de in de inleiding beschreven werkwijze van transport. 



  De huidige uitvinding is geenszins beperkt tot de als voorbeeld beschreven en in de figuren weergegeven uitvoeringsvorm, doch een dergelijke werkwijze en transportvoertuig kunnen in verschillende varianten worden verwezenlijkt zonder buiten het kader van de uitvinding te treden.

Claims (19)

Conclusies.
1.- Werkwijze voor het transporteren van vrachten, meer speciaal voor het transporteren van goederen en/of personen, daardoor gekenmerkt dat gebruik gemaakt wordt van een transportvoertuig (1) dat middelen bevat waardoor het, zowel op de baan, als op de spoorwegen kan rijden, waarbij het transport gedeeltelijk over de baan en gedeeltelijk over de spoorwegen geschiedt.
2.- Werkwijze volgens conclusie 1, daardoor gekenmerkt dat voor het transportvoertuig (1) gebruik wordt gemaakt van een voertuig dat aan zich alle essentiële middelen bevat die nodig zijn om, zowel op de baan, als op de sporen (19) te kunnen rijden, zodat, bij overschakelen tussen de twee mogelijkheden, aldus het transport over de baan en het transport over de spoorweg, geen grote essentiële wijzigingen moeten worden doorgevoerd om het transportvoertuig (1) aan de ene of andere mogelijkheid aan te passen.
3. - Werkwijze volgens conclusie 1 of 2, daardoor gekenmerkt dat zij minstens bestaat in het laden van het transportvoertuig (1) met de te transporteren vracht ; verplaatsen van het geladen transportvoertuig (1) over de baan van de plaats van vertrek tot in een spoorwegstation, treinstopplaats of dergelijke ; op de sporen (19) plaatsen van het transportvoertuig (1); het koppelen van het transportvoertuig (1) aan een treinstel (17) dat voorzien is van een locomotief (16); het langs de sporen <Desc/Clms Page number 18> (19) verplaatsen van het transportvoertuig (1), getrokken of geduwd door het voornoemde treinstel (17), tot in een ander spoorstation, treinstopplaats of dergelijke ; bij aankomst in het laatstgenoemde spoorwegstation loskoppelen van het treinstel (17) ;
en tenslotte het verder over de baan verplaatsen van het transportvoertuig (1) tot op de plaats van bestemming.
4.- Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat gebruik gemaakt wordt van een transportvoertuig (1) dat is uitgevoerd als een oplegger.
5. - Transportvoertuig voor het transporteren van vrachten, meer speciaal voor het transporteren van goederen en/of personen volgens de werkwijze van één van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat het transportvoertuig (1) middelen bevat om, zowel op de baan, als op de spoorwegen te kunnen rijden.
6.- Transportvoertuig volgens conclusie 5, daardoor gekenmerkt dat de voornoemde middelen minstens bestaan uit spoorwielen (11) en uit wielen (3) met banden (4), waarbij, zowel de spoorwielen (11), als de wielen (4) met banden (3) permanent aan het transportvoertuig (1) aanwezig zijn of aanwezig kunnen blijven, zowel tijdens het transport over de baan, als tijdens het transport over de spoorweg.
7.- Transportvoertuig volgens conclusie 5 of 6, daardoor gekenmerkt dat de spoorwielen (11) en/of de wielen (3) met banden (4) in hoogte instelbaar zijn, zodat, voor een bepaalde instelling, het transportvoertuig (1) op zijn <Desc/Clms Page number 19> banden (4) rust, terwijl voor een andere instelling het transportvoertuig (1) op zijn spoorwielen (11) rust.
8.- Transportvoertuig volgens conclusie 6 of 7, daardoor gekenmerkt dat de spoorwielen (11) in hoogte verstelbaar zijn tussen een opgetrokken positie (A), waarbij het transportvoertuig (1) op zijn banden (3) rust en een neergelaten positie (B), waarbij het transportvoertuig (1) op zijn spoorwielen (11) rust.
9.- Transportvoertuig volgens conclusie 7 of 8, daardoor gekenmerkt dat het voorzien is van pneumatische en/of hydraulische aandrijfmiddelen (14), zoals drukcilinders of dergelijke, om de spoorwielen (11) en/of de wielen (3) met banden (4) in hoogte te kunnen instellen en dat deze aandrijfmiddelen (14) voorzien zijn van koppelmiddelen voor aansluiting op een extern pneumatisch en/of hydraulisch circuit, meer speciaal voor aansluiting op het pneumatisch en/of hydraulisch circuit van een trekkend voertuig (6) voor het transport over de baan en/of een trekkend treinstel (17) voor het transport over de spoorwegen.
10. - Transportvoertuig volgens één van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat het spoorwielen (11) en wielen (3) met banden (4) bevat die door middel van gemeenschappelijke ophanging (24) aan het onderstel (2) zijn bevestigd.
11. - Transportvoertuig volgens één van de voorgaande conclusies daardoor gekenmerkt dat het spoorwielen (11) bevat die zijn aangebracht op steunen (23) die wentelbaar <Desc/Clms Page number 20> zijn aangebracht op de wielassen van de wielen (23) met banden.
12. - Transportvoertuig volgens één van de conclusies 6 tot 11, daardoor gekenmerkt dat de spoorbreedte die bepaald wordt door de spoorwielen instelbaar is.
13. - Transportvoertuig volgens één van de conclusies 5 tot 12, daardoor gekenmerkt dat het minstens aan één uiteinde, bij voorkeur aan beide uiteinden, voorzien is van koppelmiddelen (15), meer speciaal een treinkoppeling, waarmee het aan een spoorwegvoertuig kan worden gekoppeld.
14. - Transportvoertuig volgens één van de conclusies 5 tot 13, daardoor gekenmerkt dat het voorzien is van stootbuffers (18).
15. - Transportvoertuig volgens conclusie 13 of 14, daardoor gekenmerkt dat de koppelmiddelen (15) en/of de stootbuffers (18) zich permanent aan het transportvoertuig (1) bevinden en er verplaatsbaar op zijn bevestigd tussen, enerzijds, een positie die bedoeld is voor het transport over de spoorwegen, waarbij zij minstens gedeeltelijk uit het onderstel (2) van het transportvoertuig (1) uitsteken, en, anderzijds, een positie die bedoeld is voor het transport over de baan, waarbij zij niet, of minder ver uitsteken.
16. - Transportvoertuig volgens één van de conclusies 5 tot 15, daardoor gekenmerkt dat alle essentiële middelen die nodig zijn om op de baan en op de spoorwegen te kunnen rijden permanent aan het voertuig aanwezig zijn of aanwezig <Desc/Clms Page number 21> kunnen blijven, zowel tijdens het transport op de baan, als tijdens het transport op de spoorwegen.
17.- Transportvoertuig volgens één van de conclusies 5 tot 16, daardoor gekenmerkt dat het is uitgevoerd als een oplegger.
18.- Transportvoertuig volgens één van de conclusies 5 tot 16, daardoor gekenmerkt dat het is uitgevoerd als een aanhangwagen.
19.- Transportvoertuig volgens één van de conclusies 5 tot 16, daardoor gekenmerkt dat het is uitgevoerd als een bus voor personenvervoer.
BE2002/0244A 2002-04-04 2002-04-04 Werkwijze voor het transporteren van vrachten en transportvoertuig dat daarvoor kan worden aangewend. BE1014746A3 (nl)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE2002/0244A BE1014746A3 (nl) 2002-04-04 2002-04-04 Werkwijze voor het transporteren van vrachten en transportvoertuig dat daarvoor kan worden aangewend.

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE2002/0244A BE1014746A3 (nl) 2002-04-04 2002-04-04 Werkwijze voor het transporteren van vrachten en transportvoertuig dat daarvoor kan worden aangewend.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE1014746A3 true BE1014746A3 (nl) 2004-03-02

Family

ID=31722103

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE2002/0244A BE1014746A3 (nl) 2002-04-04 2002-04-04 Werkwijze voor het transporteren van vrachten en transportvoertuig dat daarvoor kan worden aangewend.

Country Status (1)

Country Link
BE (1) BE1014746A3 (nl)

Cited By (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
ES2367735A1 (es) * 2011-06-03 2011-11-08 Universidad De Castilla-La Mancha Dispositivo de adaptación de remolques de transporte por carretera a vías de ferrocarril.
FR3131563A1 (fr) * 2022-01-04 2023-07-07 Loïc HAMELIN Véhicule multimodal et interfaces

Citations (7)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
BE418798A (nl) *
US1543452A (en) * 1924-11-17 1925-06-23 William J Seitz Vehicle axle
US2021075A (en) * 1934-10-11 1935-11-12 James F Mcginness Combination trailer for highways and railroads
DE961548C (de) * 1953-06-20 1957-04-11 Waggon Und Maschb G M B H Auf Schienen oder Strassen verwendbares aufsattelbares Anhaengerfahrzeug
US4202276A (en) * 1977-06-27 1980-05-13 Bi-Modal Corporation Self-steering wheel-set for convertible railway vehicle
FR2743023A1 (fr) * 1995-12-29 1997-07-04 Heckner Philippe Remorque - wagon - conteneur
FR2820366A1 (fr) * 2001-02-08 2002-08-09 Christian Louveau Dispositif de guidage ferroviaire moteur et auto-directeur avec suspension hydraulique independante adaptable aux vehicules routiers

Patent Citations (7)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
BE418798A (nl) *
US1543452A (en) * 1924-11-17 1925-06-23 William J Seitz Vehicle axle
US2021075A (en) * 1934-10-11 1935-11-12 James F Mcginness Combination trailer for highways and railroads
DE961548C (de) * 1953-06-20 1957-04-11 Waggon Und Maschb G M B H Auf Schienen oder Strassen verwendbares aufsattelbares Anhaengerfahrzeug
US4202276A (en) * 1977-06-27 1980-05-13 Bi-Modal Corporation Self-steering wheel-set for convertible railway vehicle
FR2743023A1 (fr) * 1995-12-29 1997-07-04 Heckner Philippe Remorque - wagon - conteneur
FR2820366A1 (fr) * 2001-02-08 2002-08-09 Christian Louveau Dispositif de guidage ferroviaire moteur et auto-directeur avec suspension hydraulique independante adaptable aux vehicules routiers

Cited By (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
ES2367735A1 (es) * 2011-06-03 2011-11-08 Universidad De Castilla-La Mancha Dispositivo de adaptación de remolques de transporte por carretera a vías de ferrocarril.
FR3131563A1 (fr) * 2022-01-04 2023-07-07 Loïc HAMELIN Véhicule multimodal et interfaces

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US5826517A (en) Bogie coupling system for convertible railway-railroad vehicle
US5375532A (en) Convertible railway-roadway vehicle and method of use
AU582350B2 (en) Rail wagon
JP5572217B2 (ja) 可動導板を有し局地的なハイブリッド運送を伴うインターモーダル輸送システム
US2036535A (en) Method of and apparatus for transporting goods
US6460468B1 (en) Intermodal transport system
US2121181A (en) System for transporting freight
US5220870A (en) Convertible highway-railway hauling vehicle
US20130139719A1 (en) Railroad freight car loading or unloading
US2146567A (en) Trailer transport vehicle
CN203545194U (zh) 用于运输公路挂车的轨道车辆
GB2242183A (en) Railway vehicles
BE1014746A3 (nl) Werkwijze voor het transporteren van vrachten en transportvoertuig dat daarvoor kan worden aangewend.
US20070089637A1 (en) Apparatus and method for intermodal conversion of transport vehicles; rail-to-highway and highway-to-rail
US1581745A (en) Transportation system
US2981209A (en) Combination rail-highway freight and auto transport
US20060288902A1 (en) Intermodal rail car/truck trailer
US6490980B1 (en) Mass transit vehicle system
US20020029720A1 (en) Road-rail adaptive vehicle transit system
GB2523809A (en) Trailer
EP1145928B1 (en) Bogie coupling system for convertible railway-roadway vehicle
AU709137B2 (en) Bogie coupling system for convertible railway-roadway vehicle
EP3480087B1 (en) Split trailer
US5802983A (en) Railroad platform cart
RU2171191C2 (ru) Система сцепления тележки для преобразуемого железнодорожно-шоссейного транспортного средства

Legal Events

Date Code Title Description
MM Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20200430