BE1028124B1 - Werkwijze voor het controleren van pathogene groei in paddenstoelenkweek - Google Patents

Werkwijze voor het controleren van pathogene groei in paddenstoelenkweek Download PDF

Info

Publication number
BE1028124B1
BE1028124B1 BE20205149A BE202005149A BE1028124B1 BE 1028124 B1 BE1028124 B1 BE 1028124B1 BE 20205149 A BE20205149 A BE 20205149A BE 202005149 A BE202005149 A BE 202005149A BE 1028124 B1 BE1028124 B1 BE 1028124B1
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
iron ions
per
culture medium
composition
ions per
Prior art date
Application number
BE20205149A
Other languages
English (en)
Other versions
BE1028124A1 (nl
Inventor
Willy Verstraete
Lutgart Stragier
Bart Sterckx
Original Assignee
Karel Sterckx NV
Avecom Nv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Karel Sterckx NV, Avecom Nv filed Critical Karel Sterckx NV
Priority to BE20205149A priority Critical patent/BE1028124B1/nl
Priority to EP21160643.9A priority patent/EP3874953B1/en
Publication of BE1028124A1 publication Critical patent/BE1028124A1/nl
Application granted granted Critical
Publication of BE1028124B1 publication Critical patent/BE1028124B1/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01NPRESERVATION OF BODIES OF HUMANS OR ANIMALS OR PLANTS OR PARTS THEREOF; BIOCIDES, e.g. AS DISINFECTANTS, AS PESTICIDES OR AS HERBICIDES; PEST REPELLANTS OR ATTRACTANTS; PLANT GROWTH REGULATORS
    • A01N59/00Biocides, pest repellants or attractants, or plant growth regulators containing elements or inorganic compounds
    • A01N59/16Heavy metals; Compounds thereof

Landscapes

  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Agronomy & Crop Science (AREA)
  • Inorganic Chemistry (AREA)
  • Pest Control & Pesticides (AREA)
  • Plant Pathology (AREA)
  • Health & Medical Sciences (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Dentistry (AREA)
  • General Health & Medical Sciences (AREA)
  • Wood Science & Technology (AREA)
  • Zoology (AREA)
  • Environmental Sciences (AREA)
  • Mushroom Cultivation (AREA)

Abstract

De huidige uitvinding betreft een werkwijze voor het controleren van pathogene, bacteriële groei in een paddenstoelenkweek, waarbij ijzerionen aan een kweekbodem voor paddenstoelen worden toegediend, waarbij een concentratie gelegen tussen 0,050 kg ijzerionen per m3 en 5 kg ijzerionen per m3 wordt toegediend aan genoemde kweekbodem. De huidige uitvinding betreft ook een samenstelling voor gebruik in een paddenstoelenkweek, en een kweekbodem omvattende de samenstelling en het gebruik ervan.

Description

WERKWIJZE VOOR HET CONTROLEREN VAN PATHOGENE GROEI IN PADDENSTOELENKWEEK
TECHNISCH DOMEIN De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze en middelen voor het controleren van pathogene groei in een paddenstoelenkweek.
STAND DER TECHNIEK Gecultiveerde paddenstoelen, zoals bijvoorbeeld de Parijse champignon Agaricus bisporus, zijn gevoelig voor een breed scala aan pathogenen. De bacteriële pathogeen Pseudomonas is de belangrijkste soort die geassocieerd wordt met bederf bij gekweekte paddenstoelen. Verschillende Pseudomonas soorten hebben het vermogen om vlekziekten te veroorzaken met verschillende gradaties van verkleuringen. Pseudomonas tolaasii is de belangrijkste veroorzaker van de klassieke bacteriële ziekte, de ‘brown blotch’ ziekte, in gekweekte paddenstoelen. Het induceert donkerbruine, vaak natte en verzonken laesies op champignonknoppen en stengels, die het gewas onverkoopbaar maken. Naast P. tolaasii zijn ook andere Pseudomonas sp. schadelijk voor de paddenstoelenkweek. De conventionele manieren om deze pathogenen te bestrijden, zoals chemische bestrijdingsmiddelen, antibiotica of andere, zijn vanwege de verwachtingen van de consumenten, alsook de nieuwe voorschriften niet langer geschikt als bestrijding. Alternatieve methoden moeten deze conventionele manieren vervangen. EP 0 210 734 bespreekt het gebruik van een bacteriële concurrent P. fluorescens om de groei van P. tolaasii onder controle te houden. Ook KR 2004 0 078 027 bespreekt het gebruik van een bacteriële concurrent voor P. tolaasii. KR ‘027 licht P. putida toe om enerzijds de groei van de champignon te stimuleren en anderzijds de ‘brown blotch’ ziekte te verhinderen. Het aanwenden van biologische controlemiddelen zijn één van de mogelijke alternatieve methoden. Dergelijke biologische controlemiddelen vergen kennis en kunde, daar de concurrerende bacteriële stam actief dient te zijn bij toediening aan de kweekbodem en zijn activiteit dient te behouden om zijn concurrentiële positie te behouden. De abundantie van deze concurrerende bacteriële stam en de pathogene bacterie dient regelmatig geverifieerd te worden en eventueel bijgestuurd te worden. Verder dienen de omgevingscondities ideaal te zijn voor de concurrerende bacteriële stam. Biologische controlemiddelen vereisen ook extra opvolging en onkosten.
US 2006 0 019 004 heeft in het algemeen betrekking op werkwijzen voor het verminderen van de bacteriële populatie en het vertragen van bederf en andere ongewenste kwaliteitsveranderingen in verse producten, meer bepaald paddenstoelen, voor humane consumptie. US ‘004 vermeldt hierbij het gebruik van een eerste microbiële oplossing en een tweede microbiële oplossing waarmee de paddenstoelen worden gewassen om verkleuringen van de paddenstoel door bacteriële infectie of humane handelingen te onderdrukken. US ‘004 is echter niet gericht op het behandelen van de paddenstoelen tijdens de paddenstoelenkweek, maar eenmaal geplukt.
Bacteriële infecties kunnen bijgevolg ontstaan tijdens de kweek en de volledige omgeving infecteren met grote verliezen als gevolg.
De huidige uitvinding beoogt een oplossing te vinden voor tenminste enkele van bovenvermelde problemen.
SAMENVATTING VAN DE UITVINDING De uitvinding betreft een werkwijze volgens conclusie 1. In het bijzonder heeft de uitvinding betrekking op een werkwijze voor het controleren van pathogene, bacteriële groei in een paddenstoelenkweek.
De werkwijze volgens huidige uitvinding biedt als voordeel dat op een eenvoudige en efficiënte manier de kweekbodem wordt behandeld zonder nadelige effecten. De kweker dient geen specifieke voorkennis te hebben of grote investeringen gemaakt te hebben om de werkwijze te kunnen uitvoeren.
De werkwijze is verder beschreven in vervolgconclusies 2-11.
In een tweede aspect betreft de uitvinding een samenstelling omvattende ijzerionen bij een concentratie gelegen tussen 1 en 8% m/v ijzerionen.
De samenstelling volgens huidige uitvinding biedt als voordeel dat een kant-en-klare oplossing gebruikt kan worden in de paddenstoelenkweek, die telkens een kwantitatieve en kwalitatieve paddenstoelenkweek bewerkstelligt.
In een derde aspect betreft de uitvinding een kweekbodem volgens conclusie 12.
De kweekbodem volgens huidige uitvinding biedt als voordeel dat een kwantitatieve en kwalitatieve paddenstoelenkweek wordt bewerkstelligd, daar deze de groei van pathogene bacteriën voor paddenstoelen controleert.
In een laatste aspect betreft de uitvinding het gebruik van de samenstelling en de kweekbodem in conclusies 13-14.
GEDETAILLEERDE BESCHRIJVING De uitvinding betreft een werkwijze voor het controleren van pathogene, bacteriële groei in een paddenstoelenkweek. De uitvinding betreft verder een samenstelling en een kweekbodem, en het gebruik van beiden.
Tenzij anders gedefinieerd hebben alle termen die gebruikt worden in de beschrijving van de uitvinding, ook technisch en wetenschappelijke termen, de betekenis zoals ze algemeen begrepen worden door de vakman in het technisch veld van de uitvinding. Voor een betere beoordeling van de beschrijving van de uitvinding, worden de volgende termen expliciet uitgelegd.
“Een”, ”de” en “het” refereren in dit document naar zowel het enkelvoud als het meervoud tenzij de context duidelijk anders veronderstelt. Bijvoorbeeld, “een segment” betekent een of meer dan een segment.
De termen “omvatten”, “omvattende”, “voorzien van”, “bevatten”, “bevattende”, zijn synoniemen en zijn inclusieve of open termen die de aanwezigheid van wat volgt aanduiden, en die de aanwezigheid niet uitsluiten of beletten van andere componenten, kenmerken, elementen, leden, stappen, gekend uit of beschreven in de stand der techniek.
Het citeren van numerieke intervallen door de eindpunten omvat alle gehele getallen, breuken en/of reële getallen tussen de eindpunten, deze eindpunten inbegrepen.
De term “pathogeen” zoals hierin gebruik verwijst naar een organisme, inclusief een micro-organisme, dat een ziekte veroorzaakt in een ander organisme, zoals bijvoorbeeld een plant of een schimmel, door het ander organisme direct te infecteren, of door stoffen, zoals pathogene toxines, te produceren die de ziekte veroorzaken in het ander organisme. Zoals hierin gebruikt is de pathogeen een ziekteverwekker die in staat is om hetzij alleen of in samenwerking met een andere ziekteverwekker, een ziekte bij schimmels uit te lokken inclusief maar niet beperkt tot paddenstoelen, inclusief maar niet beperkt tot eetbare paddenstoelen, inclusief maar niet beperkt tot Agaricus bisporus. De “pathogeen” volgens huidige uitvinding verwijst naar bacteriële organismen, inclusief maar niet beperkt tot bacteriële species, inclusief maar niet beperkt tot Pseudomonas sp.
De term “chelerend agens” verwijst naar een samenstelling die op veelvoudige punten in een coördinatie complex bindt aan een oplosbaar gemaakt (metaalion, bij voorkeur een ijzerion.
De term "kweekbodem” volgens huidige uitvinding verwijst naar de bodem waarin paddenstoelen worden gekweekt.
Deze bodem omvat een substraatlaag en een deklaag, waarbij de substraatlaag een nutriëntrijke laag is en de deklaag een nutriëntarme laag is.
Het broed van de paddenstoelen wordt voorzien in de substraatlaag die nadien wordt afgedekt door de deklaag, eenmaal de substraat is doorgroeid met mycelium van de geënte paddenstoel.
De substraatlaag bestaat uit één of meerdere meststoffen zoals bijvoorbeeld paardenmest, ezelmest, of kippenmest die wordt vermengd met stro, houtsnippers, koffiegruis, of equivalenten.
De deklaag omvat veen, schuimaarde, en/of mergel.
De deklaag omvat ook de microbiële populatie die essentieel is ter vorming van de vruchtlichamen van de paddenstoelen.
Pathogene bacteriën zijn ongewenst in een paddenstoelenkweek.
De pathogene bacteriën kunnen de paddenstoel infecteren en brengen schade aan de paddenstoelen wat nefast is voor de kweek.
De infectie resulteert in ziekte symptomen die de waarde van de paddenstoelen vermindert en de paddenstoelen in een vergevorderd ziektestadium zelfs onverkoopbaar maakt.
Verder resulteert de infectie ook in een verminderde opbrengst, daar de vorming van nieuwe vruchtlichamen geïnhibeerd wordt.
In een eerste aspect betreft de uitvinding een werkwijze voor het controleren van een pathogene, bacteriële groei in een paddenstoelenkweek, waarbij ijzerionen aan een kweekbodem voor paddenstoelen worden toegediend, waarbij een concentratie gelegen tussen 0,050 kg ijzerionen per m3 en 5 kg ijzerionen per m3 wordt toegediend aan genoemde kweekbodem.
Het voorzien van een concentratie ijzerionen in de kweekbodem voor paddenstoelen bleek verrassend de groei van voor paddenstoelen pathogene bacteriën te inhiberen.
Het toedienen van ijzerionen is eenvoudig toepasbaar in de kweek en vergt geen uitzonderlijke maatregelen.
Zonder limitatief te willen zijn ligt een mogelijke verklaring van de werking van de toegevoegde ijzerionen in het voorzien van een niet-limitatieve concentratie van ijzer aan niet-pathogenen aanwezig in de kweekbodem.
Hierdoor kunnen deze niet-pathogene bacteriën een groeivoordeel krijgen en de pathogene populaties onderdrukken.
De aangewende ijzerionen zijn algemeen beschikbaar, wat de kostprijs drukt, en kunnen gemakkelijk ter plaatse bewaard worden zonder verlies van activiteit.
In een uitvoeringsvorm zal de toegediende concentratie aan ijzerionen in de kweekbodem bij voorkeur minstens 0,050 kg ijzerionen per m3 zijn na externe toediening van de ijzerionen volgens de werkwijze.
> BE2020/5149 De groei van voor paddenstoelen pathogene bacteri&n wordt geinhibeerd bij toediening van een minimale concentratie ijzerionen in de kweekbodem voor paddenstoelen De uitvinders hebben vastgesteld dat deze hoeveelheid de minimale hoeveelheid is om de pathogene, bacteriële groei te controleren in een paddenstoelenkweek. Bij voorkeur omvat de kweekbodem een toegediende concentratie ijzerionen van minstens 0,055 kg jzerionen per m3, meer bij voorkeur minstens 0,060 kg ijzerionen per m3, minstens 0,065 kg ijzerionen per m3, minstens 0,070 kg ijzerionen per m3. Deze toegediende minimale hoeveelheden ijzerionen resulteren in een verbeterde controle van de pathogene, bacteriële groei in de kweekbodem voor paddenstoelen.
De kweekbodem omvat volgens het eerste aspect bij voorkeur een toegediende concentratie ijzerionen van hoogstens 5 kg ijzerionen per m? na externe toediening van de ijzerionen volgens de werkwijze. Deze concentratie is de maximale concentratie om de pathogene, bacteriële groei te controleren in een paddenstoelenkweek. Meer dan 5kg toegediende ijzeronen per m3 leidt tot nadelige effecten in de paddenstoelenkweek, waaronder het optreden van een biologische toxiciteit bij de paddenstoelen, met opbrengst- en/of kwaliteitsvermindering als gevolg. Tevens is deze overmaat aan ijzerionen, een verspilling van grondstoffen, daar deze niet langer optimaal benut kunnen worden in de kweekbodem, en een nodeloze kost. De toegediende concentratie aan ijzerionen in de kweekbodem is bij voorkeur hoogstens 4,9 kg ijzerionen per m3, meer bij voorkeur hoogstens 4,8 kg ijzerionen per m°, hoogstens 4,7 kg ijzerionen per m3, hoogstens 4,6 kg ijzerionen per m3, hoogstens 4,5 kg ijzerionen per m3, hoogstens 4,4 kg ijzerionen per m3, hoogstens 4,3 kg ijzerionen per m3, hoogstens 4,2 kg ijzerionen per m?, hoogstens 4,1 kg ijzerionen per m3, hoogstens 4 kg per hoogstens m3, hoogstens 3,9 kg ijzerionen per m3, hoogstens 3,8 kg ijzerionen per m°, hoogstens 3,7 kg ijzerionen per m3, hoogstens 3,6 kg ijzerionen per m°, hoogstens 3,5 kg ijzerionen per m3, hoogstens 3,4 kg ijzerionen per m3, hoogstens 3,3 kg ijzerionen per m°, hoogstens 3,2 kg ijzerionen per m3, hoogstens 3,1 kg ijzerionen per m3, hoogstens 3 kg ijzerionen per m3, hoogstens 2,9 kg ijzerionen per m3, hoogstens 2,8 kg ijzerionen per m°, hoogstens 2,7 kg ijzerionen per m3, hoogstens 2,6 kg ijzerionen per m3, hoogstens 2,5 kg ijzerionen per m°, hoogstens 2,4 kg ijzerionen per m3, hoogstens 2,3 kg ijzerionen per m3, hoogstens 2,2 kg jzerionen per m°, hoogstens 2,1 kg ijzerionen per m3. Deze maximale concentraties toegevoegde ijzerionen resulteren in een verbeterde controle van de pathogene, bacteriële groei in de kweekbodem voor paddenstoelen.
Bij voorkeur worden ijzerionen toegevoegd aan de kweekbodem dusdanig dat de kweekbodem een toegevoegde hoeveelheid ijzerionen omvat begrepen tussen bovenstaande voorkeuren. Bij voorkeur worden ijzerionen aan de kweekbodem voor paddenstoelen toegediend, waarbij de concentratie gelegen tussen 0,050 kg ijzerionen per m3 en 4,9 kg ijzerionen per m3 wordt toegediend aan genoemde kweekbodem.
Bij meer voorkeur is de toegediende concentratie aan genoemde kweekbodem gelegen tussen 0,050 kg ijzerionen per m3 en 4,8 kg ijzerionen per m3, meer bij voorkeur gelegen tussen 0,050 kg ijzerionen per m3 en 4,7 kg ijzerionen per m3, meer bij voorkeur gelegen tussen 0,050 kg ijzerionen per m? en 4,6 kg ijzerionen per m3, meer bij voorkeur gelegen tussen 0,050 kg ijzerionen per m? en 4,5 kg ijzerionen per m3, meer bij voorkeur gelegen tussen 0,055 kg ijzerionen per m3 en 4,4 kg ijzerionen per m3, meer bij voorkeur gelegen tussen 0,055 kg ijzerionen per m3 en 4,3 kg ijzerionen per m°, meer bij voorkeur gelegen tussen 0,055 kg ijzerionen per m3 en 4,2 kg jzerionen per m3, meer bij voorkeur gelegen tussen 0,055 kg ijzerionen per m° en 4,1 kg ijzerionen per m3, meer bij voorkeur gelegen tussen 0,055 kg ijzerionen per m3 en 4 kg ijzerionen per m3, meer bij voorkeur gelegen tussen 0,055 kg ijzerionen per m3 en 3,9 kg ijzerionen per m3, meer bij voorkeur gelegen tussen 0,060 kg ijzerionen per m° en 3,8 kg ijzerionen per m3, meer bij voorkeur gelegen tussen 0,060 kg ijzerionen per m3 en 3,7 kg ijzerionen per m3, meer bij voorkeur gelegen tussen 0,060 kg jzerionen per m3 en 3,6 kg ijzerionen per m3, meer bij voorkeur gelegen tussen 0,060 kg ijzerionen per m3 en 3,5 kg ijzerionen per m3, meer bij voorkeur gelegen tussen 0,060 kg ijzerionen per m3 en 3,4 kg ijzerionen per m3, meer bij voorkeur gelegen tussen 0,060 kg ijzerionen per m3 en 3,3 kg ijzerionen per m3, meer bij voorkeur gelegen tussen 0,065 kg ijzerionen per m3 en 3,2 kg ijzerionen per m3, meer bij voorkeur gelegen tussen 0,065 kg ijzerionen per m3 en 3,1 kg ijzerionen per m3, meer bij voorkeur gelegen tussen 0,065 kg ijzerionen per m? en 3,0 kg ijzerionen per m°, meer bij voorkeur gelegen tussen 0,065 kg ijzerionen per m3 en 2,9 kg ijzerionen per m°, meer bij voorkeur gelegen tussen 0,065 kg ijzerionen per m? en 2,8 kg jzerionen per m3, meer bij voorkeur gelegen tussen 0,065 kg ijzerionen per m° en 2,7 kg ijzerionen per m3, meer bij voorkeur gelegen tussen 0,070 kg ijzerionen per m3 en 2,6 kg ijzerionen per m3, meer bij voorkeur gelegen tussen 0,070 kg ijzerionen per m3 en 2,5 kg ijzerionen per m3, meer bij voorkeur gelegen tussen 0,070 kg ijzerionen per m? en 2,4 kg ijzerionen per m3, meer bij voorkeur gelegen tussen 0,070 kg jzerionen per m3 en 2,3 kg ijzerionen per m3, meer bij voorkeur gelegen tussen 0,070 kg ijzerionen per m3 en 2,2 kg ijzerionen per m3, meer bij voorkeur gelegen tussen 0,070 kg ijzerionen per m3 en 2,1 kg ijzerionen per m°. Het toedienen van een dergelijke concentratie ijzerionen aan de kweekbodem resulteert in een controle van de pathogene, bacteriële groei in de kweekbodem voor paddenstoelen.
Symptomen van de ziekte worden in maximaal 50 %, maximaal 45 %, maximaal 40 %, maximaal 35 %, maximaal 30 %, maximaal 25 %, maximaal 20 %
van de paddenstoelen vastgesteld. De werkwijze volgens huidige uitvinding controleert de pathogene, bacteriële groei en resulteert in een kwantitatieve en kwalitatieve paddenstoelenkweek.
Het bepalen van het ijzergehalte van de kweekbodem is gekend door de vakman. De concentratie ijzerionen kan bepaald worden met behulp van een chemisch analytische bepaling, spectrofotometrische bepaling, een titrimetrische bepaling, atomaire- absorptiespectroscopische bepaling of andere. Het ijzergehalte kan voorafgaand het toedienen van de ijzerionen bepaald worden. Het ijzergehalte kan daarnaast ook na het toedienen van de ijzerionen bepaald worden, ter bevestiging van de toegevoegde concentratie ijzerionen aan de kweekbodem. Volgens een uitvoeringsvorm betreft de uitvinding een werkwijze voor het controleren van een pathogene, bacteriële groei in een paddenstoelenkweek, waarbij ijzerionen aan een kweekbodem voor paddenstoelen worden toegediend, waarbij de concentratie gelegen tussen 0,075 kg ijzerionen per m? en 2 kg ijzerionen per m3 wordt toegediend aan genoemde kweekbodem.
De kweekbodem omvat bij voorkeur een toegevoegde concentratie ijzerionen van minstens 0,075 kg ijzerionen per m3 en hoogstens 2 kg ijzerionen per m3. Deze toegevoegde concentratie ijzerionen resulteert in een meer verbeterde controle van de pathogene, bacteriële groei in de kweekbodem voor paddenstoelen.
Meer bij voorkeur omvat de kweekbodem een toegevoegde concentratie ijzerionen van minstens 0,080 kg ijzerionen per m°, nog meer bij voorkeur minstens 0,085 kg ijzerionen per m3, minstens 0,090 kg ijzerionen per m3. Meer bij voorkeur omvat de kweekbodem een toegevoegde concentratie ijzerionen van hoogstens 1,9 kg ijzerionen per m3, nog meer bij voorkeur hoogstens 1,8 kg ijzerionen per m3, hoogstens 1,7 kg ijzerionen per m3, hoogstens 1,6 kg ijzerionen per m3. Deze hoeveelheid ijzerionen resulteert in een nog meer verbeterde controle van de pathogene, bacteriële groei in de kweekbodem voor paddenstoelen.
Bij nog meer voorkeur is de toegediende concentratie ijzerionen aan genoemde kweekbodem gelegen tussen 0,075 kg ijzerionen per m? en 2 kg ijzerionen per m3, bij nog meer voorkeur gelegen tussen 0,075 kg ijzerionen per m? en 1,95 kg ijzerionen per m°, gelegen tussen 0,075 kg ijzerionen per m3 en 1,9 kg ijzerionen per m°, gelegen tussen 0,075 kg ijzerionen per m3 en 1,85 kg ijzerionen per m3, gelegen tussen 0,080 kg ijzerionen per m3 en 1,8 kg ijzerionen per m3, gelegen tussen 0,080 kg ijzerionen per m? en 1,75 kg ijzerionen per m3, gelegen tussen 0,080 kg ijzerionen per m3 en 1,7 kg ijzerionen per m3, gelegen tussen 0,080 kg ijzerionen per m3 en 1,65 kg ijzerionen per m3, gelegen tussen 0,085 kg ijzerionen per m? en 1,6 kg ijzerionen per m3, gelegen tussen 0,090 kg ijzerionen per m3 en 1,55 kg ijzerionen per m3.
Het toedienen van een dergelijke concentratie ijzerionen aan de kweekbodem resulteert in een verbeterde controle van de pathogene, bacteriële groei in de kweekbodem voor paddenstoelen. Symptomen van de ziekte worden in maximaal 30 %, maximaal 25 %, maximaal 20 %, maximaal 15 %, maximaal 10 %, maximaal 8 %, maximaal 6 %, maximaal 4 %, maximaal 2 % van de paddenstoelen vastgesteld. Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm betreft de uitvinding een werkwijze voor het controleren van een pathogene, bacteriële groei in een paddenstoelenkweek, waarbij ijzerionen aan een kweekbodem voor paddenstoelen worden toegediend, waarbij een concentratie gelegen tussen 0,095 kg ijzerionen per m3 en 1,55 kg ijzerionen per m* wordt toegediend aan genoemde kweekbodem. Meer bij voorkeur omvat de kweekbodem een toegevoegde concentratie ijzerionen van hoogstens 1,55 kg ijzerionen per m?, nog meer bij voorkeur hoogstens 1,5 kg ijzerionen per m3, hoogstens 1,45 kg ijzerionen per m3, hoogstens 1,4 kg ijzerionen per m3, hoogstens 1,35 kg ijzerionen per m3, hoogstens 1,3 kg ijzerionen per m3, hoogstens 1,25 kg ijzerionen per m3. Bij nog meer voorkeur is de toegediende concentratie ijzerionen aan genoemde kweekbodem gelegen tussen 0,095 kg ijzerionen per m° en 1,5 kg ijzerionen per m3, gelegen tussen 0,095 kg ijzerionen per m? en 1,45 kg ijzerionen per m3, gelegen tussen 0,095 kg ijzerionen per m3 en 1,4 kg ijzerionen per m3, gelegen tussen 0,095 kg ijzerionen per m? en 1,35 kg ijzerionen per m3, gelegen tussen 0,095 kg ijzerionen per m3 en 1,3 kg ijzerionen per m3, gelegen tussen 0,095 kg ijzerionen per m3 en 1,25 kg ijzerionen per m3, gelegen tussen 0,095 kg ijzerionen per m3 en 1,2 kg ijzerionen per m3, gelegen tussen 0,10 kg ijzerionen per m3 en 1,2 kg ijzerionen per m3, gelegen tussen 0,10 kg ijzerionen per m3 en 1,15 kg ijzerionen per m°. Een geprefereerde uitvoeringsvorm betreft een werkwijze voor het controleren van een pathogene, bacteriële groei in een paddenstoelenkweek, waarbij ijzerionen aan een kweekbodem voor paddenstoelen worden toegediend, waarbij een concentratie gelegen tussen 0,10 kg ijzerionen per m? en 1,15 kg ijzerionen per m°. Deze toegevoegde hoeveelheden ijzerionen in de kweekbodem resulteren in de beste controle van de pathogene, bacteriële groei in de kweekbodem voor paddenstoelen. De symptomen van de ziekte worden in maximaal 5 %, maximaal 4 %, maximaal 3 %, maximaal 2 %, maximaal 1 % van de paddenstoelen vastgesteld of zelfs in geen van de paddenstoelen.
Het controleren van de pathogene, bacteriële groei in de kweekbodem is gekend voor een vakman.
Stalen van de kweekbodem kunnen microbiologisch geanalyseerd worden aan de hand van bijvoorbeeld selectiemedia.
Deze microbiologische analyse is echter geen identificatie van de pathogeen.
Naast genoemde microbiologische analysen, kunnen de kweekbodemstalen ook rechtstreeks microscopisch onderzocht worden, al dan niet voorzien van een specifieke kleuring.
Verder kunnen pathogenen ook geanalyseerd worden met behulp van moleculaire technieken, zoals bijvoorbeeld met een polymerase kettingreactie of een sequentie-analyse.
Met behulp van de moleculaire technieken kunnen de pathogenen ook geïdentificeerd worden.
De aan-of afwezigheid van de pathogeen kan ook gescoord worden aan de hand van een visuele controle, waarbij de symptomen die tot uiting komen bij aanwezigheid van een pathogeen worden gecontroleerd.
Deze visuele controle is eenvoudig en doeltreffend, en vereist geen intensieve opleiding.
Paddenstoelen worden geteld binnen een bepaalde oppervlakte, en daarvan wordt het aantal paddenstoelen die symptomen van een pathogene, bacteriële infectie vertonen in rekening gebracht.
De paddenstoelen worden visueel gecontroleerd en een score toegekend.
De score varieert van 0 tot 5, waarbij ‘score 0’ wordt toegekend indien geen ziekte waarneembaar is en ‘score 5’ wordt toegekend indien bij meer dan 75 % van de onderzochte paddenstoelen een ziekte waarneembaar is.
Bij een ‘score 1’, ‘score 2’, en ‘score 3’ is er respectievelijk bij O tot 10 %, 10 tot 30 %, en 30 tot 50 % van de onderzochte paddenstoelen een ziekte waarneembaar.
Volgens een uitvoeringsvorm zijn de pathogene bacteriën Pseudomonas sp.
Pseudomonas sp. zijn veelvoorkomende bacteriën die aanwezig zijn in de bodem, het water en de lucht.
Van deze soorten zijn er verschillende die pathogeen zijn voor mens, dier, plant en schimmel, zoals gekweekte paddenstoelen Agaricus bisporus.
Kenmerkend aan deze pathogene Pseudomonas sp. is het secreteren van pyoverdine bij jzerlimiterende condities.
Pyoverdine is een geelgroen fluorescente siderofoor.
Dit siderofoor heeft een hoge affiniteit voor ijzerionen en bindt deze selectief, waarna deze vervolgens opgenomen kunnen worden door de Pseudomonas sp.
De ziekteverwekkende Pseudomonas sp. hebben bijgevolg een competitief voordeel ten opzichte van de andere bacteriën aanwezig in de kweekbodem.
Eenmaal de nutriënten aanwezig in de kweekbodem niet meer voldoende ter beschikking zijn voor de gehele microbiële gemeenschap, ontstaat een dysbiose.
Bijgevolg kunnen de ziekteverwekkende Pseudomonas sp. de microbiële gemeenschap domineren en de kweek infecteren met geïnfecteerde paddenstoelen als resultante.
De infectie wordt geassocieerd met symptomen zoals natte en verzonken laesies op champignonknoppen en -stengels.
Afhankelijk van de infecterende Pseudomonas sp. hebben de laesies een kleur variërend van geel, oranje, bruin, of groen.
Paddenstoelen geïnfecteerd met
Pseudomonas sp. zijn niet langer geschikt voor consumptie en verkoop, met grote verliezen als gevolg.
Tevens is de kweekbodem niet meer geschikt om een nieuwe paddenstoelenkweek op te starten en dient de ganse ruimte gedesinfecteerd te worden en een verse, niet geïnfecteerde kweekbodem aangewend te worden, wat extra kosten met zich meebrengt.
Volgens een uitvoeringsvorm zijn de pathogene bacteriën Pseudomonas tolaasii.
P. tolaasii is een Gram-negatieve grondbacterie die de klassieke vlekkenziekte, ‘brown blotch” genaamd, veroorzaakt in de paddenstoelenkweek, en donkerbruine laesies veroorzaakt op knoppen en stengels van de paddenstoelen, wat de paddenstoelen onverkoopbaar maakt.
De donkerbruine laesies ontstaan door de aanwezigheid van tolaasine, een toxine dat wordt geproduceerd door P. tolaasii.
P. tolaasii infectie werd reeds gerapporteerd bij verschillende eetbare paddenstoelen, waaronder Agaricus bisporus, Agaricus bitorguis, Agaricus campestris, Pleurotus ostreatus, en Pleurotus eryngii.
Volgens een uitvoeringsvorm zijn de pathogene bacteriën Pseudomonas gingeri.
P. gingeri is een Gram-negatieve grondbacterie die een vlekkenziekte, ‘ginger blotch’ genaamd, veroorzaakt in de paddenstoelenkweek, en oranjebruine laesies veroorzaakt op de paddenstoelen.
Ook P. gingeri bezit genen die coderen voor het secreteren van eiwitten die de soort een competitief voordeel biedt ten opzichte van de andere gewenste micro-organismen in de kweekbodem, en de kweekbodem kunnen domineren.
De macro- en micronutriënten aanwezig in de kweekbodem worden door de micro- organismen opgenomen en benut voor de groei en instandhouding van het micro- organisme.
De kweekbodem wordt volgens huidige uitvinding verder aangerijkt met jzerionen om de groei van de pathogene, bacteriën te controleren.
De microbiële gemeenschap in de kweekbodem blijft zijn hoge diversiteit behouden en wordt niet gedomineerd door één of meerdere pathogene, bacteriën die de kweekbodem overgroeien, het myceliumnetwerk van de paddenstoelen aantasten alsook de vruchtlichamen zelf.
De ijzerionen kunnen toegediend worden aan de kweekbodem door de ijzerionen als een vaste stof in de kweekbodem te mengen.
Bij voorkeur worden de ijzerionen homogeen vermengd in de kweekbodem.
De ijzerionen kunnen eveneens in een vloeibare samenstelling voorzien worden om vervolgens op een eenvoudige manier de samenstelling te nevelen of te druppelen in de kweekbodem, opdat deze de gewenste hoeveelheid ijzerionen bevat zoals bovenstaand vermeld.
Volgens een uitvoeringsvorm betreft huidige uitvinding een werkwijze voor het controleren van pathogene, bacteriële groei in een paddenstoelenkweek, waarbij de ijzerionen worden toegediend middels een poedervorm. De pathogene, bacteriële groei wordt op een efficiënte manier gecontroleerd door toevoeging van de ijzerionen middels een poedervorm. De poedervorm kan op een eenvoudige manier homogeen in de kweekbodem vermengd worden. De ijzerionen in poedervorm worden opgenomen in de kweekbodem. De paddenstoelenkweek kent hierdoor beduidend minder aangetaste paddenstoelen. Daarnaast heeft de poedervorm als voordeel dat deze gemakkelijk bewaard kan worden in een donkere en droge ruimte.
Volgens een uitvoeringsvorm van huidige uitvinding zijn de ijzerionen afkomstig van waterijzer.
Waterijzer of ijzerslib is een reststof die vrijkomt bij de behandeling van grondwater en coagulatie van oppervlaktewater ter winning van leidingwater. Het waterijzer omvat jzerionen, meer bepaald ijzer(hydr)oxiden. Het waterijzer wordt voorzien in een vloeibare vorm of als vaste vorm. Bij een vaste vorm wordt het ijzerslib bijvoorbeeld gepelletiseerd. Het ijzerslib wordt bij voorkeur gebruikt in de vloeibare vorm in de samenstelling. Het implementeren van een reststof in een paddenstoelenkweek, ter controle van de pathogene, bacteriële groei draagt bij aan de circulaire economie. IJzerslib is tevens in grote hoeveelheden voorradig wat gunstig is voor de kostprijs.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm betreft de uitvinding een werkwijze voor het controleren van een pathogene, bacteriële groei in een paddenstoelenkweek, waarbij de ijzerionen worden toegediend middels een vloeibare samenstelling omvattende 1 tot 8 %m/v ijzerionen.
Bij voorkeur omvat de vloeibare samenstelling minstens 1 % m/v ijzerionen, meer bij voorkeur minstens 1,5 % m/v ijzerionen, minstens 2 % m/v ijzerionen, minstens 2,5 % m/v ijzerionen, minstens 3 % m/v ijzerionen, minstens 3,5 % m/v ijzerionen, minstens 4% m/v ijzerionen, minstens 4,5 % m/v ijzerionen, minstens 5 % m/v jzerionen, minstens 5,5 % m/v ijzerionen, minstens 6 % m/v ijzerionen, minstens 6,5 % m/v ijzerionen, minstens 7 % m/v ijzerionen, minstens 7,5 % m/v ijzerionen. De vloeibare samenstelling omvat bij voorkeur hoogstens 8 % m/v ijzerionen, meer bij voorkeur hoogstens 7,5 % m/v ijzerionen, hoogstens 7 % m/v ijzerionen, hoogstens 6,5 % m/v ijzerionen, hoogstens 6 % m/v ijzerionen, hoogstens 5,5 % m/v ijzerionen, hoogstens 5 % m/v ijzerionen, hoogstens 4,5 % m/v ijzerionen, hoogstens 4 % m/v ijzerionen, hoogstens 3,5 % m/v ijzerionen, hoogstens 3 % m/v ijzerionen, hoogstens 2,5 % m/v ijzerionen, hoogstens 2 % m/v ijzerionen, hoogstens 1,5 % m/v ijzerionen.
Bij voorkeur omvat de vloeibare samenstelling ijzerionen begrepen tussen 2 en 8 % m/v jzerionen, begrepen tussen 3 en 8 % m/v, begrepen tussen 4 en 8 % m/v ijzerionen, begrepen tussen 5 en 8 % m/v, begrepen tussen 6 en 8 % m/v, begrepen tussen 7 en 8 % m/v, meer bij voorkeur begrepen tussen 2 en 7 % m/v, begrepen tussen 2 en 6% m/v, begrepen tussen 2 en 5 % m/v, begrepen tussen 2 en 4 % m/v, begrepen tussen 2 en 3 % m/v, begrepen tussen 3 en 5 % m/v, begrepen tussen 4 en 5 % m/v, begrepen tussen 3 en 4 % m/v.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm betreft de uitvinding een werkwijze voor het controleren van een pathogene, bacteriële groei in een paddenstoelenkweek, waarbij de ijzerionen worden toegediend middels een vloeibare samenstelling met een drogestofgehalte ijzerionen begrepen tussen 4 en 40 %. Men heeft vastgesteld dat de vloeibare samenstelling, omvattende de ijzerionen volgens huidige uitvinding op een eenvoudige manier verdeeld kan worden in de kweekbodem.
De ijzerionen zijn in opgeloste vorm aanwezig in de samenstelling, waardoor deze biologisch beschikbaar zijn voor de micro-organismen aanwezig in de bodem.
De concentratie van de ijzerionen in genoemde vloeibare samenstelling bewerkstelligt een efficiënte opname van de nutriënten, de ijzerionen.
Bij voorkeur omvat de vloeibare samenstelling een drogestofgehalte ijzerionen begrepen tussen 4 en 39,6 %, meer bij voorkeur begrepen tussen 4,2 en 39,2 %, tussen 4,2 en 38,8 %, tussen 4,4 en 38,4 %, tussen 4,4 en 38 %, tussen 4,6 en 37,6 %, tussen 4,6 en 37,2 %, tussen 4,8 en 36,8 %, tussen 4,8 en 36,4 %, tussen 5 en 36 %, tussen 5 en 35,6 %, tussen 5,2 en 35,2 %, tussen 5,2 en 34,8 %, tussen 5,4 en 34,4%, tussen 5,4 en 34 %, tussen 5,6 en 33,6 %, tussen 5,8 en 33,2 %, tussen 6 en 32,8 %, tussen 6,2 en 32,4 %, tussen 6,4 en 32 %. Meting van het drogestofgehalte geschiedt met behulp van nauwkeurig omschreven chemische analysemethoden die gekend zijn door de vakman.
Volgens een uitvoeringsvorm omvat genoemde samenstelling verder een chelerend agens.
Niet-limiterende voorbeelden van chelerende agens zijn 2-aminoethylfosfonzuur (EPNA), dimethyl methylfosfonaat (DMMP), 1-hydroxyethythaan 1,1-difosfonzuur (HEDP), tris(2-methylpyridyl)amine (TMPA), ethyleendiaminetetra (methyleen fosfonzuur) (EDTMP), tetrametileendiaminotetra (methyleen fosfonzuur) (TDTMP), hexametileendiaminotetra (methyleen fosfonzuur) (HDTMP), diethyleentriaminepenta (methyleen fosfonzuur) (DTPMP), ethyleendiaminetetraazijnzuur (EDTA), fosfonobutaan tricarbonzuur (PBTC), N-(fosfonomethyl) iminodiazijnzuur (PMIDA), 2-carboxy ethyl fosfonzuur (CEPA), 2-hydroxy fosfoncarbonzuur (HPCA), amino-tris (methyleen fosfonzuur) (AMP), natrium tripolyfosfaat (STPP), hydroxy ethylethyleen diamine triazijnzuur (HEDTA), dihydroxy ethylethyleen diamine diazijnzuur, diethyleen triamine pentazijnzuur (DTPA), triethyleen tetramine hexaazijnzuur (TTHA), ethyleen diamine di- hydroxyfenyl azijnzuur (EDDHA), ethyleen diamine di-(2-hydroxy-5- sulfofenylacetisch) zuur (EDDHSA), ethyleen diamine di-hydroxy-methylfenylazijnzuur (EDDHMA), ethyleen diamine di-(5-carboxy-2-hydroxyfenyl) zuur (EDDCHA), calciumdinatrium ethyleen diaminetetraacetaat (CaNazEDTA), nitril-tri-azijnzuur (NTA), propyleen- diamine-tetra-azijnzuur (PDTA), polyflavonoïden, sulfonaten, dimercaptobarnsteenzuur (DMSA), fulvine- en humuszuur, lignosulfonzuur, gluconzuur, aminozuren, polysachariden, polyolen, citroenzuur, tartaarzuur, ascorbinezuur, appelzuur, fumaarzuur, melkzuur of combinaties daarvan.
Het chelerend agens vergroot de biologische beschikbaarheid van de ijzerionen. Hierbij wordt de opname van de ijzerionen door de micro-organismen aanwezig in de kweekbodem vereenvoudigd. Het behoud van een diverse microbiële gemeenschap wordt hierdoor verder bewerkstelligd, waardoor pathogenen niet de overhand kunnen krijgen.
Volgens een geprefereerde uitvoeringsvorm heeft het chelerend agens een concentratie begrepen tussen 2 en 25 % m/v in genoemde samenstelling.
De concentratie chelerend agens in de vloeibare samenstelling bevordert het in oplossing houden van de ijzerionen. Bijgevolg is de vloeibare samenstelling eenvoudig te bewaren en dient deze voorafgaand niet geroerd te worden om een homogene samenstelling te verkrijgen. Bij voorkeur is de concentratie begrepen tussen 2 en 24% m/v in genoemde samenstelling, meer bij voorkeur begrepen tussen 2 en 23 % m/v in genoemde samenstelling, begrepen tussen 2 en 22 % m/v in genoemde samenstelling, begrepen tussen 3 en 21 % m/v in genoemde samenstelling, begrepen tussen 3 en 20 % m/v in genoemde samenstelling, begrepen tussen 3 en 19 % m/v, begrepen tussen 3 en 18 % m/v in genoemde samenstelling, begrepen tussen 4 en 18 % m/v in genoemde samenstelling, begrepen tussen 4 en 17 % m/v in genoemde samenstelling, begrepen tussen 5 en 17 % m/v in genoemde samenstelling, begrepen tussen 5 en 16 % m/v in genoemde samenstelling, begrepen tussen 6 en 16 % m/v in genoemde samenstelling, begrepen tussen 6 en 15 % m/v in genoemde samenstelling, begrepen tussen 7 en 15 % m/v in genoemde samenstelling, begrepen tussen 7 en 13 % m/v in genoemde samenstelling, begrepen tussen 8 en 13 % m/v in genoemde samenstelling, begrepen tussen 8 en 12 % m/v in genoemde samenstelling, begrepen tussen 9 en 12 % m/v in genoemde samenstelling, begrepen tussen 9 en 11 % m/v in genoemde samenstelling.
Men heeft vastgesteld dat de vloeibare samenstelling met een dergelijke concentratie chelerend agens weinig tot geen sediment vertoont bij een langdurige bewaring bij een variërende temperatuur.
Verder bewerkstelligt dergelijke concentratie chelerend agens de biologische beschikbaarheid van de ijzerionen in de kweekbodem.
Volgens een geprefereerde uitvoeringsvorm is het chelerend agens een polyprotisch zuur, dat ten minste één carbonzuurgroep en optioneel ten minste één aminegroep omvat.
Bij voorkeur omvat het polyprotisch zuur ten minste één carbonzuurgroep en ten minste één aminegroep.
Meer bij voorkeur omvat het polyprotisch zuur ten minste twee carbonzuurgroepen en ten minste één aminegroep.
Meer bij voorkeur omvat het polyprotisch zuur twee of meerdere carbonzuurgroepen en één of meerdere aminogroepen.
Meer bij voorkeur omvat het polyprotisch zuur ten minste drie carbonzuurgroepen en ten minste één aminegroep.
Meer bij voorkeur omvat het polyprotisch zuur vier carbonzuurgroepen en ten minste één aminegroep.
Meer bij voorkeur omvat het polyprotisch zuur ten minste vier carbonzuurgroepen en twee aminegroepen.
Volgens een meer geprefereerde uitvoeringsvorm is het chelerend agens een aminopolycarbonzuur.
Volgens een voorkeursdragende uitvoeringsvorm is het chelerend agens EDTA.
Verder kan EDTA ook een zoutafgeleide zijn van EDTA als chelerend agens.
Niet-limiterende voorbeelden zijn calcium- en natriumzouten van EDTA, zoals dinatrium EDTA, calciumdinatrium EDTA, of tetranatrium EDTA.
Volgens een andere voorkeursdragende uitvoeringsvorm is het chelerend agens EDTS.
EDTA, EDTS en hun zoutafgeleiden hebben een antimicrobiële activiteit en het enzymatisch verkleuren van de paddenstoel door schade of aantasting verhindert.
Volgens een uitvoeringsvorm, omvat genoemde samenstelling het chelerend agens en de ijzerionen in een molaire verhouding begrepen tussen 0,2:1 en 5:1 (chelator: ijzer). Meer bij voorkeur omvat genoemde samenstelling de het chelerend agens en de jzerionen in een molaire verhouding begrepen tussen 0,21:1 en 4,9:1; nog meer bij voorkeur in een molaire verhouding begrepen tussen 0,22:1 en 4,8:1; begrepen tussen 0,23:1 en 4,7:1; begrepen tussen 0,24:1 en 4,6:1; begrepen tussen 0,25:1 en 4,5:1; begrepen tussen 0,26:1 en 4,4:1; begrepen tussen 0,27:1 en 4,3:1; begrepen tussen 0,28 en 4,2:1; begrepen tussen 0,29:1 en 4,1:1; begrepen tussen 0,3:1 en 4:1; begrepen tussen 0,31:1 en 3,9:1; begrepen tussen 0,32 en 3,8:1; begrepen tussen 0,33 en 3,7:1; begrepen tussen 0,34 en 3,6:1; begrepen tussen 0,35 en 3,5:1;
begrepen tussen 0,36 en 3,4:1; begrepen tussen 0,37:1 en 3,3:1; begrepen tussen 0,38:1 en 3,2:1; begrepen tussen 0,39:1 en 3,1:1; begrepen tussen 0,4:1 en 3:1; begrepen tussen 0,41:1 en 2,9:1; begrepen tussen 0,42:1 en 2,8:1; begrepen tussen 0,43:1 en 2,7:1; begrepen tussen 0,44:1 en 2,6:1; begrepen tussen 0,45:1 en 2,5:1; begrepen tussen 0,46:1 en 2,4:1; begrepen tussen 0,47:1 en 2,3:1; begrepen tussen 0,48:1 en 2,2:1; begrepen tussen 0,49:1 en 2,1:1. Bovenstaande molaire verhouding chelerend agens en ijzerionen bewerkstelligt een goede controle van de pathogene, bacteriële groei. De visuele ziektesymptomen zijn gereduceerd. De kweek vertoont symptomen van infectie en wordt maximaal score 2 toegekend. De symptomen zijn echter beperkt, daar slechts kleine laesies worden vastgesteld, en te controleren.
Volgens een geprefereerde uitvoeringsvorm, omvat genoemde samenstelling het chelerend agens en de ijzerionen in een molaire verhouding begrepen tussen 0,5:1 en 2:1 (chelator:ijzer).
Meer bij voorkeur omvat genoemde samenstelling het chelerend agens en de ijzerionen in een molaire verhouding begrepen tussen 0,52:1 en 1,95:1; meer bij voorkeur begrepen tussen 0,54:1 en 1,9:1; begrepen tussen 0,56:1 en 1,85:1; begrepen tussen 0,58:1 en 1,8:1; begrepen tussen 0,6:1 en 1,75:1, begrepen tussen 0,62:1 en 1,7:1; begrepen tussen 0,64:1 en 1,65:1; begrepen tussen 0,66:1 en 1,6:1; begrepen tussen 0,68:1 en 1,55:1; begrepen tussen 0,7 en 1,5:1; begrepen tussen 0,72:1 en 1,45:1; begrepen tussen 0,74:1 en 1,4:1; begrepen tussen 0,76:1 en 1,35:1 begrepen tussen 0,78:1 en 1,3:1.
Bovenstaande molaire verhouding chelerend agens en ijzerionen bewerkstelligt een betere controle van de pathogene, bacteriële groei. De ziektesymptomen zijn meer gereduceerd. De kweek vertoont symptomen van infectie, maar kent een maximale score 1. Minimale symptomen worden vastgesteld en de infectie te controleren door de beschadigde paddenstoelen te verwijderen. Verder is bij een dergelijke molaire verhouding de biologische diversiteit van de kweekbodem goed.
Meest bij voorkeur omvat genoemde samenstelling het chelerend agens en de ijzerionen in een molaire verhouding begrepen tussen 0,8:1 en 1,25:1 (chelator:ijzer). Bovenstaande molaire verhouding chelerend agens en ijzerionen, alsook alle daartussen liggende verhoudingen bewerkstelligen een verbeterde controle van de pathogene, bacteriële groei. De ziektesymptomen worden sporadisch vastgesteld of zijn zelfs afwezig, een score 0 is hier van toepassing. Verder is bij een dergelijke molaire verhouding de biologische diversiteit van de kweekbodem optimaal.
Volgens een uitvoeringsvorm van de werkwijze volgens huidige uitvinding wordt de samenstelling toegediend aan de kweekbodem, dusdanig dat de kweekbodem minstens 1 liter per m3 en hoogstens 25 liter per m} van genoemde samenstelling omvat.
Men heeft vastgesteld dat de dosering van genoemde samenstelling in de kweekbodem begrepen is tussen 1 en 25 liter per m3 de groei van de pathogene bacteriën controleert.
Bij een dosering hoger dan 25 liter per m3 wordt een biologische toxiciteit vastgesteld bij de paddenstoelen, die de kwaliteit van de paddenstoelen negatief beïnvloedt met een verminderde opbrengst tot gevolg.
Tevens is bij een hogere dosering van de vloeibare samenstelling de kweekbodem ook te vochtig, wat de vorming van de vruchtlichamen van de paddenstoelen bemoeilijkt.
Bij voorkeur omvat genoemde samenstelling hoogstens 24,5 liter per m3, meer bij voorkeur hoogstens 24 liter per m), hoogstens 23,5 liter per m3, hoogstens 23 liter per m?, hoogstens 22,5 liter per m3, hoogstens 22 liter per m°, hoogstens 21,5 liter per m3, hoogstens 21 liter per m3, hoogstens 20,5 liter per m3, hoogstens 19,5 liter per m3, hoogstens 19 liter per m3, hoogstens 18,5 liter per m°, hoogstens 18 liter per m3, hoogstens 17,5 liter per m3, hoogstens 17 liter per m°, hoogstens 16,5 liter per m3, hoogstens 16 liter per m3, hoogstens 15,5 liter per m3, hoogstens 15 liter per m°. Volgens een geprefereerde uitvoeringsvorm van de werkwijze volgens huidige uitvinding wordt de samenstelling toegediend aan de kweekbodem, dusdanig dat de kweekbodem minstens 2 liter per m3 en hoogstens 15 liter per m? van genoemde samenstelling omvat.
Men heeft vastgesteld dat de dosering van genoemde samenstelling in de kweekbodem begrepen tussen 2 en 15 liter per m3 de groei van de pathogene bacteriën controleert, zonder biologisch toxische effecten.
Bij voorkeur omvat genoemde samenstelling hoogstens 14,5 liter per m3, hoogstens 14 liter per m3, hoogstens 13,5 liter per m), hoogstens 13 liter per m3, hoogstens 12,5 liter per m3, hoogstens 12 liter per m3, hoogstens 11,5 liter per m3, hoogstens 11 liter per m?, hoogstens 10,5 liter per m3, hoogstens 10 liter per m3. Bij voorkeur omvat genoemde samenstelling minstens 1,5 liter per m3, meer bij voorkeur omvat genoemde samenstelling minstens 2 liter per m3, minstens 2,5 liter per m3, minstens 3 liter per m3, minstens 3,5 liter per m°, minstens 4 liter per m°. Volgens een geprefereerde uitvoeringsvorm van de werkwijze volgens huidige uitvinding wordt de samenstelling toegediend aan de kweekbodem, dusdanig dat de kweekbodem minstens 4 liter per m3 en hoogstens 10 liter per m3 van genoemde samenstelling omvat.
Men heeft vastgesteld dat de dosering volgens huidige uitvoeringsvorm de pathogene, bacteriële groei het beste controleert. Deze dosering wordt eenmalig aangebracht en controleert de pathogene, bacteriële groei doorheen de volledige cyclus van de paddenstoelenkweek.
Volgens een uitvoeringsvorm van de werkwijze worden de ijzerionen eenmalig toegediend aan de kweekbodem voor paddenstoelen. Bij voorkeur worden de ijzerionen toegediend bij aanvang van de paddenstoelenkweek. Bijgevolg wordt de groei van pathogene bacteriën gecontroleerd, daar een oorspronkelijke, stabiele microbiële gemeenschap wordt bekomen en behouden.
Volgens een uitvoeringvorm van de werkwijze volgens huidige uitvinding, omvat de kweekbodem voor paddenstoelen een substraatlaag en een deklaag, waarbij de ijzerionen worden toegediend aan de deklaag. De ijzerionen worden toegediend aan de deklaag, waarbij de toegediende concentratie ijzerionen aan de deklaag gelegen is tussen 0,050 kg ijzerionen per m3 en 5 kg ijzerionen per m3. Verdere uitvoeringsvormen of voorkeuren van de concentratie ijzerionen toegevoegd aan de deklaag na externe toediening van de ijzerionen zijn bovenstaand vermeld met betrekking tot de kweekbodem en zijn ook van toepassing op de deklaag.
Volgens een verder geprefereerde uitvoeringsvorm van de werkwijze volgens huidige uitvinding, wordt de samenstelling toegevoegd aan de deklaag. De samenstelling volgens huidige uitvinding wordt toegediend aan de deklaag tot de toegevoegde concentratie ijzerionen aan de deklaag gelegen is tussen 0,050 kg ijzerionen per m3 en 5 kg ijzerionen per m3. Bij voorkeur wordt een hoeveelheid begrepen tussen 1 liter per m° en 25 liter per m* van de samenstelling volgens huidige uitvinding toegediend aan de deklaag. Verdere uitvoeringsvormen of voorkeuren van de samenstelling in de deklaag zijn bovenstaand vermeld met betrekking tot de kweekbodem en zijn ook van toepassing op de deklaag.
Men heeft vastgesteld dat het toedienen van ijzerionen of de samenstelling aan de deklaag volgens huidige uitvinding resulteert in een verbeterde controle van de pathogene, bacteriële groei. Het aanrijken van de deklaag met ijzerionen, door toediening van ijzerionen of de samenstelling volgens onderhavige uitvinding bewerkstelligt een microbiële gemeenschap met een diversiteit die de stabiliteit van de microbiële gemeenschap verder verbetert met als resultaat een kwantitatieve en kwalitatieve paddenstoelenkweek.
Het ijzergehalte kan ook van de deklaag bepaald worden aan de hand van de verschillende bovenstaand vermelde meettechnieken en gekend door de vakman.
Volgens een meer geprefereerde uitvoeringsvorm van de werkwijze van onderhavige uitvinding, worden de ijzerionen of de samenstelling toegediend aan de deklaag en de deklaag gedurende een periode begrepen tussen 2 en 10 dagen gestockeerd om vervolgens op de substraatlaag, die het broed van de te kweken paddenstoelen omvat, aangebracht te worden. Men heeft vastgesteld dat de microbiële gemeenschap tijdens de periode begrepen tussen 2 en 10 dagen in balans is en de pathogene, bacteriële groei effectief controleert. Bij voorkeur is de periode begrepen tussen 3 en 9 dagen, meer bij voorkeur begrepen tussen 3 en 8 dagen, meer bij voorkeur begrepen tussen 4 en 8 dagen, meer bij voorkeur begrepen tussen 4 en 7 dagen, meer bij voorkeur begrepen tussen 5 en 7 dagen. In een tweede aspect betreft de uitvinding een samenstelling voor gebruik in een paddenstoelenkweek. In een derde aspect betreft de uitvinding een kweekbodem voor gebruik in een paddenstoelenkweek. In een laatste aspect betreft de uitvinding het gebruik van de samenstelling en de kweekbodem van onderhavige uitvinding voor het controleren van de pathogene, bacteriële groei in de paddenstoelenkweek, waarbij bij voorkeur de pathogenen Pseudomonas sp. zijn. Verder is het gebruik van de samenstelling en de kweekbodem van onderhavige uitvinding ook voor het preventief behandelen van pathogene, bacteriële groei in de paddenstoelenkweek.
Een vakman zal appreciëren dat de samenstelling volgens huidige uitvinding kan worden geïmplementeerd volgens de werkwijze in huidige uitvinding. Ook de kweekbodem, omvattende de samenstelling, volgens huidige uitvinding kan worden geïmplementeerd ter controle van de pathogene, bacteriële groei. Bovendien kan elk kenmerk hierboven en hieronder beschreven betrekking hebben op elk van de aspecten, zelfs wanneer het kenmerk in conjunctie met één bepaald aspect wordt beschreven.
De samenstelling voor gebruik in een paddenstoelenkweek volgens huidige uitvinding, omvat ijzerionen bij een concentratie gelegen tussen 1 en 8 % m/v. De samenstelling is bij voorkeur een vloeibare samenstelling. Volgens een uitvoeringsvorm van de samenstelling van onderhavige uitvinding, omvat de samenstelling verder een chelerend agens. Volgens een geprefereerde uitvoeringsvorm van de samenstelling van huidige uitvinding, omvat de samenstelling chelerend agens bij een concentratie gelegen tussen 2 en 25 % m/v. Het chelerend agens is bij voorkeur een polyprotisch zuur, omvattende ten minste één carbonzuurgroep en optioneel ten minste één aminegroep. Het chelerend agens is bij meer voorkeur een aminopolycarbonzuur. Volgens een geprefereerde uitvoeringsvorm van de samenstelling, is het chelerend agens EDTA. Volgens een ander geprefereerde uitvoeringsvorm van de samenstelling, is het chelerend agens EDTS. Volgens een geprefereerde uitvoeringsvorm van de samenstelling van huidige uitvinding omvat de samenstelling chelerend agens en ijzerionen in een molaire verhouding begrepen tussen 0,2:1 en 5:1 (chelator:ijzer), meer bij voorkeur begrepen tussen 0,5:1 en 2:1, meest bij voorkeur begrepen tussen 0,8:1 en 1,25:1.
De kweekbodem voor gebruik in een paddenstoelenkweek volgens huidige uitvinding, omvat de samenstelling volgens huidige uitvinding, waarbij de kweekbodem een concentratie toegevoegde ijzerionen van minstens 0,050 kg ijzerionen per m3 en hoogstens 5 kg ijzerionen per m3 omvat.
Bij voorkeur omvat de deklaag van de kweekbodem voor gebruik in een paddenstoelenkweek, de samenstelling volgens huidige uitvinding, waarbij de deklaag een concentratie toegevoegde ijzerionen van minstens 0,050 kg ijzerionen per m? en hoogstens 5 kg ijzerionen per m? omvat. De samenstelling volgens huidige uitvinding wordt toegediend aan de deklaag tot de deklaag een toegevoegde concentratie ijzerionen heeft gelegen tussen 0,050 kg ijzerionen per m3 en 5 kg ijzerionen per m3. Bij voorkeur wordt een hoeveelheid begrepen tussen 1 liter per m° en 25 liter per m? van de samenstelling volgens huidige uitvinding toegediend aan de deklaag. Verdere uitvoeringsvormen of voorkeuren van de samenstelling in de deklaag zijn bovenstaand vermeld met betrekking tot de kweekbodem en zijn ook van toepassing op de deklaag. Het laatste aspect betreft het gebruik van de samenstelling volgens onderhavige uitvinding of de kweekbodem volgens onderhavige uitvinding, voor het controleren van pathogene, bacteriële groei in de paddenstoelenkweek.
Volgens een uitvoeringsvorm van huidig aspect zijn de pathogenen Pseudomonas sp.
Het gebruik van de samenstelling of kweekbodem volgens onderhavige uitvinding, resulteert in een kwalitatieve en kwantitatieve paddenstoelenkweek. De groei van de pathogene bacteriën is gecontroleerd. De toegediende ijzerionen bewerkstelligen een heterogene microbiële populatie in de kweekbodem waarin de paddenstoelen worden gekweekt, en belemmeren hierbij de overgroei van pathogene Pseudomonas sp., zoals bijvoorbeeld P. tolaasii, P. gingeri of equivalenten. De toegediende ijzerionen bewerkstelligen zelfs een herstel van de microbiële populatie, indien deze aangetast zou zijn door overgroei van pathogene Pseudomonas sp.
Het laatste aspect betreft ook gebruik van de samenstelling volgens onderhavige uitvinding of de kweekbodem volgens onderhavige uitvinding, voor het preventief behandelen van pathogene, bacteriële groei in de paddenstoelenkweek.
Volgens een uitvoeringsvorm van huidig aspect zijn de pathogenen Pseudomonas sp.
De pathogene, bacteriële groei wordt volgens huidige uitvinding zowel preventief als therapeutische gecontroleerd om het succes en de opbrengst van de paddenstoelenkweek te verzekeren.
In wat volgt, wordt de uitvinding beschreven a.d.h.v. niet-limiterende voorbeelden die de uitvinding illustreren, en die niet bedoeld zijn of geïnterpreteerd mogen worden om de omvang van de uitvinding te limiteren.
VOORBEELDEN VOORBEELD 1: Een kweekbodem gecontamineerd met Pseudomonas gingeri wordt behandeld met een samenstelling om de groei van P. gingeri te controleren, en de symptomen van de ‘ginger blotch’ ziekte op de paddenstoelen te inhiberen.
Het experiment wordt uitgevoerd op tien gerandomiseerde testplots per behandeling met een oppervlakte van 1,5 m bij 1 m.
De testplots worden voorzien van een substraatlaag, omvattende een Agaricus bisporus myceliumnetwerk, en een P. gingeri gecontamineerde deklaag, waarbij genoemde deklaag is voorzien van de samenstelling omvattende een concentratie van ongeveer 3% m/v ijzerionen. De molaire verhouding chelerend agens en ijzerionen is 0,8:1 (chelator:ijzer), met 40 % EDTA als chelerend agens. Verschillende doseringen werden toegevoegd per plot, zoals toegelicht in tabel 1. De testplots met behandeling 1 zijn de controleplots. De behandelde deklagen werden voorafgaand het aanbrengen op de substraatlaag eerst 7 dagen te ruste gelegd. Eenmaal de deklaag bovenop de substraatlaag wordt voorzien, worden de symptomen de daaropvolgende drie dagen visueel waargenomen en gescoord. De score varieert van 0 tot 5, waarbij ‘score 0’ wordt toegekend indien geen ziekte waarneembaar is en ‘score 5’ wordt toegekend indien bij meer dan 75 % van de onderzochte paddenstoelen een ziekte waarneembaar is. Bij een ‘score 1’, ‘score 2’, en ‘score 3' is er respectievelijk bij O tot 10 %, 10 tot 30 %, en 30 tot 50 % van de onderzochte paddenstoelen een ziekte waarneembaar.
Tabel 1: Overzicht van de verschillende doseringen en ziekte waarnemingen ao [a an
Testplots waarbij doseringen hoger dan 25 liter per m3 worden toegediend vertonen in minstens 80% van de plots kale plekken, wat wijst fytotoxiciteit van de samenstelling bij een dergelijke dosering. Ook bij doseringen vanaf 20 liter per m3 werden dergelijke kale plekken waargenomen in de testplots, echter bij een verminderd aantal. Bij doseringen minder dan 20 liter per m?, werden geen tekenen van fytotoxiciteit meer vastgesteld. Gelijkaardige waarnemingen werden vastgesteld bij een molaire verhouding chelerend agens en ijzerionen 1,25:1 (chelator:ijzer). VOORBEELD 2: Voorbeeld 2 onderzoekt het belang van de rusttijd na het behandelen van de deklaag. Eenzelfde experimentele opzet zoals voorbeeld 1 wordt uitgevoerd. De deklaag van elk testplot wordt voorzien van 20 liter per m3 van de samenstelling. De deklaag wordt na toediening van de samenstelling 2, 4, 6, of 8 dagen te ruste gelegd voorafgaand deze wordt aangebracht bovenop de substraatlaag. De pathogene bacteriële groei werd visueel waargenomen en gescoord zoals toegelicht in voorbeeld 1. Op de derde dag werd ook de opbrengst van de testplots geteld. De opbrengst van de testplots per analyse worden in de laatste kolom van tabel 2 weergegeven. Testplot heeft eenzelfde grootte zoals toegelicht in voorbeeld 1.
Tabel 2: Overzicht van de verschillende rusttijden, de ziekte waarnemingen en de opbrengst 3 |6 1 22 _|19 | 68 | A Ja 19 [27 128 [73 | Uit bovenstaande analyse blijkt dat een langere rusttijd niet resulteert in een betere controle van de pathogene groei van P. gingeri.
Verder blijkt uit bovenstaande analyse dat een langere rusttijd voordelig is voor de opbrengst van paddenstoelen. Een rusttijd langer dan 8 dagen of 10 dagen brengt slechts een minimaal verbeterd effect met zich mee. Langere rusttijden zijn bijgevolg niet aangewezen om een hogere opbrengst te bewerkstelligen. Een rusttijd begrepen tussen 5 en 7 dagen is voordelig voor een verhoogde opbrengst.
VOORBEELD 3:
Teeltcellen voor van Agaricus bisporus worden voorzien van een kweekbodem volgens huidige uitvinding.
De substraatlaag voorzien van A. bisporus broed is afgedekt met een deklaag.
De deklaag is voorzien van verschillende hoeveelheden ijzerionen en de groei van pathogene bacteriën wordt visueel gescoord, zoals toegelicht in voorbeeld 1. Tabel 3: Overzicht van verschillende hoeveelheden ijzerionen in de deklaag en ziekte waarnemingen Min.
Max. (kg per m?) (kg per m°) a 5 lg | [48 |48 | 3 5 16 |2 [29 132 | 6 |00s5 |42 |18 [26 [24 | 8 [oo [a za | 9 |00e0 [33 [17 |25 [23 | Volgens de resultaten weergegeven in Tabel 3, blijkt dat een hoeveelheid hoger dan 5 kg per m? in de deklaag, leidt tot een verlaagde controle van de pathogene, bacteriële groei.
Een te hoge concentratie ijzerionen aanwezig in de deklaag, kan leiden tot biologische toxiciteit.
Bijgevolg is er een verstoring in het milieu en kan de pathogeen de kweek overgroeien.
Hoeveelheden ijzerionen begrepen tussen 0,050 en 5 kg per m3 in de deklaag resulteren in een betere controle van de pathogene, bacteriële groei.
Een score lager dan 3 werd toegekend aan deze analysen.
Bij lagere hoeveelheden ijzerionen, begrepen tussen 0,075 en 2 kg per m° is de score zelfs lager dan 2. Analyse 16 en 17 resulteren in de beste score, daar weinig of geen ziekte waarneembaar is.
Het is verondersteld dat de huidige uitvinding niet beperkt is tot de uitvoeringsvormen die hierboven beschreven zijn en dat enkele aanpassingen of veranderingen aan de beschreven voorbeelden kunnen toegevoegd worden zonder de toegevoegde conclusies te herwaarderen.

Claims (14)

CONCLUSIES
1. Een werkwijze voor het controleren van pathogene, Pseudomonas sp.in een paddenstoelenkweek, met het kenmerk, dat ijzerionen aan een kweekbodem voor paddenstoelen worden toegediend, waarbij een concentratie gelegen tussen 0,050 kg ijzerionen per m} en 5 kg ijzerionen per m3 wordt toegediend aan genoemde kweekbodem.
2. De werkwijze volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de concentratie gelegen tussen 0,075 kg ijzerionen per m3 en 2 kg ijzerionen per m? wordt toegediend aan genoemde kweekbodem.
3. De werkwijze volgens één der voorgaande conclusies 1-2, met het kenmerk, dat de ijzerionen worden toegediend middels een poedervorm.
4. De werkwijze volgens één der voorgaande conclusies 1-2, met het kenmerk, dat de ijzerionen worden toegediend middels een vloeibare samenstelling omvattende 1 tot 8 % m/v ijzerionen.
5. De werkwijze volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat genoemde samenstelling verder een chelerend agens omvat.
6. De werkwijze volgens conclusie 4 of 5, met het kenmerk, dat het chelerend agens een concentratie heeft begrepen tussen 2 en 25 % m/v in genoemde samenstelling.
7. De werkwijze volgens één der voorgaande conclusies 4-6, met het kenmerk, dat genoemde samenstelling het chelerend agens en de ijzerionen in een molaire verhouding begrepen tussen 0,2:1 en 5:1 (chelator/ijzer) omvat.
8. De werkwijze volgens één der voorgaande conclusies 4-7, met het kenmerk, dat het chelerende agens een polyprotisch zuur is omvattende ten minste één carbonzuurgroep en optioneel ten minste één aminegroep.
9. De werkwijze volgens één der voorgaande conclusies 4-8, met het kenmerk, dat genoemde samenstelling wordt toegediend aan de kweekbodem, dusdanig dat de kweekbodem minstens 1 liter per m3 en hoogstens 25 liter per m? van genoemde samenstelling omvat.
10. De werkwijze volgens één der voorgaande conclusies 1-9, met het kenmerk, dat de ijzerionen afkomstig zijn van ijzerslib.
11. De werkwijze volgens één der voorgaande conclusies 1-10, met het kenmerk, dat de kweekbodem voor paddenstoelen, een substraatlaag en een deklaag omvat, waarbij de samenstelling wordt toegediend aan de deklaag.
12.Een kweekbodem voor gebruik in een paddenstoelenkweek omvattende een substraatlaag en een deklaag, met het kenmerk, dat de deklaag een samenstelling met tussen 1 en 8 % m/v ijzerionen omvat en waarbij de kweekbodem een concentratie toegevoegde ijzerionen van minstens 0,050 kg ijzerionen per m? en hoogstens 5 kg ijzerionen per m} omvat.
13.Het gebruik van een samenstelling omvattende ijzerionen bij een concentratie gelegen tussen 1 en 8% m/v ijzerionen of de kweekbodem volgens conclusie 12, voor het controleren van Pseudomonas sp. groei in de paddenstoelenkweek.
14.Het gebruik van een samenstelling omvattende ijzerionen bij een concentratie gelegen tussen 1 en 8% m/v ijzerionen of de kweekbodem volgens conclusie 12, voor het preventief behandelen van Pseudomonas sp. groei in de paddenstoelenkweek.
BE20205149A 2020-03-05 2020-03-05 Werkwijze voor het controleren van pathogene groei in paddenstoelenkweek BE1028124B1 (nl)

Priority Applications (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE20205149A BE1028124B1 (nl) 2020-03-05 2020-03-05 Werkwijze voor het controleren van pathogene groei in paddenstoelenkweek
EP21160643.9A EP3874953B1 (en) 2020-03-05 2021-03-04 Method for controlling pathogenic growth in mushroom cultures

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE20205149A BE1028124B1 (nl) 2020-03-05 2020-03-05 Werkwijze voor het controleren van pathogene groei in paddenstoelenkweek

Publications (2)

Publication Number Publication Date
BE1028124A1 BE1028124A1 (nl) 2021-09-29
BE1028124B1 true BE1028124B1 (nl) 2021-10-05

Family

ID=69902946

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE20205149A BE1028124B1 (nl) 2020-03-05 2020-03-05 Werkwijze voor het controleren van pathogene groei in paddenstoelenkweek

Country Status (1)

Country Link
BE (1) BE1028124B1 (nl)

Citations (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP0210734A1 (en) * 1985-06-14 1987-02-04 BURNS, PHILP & COMPANY LIMITED Mushroom blotch control agent
WO2013034939A2 (en) * 2011-09-08 2013-03-14 Szegedi Tudományegyetem Active agents against pseudomonas species causing rotting diseases in mushroom production, their use and compositions containing them

Family Cites Families (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US7048956B2 (en) 2002-03-05 2006-05-23 The Penn State Research Foundation Process for antimicrobial treatment of fresh produce, particularly mushrooms
KR100474662B1 (ko) 2003-03-03 2005-03-10 조영섭 버섯 생장을 촉진시키는 슈도모나스 푸티다 미생물 및상기 미생물을 이용한 버섯재배 방법

Patent Citations (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP0210734A1 (en) * 1985-06-14 1987-02-04 BURNS, PHILP & COMPANY LIMITED Mushroom blotch control agent
WO2013034939A2 (en) * 2011-09-08 2013-03-14 Szegedi Tudományegyetem Active agents against pseudomonas species causing rotting diseases in mushroom production, their use and compositions containing them

Non-Patent Citations (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Title
ABRAM A STEINER ET AL: "Recipe for Ferric Salts of Ethylenediaminetetraacetic Acid Received for publication July 15, 1969", PLANT PHYSIOL, 1 January 1970 (1970-01-01), pages 862 - 863, XP055737303, Retrieved from the Internet <URL:https://core.ac.uk/download/pdf/193827053.pdf> *
SANDRA M. ALMEIDA ET AL: "Iron bioaccumulation in mycelium of Pleurotus ostreatus", BRAZILIAN JOURNAL OF MICROBIOLOGY, vol. 46, no. 1, 1 May 2015 (2015-05-01), pages 195 - 200, XP055737347, DOI: 10.1590/S1517-838246120130695 *

Also Published As

Publication number Publication date
BE1028124A1 (nl) 2021-09-29

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US8945631B2 (en) Liquid for treatment of citrus greening disease and treatment method using same
US20090035843A1 (en) Liquid mycorrhiza compositions
CN119731142A (zh) 用于治疗植物的铁缺乏症和铁失绿症的材料和方法
US10772335B1 (en) Compositions and methods for improving plant health
US8795736B2 (en) Composition and method for control of plant pathogenic bacteria and endophytic microorganisms using copper phosphite and nutrient-halo-phosphite compounds
Ammor et al. Investigation of the selective bactericidal effect of several decontaminating solutions on bacterial biofilms including useful, spoilage and/or pathogenic bacteria
NL2025057B1 (nl) Werkwijze voor het controleren van pathogene groei in paddenstoelenkweek
BE1028124A1 (nl) Werkwijze voor het controleren van pathogene groei in paddenstoelenkweek
EP3874953B1 (en) Method for controlling pathogenic growth in mushroom cultures
KR20200037468A (ko) 구연산을 통한 미생물 생존내구력 강화와 유산균 및 인산가용화균으로 구성된 복합미생물 대량생산 액상비료 및 그 제조방법
Elaamer The effect of spent mushroom (Agaricus bisporus) compost on the indigenous rhizosphere microbiota in strawberry cultivation
Dakhli et al. Olive mill waste water spreading in southern Tunisia: effects on a barley crop:(Hordeum Vulgare. L)
Huidrom et al. Microbial bioremediation of pesticide residues in tea soil
WO2011037086A1 (ja) 植物育成剤、植物病害抵抗性誘導剤及び病害防除方法
CN113841707A (zh) 反式法尼醇作为增效剂在防治荔枝霜疫病中的应用
WO1997033477A1 (en) Plant fungicidal and bactericidal composition comprising aluminum ions
Ibuot et al. Microbiological analysis of top soil and rhizosphere treated with organic manure
JP3369544B2 (ja) 海苔処理剤および処理方法
Qardash et al. Study on the effects of six pesticides on soil bacteria in laboratory
Gupta et al. Enhancing resistance of rice bean to diseases by seed treatment with Pseudomonas flourescens and Bacillus species
JP2971446B2 (ja) ノリ処理剤及び処理方法
CN118985604A (zh) 对羟基肉桂酸作为抑菌剂在防治茶藨生柱锈菌上的应用
El-Sayed et al. Effect of using some biological products of (Nigella sativa L.) on improving cucumber productivity and the microbial activity associated with plant growth
Conti Nibali Miglioramento della qualità del seme e controllo dei patogeni fungini associati al seme mediante l’uso di microrganismi
Alsanius et al. Sustainable Greenhouse systems-the potential of microorganisms

Legal Events

Date Code Title Description
FG Patent granted

Effective date: 20211005