BE1027304B1 - Grondanker - Google Patents

Grondanker Download PDF

Info

Publication number
BE1027304B1
BE1027304B1 BE20195334A BE201905334A BE1027304B1 BE 1027304 B1 BE1027304 B1 BE 1027304B1 BE 20195334 A BE20195334 A BE 20195334A BE 201905334 A BE201905334 A BE 201905334A BE 1027304 B1 BE1027304 B1 BE 1027304B1
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
tube
borehole
openings
ground anchor
length
Prior art date
Application number
BE20195334A
Other languages
English (en)
Other versions
BE1027304A1 (nl
Inventor
Eric Leemans
Original Assignee
Geotech Bvba
Algemene Ondernemingen Soetaert
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Geotech Bvba, Algemene Ondernemingen Soetaert filed Critical Geotech Bvba
Priority to BE20195334A priority Critical patent/BE1027304B1/nl
Publication of BE1027304A1 publication Critical patent/BE1027304A1/nl
Application granted granted Critical
Publication of BE1027304B1 publication Critical patent/BE1027304B1/nl

Links

Classifications

    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E02HYDRAULIC ENGINEERING; FOUNDATIONS; SOIL SHIFTING
    • E02DFOUNDATIONS; EXCAVATIONS; EMBANKMENTS; UNDERGROUND OR UNDERWATER STRUCTURES
    • E02D5/00Bulkheads, piles, or other structural elements specially adapted to foundation engineering
    • E02D5/74Means for anchoring structural elements or bulkheads
    • E02D5/80Ground anchors
    • E02D5/808Ground anchors anchored by using exclusively a bonding material
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E02HYDRAULIC ENGINEERING; FOUNDATIONS; SOIL SHIFTING
    • E02DFOUNDATIONS; EXCAVATIONS; EMBANKMENTS; UNDERGROUND OR UNDERWATER STRUCTURES
    • E02D17/00Excavations; Bordering of excavations; Making embankments
    • E02D17/20Securing of slopes or inclines
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E02HYDRAULIC ENGINEERING; FOUNDATIONS; SOIL SHIFTING
    • E02DFOUNDATIONS; EXCAVATIONS; EMBANKMENTS; UNDERGROUND OR UNDERWATER STRUCTURES
    • E02D5/00Bulkheads, piles, or other structural elements specially adapted to foundation engineering
    • E02D5/22Piles
    • E02D5/34Concrete or concrete-like piles cast in position ; Apparatus for making same
    • E02D5/46Concrete or concrete-like piles cast in position ; Apparatus for making same making in situ by forcing bonding agents into gravel fillings or the soil
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E02HYDRAULIC ENGINEERING; FOUNDATIONS; SOIL SHIFTING
    • E02DFOUNDATIONS; EXCAVATIONS; EMBANKMENTS; UNDERGROUND OR UNDERWATER STRUCTURES
    • E02D5/00Bulkheads, piles, or other structural elements specially adapted to foundation engineering
    • E02D5/74Means for anchoring structural elements or bulkheads
    • E02D5/76Anchorings for bulkheads or sections thereof in as much as specially adapted therefor

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Structural Engineering (AREA)
  • Mining & Mineral Resources (AREA)
  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • General Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Paleontology (AREA)
  • Civil Engineering (AREA)
  • General Engineering & Computer Science (AREA)
  • Piles And Underground Anchors (AREA)

Abstract

De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het bevestigen van een grondanker (200) in de bodem (100), omvattende: a. het aanbrengen van het grondanker (200) in een boorgat (110) in de bodem (100), omvattende: ‒ een boorstift (210), en ‒ een buis (220), omvattende een veelheid van openingen (230) voorzien van terugslagkleppen (231) die stevig zijn vastgemaakt daaraan; b. het vullen van een holte (110) in het boorgat (110) met een eerste bevestigingsmateriaal en het gedeeltelijk uitharden ervan; c. het in de buis (220) aanbrengen van een injectie-inrichting (300), omvattende: ‒ een spruitmond (310), en ‒ sectioneringsmiddelen (321, 322) die de spruitmond (310) omgeven; d. het wegsectioneren van een buisgedeelte (221) met behulp van de sectioneringsmiddelen (321, 322); en e. het injecteren van het tweede bevestigingsmateriaal in het buisgedeelte (221) en doorheen een opening (230), zodat het eerste bevestigingsmateriaal gedeeltelijk wordt opgebroken, en het uitharden van het tweede bevestigingsmateriaal.

Description

| BE2019/5334
GRONDANKER Technisch gebied van de uitvinding De onderhavige uitvinding heeft betrekking op grondankers en/of micropalen en meer specifiek op de bevestiging van dergelijke grondankers of micropalen in bodem. Achtergrond van de uitvinding Het gebruik van grondankers voor het verbeteren van de stabiliteit en/of ondersteunende eigenschappen van wanden en gelijkaardige constructies is bekend in het vakgebied. Over het algemeen omvatten dergelijke grondankers een ankerkop die in de bodem wordt geboord en een klamp (bv. een staaf) die de ankerkop en de te bevestigen structuur koppelt. De ankerkop wordt normaal in de grond bevestigd door het boorgat te vullen met mortel. De draagkracht van een dergelijk grondanker houdt kenmerkend verband met de eigenschappen van de bodem, de grootte van de ankerkop en de lengte van het boorgat. Zo vereist, voor een bepaalde bodem, een grotere draagkracht dus een grotere ankerkop en/of moet de ankerkop dieper in de bodem worden geboord. Het vergroten van de grootte van de ankerkop is kenmerkend echter onwenselijk doordat dit de complexiteit en boorkosten, evenals de kosten van het grondanker op zich, verhoogt. Evenzo leidt het dieper boren van de ankerkop tot een verhoogde kostprijs en kan dit vatbaar zijn voor bijkomende complicaties, zoals wettelijke beperkingen. Het Amerikaanse octrooischrift nr. 3.494.134 trachtte de bekende grondankers te verbeteren door het opnemen van middelen voor het afsluiten van bepaalde secties van het boorgat en het alleen injecteren van mortel in die secties waar de bodemeigenschappen beter (bv. minder poreus) zijn; deze benadering houdt echter zijn eigen nadelen in.
Bijvoorbeeld, het alleen injecteren van mortel over gedeelten van het boorgat vermindert de effectieve lengte waarover de draagkracht wordt vergroot.
Daarenboven is de bodemsamenstelling langsheen een bepaalde diepte niet constant, maar varieert van de ene boorlocatie tot de andere.
Daarom vereist het afsluiten van slechte bodemsecties van goede bodemsecties een analyse van de bodem vóór het boren en verder ten minste dat de klamp met de afsluitmiddelen opnieuw wordt ontworpen voor elke afzonderlijke locatie; dit draagt zeer sterk bij tot een verhoogde kostprijs.
Deze nadelen blijken doordat dit type van grondanker momenteel niet algemeen wordt gebruikt.
Er is in het vakgebied dus nog steeds nood aan werkwijzen en systemen voor bevestiging van een grondanker in bodem waarbij sommige of alle vermelde problemen weggewerkt zijn.
Samenvatting van de uitvinding Het is een doelstelling van de onderhavige uitvinding om goede werkwijzen of systemen te verschaffen voor het bevestigen van een grondanker of micropaal in bodem.
Het is een voordeel van uitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding dat een grotere draagkracht kan worden verkregen met dezelfde grootte van ankerkop en lengte van het boorgat of, alternatief, dat dezelfde draagkracht kan worden verkregen met een kleinere ankerkop en/of lengte van het boorgat.
Het is een voordeel van uitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding dat het ontwerp van het grondanker of de micropaal onafhankelijk kan zijn van de specifieke samenstelling van de bodem.
Het is een voordeel van uitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding dat de dichtheid van bodemsecties kan worden verbeterd, waardoor de bevestigingskwaliteiten verbeteren.
De hoger vermelde doelstelling wordt verkregen door werkwijzen en systemen volgens uitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding.
In een eerste aspect heeft de onderhavige uitvinding betrekking op een werkwijze voor bevestiging van een grondanker of micropaal in bodem. De werkwijze omvat: a. het aanbrengen van het grondanker of de micropaal in een boorgat in de bodem, het grondanker of de micropaal omvattende: — een boorstift in een onderste gedeelte van het boorgat, en — een buis die stevig is vastgemaakt aan genoemde boorstift en zich uitstrekt naar een bovenste gedeelte van het boorgat, de buis met een buislengte en omvattende een veelheid van openingen die voorzien zijn van terugslagkleppen, waarbij de openingen ruimtelijk langsheen de buislengte zijn aangebracht; b. het vullen van een holte in het boorgat met een eerste bevestigingsmateriaal en het gedeeltelijk uitharden van het eerste bevestigingsmateriaal, waarbij de holte is gedefinieerd tussen de buis en de bodem;
c. het in de buis aanbrengen van een injectie- inrichting voor het injecteren van een tweede bevestigingsmateriaal, de injectie-inrichting omvattende: — een spruitmond, en — sectioneringsmiddelen voor het omkeerbaar wegsectioneren van een gedeelte van de buis dat de spruitmond omgeeft; d. het wegsectioneren van een buisgedeelte met behulp van de sectioneringsmiddelen, waarbij het buisgedeelte ten minste één van de openingen omvat; en e. het injecteren van het tweede bevestigingsmateriaal in het buisgedeelte en doorheen de ten minste één opening, zodat het eerste bevestigingsmateriaal gedeeltelijk wordt opgebroken, en het uitharden van het tweede bevestigingsmateriaal.
In uitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding, meer specifiek voor gebruik in samenhangende grond, kan verder een derde bevestigingsmateriaal worden geïnjecteerd in het buisgedeelte en doorheen de ten minste één opening, zodat het tweede bevestigingsmateriaal gedeeltelijk wordt opgebroken, en het derde bevestigingsmateriaal wordt uitgehard.
In uitvoeringsvormen kan het eerste bevestigingsmateriaal mortel omvatten en/of kan het tweede bevestigingsmateriaal mortel omvatten en/of kan het derde bevestigingsmateriaal mortel omvatten.
In uitvoeringsvormen kunnen de sectioneringsmiddelen een eerste opblaasbare plug vóór de spruitmond en een tweede opblaasbare plug voorbij de spruitmond omvatten.
In uitvoeringsvormen kan de wegsectionering van een buisgedeelte in stap d het injecteren van lucht of een fluïdum, zoals bijvoorbeeld water of antivries- fluïdum, in de eerste en tweede opblaasbare pluggen 5 omvatten.
In alternatieve uitvoeringsvormen kan de wegsectionering van het buisgedeelte het activeren van afsluitkleppen, bv. onder druk, omvatten.
In uitvoeringsvormen kunnen de terugslagkleppen elastische hulzen omvatten die de openingen afdekken.
In uitvoeringsvormen kan de buis ten minste één indentatie omvatten voor het vastmaken van de ten minste één elastische huls.
In uitvoeringsvormen kan de werkwijze verder omvatten: f. het ongedaan maken van de wegsectionering van het buisgedeelte in stap d, en het herhalen van stappen d en e op een ander buisgedeelte.
In uitvoeringsvormen kan stap f worden herhaald langsheen de buislengte.
In uitvoeringsvormen kan stap e worden uitgevoerd bij een druk die hoog genoeg is om een golving in de bodem te vormen.
In uitvoeringsvormen kan gedeeltelijke uitharding van het eerste bevestigingsmateriaal in stap b het uitvoeren van stap e tussen 2 en 12 uur, bij voorkeur ten minste 4 of 5 uur, met nog een grotere voorkeur ten minste 6 uur, na het vullen van de holte in het boorgat met het eerste bevestigingsmateriaal in stap b omvatten.
In uitvoeringsvormen kan de buis een kunststofmateriaal omvatten.
In een tweede aspect heeft de onderhavige uitvinding betrekking op een systeem voor bevestiging van een grondanker of micropaal in de bodem. Het systeem omvat: i. het grondanker of de micropaal omvattende: — een boorstift, en — en buis die stevig is vastgemaakt aan genoemde boorstift, de buis met een buislengte en omvattende een veelheid van openingen die voorzien zijn van terugslagkleppen, waarbij de openingen langsheen de buislengte zijn aangebracht; en ii. een injectie-inrichting voor het injecteren van een bevestigingsmateriaal doorheen ten minste één opening in de buis, de injectie-inrichting omvattende: — een spruitmond, en — sectioneringsmiddelen voor het omkeerbaar wegsectioneren van een gedeelte van de buis dat de spruitmond omgeeft.
In uitvoeringsvormen kunnen de openingen op een regelmatige afstand langsheen de buislengte worden aangebracht.
In uitvoeringsvormen kunnen de openingen een steek van 20 tot 100 cm, bij voorkeur van 40 tot 60 cm hebben.
In een derde aspect heeft de onderhavige uitvinding betrekking op een grondanker- of micropaalsysteem. Het grondanker- of micropaalsysteem omvat:
i. een boorgat in de bodem, het boorgat omvattende een boorgatlengte; ii. een grondanker of micropaal aangebracht in het boorgat, het grondanker of de micropaal omvattende: — een boorstift in een onderste gedeelte van het boorgat, en — een buis die stevig is vastgemaakt aan genoemde boorstift en zich uitstrekt naar een bovenste gedeelte van het boorgat, de buis met een buislengte en omvattende een veelheid van openingen die voorzien zijn van terugslagkleppen, waarbij de openingen langsheen de buislengte zijn aangebracht; iii. een eerste bevestigingsmateriaal dat een ruimte tussen de buis en de bodem vult langsheen de boorgatlengte, en een tweede bevestigingsmateriaal dat de opbreking en doorvoer doorheen het eerste bevestigingsmateriaal vult en optioneel de buis vult.
In uitvoeringsvormen kan een raakvlak tussen het eerste bevestigingsmateriaal en het tweede bevestigingsmateriaal enerzijds, en de bodem anderzijds, een profiel omvattende ten minste één golving hebben.
Specifieke en voorkeursaspecten van de uitvinding zijn opgenomen in de bijbehorende onafhankelijke en afhankelijke conclusies.
Kenmerken van de afhankelijke conclusies kunnen worden gecombineerd met kenmerken van de onafhankelijke conclusies en met kenmerken van andere afhankelijke conclusies zoals gepast en niet louter zoals expliciet opgenomen in de conclusies.
Hoewel er op dit gebied constante verbetering, verandering en evolutie van apparaten werd verschaft, worden de onderhavige concepten verondersteld substantiële nieuwe en vernieuwende verbeteringen voor te stellen, inclusief afwijkingen van vorige praktijken, wat resulteert in het verschaffen van meer efficiënte, stabiele en betrouwbare inrichtingen van deze aard.
De bovenstaande en andere kenmerken, eigenschappen en voordelen van de onderhavige uitvinding worden duidelijk uit de volgende gedetailleerde beschrijving, samen genomen met de bijbehorende tekeningen, die, bij wijze van voorbeeld, de principes van de uitvinding illustreren. Deze beschrijving wordt uitsluitend gegeven als voorbeeld, zonder de doelstelling van de uitvinding te beperken. De hieronder opgegeven referentiefiguren verwijzen naar de bijgevoegde tekeningen.
Korte beschrijving van de tekeningen FIG. 1 is een schematische voorstelling van een longitudinale sectie van een grondanker- of micropaalsysteem volgens uitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding, gekoppeld aan een wand.
FIG. 2 is een zijaanzicht van een gedeelte van een buis volgens uitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding.
FIG. 3 is een schematische voorstelling die een injectie-inrichting toont in een longitudinale sectie van een buisgedeelte volgens uitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding.
FIG. 4 is een vergroot schematisch overzicht van een uitvoeringsvorm van een terugslagklep.
FIG. 5 illustreert een bodemsonderingsdiagram, met daarop een grondanker uit de voorgaande stand der techniek en een grondanker of micropaal volgens uitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding geplaatst.
In de verschillende figuren verwijzen dezelfde referentietekens naar dezelfde of analoge elementen.
Beschrijving van illustratieve uitvoeringsvormen De onderhavige uitvinding wordt beschreven met betrekking tot specifieke uitvoeringsvormen en met verwijzing naar bepaalde tekeningen, maar de uitvinding is niet beperkt daartoe maar alleen tot de conclusies. De beschreven tekeningen zijn louter schematisch en niet beperkend. In de tekeningen kan de grootte van sommige van de elementen overdreven zijn en niet op schaal zijn getekend voor illustratieve doeleinden. De dimensies en de relatieve dimensies komen niet overeen met werkelijke reducties voor de praktijk van de uitvinding. Verder worden de termen eerste, tweede, derde en dergelijke in de beschrijving en in de conclusies gebruikt om een onderscheid te maken tussen soortgelijke elementen en niet noodzakelijk voor het beschrijven van een reeks, hetzij in tijd, ruimte, rangorde of op enige andere wijze. Het is duidelijk dat de aldus gebruikte termen onder gepaste omstandigheden onderling verwisselbaar zijn en dat de hierin beschreven uitvoeringsvormen van de uitvinding kunnen werken in andere volgorden dan hierin beschreven of geïllustreerd. Bovendien worden de termen bovenkant, onderkant, boven, onder en dergelijke in de beschrijving en de conclusies gebruikt voor descriptieve doeleinden en niet noodzakelijk voor het beschrijven van relatieve posities. Het is duidelijk dat de aldus gebruikte termen onder gepaste omstandigheden onderling verwisselbaar zijn met hun antoniemen en dat de hierin beschreven uitvoeringsvormen van de uitvinding kunnen werken in andere oriëntaties dan hierin beschreven of geïllustreerd.
Het dient vermeld dat de term ‘omvattende’, gebruikt in de conclusies, niet mag worden geïnterpreteerd als zijnde beperkt tot de daarna opgesomde middelen; het sluit geen andere elementen of stappen uit. Het moet dus worden geïnterpreteerd als specificerend voor de aanwezigheid van de vermelde kenmerken, gehele getallen, stappen of componenten waarnaar wordt verwezen, maar sluit de aanwezigheid of toevoeging van een of meer andere kenmerken, gehele getallen, stappen of componenten, of groepen daarvan, niet uit. De bedoeling van de uitdrukking ‘een apparaat omvattende middelen A en B’ mag dus niet worden beperkt tot apparaten die alleen bestaan uit componenten A en B. Dit betekent dat met betrekking tot de onderhavige uitvinding de enige relevante componenten van het apparaat A en B zijn.
Evenzo dient vermeld dat de term ‘gekoppeld’, ook gebruikt in de conclusies, niet dient te worden geïnterpreteerd als zijnde uitsluitend beperkt tot rechtstreekse verbindingen. De termen ‘gekoppeld’ en ‘verbonden’, samen met hun afleidingen, kunnen worden gebruikt. Het dient vermeld dat deze termen niet zijn bedoeld als synoniemen voor elkaar. De bedoeling van de uitdrukking ‘een apparaat A gekoppeld aan een apparaat B’ dient dus niet te worden beperkt tot apparaten of systemen waarbij een uitgang van apparaat A rechtstreeks is verbonden met een ingang van apparaat B. Het betekent dat er een route bestaat tussen een uitgang van A en een ingang van B die een route kan zijn die andere apparaten of middelen omvat. ‘Gekoppeld’ kan betekenen dat twee of meer elementen ofwel in rechtstreeks fysiek of elektrisch contact zijn, ofwel dat twee of meer elementen niet in rechtstreeks in contact zijn met elkaar maar nog steeds samenwerken of een interactie aangaan met elkaar.
Verwijzing doorheen deze specificatie naar ‘een bepaalde uitvoeringsvorm’ of ‘een uitvoeringsvorm’ betekent dat een specifieke eigenschap, structuur of kenmerk beschreven met betrekking tot de uitvoeringsvorm is opgenomen in ten minste een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding. De opnamen van de uitdrukkingen ‘in een bepaalde uitvoeringsvorm’ of ‘in een uitvoeringsvorm’ op diverse plaatsen doorheen deze specificatie verwijzen niet noodzakelijk allemaal naar dezelfde uitvoeringsvorm, maar kunnen dat wel. Verder kunnen de specifieke eigenschappen, structuren of kenmerken op elke geschikte manier worden gecombineerd, zoals uit deze openbaring duidelijk is voor eenieder die is onderlegd in het vakgebied, in een of meer uitvoeringsvormen.
Evenzo dient het duidelijk te zijn dat in de beschrijving van kenschetsende uitvoeringsvormen van de uitvinding diverse kenmerken van de uitvinding soms samen worden gegroepeerd in een enkele uitvoeringsvorm, figuur, of beschrijving daarvan voor het stroomlijnen van de openbaring en helpen bij het verkrijgen van inzicht in een of meer van de diverse aspecten van de uitvinding. Deze openbaringsmethode mag echter niet worden geïnterpreteerd als zijnde een intentie dat de geclaimde uitvinding meer kenmerken vereist dan expliciet vermeld in elke conclusie. In de plaats daarvan liggen, zoals blijkt uit de volgende conclusies, de inventieve aspecten in minder dan alle kenmerken van een enkele daarvoor geopenbaarde uitvoeringsvorm. De conclusies die volgen op de gedetailleerde beschrijving zijn hierdoor dus expliciet opgenomen in deze gedetailleerde beschrijving, waarbij elke conclusie op zichzelf staat als een afzonderlijke uitvoeringsvorm van deze uitvinding.
Verder zijn, hoewel enkele hierin beschreven uitvoeringsvormen sommige maar geen andere eigenschappen die zijn opgenomen in andere uitvoeringsvormen omvatten, combinaties van eigenschappen van verschillende uitvoeringsvormen bedoeld om binnen de doelstelling van de uitvinding te liggen, en verschillende uitvoeringsvormen te vormen, zoals duidelijk is voor de ervaren deskundige. Bijvoorbeeld, in de volgende conclusies kan elke van de geclaimde uitvoeringsvormen in elke combinatie worden gebruikt.
In de hierin verschafte beschrijving zijn diverse specifieke details opgenomen. Het is echter duidelijk dat uitvoeringsvormen van de uitvinding in praktijk kunnen worden gebracht zonder deze specifieke details. In andere instanties werden bekende werkwijzen, structuren en technieken niet in detail weergegeven om de duidelijkheid van deze beschrijving niet in gevaar te brengen.
In de context van de onderhavige uitvinding verwijst grondanker naar een inrichting die ontworpen is voor het ondersteunen van structuren. Een grondanker is een diep funderingselement dat, bijvoorbeeld, wordt gebruikt in geotechnische en constructietoepassingen.
Een specifiek type van grondanker is een micropaal, die een grondanker is met een beperkte diameter, kenmerkend kleiner dan 300 mm.
Waar in de gedetailleerde beschrijving en in de conclusies wordt gerefereerd aan een grondanker in het algemeen, is deze terminologie bedoeld om ook de specifieke implementatie van een micropaal te dekken.
De uitvinding wordt nu beschreven door een gedetailleerde beschrijving van diverse uitvoeringsvormen van de uitvinding, met verwijzing naar FIG. 1, FIG. 2 en FIG. 3. Het is duidelijk dat andere uitvoeringsvormen van de uitvinding kunnen worden geconfigureerd overeenkomstig de kennis van de ervaren deskundige zonder af te wijken van de werkelijke technische omschrijving van de uitvinding, waarbij de uitvinding uitsluitend beperkt is door de termen van de bijgevoegde conclusies.
In een eerste aspect heeft de onderhavige uitvinding betrekking op een werkwijze voor het bevestigen van een grondanker 200 in de bodem 100. De werkwijze omvat: a. het aanbrengen van het grondanker 200 in een boorgat 110 met boorgatlengte lpt in de bodem 100, het grondanker 200 omvattende: — een boorstift 210 in een onderste gedeelte van het boorgat 110, en — een buis 220 die stevig is vastgemaakt aan genoemde boorstift 210 en zich uitstrekt naar een bovenste gedeelte van het boorgat 110, de buis 220 met een buislengte lt en omvattende een veelheid van openingen 230 die voorzien zijn van terugslagkleppen
231, waarbij de openingen 230 langsheen de buislengte lt zijn aangebracht; b. het vullen van een holte 120 in het boorgat 110 met een eerste bevestigingsmateriaal en het gedeeltelijk uitharden van het eerste bevestigingsmateriaal, waarbij de holte 110 is gedefinieerd tussen de buis 220 en de bodem 100; c. het in de buis 220 aanbrengen van een injectie-inrichting 300 voor het injecteren van een tweede bevestigingsmateriaal, de injectie-inrichting omvattende: — een spruitmond 310, en — sectioneringsmiddelen 321, 322 voor het omkeerbaar wegsectioneren van een gedeelte 221 van de buis 220 dat de spruitmond 310 omgeeft; d. het wegsectioneren van een buisgedeelte met behulp van de sectioneringsmiddelen 321, 322, waarbij het buisgedeelte 221 ten minste één van de openingen 230 omvat; en e. het injecteren van het tweede bevestigingsmateriaal in het buisgedeelte 221 en doorheen de ten minste één opening 230, zodat het eerste bevestigingsmateriaal gedeeltelijk wordt opgebroken, en het uitharden van het tweede bevestigingsmateriaal.
Niettegenstaande de bodemsamenstelling een rol speelt in de draagkracht die kan worden verkregen met het grondanker, werken uitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding kenmerkend met elk type van bodem waarin de boorstift kan worden geboord. De bodem kan kenmerkend een veelheid van lagen van verschillende samenstelling omvatten. De bodem kan op voordelige wijze klei (bv. Boomse klei of Ieperse klei) omvatten, waarin het gewoonlijk moeilijk is om een goede bevestiging van de bekende grondankers te verkrijgen.
Het boorgat 110 (d.w.z. een gat in de bodem) is kenmerkend aangebracht onder een hoek œ, bv. een hoek tussen 0° en 70°, ten opzichte van het oppervlak loodrecht op de bodem 100. De hoek ox wordt kenmerkend gekozen in functie van de bodemsamenstelling. Een micropaal kan kenmerkend nagenoeg verticaal, bv. verticaal of dus onder een hoek van 0°, in de bodem worden ingebracht.
Het grondanker kan kenmerkend een totale lengte van tot 40 m, zoals tot 30 m, hebben. De boorstift 210 kan kenmerkend een lengte van 20 cm tot 1 m hebben. Het grondanker kan kenmerkend worden gebruikt voor het stabiliseren en/of ondersteunen van een constructie, zoals een wand 500.
De boorstift 210 kan kenmerkend een diameter van 20 cm tot 50 cm, bij voorkeur 20 cm tot 36 cm, hebben. De boorstift 210 kan, bijvoorbeeld, bestaan uit een metaalachtig materiaal. Het aanbrengen van de boorstift 210 in het boorgat 110 kan kenmerkend het rechtstreeks boren van de boorstift 210 in de bodem 100 omvatten. In andere uitvoeringsvormen kan het boorgat 110 eerst worden gevormd in de bodem 100 en kan de boorstift 210 vervolgens daarin worden geïntroduceerd.
De boorstift 210 kan één of meer openingen (niet geïllustreerd) omvatten voor het injecteren van het eerste en/of tweede bevestigingsmateriaal in het boorgat 110. Deze openingen kunnen voorzien zijn van terugslagkleppen.
Bij het stabiliseren en/of ondersteunen van een constructie, zoals een wand 500, door het grondanker
200, wordt de buis 220 kenmerkend aan genoemde constructie gekoppeld. De buis 220 wordt stevig vastgemaakt aan de boorstift 210 zodat de boorstift 210 en de buis 220 niet kunnen worden losgekoppeld onder de normale draagkrachten die daarop worden uitgeoefend, zoals de trekkrachten van de structuur op het grondanker
200. In uitvoeringsvormen kan de buis 220 bijvoorbeeld uit sterk materiaal, zoals metaalmateriaal, bijvoorbeeld staal, of een kunststofmateriaal, bv. een versterkt kunststofmateriaal, bijvoorbeeld een met vezel versterkt kunststofmateriaal, bestaan of dit omvatten. In sommige uitvoeringsvormen kunnen een of meer steunstructuren (bv. metalen strengen, niet geïllustreerd) worden verschaft in of rond de buis 220 en kunnen deze worden gekoppeld aan de boorstift 210. Dergelijke steunstructuren kunnen op voordelige wijze helpen bij het dragen en/of overbrengen van de krachten die worden uitgeoefend op het grondanker 200. De buis 220 omvat openingen 230 voor het injecteren van het tweede bevestigingsmateriaal, en optioneel het eerste bevestigingsmateriaal, in het boorgat 110. Openingen 230 zijn geïllustreerd in FIG. 1, FIG. 3 en FIG. 4, en in een vergrote weergave in FIG. 2. In uitvoeringsvormen kunnen de openingen 230 op regelmatige afstand langsheen de buislengte lt worden aangebracht, zoals bijvoorbeeld geïllustreerd in FIG. 1. In uitvoeringsvormen hebben de openingen 230 een steek van 20 tot 100 cm, bij voorkeur 40 tot 60 cm, zoals 50 cm. Een veelheid van openingen 230 kan een reeks openingen vormen, waarbij elke opening 230 in de reeks zich binnen 5 cm van een andere opening 230 in de reeks bevindt, en de reeksen openingen langsheen de buislengte le kunnen worden aangebracht. Een dergelijke reeks openingen kan bijvoorbeeld twee tot vier openingen hebben die rond de omtrek van de buis 220 zijn aangebracht (bv. twee openingen 230 op tegenoverliggende zijden van de buis 220, of vier openingen 230 onder een hoek van ongeveer 90° ten opzichte van elkaar rond de omtrek van de buis 220). Twee openingen 230 zijn weergegeven in FIG. 2, bv. een deel van een reeks van vier openingen 230, aangebracht onder een hoek van ongeveer 90° ertussen.
De openingen 230 zijn voorzien van terugslagkleppen 231 die het eerste en/of tweede bevestigingsmateriaal in staat stellen uit de buis 220 te worden gedreven terwijl binnendringen van materialen van buiten de buis 220 (bv. eerste of tweede bevestigingsmateriaal, bodem of grondwater) in de buis 220 wordt voorkomen. Eén bepaalde uitvoeringsvorm van een terugslagklep is meer in detail geïllustreerd in FIG. 4. In uitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding kunnen de terugslagkleppen 231 elastische hulzen 232 omvatten die de openingen 230 afdekken. De elastische hulzen 232 kunnen een rubbermateriaal, een versterkt kunststofmateriaal zoals, bijvoorbeeld, PE- folie, en/of een door warmte krimpend materiaal omvatten. Eén elastische huls 232 kan een veelheid van openingen, zoals bijvoorbeeld een reeks openingen, afdekken. In uitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding kan de buis 220 ten minste één indentatie 233 omvatten voor het vastmaken van de ten minste één elastische huls 232. De indentatie 233 is kenmerkend van dien aard dat ten minste één uiteinde van een elastische huls 232 zich vastgrijpt aan een rand van de indentatie
233, waardoor wordt voorkomen dat de elastische huls 232 langsheen de buislengte 220 glijdt en de opening 230 vrijmaakt. De elastische huls 232 kan verder worden vastgemaakt door middel van een band (niet geïllustreerd), bv. een aluminiumband, rond ten minste één gedeelte van de elastische huls 232. De band kan worden aangebracht rond het centrale gedeelte van de elastische huls 232 en kan de elastische huls 232 op zijn plaats helpen houden. Alternatief kan, in de plaats van gebruik te maken van bevestigingsmiddelen zoals een band, de elastische huls 232 op zijn plaats worden gehouden door deze aan te wenden als een door warmte krimpbare inrichting, bijvoorbeeld vervaardigd uit PE.
Door het injecteren van het tweede bevestigingsmateriaal, doorheen de tweede bevestigingsmateriaal-toevoerlijn 311 en de spruitmond 310, in het buisgedeelte 221, bouwt de druk in het buisgedeelte 221 op tot de elastische huls 232 opent aan een extremiteit ervan. Het tweede bevestigingsmateriaal kan vervolgens worden uitgedreven doorheen de opening 230 in de ruimte binnenin het boorgat 110, die gevuld is met het gedeeltelijk uitgeharde eerste bevestigingsmateriaal. Het eerste bevestigingsmateriaal wordt zodoende opgebroken en er wordt een golving 400 in de bodem 100 gecreëerd door de uitdrijfdruk.
In uitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding kan het eerste bevestigingsmateriaal mortel omvatten en/of kan het tweede bevestigingsmateriaal mortel omvatten. Het eerste en tweede bevestigingsmateriaal kan uit hetzelfde materiaal, bv. mortel, bestaan.
In uitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding kan het vullen van een holte 120 in het boorgat 110 met een eerste bevestigingsmateriaal gelijktijdig met het vormen van het boorgat 110 worden uitgevoerd. Het boren van een boorgat 110, zoals het rechtstreeks boren van de boorstift 210, en het gelijktijdig vullen van de holte 120 die wordt gevormd, ondersteunt het boorgat 110 op voordelige wijze om inklappen te voorkomen. Dit is vooral het geval als de holte 120 wordt gevuld terwijl het boren wordt uitgevoerd met het eerste bevestigingsmateriaal in de plaats van boren met, bijvoorbeeld, water en later het vullen van het boorgat met het eerste bevestigingsmateriaal. Water heeft kenmerkend een lagere dichtheid dan het eerste bevestigingsmateriaal en verschaft zodoende minder steun aan het boorgat 110. Bovendien worden, bij het boren met het eerste bevestigingsmateriaal, poriën en barsten in de bodem 100 op voordelige wijze onmiddellijk gevuld met het eerste bevestigingsmateriaal, wat de bevestigingskwaliteiten van de bodem verbetert. Nog verder kan de rand van het boorgat 110 rechter worden wanneer wordt geboord met het eerste bevestigingsmateriaal in vergelijking met wanneer wordt geboord met water.
Het gedeeltelijk uitharden (d.w.z. gedeeltelijke verharding) van het eerste bevestigingsmateriaal resulteert kenmerkend in krimpen van het eerste bevestigingsmateriaal, met de vorming van barsten daarin tot gevolg. Dit krimpen vergemakkelijkt op voordelige wijze het breken van het eerste bevestigingsmateriaal door het tweede bevestigingsmateriaal in volgende stap e. In uitvoeringsvormen kan gedeeltelijke uitharding van het eerste bevestigingsmateriaal in stap b het uitvoeren van stap e ten minste 2 uur, bij voorkeur ten minste 4 of 5 uur, met nog een grotere voorkeur ten minste 6 uur, na het vullen van de holte 120 in het boorgat 110 met het eerste bevestigingsmateriaal in stap b omvatten.
Er werd verrassend vastgesteld dat, volgens uitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding, stap b van het vullen van de holte 120 tussen de buis 220 en de bodem 100 met een eerste bevestigingsmateriaal en het gedeeltelijk uitharden van het eerste bevestigingsmateriaal, een situatie creëert waarin de uitdrijfdruk (d.w.z. injectie uit een opening 230) van het tweede bevestigingsmateriaal in stap e meer direct wordt overgedragen op de bodem 100. Wanneer de holte 120 leeg is kan het tweede bevestigingsmateriaal immers vrij in de holte 120 stromen en wordt de uitdrijfdruk verspreid. Door het vullen van de holte 120 met gedeeltelijk uitgehard eerste bevestigingsmateriaal wordt het tweede bevestigingsmateriaal gedwongen om in de onmiddellijke nabijheid van de injectieopening 230 te blijven en, na het opbreken van het eerste bevestigingsmateriaal in genoemde nabijheid, wordt de uitdrijfdruk vollediger overgedragen op de bodem 100.
Deze verhoogde druk op de bodem 100 maakt op voordelige wijze een penetratie van de bevestigingsmaterialen in de bodem (d.w.z. vorming van een hybridezone van bodem en bevestigingsmateriaal), of de vorming van een golving 400 (d.w.z. een depressie) in de bodem 100, mogelijk.
Zowel de penetratie van bevestigingsmateriaal in de bodem 100 als de vorming van een of meer golvingen 400 verhogen het contactgebied met de bodem 100 (bv. met factor 1,5 of meer) en verhogen de effectieve lengte waarover de draagkracht wordt verhoogd.
In voorkeursuitvoeringsvormen kan stap e worden uitgevoerd bij een druk die hoog genoeg is om op een effectieve manier een golving 400 in de bodem 100 te vormen.
Verder kan, als de bodem 100 (of bodemlaag) poreus is, de druk op voordelige wijze de bodem 100 verdichten en zodoende de bevestigingskwaliteiten van de bodem 100 verhogen.
Met andere woorden: de kwaliteit van slechte bodem wordt vanzelfsprekend op voordelige wijze verbeterd tijdens het uitvoeren van de werkwijze volgens uitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding.
Teneinde een hoge uitdrijfdruk uit de opening(en) 230 mogelijk te maken (stap e), wordt een gedeelte 221 van de buis 220 eerst omkeerbaar weggesectioneerd in stap d met behulp van de sectioneringsmiddelen 321, 322 van de injectie- inrichting 300. Zo wordt de injectie van het tweede bevestigingsmateriaal in de buis 220 doorheen de spruitmond 310 beperkt tot het weggesectioneerde buisgedeelte 221, waardoor de resulterende uitdrijfdruk doorheen de opening(en) 230 verhoogt.
De injectie- inrichting 300 kan verder een materiaaltoevoerlijn 311 omvatten voor het aanvoeren van tweede bevestigingsmateriaal, verbonden met de spruitmond 310. In uitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding kunnen de sectioneringsmiddelen een eerste opblaasbare plug 321 vóór de spruitmond 310 en een tweede opblaasbare plug 322 voorbij de spruitmond 310 omvatten.
In uitvoeringsvormen kan de wegsectionering van een buisgedeelte 221 in stap d het injecteren van een fluïdum (bv. lucht) in de eerste en tweede opblaasbare pluggen 321, 322 omvatten. De injectie-inrichting 300 kan verder een fluïdumtoevoerlijn 323 omvatten die verbonden is met de eerste en/of tweede opblaasbare pluggen 321, 322.
Het uitharden (d.w.z. verharden) van het tweede bevestigingsmateriaal kan het laten uitharden van het tweede bevestigingsmateriaal gedurende een periode van ten minste 1 dag na de laatste injectie, bij voorkeur ten minste 7 dagen na de laatste injectie, bij voorkeur ten minste 10, met een nog grotere voorkeur ten minste dagen in samenhangende bodems omvatten.
In uitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding kan de werkwijze verder omvatten: f. het ongedaan maken van de wegsectionering 15 van het buisgedeelte 221 in stap d, en het herhalen van stappen d en e op een ander buisgedeelte.
Stap £f kan worden herhaald langsheen de buislengte lt, kenmerkend te beginnen aan de onderkant van de buis 220 en bewegende naar het oppervlak toe.
Stap £ wordt kenmerkend uitgevoerd voordat het uitharden van het tweede bevestigingsmateriaal in stap e volledig is voltooid. In uitvoeringsvormen waarin de sectioneringsmiddelen opblaasbare pluggen 321, 322 omvatten, kan het ongedaan maken van de wegsectionering het laten leeglopen van de opblaasbare pluggen omvatten. In uitvoeringsvormen kan stap £ worden herhaald langsheen de buislengte lt. Stap £ maakt, in het bijzonder wanneer herhaald langsheen de buislengte, op voordelige wijze de voordelen van penetratie van de bevestigingsmaterialen, vorming van een golving 400 en/of verdichting van de bodem over de buislengte lt mogelijk.
Het dient vermeld dat stap f ook het herhalen van stappen d en e op een buisgedeelte waar stappen d en e reeds eerder werden uitgevoerd kan omvatten. De herinjectie van tweede bevestigings- of de injectie van derde bevestigingsmateriaal in een vorig buisgedeelte drijft op voordelige wijze bevestigingsmateriaal verder uit en vergroot zodoende de penetratie van de bevestigingsmaterialen, de vorming van een golving en/of verdichting van de bodem. Deze herinjectie of injectie van derde bevestigingsmateriaal kan kenmerkend worden uitgevoerd tot 4 of 5 dagen na de initiële injectie.
In uitvoeringsvormen kan elk kenmerk van het eerste aspect en zijn uitvoeringsvormen zoals overeenkomstig beschreven onafhankelijk worden geïmplementeerd voor het tweede of derde aspect en hun uitvoeringsvormen, zonder opnieuw te worden herhaald.
In een tweede aspect heeft de onderhavige uitvinding betrekking op een systeem voor het bevestigen van een grondanker 200 in bodem 100. Het systeem omvat: i. het grondanker 200 omvattende: — een boorstift 210, en — een buis 220 die stevig is vastgemaakt aan genoemde boorstift 210, de buis 220 met een buislengte le en omvattende een veelheid van openingen 230 die voorzien zijn van terugslagkleppen 231, waarbij de openingen 230 ruimtelijk langsheen de buislengte lt zijn aangebracht; en ii. een injectie-inrichting 300 voor het injecteren van een bevestigingsmateriaal doorheen ten minste één opening 230 in de buis 220, de injectie- inrichting 300 omvattende: — een spruitmond 310, en
— sectioneringsmiddelen 321, 322 voor het omkeerbaar wegsectioneren van een gedeelte 221 van de buis 220 dat de spruitmond 310 omgeeft.
Het bevestigingsmateriaal in het tweede aspect komt kenmerkend overeen met het tweede bevestigingsmateriaal in het eerste of derde aspect.
In uitvoeringsvormen kunnen de openingen 230 op regelmatige afstand langsheen de buislengte lt worden aangebracht, bv. ze kunnen worden aangebracht in een regelmatig patroon dat de volledige buislengte lt nagenoeg bedekt. Een ruimtelijke afstand van de openingen 230 over de volledige buislengte lt maakt op voordelige wijze de voordelen van penetratie van de bevestigingsmaterialen, vorming van een golving en/of verdichting van de bodem over de buislengte mogelijk; zonder secties van de bodem ondermatig te gebruiken. In uitvoeringsvormen kunnen de openingen een steek van 20 tot 100 cm, bij voorkeur 40 tot 60 cm hebben.
In uitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding kan elk kenmerk van het tweede aspect en zijn uitvoeringsvormen onafhankelijk zijn zoals overeenkomstig beschreven voor het eerste of derde aspect en hun uitvoeringsvormen.
In een derde aspect heeft de onderhavige uitvinding betrekking op een grondankersysteem, omvattende: i. een boorgat 110 in bodem 100, het boorgat 110 omvattende een boorgatlengte 1p; ii. een grondanker 200 aangebracht in het boorgat 110, het grondanker 200 omvattende: — een boorstift 210 in een onderste gedeelte van het boorgat 110, en
— een buis 220 die stevig is vastgemaakt aan genoemde boorstift 210 en zich uitstrekt naar een bovenste gedeelte van het boorgat 110, de buis 220 met een buislengte 1: en omvattende een veelheid van openingen 230 die voorzien zijn van terugslagkleppen 231, waarbij de openingen 230 ruimtelijk langsheen de buislengte lt zijn aangebracht; iii. een eerste bevestigingsmateriaal dat een ruimte tussen de buis 220 en de bodem 100 vult langsheen de boorgatlengte lr, en een tweede bevestigingsmateriaal dat de opbreking en doorvoer doorheen het eerste bevestigingsmateriaal vult en optioneel de buis 220 vult.
De ruimte tussen de buis 220 en de bodem 100 kan bijvoorbeeld overeenkomen met de holte 120 in het eerste aspect, of met een gedeelte daarvan.
In uitvoeringsvormen kan een raakvlak tussen het eerste bevestigingsmateriaal en het tweede bevestigingsmateriaal enerzijds, en de bodem 100 anderzijds, een profiel omvattende ten minste één golving 400 hebben. Het profiel kan bijvoorbeeld het raakvlak zijn zoals gezien in een longitudinale sectie van het grondankersysteem.
In uitvoeringsvormen kan elk kenmerk van het derde aspect en zijn uitvoeringsvormen onafhankelijk zijn zoals overeenkomstig beschreven voor het eerste of tweede aspect en hun uitvoeringsvormen.
FIG. 5 toont een diagram 400 dat de resultaten illustreert van conusweerstand Ce tijdens een bodemboortest over een diepte van de bodem tot 30 m. Men kan zien dat tot een diepte van 10 m de bodem niet goed genoeg is om een anker in aan te brengen. Daarom zal de werkelijke verankering alleen plaatsvinden onder die diepte, In het diagram worden twee types van geteste verticale grondankers vergeleken: een verticaal grondanker 410 uit de voorgaande stand der techniek, en een grondanker 411 volgens uitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding. Beide grondankers 410, 411 hadden een vrij of niet-verankerend bovengedeelte 420, 421 met een lengte die ten minste gelijk is aan de bodem van lage kwaliteit, in het onderhavige voorbeeld een lengte van 10 m. Voor beide ankers had de buis die werd gebruikt om het anker te maken een diameter van 300 mm.
Onder het niet-verankerende bovengedeelte 420 had het grondanker 410 uit de voorgaande stand der techniek een verankeringsgedeelte of boorvoet 430 met een lengte van 16 m. Deze boorvoet 430 werd vervaardigd door het injecteren van eerste bevestigingsmateriaal, in het geïllustreerde voorbeeld cementmortel, en uitharding ervan. Onder het niet-verankerende bovengedeelte 421 had het grondanker 411 volgens uitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding een verankeringsgedeelte of boorvoet 431 met een lengte van 12 m. Deze boorvoet 431 werd vervaardigd door het injecteren van eerste bevestigingsmateriaal, in het geïllustreerde voorbeeld cementmortel, het gedeeltelijk uitharden ervan, en vervolgens het injecteren van het tweede bevestigingsmateriaal, in het geïllustreerde voorbeeld ook cementmortel, dat doorheen 23 spruitmonden werd geperst die nagenoeg op gelijke afstand verspreid waren over de lengte van een buis die het verankeringsgedeelte 431 verschaft.
Het werd berekend dat het grondanker 400 uit de voorgaande stand der techniek een kracht van 1425 kN zou verschaffen, terwijl het grondanker 411 een gelijkaardige kracht van 1350 kN zou verschaffen.
Men kan dus zien dat een grondanker 411 volgens uitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding, ondanks het feit dat dit substantieel korter is, nagenoeg dezelfde kracht kan verschaffen.
Men kan dus zien dat het grondanker volgens uitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding sterker is voor dezelfde lengte, maar toch korter kan worden gemaakt met eenzelfde diameter om eenzelfde kracht te verschaffen.
Het dient vermeld dat hoewel voorkeursuitvoeringsvormen, specifieke constructies en configuraties, evenals materialen die hierin werden besproken voor apparaten volgens de onderhavige uitvinding, er diverse veranderingen of modificaties in vorm en detail kunnen worden aangebracht zonder af te wijken van de doelstelling en technische omschrijvingen van deze uitvinding.

Claims (16)

CONCLUSIES
1.- Werkwijze voor het bevestigen van een grondanker (200) in bodem (100), omvattende: a. het aanbrengen van het grondanker (200) in een boorgat (110) in de bodem (100), het grondanker (200) omvattende: — een boorstift (210) in een onderste gedeelte van het boorgat (110), en — een buis (220) die stevig is vastgemaakt aan genoemde boorstift (210) en zich uitstrekt naar een bovenste gedeelte van het boorgat (110), de buis (220) met een buislengte (lt) en omvattende een veelheid van openingen (230) die voorzien zijn van terugslagkleppen (231), waarbij de openingen (230) ruimtelijk langsheen de buislengte (lt) zijn aangebracht; b. het vullen van een holte (120) in het boorgat (110) met een eerste bevestigingsmateriaal en het gedeeltelijk uitharden van het eerste bevestigingsmateriaal, waarbij de holte (110) is gedefinieerd tussen de buis (220) en de bodem (100); c. het in de buis (220) aanbrengen van een injectie-inrichting (300) voor het injecteren van een tweede bevestigingsmateriaal, de injectie- inrichting (300) omvattende: — een spruitmond (310), en — sectioneringsmiddelen (321, 322) voor het omkeerbaar wegsectioneren van een gedeelte (221) van de buis (221) dat de spruitmond (310) omgeeft; d. het wegsectioneren van een buisgedeelte (221) met behulp van de sectioneringsmiddelen (321, 322), waarbij het buisgedeelte (221) ten minste één van de openingen (230) omvat; en e. het injecteren van het tweede bevestigingsmateriaal in het buisgedeelte (221) en doorheen de ten minste één opening (230), zodat het eerste bevestigingsmateriaal gedeeltelijk wordt opgebroken, en het uitharden van het tweede bevestigingsmateriaal.
2.- Werkwijze volgens conclusie 1, waarbij het eerste bevestigingsmateriaal mortel omvat en/of het tweede bevestigingsmateriaal mortel omvat.
3. Werkwijze volgens conclusie 1 of 2, waarbij de sectioneringsmiddelen (321, 322) een eerste opblaasbare plug (321) vóór de spruitmond (310) en een tweede opblaasbare plug (322) voorbij de spruitmond (310) omvatten.
4.- Werkwijze volgens conclusie 3, waarbij wegsectionering van een buisgedeelte (221) in stap d het injecteren van lucht of fluïdum in de eerste (321) en tweede (322) opblaasbare pluggen omvat.
5.- Werkwijze volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de terugslagkleppen (231) elastische hulzen (232) omvatten die de openingen (230) afdekken.
6.- Werkwijze volgens conclusie 5, waarbij de buis (220) ten minste één indentatie (233) omvat voor het bevestigen van de ten minste één elastische huls (232).
7.- Werkwijze volgens een van de voorgaande conclusies, verder omvattende: f. het ongedaan maken van de wegsectionering van het buisgedeelte (221) in stap d, en het herhalen van stappen d en e op een ander buisgedeelte.
8.- Werkwijze volgens conclusie 7, waarbij stap f wordt herhaald langsheen de buislengte (lt).
9.- Werkwijze volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij stap e wordt uitgevoerd bij een druk die hoog genoeg is om een golving (400) in de bodem (100) te vormen.
10.- Werkwijze volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij gedeeltelijke uitharding van het eerste bevestigingsmateriaal in stap b het uitvoeren van stap e ten minste 2 uur, bij voorkeur ten minste 4 of 5 uur, met een nog grotere voorkeur ten minste 6 uur, na het vullen van de holte (120) in het boorgat (110) met het eerste bevestigingsmateriaal in stap b omvat.
11.- Werkwijze volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de buis (220) een kunststofmateriaal omvat.
12.- Systeem voor het bevestigen van een grondanker (200) in bodem (100), omvattende: i. het grondanker (200) omvattende: — een boorstift (210), en — een buis (220) die stevig is vastgemaakt aan genoemde boorstift (210), de buis (220) met een buislengte (lt) en omvattende een veelheid van openingen (230) die voorzien zijn van terugslagkleppen (231), waarbij de openingen (230) ruimtelijk langsheen de buislengte (lt) zijn aangebracht; en ii. een injectie-inrichting (300) voor het injecteren van een bevestigingsmateriaal doorheen ten minste één opening (230) in de buis (220), de injectie- inrichting (300) omvattende:
— een spruitmond (310) en — sectioneringsmiddelen (321, 322) voor het omkeerbaar wegsectioneren van een gedeelte (221) van de buis (220) dat de spruitmond (310) omgeeft.
13.- Systeem volgens conclusie 12, waarbij de openingen (230) op regelmatige afstand langsheen de buislengte (lt) zijn aangebracht.
14.- Systeem volgens conclusie 13, waarbij de openingen (230) een steek van 20 tot 100 cm, bij voorkeur 40 tot 60 cm hebben.
15.- Grondanker (200) -systeem, omvattende: i. een boorgat (110) in bodem (100), het boorgat (110) bevattende een boorgatlengte (lv); ii. een grondanker (200) aangebracht in het boorgat (110), het grondanker (200) omvattende: — een boorstift (210) in een onderste gedeelte van het boorgat (110), en — een buis (220) die stevig is vastgemaakt aan genoemde boorstift (210) en zich uitstrekt naar een bovenste gedeelte van het boorgat (110), de buis (220) met een buislengte (lt) en omvattende een veelheid van openingen (230) die voorzien zijn van terugslagkleppen (231), waarbij de openingen (230) ruimtelijk langsheen de buislengte (lt) zijn aangebracht; iii. een eerste bevestigingsmateriaal dat een ruimte (120) tussen de buis (220) en de bodem (100) vult langsheen de boorgatlengte (lp), en een tweede bevestigingsmateriaal dat de opbreking en doorvoer doorheen het eerste bevestigingsmateriaal vult en optioneel de buis (220) vult.
16.- Grondanker (200) -systeem volgens conclusie 15, waarbij een raakvlak tussen het eerste bevestigingsmateriaal en het tweede bevestigingsmateriaal enerzijds, en de bodem (100) anderzijds, een profiel omvattende ten minste één golving (400) heeft.
BE20195334A 2019-05-21 2019-05-21 Grondanker BE1027304B1 (nl)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE20195334A BE1027304B1 (nl) 2019-05-21 2019-05-21 Grondanker

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE20195334A BE1027304B1 (nl) 2019-05-21 2019-05-21 Grondanker

Publications (2)

Publication Number Publication Date
BE1027304A1 BE1027304A1 (nl) 2020-12-15
BE1027304B1 true BE1027304B1 (nl) 2020-12-22

Family

ID=67262032

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE20195334A BE1027304B1 (nl) 2019-05-21 2019-05-21 Grondanker

Country Status (1)

Country Link
BE (1) BE1027304B1 (nl)

Citations (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
NL7408876A (nl) * 1973-07-09 1975-01-13 Solmarine Sa Werkwijze en inrichting voor het inmetselen van een buisvormige paal in een boorgat.
EP0064663A2 (de) * 1981-05-08 1982-11-17 Leonhard Weiss Bauunternehmung Zweigniederlassung Verfahren und Ventilrohr zur Stabilisierung von Rutschhängen
DE3228198A1 (de) * 1982-07-28 1984-02-09 Johannes Brechtel Niederlassung der Heilit & Woerner Bau-AG, 6700 Ludwigshafen Verfahren zur verbesserung der verzahnung eines stahlbeton-wurzelpfahls, der bevorzugt mit anderen gleichartigen wurzelpfaehlen eine wurzelpfahlwand bildet
DE102008006236A1 (de) * 2008-01-25 2009-07-30 Friedr. Ischebeck Gmbh Injektionskopf für Injektionsbohranker
DE102008006233A1 (de) * 2008-01-25 2009-07-30 Friedr. Ischebeck Gmbh Injektionsstutzen
GB2506298A (en) * 2013-07-22 2014-03-26 Geoinnovations Ltd Ground stabilisation system

Patent Citations (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
NL7408876A (nl) * 1973-07-09 1975-01-13 Solmarine Sa Werkwijze en inrichting voor het inmetselen van een buisvormige paal in een boorgat.
EP0064663A2 (de) * 1981-05-08 1982-11-17 Leonhard Weiss Bauunternehmung Zweigniederlassung Verfahren und Ventilrohr zur Stabilisierung von Rutschhängen
DE3228198A1 (de) * 1982-07-28 1984-02-09 Johannes Brechtel Niederlassung der Heilit & Woerner Bau-AG, 6700 Ludwigshafen Verfahren zur verbesserung der verzahnung eines stahlbeton-wurzelpfahls, der bevorzugt mit anderen gleichartigen wurzelpfaehlen eine wurzelpfahlwand bildet
DE102008006236A1 (de) * 2008-01-25 2009-07-30 Friedr. Ischebeck Gmbh Injektionskopf für Injektionsbohranker
DE102008006233A1 (de) * 2008-01-25 2009-07-30 Friedr. Ischebeck Gmbh Injektionsstutzen
GB2506298A (en) * 2013-07-22 2014-03-26 Geoinnovations Ltd Ground stabilisation system

Also Published As

Publication number Publication date
BE1027304A1 (nl) 2020-12-15

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US4768900A (en) Piles and anchorages
US9988784B2 (en) Rapid pier
US10501905B2 (en) Wave-shaped grouting bulb of micropile and method for forming same
CN103437354B (zh) 排水锚杆及施工方法
EP2611968B1 (en) Method and apparatus for making an expanded base pier
US9637882B2 (en) Method and apparatus for making an expanded base pier
CA2690916C (en) A grouted friction stabiliser
CN108716216A (zh) 长螺旋钻孔压灌桩成型施工方法及其辅助加固装置
AU2002319006A1 (en) A grouted friction stabiliser
BE1027304B1 (nl) Grondanker
KR100908085B1 (ko) 지반밀착형 압력식 쏘일 네일 구조 및 이에 의한 지반보강공법
KR100557010B1 (ko) 이중 주입관이 구비된 어스앙카체 및 이를 이용한어스앙카체 시공방법
JP2004190252A (ja) 地滑り抑止構造
JP2001131953A (ja) 注入管装置および地盤注入工法
CN110004944A (zh) 带有桩端混凝土扩大头的微型钢管桩土质边坡支护结构及其施工方法
KR200325653Y1 (ko) 이중 주입관이 구비된 어스앙카체
JPS63110319A (ja) 盛土の安定工法
JP7573831B2 (ja) 石垣又は石積み壁の補強工法及び補強構造並びに補強部材
WO2004018781A1 (en) A method of making a pile or an earth anchor
KR102028526B1 (ko) 지반침하 보강 및 방지를 위한 충전재 주입 구조체 및 이를 이용한 지반침하 보강 및 방지방법
AU2007229439B2 (en) A grouted friction stabiliser
KR102267565B1 (ko) 지반 강화를 위한 스파이럴볼트
RU2824061C1 (ru) Буроинъекционная свая
NL2010257C2 (en) Method and apparatus for stabilising a dike.
KR102015001B1 (ko) 영구 정착용 팩 앵커장치

Legal Events

Date Code Title Description
FG Patent granted

Effective date: 20201222