BE1027178B1 - Elektronisch ringslot met afneembare ketting-grendel - Google Patents

Elektronisch ringslot met afneembare ketting-grendel Download PDF

Info

Publication number
BE1027178B1
BE1027178B1 BE20195568A BE201905568A BE1027178B1 BE 1027178 B1 BE1027178 B1 BE 1027178B1 BE 20195568 A BE20195568 A BE 20195568A BE 201905568 A BE201905568 A BE 201905568A BE 1027178 B1 BE1027178 B1 BE 1027178B1
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
ring
lock
ring bolt
lever
chassis
Prior art date
Application number
BE20195568A
Other languages
English (en)
Inventor
Groote Bernard De
Dave Kendall
Original Assignee
Sentinel Nv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Sentinel Nv filed Critical Sentinel Nv
Priority to BE20195568A priority Critical patent/BE1027178B1/nl
Priority to PCT/EP2020/074111 priority patent/WO2021038059A1/en
Priority to EP20771214.2A priority patent/EP4021783A1/en
Application granted granted Critical
Publication of BE1027178B1 publication Critical patent/BE1027178B1/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B62LAND VEHICLES FOR TRAVELLING OTHERWISE THAN ON RAILS
    • B62HCYCLE STANDS; SUPPORTS OR HOLDERS FOR PARKING OR STORING CYCLES; APPLIANCES PREVENTING OR INDICATING UNAUTHORIZED USE OR THEFT OF CYCLES; LOCKS INTEGRAL WITH CYCLES; DEVICES FOR LEARNING TO RIDE CYCLES
    • B62H5/00Appliances preventing or indicating unauthorised use or theft of cycles; Locks integral with cycles
    • B62H5/14Appliances preventing or indicating unauthorised use or theft of cycles; Locks integral with cycles preventing wheel rotation
    • B62H5/147Appliances preventing or indicating unauthorised use or theft of cycles; Locks integral with cycles preventing wheel rotation by means of circular bolts
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B62LAND VEHICLES FOR TRAVELLING OTHERWISE THAN ON RAILS
    • B62HCYCLE STANDS; SUPPORTS OR HOLDERS FOR PARKING OR STORING CYCLES; APPLIANCES PREVENTING OR INDICATING UNAUTHORIZED USE OR THEFT OF CYCLES; LOCKS INTEGRAL WITH CYCLES; DEVICES FOR LEARNING TO RIDE CYCLES
    • B62H5/00Appliances preventing or indicating unauthorised use or theft of cycles; Locks integral with cycles
    • B62H5/003Appliances preventing or indicating unauthorised use or theft of cycles; Locks integral with cycles using chains or cables
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B62LAND VEHICLES FOR TRAVELLING OTHERWISE THAN ON RAILS
    • B62HCYCLE STANDS; SUPPORTS OR HOLDERS FOR PARKING OR STORING CYCLES; APPLIANCES PREVENTING OR INDICATING UNAUTHORIZED USE OR THEFT OF CYCLES; LOCKS INTEGRAL WITH CYCLES; DEVICES FOR LEARNING TO RIDE CYCLES
    • B62H5/00Appliances preventing or indicating unauthorised use or theft of cycles; Locks integral with cycles
    • B62H5/20Appliances preventing or indicating unauthorised use or theft of cycles; Locks integral with cycles indicating unauthorised use, e.g. acting on signalling devices

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Lock And Its Accessories (AREA)

Abstract

In dit octrooischrift wordt een ringslot (10) beschreven voor het fixeren van een wiel van een vervoermiddel aan een deel van het frame ervan, omvattende: een ringbout (200) die beweegbaar is tussen een vrijgavepositie en een gesloten positie, een ketting-grendel-greep (100) om een beveiligingskabel aan een ketting-grendel (180) te vergrendelen, zodanig geconfigureerd dat de ketting-grendel-greep (100) in staat is om de ketting-grendel (180) te vergrendelen als de ringbout (200) zich in de vrijgavepositie of de gesloten positie bevindt, en de ketting-grendel-greep (100) de ketting-grendel (180) vrijgeeft als de ringbout (200) van de gesloten positie naar de vrijgavepositie wordt bewogen.

Description

ELEKTRONISCH RINGSLOT MET AFNEEMBARE KETTING-GRENDEL Gebied van de uitvinding De uitvinding heeft betrekking op een elektronisch ringslot voor het vergrendelen van een wiel voor een vervoermiddel aan het frame, met een afneembare ketting voor het fixeren van het vervoermiddel aan een extern object. Achtergrond van de uitvinding Bekende ringsloten blokkeren de rotatiebeweging van één van de wielen van het vervoermiddel (bijv. een fiets) door de velg van het wiel aan een frame te vergrendelen. Een ringslot omvat gewoonlijk een ringbout met een in hoofdzaak ronde segmentvormige configuratie. De ringbout kan naar een gesloten positie en een open (vrijgave)positie worden bewogen. Door bediening van een grendelmechanisme kan de ringbout worden geopend om in de vrijgavepositie te worden bewogen. Voorts is het bekende slot voorzien van een opening voor een afneembare ketting-grendel waarin een ketting-grendel van een ketting kan worden ingevoerd, zodat het ringslot kan worden bevestigd aan een extern object zoals een hek, een boom of een paal. De afneembare ketting-grendel is gewoonlijk voorzien van een omtreksgroef waarin een fixeerelement van het ringslot kan aangrijpen. Als het fixeerelement naar de ontgrendelde positie is gebracht, is het fixeerelement uit de kabelpinopening bewogen en daarmee ook uit de omtreksgroef van de ketting-grendel, zodat de ketting-grendel uit de kabelpinopening van het slot kan worden gehaald. Een elektronisch ringslot maakt een mechanische sleutel overbodig. Het slot wordt bestuurd door radiosignalen, bijvoorbeeld van een RFID-tag (RFID = Radio Frequency Identification) en/of via een mobiel netwerk. In de stand van de techniek kan bewegen van de ringbout tussen de gesloten positie en vrijgaveposities motorisch plaatsvinden. Zo beschrijven US2018118294 en EP 2357124 A2 bijvoorbeeld elektromechanisch aangedreven ringsloten. Een probleem in de stand van de techniek is de ingewikkeldheid en het stroomverbruik van een draadloos elektronisch ringslot.
Samenvatting van de uitvinding In dit octrooischrift wordt een ringslot (10) beschreven voor het fixeren van een wiel van een vervoermiddel aan een deel van het frame ervan, omvattende: - een ringbout (200) die beweegbaar is tussen een vrijgavepositie en een gesloten positie,
- een ketting-grendel-greep (100) om een beveiligingskabel aan een ketting-grendel (180) te vergrendelen, zodanig geconfigureerd dat - de ketting-grendel-greep (100) in staat is om de ketting-grendel (180) te vergrendelen als de ringbout (200) zich in de vrijgavepositie of de gesloten positie bevindt, en - de ketting-grendel-greep (100) de ketting-grendel (180) vrijgeeft als de ringbout (200) van de gesloten positie naar de vrijgavepositie wordt bewogen.
De ketting-grendel-greep (100) kan voorts een hefboom (110) omvatten welke - door rotatie om een rotatieas (112) tussen een actieve en ingetrokken positie beweegbaar is, - is voorzien van een hefboompal (120) die is geconfigureerd om o vergrendelend aan te grijpen met de ketting-grendel (180) als de hefboom actief is; o zich los te maken van de ketting-grendel als de hefboom is ingetrokken; - is voorzien van een eerste pin (130) en tweede pin (132) die elk zijn geconfigureerd om een kracht op te nemen, waarbij uitoefenen van de kracht op de eerste pin (130) de hefboom (110) naar de actieve positie doet roteren en uitoefenen van de kracht op de tweede pin (132) de hefboom (110) naar de ingetrokken positie doet roteren, waarbij het uitoefenen van de kracht tussen de eerste pin (130) en tweede pin (132) wordt gecontroleerd door bewegen van de ringbout (200).
De ketting-grendel-greep (100) kan voorts een activeerstaaf (150) omvatten die geconfigureerd is om te pendelen tussen: - een eerste positie, waarbij deze de eerste pin (130) raakt en de kracht geeft om de hefboom (110) naar de actieve positie te roteren, en - een tweede positie, waarbij deze de tweede pin (132) raakt en de kracht geeft om de hefboom (110) naar de ingetrokken positie te roteren, waarbij de activeerstaaf (150) in de eerste positie is voorgespannen door een buigzaam orgaan (152). De ringbout (200) kan zijn voorzien van een ringboutpal (210) die is geconfigureerd om de activeerstaaf (150) van de eerste positie naar de tweede positie te duwen tijdens bewegen van de ringbout (200) van de gesloten positie naar de vrijgavepositie.
De ringboutpal (210) kan: - roteerbaar zijn bevestigd op een vaste positie aan de ringbout (200), - beweegbaar zijn tussen een actieve positie en een ingetrokken positie, en voorgespannen zijn in de actieve positie, - zijn voorzien van een genokt oppervlak (212), waarbij de in de eerste positie gehandhaafde activeerstaaf (150) de ringboutpal (210) aan het genokte oppervlak (212) raakt en hierdoor de ringboutpal (210) naar de ingetrokken positie beweegt tijdens bewegen van de ringbout (200) van de open naar de gesloten positie.
Het ringslot kan zijn voorzien van een chassis (300) dat de ringbout (200) en de Iketting- grendel-greep (100) ondersteunt, waarbij de hefboom (110) en activeerstaaf (150) elk aan het chassis zijn bevestigd door een omlopende verbinding voor rotatie om hun respectievelijke rotatieassen (112, 134).
De ringbout (200) kan zijn voorzien van een inkeping (204) die is geconfigureerd om aan te grijpen met een beweegbare borgpen (405) met een aangrijppositie die de ringbout (200) in de gesloten positie fixeert en een losmaakpositie die de ringbout (200) vrijgeeft, waarbij de beweegbare borgpen (200) door een elektrische bewegingsgenerator wordt aangestuurd. Het ringslot kan voorts een behuizing (500) omvatten die is geconfigureerd om elektronische schakelingen te omgeven en één of meer elektromechanische elementen waaronder de elektrische bewegingsgenerator, waarbij de behuizing (500) door middel vanten minste één voorziening aan het chassis (300) is bevestigd. De behuizing (500) kan zijn voorzien van een uitsparing (512) die zich in een lege ruimte van de behuizing uitstrekt voor het schuifbaar aangrijpen met een anti-torsie-uitsteeksel (332) dat zich uitstrekt van een voorste vlak (304) van het chassis (300), waarbij het in de uitsparing (512) aangrijpende anti-torsie-uitsteeksel (332) torderen van de behuizing (500) ten opzichte van het chassis (300) vermindert of voorkomt. De behuizing (500) kan zijn voorzien van een zich naar buiten uitstrekkende buisvormige uitstulping (514) waarin de beweegbare borgpen (405) schuifbaar is voorzien, en het chassis (300) kan zijn voorzien van een anti-ophefuitsteeksel (334) dat zich uitstrekt vanaf een voorste vlak (304) van het chassis (300), waarbij een in het anti-ophefuitsteeksel
(334) gevormde opening is geconfigureerd voor het schuifbaar opnemen van de buisvormige uitstulping (514) in een axiale richting van de buisvormige uitstulping (514). Een centrale as van de buisvormige uitstulping (514) kan loodrecht staan op een langsas van het anti-torsie-uitsteeksel (332) hetgeen het inbrengen van het anti-torsie-uitsteeksel (332) in de uitsparing (512) toelaat door rotatie van de behuizing (500) om de buisvormige uitstulping (514) als de buisvormige uitstulping (514) aangrijpt in het anti-ophefuitsteeksel (334).
Het chassis (300) kan zijn voorzien van een sleuf (308) met een voorzijde en een tegenovergelegen achterzijde, de activeerstaaf (150) kan zijn voorzien van een tong die in vaste verhouding staat met de activeerstaaf (150), en de activeerstaaf (150) kan zijn gepositioneerd aan de voorzijde van de sleuf (308) en de tong kan zijn gepositioneerd aan de achterzijde van de sleuf (308), waardoor deze het chassis (300) flankeert en bewegen van de activeerstaaf (150) in een richting van de rotatieas (134) van de activeerstaaf (150) beperkt.
De bout (200) kan zijn voorzien van een hendel (208”) voor het handmatig bewegen van de ringbout (200) van de vrijgave- naar de gesloten positie, waarbij de hendel (208) scharnierend ten opzichte van de ringbout (200) is voorzien en de hendel (208) beweegbaar is tussen een eerste scharnierpositie en een tweede scharnierpositie, waarbij: - de scharnierende hendel (208) in de eerste scharnierpositie wordt belet om de ringbout (200) van de vrijgave- naar de gesloten positie te bewegen; en _ - de scharnierende hendel (208) in de tweede scharnierpositie de ringbout (200) van de vrijgave- naar de gesloten positie kan bewegen.
Het ringslot kan voorts één of meer van de volgende omvatten: een mobiele communicatiemodule (410), een bluetooth-module (470), een RFID-tagleesmodule (460) voor draadloze besturing van de elektrische bewegingsgenerator.
Het ringslot kan voorts een GNSS-module (420) omvatten die is geconfigureerd om satellietsignalen te ontvangen voor het bepalen van een mondiale positie van het ringslot (10).
Het ringslot (10) kan verder het volgende omvatten:
- een bewegingssensormodule (440) die is geconfigureerd om beweging van het fietsslot (10) op te merken als de ringbout (200) zich in de gesloten positie bevindt, en - eventueel een geluidsomzetter (480) die is geconfigureerd om een geluidsalarm af te geven dat wordt geactiveerd door bewegen van de beweging van het fietsslot (10) als de 5 ringbout (200) zich in de gesloten positie bevindt.
Verklaring figuren FIG. 1 toont een schematisch aanzicht van een ringslot (10) met een in een vrijgavepositie getoonde ringbout (200) en een ketting-grendel-greep.
FIG. 2 is een schematisch zijaanzicht van een ketting-grendel-greephefboom in een actieve positie.
FIG. 2A is een schematisch bovenaanzicht van een ketting-grendel-greephefboom in een actieve positie.
FIG. 2B is een schematisch achteraanzicht van een ketting-grendel-greephefboom in een actieve positie.
FIG. 3A t/m 3G zijn schematische aanzichten van een reeks waarin een ketting-grendel- greephefboom aangrijpt met een ketting-grendel (FIG. 3A t/m 3C), de ketting-grendel vrijgeeft (FIG. 3D t/m 3F) en terugkeert naar een actieve positie (FIG. 3G). FIG. 4 is een schematisch bovenaanzicht van een ketting-grendel.
FIG. 5 is een doorsnede door het chassis waarin een flankerende activeerstaaf en tong worden getoond.
FIG. 6 is een schematisch zijaanzicht van een ringslot (10) met een in een vrijgavepositie getoonde ringbout (200) en een op een chassis gemonteerde ketting-grendel-greep.
FIG. 7A t/m 71 zijn schematische aanzichten van een reeks waarin een ketting-grendel zich naar een gesloten positie (FIG. 7A t/m 7D) en terug naar een vrijgavepositie (FIG. 7E t/m 71) beweegt.
FIG. 8 is een isometrisch aanzicht van een illustratieve ketting-grendel-greep.
FIG. 9A en 9B zijn isometrische aanzichten van een illustratief ringslot (10) omvattende een ringbout (200), een ketting-grendel-greep en chassis.
De ringbout (200) is getoond in een vrijgavepositie (FIG. 9A) en een gesloten positie (FIG. 9B). FIG. 10 is een isometrisch aanzicht van een chassis en een ringslot, met een vergroting in FIG. 10A van kader A.
FIG. 10B is een weergave van een dwarsdoorsnede door de ringbout en anti-diefstalafdekking op punt B in FIG. 10. FIG. 11 is een isometrisch aanzicht van een chassis en behuizing.
FIG. 12 is een isometrisch aanzicht van een behuizing.
FIG. 13 is een isometrisch aanzicht van een chassis en behuizing, waarbij de buisvormige uitstulping (514) aangrijpt in het anti-ophefuitsteeksel (334) (niet getoond) en het anti- torsie-uitsteeksel is uitgelijnd om in de uitsparing te worden ingevoerd. FIG. 14A en 14B zijn eindaanzichten van een chassis en behuizing, waarbij de buisvormige uitstulping (514) aangrijpt in het anti-ophefuitsteeksel (334), het anti-torsie- uitsteeksel is uitgelijnd om in de uitsparing (FIG. 14A) te worden ingevoerd en het anti- torsie-uitsteeksel is ingevoerd in de uitsparing door rotatie van de behuizing (FIG. 14B). FIG. 15 A, B en C tonen aanzichten van een hoofdlichaam van een behuizing met onderdelen en afdichtingen uit twee omspuitstappen (FIG. 15A), een aanzicht van de geïsoleerde onderdelen (FIG. 15B) en een aanzicht van de geïsoleerde afdichtingen (FIG. 15C).
FIG. 16A, B en C zijn isometrische aanzichten van een ringslot met een scharnierende hendel. In FIG. 16A dekt een hendelafdekking een deel van het scharnier af; in FIG. 16B ontbreekt de hendelafdekking en wordt het scharnier zelf getoond; in FIG. 16C is het scharnier verder uiteengenomen, waardoor een torsieveer zichtbaar wordt.
FIG. 17 is een schematisch diagram van mogelijke elektronische schakelingen die in het ringslot zijn voorzien. Uitvoerige beschrijving van de uitvinding Alvorens het onderhavige systeem en de werkwijze van de uitvinding worden beschreven, dient te worden begrepen dat deze uitvinding niet is beperkt tot de specifieke beschreven systemen en werkwijzen of combinaties, aangezien dergelijke systemen en werkwijzen en combinaties vanzelfsprekend kunnen variëren. Tevens dient te worden begrepen dat de hierin gebruikte terminologie niet beperkend is bedoeld, aangezien het kader van de onderhavige uitvinding uitsluitend door de aangehechte conclusies zal worden beperkt. Zoals hierin gebruikt, omvatten de enkelvoudsvormen “een”, “de” en “het” zowel de enkelvoudsvorm als de meervoudsvorm, tenzij de context duidelijk anders aangeeft.
De termen “omvattende”, “omvat” en “omvatten” zoals hierin gebruikt zijn synoniem met “inclusief”, “includeren” of “bevatten”, “bevat”, en zijn inclusief of open en sluiten bijkomende, niet-vernoemde leden, elementen of werkwijzentappen niet uit. De termen “omvattende”, “omvat” en “omvatten” zoals hierin gebruikt omvatten de termen “bestaand uit”, “bestaat” en “bestaat uit”.
De opsomming van numerieke waarden aan de hand van eindpunten omvat alle waarden en fracties binnen de betreffende bereiken, evenals de geciteerde eindpunten. De term “ongeveer” zoals hierin gebruikt wanneer wordt gerefereerd naar een meetbare waarde zoals een parameter, een hoeveelheid, een tijdsduur en dergelijke, is bedoeld variaties te omvatten van +/-10% of minder, bij voorkeur +/-5% of minder, met meer voorkeur +/-1% of minder, en met nog meer voorkeur +/-0,1% van en vanaf de gespecificeerde waarde, voor zover dergelijke variaties van toepassing zijn om in de bekendgemaakte uitvinding te functioneren. Het dient te worden begrepen dat de waarde waarnaar de term “ongeveer” refereert op zich ook specifiek, en bij voorkeur, bekend werd gemaakt.
Hoewel de termen “een of meer” of “ten minste één”, zoals één of meer of ten minste één element(en) van een groep elementen, op zich duidelijk is, wordt bij wijze van verdere verduidelijking aangegeven dat de term onder andere een verwijzing naar elk willekeurig van genoemde elementen of naar twee of meer van genoemde elementen omvat, zoals, bijv., iedere 23, 24, 25, 26 of 27 enz. van genoemde elementen tot aan alle genoemde elementen.
Alle in de onderhavige beschrijving aangehaalde referenties zijn bij deze door verwijzing volledig hierin opgenomen. In het bijzonder is de materie van alle referenties waarnaar hierin specifiek wordt verwezen geacht door verwijzing hierin te zijn opgenomen.
Tenzij anders gedefinieerd, hebben alle termen die worden gebruikt in de bekendmaking van de uitvinding, inclusief technische en wetenschappelijke termen, de betekenis zoals een deskundige deze gewoonlijk verstaat. Als verdere leidraad worden definities van de termen opgenomen om de materie van de onderhavig uitvinding beter te kunnen appreciëren.
In de volgende tekstpassages worden verschillende aspecten van de uitvinding nader gedefinieerd. Elk zodanig gedefinieerd aspect kan met elk ander aspect of alle andere aspecten worden gecombineerd tenzij duidelijk anders aangegeven. In het bijzonder kan iedere voorziening waarvan is aangegeven dat deze de voorkeur heeft of voordelig is, worden gecombineerd met iedere andere voorziening of alle andere voorzieningen waarvan is aangegeven dat ze de voorkeur hebben of voordelig zijn.
Verwijzing in deze beschrijving naar “één uitvoeringsvorm” of “een uitvoeringsvorm” betekent dat een bepaalde, in verband met de uitvoeringsvorm beschreven voorziening, structuur of kenmerk in ten minste één uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding aanwezig is.
Derhalve hoeven niet alle gevallen waarin de formuleringen “in één uitvoeringsvorm” of “in een uitvoeringsvorm” op verschillende plekken in deze beschrijving worden gebruikt naar dezelfde uitvoeringsvorm te verwijzen, maar dit kan wel het geval zijn.
Voorts kunnen de specifieke voorzieningen, structuren of kenmerken op iedere geschikte manier in een of meer uitvoeringsvormen worden gecombineerd, zoals uit deze openbaring aan een deskundige duidelijk zou zijn.
Voorts, hoewel sommige hierin beschreven uitvoeringsvormen enkele voorzieningen bevatten die andere uitvoerings- vormen bevatten, maar andere voorzieningen niet, zijn combinaties van voorzieningen van verschillende uitvoeringsvormen bedoeld om binnen de omvang van de uitvinding te vallen en verschillende uitvoeringsvormen te vormen, zoals deskundigen zouden begrijpen.
Bijvoorbeeld kunnen in de onderstaande conclusies alle beschreven
_ uitvoeringsvormen in iedere gewenste combinatie worden gebruikt.
In de onderhavige beschrijving van de uitvinding wordt verwezen naar de aangehechte tekeningen die hier deel van uitmaken, en waarin uitsluitend ter illustratie specifieke uitvoeringsvormen worden getoond waarin de uitvinding kan worden toegepast.
Tussen haakjes geplaatste of vetgedrukte referentiecijfers die aan respectieve elementen zijn toegekend, dienen uitsluitend ter illustratie van de elementen bij wijze van voorbeeld, en hiermee wordt niet beoogd om de respectieve elementen te beperken.
Er dient te worden begrepen dat andere uitvoeringsvormen kunnen worden gebruikt en structurele of logische wijzigingen kunnen worden gemaakt zonder buiten het kader van de onderhavige uitvinding te treden.
De volgende gedetailleerde beschrijving dient derhalve niet in een beperkende zin te worden opgevat, en het kader van de onderhavige uitvinding wordt door de aangehechte conclusies gedefinieerd.
Thans wordt een ringslot (10) beschreven voor het fixeren van een wiel van een vervoermiddel aan een deel van het frame ervan, zoals geïllustreerd in FIG. 1. Het ringslot (10) omvat: - een ringbout (200) die beweegbaar is tussen een (open) vrijgavepositie en gesloten positie, - een ketting-grendel-greep (100) om een beveiligingskabel aan een ketting-grendel
(180) te vergrendelen, zodanig geconfigureerd dat
- de ketting-grendel-greep (100) in staat is om de ketting-grendel (180) te vergrendelen als de ringbout zich in de vrijgavepositie of de gesloten positie bevindt, en - de ketting-grendel-greep de ketting-grendel vrijgeeft als de ringbout uit de gesloten positie naar de vrijgavepositie wordt bewogen. In FIG. 1 bevindt de ringbout (200) zich in de (open) vrijgavepositie. De ringbout (200) is handmatig beweegbaar tussen de (open) vrijgavepositie en gesloten positie. De ringbout (200) kan in de vrijgavepositie zijn voorgespannen (bijv. door een veer); de ringbout (200) kan middels de kracht van een veer uit de gesloten positie terugkeren naar de vrijgavepositie. Bewegen van de ringbout (200) naar de vrijgavepositie geeft eveneens de ketting-grendel (180) vrij. Het vervoermiddel is elk vervoermiddel waaraan het ringslot zodanig kan worden bevestigd dat de ringbout zich in de gesloten positie om een deel van een wiel (bijv. velg) van het vervoermiddel vergrendelt. Voorbeelden van vervoermiddelen omvatten fietsen, eenwielers, scooters, transporters die door een elektromotor of brandstof (bijv. benzine, diesel) worden aangedreven. Gewoonlijk is het vervoermiddel voorzien van een frame waaraan het ringslot kan worden bevestigd. De meeste fietsen hebben een standaard fitting voor het opnemen van een ringslot.
De ringbout (200) omvat gewoonlijk een segment van een ronde ring dat rond een midden van de ring beweegbaar is tussen een (open) vrijgavepositie en gesloten positie. De ringbout (200) kan zijn voorgespannen in de (open) vrijgavepositie door een buigzaam orgaan (206) (bijv. een veer). De ringbout (200) is gewoonlijk gemaakt van een sterk, stijf, harden manipulatieveilig materiaal, zoals een geharde staallegering. De ringbout kan zijn voorzien van een hendel (208) voor het handmatig bewegen van de ringbout (200) van de (open) vrijgavepositie naar de gesloten positie. Een illustratieve hendel (208) is getoond in FIG. 9A, 9B, 10 en 11. De hendel (208) kan in vaste relatie met de ringbout (200) zijn voorzien. De hendel (208) kan scharnierend ten opzichte van de ringbout (200) zijn voorzien. De hendel (208) kan aan de ringbout (200) zijn bevestigd via een scharnier (2083). Een illustratieve scharnierende hendel (208”) is getoond in FIG. 16A t/m 16C. De scharnierende hendel kan beweegbaar zijn tussen een eerste scharnierpositie en tweede scharnierpositie. In de eerste scharnierpositie kan de scharnierende hendel (208)
voorkomen dat de ringbout (200) van de vrijgave- naar de gesloten positie wordt bewogen. In de tweede scharnierpositie kan de scharnierende hendel (208) in staat zijn om de ringbout (200) van de vrijgave- naar de gesloten positie te bewegen. Het scharnier (2083) kan slechts één rotatievrijheid hebben. Een rotatieas (2085) van het scharnier kan evenwijdig aan het chassis (300) zijn. Een rotatieas (2085) van het scharnier kan evenwijdig aan een vlakke ringbout (200) zijn. De scharnierende hendel (208) kan zijn voorzien van een buigzaam orgaan (2084) (bijv. torsieveer) dat is geconfigureerd om de scharnierende hendel in de eerste scharnierpositie voor te spannen.
De scharnierende hendel voorkomt onbedoeld bewegen van de ringbout (200) uit de vrijgavepositie naar de gesloten positie, bijvoorbeeld als het vervoermiddel een fiets is die is voorzien van een achterste passagiersstoel; er bestaat geen gevaar dat een voet van de achterste passagier op de hendel duwt en laatstgenoemde de ringbout in aangrijping brengt terwijl de fiets in beweging is.
Volgens één aspect kan de scharnierende hendel zijn voorzien van een hendeluitsteeksel (2081) dat aangrijpt met een houder (313) (bijv. inkeping, haak) die is voorzien aan of in vaste relatie met het chassis (300) als de ringbout (200) zich in de vrijgavepositie bevindt en de scharnierende hendel zich in de eerste scharnierpositie bevindt. Als het hendel- uitsteeksel in de houder (313) aangrijpt, wordt bewegen van de ringbout (200) van de vrijgave- naar de gesloten positie voorkomen. Als de scharnierende hendel wordt bewogen van de eerste scharnierpositie naar de tweede scharnierpositie, bevindt het hendeluitsteeksel (2081) zich op afstand van de houder (313) en kan de scharnierende hendel de ringbout (200) van de vrijgave- naar de gesloten positie bewegen. De houder (313) kan zijn voorzien in een lip of gevouwen rand (311) van het chassis (300), in het bijzonder van het opneemlid (314) van het chassis. De lip (311) kan een geleidevlak bevatten dat het hendeluitsteeksel (2081) terug in de houder (313) geleidt als de ringbout (200) van de gesloten positie naar de vrijgavepositie terugkeert.
De ketting-grendel-greep (100), zoals geïllustreerd in FIG. 2, 2A en 2B en 3A t/m 3G is een mechanisme dat een ketting-grendel (180) van een beveiligingskabel vergrendelt (d.w.z tijdelijk vastmaakt) aan het ringslot, in het bijzonder aan een ringslotchassis (300). Als de ketting-grendel-greep (100) aangrijpt met de ketting-grendel (180), is een axiaal (glijdend) bewegen van de ketting-grendel (180) beperkt. Gewoonlijk is de ketting-grendel voorzien van een omtreksgroef (182) die aangrijpt met een pal (120) van de ketting- grendel-greep (100) om axiaal (glijdend) bewegen te beperken.
De ketting-grendel-greep kan een hefboom (110) omvatten. De hefboom kan beweegbaar (kantelbaar) zijn door rotatie om een rotatieas (112) tussen een actieve positie (FIG. 3A) en ingetrokken positie (FIG. 3D t/m 3F). De hefboom omvat een hefboomlichaam (118) dat om de rotatieas (112) kantelt (d.w.z een deel van de omlopende verbinding), waarbij de hefboom tussen de actieve en ingetrokken positie kantelt. De rotatieas (112) van de hefboom kan loodrecht staan op een inbrengrichting (184) van de ketting-grendel in de ketting-grendel-greep. Het rotatiebereik van de hefboom kan beperkt zijn, bijv. door een hefboomrotatiebegrenzer (114).
De hefboom kan een hefboompal (120) omvatten. De hefboompal (120) kan zijn geconfigureerd om grendelend aan te grijpen met de ketting-grendel (180) als de hefboom actief is. Met grendelend aangrijpen wordt bedoeld dat de hefboompal (120) beweging van de ketting-grendel in een inbrengrichting (184) toelaat om de ketting-grendel te vergrendelen en beweging van de ketting-grendel in een terugtrekrichting voorkomt als de hefboom actief is. De hefboompal (120) kan zijn geconfigureerd om zich los te maken van de ketting-grendel als de hefboom wordt ingetrokken. De hefboompal (120) kan beweging van de ketting-grendel in een inbreng- en terugtrekrichting toelaten als de hefboom (110) wordt ingetrokken. De hefboompal kan zich weg van het hefboomlichaam (118) uitstrekken, in de richting van een opneemruimte (116) voor de ketting-grendel. De hefboompal (120) kan zijn voorzien van een genokt oppervlak (122). Een genokt oppervlak (122) is afgerond en/of aflopend. Uitoefenen van een kracht in een inbrengrichting door de ketting-grendel op het genokte oppervlak resulteert in een beweging van de hefboom weg van de ketting-grendelopneemruimte (116) of in de richting van de ingetrokken positie. De hefboompal (120) kan zijn voorzien van een stootrand (124). De stootrand (124) grijpt aan met de ketting-grendel (180), meer in het bijzonder met de omtreksgroef (182), om terugtrekken van de ketting-grendel te voorkomen als de hefboom actief is.
De hefboom (110) kan verder een eerste pin (130) en een tweede pin (132) omvatten, die elk zijn geconfigureerd om een kracht op te nemen. Door uitoefenen van de kracht op de eerste pin (130) roteert de hefboom naar de actieve positie. Door uitoefenen van de kracht op de tweede pin (132) roteert de hefboom naar de ingetrokken positie. Het beperkte rotatiebereik van de hefboom voorkomt dat deze de actieve positie of ingetrokken positie overschrijdt. De eerste pin (130) en tweede pin (132) kunnen zich weg van het hefboomlichaam en weg van de ketting-grendelopneemruimte (116) uitstrekken. De eerste pin (130) en tweede pin (132) kunnen zijn voorzien aan een onderzijde van het hefboomlichaam.
De kracht kan worden uitgeoefend in een vlak dat evenwijdig is met de rotatieas (112) van de hefboom (100). Het uitoefenen van de kracht tussen de eerste pin (130) en tweede pin (132) wordt gecontroleerd door bewegen van de ringbout. In het bijzonder kan de kracht worden toegevoerd door een activeerstaaf die onderstaand nog zal worden beschreven.
De ketting-grendel-greep (100) kan voorts een uitwerpveer (136) (bijv. schroefvormige drukveer) omvatten die is geconfigureerd om de ketting-grendel (180) uit te werpen als de hefboom (100) van de actieve naar de ingetrokken positie wordt bewogen. De ketting-grendel-greep (100) kan voorts een activeerstaaf (150) omvatten die geconfigureerd is om te pendelen of roteren tussen: - een eerste positie, waarbij deze de eerste pin (130) raakt en de kracht geeft om de hefboom naar de actieve positie te roteren, en - een tweede positie, waarbij deze de tweede pin (132) raakt en de kracht geeft om de hefboom naar de ingetrokken positie te roteren.
De activeerstaaf (150) kan zijn voorgespannen in de eerste positie door een buigzaam orgaan (152) (bijv. schroefvormige drukveer). De activeerstaaf is beweegbaar (d.w.z is in staat om te pendelen) door rotatie om een activeerstaafrotatieas (134). De activeerstaafrotatieas (134) kan loodrecht op de rotatieas (112) van de hefboom (100) zijn voorzien. De activeerstaafrotatieas (134) en de hefboomrotatieas (112) kunnen elkaar kruisen. De ringbout (200) kan zijn voorzien van een ringboutpal (210) die is geconfigureerd om de activeerstaaf (150) tijdens bewegen van de ringbout (200) van de gesloten positie naar de vrijgavepositie van de eerste positie naar de tweede positie te duwen. Een ringboutpal (210) wordt in FIG. 1 en 6 t/m 8B getoond; een gedetailleerd aanzicht is in FIG. 4 te zien. De ringboutpal (210) kan roteerbaar (1DOF) op een vaste positie aan de ringbout (200) zijn bevestigd. Een rotatieas (214) van de ringboutpal (210) kan evenwijdig aan een rotatieas van de ringbout (200) zijn.
De ringboutpal (210) kan beweegbaar zijn tussen een actieve positie en een ingetrokken positie. In de actieve positie (bijv. FIG. 7A, 7C — 6G) steekt de ringboutpal (210) vanaf de ringbout (200) radiaal naar buiten uit. In de ingetrokken positie is de ringboutpal (210) (bijv. FIG. 7B) teruggetrokken, d.w.z radiaal naar een rotatiecentrum van de ringbout (200) geduwd. De ringboutpal (210) kan in de actieve positie zijn voorgespannen (door een veer). De ringboutpal (210) kan zijn voorzien van een genokt oppervlak (212), waarbij de in de eerste positie gehandhaafde activeerstaaf (150) de ringboutpal (210) aan het genokte oppervlak (212) raakt en hierdoor de ringboutpal (210) naar de ingetrokken positie beweegt tijdens het van de open naar de gesloten positie bewegen van de ringbout (200). Met andere woorden, het bewegen van het genokte oppervlak (212) ten opzichte van de in de eerste positie gehandhaafde activeerstaaf (150) veroorzaakt een overeenkomstig bewegen van de ringboutpal (210) naar de ingetrokken positie.
De ringboutpal (210) kan zijn voorzien van een stootrand (216), waarbij de activeerstaaf (150) in de eerste positie door de ringboutpalstootrand (216) in de actieve positie wordt voortbewogen naar de tweede positie tijdens bewegen van de ringbout van de gesloten naar de open positie. Met andere woorden, de ringboutpalstootrand (216) grijpt aan met de activeerstaaf (150) om de activeerstaaf (150) naar de tweede positie te duwen. De ringboutpalstootrand (216) kan zijn voorzien aan een rand van de ringboutpal (210) gericht naar een bewegingsrichting van de ringbout (200) naar de (open) vrijgavepositie. De ringboutpal (210) kan zijn voorzien van een rotatiebegrenzer (218) die rotatie van de _ ringboutpal (210) ten opzichte van de ringbout (200) voorbij de actieve positie stopt. Het ringslot (10) is voorzien van een chassis (300) dat de ringbout (200) en ketting- grendel-greep (100) ondersteunt. Het chassis (300) voor een ringslot is gewoonlijk stijf en ontworpen om manipulatie, bijv. buigen of torderen, te weerstaan. Een illustratief chassis is getoond in FIG. 6, 9A en 9B. Het chassis (300) heeft een onderste lichaam (310) en een bovenste lichaam (320). Het chassis (300) heeft een achterste vlak (302) dat is gericht naar het frame van het vervoermiddel en een tegenover het achterste vlak gelegen voorste vlak (304). Het onderste lichaam (310) bevat een opneemruimte (312) voor het opnemen van een deel van het wiel. Het chassis (300) omvat een draaglid (313) en een opneemlid (314) die de opneemruimte (312) flankeren welke een open uiteinde (316) heeft voor het opnemen van een deel van het wiel. De ringbout (200) is ten opzichte van het chassis (300) beweegbaar tussen de vrijgavepositie en de gesloten positie. De ringbout (200) in de gesloten positie sluit het open uiteinde (316) van de opneemruimte (312), waardoor het deel van het wiel in de opneemruimte wordt gefixeerd. Het chassis (300) kan één of meer bevestigingsopeningen (306) omvatten (bijv. ronde gaten, lineaire of gekromde sleuven) voor bevestiging van het ringslot (10) aan het frame van het vervoermiddel. Ten minste één bevestigingsopening kan zich in elk draaglid (313) en elk opneemlid (314) bevinden.
Het chassis kan zijn voorzien van een (niervormige) sleuf (308) met een voorzijde (3083) (aan de voorzijde van het chassis (304)) en een tegenovergelegen achterzijde (308b) (aan de achterzijde van het chassis (302)). Een illustratieve sleuf (308) wordt in FIG. 5, 6, 8, 9A en 9B getoond. De sleuf (308) kan niervormig of gekromd zijn. De activeerstaaf (150) kan zijn voorzien van een tong (154) die vaststaat ten opzichte van de activeerstaaf (150), waarbij de activeerstaaf (150) zich aan de voorzijde (308a) van de sleuf (308) bevindt en de tong zich aan de achterzijde (308b) van de sleuf (308) bevindt, waardoor deze het chassis (300) flankeren en bewegen van de activeerstaaf (150) in een richting van de rotatieas (134) van de activeerstaaf beperken. De opstelling voorkomt voorts dat de activeerstaaf (150) van het chassis (300) kantelt.
De hefboom (110) en de activeerstaaf (150) zijn aan het chassis bevestigd door de respectievelijke omlopende verbindingen die om de respectievelijke rotatieassen (112, 134) roteren. De hefboom (110) en de activeerstaaf (150) zijn voorzien aan het voorste vlak (304) van het chassis (300). De rotatieas (112) van de hefboom (110) kan evenwijdig zijn aan een vlak voorste vlak (304) of achterste vlak (302) van het chassis. De rotatieas (134) van de activeerstaaf (150) kan loodrecht staan op een vlak voorste vlak (304) of achterste vlak (302) van het chassis.
Het buigzame orgaan (152) van de activeerstaaf kan aan één uiteinde aan het chassis (300) zijn bevestigd. Het buigzame orgaan (206) van de ringbout kan aan één uiteinde aan het chassis (300) zijn bevestigd. Het chassis (300) kan zijn voorzien van een rotatie- begrenzer (324) die is geconfigureerd om roteren (kantelen) van de hefboom (110) te beperken. De chassisrotatiebegrenzer (324) kan aangrijpen met de hefboomrotatie- begrenzer (114) om roteren of kantelen van de hefboom (110) te beperken.
Het chassis (300) kan zijn voorzien van een anti-diefstalafdekking (350). Een anti-diefstal- afdekking (350) is een afdekking die stevig aan het chassis (300) is bevestigd en ten minste een deel van de ringbout (200) afdekt. In het bijzonder kan de anti-diefstal- afdekking een ronde segmentvorm hebben. Deze kan de vorm van een deel van de ringbout volgen. De anti-diefstalafdekking kan de ringbout (200) in het gebied van de hendel (208) tussen de vrijgave- en open positie van de ringbout (200) afdekken. Dit gebied komt overeen met een verplaatsingsafstand of traject van de hendel (208). Een spleet (352) tussen het chassis (300) en de anti-diefstalafdekking (350) maakt verplaatsing van de hendel (208) mogelijk. Een typisch ringslot kan worden bedwongen door een platte schroevendraaier of ander gereedschap in een spleet in het gebied van het verplaatsingstraject tussen de ringbout (200) en het chassis (300) in te voeren en zodoende de ringbout (200) van het chassis (300) weg te kantelen en de borgpen (405) los te maken. De anti-diefstalafdekking (250) belemmert manipulatie door de afstand te beperken waarover de ringbout (200) van het chassis (300) kan worden losgemaakt, namelijk weg van het voorste vlak (304) van het chassis (300). De anti-diefstalafdekking (250) kan zijn gemaakt van een stijf en sterk materiaal, zoals een geharde staallegering. De anti-diefstalafdekking kan een gedeeltelijk gekromd dwarsdoorsnedeprofiel hebben dat overeenkomt met een rond dwarsdoorsnedeprofiel van de ringbout (200). De anti- diefstalafdekking kan aan het chassis (300) zijn bevestigd door middel van één of meer gelaste verbindingen of onder gebruikmaking van één of meer voorzieningen (354) (bijv. nieten, bouten). Een illustratieve anti-diefstalafdekking (350) is getoond in FIG. 9A, 9B, 10, 10B.
De ringbout (200) kan zijn voorzien van een ringboutinkeping (204) die is geconfigureerd om aan te grijpen met een beweegbare borgpen (405) die beweegbaar is tussen een aangrijppositie en een losmaakpositie. In de aangrijppositie fixeert de beweegbare borgpen (405) de ringbout (200) in de gesloten positie. In de losmaakpositie geeft de beweegbare borgpen (405) de ringbout (200) vrij. Waarbij de beweegbare borgpen — schuifbaar beweegt, bijv. één graad bewegingsvrijheid heeft. De beweegbare borgpen (405) kan in de aangrijppositie zijn voorgespannen (bijv. door een veer). In FIG. 7D en 7E is de beweegbare borgpen (405) getoond in de aangrijp- respectievelijk Iosmaakpositie. De veer kan zijn voorzien rond een as van de beweegbare borgpen (405), aan het gedeelte van de borgpen (405) naar het uiteinde toe dat aangrijpt met de ringboutinkeping (204).
In de aangrijppositie is de beweegbare borgpen (405) in aangrijping of contact met de ringboutinkeping (204) en voorkomt zodoende bewegen (roteren) van de ringbout (200). In de losmaakpositie is de beweegbare borgpen (405) losgetrokken van de ringbout- inkeping en maakt zodoende bewegen (roteren) van de ringbout (200) mogelijk.
Waarbij de beweegbare borgpen (405) wordt ondersteund door en zich ten opzichte van het chassis (300) beweegt. De beweegbare borgpen kan beweegbaar zijn in reactie op een elektronisch signaal. De beweegbare borgpen kan worden aangestuurd door een elektrische bewegingsgenerator, bijv. een servomotor, een motor of een lineaire actuator.
Een illustratief bewegen van de ketting-grendel-greep (100) is getoond in een reeks van FIG. 3A t/m 3G. In FIG. 3A is de ketting-grendel (180) voortbewogen tot in de ketting- grendelopneemruimte (116). De op het genokte oppervlak van de hefboompal (120) uitgeoefende kracht veroorzaakt neerwaartse rotatie van de hefboom (110) rond de rotatieas (112) (FIG. 3B). De ketting-grendelgroef (182) grijpt aan met de hefboompal (120) (FIG. 3C); de hefboom (110) keert terug naar de actieve positie doordat de activeerstaaf (150) — die voorgespannen is in de eerste positie - kracht uitoefent op de eerste pin (130); hierdoor wordt de hefboom (110) vergrendeld op de ketting-grendel (180) en terugtrekken voorkomen; de veer (136) is samengedrukt. Door bewegen van de activeerstaaf (150) naar de tweede positie (FIG. 3D) — veroorzaakt door een terugkeer van de ringbout (200) naar de vrijgavepositie — wordt kracht op de tweede pin (132) uitgeoefend; de hefboom (110) wordt naar de ingetrokken positie bewogen. De veer (136) oefent kracht uit op de ketting-grendel (180), waardoor deze uit de opneemruimte (116) (FIG. 3E, 3F) wordt uitgeworpen. Door de activeerstaaf (150) terug te bewegen naar de eerste positie (FIG. 3G) wordt kracht op de eerste pin (130) uitgeoefend; de hefboom (110) keert terug naar de actieve positie. Een illustratief bewegen van de ringbout (200), de ringboutpal (210) en de interactie met het ketting-grendel-greepmechanisme (100) wordt getoond in een reeks van FIG. 7A t/m
71. In FIG. 7A wordt de ketting-grendel (180) vergrendeld door (vastgehouden door) het grendelmechanisme (100) (gelijk aan FIG. 3C) terwijl de ringbout (200) zich in een vrijgave positie bevindt. De ringboutpal (210) is in een actieve positie en de activeerstaaf (150) is in de eerste positie voorzien om potentieel aan te grijpen met het genokte oppervlak (212). Door rotatie van de ringbout (200) naar een gesloten positie (FIG. 7B) wordt de ringboutpal (210) voorbij de activeerstaaf (150) geroteerd; de ringboutpal (210) wordt naar de ingetrokken positie bewogen door het uitoefenen van een kracht door de activeerstaaf (150) in de eerste positie op het genokte oppervlak (212); de activeerstaaf (150) blijft in de eerste positie. In FIG. 7C wordt de ringbout (200) verder naar de gesloten positie geroteerd; de ringboutpal (210) is vrij van de activeerstaaf (150). In FIG. 7D is de ringbout (200) volledig naar de gesloten positie geroteerd; de beweegbare borgpen (405) isin aangrijping met de ringboutinkeping (204). In FIG. 7E is de beweegbare borgpen (405) naar de losmaakpositie bewogen. De veer (206) forceert een terugkeer van de ringbout (200) naar de vrijgavepositie. De ringboutpal (210) in de actieve positie beweegt naar de activeerstaaf (150) (FIG. 7F), waarbij de stootrand (216) het potentieel heeft om de activeerstaaf (150) naar de tweede positie te roteren. In FIG. 7G duwt de stootrand (216) van de ringboutpal (210) de activeerstaaf (150) naar de tweede positie; tegelijk oefent de activeerstaaf (150) een kracht uit op de tweede pin (132), waardoor de hefboom (110) naar de ingetrokken positie wordt geduwd — zie FIG. 7G’. De ketting-grendel (180) wordt uitgeworpen (gelijk aan FIG. 3D t/m 3F). In FIG. 7H beweegt de ringboutpal (210) in de actieve positie voorbij de activeerstaaf (150). In FIG. 7I keert de activeerstaaf (150) onder invloed van de kracht van de veer (152) terug naar de eerste positie en oefent kracht uit op de eerste pin (130); de hefboom (110) keert terug naar de actieve positie (gelijk aan FIG. 3G).
Het ringslot (10) kan voorts een behuizing (500) omvatten die is geconfigureerd om elektronische schakelingen en één of meer elektromechanische elementen te omgeven. De behuizing kan een hoofdlichaam (502) dat een lege ruimte vormt voor het opnemen van de elektronisch schakelingen en één of meer elektromechanische elementen en een deksel dat de lege ruimte omsluit, omvatten. De behuizing (500), in het bijzonder het hoofdlichaam, kan bevestigd zijn aan het chassis (300). De behuizing (500), in het bijzonder het hoofdlichaam, kan aan het chassis zijn bevestigd door ten minste één (bij voorkeur één) voorziening, zoals een schroef of bout. De behuizing (500), in het bijzonder het hoofdlichaam, kan aan een bovenste lichaam (320) van het chassis (300) zijn bevestigd. De behuizing (500), in het bijzonder het hoofdlichaam, kan aan een voorste vlak (304) van het chassis (300) zijn bevestigd. De behuizing (500) is geconfigureerd om de elektronisch schakelingen en één of meer elektromechanische elementen te beschermen tegen het binnendringen, bijv. blootstelling aan elementen buitenshuis, met name regen en vocht. Voorts kan de behuizing (500) zijn geconfigureerd om het ringslot (10) tegen onderdompelen in water te beschermen; onderdompelen wordt vaak als strategie voor diefstal benut om de elektronica buiten werking te stellen of het ringslot te beletten om GNSS- en/of GPRS-signalen te ontvangen of om GPRS-signalen uit te zenden. De behuizing (500) is bij voorkeur ten minste gedeeltelijk, bij voorkeur in hoofdzaak gemaakt van een polymeer materiaal (bijv. polyethyleen, polypropyleen, polycarbonaat, acrylonitril-butadieen-styreen).
De elektronische schakelingen kunnen één of meer van de volgende omvatten: global positioning satellite (GNSS)-module (420), bluetooth-module (470), RFID-tagleesmodule (460) (RFID = Radio Frequency Identification), bewegingssensormodule (440), capacitieve sensor (455), mobiele (GSM, GPRS) communicatiemodule (410), geluidsomzetter (480), oplaadbare batterij, besturingseenheid (400).
De elektromechanische elementen kunnen één of meer van de volgende omvatten: mechanische contactschakelaar, elektrische bewegingsgenerator, beweegbare borgpen (405).
De behuizing (500) kan hoofdzakelijk worden gevormd door een spuitgietproces. In het bijzonder kan de behuizing (500) worden gevormd door een omspuitproces. Bij omspuiten worden bepaalde onderdelen (bijv. buisvormige uitstulping (514), rij elektrische pinnen (524), kijkvensters (532)) van de behuizing in een gietvorm voor de behuizing geplaatst, en polymeer dat de rest van de behuizing vormt, wordt ingespoten; het resultaat is een behuizing, waarbij aparte onderdelen aan elkaar zijn gehecht en in het behuizingslichaam zijn geïntegreerd. Volgens één aspect kan omspuiten worden gebruikt om het hoofdlichaam (502) van de behuizing (500) te vormen.
Het omspuiten kan worden gebruikt om één of meer afdichtingen in de behuizing (500) in te voegen. In het bijzonder kan het hoofdlichaam (502) van de behuizing (500) zijn voorzien van een omspuiting die een afdichting (530) is rond een rand van het hoofdlichaam (502) die samenwerkt met een rand van het deksel (504). Een verdere omspuiting kan een afdichting (524) zijn die de voering vormt van het cilindrische lumen (522).
In FIG. 15A wordt het hoofdlichaam (502) van de behuizing gevormd door twee omspuitstappen. In een eerste stap worden een rij elektrische pinnen (524), een buisvormige uitstulping (514) en een kijkvenster (532) in een eerste gietvorm geplaatst en polymeer dat de rest van de behuizing vormt, wordt ingespoten om een tussenproduct (niet getoond) te vormen. De rij elektrische pinnen (524) en de buisvormige uitstulping (514) zijn geïsoleerd van het hoofdlichaam (502) afgebeeld in hun uiteindelijke positie en oriëntatie in FIG. 15B. Vervolgens wordt het tussenproduct in een tweede gietvorm geplaatst en worden afdichtingen (530, 524) ingespoten; deze afdichtingen zijn geïsoleerd van het hoofdlichaam (502) getoond in FIG. 15C. Het resultaat van de eerste en tweede gietvorm is het hoofdlichaam (502) dat is afgebeeld in FIG. 15A.
De behuizing (500), in het bijzonder het hoofdlichaam, kan zijn voorzien van een uitsparing die zich uitstrekt in de lege ruimte voor het schuifbaar aangrijpen met een anti- torsie-uitsteeksel dat zich vanuit het chassis uitstrekt. Het anti-torsie-uitsteeksel (332) strekt zich uit vanaf een voorste vlak (304) van het chassis (300). Bij voorkeur strekt het zich uit in een richting die loodrecht staat op een vlak gedeelte van het chassis (300) waarnaar het anti-torsie-uitsteeksel zich uitstrekt. Het anti-torsie-uitsteeksel kan worden gevormd door een rand van het chassis te buigen, bijv. om een hoek van 90°. Het anti- torsie-uitsteeksel kan een in wezen rechthoekig profiel hebben. Het kan een langsas hebben die evenwijdig is met een voorste vlak van (304) van het chassis (300). Het anti- torsie-uitsteeksel dat aangrijpt in de uitsparing voorkomt torderen van de behuizing ten opzichte van het chassis. Het anti-torsie-uitsteeksel (332) aan het chassis (300) is getoond in FIG. 8, 9A, 9B, 10, 10A (detail), 11, 14A, 14B. De uitsparing (512) in het hoofdlichaam (502) van de behuizing (500) is getoond in FIG. 11, 12, 13.
De behuizing (500), in het bijzonder het hoofdlichaam (502), kan zijn voorzien van een zich naar buiten uitstrekkende buisvormige uitstulping (514) waarin de beweegbare borgpen (405) schuifbaar is aangebracht. Het chassis (300) kan zijn voorzien van een anti-ophefuitsteeksel (334) dat zich uitstrekt vanaf het chassis (300). Het anti- ophefuitsteeksel (334) kan zich uitstrekken van een voorste vlak (304) van het chassis (300). Bij voorkeur strekt het zich uit in een richting die loodrecht staat op een vlak gedeelte van het chassis (300) waarnaar het anti-ophefuitsteeksel zich uitstrekt. Het anti- ophefuitsteeksel kan worden gevormd door een rand van het chassis (300) te buigen, bijv. om een hoek van 90°. Het anti-ophefuitsteeksel (334) omvat een opening (335) die is geconfigureerd voor het schuifbaar opnemen van de buisvormige uitstulping (514), gewoonlijk in een axiale richting van de buisvormige uitstulping. De opening (335) in het anti-ophefuitsteeksel (334) kan de vorm van een cirkel hebben. De in het anti- ophefuitsteeksel (334) gevormde opening (335) kan de vorm van een diametraal afgeknotte cirkel hebben, waarbij de afgeknotte randen van de cirkel open zijn.
Als de buisvormige uitstulping (514) eenmaal in aangrijping is met de anti- ophefuitsteekselopening (335), kan het chassis (300) niet worden gescheiden van de behuizing (500, 502) door de behuizing (500) in een richting loodrecht op het voorste vlak
(304) van het chassis (300) te bewegen. Een centrale as van de buisvormige uitstulping (514) kan loodrecht op een langsas van het anti-torsie-uitsteeksel (332) staan. De opstelling maakt het mogelijk om het anti-torsie-uitsteeksel (332) in de uitsparing (512) in te brengen door rotatie van de behuizing (500) om de buisvormige uitstulping (334) als de buisvormige uitstulping (334) aangrijpt in het anti-ophefuitsteeksel (334). Het anti- ophefuitsteeksel (334) aan het chassis (300) is getoond in FIG. 10, 10A, 11, 14A en 14B. Rotatie van het chassis (300) ten opzichte van het hoofdlichaam (502) van de behuizing (500) als de buisvormige uitstulping (514) aangrijpt in het anti-ophefuitsteeksel (334) is getoond in FIG. 14A en 14B.
De zich naar buiten uitstrekkende buisvormige uitstulping (514) is bij voorkeur gevoerd met of gevormd uit een wrijvingsarm materiaal zoals polytetrafluoretheen (PTFE). Het wrijvingsarme materiaal vereenvoudigt radiale compressie van een afdichtring (bijv. O- ring) rond de borgpen (405) om binnendringen te voorkomen of te verminderen. Radiale compressie van een afdichtring kan problematisch zijn omdat grote krachten nodig zijn om de tussen een gecomprimeerde afdichtring en de behuizing bestaande wrijving te overwinnen; ofwel zal de afdichtring de behuizing enkel raken, hetgeen leidt tot een afdichting die onderhevig is aan binnendringen, of er is een sterkere elektrische bewegingsgenerator vereist. Door het wrijvingsarme materiaal te voorzien, kan de afdichtring worden gecomprimeerd om binnendringen te verhinderen en kan een minder sterke bewegingsgenerator worden gebruikt. Waar de zich naar buiten uitstrekkende buisvormige uitstulping is gemaakt van het wrijvingsarme materiaal, kan de behuizing worden gevormd door een omspuitproces, waarbij ten minste de zich naar buiten uitstrekkende buisvormige uitstulping, die is gemaakt van het wrijvingsarme materiaal, in een gietvorm voor de behuizing wordt geplaatst, en polymeer dat de rest van de behuizing vormt, wordt ingespoten; het resultaat is een behuizing, waarbij aparte onderdelen aan elkaar zijn gehecht en in het behuizingslichaam zijn geïntegreerd.
Het ringslot (10) kan voorts een mobiele (GSM, GPRS) communicatiemodule (410) omvatten. De mobiele communicatiemodule is geconfigureerd om instructies te ontvangen om de beweging van de beweegbare borgpen (405) te besturen. De mobiele communicatiemodule (410) kan werkzaam zijn verbonden met een besturingseenheid (400). De mobiele communicatiemodule (410) maakt draadloze besturing van de elektrische bewegingsgenerator mogelijk. De mobiele communicatiemodule kan werkzaam zijn verbonden met een besturingseenheid (400).
Het ringslot (10) kan verder een bluetooth-module (470) omvatten. De bluetooth-module is geconfigureerd om een bluetooth-signaal te ontvangen voor het besturen van de beweging (d.w.z losmaken) van de beweegbare borgpen (405). De bluetooth-module (470) kan werkzaam zijn verbonden met een besturingseenheid (400). Het ringslot (10) kan worden geopend door middel van een met de bluetooth-module (470) gekoppelde smartphone. De bluetooth-module (470) maakt draadloze besturing van de elektrische bewegingsgenerator mogelijk. De bluetooth-module (470) kan werkzaam zijn verbonden met een besturingseenheid (400).
Het ringslot (10) kan verder een RFID-tagleesmodule (460) (RFID = Radio Frequency Identification) omvatten. De RFID-tagleesmodule is geconfigureerd om een RFID-tag te identificeren voor het besturen van de beweging (d.w.z losmaken) van de beweegbare borgpen (405). De RFID-tagleesmodule (460) kan werkzaam zijn verbonden met een besturingseenheid (400). Het ringslot (10) kan worden geopend met behulp van een RFID-sleutel,, bijv. in een kaart geïntegreerd. De RFID-tagleesmodule (460) maakt draadloze besturing van de elektrische bewegingsgenerator mogelijk. De RFID-taglees- module (460) kan werkzaam zijn verbonden met een besturingseenheid (400).
Het ringslot (10) kan verder een GNSS-module (420) (GNSS = Global Navigation Satellite System) omvatten die is geconfigureerd om satellietsignalen (GPS, GLONASS, Galileo of BeiDou) te ontvangen voor het bepalen van een mondiale positie van het ringslot. De GNSS-module (420) kan werkzaam zijn verbonden met de mobiele communicatiemodule voor het zenden van de mondiale positie van het ringslot via een mobiel communicatie- netwerk. De mobiele communicatiemodule (410) kan werkzaam zijn verbonden met een _ besturingseenheid (400). De GNSS-module (420) kan worden geactiveerd door de bewegingssensormodule (440) en de positie van het ringslot (10) kan worden meegedeeld met behulp van de mobiele communicatiemodule (420). De GNSS-module (420) kan werkzaam zijn verbonden met een besturingseenheid (400).
Het ringslot (10) kan verder een bewegingssensormodule (440) omvatten die is geconfigureerd om beweging van het ringslot waar te nemen, in het bijzonder als de ringbout (200) zich in de gesloten positie bevindt. De bewegingssensormodule (440) kan één of meer van de volgende omvatten: een lineaire versnellingsmeter, een hoekversnellingsmeter, een gyroscoopsensor. De lineaire of hoekversnellingsmeter kan een versnellingsmeter met 1, 2, 3 of meer assen zijn. De bewegingssensormodule kan werkzaam zijn verbonden met de mobiele communicatiemodule, voor transmissie van een bewegingsalarm over een mobiel communicatienetwerk. De bewegingssensormodule (440) kan werkzaam zijn verbonden met een besturingseenheid (400). Het ringslot (10) kan verdere het volgende omvatten: een geluidsomzetter (480) die is geconfigureerd om geluid af te geven, in het bijzonder, een geluidsalarm (bijv. luid, hoog, constant of fluctuerend geluid). De geluidsomzetter (480) kan werkzaam zijn verbonden met de bewegingssensormodule (440) om een geluidsalarm af te geven als het ringslot (10) (d.w.z. het vervoermiddel) wordt bewogen terwijl de ringbout (200) zich in de gesloten positie bevindt. De geluidsomzetter (480) kan werkzaam zijn verbonden met een besturingseenheid (400). De geluidsomzetter kan een luidspreker, zoemer, alarmluidspreker zijn. De geluidsomzetter (480) kan werkzaam zijn verbonden met een besturingseenheid (400).
De geluidsomzetter kan zodanig zijn voorzien in de behuizing (500) dat een uitvoerzijde van de geluidsomzetter (bijv. de conus-zijde) aan de omgeving wordt blootgesteld voor directe afgifte van geluid. De uitvoerzijde kan verbonden zijn met één of meer openingen in de behuizing. Volgens één aspect is de behuizing (500), bij voorkeur het hoofdlichaam (502), voorzien van een zich uitwaarts uitstrekkende houder (FIG. 12, 526) met een cilindrisch lumen (522) en is de geluidsomzetter ondersteund binnen het lumen (522). Een afdichting (FIG. 15A, 530) tussen een binnenmuur van het lumen (522) en de geluidsomzetter vermindert of voorkomt binnendringen, bijv. dat vocht, deeltjes en/of vloeistof in de behuizing (500) binnenkomen.
Het ringslot (10) kan verder ten minste één mechanische contactschakelaar (450) omvatten. De mechanische contactschakelaar (450) wordt gedeactiveerd door bewegen van een element, zoals de beweegbare borgpen (405), hefboom (110) of ketting-grendel (180). De mechanische contactschakelaar (450) kan een status van de borgpen (405) aangeven, bijv. in de aangrijppositie of de losmaakpositie. De mechanische contactschakelaar (450) kan een status van de hefboom (110) aangeven, bijv. in de actieve of ingetrokken positie. De mechanische contactschakelaar (450) kan een status van de ketting-grendel (180) aangeven, bijv. in een vergrendelde positie of ontgrendelde positie. De mechanische contactschakelaar (450) kan werkzaam zijn verbonden met een besturingseenheid (400).
De mechanische contactschakelaar kan een tijdelijke contactschakelaar zijn, gewoonlijk open of gewoonlijk gesloten. De mechanische contactschakelaar kan een microschakelaar zijn. De mechanische contactschakelaar kan zich in de behuizing bevinden en is gepositioneerd voor zichtbaarheid wanneer de behuizing wordt geopend. In het bijzonder kan het mechanische contact zijn gepositioneerd voor zichtbaarheid als het deksel van de behuizing wordt verwijderd. De tijdelijke contactschakelaar die is gepositioneerd voor zichtbaarheid (bijv. gemonteerd aan de bovenzijde van een PCB) maakt het voor een montagetechnicus mogelijk om te zien of de borgpen (405) of een bevestigingsstuk (bijv. uitsteeksel) ervan zich aan de juiste zijde van de tijdelijke contactschakelaar bevindt en dit overeenkomstig werkt.
Het ringslot (10) kan een mechanische contactschakelaar (450) omvatten die wordt geactiveerd door bewegen van de beweegbare borgpen (405) en is gepositioneerd voor zichtbaarheid als de behuizing wordt geopend. De beweegbare borgpen (405) kan in de aangrijp- of losmaakpositie kracht uitoefenen op de mechanische contactschakelaar. Volgens één aspect drukt de borgpen (405), of een bevestigingsstuk (bijv. uitsteeksel) ervan, de mechanische contactschakelaar (450) in de aangrijppositie in. Een binair signaal wordt gegenereerd dat (via de mobiele communicatiemodule (410)) kan worden gecommuniceerd aan een op afstand gelegen server en aangeeft dat de ringbout (200) van het vervoermiddel is afgesloten. Als het vervoermiddel wordt gestolen, heeft een verzekeraar dienovereenkomstig toegang tot de gegevens die aangeven of de ringbout (200) op het tijdstip van diefstal gesloten of open was.
Het ringslot (10) kan verder ten minste één capacitieve sensor (455) omvatten. De capacitieve sensor (455) kan worden geactiveerd door bewegen van een element, zoals de ketting-grendel (180), beweegbare borgpen (405), hefboom (110). De capacitieve sensor (455) kan een status aangeven van de ketting-grendel (180), bijv. in een vergrendelde positie of ontgrendelde positie, borgpen (405), bijv. in de aangrijppositie of de losmaakpositie, of hefboom (110), bijv. in de actieve of ingetrokken positie. De capacitieve sensor (455) kan werkzaam zijn verbonden met een besturingseenheid (400).
Volgens één aspect activeert de ketting-grendel (180) in de vergrendelde positie de capacitieve sensor (455). Een signaal wordt gegenereerd dat (via de mobiele communicatiemodule (410)) kan worden gecommuniceerd aan een op afstand gelegen server en aangeeft dat de ketting-grendel (180) is toegepast. Als het vervoermiddel wordt gestolen, heeft een verzekeraar dienovereenkomstig toegang tot de gegevens die aangeven of de ketting-grendel (180) wel of niet was vergrendeld op het tijdstip van de diefstal. Met voordeel kan het capacitieve koppeleffect van de ketting-grendel (180) door een oppervlak passeren; bijgevolg kan de capacitieve sensor (455) in de behuizing worden gemonteerd, waardoor deze wordt beschermd tegen binnendringen, bijv. vocht, deeltjes en/of onderdompelen in water.
Het ringslot (10) kan verder een besturingseenheid (400) omvatten die gewoonlijk een computerprocessor of schakelingen voor het uitvoeren van computerinstructies bevat. De besturingseenheid (400) kan werkzaam zijn verbonden met één of meer van de volgende: mobiele communicatiemodule (410), bewegingsgenerator (430), bluetooth- module (470), geluidsomzetter (480), GNSS-module (420), bewegingssensormodule (440), mechanische contactschakelaar(s) (450), capacitieve sensor(s) (455), RFID- tagleesmodule (460); de processor kan één of meer van de hierin beschreven handelingen met betrekking tot één of meer van de voornoemde modules of delen vereenvoudigen.
De besturingseenheid (400) kan zijn geconfigureerd om een signaal te ontvangen en te verwerken van één of meer van de volgende: mobiele communicatiemodule (410), GNSS- module (420), bewegingssensormodule (440), mechanische contactschakelaar(s) (450), capacitieve sensor(s) (455), RFID -tagleesmodule (460), bluetooth-module (470).
De besturingseenheid (400) kan zijn geconfigureerd om besturingssignalen te verwerken en te zenden aan één of meer van de volgende: mobiele communicatiemodule (410), bewegingsgenerator (430), bluetooth-module (470), geluidsomzetter (480). Een illustratieve opstelling van modules is getoond in FIG. 17.
De besturingseenheid (400) kan worden voorzien als een aparte inrichting of geheel of gedeeltelijk geïntegreerd in één of meer van één of meer van de volgende: mobiele communicatiemodule (410), GNSS-module (420), bewegingssensormodule (440), mechanische contactschakelaar(s) (450), capacitieve sensor(s) (455), RFID- tagleesmodule (460), bluetooth-module (470), bewegingsgenerator (430). De onderdelen kunnen aan een printplaat zijn bevestigd.
Het ringslot (10) kan verder een beschermende afdekking omvatten. De beschermende afdekking dekt de behuizing, de ringbout (200) in de vrijgavepositie en het chassis (300) af.
De kettingbout (180) heeft geen mechanische sleutel of een apart elektromechanisch systeem nodig om de kettingbout (180) te openen.
Hierdoor is het slot niet alleen minder ingewikkeld, maar is er ook minder behoefte aan aparte actuators, waardoor het stroomverbruik lager is bij het openen van de ketting-grendel.
De ketting-grendel wordt vergrendeld aan de ketting-grendel-greep (110) ongeacht of de ringbout (200) zich in de
(open) vrijgavepositie of de gesloten positie bevindt.
Het bewegen van de ringbout (200) van de gesloten positie naar de open positie zorgt ervoor dat de ketting-grendel-greep (100) de ketting-grendel (180) vrijgeeft, waardoor een apart openingsmechanisme voor de kettingbout kan worden vermeden.
Het uitoefenen van een handmatige kracht om de ringbout (200) van de vrijgavepositie naar de gesloten positie te bewegen zorgt eveneens voor een vermindering in complexiteit en stroomverbruik.

Claims (14)

CONCLUSIES (hertypt)
1. Ringslot (10) voor het fixeren van een wiel van een vervoermiddel aan een deel van het frame ervan, omvattende: - een ringbout (200) die beweegbaar is tussen een vrijgavepositie en een gesloten positie, - een ketting-grendel-greep (100) om een beveiligingskabel aan een ketting-grendel (180) te vergrendelen, zodanig geconfigureerd dat - de ketting-grendel-greep (100) in staat is om de ketting-grendel (180) te vergrendelen als de ringbout (200) zich in de vrijgavepositie of de gesloten positie bevindt, en - de ketting-grendel-greep (100) de ketting-grendel (180) vrijgeeft als de ringbout (200) van de gesloten positie naar de vrijgavepositie wordt bewogen, waarbij de ketting-grendel-greep (100) een hefboom (110) omvat welke - door rotatie om een rotatieas (112) tussen een actieve en ingetrokken positie beweegbaar is, - is voorzien van een hefboompal (120) die is geconfigureerd om o vergrendelend aan te grijpen met de ketting-grendel (180) als de hefboom actief is; o zich los te maken van de ketting-grendel als de hefboom is ingetrokken; - is voorzien van een eerste pin (130) en tweede pin (132) die elk zijn geconfigureerd om een kracht op te nemen, waarbij uitoefenen van de kracht op de eerste pin (130) de hefboom (110) naar de actieve positie doet roteren en uitoefenen van de kracht op de tweede pin (132) de hefboom (110) naar de ingetrokken positie doet roteren, waarbij het uitoefenen van de kracht tussen de eerste pin (130) en tweede pin (132) wordt gecontroleerd door bewegen van de ringbout (200), waarbij de ketting-grendel-greep (100) voorts een activeerstaaf (150) omvat die geconfigureerd is om te pendelen tussen: - een eerste positie, waarbij deze de eerste pin (130) raakt en de kracht geeft om de hefboom (110) naar de actieve positie te roteren, en - een tweede positie, waarbij deze de tweede pin (132) raakt en de kracht geeft om de hefboom (110) naar de ingetrokken positie te roteren,
waarbij de activeerstaaf (150) in de eerste positie is voorgespannen door een buigzaam orgaan (152).
2. Ringslot volgens conclusie 1, waarbij de ringbout is voorzien van een ringboutpal (210) die is geconfigureerd om de activeerstaaf (150) van de eerste positie naar de tweede positie te duwen tijdens bewegen van de ringbout (200) van de gesloten positie naar de vrijgavepositie.
3. Ringslot volgens conclusie 2, waarbij de ringboutpal (210): - roteerbaar is bevestigd op een vaste positie aan de ringbout (200), - beweegbaar is tussen een actieve positie en een ingetrokken positie, en voorgespannen is in de actieve positie, - is voorzien van een genokt oppervlak (212), waarbij de in de eerste positie gehandhaafde activeerstaaf (150) de ringboutpal (210) aan het genokte oppervlak (212) raakt en hierdoor de ringboutpal (210) naar de ingetrokken positie beweegt tijdens bewegen van de ringbout (200) van de open naar de gesloten positie.
4. Ringslot volgens een van conclusies 1 tot 3, voorzien van een chassis (300) dat de ringbout (200) en de ketting-grendel-greep (100) ondersteunt, waarbij de hefboom (110) en activeerstaaf (150) elk aan het chassis zijn bevestigd door een omlopende verbinding voor rotatie om hun respectievelijke rotatieassen (112, 134).
5. Ringslot volgens een van conclusies 1 tot 4, waarbij de ringbout (200) is voorzien van een inkeping (204) die is geconfigureerd om aan te grijpen met een beweegbare borgpen (405) met een aangrijppositie die de ringbout (200) in de gesloten positie fixeert en een losmaakpositie die de ringbout (200) vrijgeeft, waarbij de beweegbare borgpen (200) door een elektrische bewegingsgenerator wordt aangestuurd.
6. Ringslot volgens een van conclusies 1 tot 5, voorts omvattende een behuizing (500) die is geconfigureerd om elektronische schakelingen te omgeven en één of meer elektromechanische elementen waaronder de elektrische bewegingsgenerator, waarbij de behuizing (500) door middel van ten minste één voorziening aan het chassis (300) is bevestigd.
7. Ringslot volgens conclusie 6, waarbij de behuizing (500) is voorzien van een uitsparing (512) die zich in een lege ruimte van de behuizing uitstrekt voor het schuifbaar aangrijpen met een anti-torsie-uitsteeksel (332) dat zich uitstrekt van een voorste vlak (304) van het chassis (300), waarbij het in de uitsparing (512) aangrijpende anti-torsie- uitsteeksel (332) torderen van de behuizing (500) ten opzichte van het chassis (300) vermindert of voorkomt.
8. Ringslot volgens conclusie 6 of 7, waarbij - de behuizing (500) is voorzien van een zich naar buiten uitstrekkende buisvormige uitstulping (514) waarin de beweegbare borgpen (405) schuifbaar is aangebracht, en - het chassis (300) kan zijn voorzien van een anti-ophefuitsteeksel (334) dat zich uitstrekt vanaf een voorste vlak (304) van het chassis (300), waarbij een in het anti-ophef- uitsteeksel (334) gevormde opening is geconfigureerd voor het schuifbaar opnemen van de buisvormige uitstulping (514) in een axiale richting van de buisvormige uitstulping (514).
9. Ringslot volgens conclusie 8, waarbij - een centrale as van de buisvormige uitstulping (514) loodrecht staat op een langsas van het anti-torsie-uitsteeksel (332) hetgeen het inbrengen van het anti-torsie-uitsteeksel (332) in de uitsparing (512) toelaat door rotatie van de behuizing (500) om de buisvormige uitstulping (514) als de buisvormige uitstulping (514) aangrijpt in het anti-ophefuitsteeksel (334).
10. Ringslot volgens een van conclusies 4 tot 9, waarbij - het chassis (300) is voorzien van een sleuf (308) met een voorzijde en een tegenovergelegen achterzijde, _ - de activeerstaaf (150) is voorzien van een tong die in vaste verhouding staat met de activeerstaaf (150), en - de activeerstaaf (150) is gepositioneerd aan de voorzijde van de sleuf (308) en de tong kan zijn gepositioneerd aan de achterzijde van de sleuf (308), waardoor deze het chassis (300) flankeert en bewegen van de activeerstaaf (150) in een richting van de rotatieas (134) van de activeerstaaf (150) beperkt.
11. Ringslot volgens een van conclusies 4 tot 10, waarbij de ringbout (200) is voorzien van een hendel (208), voor het handmatig bewegen van de ringbout (200) van de vrijgave- naar de gesloten positie, waarbij de hendel (208%) scharnierend ten opzichte van de ringbout (200) is aangebracht en de hendel (208') beweegbaar is tussen een eerste scharnierpositie en een tweede scharnierpositie,
waarbij: - de scharnierende hendel (208) in de eerste scharnierpositie wordt belet om de ringbout (200) van de vrijgave- naar de gesloten positie te bewegen; en - de scharnierende hendel (208) in de tweede scharnierpositie de ringbout (200) van de vrijgave- naar de gesloten positie kan bewegen.
12. Ringslot volgens conclusie 5, voorts omvattende één of meer van de volgende: een mobiele communicatiemodule (410), een bluetooth-module (470), een RFID- tagleesmodule (460) voor draadloze besturing van de elektrische bewegingsgenerator.
13. Ringslot volgens een van conclusies 1 tot 12, voorts omvattende een GNSS- module (420) die is geconfigureerd om satellietsignalen te ontvangen voor het bepalen van een mondiale positie van het ringslot (10).
14. Ringslot (10) volgens een van conclusies 1 tot 13, voorts omvattende - een bewegingssensormodule (440) die is geconfigureerd om beweging van het fietsslot (10) op te merken als de ringbout (200) zich in de gesloten positie bevindt, en - eventueel een geluidsomzetter (480) die is geconfigureerd om een geluidsalarm af te geven dat wordt geactiveerd door bewegen van de beweging van het fietsslot (10) als de — ringbout (200) zich in de gesloten positie bevindt.
BE20195568A 2019-08-30 2019-08-30 Elektronisch ringslot met afneembare ketting-grendel BE1027178B1 (nl)

Priority Applications (3)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE20195568A BE1027178B1 (nl) 2019-08-30 2019-08-30 Elektronisch ringslot met afneembare ketting-grendel
PCT/EP2020/074111 WO2021038059A1 (en) 2019-08-30 2020-08-28 Electronic frame lock with detachable chain bolt
EP20771214.2A EP4021783A1 (en) 2019-08-30 2020-08-28 Electronic frame lock with detachable chain bolt

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE20195568A BE1027178B1 (nl) 2019-08-30 2019-08-30 Elektronisch ringslot met afneembare ketting-grendel

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE1027178B1 true BE1027178B1 (nl) 2020-10-28

Family

ID=68655217

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE20195568A BE1027178B1 (nl) 2019-08-30 2019-08-30 Elektronisch ringslot met afneembare ketting-grendel

Country Status (3)

Country Link
EP (1) EP4021783A1 (nl)
BE (1) BE1027178B1 (nl)
WO (1) WO2021038059A1 (nl)

Families Citing this family (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
WO2022234147A1 (en) * 2021-05-07 2022-11-10 Speen Situationally aware chain lock system
US12146346B2 (en) 2022-09-23 2024-11-19 Schlage Lock Company Llc Attack-resistant ring lock
US12195999B2 (en) 2022-09-23 2025-01-14 Schlage Lock Company Llc Ring lock with relocking
US12179869B2 (en) 2022-09-23 2024-12-31 Schlage Lock Company Llc Portable lock apparatus
US12252902B2 (en) 2022-09-23 2025-03-18 Schlage Lock Company Llc Portable lock apparatus with status indicator

Citations (7)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP0415499A1 (en) * 1989-08-28 1991-03-06 Batavus B.V. Bicycle ring lock
EP1418302A1 (de) * 2002-11-08 2004-05-12 ABUS August Bremicker Söhne KG Rahmenschloss
EP1834864A1 (en) * 2006-03-16 2007-09-19 Luma Industrias, S.A. Ring lock for bicycles with armouring parts and means for locking the latch bolt of a loop padlock
EP2357123A2 (de) * 2010-02-16 2011-08-17 ABUS August Bremicker Söhne KG Zweirad-Schloss
DE102012102896A1 (de) * 2012-04-03 2013-10-10 T-Investment Ltd. Rahmenschloss
WO2014089919A1 (zh) * 2012-12-10 2014-06-19 Hu Fangxiong 一种具有双锁座的马蹄形锁
WO2019106020A1 (en) * 2017-11-28 2019-06-06 Urban Infrastructure Partner As Bicycle locking system

Family Cites Families (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE102010008055A1 (de) 2010-02-16 2011-08-18 ABUS August Bremicker Söhne KG, 58300 Zweirad-Schloss
DE102015005419A1 (de) 2015-04-29 2016-11-03 haveltec UG (haftungsbeschränkt) Automatisches Zweiradschloss

Patent Citations (7)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP0415499A1 (en) * 1989-08-28 1991-03-06 Batavus B.V. Bicycle ring lock
EP1418302A1 (de) * 2002-11-08 2004-05-12 ABUS August Bremicker Söhne KG Rahmenschloss
EP1834864A1 (en) * 2006-03-16 2007-09-19 Luma Industrias, S.A. Ring lock for bicycles with armouring parts and means for locking the latch bolt of a loop padlock
EP2357123A2 (de) * 2010-02-16 2011-08-17 ABUS August Bremicker Söhne KG Zweirad-Schloss
DE102012102896A1 (de) * 2012-04-03 2013-10-10 T-Investment Ltd. Rahmenschloss
WO2014089919A1 (zh) * 2012-12-10 2014-06-19 Hu Fangxiong 一种具有双锁座的马蹄形锁
WO2019106020A1 (en) * 2017-11-28 2019-06-06 Urban Infrastructure Partner As Bicycle locking system

Also Published As

Publication number Publication date
WO2021038059A1 (en) 2021-03-04
EP4021783A1 (en) 2022-07-06

Similar Documents

Publication Publication Date Title
BE1027178B1 (nl) Elektronisch ringslot met afneembare ketting-grendel
EP3288821B1 (de) Wegfahrsperre für zweiräder
EP2856768B1 (en) Pedal-assisted electric bike
US7059159B2 (en) Security system for cargo trailers
US7437902B2 (en) System and method for detering theft of motorized vehicles
EP1950694B1 (fr) Système de suivi sécurisé de marchandises
US20090256707A1 (en) Device and method to prevent damage to objects mounted on top of automobiles
US20060010944A1 (en) Key system for a motor vehicle
US20220319263A1 (en) Electronic Seal and Location Lock
US20170009508A1 (en) Electrically powered vehicle tailgate operator
US10668869B1 (en) Device having a camera unit and a cover element
EP1926060A2 (fr) Dispositif et procédé de verrouillage de véhicules en libre service
EP3501916A1 (de) Verfahren zum betreiben eines funkbasierten überwachungssystems eines kraftfahrzeugs sowie überwachungssystem und tageinheit für das überwachungssystem
US8441346B2 (en) Vehicle gate ajar notification method
MX2013010881A (es) Dispositivo de enclavamiento de la direccion.
US10696271B1 (en) Locking boot for vehicle wheel
JP2008207795A (ja) 車両盗難防止装置
FR2951431A1 (fr) Dispositif et procede de verrouillage automatique d'une colonne de direction
US5415019A (en) Steering column locking apparatus
US11964628B2 (en) Multi-lock vehicle theft prevention device and system
CN209814162U (zh) 一体式车锁与自行车
EP0646506B1 (fr) Procédé de contrÔle d'un organe antivol de véhicule avec système d'accès par commande à distance, et moyen antivol ainsi constitué
EP1099813B1 (fr) Système d'accès dit "mains libres" pour un véhicule automobile équipé de moyens indicateurs
DE19962072A1 (de) Verfahren und Vorrichtung zur Diebstahlsicherung von Kraftfahrzeugen
US7805966B1 (en) Hand brake lock

Legal Events

Date Code Title Description
FG Patent granted

Effective date: 20201028