BE1015968A3 - Verbeterde landbouwinrichting. - Google Patents
Verbeterde landbouwinrichting. Download PDFInfo
- Publication number
- BE1015968A3 BE1015968A3 BE2004/0170A BE200400170A BE1015968A3 BE 1015968 A3 BE1015968 A3 BE 1015968A3 BE 2004/0170 A BE2004/0170 A BE 2004/0170A BE 200400170 A BE200400170 A BE 200400170A BE 1015968 A3 BE1015968 A3 BE 1015968A3
- Authority
- BE
- Belgium
- Prior art keywords
- tool
- tractor
- rotary head
- agricultural device
- arm
- Prior art date
Links
- 230000008878 coupling Effects 0.000 claims description 6
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 claims description 6
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 claims description 6
- 210000005069 ears Anatomy 0.000 claims 2
- 238000013138 pruning Methods 0.000 description 3
- 101000793686 Homo sapiens Azurocidin Proteins 0.000 description 2
- 230000002349 favourable effect Effects 0.000 description 1
- 230000008447 perception Effects 0.000 description 1
- 238000010079 rubber tapping Methods 0.000 description 1
- 238000009966 trimming Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01D—HARVESTING; MOWING
- A01D34/00—Mowers; Mowing apparatus of harvesters
- A01D34/835—Mowers; Mowing apparatus of harvesters specially adapted for particular purposes
- A01D34/86—Mowers; Mowing apparatus of harvesters specially adapted for particular purposes for use on sloping ground, e.g. on embankments or in ditches
- A01D34/866—Mounting means
Landscapes
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Environmental Sciences (AREA)
- Harvester Elements (AREA)
Abstract
Verbeterde landbouwinrichting die in hoofdzaak bestaat uit een arm (1) voor de bevestiging op een landbouwtractor of dergelijke, een aan deze arm (1) bevestigde draaikop (2) en een aan deze draaikop (2) opgehangen werktuig (3), daardoor gekenmerkt dat het werktuig (3) scharnierbaar is opgehangen aan de draaikop (2) en voorzien is van een aandrijving hiervoor.
Description
<Desc/Clms Page number 1> Verbeterde landbouwinrichting. De huidige uitvinding heeft betrekking op een verbeterde landbouwinrichting, meer bepaald een landbouwinrichting voor het onderhouden van bermen en dergelijke. Meer speciaal nog heeft de uitvinding betrekking op een landbouwinrichting die kan worden aangebracht op een tractor of dergelijke en die in hoofdzaak bestaat uit een verstelbare arm en een daaraan bevestigd werktuig. Het werktuig kan bijvoorbeeld een zogenaamde maaikast zijn in de vorm van een klepelmaaier voor het maaien van bermen. Zulk een klepelmaaier bevat een sneldraaiende as waarop klepels zijn aangebracht die het gewas op gewenst hoogte afslaan. Het werktuig kan bijvoorbeeld ook een snoeischaar voor het snoeien van struiken of een takkenschaar voor het kortwieken van takken zijn. De voornoemde verstelbare armen bestaan in het algemeen uit meerdere armdelen die scharnierend met elkaar verbonden zijn. Het eerste armdeel is in het algemeen, zowel verticaal scharnierbaar, als horizontaal zwenkbaar op de tractor aangebracht, meer bepaald aan de achterkant of aan de zijkant van de tractor of dergelijke. <Desc/Clms Page number 2> Daaropvolgende armdelen zijn verticaal scharnierbaar, of met andere woorden door middel van horizontale assen, verbonden met een voorgaand armdeel. De voornoemde scharnierbewegingen worden gebruikelijk bekrachtigd door middel van dubbelwerkende hydraulische cilinders. De arm is gebruikelijk voorzien van hydraulische druk afkomstig van de tractor of van een door de tractor aangedreven hydraulische groep of dergelijke. Hoewel het mogelijk is het werktuig rechtstreeks verticaal scharnierend op het laatste armdeel aan te brengen, wordt het werktuig in het algemeen aan de arm opgehangen door middel van een draaikop die voorzien is tussen het laatste armdeel en het werktuig. Zulke draaikop laat toe het werktuig dwars op het vlak, gevormd door de arm, te verdraaien. Zulke draaikop is, gelijkaardig aan de voornoemde armdelen, verticaal scharnierbaar verbonden met het laatste armdeel, in het algemeen het tweede of het derde armdeel, en voorzien van een dubbelwerkende hydraulische cilinder tussen het laatste armdeel en de draaikop. De spil van de draaikop ligt bij voorkeur in het vlak dat gevormd wordt door de verschillende armdelen. Het verdraaibaar gedeelte van de draaikop wordt aangedreven door middel van een dubbelwerkende hydraulische cilinder. <Desc/Clms Page number 3> Het werktuig wordt gebruikelijk vast op het verdraaibaar gedeelte van de draaikop aangebracht. Dankzij de draaikop kan het werktuig ook dwars op de rijrichting en parallel aan de ondergrond van de tractor gehouden worden, zelfs wanneer de arm niet dwars op de rijrichting is geplaatst. Het probleem dat zich stelt met de hierboven beschreven bekende landbouwinrichting is dat ze niet voldoende flexibel instelbaar is. Met de bekende landbouwinrichting is men inderdaad niet in staat op efficiënte wijze een hellende berm te maaien, terwijl het werktuig zich naast het voorwiel van de tractor bevindt. Met hellende berm wordt bedoeld een berm die hellend is ten opzichte van de ondergrond waarover de tractor zich verplaatst. Inderdaad, indien de arm niet dwars op de verplaatsingsrichting van de tractor staat, kan het werktuig wel dwars op de rijrichting, maar in dat geval slechts parallel aan de ondergrond van de tractor geplaatst worden. Indien een andere hellingshoek gewenst is voor het werktuig, zal het bijstellen van de draaikop en van de verticale hoek tussen de draaikop en het laatste armdeel <Desc/Clms Page number 4> nooit leiden tot een perfecte aansluiting van het werktuig met de hellende berm. Zowel bekeken vanuit de rijrichting, als dwars daarop, bijvoorbeeld van boven op de hellende berm naar het werktuig toe, zal men een openingshoek kunnen waarnemen, meer bepaald een ruimte tussen het werktuig en de berm. Het werktuig rust met andere woorden niet volledig, maar slechts gedeeltelijk op het talud. Deze positie van het werktuig resulteert uiteraard in een niet gelijkmatig maairesultaat, en veroorzaakt bovendien schade, zowel aan het talud, als aan het werktuig. De huidige uitvinding betreft een verbeterde landbouwinrichting die de voornoemde en andere nadelen uitsluit. Tot dit doel bestaat de verbeterde landbouwinrichting volgens de uitvinding hoofdzakelijk uit een arm voor de bevestiging op een landbouwtractor of dergelijke, een aan deze arm bevestigde draaikop en een aan deze draaikop opgehangen werktuig, waarbij het werktuig scharnierbaar is opgehangen aan de draaikop en voorzien is van een aandrijving hiervoor. De landbouwinrichting volgens de uitvinding maakt het mogelijk de stand van het werktuig aan te passen aan om het even welk terrein, bijvoorbeeld om in het geval van een maaikast een hellende berm te maaien of te snoeien, terwijl <Desc/Clms Page number 5> het werktuig zich naast het voorwiel van de tractor bevindt. Deze positie van het werktuig is gewenst omdat het werktuig op die wijze in het gezichtsveld van de gebruiker ligt. Het is geweten dat door deze efficiënte waarneming sneller gemaaid kan worden, en dat de kans op beschadiging of ongevallen sterk verminderd wordt. Bovendien voorkomt deze gunstige positie van het werktuig de welgekende nek- en rugklachten. Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm bevat de draaikop twee onderling verdraaibare delen, een kranshouder en een werktuighouder, en is tussen de kranshouder en de werktuighouder een draaikrans voorzien. Bij voorkeur bevat de draaikrans een wormwiel en een tandwiel, of minstens twee tandwielen, en wordt de draaikrans aangedreven door een hydraulische motor. Het voordeel van het voorzien van een wormwiel en/of minstens één tandwiel is dat daardoor het werktuig alle gewenste posities kan innemen omdat geen eindstand bestaat en dit, vanuit eender welke positie, in beide richtingen kan worden verdraaid. Bovendien zijn tandwielen en wormwielen algemeen verkrijgbaar. <Desc/Clms Page number 6> Het voordeel van het gebruik van een hydraulische aandrijving is dat een landbouwtractor gebruikelijk voorzien is van hydraulische druk of van een door de landbouwtractor aangedreven hydraulische groep. Met het inzicht de kenmerken van de uitvinding beter aan te tonen, is hierna, als voorbeeld zonder enig beperkend karakter, een voorkeurdragende uitvoeringsvorm beschreven van een verbeterde landbouwinrichting volgens de uitvinding, met verwijzing naar de bijgaande tekeningen, waarin: figuur 1 in perspectief een verbeterde landbouwinrichting volgens de uitvinding weergeeft, in dit geval aangebracht op een tractor; figuur 2 op grotere schaal het gedeelte weergeeft zoals aangeduid in figuur 1 met F2. figuur 3 een uiteengenomen zicht weergeeft van de het gedeelte van de landbouwinrichting volgens figuur 2; figuur 4 op nog grotere schaal een doorsnede weergeeft volgens lijn IV-IV in figuur 3; figuur 5 een doorsnede weergeeft volgens lijn V-V in figuur 4. De verbeterde landbouwinrichting, zoals weergegeven in figuur 1, bestaat hoofdzakelijk uit een arm 1, een draaikop 2 en een werktuig 3, en is hier aangebracht op de achterzijde van een tractor. De arm 1 is met een eerste armdeel 4 verticaal scharnierend en horizontaal zwenkbaar verbonden met de tractor, met behulp van niet weergegeven scharnier- en zwenkmiddelen en <Desc/Clms Page number 7> niet weergegeven bekrachtigingsmiddelen. De arm 1 bestaat in dit geval uit voornoemd eerste armdeel 4 en een tweede armdeel 5 dat scharnierbaar is aangebracht op het eerste armdeel 4, meer bepaald in het gewricht 6 met horizontale as 7. Tussen de armdelen 4 en 5 is bovendien een hydraulische cilinder 8 voorzien. Op het tweede armdeel 5 is bovendien op scharnierende wijze een draaikop 2 aangebracht. Zoals weergegeven in figuur 3, is het tweede armdeel 5 daartoe voorzien van een boring 9 waarin een as 10 past, gelijkaardig aan de scharnierende verbinding tussen de armdelen 4 en 5. De draaikop 2 bestaat in hoofdzaak uit een kranshouder 11, een draaikrans 12 met hydraulische motor 13 en een werktuighouder 14, die meer bepaald zodanig onderling verbonden zijn dat de kranshouder 11 en de werktuighouder 14 onderling verdraaibaar zijn. Tussen het tweede armdeel 5 en de kranshouder 11 is bovendien een hydraulische cilinder 15 voorzien met koppeldeel 16. Dit koppeldeel 16 kan scharnierend worden aangebracht tussen twee plaatjes 17 waarin boringen 18 zijn voorzien, welke plaatjes 17 dwars op de kranshouder 11 zijn bevestigd. De kranshouder 11 bestaat verder in hoofdzaak uit een vlakke plaat 19 met twee dwars gerichte en hoofdzakelijk Lvormige zijplaten 20. <Desc/Clms Page number 8> De vlakke plaat 19 is voorzien van meerdere, in een cirkel gepositioneerde boorgaten 21 en van een rib 22. De zijplaten 20 zijn voorzien van een boring 23 waar doorheen, alsook doorheen de boring 9 in het tweede armdeel 5, de voornoemde as 10 is gevoerd. Zoals weergegeven in figuur 4 bestaat de draaikrans 12 in hoofdzaak uit een behuizing 24 waarin een tandwiel 25 is gelagerd en een daarmee samenwerkend wormwiel 26 is voorzien. Het wormwiel 26 is aangedreven door de voornoemde hydraulische motor 13. De behuizing 24 is aan één zijde, in de figuren de bovenzijde, voorzien van een verwijderbaar deksel waarin meerdere in een cirkel gepositioneerde tapgaten 27 zijn aangebracht, één en ander zodanig dat de kranshouder 11 met behulp van bouten met de behuizing 24 verbonden is. Verder is de behuizing 24 aan dezelfde zijde en aan de binnenzijde van de tapgaten 27 voorzien van een opening 28. Aan de andere zijde, de onderzijde in de figuur 5, is de behuizing 24 voorzien van een opening 29. In dezelfde figuur 5 is het tandwiel 25 aan haar bovenzijde voorzien van een concentrische verhoging 30 die in de opening 28 van de behuizing past, en aan haar onderzijde van een concentrische verhoging 31 die in de opening 29 past. <Desc/Clms Page number 9> Onderaan is het tandwiel 25 ook voorzien van meerdere niet weergegeven en in een cirkel gepositioneerde tapgaten. De werktuighouder 14 bestaat uit een ronde schijf 32 waarin meerdere in een cirkel gepositioneerde boringen 33 zijn aangebracht, en waar doorheen bouten zijn gevoerd voor de bevestiging van de werktuighouder 14 op het tandwiel 25. Dwars op de ronde schijf 32 zijn twee parallelle oren 34 aangebracht waarin een boring 35 is voorzien, en waarbij op een afstand daarvan een doorgang 36 is voorzien. Op de werktuighouder 14 is op scharnierende wijze het voornoemd werktuig 3 aangebracht. Dit werktuig 3 bestaat in hoofdzaak uit een afschermkap 37 waaronder de niet weergegeven en welbekende snoei- of maaiinrichting is voorzien. Op de afschermkap 37 van het werktuig 3 zijn twee parallel georiënteerde platen 38 aangebracht, die beide voorzien zijn van op een afstand van elkaar gelegen boringen 39 en 40. De platen 38 bevinden zich op een dusdanige afstand van elkaar dat de oren 34 van de werktuighouder 14 ertussen passen. De werktuighouder 14 is volgens de uitvinding scharnierend verbonden met het werktuig 3, in dit geval door middel van een pen 41 die is aangebracht doorheen de boringen 35 en 39. <Desc/Clms Page number 10> Tussen de werktuighouder 14 en het werktuig 3 is tenslotte een dubbelwerkende hydraulische cilinder 42 aangebracht die voorzien is van een koppeldeel 43 en doorvoeropening 44. Deze hydraulische cilinder 42 is hier bevestigd met behulp van een pen 45 die past in de boringen 36 en in het koppeldeel 43, enerzijds, en een pen 46 die past in boringen 40 en in de doorvoeropening 44, anderzijds. Het gebruik en de werking van de hiervoor beschreven verbeterde landbouwinrichting volgens de uitvinding is zeer eenvoudig en als volgt. De besproken landbouwinrichting is voorzien van een hydraulische voeding, bijvoorbeeld afkomstig van de tractor of dergelijke, en ook van stuurleidingen die de verschillende hydraulische componenten via een stuureenheid met een bedieningsconsole verbinden. Met behulp van de bedieningsconsole worden in eerste instantie de niet weergegeven bekrachtigingsmiddelen tussen het eerste armdeel 4 en de tractor en ook de hydraulische cilinder 8 aangestuurd. Met behulp van voornoemde bekrachtigingen kan de arm 1 gezwenkt en gestrekt worden en kan het werktuig 3 in de nabijheid van de gewenste positie worden gebracht. Met de bedoeling het werktuig 3 tot tegen een hellende berm te plaatsen, en dit in het gezichtsveld van de bestuurder van de tractor, bijvoorbeeld naast het voorwiel van de tractor, wordt het werktuig 3 gekanteld ten opzichte van het tweede armdeel 5 door de hydraulische cilinder 15 aan <Desc/Clms Page number 11> te sturen. Hierdoor wordt ook de draaikop 2 gekanteld zodat een aansturing van de hydraulische motor 13 een rotatie van het werktuig 3 rond de as die de draaikop 2 althans inneemt tot gevolg heeft. Door ook de hydraulische cilinder 42 aan te sturen, kan volgens de uitvinding het werktuig 3 perfect parallel aan de hellende berm worden gehouden, één en ander zodanig dat de bestuurder de hellende berm kan maaien en dit terwijl hij het werktuig 3 in het gezichtsveld houdt. Dit flexibel gebruik geboden door een landbouwinrichting volgens de uitvinding staat in tegenstelling tot de bekende toepassingen waarbij het werktuig 3 vast verbonden is met de draaikrans 2, waardoor, zowel bekeken vanuit de rijrichting, als dwars daarop, bijvoorbeeld van bovenop de hellende berm naar het werktuig toe, een openingshoek wordt waargenomen ten gevolge van een ruimte tussen het werktuig en de berm. Bij voorkeur is de landbouwinrichting voorzien van sensoren die de besturing beduidend vereenvoudigen en/of beveiligen. Zo kan een potentiometer aangebracht worden ter plaatse van de draaikop 2, bijvoorbeeld gericht naar de werktuighouder 14, zodat een centrale besturingseenheid steeds de hoekverdraaiing van de draaikop kent. Een tweede potentiometer kan worden voorzien ter plaatse van de verbinding van het eerste armdeel 4 met de tractor, <Desc/Clms Page number 12> zodat de centrale besturingseenheid in combinatie met een potentiometer ter plaatse van de draaikop 2, steeds de relatieve hoekverdraaiing kent van het werktuig 3 ten opzichte van de tractor. Ter beveiliging kan bijvoorbeeld een sensor worden voorzien ter plaatse van één van de parallelle oren 34 van de werktuighouder 14, met als doel een verboden bereik af te bakenen voor het werktuig 3 ten opzichte van de werktuighouder 14. Op gelijkaardige wijze en met hetzelfde doel kan bijvoorbeeld ook een sensor worden voorzien aan het tweede armdeel 5 in de nabijheid van de draaikop 2. Het is duidelijk dat de arm 1 niet noodzakelijk zo dient te zijn uitgevoerd, maar bijvoorbeeld ook éénarmig of telescopisch kan zijn, of dat de scharnierassen anders georiënteerd kunnen zijn. Ook is het duidelijk dat de bekrachtigingen niet hydraulisch hoeven te zijn en dat de bekrachtiging niet noodzakelijk van de tractor afkomstig dient te zijn. Uiteraard kan ook de draaikop 2 anders worden uitgevoerd. Zo kunnen bijvoorbeeld conische lagers worden voorzien tussen het tandwiel 25 en de behuizing 24, of kan de bekrachtiging van de rotatiebeweging gebeuren door middel van een hydraulische cilinder. In plaats van het voorzien van een wormwiel in combinatie <Desc/Clms Page number 13> met een tandwiel kunnen bijvoorbeeld ook twee tandwielen worden voorzien. Ook de bekrachtigingsmiddelen en de scharniermiddelen tussen het werktuig 3 en de draaikop 2 kunnen anders zijn uitgevoerd. De huidige uitvinding is geenszins beperkt tot de als voorbeeld beschreven en in de figuren weergegeven uitvoeringsvorm, doch dergelijke verbeterde landbouwinrichting volgens de uitvinding kan in verschillende vormen en afmetingen worden verwezenlijkt zonder buiten het kader van de uitvinding te treden.
Claims (10)
1. Verbeterde landbouwinrichting die in hoofdzaak bestaat uit een arm (1) voor de bevestiging op een landbouwtractor of dergelijke, een aan deze arm (1) bevestigde draaikop (2) en een aan deze draaikop (2) opgehangen werktuig (3), daardoor gekenmerkt dat het werktuig (3) scharnierbaar is opgehangen aan de draaikop (2) en voorzien is van een aandrijving hiervoor.
2. Landbouwinrichting volgens conclusie 1, daardoor gekenmerkt dat de draaikop (2) twee onderling verdraaibare delen bevat, een kranshouder (11) en een werktuighouder (14), en dat, tussen de kranshouder (11) en de werktuighouder (14), een draaikrans (12) is voorzien.
3. Landbouwinrichting volgens conclusie 2, daardoor gekenmerkt dat de draaikop (2) minstens een tandwiel (25) en een wormwiel (26) bevat.
4. Landbouwinrichting volgens conclusie 1, daardoor gekenmerkt dat de draaikop (2) een hydraulische motor bevat (13).
5. Landbouwinrichting volgens conclusie 1, daardoor gekenmerkt dat de draaikop (2) een werktuighouder (14) bevat waarmee het werktuig (3) scharnierbaar verbonden is.
6. Landbouwinrichting volgens conclusie 2 of 4, daardoor gekenmerkt dat de werktuighouder (14) een schijf (32)
<Desc/Clms Page number 15>
bevat waarop twee oren (34) zijn aangebracht waarin een boring (35) is voorzien ; op het werktuig (3) twee platen (38) zijn aangebracht waarin een boring (39) is voorzien, en dat een pen (41) is aangebracht doorheen de boringen (35) en (39).
7. Landbouwinrichting volgens conclusie 1, daardoor gekenmerkt dat tussen de draaikop (2) en het werktuig (3) een hydraulische cilinder (42) is voorzien.
8. Landbouwinrichting volgens conclusies 6 en 7, daardoor gekenmerkt dat in de twee oren (34) een doorgang (36) is voorzien op een afstand van de boring (35) ; dat de hydraulische cilinder (42) is voorzien van een koppeldeel (43) ; en dat een pen (45) of dergelijke is aangebracht doorheen de doorgang (36) en het koppeldeel (43) .
9. Landbouwinrichting volgens conclusie 8, daardoor gekenmerkt dat de boring (35) parallel verloopt aan de doorgang (36).
10. Landbouwinrichting volgens conclusies 8, daardoor gekenmerkt dat de doorgang (36) op een grotere afstand van de schijf (32) is gelegen dan de boring (35).
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE2004/0170A BE1015968A3 (nl) | 2004-04-01 | 2004-04-01 | Verbeterde landbouwinrichting. |
Applications Claiming Priority (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE2004/0170A BE1015968A3 (nl) | 2004-04-01 | 2004-04-01 | Verbeterde landbouwinrichting. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| BE1015968A3 true BE1015968A3 (nl) | 2005-12-06 |
Family
ID=34973575
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| BE2004/0170A BE1015968A3 (nl) | 2004-04-01 | 2004-04-01 | Verbeterde landbouwinrichting. |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| BE (1) | BE1015968A3 (nl) |
Cited By (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| FR2930865A1 (fr) * | 2008-05-07 | 2009-11-13 | Rousseau Sa | Outil a debiter les vegetaux comprenant un bras lateral articule porte par un vehicule et muni d'un mecanisme de liaison articulee d'une tete de travail. |
| ITBO20100669A1 (it) * | 2010-11-09 | 2012-05-10 | Hymach S R L | Macchina tagliaerba |
| EP4437828A1 (fr) * | 2023-03-31 | 2024-10-02 | Kuhn-Audureau SAS | Machine pour l'entretien du paysage et véhicule équipé d'une telle machine |
Citations (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US3087296A (en) * | 1962-05-15 | 1963-04-30 | John T Cowles | Brush cutter |
| FR1483272A (fr) * | 1966-06-10 | 1967-06-02 | Perfectionnements aux broyeurs de végétaux à rotors et aux fraises rotatives cureuses de fossés | |
| FR1575088A (nl) * | 1968-07-23 | 1969-07-18 | ||
| US5445197A (en) * | 1991-02-21 | 1995-08-29 | Larsson; Sune | Arrangement in tree-processing assembly |
| US6684614B2 (en) * | 2000-06-30 | 2004-02-03 | Owen Patrick Greenwell | Mobile power driven vegetation trimmer and line feed control |
-
2004
- 2004-04-01 BE BE2004/0170A patent/BE1015968A3/nl not_active IP Right Cessation
Patent Citations (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US3087296A (en) * | 1962-05-15 | 1963-04-30 | John T Cowles | Brush cutter |
| FR1483272A (fr) * | 1966-06-10 | 1967-06-02 | Perfectionnements aux broyeurs de végétaux à rotors et aux fraises rotatives cureuses de fossés | |
| FR1575088A (nl) * | 1968-07-23 | 1969-07-18 | ||
| US5445197A (en) * | 1991-02-21 | 1995-08-29 | Larsson; Sune | Arrangement in tree-processing assembly |
| US6684614B2 (en) * | 2000-06-30 | 2004-02-03 | Owen Patrick Greenwell | Mobile power driven vegetation trimmer and line feed control |
Cited By (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| FR2930865A1 (fr) * | 2008-05-07 | 2009-11-13 | Rousseau Sa | Outil a debiter les vegetaux comprenant un bras lateral articule porte par un vehicule et muni d'un mecanisme de liaison articulee d'une tete de travail. |
| ITBO20100669A1 (it) * | 2010-11-09 | 2012-05-10 | Hymach S R L | Macchina tagliaerba |
| EP4437828A1 (fr) * | 2023-03-31 | 2024-10-02 | Kuhn-Audureau SAS | Machine pour l'entretien du paysage et véhicule équipé d'une telle machine |
| FR3147067A1 (fr) * | 2023-03-31 | 2024-10-04 | Kuhn-Audureau Sas | Machine pour l’entretien du paysage, plus particulièrement du type épareuse ou faucheuse-débroussailleuse et véhicule roulant motorisé équipé d’une telle machine |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US5816035A (en) | Mower deck mounting system | |
| US5775075A (en) | Articulated boom assembly | |
| CA3007328C (en) | CONSTRUCTION EQUIPMENT | |
| EP3138733B1 (de) | Landwirtschaftliches arbeitsfahrzeug mit einer anordnung zur kontrolle einer beleuchtungseinrichtung | |
| US4916889A (en) | Easily adjustable towed mower | |
| US4200155A (en) | Lawn edger attachment | |
| DE60205226T2 (de) | Buschmäherfahrzeug | |
| BE1015968A3 (nl) | Verbeterde landbouwinrichting. | |
| US20240023480A1 (en) | Device for controlling discharge of clippings from a rotary lawn mower | |
| DE102005035634A1 (de) | Verfahren zum Steuern eines Werkzeuges | |
| NL1037078C2 (nl) | Landbouwmachine. | |
| WO1998006251A1 (en) | Agricultural implement | |
| US4393596A (en) | Remotely adjustable sighting device for tractors | |
| HU215294B (hu) | Függesztőkeret mezőgazdasági betakarítógépekhez, főként rotációs vágószerkezetű fűkaszákhoz | |
| NL2015453B1 (nl) | Landbouwaankoppelwerktuig. | |
| US6622466B1 (en) | Apparatus for landscaping around obstacles | |
| NL1015621C2 (nl) | Inrichting voor het onderhouden van grasvelden. | |
| DE3224269A1 (de) | Auswurfkruemmer fuer landwirtschaftliche maschinen | |
| US10512215B1 (en) | Trenching and edging attachment for a riding lawn mower or compact utility tractor | |
| DE3150488C2 (de) | Mulchgerät | |
| NL1029929C2 (nl) | Flexibele koppeling machineraam aan front getrokken bok. | |
| NL1026257C1 (nl) | Gewasbewerkingsinrichting en maaier met een dergelijke gewasbewerkingsinrichting. | |
| AU735836B3 (en) | Vegetation control unit | |
| NL8303181A (nl) | Trekker voorzien van een hefinrichting. | |
| NL9401826A (nl) | Inrichting voor het dragen van een gereedschap. |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| MM | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20190430 |