BE1024498B1 - Boogvormige dakinrichting en werkwijze voor het plaatsen daarvan - Google Patents

Boogvormige dakinrichting en werkwijze voor het plaatsen daarvan Download PDF

Info

Publication number
BE1024498B1
BE1024498B1 BE2016/5646A BE201605646A BE1024498B1 BE 1024498 B1 BE1024498 B1 BE 1024498B1 BE 2016/5646 A BE2016/5646 A BE 2016/5646A BE 201605646 A BE201605646 A BE 201605646A BE 1024498 B1 BE1024498 B1 BE 1024498B1
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
transverse
wire
arc
longitudinal
thread
Prior art date
Application number
BE2016/5646A
Other languages
English (en)
Other versions
BE1024498A1 (nl
BE1024498A9 (nl
BE1024498B9 (nl
Inventor
Jean Marc Gilles Glorieux
Original Assignee
Jean Marc Gilles Glorieux
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Jean Marc Gilles Glorieux filed Critical Jean Marc Gilles Glorieux
Priority to BE20165646A priority Critical patent/BE1024498B9/nl
Priority to PL17186670T priority patent/PL3284875T3/pl
Priority to EP17186670.0A priority patent/EP3284875B1/en
Publication of BE1024498A1 publication Critical patent/BE1024498A1/nl
Application granted granted Critical
Publication of BE1024498B1 publication Critical patent/BE1024498B1/nl
Publication of BE1024498A9 publication Critical patent/BE1024498A9/nl
Publication of BE1024498B9 publication Critical patent/BE1024498B9/nl

Links

Classifications

    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04DROOF COVERINGS; SKY-LIGHTS; GUTTERS; ROOF-WORKING TOOLS
    • E04D13/00Special arrangements or devices in connection with roof coverings; Protection against birds; Roof drainage ; Sky-lights
    • E04D13/03Sky-lights; Domes; Ventilating sky-lights
    • E04D13/0335Skylight guards, security devices protecting skylights or preventing objects or persons from falling through skylight openings
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04DROOF COVERINGS; SKY-LIGHTS; GUTTERS; ROOF-WORKING TOOLS
    • E04D13/00Special arrangements or devices in connection with roof coverings; Protection against birds; Roof drainage ; Sky-lights
    • E04D13/03Sky-lights; Domes; Ventilating sky-lights
    • E04D13/032Supports or connecting means for sky-lights of vaulted shape

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Architecture (AREA)
  • Civil Engineering (AREA)
  • Structural Engineering (AREA)
  • Roof Covering Using Slabs Or Stiff Sheets (AREA)
  • Bridges Or Land Bridges (AREA)
  • Investigating Materials By The Use Of Optical Means Adapted For Particular Applications (AREA)

Abstract

Boogvormige dakinrichting bedoeld voor plaatsing tussen een eerste en een tweede opstand, omvattende een in een langsrichting gerichte langwerpige eerste opnamestructuur op de eerste opstand; een in de langsrichting gerichte langwerpige tweede opnamestructuur op de tweede opstand; ten minste een eerste en tweede in een dwarsrichting gerichte dwarsboog tussen de eerste en de tweede opnamestructuur, waarbij elke dwarsboog voorzien is van een zich in de dwarsrichting uitstrekkend boogvormig draadopnamekanaal; ten minste een eerste draadrooster met een eerste dwarsdraad die geschoven is in het draadopnamekanaal van de eerste dwarsboog en een tweede dwarsdraad die geschoven is in het draadopnamekanaal van de tweede dwarsboog; een boven het eerste draadroosters aangebrachte bedekking.

Description

(30) Voorrangsgegevens :
(73) Houder(s) :
GLORIEUX Jean Marc Gilles 8554, ZWEVEGEM België (72) Uitvinder(s) :
GLORIEUX Jean Marc Gilles 8554 ZWEVELGEM (Sint-Denijs) België (54) Boogvormige dakinrichting en werkwijze voor het plaatsen daarvan (57) Boogvormige dakinrichting bedoeld voor plaatsing tussen een eerste en een tweede opstand, omvattende een in een langsrichting gerichte langwerpige eerste opnamestructuur op de eerste opstand; een in de langsrichting gerichte langwerpige tweede opnamestructuur op de tweede opstand; ten minste een eerste en tweede in een dwarsrichting gerichte dwarsboog tussen de eerste en de tweede opnamestructuur, waarbij elke dwarsboog voorzien is van een zieh in de dwarsrichting uitstrekkend boogvormig draadopnamekanaal; ten minste een eerste draadrooster met een eerste dwarsdraad die geschoven is in het draadopnamekanaal van de eerste dwarsboog en een tweede dwarsdraad die geschoven is in het draadopnamekanaal van de tweede dwarsboog; een boven het eerste draadroosters aangebrachte bedekking.
Figure BE1024498B1_D0001
FIG.1
BELGISCH UITVINDINGSOCTROOI
FOD Economie, K.M.O., Middenstand & Energie
Dienst voor de Intellectuele Eigendom
Publicatienummer: 1024498 Nummer van indiening: BE2016/5646
Internationale classificatie: E04D 13/03 Datum van verlening: 19/03/2018
De Minister van Economie,
Gelet op het Verdrag van Parijs van 20 maart 1883 tot Bescherming van de industriële Eigendom;
Gelet op de wet van 28 maart 1984 op de uitvindingsoctrooien, artikel 22, voor de voor 22 September 2014 ingediende octrooiaanvragen ;
Gelet op Titel 1 Uitvindingsoctrooien van Boek XI van het Wetboek van economisch recht, artikel XI.24, voor de vanaf 22 September 2014 ingediende octrooiaanvragen ;
Gelet op het koninklijk besluit van 2 december 1986 betreffende het aanvragen, verlenen en in stand houden van uitvindingsoctrooien, artikel 28;
Gelet op de aanvraag voor een uitvindingsoctrooi ontvangen door de Dienst voor de Intellectuele Eigendom op datum van 19/08/2016.
Overwegende dat voor de octrooiaanvragen die binnen het toepassingsgebied van Titel 1, Boek XI, van het Wetboek van economisch recht (hierna WER) vallen, overeenkomstig artikel XI.19, § 4, tweede lid, van het WER, het verleende octrooi beperkt zal zijn tot de octrooiconclusies waarvoor het verslag van nieuwheidsonderzoek werd opgesteid, wanneer de octrooiaanvraag het voorwerp uitmaakt van een verslag van nieuwheidsonderzoek dat een gebrek aan eenheid van uitvinding als bedoeld in paragraaf 1, vermeldt, en wanneer de aanvrager zijn aanvraag niet beperkt en geen afgesplitste aanvraag indient overeenkomstig het verslag van nieuwheidsonderzoek.
Besluit:
Artikel 1. - Er wordt aan
GLORIEUX Jean Marc Gilles, Beerboslaan 10, 8554 ZWEVEGEM België;
vertegenwoordigd door
D'HALLEWEYN Nele Veerle Trees Gertrudis, Meir 24 bus 17, 2000, ANTWERPEN;
een Belgisch uitvindingsoctrooi met een looptijd van 20 jaar toegekend, onder voorbehoud van betaling van de jaartaksen zoals bedoeld in artikel XI.48, § 1 van het Wetboek van economisch recht, voor: Boogvormige dakinrichting en werkwijze voor het plaatsen daarvan.
UITVINDER(S):
GLORIEUX Jean Marc Gilles, Beerboslaan 10, 8554, ZWEVELGEM (Sint-Denijs);
VOORRANG:
AFSPLITSING :
Afgesplitst van basisaanvraag : Indieningsdatum van de basisaanvraag :
Artikel 2. - Dit octrooi wordt verleend zonder voorafgaand onderzoek naar de octrooieerbaarheid van de uitvinding, zonder garantie van de Verdienste van de uitvinding noch van de nauwkeurigheid van de beschrijving ervan en voor risico van de aanvrager(s).
Brussel, 19/03/2018,
Bij bijzondere machtiging:
2016/5646
BE2016/5646
Boogvormige dakinrichting en werkwijze voor het plaatsen daarvan
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een boogvormige dakinrichting bedoeld voor plaatsing tussen twee opstanden, en in het bijzonder op dakconstructies voor gebruik in lichtstraten en dergelijke.
FR 2 948 953 op naam van Domeca SA beschrijft een boogvormige dakcontructie met een rooster dat bedoeld is om te verhinderen dat de bedekking van de dakconstructie naar beneden kan vallen bij een impact of in het geval van brand.
Verder beschrijven het Belgisch octrooi met publicatienummer BE 1017118, en de Belgisch octrooien met aanvraagnummers BE 2012/0438 en BE 2013/0865 dakinrichtingen van het in de aanhef genoemde type.
De onderhavige uitvinding heeft als doel een verbeterde boogvormige dakinrichting voor te stellen die eenvoudig plaatsbaar is, en met name geschikt is voor tangere dakconstructies en doorvalveilig is voor personen.
Daartoe verschaft de onderhavige uitvinding een boogvormige dakinrichting bedoeld voor plaatsing tussen een eerste en een tweede opstand, die een eerste en een tweede opnamestructuur, een daartussen gelegen eerste en tweede dwarsboog, een eerste draadrooster, en een bedekking omvat. De eerste en tweede opnamestructuur strekken zieh uit in een langsrichting op respectievelijk de eerste en tweede opstand. De eerste en tweede in een dwarsrichting gerichte dwarsboog zijn elk voorzien van een zieh in de dwarsrichting uitstrekkend boogvormig draadopnamekanaal. Het eerste draadrooster heeft een eerste dwarsdraad die geschoven is in het draadopnamekanaal van de eerste dwarsboog en een tweede dwarsdraad die geschoven is in het draadopnamekanaal van de tweede dwarsboog. De bedekking is aangebracht boven het eerste draadrooster.
Door te werken met een draadrooster dat met zijn dwarsranden in een eerste en tweede draadopnamekanaal van eerste en tweede dwarsbogen schuifbaar is, kan de dakconstructie eenvoudig geassembleerd worden, ook voor lange constructies waarin dan twee en meer roosters en drie en meer dwarsbogen gebruikt kunnen worden.
2016/5646
BE2016/5646
In een voordelige uitvoeringsvorm zijn ten mrnste twee draadroosters (omvattende het genoemde eerste draadrooster), gezien in de langsrichting, naast elkaar aangebracht. In een dergelijke uitvoering zijn ten mrnste drie dwarsbogen (omvattende de genoemde eerste en de tweede dwarsboog) voorzien. Elk draadrooster is dan voorzien van een eerste dwarsdraad die geschoven is in het draadopnamekanaal van een eerste dwarsboog en een tweede dwarsdraad die geschoven is in het draadopnamekanaal van een tweede dwarsboog. In een dergelijke uitvoering zijn de dwarsbogen bij voorkeur voorzien van twee draadopnamekanalen voor het opnemen van een dwarsdraad van een eerste draadrooster en van een dwarsdraad van een daarnaast gelegen tweede rooster.
Bij voorkeur omvat elk draadrooster meerdere dwarsdraden en meerdere daaraan bevestigde langsdraden. Het eerste en tweede draadopnamekanaal is dan bij voorkeur voorzien van een in de dwarsrichting gerichte boogvormige sleuf waardoor de meerdere langsdraden naar buiten steken, waarbij de hoogte van de sleuf groter is dan de dikte van een langsdraad en kleiner is dan de som van de dikte van de langsdraad en de dwarsdraad. Op die manier is een dwarsdraad verankerd in het draadopnamekanaal.
Bij voorkeur is het eerste en tweede draadopnamekanaal elk gevormd met een haakvormig element dat zieh gedeeltelijk over de eerste en tweede dwarsdraad uitstrekt zodanig dat de eerste en tweede dwarsdraad verankerd blijft in het eerste en tweede draadopnamekanaal bij een impact op de bedekking. Het haakvormig element grenst bij voorkeur aan de sleuf. Het haakvormig element is bijvoorbeeld gevormd door een opstaande wand die aan een boveneinde naar binnen is gericht, over de in het eerste/tweede draadopnamekanaal aanwezige eerste/tweede dwarsdraad.
In een uitvoeringsvorm is een dwarsboog voorzien van een scheidingsdeel tussen naast elkaar gelegen dwarsranden van naast elkaar gelegen platen die de bedekking vormen. Aan weerszijden van het scheidingsdeel kan een draadopnamekanaal voorzien zijn voor het opnemen van naast elkaar gelegen dwarsdraden van naast elkaar gelegen draadroosters.
In een uitvoeringsvorm heeft de bedekking een eerste en een tweede langsrand die bevestigd is in of aan respectievelijk de eerste en tweede opnamestructuur. Verder kan het eerste draadrooster een eerste en tweede langsdraad omvatten die opgenomen is in respectievelijk de eerste en tweede opnamestructuur.
In een uitvoeringsvorm is elke opnamestructuur gevormd als een langsprofiel met een steunflens die steunt op respectievelijk de respectievelijke opstand, een langskanaal voor het opnemen van de respectievelijke langsrand van de bedekking, en met een verbindingsflens tussen de steunflens en
2016/5646
BE2016/5646 het langskanaal voor het vormen van een tussenruimte waarin het respectievelijk uiteinde van elke dwarsboog is opgenomen. Een dergelijke opnamestructuur heeft het voordeel dat een goede verankering van de verschiiiende dakelementen mogelijk is op de opstand.
In een uitvoeringsvorm omvat de bedekking ten minste een eerste en een tweede in de langsrichting naast elkaar aangebrachte plaat, bij voorkeur een kunststofplaat, en is een langwerpig afdichtingsprofiel voorzien voor het afdichten van een ruimte tussen een dwarsrand van de eerste plaat en een dwarsrand van de tweede plaat. Het afdichtingsprofiel is gevormd met een langwerpige bovenflens die zieh uitstrekt over de ruimte tussen de genoemde dwarsrand van de 10 eerste plaat en de genoemde dwarsrand van de tweede plaat. Een eerste uiteinde van het afdichtingsprofiel is bevestigd aan de eerste opnamestructuur, en een tweede uiteinde van het afdichtingsprofiel bevestigd is aan de tweede opnamestructuur. Op die manier kan een goede afdichting worden verkregen en worden de platen verder vastgezet tussen de eerste en tweede opnamestructuur.
Verdere voordelige ultvoeringsvormen worden besehreven in de afhankelijke conciusies.
Voigens een tweede aspect van de uitvinding wordt een werkwijze verschaft voor het plaatsen van een boogvormige dakinrichting tussen een eerste en een tweede opstand. De werkwijze omvat de volgende stappen. Een langwerpige eerste opnamestructuur wordt bevestigd op een eerste opstand, en evenwijdig daaraan wordt een langwerpige tweede opnamestructuur bevestigd op een tweede opstand. Ten minste een eerste en tweede in een dwarsrichting gerichte dwarsboog wordt voorzien tussen de eerste en de tweede opnamestructuur, waarbij elke dwarsboog een zieh in de dwarsrichting uitstrekkend boogvormig draadopnamekanaal omvat. Een eerste dwarsdraad van een eerste draadrooster wordt geschoven in het draadopnamekanaal van de eerste dwarsboog en een tweede dwarsdraad van het eerste draadrooster wordt geschoven in het draadopnamekanaal van de tweede dwarsboog. Over het eerste draadrooster wordt een bedekking aangebracht.
In een uitvoeringsvorm worden ten minste twee draadroosters (omvattende het eerste draadrooster), gezien in de langsrichting, naast elkaar aangebracht. Ten minste drie dwarsbogen (omvattende de eerste en de tweede dwarsboog) worden voorzien tussen de eerste en de tweede opnamestructuur, en voor eik draadrooster wordt een eerste dwarsdraad daarvan geschoven in het draadopnamekanaal van een dwarsboog van de ten minste drie dwarsbogen en wordt een tweede dwarsdraad geschoven in een draadopnamekanaal van een andere dwarsboog van de ten minste drie dwarsbogen.
2016/5646
BE2016/5646
Bij voorkeur wordt een eerste langsrand van de bedekking bevestigd in of aan de eerste opnamestructuur en een tweede langsrand daarvan in of aan de tweede opnamestructuur. Bij voorkeur omvat het aanbrengen van de bedekking: het boogvormig aanbrengen van een eerste plaat tussen de eerste en de tweede opstand, waarbij een eerste langsrand van de eerste plaat aangebracht wordt in de eerste opnamestructuur, en een tweede langsrand van de eerste plaat aangebracht wordt in de tweede opnamestructuur; het boogvormig aanbrengen van een tweede plaat tussen de eerste en de tweede opstand, waarbij een eerste langsrand van de tweede plaat aangebracht wordt in de eerste opnamestructuur, en een tweede langsrand van de tweede plaat aangebracht wordt in de tweede opnamestructuur; het aanbrengen van een langwerpig afdichtingsprofiel voor het afdichten van een ruimte tussen een dwarsrand van de eerste plaat en een aangrenzende dwarsrand van de tweede plaat, waarbij het afdichtingsprofiel gevormd is met een langwerpige bovenflens die aangebracht wordt over de ruimte tussen de genoemde dwarsranden; en het bevestigen van een eerste uiteinde van het afdichtingsprofiel aan de eerste opnamestructuur, en van een tweede uiteinde van het afdichtingsprofiel aan de tweede opnamestructuur.
De onderhavige uitvinding zal nader toegelicht worden aan de hand van een aantal niet beperkende uitvoeringsvoorbeelden van een boogvormige dakconstructie volgens de uitvinding met verwijzing naar de tekeningen in bijlage, waarin:
Figuur 1 een opengewerkt perspectivisch aanzicht illustreert van een uitvoeringsvorm van een boogvormige dakinrichting;
Figuur 2 een doorsnede illustreert een uitvoeringsvorm van een dwarsboog van een boogvormige dakinrichting;
Figuur 2A een detailaanzicht van figuur 2 toont;
Figuur 3 een doorsnede illustreert van een uitvoeringsvorm van een opnamestructuur van een boogvormige dakinrichting;
Figuur 3A een detailaanzicht van figuur 3 toont;
Figuur 4 illustreert een doorsnede van een uitvoeringsvorm van een dwarsboog met bedekking; en
Figuur 5 illustreert een doorsnede van een uitvoeringsvorm van een dwarsboog met beuget.
Figuur 1 illustreert een uitvoeringsvorm van een deel van een boogvormige dakinrichting tussen een eerste opstand O en een tweede opstand (niet getoond, maar analoog aan de opstand O). De dakinrichting omvat een in een langsrichting L gerichte eerste opnamestructuur in de vorm van een eerste langsprofiel 400 op de eerste opstand O, een in de langsrichting L gerichte tweede opnamestructuur in de vorm van een tweede langsprofiel op de tweede opstand (niet getoond),
2016/5646
BE2016/5646 meerdere in een dwarsrichting D gerichte dwarsbogen 200 (slechts één daarvan is getoond in figuur 1), een eerste en tweede rooster 100, en een bedekking 300. De bedekking 300 strekt zieh boogvormig uit tussen de eerste opstand O en de tweede opstand.
De in figuur 1 getoonde dwarsboog strekt zieh uit tussen de eerste en de tweede opnamestructuur.
De dwarsboog 200 is aan weerskanten voorzien van een zieh in de dwarsrichting uitstrekkend boogvormig draadopnamekanaal 210, zie ook figuur 2. Elk draadrooster 100 heeft aan een eerste dwarsrand een eerste dwarsdraad 110 die geschoven is in een overeenstemmend draadopnamekanaal 210 van een eerste dwarsboog 200 en aan een tweede dwarsrand een tweede dwarsdraad die geschoven is in een draadopnamekanaal van een tweede dwarsboog (niet getoond).
Hoewel figuur 1 slechts één dwarsboog 200 toont begrijpt de vakman dan voor twee draadroosters 100 bij voorkeur drie dwarsbogen 200 zijn voorzien. Verder begrijpt de vakman dat dwarsbogen aan weerskanten voorzien kunnen zijn van een zieh in de dwarsrichting uitstrekkend boogvormig draadopnamekanaal 210, maar dat het ook mogelijk is om slechts aan één kant een draadopnamekanaal 210 te voorzien. Dit laatste is met name het geval voor dwarsbogen die zieh aan een einde van de dakinrichting bevinden, waar slechts één dwarsdraad 110 opgenomen moet worden. Het is echter ook mogelijk om in figuur 1, tussen twee aangrenzende draadroosters 100, in plaats van één dwarsboog 200 met twee draadopnamekanalen 210, twee dwarsbogen 200 met elk één opnamekanaal 210 te voorzien.
Draadrooster 100 omvat meerdere dwarsdraden 110, 111 en meerdere daaraan bevestigde langsdraden 120, 121. In het getoonde voorbeeld liggen de meerdere langsdraden 120, 121 boven de meerdere dwarsdraden 110, 111, en zijn deze draden 110, 111, 120, 121 aan elkaar gelast bij de kruisingen tussen de längs- en dwarsdraden. De draden van het draadroosters zijn bij voorkeur vervaardigd uit metaal, zoals staal, nog meer bij voorkeur uit roestvrij staal.
De dwarsboog 200 is in meer detail getoond in figuur 2 en figuur 2A. De dwarsboog 200 omvat een middengedeelte 220 dat aan de onderzijde voorzien is van een linker en rechter draadopnamekanaal 210 waarin een dwarsdraad 110 van respectievelijk een linker en rechter naast elkaar aangebracht draadrooster 100 is opgenomen. Het draadopnamekanaal 210 is hier een in hoofdzaak U-vormig kanaal met een eerste zijwand 211 die bevestigd is aan het middendeel 220, een onderwand 212, en een tweede zijwand 213. Het draadopnamekanaal 210 is aan de bovenkant gegrensd door een bovenwand 214 die deel uitmaakt van het middendeel 220. Tussen de bovenwand 214 en de tweede zijwand 213 strekt zieh een in de dwarsrichting gerichte boogvormige sleuf 216 uit waardoor de meerdere langsdraden 120, 121 naar buiten steken. De
2016/5646
BE2016/5646 hoogte h van de sleuf 216 is groter dan de dikte di van een langsdraad en kleiner is dan de som van de dikte van de langsdraad di en de dikte van de dwarsdraad dd. Op die manier wordt de dwarsdraad 110 verankerd in het draadopnamekanaal 210. Het draadopnamekanaal 210 is verder gevormd is met een haakvormig element 213,215 dat zieh gedeeltelijk over de dwarsdraad 110 uitstrekt zodanig dat de dwarsdraad 110 verankerd blijft in het draadopnamekanaal 210 bij een impact op de bedekking. Het haakvormig element is gevormd door de zijwand 213 die aan een boveneinde 215 naar binnen is gericht, over de in het draadopnamekanaal 210 aanwezige dwarsdraad 110.
De dwarsboog 200 is verder voorzien van een scheidingsdeel 230 dat naar boven uitsteekt vanaf het middendeel 220 en bedoeld is om een scheiding te vormen tussen aangrenzende dwarsranden 310 van een eerste en tweede plaat 300, waarbij deze platen 300 de bedekking vormen. De platen 300 zijn typisch kunststofplaten, en bijvoorbeeld meerwandige kunststofplaten. De platen 300 zijn bij voorkeur vervaardigd uit een materiaal uit de groep: polycarbonaat, acrylaat, en andere thermopiasten. De platen zijn bij voorkeur zodanig flexibel dat deze in de dwarsrichting gebogen kunnen worden tot een kromtestraal van ten minste 10 meter.
Een langwerpig afdichtingsprofiel 500 is voorzien voor het afdichten van een ruimte tussen een dwarsrand 310 van de eerste plaat 300 en een dwarsrand 310 van de tweede plaat 300. Het afdichtingsprofiel 500 is gevormd met een langwerpige bovenflens 510 die zieh uitstrekt over de ruimte tussen de dwarsrand 310 van de eerste plaat 300 en de dwarsrand 310 van de tweede plaat 300. Een eerste uiteinde van het afdichtingsprofiel 500 is bevestigd aan het eerste langsprofiel 400, en een tweede uiteinde van het afdichtingsprofiel 500 is bevestigd aan het tweede langsprofiel.
Daartoe is aan de onderzijde van bovenflens 510 een schroefkanaal 560 voorzien waarin aan weersuiteinden een bout 610 die door een opening in het langsprofiel 400 loopt, vastgedraaid is, zie figuur 3. Op die manier kan het afdichtingsprofiel 500 boogvormig opgespannen worden tussen de eerste opstand en de tweede opstand.
Het scheidingsdeel 230 van de dwarsboog 200 is hier gevormd door twee opstaande wanden 231,
232 en het schroefkanaal 560 is afgemeten om opneembaar te zijn tussen de opstaande wanden
231, 232. Op die manier wordt een goede positionering van het afdichtingsprofiel 500 gewaarborgd.
Het middeldeel 220 van de dwarsboog 200 is aan zijn onderzijde voorzien van een in de dwarsrichting verlopend schroefkanaal 260 waarin aan weersuiteinden een bout 620 die door een opening in het langsprofiel 400 loopt, vastgedraaid is, zie figuur 3. Op die manier kan de
2016/5646
BE2016/5646 dwarsboog 200 verder vastgezet worden tussen de eerste opstand en de tweede opstand. Deze bouten 620 zijn optioneel.
Andere mogelijke uitvoeringsvormen van afdichtingsprofielen 500 worden beschreven in de 5 Belgische octrooiaanvraag BE 2016/5060 waarvan de tekst hier integraal door verwijzing is opgenomen. Meer in het bijzonder kan het afdichtingsprofiel een langwerpig profiel vervaardigd uit kunststof zijn. Het afdichtingsprofiel kan bijvoorbeeld gevormd zijn met een langwerpige bovenflens, een langwerpige onderflens, een verbindingsflens, en een langwerpig schroefopnamekanaal. De langwerpige bovenflens strekt zieh uit over de ruimte tussen de randen van de platen, en werkt op afdichtende wijze samen met een bovenzijde van de eerste plaat en een bovenzijde van de tweede plaat. De bovenflens kan nabij een eerste rand en nabij een tweede rand afdichtingsstroken omvatten die ingericht zijn om op afdichtende wijze samen te werken met de bovenzijde van de eerste en tweede platen. In een voordelige uitvoeringsvorm is het afdichtingsprofiel vervaardigd uit hetzelfde materiaal als de platen zodanig dat de uitzettingscoëfficiënten van de platen en van het afdichtingsprofiel hetzelfde zijn. Zo kunnen de platen en het afdichtingsprofiel bijvoorbeeld beide vervaardigd zijn door extrusie uit een polycarbonaatmateriaal. De afdichtstroken kunnen dan gecoëxtrudeerd zijn, waarbij voor de afdichtstroken een goed af dichtend materiaal is gekozen, bij voorkeur een zachte kunststof zoals een thermoplastisch elastomeer (TPE).
Het eerste langsprofiel 400 is bedoeld voor het opnemen van een eerste langsrand 320 van een plaat 300 en voor het opnemen van een langsrand gevormd door de eerste langsdraad 120 van het rooster 100. Op analoge wijze is het tweede opnameprofiel (niet getoond) bedoeld voor het opnemen van een tweede langsrand van de plaat en voor het opnemen van een tweede langsdraad van het rooster. Het langsprofiel 400 is hier een extrusieprofiel dat gevormd is met een langskanaal 420 met een bovenwand 421, een onderwand 422 en een zijwand 423. Deze wanden zijn zodanig af gemeten dat een langsrand 320 van een plaat 300 past tussen de bovenwand 421 en de onderwand 422, zie ook figuur 3A. Verder past ook een uiteinde van het schroefkanaal 560 in dit langskanaal 420 en steekt de bout 610 die door een opening in de zijwand 423. Op die manier kan een langsrand 320 van een plaat 300 dus stevig vastgezet worden in het langskanaal 420 van het langsprofiel 400. Het langsprofiel omvat verder een in de langsrichting verlopende steunflens 430 die steunt op de opstand O. De uiteinden van de dwarsbogen 200 worden ondersteund op deze steunflens 430. Tussen de steunflens 430 en het langskanaal 420 is een tussenruimte 450 voorzien voor de langsdraden 120 en de uiteinden van de dwarsbogen 200. De steunflens 430 is verbonden met het langskanaal 420 door middel van een verbindingsflens 460. Het uiteinde van schroefkanaal
2016/5646
BE2016/5646
260 bevindt zieh in de tussenruimte 450 en de optionele bout 620 steekt door een opening in de verbindingsflens 460.
Figuur 4 illustreert een verdere uitvoeringsvorm van een dwarsboog 200. De dwarsboog omvat een 5 middengedeelte 220 dat aan de bovenzijde voorzien is van een linker en rechter draadopnamekanaal 210 waarin een dwarsdraad 110 van respectievelijk een linker en rechter draadrooster 100 is opgenomen. Het draadopnamekanaal 210 is hier een in hoofdzaak U-vormig kanaal met een eerste zijwand 211 die bevestigd is aan het middendeel 220, een bovenwand 212, en een tweede zijwand 213. Het draadopnamekanaal 210 is aan de onderkant begrensd door een onderwand 214 die deel uitmaakt van het middendeel 220. Tussen de onderwand 214 en de tweede zijwand 213 strekt zieh een in de dwarsrichting gerichte boogvormige sleuf 216 uit waardoor de meerdere langsdraden 120, 121 naar buiten steken. Zoals in de variant van figuur 2A is de hoogte van de sleuf 216 groter dan de dikte van een langsdraad en kleiner dan de som van de dikte van de langsdraad en de dikte van de dwarsdraad. Optioneel kan het draadopnamekanaal 210 gevormd zijn met een (niet getoond) haakvormig element dat zieh gedeeltelijk over de dwarsdraad uitstrekt zodanig dat de dwarsdraad verankerd blijft in het draadopnamekanaal bij een impact op de bedekking. Het middendeel 220 van de dwarsboog 200 is verder aan zijn bovenzijde voorzien van een in de dwarsrichting verlopend schroefkanaal 260 waarin aan weersuiteinden een bout die door een opening in het langsprofiel 400 loopt, kan worden vastgedraaid, op een manier die gelijkaardig is aan deze die hiervoor werd beschreven met verwijzing naar figuur 3. Op die manier kan de dwarsboog 200 verder vastgezet worden tussen de eerste opstand en de tweede opstand.
Verder omvat de variant van figuur 4 een langwerpig afdichtingsprofiel 500 voor het afdichten van een ruimte tussen een eerste dwarsrand 310 van een eerste plaat 300 en een dwarsrand 310 van een tweede plaat 300. Het afdichtingsprofiel 500 is gevormd met een langwerpige bovenflens 510 die zieh uitstrekt over de ruimte tussen de dwarsrand 310 van de eerste plaat 300 en de dwarsrand 310 van de tweede plaat 300. Een eerste uiteinde van het afdichtingsprofiel 500 wordt bevestigd aan het eerste langsprofiel 400, en een tweede uiteinde van het afdichtingsprofiel 500 wordt bevestigd aan het tweede langsprofiel. Daartoe is aan de bovenzijde van bovenflens 510 een schroefkanaal 560 voorzien waarin aan weersuiteinden een bout die door een opening in het langsprofiel 400 loopt, vastgedraaid kan worden, op een manier die gelijkaardig is aan deze die werd geïllustreerd met verwijzing naar figuur 3. Op die manier kan het afdichtingsprofiel 500 boogvormig opgespannen worden tussen de eerste opstand en de tweede opstand. Verder is de langwerpige bovenflens 510 aan de onderzijde daarvan, in hoofdzaak in het midden, voorzien van een naar onder gerichte scheidingswand 530 aan het uiteinde waarvan een steunflens 540 is voorzien. Op die manier kan een dwarsrand 310 opgenomen worden tussen de langwerpige bovenflens 510 en de langwerpige
2016/5646
BE2016/5646 steunflens 540. Voor een goede afdichting kan de bovenflens 510 aan de onderzijde voorzien zijn van langwerpige afdichtingsstroken 511 welke optioneel door coëxtrusie gevormd kunnen zijn. Op analoge wijze kan de steunflens 540 voorzien zijn van afdichtingsstroken 541 die ingericht zijn om aan te grijpen tegen de onderzijde van de eerste en tweede plaat 300.
Figuur 5 illustreert een doorsnede van een dwarsboog 200 die analoog is aan de dwarsboog 200 die getoond is in figuur 2A, met dit verschil dat een beuget 700 voorzien is rondom draadopnamekanaal 210. Dergelijke beugels 700 kunnen voorzien zijn op verschillende plaatsen gezien in de dwarsrichting D. Deze beugels 700 zorgen voor een extra versteviging en kunnen verhinderen dat de draadopnamekanalen 210 openplooien bij een impact. De beugels 700 kunnen bijvoorbeeid vastgezet zijn met schroeven 710 voor het bevestigen van de beugels 700 aan de zijwand 211 van het draadopnamekanaal 210.
Uitvoeringsvormen van de uitvinding worden typisch gebruikt in zogenaamde lichtstraten, waarbij een aantal meerwandige kunststofplaten in dwarsrichting naast elkaar aanbrengbaar zijn tussen een eerste en een tweede opstand. Hierbij worden vaak een aantal lagen platen boven elkaar aangebracht, en kan de bedekking bijvoorbeeid ook een gewelfde plaat vervaardigd uit een composietmateriaal, omvatten. Verdere mogelijke uitvoeringsvormen waarin de onderhavige uitvinding toepasbaar is, worden beschreven in het Belgisch octrooi met publicatienummer BE
1017118, in de Belgisch octrooi met aanvraagnummers BE 2012/0438 en BE 2013/0865, en de inhoud van deze octrooien (op naam van Aanvraagster ) wordt hier door verwijzing opgenomen.
De vakman zal begrijpen dat de uitvinding niet beperkt is tot de hierboven beschreven uitvoeringsvoorbeelden, en dat vele wijzigingen en équivalente uitvoeringen mogelijk zijn binnen het kader van de uitvinding, dat enkel bepaald wordt door de hiernavolgende conciusies.
2016/5646
BE2016/5646

Claims (20)

Conclusies
1. Boogvormige dakinrichting bedoeld voor plaatsing tussen een eerste en een tweede opstand, omvattende:
2. Boogvormige dakinrichting volgens conclusie 1, waarbij ten minste twee draadroosters omvattende het eerste draadrooster, gezien in de langsrichting, naast elkaar zijn aangebracht;
20 waarbij ten minste drie dwarsbogen omvattende de eerste en de tweede dwarsboog zijn voorzien; en waarbij elk draadrooster van ten minste twee draadroosters voorzien is van een eerste dwarsdraad die geschoven is in het draadopnamekanaal van een dwarsboog van de ten minste drie dwarsbogen en een tweede dwarsdraad die geschoven is in het tweede draadopnamekanaal van een dwarsboog van de ten minste drie dwarsbogen.
3. Boogvormige dakinrichting volgens de voorgaande conclusie, waarbij een dwarsboog van de tenminste drie dwarsbogen voorzien is van een scheidingsdeel, en waarbij aan weerszijden van het scheidingsdeel een draadopnamekanaal voorzien is voor het opnemen van naast elkaar gelegen dwarsdraden van naast elkaar gelegen draadroosters van de ten minste twee
30 draadroosters.
4. Boogvormige dakinrichting volgens de voorgaande conclusie, de bedekking ten minste twee in een langsrichting naast elkaar gelegen platen omvat, en waarbij het scheidingsdeel gelegen is tussen naast elkaar gelegen dwarsranden van twee naast elkaar gelegen platen.
2016/5646
BE2016/5646
5 bevestigd wordt in of aan de eerste opnamestructuur en een tweede langsrand daarvan bevestigd wordt in of aan de tweede opnamestructuur.
5 draadroosters vervaardigd is uit metaal, bij voorkeur staal, nog meer bij voorkeur roestvrij staal.
5 van de sleuf groter is dan de dikte van een langsdraad en kleiner is dan de som van de dikte van de langsdraad en de dwarsdraad.
5. Boogvormige dakinrichting volgens één der voorgaande conclusies, waarbij elk draadrooster meerdere dwarsdraden en meerdere daaraan bevestigde langsdraden omvat; en waarbij het eerste en tweede draadopnamekanaal voorzien is van een in de dwarsrichting gerichte boogvormige sleuf waardoor de meerdere langsdraden naar buiten steken, waarbij de hoogte
5 - een in een langsrichting gerichte langwerpige eerste opnamestructuur (400) op de eerste opstand;
- een in de langsrichting gerichte langwerpige tweede opnamestructuur op de tweede opstand;
- ten minste een eerste en tweede in een dwarsrichting gerichte dwarsboog (200) tussen
6. Boogvormige dakinrichting volgens één der voorgaande conclusies, waarbij het eerste en tweede draadopnamekanaal elk gevormd is met een haakvormig element dat zieh gedeeltelijk
7. Boogvormige dakinrichting volgens conclusie 5 en 6, waarbij het haakvormig element grenst aan de sleuf.
8. Boogvormige dakinrichting volgens conclusie 6 of 7, waarbij elk haakvormig element gevormd is door een opstaande wand die aan een boveneinde naar binnen is gericht, over de in het eerste/tweede draadopnamekanaal aanwezige eerste/tweede dwarsdraad.
20
9. Boogvormige dakinrichting volgens één der voorgaande conclusies, waarbij de bedekking een eerste en een tweede langsrand heeft die bevestigd is in of aan respectievelijk de eerste en tweede opnamestructuur; en/of waarbij het eerste draadrooster een eerste en tweede langsdraad omvat die opgenomen is in de eerste en tweede opnamestructuur.
25 10. Boogvormige dakinrichting volgens de voorgaande conclusie, waarbij de eerste en tweede opnamestructuur gevormd is als een eerste en tweede langsprofiel elk met een steunflens die steunt op respectievelijk de eerste en tweede opstand, een langskanaal voor het opnemen van respectievelijk een eerste en tweede langsrand van de bedekking, en met een verbindingsflens tussen de steunflens en het langskanaal voor het vormen van een tussenruimte waarin
30 respectievelijk een eerste en tweede uiteinde van elke dwarsboog is opgenomen.
10 waarbij een eerste langsrand van de eerste plaat aangebracht wordt in de eerste opnamestructuur, en een tweede langsrand van de eerste plaat aangebracht wordt in de tweede opnamestructuur;
- het boogvormig aanbrengen van een tweede plaat tussen de eerste en de tweede opstand, waarbij een eerste langsrand van de tweede plaat aangebracht wordt in de
10 over de eerste en tweede dwarsdraad uitstrekt zodanig dat de eerste en tweede dwarsdraad verankerd blijft in het eerste en tweede draadopnamekanaal bij een impact op de bedekking.
10 de eerste en de tweede opnamestructuur, waarbij elke dwarsboog voorzien is van een zieh in de dwarsrichting uitstrekkend boogvormig draadopnamekanaal (210);
- ten minste een eerste draadrooster (100) met een eerste dwarsdraad (110) die geschoven is in het draadopnamekanaal (210) van de eerste dwarsboog (200) en een tweede dwarsdraad die geschoven is in het draadopnamekanaal van de tweede
11. Boogvormige dakinrichting volgens één der voorgaande conclusies, waarbij de bedekking ten minste een eerste en een tweede in de langsrichting naast elkaar aangebrachte plaat omvat, en een langwerpig afdichtingsprofiel voorzien is voor het afdichten van een ruimte tussen een
35 dwarsrand van de eerste plaat en een dwarsrand van de tweede plaat; welk afdichtingsprofiel gevormd is met een langwerpige bovenflens die zieh uitstrekt over de ruimte tussen de genoemde dwarsrand van de eerste plaat en de genoemde dwarsrand van de tweede plaat; en waarbij een eerste uiteinde van het afdichtingsprofiel bevestigd is aan de eerste
2016/5646
BE2016/5646 opnamestructuur, en een tweede uiteinde van het afdichtingsprofiel bevestigd is aan de tweede opnamestructuur.
12. Boogvormige dakinrichting volgens één der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het
13. Boogvormige dakinrichting volgens één der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de bedekking een meerwandige kunststofplaat omvat.
14. Boogvormige dakinrichting volgens één der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de bedekking vervaardigd is uit een materiaal uit de groep: polycarbonaat, acrylaat, en andere thermopiasten.
15 eerste opnamestructuur, en een tweede langsrand van de tweede plaat aangebracht wordt in de tweede opnamestructuur;
- het aanbrengen van een langwerpig afdichtingsprofiel voor het afdichten van een ruimte tussen een dwarsrand van de eerste plaat en een aangrenzende dwarsrand van de tweede plaat, waarbij het afdichtingsprofiel gevormd is met een langwerpige
15 15. Boogvormige dakinrichting volgens één der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de bedekking zodanig flexibel is dat deze in de dwarsrichting gebogen kan worden tot een kromtestraal van ten minste 10 meter.
15 dwarsboog;
- een boven het eerste draadroosters aangebrachte bedekking (300).
16. Werkwijze voor het plaatsen van een boogvormige dakinrichting tussen een eerste en een
20 tweede opstand, omvattende:
- het aanbrengen van een langwerpige eerste opnamestructuur op de eerste opstand, en evenwijdig daaraan een langwerpige tweede opnamestructuur op de tweede opstand;
- het voorzien van ten minste een eerste en tweede in een dwarsrichting gerichte dwarsboog tussen de eerste en de tweede opnamestructuur, waarbij elke dwarsboog
25 voorzien is van een zieh in de dwarsrichting uitstrekkend boogvormig draadopnamekanaal ;
- het schuiven van een eerste dwarsdraad van een eerste draadrooster in het draadopnamekanaal van de eerste dwarsboog en een tweede dwarsdraad van het eerste draadrooster in het draadopnamekanaal van de tweede dwarsboog;
30 - het aanbrengen van een bedekking over het eerste draadrooster.
17. Werkwijze volgens de voorgaande conclusie, waarbij ten minste twee draadroosters omvattende het eerste draadrooster, gezien in de langsrichting, naast eikaar worden aangebracht; waarbij ten minste drie dwarsbogen omvattende de eerste en de tweede
35 dwarsboog worden voorzien tussen de eerste en de tweede opnamestructuur; en waarbij voor elk draadrooster van de ten minste twee draadroosters een eerste dwarsdraad geschoven wordt in een draadopnamekanaal van een dwarsboog van de ten minste drie dwarsbogen en een
2016/5646
BE2016/5646 tweede dwarsdraad geschoven wordt in een draadopnamekanaal van een andere dwarsboog van de ten minste drie dwarsbogen.
18. Werkwijze voigens conclusie 16 of 17, waarbij een eerste langsrand van de bedekking
19. Werkwijze voigens de voorgaande conclusie, waarbij het aanbrengen van de bedekking omvat:
- het boogvormig aanbrengen van een eerste plaat tussen de eerste en de tweede opstand,
20 bovenflens die aangebracht wordt over de ruimte tussen de genoemde dwarsranden;
- het bevestigen van een eerste uiteinde van het afdichtingsprofiel aan de eerste opnamestructuur, en van een tweede uiteinde van het afdichtingsprofiel aan de tweede opnamestructuur.
BE2016/5646
BE2016/5646
BE20165646A 2016-08-19 2016-08-19 Boogvormige dakinrichting en werkwijze voor het plaatsen daarvan BE1024498B9 (nl)

Priority Applications (3)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE20165646A BE1024498B9 (nl) 2016-08-19 2016-08-19 Boogvormige dakinrichting en werkwijze voor het plaatsen daarvan
PL17186670T PL3284875T3 (pl) 2016-08-19 2017-08-17 Łukowe sklepienie dachowe i sposób jego umieszczania
EP17186670.0A EP3284875B1 (en) 2016-08-19 2017-08-17 Arched roof device and method for placing thereof

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE20165646A BE1024498B9 (nl) 2016-08-19 2016-08-19 Boogvormige dakinrichting en werkwijze voor het plaatsen daarvan

Publications (4)

Publication Number Publication Date
BE1024498A1 BE1024498A1 (nl) 2018-03-13
BE1024498B1 true BE1024498B1 (nl) 2018-03-19
BE1024498A9 BE1024498A9 (nl) 2018-04-05
BE1024498B9 BE1024498B9 (nl) 2018-04-09

Family

ID=56852025

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE20165646A BE1024498B9 (nl) 2016-08-19 2016-08-19 Boogvormige dakinrichting en werkwijze voor het plaatsen daarvan

Country Status (3)

Country Link
EP (1) EP3284875B1 (nl)
BE (1) BE1024498B9 (nl)
PL (1) PL3284875T3 (nl)

Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
WO2003106780A1 (fr) * 2002-06-14 2003-12-24 Societe Industrielle Du Haras Dispositif de montage de moyens d'obstruction sur le bord d'une ouverture
AT506626A4 (de) * 2008-07-10 2009-10-15 Likunet Linhart Und Buchegger Lichtdach
FR2948953A1 (fr) * 2009-08-07 2011-02-11 Domeca Dispositif de couverture pour batiment.

Patent Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
WO2003106780A1 (fr) * 2002-06-14 2003-12-24 Societe Industrielle Du Haras Dispositif de montage de moyens d'obstruction sur le bord d'une ouverture
AT506626A4 (de) * 2008-07-10 2009-10-15 Likunet Linhart Und Buchegger Lichtdach
FR2948953A1 (fr) * 2009-08-07 2011-02-11 Domeca Dispositif de couverture pour batiment.

Also Published As

Publication number Publication date
PL3284875T3 (pl) 2019-12-31
BE1024498A1 (nl) 2018-03-13
BE1024498A9 (nl) 2018-04-05
BE1024498B9 (nl) 2018-04-09
EP3284875B1 (en) 2019-01-30
EP3284875A1 (en) 2018-02-21

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US6023024A (en) Partition device for a cableway
US8286799B2 (en) Supporting structure and a support carrier
EP2505271A1 (en) Support structure having fixation means for screening media
NL7908573A (nl) Doorvoer voor het brandwerend doorvoeren van elek- trische kabels door een wand.
BE1024498B1 (nl) Boogvormige dakinrichting en werkwijze voor het plaatsen daarvan
NL192463C (nl) Deurconstructie.
SE449889B (sv) Ladformigt byggelement samt av sadana element sammansatt takkonstruktion
JP2016204873A (ja) 側溝用被覆材
EP2312093A2 (en) Modular wire partitions
US3226898A (en) Adjustable panel construction
WO2008154661A2 (en) Barrier
NL2002316C2 (nl) Inbraakwerend rooster.
NL9400805A (nl) Vorsthaak.
EP3124735A1 (en) Pleated insect screen device and method of mounting thereof
JP5251773B2 (ja) 太陽電池パネル支持装置
BE1019233A3 (nl) Set uit op elkaar gestapelde schermprofielen, samenstelling uit meerdere van dergelijke naast elkaar geplaatste sets alsmede schermprofiel.
UA76255C2 (en) Fastening element for binding a plurality of sheets and device for binding a plurality of sheets with a fastening element
BE1028835B1 (nl) Paneel en een kit voor het vormen van een dak op een draagstructuur en een methode voor het vervaardigen van een dak op een draagstructuur gebruikmakende van een kit
BE1023789B1 (nl) Boogvormige dakconstructie met verbeterde afdichting
RU211300U1 (ru) Гибридная кабельная конструкция
EP3243974B1 (en) Roofing system
RU48259U1 (ru) Сборный придверный коврик
BE1019449A4 (nl) Daksamenstel en afdekprofielsamenstel.
JP7012536B2 (ja) 車両用防護柵のビーム材
BE1013990A3 (nl) Bekleding en elementen hiertoe aangewend.

Legal Events

Date Code Title Description
FG Patent granted

Effective date: 20180319

PD Change of ownership

Owner name: OHREL & CIE; FR

Free format text: DETAILS ASSIGNMENT: CHANGE OF OWNER(S), ASSIGNMENT; FORMER OWNER NAME: GLORIEUX JEAN MARC GILLES

Effective date: 20220523

PD Change of ownership

Owner name: CINTRALUX; BE

Free format text: DETAILS ASSIGNMENT: CHANGE OF OWNER(S), ASSIGNMENT; FORMER OWNER NAME: OHREL & CIE

Effective date: 20250225