MOBIELE INRICHTING VOOR HET LOSSEN VAN VLOEISTOFCONTAINERS TECHNISCH VELD
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een mobiele inrichting voor het lossen van een met een vloeistof gevulde containers; in het bijzonder voor gevaarlijke vloeistoffen. De uitvinding verschaft een werkwijze voor het lossen van vloeistofcontainers, bij voorkeur gevaarlijke vloeistoffen zoals corrosieve, brandgevaarlijke of gechloreerde vloeistoffen, in het bijzonder benzylchloride vloeistof.
De uitvinding vindt vooral toepassing in de transport en logistieke sector gericht op de chemische industrie.
ACHTERGROND
Bulk container transport van chemicaliën is welbekend. Dagelijks worden solventen in vloeistofcontainers getransporteerd. Bij dit transport kunnen lange afstanden worden afgelegd tussen de plaats van fabricatie en de plaats van gebruik. Oceaantransport gebeurt veelal per containerschip. Een probleem dat zich hierbij stelt is dat de containers meestal uitsluitend voor het solvent kunnen worden gebruikt. Ze dienen lekvrij te zijn. De containers zijn voorzien van een solvent-resistente coating. Deze is niet noodzakelijk geschikt voor een ander solvent transport. Om contaminatie met een volgende lading te vermijden, dient de container voorafgaand aan vulling met een ander product te worden gereinigd. Dit vraagt een speciale kennis en installatie die niet overal beschikbaar is. Vaak komt de container leeg terug naar de afzender voor reiniging en hervulling. Dit maakt het transport duur en economisch oninteressant.
Het doel van de uitvinding is het verschaffen van een verbeterde werkwijze voor het transport van vloeistoffen, in het bijzonder gevaarlijke vloeistoffen zoals corrosieve, brandgevaarlijke of gechloreerde solventen, met behulp van een transport container. Het transport dient economisch rendabel en veilig te kunnen gebeuren.
SAMENVATTING
Tot dit doel verschaft de uitvinding een mobiele inrichting voor het lossen van vloeistof omvattende containers. Deze inrichting is bijzonder geschikt om te worden ingezet voor gevaarlijke vloeistoffen zoals corrosieve, brandgevaarlijke, of gechloreerde solventen; in het bijzonder voor benzylchloride.
Meer bepaald verschaft de uitvinding een mobiele inrichting voor het lossen van een met een vloeistof gevulde containers, waarbij de inrichting een afsluitbaar compartiment omvat voorzien met: ten minste een afsluitbare opening die toelaat dat voornoemde container in het compartiment wordt geplaatst, en een ontladingsinstallatie voorzien in de binnenruimte van de inrichting, koppelbaar met de container, geschikt voor het verwijderen van de vloeistof uit de container; waarbij de ontladingsinstallatie ten minste een extractiemiddel omvat om via top ontlading vloeistof aan de container te onttrekken en te verplaatsen buiten de mobiele inrichting, en een absorptiemiddel voorzien voor het verwijderen van dampen die vrijkomen als gevolg van het lossen van de vloeistof en waarbij het absorptiemiddel verbindbaar is met de container voor het extraheren van top vloei stofdampen.
De uitvinding verschaft tevens een werkwijze voor het lossen van vloeistofcontainers, omvattend de stappen: a) voorzien in een inrichting volgens een voorkeursvorm van de uitvinding, b) voorzien in een met vloeistof gevulde container in het compartiment van de inrichting, c) koppelen van de container met de ontladingsinstallatie en aanbrengen van het extractiemiddel in de container langs de top opening van de container, d) onttrekken van vloeistof aan de container en verplaatsen buiten de inrichting, e) verwijderen van vloeistofdampen, f) optioneel herhalen van bovenstaande stappen b) tot e).
In een verder aspect verschaft de uitvinding een gebruik voor de inrichting volgens een uitvoeringsvorm van de uitvinding, voor het ontladen van vloeistoffen, bij voorkeur voor gevaarlijke vloeistoffen zoals brandgevaarlijke, corrosieve, vluchtige of gechloreerde vloeistof. Bij voorkeur is de vloeistof benzylchloride.
Een inrichting volgens de uitvinding is geschikt voor het overbrengen van solventen aangevoerd in IBC containers naar grotere containers, zoals een opslag tank of tankwagen. De inrichting kan worden getransporteerd samen met de identieke containers gevuld met IBCs om te worden gelost met behulp van de inrichting. De lege bulk transport containers voor het solvent transport kunnen worden hergebruikt, zelf zonder reiniging. Dit maakt het solvent transport meer rendabel. De inrichting en werkwijze kunnen voordelig worden ingezet voor oceaantransport.
FIGUREN
Figuren 1 tot 4 zijn een schematische voorstelling van een los inrichting volgens een uitvoeringsvorm van de uitvinding. Figuur 1 verschaft een vooraanzicht, Figuur 2 verschaft een zijaanzicht, Figuur 3 verschaft een bovenaanzicht op de inrichting zonder dak. Figuur 4 geeft een driedimensionale voorstelling van de inrichting. Figuur 5 geeft een driedimensionale voorstelling van de los inrichting voorzien van vier IBC containers.
GEDETAILLEERDE BESCHRIJVING VAN DE UITVINDING
In een eerste aspect verschaft de uitvinding een mobiele inrichting voor het lossen van een met een vloeistof gevulde container, waarbij de inrichting een afsluitbaar compartiment omvat voorzien met: ten minste een afsluitbare opening die toelaat dat voornoemde container in het compartiment wordt geplaatst, en een ontladingsinstallatie voorzien in de binnenruimte van de inrichting, koppelbaar met de container, geschikt voor het verwijderen van de vloeistof uit de container; waarbij de ontladingsinstallatie ten minste een extractiemiddel omvat om via top ontlading vloeistof aan de container te onttrekken en te verplaatsen buiten de mobiele inrichting, en een absorptiemiddel voorzien voor het verwijderen van dampen die vrijkomen als gevolg van het lossen van de vloeistof en waarbij de absorptiemiddel verbindbaar is met de container voor het extraheren van top vloeistofdampen.
Met de term "mobiel" wordt in onderhavige uitvinding bedoeld dat de inrichting verplaatsbaar is. De inrichting kan op een vrachtwagen worden geladen en verplaatst naar een andere locatie.
Met de term "lossen" wordt in onderhavige uitvinding bedoeld (vracht) uit een transportmiddel halen, lading uithalen. Als synoniem kan het woord ontladen worden gebruikt, de lading uit, of van, het transportmiddel halen.
In onderhavige uitvinding is het transportmiddel voor de vloeistof bij voorkeur een container, meer bij voorkeur een intermediaire bulk container gekend onder de afkorting IBC, meest bij voorkeur een polyethyleen IBC.
Een inrichting volgens een uitvoeringsvorm van de uitvinding kan voordelig worden ingezet voor het verhandelen van gevaarlijke vloeistoffen. Met de term "gevaarlijke vloeistoffen" wordt in onderhavige uitvinding bedoeld brandgevaarlijke, vluchtige, corrosieve of gechloreerde vloeistoffen; kortom een vloeistof die een gevaar vormt voor de veiligheid, gezondheid of het milieu. Het omgaan met dit type vloeistoffen vergt extra maatregelen om risico's te verminderen. Voorbeelden van gevaarlijke vloeistoffen die voordelig met een inrichting volgens de uitvinding kunnen verhandelt worden zijn benzylchloride, natrium of kalium hydroxide.
Met de termen "vluchtige" en "vluchtigheid" wordt de mate waarin een stof van nature geneigd is om in damp vorm over te gaan bedoeld. De vluchtigheid van een stof kan worden uitgedrukt in de verdampingssnelheid, maar meestal wordt gebruikgemaakt van de dampspanning. De dampspanning of dampdruk (verzadigingsdruk) van een stof is de druk die door de verzadigde damp van deze stof wordt uitgeoefend. De dampspanning hangt sterk af van de temperatuur; hoe hoger de temperatuur, des te groter de dampspanning. De dampspanning van een vaste stof of vloeistof geeft aan hoe vluchtig de stof is, dat wil zeggen hoe gemakkelijk de stof verdampt. Met ander woorden: het bepaalt de snelheid, dit is de hoeveelheid per tijdseenheid, waarmee damp wordt gevormd bij de omgevingstemperatuur. De dampspanning wordt meestal uitgedrukt in mbar en is dan een getal tussen 0 en 1000. De vluchtigheid van een vloeistof hangt nauw samen met het kookpunt. Als vuistregel geldt: hoe lager het kookpunt, des te groter de vluchtigheid. De vluchtigheid is vooral van belang als wordt gewerkt met vloeistoffen waarbij dampen kunnen ontstaan die bij het inademen schadelijke gevolgen kunnen hebben. De volgende indeling wel gehanteerd: • zeer vluchtig: vloeistof met een kookpunt lager dan 65 °C; • vluchtig: vloeistof met een kookpunt van 65 °C of hoger, maar niet hoger dan 150 °C; • niet vluchtig: vloeistof met een kookpunt hoger dan 150 °C.
In onderhavige uitvinding gaat de voorkeur uit naar benzylchloride als vloeistof. Benzylchloride of alpha-chlorotolueen is een organochloor verbinding met formule C6H5CH2CI. Het kookpunt van benzylchloride is 179 °C. Benzylchloride vindt toepassing als chemische bouwsteen en solvent.
Benzylchloride is een alkyleringsmiddel. Het heeft een hoge reactiviteit in verhouding tot alkylchlorides. In contact met water wordt door een hydrolyse reactie benzyl alcohol en zoutzuur (HCI) gevormd. Benzylchloride is niet zeer wij vluchtig bij kamer temperatuur; dampdruk 110 Pa bij 20 °C, toch is de vrijstelling van kleine hoeveelheden damp gevaarlijk. Het benzylchloride reageert gemakkelijk met muceuse membranen waar omzetting tot zoutzuur plaatsvindt. Dit verklaart waarom benzylchloride een traan verwekkende stof is en de huid irriteert.
In een voorkeursvorm bevinden de componenten van de ontladingsinstallatie zich binnen een frame met balk vorm.
De componenten in kwestie kunnen een extractiemiddel, een absorptiemiddel, zoals een gaswasser, en een vloeistofopvangbak zijn. Bij voorkeur bevindt elk van de componenten zich binnen het frame met balk vorm.
Het frame met balk vorm omvat bij voorkeur een kader omvattende een draagbalk langs elke kant van de balk vorm, dus ten minste 12 steunbalken, één langs elke rib van de balk vorm. De ribben zijn verbonden aan de punten van de balk of rechthoek. Een of meerdere zijden van de balk kan worden uitgevoerd met een dwarsbalk die aansluit tegen een tegenovergestelde hoek, tegenovergestelde rand of lopende van een rand naar een tegenovergestelde hoek. Het aantal dwarsbalken in het balk raam kan 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 1 1, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, of 20 bedragen. Een dwarsbalk kan diagonaal of parallel aan een rand van de balk zijn. Het aantal diagonale dwarsbalken in het balk raam kan 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 1 1, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19 zijn.
Het frame dient ter opname van de vloeistof los installatie. Het verleend steun. Het laat toe dat de installatie verplaatst wordt. Het bezorgt stapelbaarheid.
Het frame is bij voorkeur voorzien van wanden. Bij voorkeur zijn alle frame openingen voorzien van wanden. Bij voorkeur is minstens één wand afsluitbaar uitgevoerd, bij voorkeur met een deur. Dit heeft als voordeel dat toegang tot de installatie kan worden beperkt. Meer bij voorkeur is dat de afsluitbare wand zich aan de lange zijde bevind. Dit bevordert de toegankelijkheid tot de in het frame opgestelde los installatie. Vloeistof houdende containers kunnen makkelijker in het frame worden geplaatst langs de lange zijde ten opzichte van de korte zijde. Meest bij voorkeur wordt gebruik gemaakt van een zogenoemde "füll access" container; dit is een container die langs twee zijden afsluitbaar en toegankelijk is. Dit heeft als voordeel dat de toegang, maar ook de evacuatie in geval van een gevaarlijke situatie, vergemakkelijkt wordt.
Meerdere frames kunnen tegen elkaar geplaatst worden om de capaciteit verder uit te breiden. Om de koppelbaarheid te vergroten kunnen aan een of meerder hoeken of randen positioneermiddelen worden voorzien die geconfigureerd zijn om te koppelen met overeenkomstige plaatsingsmiddelen op een ander frame. De positioneermiddelen laten toe dat een frame verwijderbaar tegen een ander frame kan worden geplaatst met een zekere tolerantie. De positioneermiddelen kunnen diegene zijn die bekend zijn in de stand van de techniek, zoals een boven- en onderoppervlak samenwerkende rand of een uitsteeksel-groef opstelling waarbij een uitsteeksel op de rand van een frame geconfigureerd is om te paren met een groef in de tegenoverliggende rand van het andere frame, of perforaties van de balken waarbij aanliggende ribben van een frame kunnen worden vergrendeld, gefixeerd of samen gehouden worden gebruikmakende van bouten, moeren, schroeven of dergelijke.
De grootte van het frame komt bij voorkeur overeen met die van een bulk transport container. Wanneer het compartiment een bulk transport container is, wordt het transport per schip, per spoor of per vrachtwagen vergemakkelijkt. Verticaal kunnen stapelen is een voordeel.
De vakman is vertrouwd met de standaard container afmetingen. Naar de vier meest voorkomende vormen van transport containers wordt gerefereerd met Engelse eenheden. Een twintig voet container heeft volgende buitenmaten: lengte 20' 0" x breedte 8' 0" x hoogte 8' 6", in overeenstemming met 6,096 m lengte x 2.438 m breedte x 2,591 m hoogte. De veertig voet container heeft als buitenmaten: lengte 40' 0" (12,192 m), breedte 8' 0" (2,438 m) x hoogte 8'6" (2,591 m) . De vijfenveertig voet container is 45Ό0" of 13,716 m lang, 8'0" of 2.438 m breed, en 9'6" of 2,896 m hoog. Een acht voet container heeft als buitenmaten een lengte van 2438 mm, breedte van 2000 mm en hoogte van 2150 mm.
De transport container is bij voorkeur een zogenaamde full-side access container; bij voorkeur een 20 voet full-side access container. Een full-side access container heeft een zijdeur die over de gehele lengte van de container kan geopend worden. Dit type container kan beiaden worden langs de standaard containerdeuren aan de korte zijde, maar ook langs deuren langs de langswand. In onderhavige uitvinding heeft gebruik van dit type container het voordeel dat IBCs makkelijker in de binnenruimte van de inrichting kunnen worden geplaatst. Typische afmetingen van een 20 voet full-side access container worden weergegeven in Tabel 1.
De constructie-, wanden en panelen bestaan bij voorkeur uit staal, meest bij voorkeur uit Cortenstaal. Hierdoor is de container nagenoeg onderhoudsvrij. Het hang en sluitwerk is bij voorkeur van gegalvaniseerd staal. Het dak kan bestaan uit een geprofileerd plaatstaal van bij voorbeeld 2 mm dik. De vloer meestal oorspronkelijk bestaande uit multiplex, wordt verwijdert en wordt vervangen door een spilbak. Bij voorkeur wordt de spilbak voorzien van een beschermende coating afhankelijk van de corrosiviteit van de op te vangen vloeistof. Meer bij voorkeur omvat de vloer één of meerdere opvangbakken voor vloeistof.
Tabel 1: Specificaties van een 20 voet Füll Access Container
Bij voorkeur worden in het container frame lepelgaten voorzien. Meer bij voorkeur bevinden de lepelgaten zich aan de lange zijde van de container. Meest bij voorkeur is de container voorzien van lepelgaten aan de achterzijde.
Bij voorkeur wordt de container voorzien van hijsogen. Dit maakt het mogelijk dat de container met behulp van een kraan of andere hijsinrichting wordt verplaatst.
Voor het ombouwen van een vrachtcontainer tot een inrichting volgens een uitvoeringsvorm van de uitvinding kan als volgt te werk worden gegaan. Men vertrekt van een bestaande 20 voet Füll Access Container. Deze zal worden omgebouwd en zal dienst doen als behuizing voor de losinstallatie.
De multiplex vloer wordt eruit gehaald en vervangen door een spilbak. Daarop wordt een grid voorzien.
Bij voorkeur is de inrichting voorzien van een opvangmiddel om gespilde chemische vloeistof te verzamelen. Voor de plaatsing van met vloeistof gevulde containers kunnen lekbakken worden voorzien. Deze zijn bij voorkeur ingebouwd. . In een verdere voorkeursvorm wordt voorzien in een metalen lekbak. In het geval van benzylchloride wordt de metalen lekbak bij voorkeur voorzien van een benzylchloride bestendige coating.
Vloeistof die gespild wordt kan behandeld worden met absorberend of neutraliserend materiaal of kan worden geëlimineerd door een klep in de lekbak.
Verder wordt in de container een installatie geplaatst voor het opvangen van vloeistofrestanten, bijvoorbeeld in de vorm van dampen, zoals een absorptiemiddel. Deze kan bestaan uit een kolom gevuld met een absorberend materiaal, zoals actieve kool. Het is voordelig dat het absorptiemiddel verbindbaar is met het recipiënt voor het extraheren van top vloeistofdampen. Het absorberend materiaal capteert damp afkomstig van de container. De uitlaat van een absorberende materiaal kolom gaat naar een veilige locatie om personeel of de omgeving niet in gevaar te brengen.
In een voorkeursvorm van de inrichting is buiten de container een elektrische generator voorzien voor stroomvoorziening van de ontladings-installatie en/of het absorptiemiddel. Deze plaatsing is voordelig om veiligheidsrisico's te vermijden.
Verder wordt een leiding voorzien waarop op regelmatige tussenafstanden een extractiemiddel geplaatst wordt. Dit kan bestaan uit een leiding met afsluitbare kleppen en een dompelbuis. Het gebruik van een dompelbuis of dompelpijp heeft als voordeel dat vermeden kan worden dat personeel in contact komt met het product.
In een voorkeursvorm van een inrichting volgens de uitvinding is het extractiemiddel voorzien van een dompelpijp, bij voorkeur een polyethyleen dompelpijp. Beide leidingen staan bij voorkeur in verbinding met een pomp om vloeistof te ontladen uit een recipiënt waarin de dompelpijp geplaatst is, in werkzame toestand.
De pomp is bij voorkeur een zelf aanzuigende pomp; meer bij voorkeur een diafragma pomp. Gebruik van dit type pomp laat toe dat de pomp kan functioneren gedurende het volledige ontladingsproces. Een continue operatie voor het ontladen van bij voorbeeld 18 tot 20 IBCs wordt hierdoor mogelijk. Een diafragmapomp is zelf aanzuigend en verwarmt het product niet te veel. Dit is van belang bij een product zoals benzyl chloride met vlampunt 61 °C.
Middels de pomp kan de vloeistof uit het recipiënt worden ontladen en worden verplaatst. Bij voorkeur wordt de vloeistof verplaatst buiten de inrichting, bijvoorbeeld in een verzamel container, zoals een opslag tank, citerne of vrachtwagen. Bij voorkeur wordt de vloeistof verzameld in een recipiënt met opslagcapaciteit groter dan één intermediaire bulk container met 1 m3 nominaal volume.
In een voorkeursvorm van de inrichting is het recipiënt een intermediaire bulk container (IBC), bij voorkeur met afmetingen 1200 x 1000 x 1160 mm voor lengte x breedte x hoogte. Deze heeft typisch een leeg gewicht van 60 kg en een nominaal volume van een kubieke meter. Bij voorkeur heeft de IBC geen bodem klep om product te lossen, maar twee openingen in de top. Een ervan dient voor het vullen en de andere voor het ontladen. De dompelbuis wordt in de opening voor het ontladen geplaatst. In een 20 voet container inrichting kunnen 4 IBCs naast elkaar worden geplaatst, bij voorbeeld door middel van een vorklift. Deze verpakkingsvorm wordt vaak gebruikt voor het transport van solventen, zoals bij voorbeeld benzyl chloride, natrium of kalium hydroxide. Een IBC uit polyethyleen is geschikt voor het stockeren van benzyl chloride.
Vloeistofcontainers kunnen als volgt gelost worden met behulp van een inrichting volgens de uitvinding. De inrichting wordt klaargemaakt om met vloeistof gevulde containers te ontvangen. De zijdeuren in langsrichting worden geopend of verwijdert. Met vloeistof gevulde recipiënten worden in positie geplaats om te worden gekoppeld met een dompelbuis. De recipiënten worden bovenaan geopend. Ze worden aangesloten op het extractiesysteem. Hiertoe wordt het extractiemiddel aangebracht langs de top opening van het recipiënt. De pomp wordt gestart. De vloeistof wordt uit de recipiënten, bij voorkeur IBCs, gehaald. Nadat vloeistof aan de recipiënten is onttrokken wordt het verplaatst buiten de inrichting. Dampen ontstaan bij de operatie worden verwijderd. De ontladingsoperatie kan uitgevoerd worden voor meerdere recipiënten tegelijkertijd. Na ontlading van een recipiënt kan het uit de installatie worden gehaald en vervangen worden door weerom een vloeistof omvattende container. De operatie kan herhaald worden.
Bij voorkeur wordt de werkwijze continue uitgevoerd. Er is hierbij telkens een container die wordt ontladen. Bij voorkeur worden in een operatie minstens 15, bij voorkeur 20, meer bij voorkeur 25, meest bij voorkeur 30 met vloeistof gevulde recipiënten, zoals IBCs, ontladen.
De recipiënten kunnen in een transport container worden aangevoerd. Dit kan samen gebeuren met het vervoeren van de onderdelen voor de inrichting in een aparte container. In een 20 voet container is plaats voor 18 IBCs.
In een verder aspect voorziet de uitvinding in een gebruik van een inrichting volgens een uitvoeringsvorm van de uitvinding. Meer bepaald voorziet de uitvinding in het gebruik van een inrichting volgens de uitvinding, voor het ontladen van vloeistof met een dampdruk van max 2 hPa bij 20 °C. In een voorkeursvorm is het solvent benzylchloride; dampdruk 110 Pa bij 20 °C of 0.0011 atm.
Een voorbeeld van een uitvoeringsvorm van een inrichting 1 volgens de uitvinding wordt weergegeven in Figuren 1-5.
Figuur 4 geeft een driedimensionale voorstelling van een omgebouwde transportcontainer weer. Drie zijden zijn afgesloten met een wand 2, 3, 5, waarvan een wand is uitgevoerd als een deur, met twee deurportalen 2, 29. De wand/deur aan de voorzijde is niet afgebeeld. Deze kan verwijdert zijn of ook een deur zijn, zoals het geval is bij een Füll Side Access Container. Als dak is een geribbelde 22 metaalplaat 21 te zien (Figuur 1). Een standaard transportcontainer kan met kettingen gehesen worden door de gaten die op de bovenhoeken aanwezig zijn.
De multiplex vloer is vervangen door een metalen vloer 51. Hierop zijn loopbruggen 28 voorzien op pootjes 25, 26, 27. Tussen de pootjes zijn lekbakken geschoven 6 (Figuur 1) voorzien van een klep 57 (Figuur 3). Voor plaatsing van te ontladen containers is een platform 7 voorzien.
Verder is in de inrichting een absorptie toren 8 geplaatst met afgas 9 voorziening en een pomp vat 31 met aansluitmond 32. De toren is door middel van een pomp (nummer 28) gekoppeld met een leiding bestaande uit verschillende buisstukken 14, 15, 16, 17 op regelmatige tussen afstanden voorzien van afsluiters 13, 18, 19, 20. Loodrecht op de leiding zijn verschillende zijvertakkingen te zien. Deze leidingen omvatten verbindingsstukken 33, 34, 35 een kraan 40 en een aansluitingsstuk 39.
Op Figuur 5 is een inrichting 1 afgebeeld waarin 4 IBCs, bijvoorbeeld. 44, 45 geplaatst werden, op een pallet 54, 55, 56. Een dompelpijp zal worden aangesloten op een aansluiting en via de top opening 46, 47, 48 en 49 in de IBC worden gevoerd.
Na aansluiting en starten van de pomp (nummer 28) wordt vloeistof uit de IBC gehaald en via de leidingstukken 15, 16, 17, buiten de inrichting 1 getransporteerd.
Het geheel kan bediend worden door een enkele operator.
Na het leegmaken van het vereiste aantal containers wordt de operatie stil gelegd. De nodige controles worden uitgevoerd. De koppelingen met de IBCs worden losgemaakt. Waar nodig wordt gespilde vloeistof verwijderd. De IBCs worden weggehaald.
In proeven werd een debiet gehaald voor het ontladen van benzyl chloride van rond 4 tot 10 kubieke meter per uur.