BE1027101A1 - Een verbeterd antennesysteem - Google Patents
Een verbeterd antennesysteem Download PDFInfo
- Publication number
- BE1027101A1 BE1027101A1 BE20195147A BE201905147A BE1027101A1 BE 1027101 A1 BE1027101 A1 BE 1027101A1 BE 20195147 A BE20195147 A BE 20195147A BE 201905147 A BE201905147 A BE 201905147A BE 1027101 A1 BE1027101 A1 BE 1027101A1
- Authority
- BE
- Belgium
- Prior art keywords
- still further
- further preferably
- antenna system
- antennas
- group
- Prior art date
Links
- 238000004891 communication Methods 0.000 claims abstract description 66
- 238000000034 method Methods 0.000 claims description 21
- 230000008901 benefit Effects 0.000 description 4
- 238000012937 correction Methods 0.000 description 4
- 230000006870 function Effects 0.000 description 3
- 239000004065 semiconductor Substances 0.000 description 3
- 230000009286 beneficial effect Effects 0.000 description 2
- 230000007257 malfunction Effects 0.000 description 2
- 230000008569 process Effects 0.000 description 2
- 238000012360 testing method Methods 0.000 description 2
- 230000002238 attenuated effect Effects 0.000 description 1
- 230000005540 biological transmission Effects 0.000 description 1
- 230000008859 change Effects 0.000 description 1
- 238000006243 chemical reaction Methods 0.000 description 1
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 1
- 230000036039 immunity Effects 0.000 description 1
- 230000006872 improvement Effects 0.000 description 1
- 230000002452 interceptive effect Effects 0.000 description 1
- 238000012423 maintenance Methods 0.000 description 1
- 239000011159 matrix material Substances 0.000 description 1
- 238000005192 partition Methods 0.000 description 1
- 238000012546 transfer Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- H—ELECTRICITY
- H01—ELECTRIC ELEMENTS
- H01Q—ANTENNAS, i.e. RADIO AERIALS
- H01Q3/00—Arrangements for changing or varying the orientation or the shape of the directional pattern of the waves radiated from an antenna or antenna system
- H01Q3/24—Arrangements for changing or varying the orientation or the shape of the directional pattern of the waves radiated from an antenna or antenna system varying the orientation by switching energy from one active radiating element to another, e.g. for beam switching
- H01Q3/242—Circumferential scanning
-
- G—PHYSICS
- G01—MEASURING; TESTING
- G01S—RADIO DIRECTION-FINDING; RADIO NAVIGATION; DETERMINING DISTANCE OR VELOCITY BY USE OF RADIO WAVES; LOCATING OR PRESENCE-DETECTING BY USE OF THE REFLECTION OR RERADIATION OF RADIO WAVES; ANALOGOUS ARRANGEMENTS USING OTHER WAVES
- G01S13/00—Systems using the reflection or reradiation of radio waves, e.g. radar systems; Analogous systems using reflection or reradiation of waves whose nature or wavelength is irrelevant or unspecified
- G01S13/74—Systems using reradiation of radio waves, e.g. secondary radar systems; Analogous systems
- G01S13/76—Systems using reradiation of radio waves, e.g. secondary radar systems; Analogous systems wherein pulse-type signals are transmitted
- G01S13/78—Systems using reradiation of radio waves, e.g. secondary radar systems; Analogous systems wherein pulse-type signals are transmitted discriminating between different kinds of targets, e.g. IFF-radar, i.e. identification of friend or foe
-
- H—ELECTRICITY
- H01—ELECTRIC ELEMENTS
- H01Q—ANTENNAS, i.e. RADIO AERIALS
- H01Q21/00—Antenna arrays or systems
- H01Q21/06—Arrays of individually energised antenna units similarly polarised and spaced apart
- H01Q21/20—Arrays of individually energised antenna units similarly polarised and spaced apart the units being spaced along or adjacent to a curvilinear path
- H01Q21/205—Arrays of individually energised antenna units similarly polarised and spaced apart the units being spaced along or adjacent to a curvilinear path providing an omnidirectional coverage
-
- G—PHYSICS
- G01—MEASURING; TESTING
- G01S—RADIO DIRECTION-FINDING; RADIO NAVIGATION; DETERMINING DISTANCE OR VELOCITY BY USE OF RADIO WAVES; LOCATING OR PRESENCE-DETECTING BY USE OF THE REFLECTION OR RERADIATION OF RADIO WAVES; ANALOGOUS ARRANGEMENTS USING OTHER WAVES
- G01S7/00—Details of systems according to groups G01S13/00, G01S15/00, G01S17/00
- G01S7/02—Details of systems according to groups G01S13/00, G01S15/00, G01S17/00 of systems according to group G01S13/00
- G01S7/40—Means for monitoring or calibrating
- G01S7/4052—Means for monitoring or calibrating by simulation of echoes
- G01S7/406—Means for monitoring or calibrating by simulation of echoes using internally generated reference signals, e.g. via delay line, via RF or IF signal injection or via integrated reference reflector or transponder
- G01S7/4069—Means for monitoring or calibrating by simulation of echoes using internally generated reference signals, e.g. via delay line, via RF or IF signal injection or via integrated reference reflector or transponder involving a RF signal injection
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Radar, Positioning & Navigation (AREA)
- Remote Sensing (AREA)
- Computer Networks & Wireless Communication (AREA)
- Physics & Mathematics (AREA)
- General Physics & Mathematics (AREA)
- Variable-Direction Aerials And Aerial Arrays (AREA)
Abstract
Antennesysteem omvattende een centrum en een veelheid van antennes omvattende een ten opzichte van het centrum symmetrische positionering, waarin het antennesysteem geconfigureerd is om een in de tijd roterende opdeling te maken van de veelheid van antennes in een eerste en een tweede groep, waarin het antennesysteem geconfigureerd is voor in de tijd simultane: • externe datacommunicatie via de eerste groep; en • kalibratie van ten minste één antenne van de tweede groep.
Description
TECHNISCH DOMEIN De uitvinding heeft betrekking op een antennesysteem en een werkwijze voor in de tijd simultane externe datacommunicatie en kalibratie. Meer bepaald bevindt de uitvinding zich in het technisch deelgebied van systemen die elektromagnetische radiogolven kunnen uitzenden en ontvangen. De uitvinding kan hierbij betrekking hebben op IPC G01S13/78.
STAND DER TECHNIEK US 3 816 830 beschrijft een cilindrische array antenne in staat om een straal uit te sturen in een gewenste richting. De array omvat een meervoud van elementen in een circulaire configuratie, een veelheid van faseshifters en een switchmatrix. De switchmatrix en faseshifters worden elektronisch gestuurd om gericht een straal uit te sturen.
Het document beschrijft het technisch probleem van continu of in fijne incrementen in de azimuthale richting de omgeving te scannen. Het document stelt dat een mechanisch roterende antenne dit technisch probleem oplost, maar dat deze als nadeel een beperkte rotatiesnelheid en beperkte tijd voor het instellen van een nieuwe richting heeft. Verder heeft een mechanisch roterende antenne als nadeel dat deze onderhevig is aan slijtage door de bewegende onderdelen. Als oplossing stelt het document een elektronisch gestuurde mechanisch niet-roterende cilindrische array antenne voor.
Het document beschrijft eveneens de toepassing van een dergelijke antenne voor toezicht en identificatie van vriend of vijand.
Deze gekende inrichting heeft de volgende nadelen of problemen. Het document beschrijft het gebruik van een groep antennes van de cilindrische array antenne om een straal uit te sturen, terwijl de rest van de antennes ongebruikt blijven. Hierdoor wordt het antennesysteem niet optimaal benut. Verder vermeld het document geen kalibratie mogelijkheden.
De huidige uitvinding beoogt minstens een oplossing te vinden voor enkele van bovenvermelde problemen of nadelen. Doel van de uitvinding is het verschaffen van een antennesysteem en een werkwijze welke deze nadelen opheft.
SAMENVATTING VAN DE UITVINDING In een eerste aspect betreft de uitvinding een antennesysteem volgens conclusie 1. In een tweede aspect betreft de uitvinding een werkwijze voor het simultaan opereren en kalibreren van een antennesysteem, volgens conclusie 10. Het simultaan kalibreren en opereren van antennesystemen laat toe om de accuraatheid van het antennesysteem te verbeteren, terwijl het antennesysteem efficiënter benut wordt.
Verdere voordelen, kenmerken en voorbeelden van de uitvinding zijn geopenbaard in de gedetailleerde beschrijving.
BESCHRIJVING VAN DE FI GUREN Figuur 1 toont een schematische voorstelling van een uitvoeringsvorm van het mechanisch niet-roterend antennesysteem. Figuur 2 toont een schematische opbouw van een uitvoeringsvorm van het mechanisch niet-roterend antennesysteem. Figuren 3, 4 en 5 tonen schematische voorstellingen van uitvoeringsvormen waarbij de veelheid van antennes in twee groepen gesplitst is en waarbij de eerst groep een extern datacommunicatiesignaal uitzendt en één van de antennes van de tweede groep simultaan gekalibreerd wordt.
GEDETAILLEERDE BESCHRIJVING Tenzij anders gedefinieerd hebben alle termen die gebruikt worden in de beschrijving van de uitvinding, ook technische en wetenschappelijke termen, de betekenis zoals ze algemeen begrepen worden door de vakman in het technischveld van de uitvinding. Voor een betere beoordeling van de beschrijving van de uitvinding, worden de volgende termen expliciet uitgelegd.
“Een”, “de” en “het” refereren in dit document aan zowel het enkelvoud als het meervoud tenzij de context duidelijk anders veronderstelt. Bijvoorbeeld, “een segment” betekent een of meer dan een segment. Wanneer “ongeveer” of “rond” in dit document gebruikt wordt bij een meetbare grootheid, een parameter, een tijdsduur of moment, en dergelijke, dan worden variaties bedoeld van +/-20% of minder, bij voorkeur +/-10% of minder, meer bij voorkeur +/-5% of minder, nog meer bij voorkeur +/-1% of minder, en zelfs nog meer bij voorkeur +/-0.1% of minder dan en van de geciteerde waarde, voor zoverre zulke variaties van toepassing zijn in de beschreven uitvinding. Hier moet echter wel onder verstaan worden dat de waarde van de grootheid waarbij de term “ongeveer” of “rond” gebruikt wordt, zelf specifiek wordt bekendgemaakt. De termen “omvatten”, “omvattende”, “bestaan uit”, “bestaande uit”, “voorzien van”, “bevatten”, “bevattende”, “inhouden”, “inhoudende” zijn synoniemen en zijn inclusieve of open termen die de aanwezigheid van wat volgt aanduiden, en die de aanwezigheid niet uitsluiten of beletten van andere componenten, kenmerken, elementen, leden, stappen, gekend uit of beschreven in de stand der techniek. Het citeren van numerieke intervallen door de eindpunten omvat alle gehele getallen, breuken en/of reële getallen tussen de eindpunten, deze eindpunten inbegrepen. De term “antenne” zoals hierin gebruikt verwijst naar een inrichting voor het uitzenden en het ontvangen van één of meerdere radiogolven. De antenne kan één of meerdere dipool-elementen omvatten. Bij voorkeur omvat elke antenne minstens drie dipool-elementen.
De term “elektromagnetisch signaal” zoals hierin gebruikt betreft één of meerdere elektromagnetische golven die in één of verschillende richtingen uitgestuurd worden. De term “extern datacommunicatiesignaal” zoals hierin gebruikt verwijst naar één of meerdere elektromagnetische golven, waarbij de één of meerdereelektromagnetische golven geschikt zijn voor datacommunicatie tussen twee of meerdere systemen.
De term “azimut” of “azimuthale hoek” zoals hierin gebruikt verwijst naar een coördinaat uit het horizon-coördinatenstelsel. De azimut is een horizontale component van het horizon-coördinatenstelsel en kan in graden of radialen worden uitgedrukt. Het azimut van een object bijvoorbeeld komt overeen met de kompasrichting waarin dat object wordt waargenomen. Het kan bv. de hoek zijn tussen het noordpunt en het snijpunt van de horizon met het meridiaanvlak die door het object loopt, gemeten in de richting vanuit noord naar oost. De term “halfruimte” zoals hierin gebruikt betreft een opdeling van het hemelruim waarbij de azimuthale hoek een waarde kan aannemen uit een voorafbepaald gebied. Bijvoorbeeld, de azimuthale hoek kan een waarde tussen 0° en 180° aannemen. Het voorafbepaald gebied kan in functie van de tijd variëren, zoals bv. roteren. In een eerste aspect betreft de uitvinding een antennesysteem omvattende een centrum en een veelheid van antennes. De veelheid van de antennes kan een ten opzichte van het centrum symmetrische positionering omvatten. Het antennesysteem kan geconfigureerd zijn om een in de tijd roterende opdeling te maken van de veelheid van antennes in een eerste en een tweede groep. De in de tijd roterende opdeling in de eerste en tweede groep kan elektronisch en/of automatisch aangestuurd worden. Het antennesysteem kan verder geconfigureerd zijn voor in de tijd simultane externe datacommunicatie via de eerste groep en kalibratie van ten minste één antenne van de tweede groep. Het simultaan kalibreren en opereren van antennesystemen laat toe om de accuraatheid van het antennesysteem te verbeteren. Terwijl de eerste groep de normale werking van het antennesysteem voorziet, nameljk externe datacommunicatie in/met een gedeelte van de zendruimte, wordt er tenminste één antenne van de tweede groep gekalibreerd. Op deze manier behoudt het antennesysteem zijn werking, terwijl de accuraatheid van het systeem simultaan verbeterd wordt. Dit zorgt voor een verlaagde downtime van het antennesysteem, aangezien kalibratie tijdens normale werking uitgevoerd kan worden. Verder wordt het systeem gekalibreerd in werking, waardoor bepaalde werkingseigenschappen, zoals werkingstemperatuur, ook tijdens kalibratie optreden. Dit is niet altijd het
? BE2019/5147 geval bij kalibratie tijdens downtime. Het is gekend dat temperatuurveranderingen een invloed kunnen hebben op het opereren van het antennesysteem, in het bijzonder de werking van bepaalde analoge elektronische componenten. Door het simultaan opereren en kalibreren wordt een werkingstemperatuur automatisch in rekening gebracht. Het simultaan opereren en kalibreren van een antennesysteem vindt vooral een voordeel in het veiliger en efficiënter maken van vliegreizen in een drukker bezet luchtruim. Vandaag de dag bevindt zich een grote drukte in het luchtruim, waardoor het een grotere uitdaging wordt om vliegtuigen veilig naar de landbaan te begeleiden of in het luchtruim op te volgen. Geen zicht hebben op een vliegtuig gedurende enkele minuten kan de veiligheid van verschillende passagiers in gevaar brengen. Door de downtime van het antennesysteem te verkleinen en de accuraatheid te verhogen wordt de veiligheid van de passagiers beter verzekerd en kan het luchtruim efficiënter opgevolgd worden.
Meest bij voorkeur is het antennesysteem mechanisch niet-roterend. De rotatie voor het scannen van de ruimte kan door één of meerdere elektrische componenten aangestuurd worden. In vergelijking met mechanisch roterende systemen wordt bij een mechanisch niet-roterend antennesysteem een prestatieverbetering verkregen. Een mechanisch niet-roterend antennesysteem is in substantieel mindere mate beperkt in updatesnelheid en omvat geen mechanisch roterende componenten die sterk onderhevig kunnen zijn aan slijtage en bijgevolg onderhoud vereisen. Verder heeft het een betere flexibiliteit in time-to-target, samen met een in essentie vrije verblijfstijd en wendbare schakelcapaciteit van het elektromagnetisch signaal van het ene object naar het andere object. Bovendien wordt de immuniteit voor radar onderschepping verbetert doordat het antennesysteem een verbeterde wendbaarheid van het signaal omvat. Het mechanisch niet-roterend antennesysteem behoudt ook beperkte functionaliteit indien een groot deel van het antennesysteem buiten werking gesteld is. Dit is in tegenstelling tot de volledige uitval bij een mechanisch roterend antennesysteem.
De veelheid van antennes kan op verschillende manieren opgedeeld worden in de twee groepen. Bijvoorbeeld, de veelheid van antennes kan op een symmetrische wijze opgesplitst worden. De eerste en tweede groep kunnen evenveel antennes omvatten. De eerste en tweede groep kunnen symmetrisch ten opzichte van elkaar gelegen zijn. De groepen kunnen zodanig opgedeeld worden opdat de eerste en de tweede groep niet overlappen. In een uitvoeringsvorm kan de eerste groep meer antennes dan de tweede groep omvatten. In een alternatieve uitvoeringsvorm kan
° BE2019/5147 de tweede groep meer antennes dan de eerste groep omvatten. In een voorkeurdragende uitvoeringsvorm zijn de twee groepen niet geschrankt. Meest bij voorkeur liggen de eerste en de tweede groep aan weerszijden van een opdelingsvlak door genoemd centrum van het antennesysteem. De in de tijd roterende opdeling correspondeert in dit geval met een rotatie van het opdelingsvlak. Het opdelen van de veelheid van antennes in twee groepen, waarbij de groepen niet geschrankt zijn en niet met elkaar overlappen is vooral voordelig voor het simultaan kunnen uitvoeren van externa datacommunicatie en kalibratie. Hierbij is de kans minimaal dat een kalibratiesignaal in contact komt met een extern datacommunicatiesignaal. Hierdoor wordt er een grotere zekerheid gecreëerd opdat het kalibratiesignaal geen negatieve impact zou hebben op de performantie van het antennesysteem en eventueel op performatie van andere systemen.
De hieronder vermelde uitvoeringsvormen kunnen met elkaar en/of met de hierboven vermelde antennesysteem gecombineerd worden. Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm omvat het antennesysteem minstens één operatietabel. Het antennesysteem kan bijvoorbeeld 2, 4, 6, 8, 10, 12, 14, 16, 18, 20, 22, 24, 26, 28, 30, 32, 34, 36, 38, 40, 42, 44, 46, 48, 50, 52, 54, 56, 58, 60, 62, 64, 66, 68, 70, 72, 74, 76, 78, 80, 82, 84, 86, 88, 90, 92, 94, 96, 98, 100 of meer operatietabellen omvatten. De operatietabel kan overschrijfbaar zijn. De operatietabel kan geconfigureerd zijn voor het omvatten van instelwaarden. De instelwaarden kunnen geconfigureerd zijn om een uit te zenden signaal aan te sturen. Het uit te zenden signaal kan geschikt zijn voor externe datacommunicatie of voor de kalibratie van het antennesysteem. Het uit te zenden signaal kan via de volgende methode aangestuurd worden. De operatietabel kan instelwaarden omvatten voor het aansturen van één of meerdere digitaal- analoogomzetters. De instelwaarden kunnen correctietermen, correctiefactoren en/of absolute instelwaarden omvatten voor het aansturen van een fase en/of een amplitude van een digitaal-analoogomzetter. De digitaal-analoogomzetter kan een analoge stuurspanning instellen. De analoge stuurspanning stuurt de frequentie en de amplitude van het uit te zenden signaal aan. De amplitude van de analoge stuurspanning kan in functie van de tijd afwisselen tussen een minimum en een maximum waarde. Bij voorkeur is de minimale reële waarde van de amplitude verschillend van nul. Bij voorkeur is de maximale reële waarde van de amplitudeverschillend van nul.
Afhankelijk van de absolute maximale waarde van de amplitude van de stuurspanning en de frequentie zal er een elektromagnetische golf met een bepaalde frequentie en amplitude gecreëerd worden.
Na de kalibratie kan de data van de operatietabel overschreven worden met de gecorrigeerdewaarden.
Volgens een specifieke uitvoeringsvorm omvat het antennesysteem minstens vier operatietabellen.
Bij nog verdere voorkeur omvat het antennesysteem minstens één operatietabel per zestien antennes.
Bij nog verdere voorkeur omvat het antennesysteem minstens één operatietabel per antenne.
Operatietabellen zijn voordelig voor verschillende redenen.
De instelwaarden kunnen op een gemakkelijke manier gewijzigd worden.
Het is ook gemakkelijk om waarden aan een operatietabel toe te voegen.
Verder is een waarde uit een tabel halen veel efficiënter dan het repetitief berekenen van dezelfde waarde.
Er zijn verschillende mogelijkheden om meerdere operatietabellen te configureren.
In een antennesysteem waarbij een extern datacommunicatiesignaal tegelijk uitgestuurd wordt met een kalibratiesignaal is het voordeliger dat het antennesysteem verschillende operatietabellen omvat.
De kans op fouten of storingen wordt geminimaliseerd, terwijl de efficiëntie van het opzoeken verhoogd wordt.
De verschillende tabellen kunnen allemaal dezelfde informatie (dezelfde inhoud aan instelwaarden) omvatten.
Het configureren van de operatietabellen, opdat de operatietabellen dezelfde informatie omvatten, is voor de volgende reden voordelig.
Tijdens het overschrijven van data kunnen fouten optreden.
Indien verschillende tabellen dezelfde informatie omvatten kunnen deze fouten gemakkelijk recht gezet worden.
In een alternatieve uitvoeringsvorm kunnen de meerdere tabellen verschillende instelwaarden omvatten, waarbij elke tabel specifieke instelwaarden voor het aansturen van voorafbepaalde één of meerdere antennes omvat.
Het omvatten van enkel de nodige instelwaarden is voordelig, aangezien de efficiëntie van het opzoeken van de correcte waarde verhoogd wordt.
Verder kan dit voor het geheugengebruik van het antennesysteem voordelig zijn.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm omvat het antennesysteem minstens één kalibratietabel.
Het antennesysteem kan bijvoorbeeld 2, 4, 6, 8, 10, 12, 14, 16, 18, 20, 22, 24, 26, 28, 30, 32, 34, 36, 38, 40, 42, 44, 46, 48, 50, 52, 54, 56, 58, 60, 62, 64, 66, 68, 70, 72, 74, 76, 78, 80, 82, 84, 86, 88, 90, 92, 94,
96, 98, 100 of meer kalibratietabellen omvatten.
De kalibratietabel is geconfigureerd voor het omvatten van instelwaarden voor het aansturen van een kalibratiesignaal.
Het kalibratiesignaal kan via de volgende methode aangestuurd worden.
De kalibratietabel kan instelwaarden omvatten voor het aansturen van een digitaal-analoogomzetter.
De instelwaarden kunnen correctietermen, correctiefactoren en/of absolute instelwaarden omvatten voor het aansturen van een fase en/of een amplitude van een digitaal-analoogomzetter.
De digitaal- analoogomzetter kan een analoge stuurspanning instellen.
De analoge stuurspanning stuurt de frequentie en de amplitude van het uit te zenden signaal aan.
De amplitude van de analoge stuurspanning kan in functie van de tijd afwisselen tussen een minimum en een maximum waarde.
Bij voorkeur is de minimale reële waarde van de amplitude verschillend van nul.
Bij voorkeur is de maximale reële waarde van de amplitude verschillend van nul.
Afhankelijk van de absolute maximale waarde van de amplitude van de stuurspanning en de frequentie zal er een elektromagnetische golf met een bepaalde frequentie en amplitude gecreëerd worden.
De kalibratietabel wordt enkel tijdens het kalibreren gebruikt.
Volgens een specifieke uitvoeringsvorm omvat het antennesysteem minstens vier kalibratietabellen.
Bij nog verdere voorkeur omvat het antennesysteem minstens één kalibratietabel per zestien antennes.
Bij nog verdere voorkeur omvat het antennesysteem minsten één kalibratietabel per antenne.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm omvat het antennesysteem minstens één kalibratietabel en minstens één operatietabel.
Het antennesysteem kan een even aantal kalibratietabellen omvatten.
Het antennesysteem kan een even aantal operatietabellen omvatten.
Het antennesysteem kan bijvoorbeeld 2, 4, 6,8, 10, 12, 14, 16, 18, 20, 22, 24, 26, 28, 30, 32, 34, 36, 38, 40, 42, 44, 46, 48, 50, 52, 54, 56, 58, 60, 62, 64, 66, 68, 70, 72, 74, 76, 78, 80, 82, 84, 86, 88, 90, 92, 94, 96, 98, 100 of meer actieve tabellen omvatten.
Het antennesysteem kan 2, 4,6, 8, 10, 12, 14, 16, 18, 20, 22, 24, 26, 28, 30, 32, 34, 36, 38, 40, 42, 44, 46, 48, 50, 52, 54, 56, 58, 60, 62, 64, 66, 68, 70, 72, 74, 76, 78, 80, 82, 84, 86, 88, 90, 92, 94, 96, 98, 100 of meer operatietabellen omvatten.
Het antennesysteem kan evenveel kalibratie als operatietabellen omvatten.
De operatietabellen worden bij voorkeur enkel gebruikt voor het aansturen van een extern datacommunicatiesignaal.
De kalibratietabellen worden bij voorkeur enkel voor het aansturen van een kalibratiesignaal gebruikt.
Na de kalibratie worden één ofmeerdere instelwaarden van de één of meerdere operatietabellen aangepast op basis van de kalibratie.
Er kunnen fouten en/of storingen optreden tijdens het simultaan aansturen van externe datacommunicatie en kalibratie, indien de aansturing vanuit één tabel gebeurt. Om te verzekeren dat externe datacommunicatie niet verstoord wordt door de kalibratie is het voordelig om twee sets aan tabellen te gebruiken. Bovendien wordt er een terugval positie gecreëerd, moest er een fout bij de overschrijving gebeuren. Een uitvoeringsvorm, waarbij het antennesysteem meerdere operatie en kalibratie tabellen omvat en waarbij het antennesysteem evenveel kalibratie als operatietabellen omvat, is vooral voordelig aangezien de voordelen van meerdere tabellen gecombineerd worden met de vermelde voordelen van het gebruik van een operatietabel in combinatie met een kalibratietabel.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm is de symmetrische positionering een cilindervormige symmetrische positionering. De antennes zijn hierbij in een cirkelvormige oriëntatie geplaatst.
Door de veelheid van antennes in een cirkelvormige positionering te plaatsen kan een azimuthale hoek van in essentie 360° afgedekt worden. Door een azimuthale hoek van in essentie 360° af te dekken kan de volledige ruimte simultaan met het antennesysteem gescand worden.
De combinatie van de cirkelvormige positionering van de antennes en de opdeling van de veelheid van antennes in twee niet geschrankte en niet overlappende groepen is voordelig voor het simultaan opereren en kalibreren van het antennesysteem. Hierbij wordt het extern datacommunicatiesignaal naar één groep van het hemelruim uitgezonden en het kalibratiesignaal naar de andere groep van het hemelruim. Bij gevolg wordt de kans geminimaliseerd dat het kalibratiesignaal gaat interfereren met het extern datacommunicatiesignaal.
De combinatie van de cirkelvormige positionering van de antennes en de opdeling van de veelheid van antennes in een eerste en een tweede groep aan weerszijden van een opdelingsvlak door het centrum van het antennesysteem is bijzonder voordelig. Door de opdeling en de cirkelvormige positionering kan elke groep een bepaalde azimuthale hoek van het hemelruim afdekken. Daarbij wordt het hemelruim opgesplitst in twee delen. Hierdoor kan het externto BE2019/5147 datacommunicatiesignaal naar één groep van het hemelruim verzonden worden, terwijl het kalibratiesignaal naar de andere groep van het hemelruim verzonden wordt. Als gevolg wordt het extern datacommunicatiesignaal ruimtelijk gescheiden van het kalibratiesignaal. Voor externe datacommunicatie is het van groot belang dat het extern datacommunicatiesignaal niet verstoord wordt. Het ruimtelijk scheiden van het extern datacommunicatiesignaal van het kalibratiesignaal minimaliseert de kans dat het kalibratiesignaal het extern datacommunicatiesignaal beïnvloedt. Hierdoor kan het antennesysteem zijn optimale werking behouden tijdens het simultaan kalibreren van het antennesysteem. Er wordt een antennesysteem verkregen waarbij de accuraatheid verder verbeterd is terwijl de downtime van het antennesysteem voor kalibratie vermeden wordt. Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm dekt de eerste groep een azimuthale hoek van minstens 10°, bij voorkeur minstens 30°, bij verder voorkeur minstens 50°, bij nog verdere voorkeur minstens 70°, bij nog verdere voorkeur minstens 90°, bij nog verdere voorkeur minstens 110°, bij nog verdere voorkeur minstens 130°, bij nog verdere voorkeur minstens 150°, bij nog verdere voorkeur minstens 170° af. Bij voorkeur dekt de eerste groep een azimuthale hoek van hoogstens 350°, bij voorkeur hoogstens 330°, bij verdere voorkeur hoogstens 310°, bij nog verdere voorkeur hoogstens 290°, bij nog verdere voorkeur hoogstens 270°, bij nog verdere voorkeur hoogstens 250°, bij nog verdere voorkeur hoogstens 230°, bij nog verdere voorkeur hoogstens 210°, bij nog verdere voorkeur hoogstens 190° af. Volgens een specifieke voorkeurdragende uitvoeringsvorm dekt de eerste groep een azimuthale hoek van 180° af.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm dekt de tweede groep een azimuthale hoek van minstens 10°, bij voorkeur minstens 30°, bij verder voorkeur minstens 50°, bij nog verdere voorkeur minstens 70°, bij nog verdere voorkeur minstens 90°, bij nog verdere voorkeur minstens 110°, bij nog verdere voorkeur minstens 130°, bij nog verdere voorkeur minstens 150°, bij nog verdere voorkeur minstens 170° af. Bij voorkeur dekt de tweede groep een azimuthale hoek van hoogstens 350°, bij voorkeur hoogstens 330°, bij verdere voorkeur hoogstens 310°, bij nog verdere voorkeur hoogstens 290°, bij nog verdere voorkeur hoogstens 270°, bij nog verdere voorkeur hoogstens 250°, bij nog verdere voorkeur hoogstens 230°, bij nog verdere voorkeur hoogstens 210°, bij nog verdere voorkeur hoogstens 190° af. Volgens een specifieke voorkeurdragende uitvoeringsvorm dekt de tweede groep een azimuthale hoek van 180° af.
Hoe groter de azimutale afdekking van de tweede groep, hoe kleiner de kans dat het uitgestuurde kalibratiesignaal het extern datacommunicatiesignaal zal beïnvloeden. Zoals hierin vermeld is het van cruciaal belang dat het extern datacommunicatiesignaal niet beïnvloed wordt. De aanvrager heeft gemerkt dat een azimuthale afdekking tussen 170° en 190° van de eerste en de tweede groep vooral voordelig is opdat het uitgestuurde kalibratiesignaal het extern datacommunicatiesignaal niet zal beïnvloeden.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm overlappen de eerste en tweede groep van het antennesysteem, omvattende de cilindervormige positionering, niet. De combinatie van de cilindervormige positionering met de genoemde opsplitsing is vooral voordelig om de accuraatheid van het antennesysteem te verbeteren.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm omvat het antennesysteem minstens 32 antennes, bij voorkeur minstens 48 antennes, en meest bij voorkeur 64 antennes. Het antennesysteem kan bijvoorbeeld 64, 68, 72, 76, 80, 84, 88, 92, 96, 100, 104, 108, 112, 116, 120, 124, 128, 132, 132, 136, 140, 144, 148, 152, 156, 160, 164, 168, 172, 176, 180, 184, 188, 192, 196, 200, 204, 208, 212, 216, 220, 224, 228, 232, 236, 240, 244, 248, 252, 256 of meer antennes omvatten. Bij het uitsturen van een elektromagnetisch signaal met een antennesysteem zijn er typisch zijstralen naast de hoofdstraal aanwezig. De aanwezigheid van zijstralen kunnen de accuraatheid van het antennesysteem verlagen. De aanvrager heeft gemerkt dat een antennesysteem van minstens 32 antennes, bij voorkeur minstens 64 antennes, de zijstralen voldoende onderdrukt. Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm omvat de eerste groep minstens 1%, bij voorkeur minstens 4%, bij verdere voorkeur minstens 7%, bij nog verdere voorkeur minstens 10%, bij nog verdere voorkeur minstens 13%, bij nog verdere voorkeur minstens 16%, bij nog verdere voorkeur minstens 19%, bij nog verdere voorkeur minstens 22%, bij nog verdere voorkeur minstens 25%, bij nog verdere voorkeur minstens 28%, bij nog verdere voorkeur minstens 31%, bij nog verdere voorkeur minstens 34%, bij nog verdere voorkeur minstens 37%, bij nog verdere voorkeur minstens 40%, bij nog verdere voorkeur minstens 43%, bij nog verderevoorkeur minstens 46%, bij nog verdere voorkeur minstens 49%, antennes van de veelheid van antennes.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm omvat de eerste groep hoogstens 99%, bij voorkeur hoogstens 96%, bij verdere voorkeur hoogstens 93%, bij nog verdere voorkeur hoogstens 90%, bij nog verdere voorkeur hoogstens 87%, bij nog verdere voorkeur hoogstens 84%, bij nog verdere voorkeur hoogstens 81%, bij nog verdere voorkeur hoogstens 78%, bij nog verdere voorkeur hoogstens 75%, bij nog verdere voorkeur hoogstens 72%, bij nog verdere voorkeur hoogstens 69%, bij nog verdere voorkeur hoogstens 66%, bij nog verdere voorkeur hoogstens 63%, bij nog verdere voorkeur hoogstens 60%, bij nog verdere voorkeur hoogstens 57%, bij nog verdere voorkeur hoogstens 54%, bij nog verdere voorkeur hoogstens 51%, antennes van de veelheid van antennes.
Volgens een specifieke voorkeurdragende uitvoeringsvorm omvat de eerste groep 50% antennes van de veelheid van antennes. Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm omvat de eerste groep minstens 2, bij voorkeur minstens 4, bij verdere voorkeur minstens 6, bij nog verdere voorkeur minstens 8, bij nog verdere voorkeur minstens 10, bij nog verdere voorkeur minstens 12, bij nog verdere voorkeur minstens 14, bij nog verdere voorkeur minstens 16, bij nog verdere voorkeur minstens 18, bij nog verdere voorkeur minstens 20, bij nog verdere voorkeur minstens 22, bij nog verdere voorkeur minstens 24, bij nog verdere voorkeur minstens 26, bij nog verdere voorkeur minstens 28, bij nog verdere voorkeur minstens 30 antennes. Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm omvat de eerste groep hoogstens 62, bij voorkeur hoogstens 60, bij verdere voorkeur hoogstens 58, bij nog verdere voorkeur hoogstens 56, bij nog verdere voorkeur hoogstens 54, bij nog verdere voorkeur hoogstens 52, bij nog verdere voorkeur hoogstens 50, bij nog verdere voorkeur hoogstens 48, bij nog verdere voorkeur hoogstens 46, bij nog verdere voorkeur hoogstens 44, bij nog verdere voorkeur hoogstens 42, bij nog verdere voorkeur hoogstens 40, bij nog verdere voorkeur hoogstens 38, bij nog verdere voorkeur hoogstens 36, bij nog verdere voorkeur hoogstens 34, antennes.
Hoe meer antennes de eerste groep omvat hoe nauwkeuriger externe datacommunicatie uitgevoerd kan worden. Om een accuraat externdatacommunicatiesignaal uit te zenden, terwijl het antennesysteem simultaan gekalibreerd wordt, heeft de aanvrager gemerkt dat het voordelig is dat de eerste groep minimaal 25% en maximaal 75% antennes van de veelheid van antennes omvat.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm omvat de tweede groep minstens 1%, bij voorkeur minstens 4%, bij verdere voorkeur minstens 7%, bij nog verdere voorkeur minstens 10%, bij nog verdere voorkeur minstens 13%, bij nog verdere voorkeur minstens 16%, bij nog verdere voorkeur minstens 19%, bij nog verdere voorkeur minstens 22%, bij nog verdere voorkeur minstens 25%, bij nog verdere voorkeur minstens 28%, bij nog verdere voorkeur minstens 31%, bij nog verdere voorkeur minstens 34%, bij nog verdere voorkeur minstens 37%, bij nog verdere voorkeur minstens 40%, bij nog verdere voorkeur minstens 43%, bij nog verdere voorkeur minstens 46%, bij nog verdere voorkeur minstens 49%, antennes van de veelheid van antennes. Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm omvat de tweede groep hoogstens 99%, bij voorkeur hoogstens 96%, bij verdere voorkeur hoogstens 93%, bij nog verdere voorkeur hoogstens 90%, bij nog verdere voorkeur hoogstens 87%, bij nog verdere voorkeur hoogstens 84%, bij nog verdere voorkeur hoogstens 81%, bij nog verdere voorkeur hoogstens 78%, bij nog verdere voorkeur hoogstens 75%, bij nog verdere voorkeur hoogstens 72%, bij nog verdere voorkeur hoogstens 69%, bij nog verdere voorkeur hoogstens 66%, bij nog verdere voorkeur hoogstens 63%, bij nog verdere voorkeur hoogstens 60%, bij nog verdere voorkeur hoogstens 57%, bij nog verdere voorkeur hoogstens 54%, bij nog verdere voorkeur hoogstens 51%, antennes van de veelheid van antennes. Volgens een specifieke voorkeurdragende uitvoeringsvorm omvat de tweede groep 50% antennes van de veelheid van antennes.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm omvat de tweede groep minstens 2, bij voorkeur minstens 4, bij verdere voorkeur minstens 6, bij nog verdere voorkeur minstens 8, bij nog verdere voorkeur minstens 10, bij nog verdere voorkeur minstens 12, bij nog verdere voorkeur minstens 14, bij nog verdere voorkeur minstens 16, bij nog verdere voorkeur minstens 18, bij nog verdere voorkeur minstens 20, bij nog verdere voorkeur minstens 22, bij nog verderevoorkeur minstens 24, bij nog verdere voorkeur minstens 26, bij nog verdere voorkeur minstens 28, bij nog verdere voorkeur minstens 30 antennes.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm omvat de tweede groep hoogstens 62, bij voorkeur hoogstens 60, bij verdere voorkeur hoogstens 58, bij nog verdere voorkeur hoogstens 56, bij nog verdere voorkeur hoogstens 54, bij nog verdere voorkeur hoogstens 52, bij nog verdere voorkeur hoogstens 50, bij nog verdere voorkeur hoogstens 48, bij nog verdere voorkeur hoogstens 46, bij nog verdere voorkeur hoogstens 44, bij nog verdere voorkeur hoogstens 42, bij nog verdere voorkeur hoogstens 40, bij nog verdere voorkeur hoogstens 38, bij nog verdere voorkeur hoogstens 36, bij nog verdere voorkeur hoogstens 34, antennes. Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm zijn de antennes op een afstand tussen 1 cm en 10 m van elkaar gepositioneerd. De afstand van centrum tot centrum van de antennes kan bijvoorbeeld 2 cm, 5 cm, 7 cm, 10 cm, 25 cm, 50 cm, 75 cm, 100 cm, 125 cm, 150 cm, 175 cm, 200 cm, 225 cm, 250 cm, 275 cm, 300 cm, 325 cm, 350 cm, 375 cm, 400 cm, 425 cm, 450 cm, 475 cm, 500 cm, 525 cm, 550 cm, 575 cm, 600 cm, 625 cm, 650 cm, 675 cm, 700 cm, 725 cm, 750 cm, 775 cm, 800 cm, 825 cm, 850 cm, 875 cm, 900 cm, 925 cm, 950 cm, 975 cm of om het even welke andere waarde tussen 1 cm en 10 m zijn. Bij voorkeur zijn de antennes op een afstand tussen 1 cm en 29 cm, bij verder voorkeur tussen 3 cm en 27 cm, bij nog verdere voorkeur tussen 5 cm en 25 cm, bij nog verdere voorkeur tussen 7 cm en 23 cm, bij nog verdere voorkeur tussen 9 cm en 21 cm, bij nog verdere voorkeur tussen 11 cm en 19 cm, bij nog verdere voorkeur tussen 13 cm en17cm, van centrum tot centrum van elkaar gepositioneerd. Om een nauwkeurige bepaling van de locatie van een object mogelijk te maken, is het belangrijk dat het uitgestuurd signaal een nauwe hoofdstraal omvat. Hierbij is het voordelig dat de zijstralen zoveel mogelijk onderdrukt worden. De aanvrager heeft gemerkt dat niet enkel het aantal antennes de vorm van de hoofdstraal en zijstralen bepaald maar ook de onderlinge afstand tussen de antennes. Verder heeft de aanvrager gemerkt dat een afstand tussen 9 cm en 21 cm voordelig is en een afstand tussen 13 cm en 17 cm bijzonder voordelig is opdat de zijstralen en de breedte van de hoofdstraal zoveel mogelijk onderdrukt wordt.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm omvat het antennesysteem minstens één p-i-n diode.
Aangezien de klassieke amplitude- en faseshifters geen hoge vermogens aankunnen moet het signaal eerst verzwakt en daarna versterkt worden. Dit brengt extra componenten met zich mee en maakt het antennesysteem duurder. p-i-n 5 diodes zijn voordeliger aangezien zij hogere vermogens wel aankunnen. Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm omvat het antennesysteem minstens één circulator.
Een goedkope circulator in plaats van een klassieke zender/ontvanger- schakeleenheid, geconfigureerd om te schakelen tussen de zend- en ontvangstweg binnenin de zender/ontvanger modulaire eenheid, heeft als voordeel dat geen externe controle meer nodig is om te schakelen. De circulator kan continu zenden en ontvangen.
De combinatie, waarbij het antennesysteem minstens één p-i-n diode en minstens één circulator omvat is bijzonder voordelig. De combinatie laat toe om het antennesysteem gemakkelijker aan te sturen zonder dat de operatie en kalibratie beïnvloed wordt, waarbij het antennesysteem zo weinig mogelijke componenten omvat.
In een tweede aspect betreft de uitvinding een werkwijze voor het simultaan opereren en kalibreren van een antennesysteem, omvattende de stappen van: e het maken van een in de tijd roterende opdeling van een veelheid van antennes in een eerste en een tweede groep; e het simultaan uitsturen van een eerste extern datacommunicatiesignaal via de eerste groep en van een kalibratiesignaal via de tweede groep; e optioneel, het ontvangen van een tweede extern datacommunicatiesignaal via de eerste groep; en e het ontvangen van het uitgestuurde kalibratiesignaal via de tweede groep. Het uitsturen van een extern datacommunicatiesignaal en een kalibratiesignaal via twee verschillende groepen maakt het mogelijk om simultaan een antennesysteem te opereren en te kalibreren, waardoor de efficiëntie en accuraatheid van het antennesysteem verbeterd wordt.
De hieronder vermelde voorkeurdragende uitvoeringsvormen kunnen met elkaar en/of met het hierboven vermelde antennesysteem gecombineerd worden.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm omvat de werkwijze de stap van het maken van een in de tijd roterende opdeling van het hemelruim in een eerste en een tweede halfruimte.
Het opdelen van het hemelruim in twee groepen laat toe om het extern datacommunicatiesignaal en het kalibratiesignaal in twee ruimtelijk gescheiden groepen uit te sturen. De kans op het interfereren van de twee signalen wordt op die manier geminimaliseerd.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm omvat de werkwijze de stap van het uitsturen via de eerste groep van het eerste extern datacommunicatiesignaal naar de eerste halfruimte. Het antennesysteem kan via de eerste groep een tweede extern datacommunicatiesignaal van de eerste halfruimte ontvangen.
Om op een gecontroleerde manier het eerste extern datacommunicatiesignaal in een bepaalde richting uit te sturen is het van belang dat het eerste extern datacommunicatiesignaal enkel via één groep, met name de eerste groep, in de eerste halfruimte uitgestuurd wordt.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringvorm omvat de werkwijze de stappen van het uitsturen via de tweede groep van het kalibratiesignaal naar de tweede halfruimte. Het antennesysteem kan via de tweede groep het kalibratiesignaal afkomstig van de tweede halfruimte ontvangen.
Het uitsturen en ontvangen van het kalibratiesignaal of het extern datacommunicatiesignaal via één groep naar één halfruimte is voordelig om de normale werking van het antennesysteem te verzekeren tijdens de simultane operatie en kalibratie van het antennesysteem.
De combinatie van het uitsturen via de eerste groep van het eerste extern datacommunicatiesignaal naar de eerste halfruimte en via de tweede groep van het kalibratiesignaal naar de tweede halfruimte is bijzonder voordelig aangezien er verzekerd wordt dat de twee signalen niet ruimtelijk infereren. De normale werkingvan het antennesysteem wordt niet verstoord, terwijl het antennesysteem met een hoge nauwkeurigheid gekalibreerd wordt.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm omvat de werkwijze de stap van het bepalen van nieuwe instelwaarden voor externe datacommunicatie op basis van het ontvangen kalibratiesignaal. De nieuwe instelwaarden kunnen dan in een operatietabel opgeslagen worden.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm omvat de in de tijd roterende opdeling een rotatieperiode. Rotatieperiode zoals hierin gebruikt betreft de tijd nodig opdat de in de tijd roterende opdeling over een hoek van 360° geroteerd is. Tijdens één rotatieperiode kan een percentage van de antennes gekalibreerd worden.
Het genoemd percentage van de antennes die gekalibreerd worden tijdens één rotatieperiode kan ten minste 1/256, bij voorkeur ten minste 1/250, bij verdere voorkeur ten minste 1/244, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/238, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/232, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/226, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/220, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/214, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/208, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/202, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/196, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/190, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/184, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/188, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/182, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/176, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/170, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/164, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/158, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/152, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/146, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/140, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/134, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/128, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/122, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/116, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/110, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/104, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/98, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/92, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/86, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/80, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/74, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/68, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/62, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/56, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/50, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/44, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/38, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/32, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/26, bijnog verdere voorkeur ten minste 1/20, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/14, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/8, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/2, bij nog verdere voorkeur ten minste 1, bij nog verdere voorkeur ten minste 3, bij nog verdere voorkeur ten minste 5, bij nog verdere voorkeur ten minste 7, bij nog verdere voorkeur ten minste 9, zijn. Het genoemd percentage van de antennes die gekalibreerd worden tijdens één rotatieperiode kan hoogstens 55, bij voorkeur hoogstens 53, bij verdere voorkeur hoogstens 51, bij nog verdere voorkeur hoogstens 49, bij nog verdere voorkeur hoogstens 49, bij nog verdere voorkeur hoogstens 47, bij nog verdere voorkeur hoogstens 45, bij nog verdere voorkeur hoogstens 43, bij nog verdere voorkeur hoogstens 41, bij nog verdere voorkeur hoogstens 39, bij nog verdere voorkeur hoogstens 37, bij nog verdere voorkeur hoogstens 35, bij nog verdere voorkeur hoogstens 33, bij nog verdere voorkeur hoogstens 31, bij nog verdere voorkeur hoogstens 29, bij nog verdere voorkeur hoogstens 27, bij nog verdere voorkeur hoogstens 25, bij nog verdere voorkeur hoogstens 23, bij nog verdere voorkeur hoogstens 21, bij nog verdere voorkeur hoogstens 19, bij nog verdere voorkeur hoogstens 17, bij nog verdere voorkeur hoogstens 15, bij nog verdere voorkeur hoogstens 13, zijn.
Volgens een specifieke voorkeurdragende uitvoeringsvorm worden minstens 2, bij voorkeur minstens 4, bij verdere voorkeur minstens 6, bij nog verdere voorkeur minstens 8, bij nog verdere voorkeur minstens 10, bij nog verdere voorkeur minstens 12, bij nog verdere voorkeur minstens 14, bij nog verdere voorkeur minstens 16, bij nog verdere voorkeur minstens 18, bij nog verdere voorkeur minstens 20, bij nog verdere voorkeur minstens 22, antennes per rotatieperiode gekalibreerd. Volgens een specifieke voorkeurdragende uitvoeringsvorm worden hoogstens 200, bij voorkeur hoogstens 180, bij verdere voorkeur hoogstens 160, bij nog verdere voorkeur hoogstens 140, bij nog verdere voorkeur hoogstens 120, bij nog verdere voorkeur hoogstens 100, bij nog verdere voorkeur hoogstens 80, bij nog verdere voorkeur hoogstens 60, bij nog verdere voorkeur hoogstens 40, bij nog verdere voorkeur hoogstens 20, antennes per rotatieperiode gekalibreerd.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm wordt de richting van een uit te zenden straal binnen een tijdsduur geconfigureerd, waarbij de tijdsduur hoogstens
1 milliseconden is. Bij voorkeur is de tijdsduur hoogstens 950 microseconden, bij verdere voorkeur hoogstens 900 microseconden, bij nog verdere voorkeur hoogstens 850 microseconden, bij nog verdere voorkeur hoogstens 800 microseconden, bij nog verdere voorkeur hoogstens 750 microseconden, bij nog verdere voorkeur hoogstens 700 microseconden, bij nog verdere voorkeur hoogstens 650 microseconden, bij nog verdere voorkeur hoogstens 600 microseconden, bij nog verdere voorkeur hoogstens 550 microseconden, bij nog verdere voorkeur hoogstens 500 microseconden, bij nog verdere voorkeur hoogstens 450 microseconden.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm omvat het extern datacommunicatiesignaal een eerste frequentie en het kalibratiesignaal een tweede frequentie. De eerste en tweede frequentie kunnen verschillend zijn. Bij voorkeur is de eerste frequentie minstens 0.01%, bij verdere voorkeur minstens 0.05%, bij nog verdere voorkeur minstens 0.10%, bij nog verdere voorkeur minstens 0.15%, bij nog verdere voorkeur minstens 0.20%, bij nog verdere voorkeur minstens
0.25%, bij nog verdere voorkeur minstens 0.30%, bij nog verdere voorkeur minstens 0.35%, bij nog verdere voorkeur minstens 0.40%, bij nog verdere voorkeur minstens 0.45%, bij nog verdere voorkeur minstens 0.50%, bij nog verdere voorkeur minstens 0.55%, bij nog verdere voorkeur minstens 0.60%, bij nog verdere voorkeur minstens 0.65%, bij nog verdere voorkeur minstens 0.70%, bij nog verdere voorkeur minstens 0.75%, bij nog verdere voorkeur minstens
0.80%, bij nog verdere voorkeur minstens 0.85%, bij nog verdere voorkeur minstens 0.90%, bij nog verdere voorkeur minstens 1%, bij nog verdere voorkeur minstens 1.2%, bij nog verdere voorkeur minstens 1.4%, bij nog verdere voorkeur minstens 1.6%, bij nog verdere voorkeur minstens 1.8%, bij nog verdere voorkeur minstens 2%, bij nog verdere voorkeur minstens 2.2%, bij nog verdere voorkeur minstens 2.4%, groter of kleiner dan de tweede frequentie. Bij voorkeur is de eerst frequentie hoogstens 50%, bij verdere voorkeur hoogstens 45%, bij nog verdere voorkeur hoogstens 40%, bij nog verdere voorkeur hoogstens 35%, bij nog verdere voorkeur hoogstens 30%, bij nog verdere voorkeur hoogstens 25%, bij nog verdere voorkeur hoogstens 20%, bij nog verdere voorkeur hoogstens 15%, bij nog verdere voorkeur hoogstens 10%, bij nog verdere voorkeur hoogstens 9%, bij nog verdere voorkeur hoogstens 8%, bij nog verdere voorkeur hoogstens 7%, bij nog verdere voorkeur hoogstens 6%, bij nog verdere voorkeur hoogstens 5%, bij nog verdere voorkeur hoogstens 4%, bij nog verdere voorkeur hoogstens 3%, groter of kleiner dan de tweede frequentie.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm omvat het extern datacommunicatiesignaal een frequentie van minstens 50 MHz, bij voorkeur van minstens 150 MHz, bij verdere voorkeur van minstens 250 MHz, bij nog verdere voorkeur van minstens 350 MHz, bij nog verdere voorkeur van minstens 450 MHz, bij nog verdere voorkeur van minstens 450 MHz, bij nog verdere voorkeur van minstens 550 MHz, bij nog verdere voorkeur van minstens 650 MHz, bij nog verdere voorkeur van minstens 750 MHz, bij nog verdere voorkeur van minstens 850 MHz, bij nog verdere voorkeur van minstens 950 MHz, bij nog verdere voorkeur van minstens 1000 MHz, bij nog verdere voorkeur van minstens 1020 MHz.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm omvat het extern datacommunicatiesignaal een frequentie van hoogstens 3000 MHz, bij voorkeur van hoogstens 2900 MHz, bij verdere voorkeur van hoogstens 2800 MHz, bij nog verdere voorkeur van hoogstens 2700 MHz, bij nog verdere voorkeur van hoogstens 2600 MHz, bij nog verdere voorkeur van hoogstens 2500 MHz, bij nog verdere voorkeur van hoogstens 2400 MHz, bij nog verdere voorkeur van hoogstens 2300 MHz, bij nog verdere voorkeur van hoogstens 2200 MHz, bij nog verdere voorkeur van hoogstens 2100 MHz, bij nog verdere voorkeur van hoogstens 2000 MHz, bij nog verdere voorkeur van hoogstens 1900 MHz, bij nog verdere voorkeur van hoogstens 1800 MHz, bij nog verdere voorkeur van hoogstens 1700 MHz, bij nog verdere voorkeur van hoogstens 1600 MHz, bij nog verdere voorkeur van hoogstens 1500 MHz, bij nog verdere voorkeur van hoogstens 1400 MHz, bij nog verdere voorkeur van hoogstens 1300 MHz, bij nog verdere voorkeur van hoogstens 1200 MHz, bij nog verdere voorkeur van hoogstens 1100 MHz.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm omvat het kalibratiesignaal een frequentie van minstens 500 MHz, bij voorkeur van minstens 600 MHz, bij verdere voorkeur van 700 MHz, bij nog verdere voorkeur van 800 MHz, bij nog verdere voorkeur van 900 MHz, bij nog verdere voorkeur van 1000 MHz, bij nog verdere voorkeur van 1050 MHz.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm omvat het kalibratiesignaal een frequentie van hoogstens 2200 MHz, bij voorkeur van hoogstens 2100 MHz, bij verdere voorkeur van hoogstens 2000 MHz, bij nog verdere voorkeur vanhoogstens 1900 MHz, bij nog verdere voorkeur van hoogstens 1800 MHz, bij nog verdere voorkeur van hoogstens 1700 MHz, bij nog verdere voorkeur van hoogstens 1600 MHz, bij nog verdere voorkeur van hoogstens 1500 MHz, bij nog verdere voorkeur van hoogstens 1400 MHz, bij nog verdere voorkeur vanhoogstens 1300 MHz, bij nog verdere voorkeur van hoogstens 1200 MHz, bij nog verdere voorkeur van hoogstens 1100 MHz.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm omvat het extern datacommunicatiesignaal een frequentie tussen 1030 MHz en 1090 MHz en omvat het kalibratiesignaal een frequentie tussen 1040 MHz en 1080 MHz.
Bij voorkeur omvat het extern datacommunicatiesignaal een frequentie van 1030 MHz of van 1090 MHz en omvat het kalibratiesignaal een frequentie van 1060 MHz.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm omvat een uitgezonden extern datacommunicatiesignaal een verschillende frequentie van een ontvangen extern datacommunicatiesignaal.
Verschillende frequenties tussen het extern datacommunicatiesignaal en het kalibratiesignaal is voordelig om mogelijke misverstanden van het doel van een inkomend of uitgaand signaal te ontwijken.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm omvat het extern datacommunicatiesignaal één of meerdere pulsen.
De pulsen zijn geconfigureerd om met een ander systeem te communiceren.
De pulsen kunnen specifieke informatie van een andere systeem ondervragen.
Bijvoorbeeld de pulsen kunnen geconfigureerd zijn om de identiteit van een vliegend object te ondervragen.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm omvat het kalibratiesignaal één of meerdere pulsen.
Bij voorkeur zijn de pulsen verschillend van de pulsen gebruikt in externe datacommunicatie.
Gebruik van verschillende pulsen voor externe datacommunicatie en kalibratie is voordelig om het doel van een signaal niet te verwarren.
Tijdens simultane externe datacommunicatie en kalibratie is het van belang dat de twee soorten signalen niet door het systeem verwisselt worden.
Het antennesysteem is bij voorkeur geconfigureerd voor secundaire surveillance radar (SSR) toepassingen. Het antennesysteem is bij voorkeur een secundaire surveillance radar (SSR).
In wat volgt, wordt de uitvinding beschreven a.d.h.v. niet-limiterende voorbeelden of figuren die de uitvinding illustreren, en die niet bedoeld zijn of geïnterpreteerd mogen worden om de omvang van de uitvinding te limiteren.
VOORBEELDEN De uitvinding zal nu verder worden toegelicht aan de hand van de volgende voorbeelden, zonder hiertoe overigens te worden beperkt. VOORBEELD 1 Voorbeeld 1 betreft een specifieke configuratie van het antennesysteem volgens Figuur 1. Het antennesysteem omvat 4 aansturingseenheden (3), 16 quad zender/ontvanger modulaire eenheden (2) en 64 antennes (1). De antennes zijn cirkelvormig gepositioneerd ten opzichte van het centrum van het antennesysteem, resulterend in een cilindervormige antennesysteem. Het antennesysteem omvat per 4 antennes 1 quad zender/ontvanger modulaire eenheid. Per 4 quad zender/ontvanger modulaire eenheden omvat het antennesysteem 1 aansturingseenheid. VOORBEELD 2 Dit voorbeeld betreft een antennesysteem omvattende een specifieke hardware configuratie, volgens Figuur 2. Het antennesysteem omvat 1 master aansturingseenheid (10), 4 aansturingseenheden (12), 16 splitsers (21), 16 quad zender/ontvanger modulaire eenheden (22) en 64 antennes (24). De master aansturingseenheid omvat een hardware gedeelte, omvattende een microcontroller (11), en een radiofrequentiegedeelte (20). Het radiofrequentiegedeelte omvat een eenheid geschikt voor het creëren van testpulsen voor de kalibratie (15), een splitser (16) en 3 combiners (17) (18) (19). De gecreëerde testpulsen kunnen opgesplitst worden naar de minstens twee aansturingseenheden (12). De microcontroller (11) is geconfigureerd voor het simultaan aansturen en kalibreren van het antennesysteem. Hierbij kunnen één of meerdere operatietabellen geüpdated worden om de richting van het elektromagnetisch signaal van het antennesysteem te wijzigen. De microcontroller
(11) kan bovendien ook geconfigureerd zijn om communicatie tussen een radar en het antennesysteem uit te voeren.
De aansturingseenheid omvat 4 digitaal-analoogomzetters (13), 1 veld programmeerbare gate array (14), 2 splitsers (27) (30), 2 combiners (28) (29). De veld programmeerbare gate array (14) omvat operatie- en/of kalibratietabellen.
De operatie- en/of kalibratietabellen kunnen gevuld zijn met fase en amplitude waarden.
Verder zorgt de veld programmeerbare gate array (14) voor communicatie tussen de aansturingseenheid (12) en de master aansturingseenheid (10). De digitaal-analoogomzetters (13) zetten een digitaal signaal om in een analoog signaal.
De omzetting is geschikt om de quad zender/ontvanger modulaire eenheden (22) aan te sturen.
De quad zender/ontvanger modulaire eenheid omvat 4 parallelle zender/ontvanger modulaire eenheden (23). De zender/ontvanger modulaire eenheid (23) omvat een vector modulator.
De vector modulator kan een amplitude- en faseshifter zijn.
In een alternatieve uitvoeringsvorm is omvat de vector modulator minstens één p-i-n diode en minstens één circulator.
Een p-i-n diode betreft een diode omvattende een p-type halfgeleider, een zuivere intrinsieke halfgeleider en een n-type halfgeleider.
Een circulator betreft een elektrische component geconfigureerd opdat de zender/ontvanger modulaire eenheid in essentie continu kan zenden en ontvangen.
Eén printplaat kan de 4 parallelle zender/ontvanger modulaire eenheden (23) omvatten.
Een printplaat betreft een drager voor elektronische componenten, waarbij de elektrische verbindingen op de drager zijn aangebracht.
De zender/ontvanger modulaire eenheid (23) stuurt op een analoge manier de amplitude en fase aan van een uit te zenden signaal.
De zender/ontvanger modulaire eenheid (23) kan bovendien ook geconfigureerd zijn om een uit te zenden signaal te versterken.
Elke antenne (24) omvat 3 dipool-elementen.
De dipool-elementen zijn geconfigureerd voor het uitzenden en/of ontvangen van elektromagnetische golven.
De 3 dipool-elementen omvatten 2 dipool-elementen geconfigureerd voor het gebruik om een signaal uit te zenden (25) en 1 dipool-element geschikt voor het gebruik om een signaal te ontvangen (26). De 2 dipool-elementen voor het uitzenden van een signaal staan in contact met de quad zender/ontvanger modulaire eenheid.
Het dipoolelement voor het ontvangen van een signaal is directaan de splitser (21) verbonden. De splitser is verbonden met 4 dipool-elementen van 4 verschillende opeenvolgende antennes.
VOORBEELD 3 Voorbeeld 3 heeft betrekking op een uitvoeringsvorm voor het kalibreren van het antennesysteem omvattende hardware componenten volgend Figuur 2. De kalibratie van de uitzendweg omvat het kalibreren van één of meerdere antennes geschikt voor het gebruik om een signaal uit te zenden (25). De kalibratie omvat de volgende stappen. Een kalibratiesignaal wordt uitgestuurd van de master aansturingseenheid (10), via de aansturingseenheid (12), naar één of meerdere zender/ontvanger modulaire eenheden (23). De zender/ontvanger modulaire eenheid (23) moduleert de amplitude en de fase van het kalibratiesignaal. Het kalibratiesignaal wordt door één of twee dipool-elementen, geconfigureerd voor het uitzenden (25), van de één of meerdere antennes (24) uitgezonden. Het kalibratiesignaal wordt door één of meerdere dipool-elementen, geschikt voor het ontvangen van een signaal, (26) ontvangen. De ontvangen kalibratiesignalen worden via de één of meerdere splitsers (21) en via de één of meerdere aansturingseenheden (12) naar de master aansturingseenheid (10) verzonden.
Indien meerdere signalen ontvangen worden, worden deze tot 1 signaal gecombineerd. De master aansturingseenheid (10) verwerkt het ontvangen gecombineerd signaal. De master aansturingseenheid (10) kan de waarden in de operatie- en /of kalibratietabellen aapassen.
De kalibratie van de uitzendweg omvat het kalibreren van één of meerdere antennes geschikt voor het gebruik om een signaal te ontvangen (26). De kalibratie omvat de volgende stappen. Uitsturen van een kalibratiesignaal van de master aansturingseenheid (10), via de aansturingseenheid (12), naar één of meerdere splitsers (21). De splitser (15) zal het kalibratiesignaal verdelen over de 4 dipool- elementen (20). De 4 dipool-elementen (26) sturen het kalibratiesignaal uit. De minstens 4 uitgezonden kalibratiesignalen zullen door één of meerdere dipool- elementen (25) ontvangen worden. Enkel het ontvangen signaal van de één of meerdere dipool-elementen van de antennes onder kalibratie zal via de corresponderende zender/ontvangen modulaire eenheid (23) en via de aansturingseenheid (12) naar de master aansturingseenheid (10) verstuurd worden. De master aansturingseenheid (10) verwerkt de één of meerdere signalen.
De master aansturingseenheid (10) kan de waarden in de operatie- en /of kalibratietabellen aapassen. VOORBEELD 4 Dit voorbeeld betreft een uitvoering van het simultaan kalibreren en opereren van het antennesysteem, zoals geïllustreerd in Figuren 3, 4 en 5, waarbij ter niet limiterende illustratie het antennesysteem 32 circulair gepositioneerde antennes (101 tot en met 132) omvat. In het voorbeeld wordt de helft van de antennes gebruikt voor het uitsturen van een extern datacommunicatiesignaal. Simultaan wordt één antenne van de andere helft gekalibreerd.
Volgens Figuur 3, worden antennes (102 tot en met 117) gebruikt voor het uitsturen van een extern datacommunicatiesignaal. Terwijl de antennes (102 tot en met 117) een extern datacommunicatiesignaal uitsturen, wordt antenne (125) gekalibreerd.
Volgens Figuur 4, worden antennes (110 tot en met 125) gebruikt voor het uitsturen van een extern datacommunicatiesignaal. Terwijl de antennes (110 tot en met 125) een extern datacommunicatiesignaal uitsturen, wordt antenne (101) gekalibreerd.
Figuur 5 illustreert antennes (101 tot en met 116) die gebruikt worden voor het uitsturen van een extern datacommunicatiesignaal. Terwijl de antennes (2 tot en met 17) een extern datacommunicatiesignaal uitsturen, wordt antenne (124) gekalibreerd.
De antenne die gekalibreerd wordt bevindt zich tegenwijzerzin op 185.625° van de hoofdstraal (133). Het hierin beschreven principe werkt ook voor om het even welke hoeveelheid van antennes, waarbij de hoeveelheid deelbaar is door 2.
Claims (16)
1. Antennesysteem omvattende een centrum en een veelheid van antennes omvattende een ten opzichte van het centrum symmetrische positionering, waarin het antennesysteem geconfigureerd is om een in de tijd roterende opdeling te maken van de veelheid van antennes in een eerste en een tweede groep, waarin het antennesysteem geconfigureerd is voor in de tijd simultane: e externe datacommunicatie via de eerste groep; en e kalibratie van ten minste één antenne van de tweede groep.
2. Antennesysteem volgens voorgaande conclusie 1, met het kenmerk dat het antennesysteem minstens één overschrijfbare operatietabel omvat, geconfigureerd voor het omvatten van instelwaarden voor het aansturen van een uit te zenden signaal voor externe datacommunicatie.
3. Antennesysteem volgens voorgaande conclusie 1, met het kenmerk dat het antennesysteem minstens één kalibratietabel omvat, geconfigureerd voor het omvatten van instelwaarden voor het aansturen van een kalibratiesignaal.
4. Antennesysteem volgens voorgaande conclusie 1, met het kenmerk dat het antennesysteem een operatietabel en een kalibratietabel tabel omvat.
5. Antennesysteem volgens één der voorgaande conclusies 1 tot en met 4, met het kenmerk dat de symmetrische positionering een cilindervormige symmetrische positionering is.
6. Antennesysteem volgens voorgaande conclusie 5, waarin elk van genoemde eerste en tweede groep een azimuthale hoek van minstens 10° en hoogstens 350°, bij voorkeur minstens 50° en hoogstens 310°, bij verdere voorkeur minstens 90° en hoogstens 270°, bij nog verdere voorkeur minstens 130° en hoogstens 230°, bij nog verdere voorkeur minstens 170° en hoogstens 190°, omvat.
7. Antennesysteem volgens één der voorgaande conclusies 5 en 6, waarin de eerste en de tweede groep, van het antennesysteem omvattende de cilindervormige positionering, niet overlappen.
8. Antennesysteem volgens één der voorgaande conclusies 1 tot en met 7, met het kenmerk dat het antennesysteem minstens 32 antennes, bij voorkeur minstens 48 antennes, en meest bij voorkeur minstens 64 antennes, omvat.
9. Antennesysteem volgens één der voorgaande conclusies 1 tot en met 8, met het kenmerk dat de antennes op een afstand tussen 1 cm en 10 m van elkaar gepositioneerd zijn.
10. Antennesysteem volgens één der voorgaande conclusies 1 tot en met 9, met het kenmerk dat het antennesysteem minstens één p-i-n diode en minstens één circulator omvat.
11. Werkwijze voor het simultaan kalibreren en opereren van een antennesysteem, omvattende de stappen van: e het maken van een in de tijd roterende opdeling van een veelheid van antennes in een eerste en een tweede groep; e het uitsturen van een eerste extern datacommunicatiesignaal via de eerste groep en een kalibratiesignaal via de tweede groep; en e het ontvangen van een tweede extern datacommunicatiesignaal via de eerste groep en het kalibratiesignaal via de tweede groep.
12. Werkwijze volgens voorgaande conclusie 11, met het kenmerk dat de werkwijze de stappen omvat van: e het uitsturen via de eerste groep van het extern datacommunicatiesignaal naar een eerste halfruimte; e het via de eerste groep ontvangen van het extern datacommunicatiesignaal afkomstig van de eerste halfruimte.
13. Werkwijze volgens één der voorgaande conclusies 11 tot en met 12, met het kenmerk dat de werkwijze de stappen omvat van: e het uitsturen via de tweede groep van het kalibratiesignaal naar een tweede halfruimte; e het via de tweede groep ontvangen van het kalibratiesignaal afkomstig van de tweede halfruimte.
14. Werkwijze volgens één der voorgaande conclusies 11 tot en met 13, met het kenmerk dat de werkwijze de stappen omvat van het bepalen van nieuweinstelwaarden voor externe datacommunicatie op basis van het ontvangen kalibratiesignaal; en het opslaan in een operatietabel van de nieuwe instelwaarden.
15. Werkwijze volgens één der voorgaande conclusies 11 tot en met 14, met het kenmerk dat de in de tijd roterende opdeling een rotatieperiode omvat, waarbij een percentage van de antennes per rotatieperiode gekalibreerd worden, waarin genoemd percentage ten minste 1/256 en ten hoogste 55, bij voorkeur ten minste 1/250 en ten hoogst 53, bij verdere voorkeur ten minste 1/244 en ten hoogste 51, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/238 en ten hoogste 49, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/232 en ten hoogste 47, bij nog verdere voorkeur ten minste 1/226 en ten hoogste 45 is.
16. Werkwijze volgens één der voorgaande conclusies 11 tot en met 15, met het kenmerk dat tussen 2 en 40 antennes per rotatieperiode gekalibreerd worden, waarbij bij voorkeur tussen 3 en 35, bij verdere voorkeur tussen 4 en 32 antennes per rotatieperiode gekalibreerd worden.
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE20195147A BE1027101B1 (nl) | 2019-03-08 | 2019-03-08 | Een verbeterd antennesysteem |
Applications Claiming Priority (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE20195147A BE1027101B1 (nl) | 2019-03-08 | 2019-03-08 | Een verbeterd antennesysteem |
Publications (2)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| BE1027101A1 true BE1027101A1 (nl) | 2020-09-30 |
| BE1027101B1 BE1027101B1 (nl) | 2020-10-05 |
Family
ID=65894828
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| BE20195147A BE1027101B1 (nl) | 2019-03-08 | 2019-03-08 | Een verbeterd antennesysteem |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| BE (1) | BE1027101B1 (nl) |
Citations (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US3816830A (en) | 1970-11-27 | 1974-06-11 | Hazeltine Corp | Cylindrical array antenna |
Family Cites Families (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| GB2289799B (en) * | 1991-09-17 | 1996-04-17 | Cossor Electronics Ltd | Improvements relating to radar antenna systems |
| JPH06350326A (ja) * | 1993-06-11 | 1994-12-22 | Mitsubishi Electric Corp | 空中線装置 |
| US8686896B2 (en) * | 2011-02-11 | 2014-04-01 | Src, Inc. | Bench-top measurement method, apparatus and system for phased array radar apparatus calibration |
-
2019
- 2019-03-08 BE BE20195147A patent/BE1027101B1/nl active IP Right Grant
Patent Citations (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US3816830A (en) | 1970-11-27 | 1974-06-11 | Hazeltine Corp | Cylindrical array antenna |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| BE1027101B1 (nl) | 2020-10-05 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US10324166B2 (en) | Affordable combined pulsed/FMCW radar AESA | |
| CN107526063B (zh) | 雷达设备和处理雷达信号的方法 | |
| US5982329A (en) | Single channel transceiver with polarization diversity | |
| US5495249A (en) | Ground surveillance radar device, especially for airport use | |
| JP2003248054A5 (nl) | ||
| EP3174230B1 (en) | Radio wave interference system, radio wave interference apparatus, and radio wave interference method | |
| US20210349201A1 (en) | 360° mimo radar system having multiple radar sensors and phase calibration via over-lapping virtual tx and rx antennas of adjacent radar sensors | |
| US20190033440A1 (en) | Interferometric multiple object tracking radar system for precision time space position information data acquisiton | |
| AU2010256578A1 (en) | Identification friend or foe (IFF) system | |
| US8258997B2 (en) | Radar device for detecting or tracking aerial targets fitted to an aircraft | |
| US10502825B2 (en) | Radioelectric device for transmitting and receiving radioelectric waves and associated radio altimetry system | |
| EP4001953A1 (en) | Automotive radar system | |
| US3815140A (en) | Multiple feed for microwave parabolic antennas | |
| KR20200040138A (ko) | 안테나 장치 및 이를 포함하는 레이더 | |
| US11483063B2 (en) | Method and system for providing air traffic control within a geographic sector | |
| BE1027101B1 (nl) | Een verbeterd antennesysteem | |
| GB2356096A (en) | Radar antenna system | |
| US3878523A (en) | Generation of scanning radio beams | |
| US20250052887A1 (en) | Systems and methods for implementing a multistatic radar network for detection of airborne objects | |
| EP3512116B1 (en) | A drone for sidewardly communicating with flying drones | |
| US10522906B2 (en) | Scanning meta-material antenna and method of scanning with a meta-material antenna | |
| ES2747849T3 (es) | Radar secundario con supresión de lóbulos secundarios así como método para el funcionamiento del mismo | |
| HU226539B1 (en) | Aerial arrangement for the reception of signal emitted by a geostationary satellite | |
| CN101520507B (zh) | 低成本近程雷达 | |
| JPH0142392B2 (nl) |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| FG | Patent granted |
Effective date: 20201005 |