Sorteerinrichting.
De huidige uitvinding heeft betrekking op een sorteerinrichting, meer bepaald voor het sorteren van planten bloempotten of andere voorwerpen met een regelmatige omtreksvorm.
Het is bekend om met behulp van een sorteerinrichting planten in bloempotten of dergelijke te sorteren op basis van eigenschappen, zoals grootte en/of kleur van de plant.
Een bekende sorteerinrichting die hiertoe wordt toegepast bestaat uit detectiemiddelen voor het karakteriseren van de planten en uit één of meer cilinders die, stroomafwaarts van de detectiemiddelen, langs de transportband zijn opgesteld, waarbij de voornoemde detectiemiddelen zijn verbonden met een stuurdoos die de werking van de cilinders aanstuurt.
De opstelling van de cilinders is hierbij van die aard dat hun stang zich dwars over de transportband kan uitstrekken, waarbij tegenover elke cilinder, aan de tegenoverstaande zijde van de transportband, een bijkomende transportband is voorzien die dwars op de voornoemde transportband aansluit.
De werking van zulke bekende sorteerinrichting bestaat erin een kenmerk van de plant in elke bloempot te bepalen en de betreffende bloempot in functie van het bepaalde kenmerk vervolgens met één van de voornoemde cilinders op één van de bijkomende transportbanden te duwen door de stang van de betreffende cilinder op het juiste ogenblik uit te schuiven en vervolgens terug in te trekken, zodat de cilinder de doorgang van een volgende bloempot op de transportband niet verhindert of de volgende bloempot eveneens op de bijkomende transportband kan duwen.
Een nadeel van deze bekende sorteerinrichting is dat de snelheid waarmee de stang wordt uitgeschoven redelijk laag moet worden ingesteld, teneinde te verhinderen dat de bloempotten bij de impact van de stang worden omgestoten.
Een gevolg hiervan is dat het uischuiven en terug intrekken van de stang van een cilinder relatief veel tijd in beslag neemt, waardoor de dode tijd tussen de doorkomst van twee opeenvolgende bloempotten op de transportband relatief groot moet worden gekozen.
Dit betekent dat de afstand tussen twee opeenvolgende bloempotten op de transportband relatief groot moet worden gekozen en/of dat de snelheid van de transportband laag moet worden ingesteld, waardoor de productiecapaciteit van de bekende sorteerinrichting relatief klein is.
Nog een ander nadeel van de bekende sorteerinrichting is dat de stang de bloempotten verplaatst in een richting loodrecht op de looprichting van de transportband waarop de bloempotten zich bevinden, waardoor deze bloempotten makkelijk worden omgestoten.
Een bijkomend nadeel van de bekende sorteerinrichting is dat het impactmoment van de stang van de cilinders op de bloempotten nauwkeurig moet worden afgesteld, vermits de plaats waarop de stang de bloempot raakt, bepalend is voor een goede verplaatsing van de betreffende bloempot.
Zulke nauwkeurige instelling voor cilinders is echter bijzonder moeilijk doordat de omgevingsfactoren in de praktijk niet constant zijn en de bekende cilinders gevoelig blijken aan omgevingsfactoren, zoals vochtgehalte en temperatuur.
De huidige uitvinding heeft tot doel aan één of meer van de voornoemde en andere nadelen een oplossing te bieden.
Hiertoe betreft de huidige uitvinding een sorteerinrichting die hoofdzakelijk bestaat uit een draagstructuur en twee daarop aangebrachte geleiders die elk hoofdzakelijk worden gevormd door een houder met minstens twee wielen waarover een eindeloze band is geleid en die voorzien is van een aandrijving voor deze eindeloze band, waarbij beide houders op een onderlinge afstand A tegenover elkaar en op een afstand boven de transportband zijn aangebracht, en waarbij deze houders met één van hun uiteinden scharnierbaar op het geraamte zijn aangebracht en voorzien zijn van middelen (19) om beide geleiders evenwijdig, of nagenoeg evenwijdig, aan elkaar te laten scharnieren rond hun respectievelijke scharnierbare uiteinden, minstens tussen twee uiterste standen.
Voor het sorteren van voorwerpen, zoals planten in bloempotten die via de transportband worden aangevoerd en die tussen de geleiders worden gegrepen, worden, afhankelijk van het type plant, de geleiders verdraaid zodat de bloempotten door de geleiders in een bepaalde richting worden verplaatst teneinde ze zo te sorteren.
Een voordeel van de huidige uitvinding is dat de geleiders na het sorteren van een bloempot niet noodzakelijk terug in een initiële toestand moeten worden gebracht en bijvoorbeeld in een bepaalde positie kunnen blijven staan zolang de opeenvolgende bloempotten eenzelfde type plant bevatten, waardoor het aantal benodigde handelingen tijdens het sorteren wordt verkleind, zodat een sorteerinrichting volgens de uitvinding minder onderhevig is aan slijtage en bovendien een snellere sortering toelaat.
Een ander voordeel is dat de geleiders de bloempotten niet plots verplaatsen in een richting loodrecht op de looprichting van de transportband, maar eerder in een geleidelijke beweging, waardoor de kans dat bloempotten worden omgestoten relatief klein is.
Bovendien worden de voorwerpen of bloempotten stevig tussen de eindeloze banden van de geleiders gegrepen, waardoor het omvallen van de voorwerpen of bloempotten wordt uitgesloten.
Nog een voordeel van een sorteerinrichting volgens de uitvinding is dat de verplaatsing van de bloempotten volgens de uitvinding relatief geleidelijk plaatsvindt en onafhankelijk is van een nauwkeurig te bepalen impact van een cilinderstang, zoals bij de bekende inrichtingen.
Uit het voorgaande volgt dat de huidige uitvinding relatief ongevoelig is voor veranderingen in de omgeving en dus betrouwbaarder is dan een bekende sorteerinrichting.
Met het inzicht de kenmerken van de huidige uitvinding beter aan te tonen, wordt hierna, als voorbeeld zonder enig beperkend karakter een uitvoeringsvorm beschreven van een sorteerinrichting volgens de uitvinding, met verwijzing naar de bijgaande figuren, waarin:
figuur 1 schematisch en in perspectief een sorteerinrichting volgens de uitvinding weergeeft; figuur 2 een zicht weergeeft volgens pijl F2 in figuur 1; figuur 3 een zicht weergeeft volgens pijl F3 in figuur l; figuur 4 een doorsnede weergeeft volgens lijn IV-IV in figuur 2; figuur 5 op grotere schaal het gedeelte weergeeft dat in figuur 4 door F5 is aangeduid; figuur 6 eenzelfde zicht weergeeft als figuur 1, doch met gedeeltelijke weglating; figuur 7 op grotere schaal het gedeelte weergeeft dat in figuur 6 door F7 is aangeduid; figuur 8 eenzelfde zicht weergeeft als figuur 1, doch in een andere werkstand.
In de figuren 1 tot 3 is een sorteerinrichting 1 volgens de uitvinding weergegeven,die in dit geval dwars over een, voor de eenvoud zeer schematisch weergegeven, transportband 2 is aangebracht.
De sorteerinrichting 1 bestaat in dit geval uit een Uvormige draagstructuur 3 met twee pij lers 4 en een ligger 5, die de transportband 2 overbrugt.
In de weergegeven uitvoeringsvorm is in elke pijler 4 van de voornoemde draagstructuur 3 een geleiding 6 voorzien die zich uitstrekt in een richting dwars over de transportband 2.
In deze geleidingen 6 van elke pijler 4 is een verschuifbare steun 7 aangebracht waarop een motor 8 en een reductiekast 9 zijn bevestigd.
Zoals is weergegeven in de figuren 4 en 5 vormt de uitgaande as 10 van de reductiekast 9 een aandrijving voor een riemoverbrenging 11 die bestaat uit twee platen 12 waartussen afstandshouders 13 zijn aangebracht en waarin twee riemschijven 14, 15 zijn voorzien waarrond een riem
16 is geleid, respectievelijk een eerste riemschijf 14 die op de uitgaande as 10 van de reductiekast 9 is bevestigd en een tweede riemschijf 15 die vrij verdraaibaar is aangebracht tussen de voornoemde platen 12 op een uiteinde van de riemoverbrenging 11 dat zich boven de transportband 2 uitstrekt.
Op de as 17 van beide voornoemde tweede riemschijven 15 is telkens een geleider 18 met één uiteinde scharnierbaar aangebracht.
De voornoemde geleiders 18 die evenwijdig aan elkaar op een onderlinge afstand A en, in dit geval, op een afstand boven de transportband 2 zijn gelegen, bestaan uit twee platen 19 die een houder vormen voor een eindeloze band
20, waarbij de eindloze banden 20 in beide geleiders 18 minstens de naar elkaar gerichte zijde van deze geleiders
18 vormen.
Tussen de voornoemde platen 19 van de geleiders 18 is aan beide uiteinden een wiel 21, 22 voorzien waarrond de betreffende eindeloze band 20 is geleid, waarbij het wiel
21 dat is voorzien aan het scharnierbaar uiteinde van de geleiders 18 vast op de voornoemde as 17 van de tweede riemschijf 15 is bevestigd.
Bij voorkeur wordt, zoals is weergegeven in figuur 6, tussen de voornoemde wielen 21 en 22 een reeks geleidingsrollen 23 voor de eindeloze band 20 voorzien.
Volgens de uitvinding is de sorteerinrichting 1 voorzien van middelen om beide geleiders 18 evenwijdig, of nagenoeg evenwijdig, aan elkaar te laten scharnieren rond hun respectievelijke scharnierbare uiteinden.
In dit geval bestaan deze middelen uit een brug 24 die beide geleiders 18 verbindt en die bestaat uit twee opwaarts gerichte staven 25 die elk dwars op één van de geleiders 18 zijn aangebracht, welke staven 25 aan hun vrije uiteinde onderling zijn verbonden door, in dit geval, twee stangen 26.
De verbinding tussen elke staaf 25 en de stangen 26 wordt in dit geval gerealiseerd 'door middel van een slede 27 die, enerzijds, scharnierbaar is aangebracht op het vrij uiteinde van de betreffende staaf 25 en die, anderzijds, verschuifbaar is aangebracht op de stangen 26, waarbij door het verschuiven van één of beide sleden 27, de onderlinge afstand tussen de staven 25 ingesteld kan worden' volgens de afmetingen van de te sorteren voorwerpen.
Het is duidelijk dat de slede 27 bij voorkeur wordt uitgerust met middelen die toelaten deze te blokkeren ten opzichte van de stangen 26, welke middelen kunnen bestaan uit schroeven 28 of dergelijke.
De stangen 26 van de brug 24 tenslotte zijn scharnierbaar verbonden aan een uiteinde van een arm 29 die met zijn ander uiteinde scharnierbaar is bevestigd op de voornoemde draagstructuur 3, waarbij ter plaatse van deze laatste scharnierbare verbinding een actuator 30 is voorzien die toelaat de arm 29 gecontroleerd te scharnieren tussen minstens twee uiterste standen die overeenstemmen met minstens twee uiterste standen waartussen de geleiders 18 kunnen worden gescharnierd.
Bij voorkeur is de sorteerinrichting 1 volgens de uitvinding voorzien van detectiemiddelen 31 in de vorm van een camera of dergelijke die, in dit geval, stroomopwaarts van de geleiders 18, ten opzichte van de aanvoerrichting van de transportband 2, op de draagstructuur 3 zijn bevestigd en die zijn verbonden met een stuurdoos 32 die de voornoemde actuator 30 aanstuurt.
De werking van de hierboven beschreven sorteerinrichting 1 volgens de uitvinding is eenvoudig en als volgt.
Zoals weergegeven in figuur 1 worden voorwerpen, in dit geval planten 33 in bloempotten 34, één na één aangevoerd door de transportband 2 en door de detectiemiddelen 31 gekarakteriseerd naar grootte, kleur, soort of dergelijke, waarna elke bloempot 34 door de transportband 2 tussen de scharnierbare uiteinden van de geleiders 18 wordt gebracht en tussen de eindeloze banden 20 van deze geleiders 18 wordt gegrepen. Hiertoe is de afstand A tussen beide geleiders 18 gelijk aan, of nagenoeg gelijk aan, de diameter van de bloempot 34 op het niveau waarop deze tussen de geleiders 18 wordt gegrepen.
Afhankelijk van het type plant 33 dat in de betreffende bloempot 34 is aangebracht, zal de stuurdoos 32 - die met de voornoemde detectiemiddelen 31 is verbonden - de actuator 30 aansturen die de geleiders 18 evenwijdig aan elkaar scharniert tot in een positie waarin de bloempot 34 naar een gewenste plaats op de transportband 2 scharniert, welke plaats in functie is van de karakteristieken van de betreffende plant 33.
Zoals in figuur 1 wordt weergegeven, worden bloempotten 34 waarin kleine planten 33 zijn aangebracht door de geleiders 18 naar de linkerzijde van de transportband 2 verplaatst, terwijl in het geval het plantje 33 in de bloempot 33 iets groter is, de geleiders 18, zoals is weergegeven in figuur 8, in een stand worden gescharnierd waarin ze evenwijdig staan met de looprichting van de transportband 2 en waarbij de betreffende bloempot 34 naar het midden van de transportband 2 wordt geleid.
Bloempotten 34 waarin een grote plant 33 is aangebracht, worden door de geleiders naar uiterst rechts op de transportband 2 verplaatst.
Opgemerkt wordt dat de eindeloze banden 20 van beide geleiders 18 door de motor 9 worden aangedreven in een rotatierichting zodat deze eindeloze banden 20 aan de naar elkaar gerichte zijde van de geleiders 18 in eenzelfde zin bewegen met de looprichting van de transportband 2 mee.
Het is eveneens duidelijk dat de afstand A tussen de geleiders 18 kan worden gevarieerd, door minstens één van beide voornoemde steunen 7 in de geleidingen 6 van de draagstructuur 3 te verplaatsen en door minstens één van de sleden 27 over de stangen 26 te verschuiven en in een gewenste positie te blokkeren.
Hierbij wordt opgemerkt dat de geleiding 6 en de sleden 27 middelen vormen voor het regelen van de afstand A tussen de geleiders 18, welke middelen uiteraard ook op andere wijze kunnen worden verwezenlijkt zonder de werking van de uitvinding te beïnvloeden.
Zoals is weergegeven in figuur 8, wordt de stuurdoos 32 bij voorkeur verbonden met de motoren 7 die de eindeloze banden 20 aandrijven.
Deze verbinding heeft het voordeel dat de motoren 9 kunnen worden gestuurd in functie van de snelheid van de transportband 2, waarbij de eindeloze banden 20 enigszins sneller worden aangedreven, wanneer de geleiders 18 schuin ten opzichte van de transportband 2 zijn gepositioneerd en even snel als de transportband 2 wanneer ze in de lengterichting van de transportband 2 zijn gepositioneerd.
Opgemerkt wordt ook dat de motoren 9 en de reductiekasten
10 eveneens rechtstreeks op de houders, die de geleiders
18 vormen, kunnen worden aangebracht, waardoor de riemoverbrenging 11 overbodig kan worden gemaakt.
Verder wordt opgemerkt dat de sorteerinrichting 1 niet enkel kan worden toegepast voor het sorteren van voorwerpen op één enkele transportband 2. Het is uiteraard ook mogelijk dat de geleiders 18 kunnen scharnieren tussen twee uiterste posities die elk boven een andere transportband 2 zijn gelegen.
De huidige uitvinding is geenszins beperkt tot de hierboven beschreven en in de figuren weergegeven uitvoeringsvorm, doch een sorteerinrichting volgens de uitvinding kan volgens verschillende varianten worden verwezenlijkt zonder buiten het kader van de uitvinding te treden.