BE1028548B1 - Botsabsorbeerinrichting, voertuig en aanhangwagen omvattende een botsabsorbeerinrichting - Google Patents
Botsabsorbeerinrichting, voertuig en aanhangwagen omvattende een botsabsorbeerinrichting Download PDFInfo
- Publication number
- BE1028548B1 BE1028548B1 BE20205572A BE202005572A BE1028548B1 BE 1028548 B1 BE1028548 B1 BE 1028548B1 BE 20205572 A BE20205572 A BE 20205572A BE 202005572 A BE202005572 A BE 202005572A BE 1028548 B1 BE1028548 B1 BE 1028548B1
- Authority
- BE
- Belgium
- Prior art keywords
- energy
- elongate body
- absorbing
- absorbing device
- impact
- Prior art date
Links
Classifications
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E01—CONSTRUCTION OF ROADS, RAILWAYS, OR BRIDGES
- E01F—ADDITIONAL WORK, SUCH AS EQUIPPING ROADS OR THE CONSTRUCTION OF PLATFORMS, HELICOPTER LANDING STAGES, SIGNS, SNOW FENCES, OR THE LIKE
- E01F15/00—Safety arrangements for slowing, redirecting or stopping errant vehicles, e.g. guard posts or bollards; Arrangements for reducing damage to roadside structures due to vehicular impact
- E01F15/14—Safety arrangements for slowing, redirecting or stopping errant vehicles, e.g. guard posts or bollards; Arrangements for reducing damage to roadside structures due to vehicular impact specially adapted for local protection, e.g. for bridge piers, for traffic islands
- E01F15/145—Means for vehicle stopping using impact energy absorbers
- E01F15/148—Means for vehicle stopping using impact energy absorbers mobile arrangements
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Architecture (AREA)
- Civil Engineering (AREA)
- Structural Engineering (AREA)
- Vibration Dampers (AREA)
Abstract
Botsabsorbeerinrichting omvattende: een eerste energie-absorberend deel, omvattende ten minste één eerste langgerekt lichaam en ten minste één overeenkomstige eerste energie-omvormer die is ingericht om het eerste langgerekt lichaam te vervormen bij onderlinge beweging; een tweede energie-absorberend deel, omvattende ten minste één tweede langgerekt lichaam en ten minste één overeenkomstige tweede energie-omvormer die is ingericht om het tweede langgerekt lichaam te vervormen bij onderlinge beweging; een bumper gekoppeld aan het eerste energie-absorberend deel; waarbij het eerste en tweede energie-absorberend deel in hoofdzaak achter elkaar positioneerbaar zijn; en waarbij het eerste en tweede energie-absorberend deel zodanig met elkaar gekoppeld zijn, dat het ten minste éérste langgerekte lichaam en het ten minste tweede langgerekte lichaam ten minste gedeeltelijk gelijktijdig worden vervormd door respectievelijk de ten minste één overeenkomstige eerste energie-omvormer en de ten minste één overeenkomstige tweede energie-omvormer wanneer een voertuig tegen de bumper botst.
Description
Botsabsorbeerinrichting, voertuig en aanhangwagen omvattende een botsabsorbeerinrichting Vakgebied De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een botsabsorbeerinrichting. De uitvinding heeft verder betrekking op een voertuig en een aanhangwagen omvattende een botsabsorbeerinrichting.
Achtergrond Botsabsorbeerinrichtingen worden gebruikt om de veiligheid op en rond een rijbaan te verhogen, voornamelijk in de buurt van wegwerkzaamheden of andere tijdelijke of gewijzigde verkeerssituaties. Het werkingsprincipe van botsabsorbeerinrichtingen is dat zij bij een aanrijding door een voertuig ten minste cen deel van de kinetische energie van het aanrijdende voertuig absorberen waardoor dit voertuig op een veilige manier tot stilstand kan worden gebracht. Enerzijds wordt op deze manier een gebied, zoals een wegenwerkensite, afgeschermd door de botsabsorbeerinrichting en worden eventuele aanwezigen in dit gebied behoedt voor aanrijdingen door voertuigen die vaak met een te hoge snelheid dergelijke gebieden naderen. Anderzijds worden de één of meerdere inzittenden van het aanrijdende voertuig beschermd doordat het voertuig geleidelijk aan tot stilstand wordt gebracht waardoor de kans op verwondingen of erger afneemt in vergelijking met wanneer het voertuig abrupt tot stilstand zou komen. De hoofdfunctie van botsabsorbeerinrichtingen is dus het absorberen van kinetische energie. Het is verder belangrijk dat botsabsorbeerinrichtingen makkelijk te transporteren zijn. Ze worden namelijk ingezet op verschillende locaties en moeten vaak snel ter plaatse kunnen zijn. Mobiele botsabsorbeerinrichtingen zijn bekend en hebben typisch de mogelijkheid om op compacte wijze te worden getransporteerd. Voor het eigenlijke doel van een veilige botsabsorptie is een lange botsabsorbeerinrichting echter wenselijk en daarom bestaan deze mobiele botsabsorbeerinrichtingen typisch uit afzonderlijke delen die achter elkaar worden opgesteld op de gewenste locatie. Dergelijke botsabsorbeerinrichtingen hebben echter het nadeel dat ze op minder efficiënte wijze kinetische energie absorberen en daarom minder veilig zijn. Samenvatting van de uitvinding Uitvoeringsvormen van de uitvinding hebben als doel een botsabsorbeerinrichting te verschaffen, met name een botsabsorbeerinrichting die makkelijk transporteerbaar is en een hoge veiligheid garandeert. Het is verder een doel van uitvoeringsvormen van de uitvinding om een botsabsorbeerinrichting te verschaffen die in staat is om een voertuig op geleidelijke wijze tot stilstand te brengen.
Een eerste aspect van de uitvinding heeft betrekking op een botsabsorbeerinrichting omvattende cen eerste energie-absorberend deel dat ten minste één eerste langgerekt lichaam en ten minste één overeenkomstige eerste energie-omvormer omvat, waarbij het eerste langgerekt lichaam en de cerste energie-omvormer ten opzichte van elkaar beweegbaar zijn en waarbij de eerste energie- omvormer is ingericht om het eerste langgerekt lichaam te vervormen bij onderlinge beweging. De botsabsorbeerinrichting omvat verder een tweede energie-absorberend deel dat ten minste één tweede langgerekt lichaam en ten minste één overeenkomstige tweede energie-omvormer omvat, waarbij het tweede langgerekt lichaam en de tweede energie-omvormer ten opzichte van elkaar beweegbaar zijn en waarbij de tweede energie-omvormer is ingericht om het tweede langgerekt lichaam te vervormen bij onderlinge beweging. De botsabsorbeerinrichting omvat verder een bumper die gekoppeld is aan het eerste energie-absorberend deel. Het eerste en tweede energie- absorberend deel zijn in hoofdzaak achter elkaar positioneerbaar. Het eerste en tweede energie- absorberend deel zijn zodanig met elkaar gekoppeld, dat het ten minste éérste langgerekte lichaam en het ten minste tweede langgerekte lichaam ten minste gedeeltelijk gelijktijdig worden vervormd door respectievelijk de ten minste één overeenkomstige eerste energie-omvormer en de ten minste één overeenkomstige tweede energie-omvormer wanneer een aanrijdend voertuig tegen de bumper botst.
De botsabsorbeerinrichting is gebaseerd op het inventieve inzicht dat door het toelaten van een gelijktijdige vervorming van het eerste en tweede langgerekte lichaam, een meer gelijkmatige energie-absorptie wordt verkregen in vergelijking met bekende botsabsorbeerinrichtingen. Met andere woorden, door het op zodanige wijze koppelen van het eerste en tweede energie- absorberend deel in een opgestelde toestand, wordt een veilige botsabsorbeerinrichting verschaft die makkelijk te transporteren is.
Bij voorkeur omvatten de eerste en tweede energie-omvormers respectievelijk eerste en tweede snijmiddelen die zijn ingericht om respectievelijk de eerste en tweede langgerekte lichamen te snijden.
Op deze wijze wordt een deel van de kinetische energie van het aanrijdende voertuig geabsorbeerd door middel van snijkracht.
Bij voorkeur omvatten de eerste en tweede energie-omvormers respectievelijk een eerste en tweede afbuigdeel die zijn ingericht om respectievelijk de eerste en tweede langgerekte lichamen af te buigen.
Op deze wijze wordt een deel van de kinetische energie van het aanrijdende voertuig geabsorbeerd door middel van afbuiging of omvorming van het eerste en/of tweede langgerekte lichaam. Bij voorkeur wordt een initieel deel van de kinetische energie dat overeenkomt met een initiële (hoge) snelheid van het aanrijdende voertuig geabsorbeerd door het snijden van het eerste en/of tweede langgerekte lichaam. Bij voorkeur wordt een resterend deel van de kinetische energie dat overeenkomt met een lagere snelheid van het aanrijdende voertuig geabsorbeerd door het afbuigen of vervormen van het eerste en/of tweede langgerekte lichaam. Dit is voordelig omdat de snijweerstand sterkt stijgt wanneer de snijsnelheid daalt tot onder een drempelwaarde waardoor een cindpiek in de vertraging van het aanrijdende voertuig zou worden veroorzaakt. Dergelijke cindpiek heeft tot gevolg dat het aanrijdende voertuig abrupt tot stilstand komt, wat nadelig zou zijn voor de veiligheid van de inzittenden. Door het combineren van het snijden van de langgerekte lichamen met het vervormen of afbuigen van de langgerekte lichamen, kan de eindpiek in de vertraging van het aanrijdende voertuig worden vermeden. Dit effect wordt verder versterkt doordat kinetische energie ook wordt geabsorbeerd door frictie die optreedt bij het afbuigen van het eerste en/of tweede langgerekte lichaam, en/of door optredende inertie bij het in beweging brengen van de onderdelen van het eerste en/of tweede energie-absorberende deel.
Het zal duidelijk zijn voor de vakman dat de verschillende vormen van energie-absorptie, zoals snijden en afbuigen, plaats vinden gedurende het hele proces van het tot stilstand brengen van het aanrijdende voertuig. De verschillende vormen van energie-absorptie treden dus op bij zowel lage als hoge snelheid. Echter, een momentane verhouding of verdeling tussen deze verschillende vormen van energic-absorptie zal verschillend zijn in afhankelijkheid van de te absorberen energie en dus de snelheid van het aanrijdende voertuig. Deze momentane verhouding zal in de tijd veranderen naarmate dat de snelheid verandert, juist omdat de verschillende vormen van energie- absorptie op een verschillende manier afhankelijk zijn van de snelheid.
Bij voorkeur hebben het eerste en tweede energie-absorberend deel onderling verschillende _ omvormingsweerstanden. Onder omvormingsweerstand wordt de omvormingsweerstand voor eenzelfde snelheid verstaan. Met andere woorden, wanneer het eerste en tweede energie- absorberend deel onafhankelijk van elkaar de kinetische energie van een aanrijdend voertuig met cen bepaalde snelheid zouden omvormen, dan zouden de verschillende omvormingscomponenten zoals snijweerstand, vervormingsweerstand, frictie en inertie een onderling verschillende weerstandsresultante opleveren. In de praktijk zal het eerste energie-absorberende deel typisch onderworpen zijn aan een hogere snelheid dan het tweede energie-absorberende deel waardoor gelijkaardige krachten worden geabsorbeerd door de twee energie-absorberende delen.
Op deze wijze kan de botsabsorbeerinrichting verschillende weerstandscomponenten op voordelige wijze aanspreken. Dit resulteert in een quasi zelfregulerende botsabsorbeerder die op mechanische wijze pieken uit het vertragingsprofiel filtert. Met andere woorden, door de verscheidenheid aan beschikbare omvormingscomponenten in de verschillende energie-absorberende delen, en door het koppelen van de respectievelijke energie-absorberende delen, wordt, onafhankelijk van de snelheid en/of massa van het aanrijdende voertuig, een gelijkmatige vertraging verkregen. Bij voorkeur heeft het eerste energie-absorberend deel een eerste vervormingsweerstand, en heeft het tweede energie-absorberend deel een tweede vervormingsweerstand, waarbij de eerste vervormingsweerstand kleiner is dan de tweede vervormingsweerstand. Bij voorkeur zijn het eerste en tweede energie-absorberend deel met elkaar gekoppeld door middel van een koppeling die is ingericht om onderlinge beweging van het eerste energie-absorberend deel en het tweede energie-absorberend deel te blokkeren in een opgestelde toestand van de botsabsorbeerinrichting. Een mogelijke koppeling is een slot of schuifslot.
Bij voorkeur omvat het eerste energie-absorberend deel een vergrendeling die is ingericht om, enerzijds, onderlinge beweging van het eerste langgerekt lichaam en de eerste energie-omvormer te blokkeren wanneer een uitgeoefende kracht op de vergrendeling kleiner is dan een vooraf bepaalde grenswaarde, en om, anderzijds, onderlinge beweging van het eerste langgerekt lichaam en de cerste energie-omvormer vrij te geven wanneer de uitgeoefende kracht op de vergrendeling groter is dan de vooraf bepaalde grenswaarde. Een voorbeeld van een dergelijke vergrendeling omvat één of meerdere breekbouten.
Op deze wijze wordt verzekerd dat de energie-absorberende werking van het eerste energie- absorberend deel pas wordt aangesproken wanneer de botsabsorbeerinrichting is opgesteld en er cen botsing of aanrijding plaatsvindt. Zo kan de botsabsorbeerinrichting op een veilige wijze getransporteerd worden.
Bij voorkeur omvat het tweede energie-absorberend deel een vergrendeling die is ingericht om, enerzijds, onderlinge beweging van het tweede langgerekt lichaam en de tweede energie-omvormer te blokkeren wanneer een uitgeoefende kracht op de vergrendeling kleiner is dan een vooraf bepaalde grenswaarde, en om, anderzijds, onderlinge beweging van het tweede langgerekt lichaam en de tweede energie-omvormer vrij te geven wanneer de uitgeoefende kracht op de vergrendeling groter is dan de vooraf bepaalde grenswaarde. Een voorbeeld van een dergelijke vergrendeling is een breekbout.
Op deze wijze wordt verzekerd dat de energie-absorberende werking van het tweede energie- absorberend deel pas wordt aangesproken wanneer de botsabsorbeerinrichting is opgesteld en er cen botsing of aanrijding plaatsvindt. Zo kan de botsabsorbeerinrichting op een veilige wijze getransporteerd worden.
Bij voorkeur omvatten de eerste en tweede energie-omvormers respectievelijk een eerste en tweede geleidingsdeel die zijn ingericht om respectievelijk de eerste en tweede langgerekte lichamen in de eerste en tweede energie-omvormers te geleiden.
5 Bij voorkeur zijn de eerste en tweede energie-omvormers respectievelijk bij een uiteinde van respectievelijk de eerste en tweede langgerekte lichamen aangebracht. Het is echter duidelijk voor de vakman dat de energie-omvormers ook elders kunnen aangebracht zijn.
Bij voorkeur is de eerste energie-omvormer aangebracht bij een uiteinde van het eerste langgerekte lichaam dat is weggericht van de bumper. Het is echter duidelijk voor de vakman dat de eerste energie-omvormer ook elders kan aangebracht zijn. Bij voorkeur is de tweede energie-omvormer aangebracht bij een uiteinde van het tweede langgerekte lichaam dat naar de bumper is gericht. Het is echter duidelijk voor de vakman dat de tweede energie-omvormer ook elders kan aangebracht zijn. Bij voorkeur omvatten de eerste en/of tweede snijmiddelen ten minste twee snijvlakken. Het is duidelijk voor de vakman dat de ten minste twee snijvlakken door middel van één mes, twee messen, of meerdere messen zijn vormgegeven. Bij voorkeur zijn de twee snijvlakken onderling aangrenzend. Verder bij voorkeur zijn de twee snijvlakken opgesteld in een hoekconfiguratie, waarbij de open benen van de hoek zijn gericht naar het betreffende langgerekte lichaam. De twee snijvlakken vormen een snijvlakpaar en werken samen om het betreffende langgerichte lichaam volgens een snijlijn te snijden. Het is duidelijk voor de vakman de eerste en/of tweede snijmiddelen meerdere snijvlakparen kunnen omvatten om het betreffende langgerekte lichaam volgens meerdere overeenkomstige snijlijnen te snijden. Bij voorkeur omvatten de eerste en/of tweede snijmiddelen meerdere snijvlakparen die zodanig gepositioneerd zijn dat deze niet gelijktijdig in contact komen met het betreffende langgerekte lichaam. Op deze wijze wordt de krachtabsorptie op geleidelijke wijze opgebouwd. Bij voorkeur zijn de meerdere snijvlakparen in hoofdzaak evenwijdig ten opzichte van elkaar opgesteld. Bij voorkeur omvatten de langgerekte lichamen buisprofielen.
Bij voorkeur hebben de buisprofielen een in hoofdzaak rechthoekige dwarsdoorsnede. Meer bij voorkeur hebben de buisprofielen een in hoofdzaak vierkante dwarsdoorsnede. Het is echter duidelijk voor de vakman dat de dwarsdoorsnede van de buisprofielen in hoofdzaak rond of in hoofdzaak zes- of achthoekig kan zijn. Ook andere vormen van dwarsdoorsnede zijn mogelijk.
Bij voorkeur zijn de buisprofielen bij een uiteinde daarvan voorzien van ten minste één geleidingsuitsparing. Dergelijke geleidingsuitsparing wordt ook wel slipgat genoemd. Bij het treffen van dergelijke geleidingsuitsparing wordt het snijden onderbroken. Dit zorgt voor een opbouw van kracht over een langere afstand en een verminderde kans op een drukstoot. Op deze manier wordt dus een geleidelijk oplopende krachtabsorptie bekomen.
Bij voorkeur is het eerste en/of tweede afbuigdeel ingericht om het respectievelijk eerste en/of tweede langgerekt lichaam af te buigen onder een hoek van tussen 45° en 135°, meer bij voorkeur tussen 60° en 120°, nog meer bij voorkeur tussen 70° en 110°, nog meer bij voorkeur tussen 80° en 100°, en meest bij voorkeur tussen 85° en 95°.
Bij voorkeur zijn het eerste energie-absorberend deel en het tweede energie-absorberend deel onderling verschuifbaar tussen een uitgestrekte toestand, waarbij het eerste en tweede energie- absorberend deel in hoofdzaak achter elkaar geplaatst zijn, en een ingeschoven toestand waarbij het eerste en tweede energie-absorberend deel in hoofdzaak naast elkaar geplaatst zijn.
Bij voorkeur omvat de botsabsorbeerinrichting een koppelmiddel voor koppeling met een kantelmechanisme, waarbij de botsabsorbeerinrichting kantelbaar is tussen een in hoofdzaak horizontale werkingstoestand en een in hoofdzaak verticale transporttoestand.
Bij voorkeur omvat het eerste energie-absorberende deel twee eerste langgerekte lichamen en twee overeenkomstige eerste energie-omvormers, waarbij de twee eerste langgerekte lichamen zich in hoofdzaak evenwijdig ten opzichte van elkaar uitstrekken.
Bij voorkeur omvat het tweede energie-absorberende deel twee, meer bij voorkeur vier, tweede langgerekte lichamen en twee, meer bij voorkeur vier, overeenkomstige tweede energie- omvormers, waarbij de twee, meer bij voorkeur vier, tweede langgerekte lichamen zich in hoofdzaak evenwijdig ten opzichte van elkaar uitstrekken.
Een tweede aspect van de uitvinding heeft betrekking op een voertuig en/of aanhangwagen omvattende een botsabsorbeerinrichting.
Het is duidelijk voor de vakman dat de maatregelen en voordelen behorende bij de hierboven beschreven uitvoeringsvormen van de botsabsorbeerinrichting volgens het eerste aspect van de uitvinding op gelijkaardige wijze van toepassing zijn op een voertuig en/of aanhangwagen volgens het tweede aspect van de uitvinding, mutatis mutandis.
Een derde aspect van de uitvinding heeft betrekking op het gebruik van een botsabsorbeerinrichting volgens één van de voorgaande uitvoeringsvormen bij het beveiligen van cen rijbaan of wegenwerkensite.
Het is duidelijk voor de vakman dat de maatregelen en voordelen behorende bij de hierboven beschreven uitvoeringsvormen van de botsabsorbeerinrichting volgens het eerste aspect van de uitvinding op gelijkaardige wijze van toepassing zijn op het gebruik van de botsabsorbeerinrichting volgens het derde aspect van de uitvinding, mutatis mutandis.
Korte figuurbeschrijving Bovenstaande en andere voordelige eigenschappen en doelen van de uitvinding zullen duidelijker worden en de uitvinding zal beter begrepen worden aan de hand van de volgende gedetailleerde beschrijving wanneer deze wordt gelezen in combinatie met de tekeningen in bijlage, waarin: Figuur 1A een vereenvoudigd zijaanzicht toont van een uitvoeringsvorm van een botsabsorbeerinrichting; Figuur 1B een schematisch bovenaanzicht toont van de uitvoeringsvorm in figuur 1A; Figuur 2A een perspectiefaanzicht toont van een voorkeursuitvoeringsvorm van cen energie- omvormer; Figuur 2B een open perspectiefaanzicht toont van een andere voorkeursuitvoeringsvorm van energie-omvormer en een deel van een langgerekt lichaam; Figuur 2C een detailaanzicht toont van een voorkeursuitvoeringsvorm van een geleidingsdeel en snijmiddelen in een energie-omvorrner; Figuur 3A een zijaanzicht toont van een voorkeursuitvoeringsvorm van een botsabsorbeerinrichting in opgestelde toestand; Figuur 3B een zijaanzicht toont van de uitvoeringsvorm in figuur 3A in compacte toestand; Figuur 3C een bovenaanzicht toont van de uitvoeringsvorm in figuur 3A in opgestelde toestand; Figuur 3D een bovenaanzicht toont van de uitvoeringsvorm in figuur 3A in compacte toestand; Figuur 3E een perspectiefaanzicht toont van de uitvoeringsvorm in figuur 3A in opgestelde toestand;
Figuur 3F een perspectiefaanzicht toont van de uitvoeringsvorm in figuur 3A in compacte toestand; Figuur 4A een bovenaanzicht toont van een voorkeursuitvoeringsvorm van een botsabsorbeerinrichting; Figuur 4B een perspectiefaanzicht toont van een deel van de botsabsorbeerinrichting; Figuur 4C een detailaanzicht toont van een uitvoeringsvorm van een koppeling tussen het eerste en tweede energie-absorberend deel; en Figuur 4D detailaanzicht toont van een uitvoeringsvorm van een vergrendeling van het tweede energie-absorberend deel toont.
Gedetailleerde uitvoeringsvormen Figuren 1A en 1B tonen een uitvoeringsvorm van een botsabsorbeerinrichting 100. De botsabsorbeerinrichting 100 omvat een eerste energie-absorberend deel 110 en een tweede energie- absorberend deel 120. Het eerste energie-absorberend deel 110 en het tweede energie-absorberend deel 120 zijn in hoofdzaak achter elkaar gepositioneerd in een opgestelde toestand van de botsabsorbeerinrichting 100. Het eerste energie-absorberend deel 110 omvat een eerste langgerekt lichaam 111 en een overeenkomstige eerste energie-omvormer 112. Het eerste langgerekt lichaam 111 en de eerste energie-omvormer 112 zijn beweegbaar ten opzichte van elkaar. De eerste energie-omvormer 112 is ingericht om het eerste langgerekt lichaam 111 te vervormen bij onderlinge beweging. Zo zal het eerste langgerekt lichaam 111 bijvoorbeeld vervormd worden wanneer het door de eerste energie-omvormer 112 wordt geduwd wanneer een voertuig in aanrijding komt met de bumper 130 die gekoppeld is aan het eerste energie-absorberend deel. Het tweede energie-absorberend deel 120 omvat een tweede langgerekt lichaam 121 en een overeenkomstige tweede energie-omvormer 122. Het tweede langgerekt lichaam 121 en de tweede energie-omvormer 122 zijn beweegbaar ten opzichte van elkaar. De tweede energie-omvormer 122 is ingericht om het tweede langgerekt lichaam 121 te vervormen bij onderlinge beweging. Het eerste en tweede energie-absorberend deel 110, 120 zijn zodanig met elkaar gekoppeld zijn, dat het éérste langgerekte lichaam 111 en het tweede langgerekte lichaam 121 ten minste gedeeltelijk gelijktijdig worden vervormd door respectievelijk de overeenkomstige eerste energie-omvormer 112 en de overeenkomstige tweede energie-omvormer 122 wanneer een voertuig tegen de bumper 130 botst. De koppeling die hiervoor zorgt, is schematisch weergegeven als element 140. Deze koppeling 140 zorgt er voor dat wanneer, door bijvoorbeeld een aanrijding, een kracht wordt uitgeoefend op de eerste energie-omvormer 112, deze kracht een beweging van de tweede energieomvormer 122 ten opzichte van het tweede langgerekt lichaam 121 teweegbrengt. Op deze manier wordt bekomen dat het eerste energie-absorberend deel 110 en het tweede energie- absorberend deel 120 over een zolang mogelijke periode gelijktijdig actief zijn. Dit zorgt er voor dat de energie van een aanrijding gelijkmatig kan worden geabsorbeerd omdat er verschillende energie-absorberende elementen samen werken om pieken in de energie-absorptie, d.i. de vertraging van het aanrijdende voertuig, te voorkomen. Het is duidelijk voor de vakman, dat de koppeling 140 op verschillende manieren kan worden vormgegeven met het hierboven beschreven doel als gevolg. Zonder de beschermingsomvang hiertoe te beperken, wordt met verwijzing naar de uitvoeringsvorm van figuur 4B en 4C een voordelige uitvoering van dergelijke koppeling 140 beschreven. De eerste en tweede energie-omvormers 112, 122 omvatten respectievelijk eerste en tweede snijmiddelen 1124, 1224 die zijn ingericht om respectievelijk de eerste en tweede langgerekte lichamen 111, 121 te snijden. Door de langgerekte lichamen te snijden, wordt energie van de aanrijding of botsing geabsorbeerd. De langgerekte lichamen zijn gevormd door buisprofielen die cen in hoofdzaak vierkante doorsnede hebben. Het is echter duidelijk voor de vakman dat buisprofielen met andere doorsneden kunnen worden gebruikt in de onderhavige botsabsorbeerinrichting zoals rechthoekig, zeshoekig, achthoekig, rond, etc. De snijmiddelen kunnen elk één of meerdere snijvlakken omvatten. Zo kan het betreffende langgerekte lichaam in twee of meerdere stukken worden gesneden, afhankelijk van de configuratie van de één of meerdere snijvlakken. Zonder de beschermingsomvang hiertoe te beperken, worden met verwijzing naar figuren 2A, 2B en 2C enkele voordelige voorkeursuitvoeringsvormen van de snijmiddelen 2124 getoond. De getoonde eerste en tweede energie-omvormers 112, 122 hebben respectievelijk ook een eerste en tweede afbuigdeel 112b, 122b die zich stroomafwaarts van de snijmiddelen 1124, 1224 bevinden en ingericht zijn om de gesneden eerste en tweede langgerekte lichamen 111, 121 af te buigen. Hierdoor kan de energie op efficiënte wijze verder worden geabsorbeerd door het afbuigen van de gesneden delen van de langgerekte lichamen, door de frictie die tijdens het afbuigen ontstaat, en/of door de massatraagheid van de verschillende onderdelen die in beweging worden gebracht. Hierdoor wordt de totale energie van het aanrijdende voertuig op efficiënte en gelijkmatige wijze geabsorbeerd. Bekende botsabsorbeerinrichtingen die voornamelijk gebaseerd zijn op snijkracht hebben namelijk het nadeel dat een eindpiek in de energie-absorptie, en dus in het vertragingsprofiel van het aanrijdende voertuig, wordt veroorzaakt. Dit is nadelig voor de veiligheid van de inzittenden van het voertuig.
Figuren 2A, 2B en 2C tonen voorkeursuitvoeringsvormen van (delen van) een energie-omvormer 212 die kunnen worden gebruikt in het eerste en/of tweede energie-absorberende. Figuren 2A en 2B tonen energie-omvormers 212 die een geleidingdeel 212c, snijmiddelen 2124 en een afbuigdeel 212b omvatten. Figuur 2C toont een detailaanzicht van de snijmiddelen 2124 volgens een uitvoeringsvorm. Het geleidingsdeel 212c zorgt ervoor dat bij een aanrijding het betreffende buisprofiel 211 op efficiënte wijze in de richting van de snijmiddelen 2124 wordt geleidt,
aangegeven door pijl B in figuur 2C. Dit draagt op voordelige wijze bij aan het correct doorsnijden van het buisprofiel 211. De snijmiddelen 2124 omvatten één over meerdere messen 213. Zonder de beschermingsomvang hiertoe te beperken, worden in figuren 2A-2C verschillende voordelige voorkeursuitvoeringsvormen van messen 213 getoond. Het is echter duidelijk voor de vakman dat andere opstellingen en vormen van de messen 213 toepasbaar zijn in de botsabsorbeerinrichting. Nadat het buisprofiel 211 door de messen 213 gesneden is, worden de gesneden delen doorheen het afbuigdeel 212b geleid en afgebogen. De getoonde afbuigdelen 212b zijn ingericht om de gesneden delen af te buigen over een in hoofdzaak rechte hoek. Op deze manier wordt verzekerd dat de gesneden en afgebogen delen van het buisprofiel op veilige wijze worden afgevoerd, zonder daarbij de inzittenden van het aanrijdende voertuig of eventuele omstaanders in gevaar te brengen. Het is echter duidelijk voor de vakman dat de gesneden delen van het buisprofiel ook over een andere hoek kunnen worden afgebogen, bij voorbeeld over een hoek van tussen 45° en 135°, bij voorkeur tussen 60° en 120°, meer bij voorkeur tussen 70° en 110°, en nog meer bij voorkeur tussen 80° en 100°.
De messen 213 zijn bij voorkeur in hoofdzaak evenwijdig ten opzichte van elkaar opgesteld. In voordelige uitvoeringsvormen zijn de messen zodanig opgesteld dat ze niet gelijktijdig voor het eerst in contact komen met het betreffende langgerekte lichaam. Zoals getoond in figuren 2A, 2B, en 2C zijn de messen met een offset ten opzichte van elkaar gepositioneerd. Op deze manier wordt er voor gezorgd dat de energie-absorptie geleidelijk aan wordt opgebouwd. Door elk mes, snijvlak of snijvlakpaar afzonderlijk, en na elkaar, aan te spreken, wordt de snijkracht die de energie absorbeert over cen langere afstand opgebouwd, en hierdoor daalt de kans op een drukstoot. Alternatief of in toevoeging op de positionering van de messen 213 kan het buisprofiel 211 op voordelige wijze zijn vormgegeven om bij te dragen aan de gelijkmatige opbouw van de kracht, en dus aan de gelijkmatige absorptie van de energie. In de uitvoeringsvormen van figuren 2B en 2C is het buisprofiel 211 bij een uiteinde daarvan dat gericht is naar de messen 213 zodanig gevormd dat cen zijde, in dit geval de bovenzijde, van het buisprofiel 211 uitsteekt ten opzichte van een tegenoverliggende zijde, in dit geval de onderzijde, van het buisprofiel 211. Ook dit draagt bij aan cen geleidelijke opbouw van de kracht die gebruikt wordt om de energie van een aanrijdend voertuig te absorberen. In de uitvoeringsvorm van figuur 2C worden zo vier snijvlakparen 2132, 213b, 213c en 213d gevormd die om beurt in aanraking komen met het buisprofiel 211. De getoonde snijvlakparen 2134, 213b, 213c en 213d (aangegeven door ‘<” in figuur 2C) worden gevormd door een schuine zijde van de aangebrachte messen 213, het eerste snijvlak van het snijvlakpaar, en een aangrenzende zijde van een behuizing van de snijmiddelen 212a, het tweede snijvlak van het snijvlakpaar. Zo zal elk snijvlakpaar 2134, 213b, 213c en 213d werken volgens een principe van een geopende schaar en achtereenvolgens aangrijpen op het buisprofiel 211. Eerst zal het snijvlakpaar 213b aangrijpen op de bovenzijde van het buisprofiel, gevolgd door snijvlakparen 213d en 213a en als laatste zal snijvlakpaar 213c aangrijpen op het buisprofiel 211. Alternatief of in toevoeging op de hierboven beschreven maatregelen kan het buisprofiel bij een uiteinde daarvan zijn voorzien van ten minste één geleidingsuitsparing. Bij voorkeur is buisprofiel bij een naar de snijmiddelen 2124 gericht uiteinde in één of meer wanden van het buisprofiel voorzien van gaten die dienst doen als geleidingsuitsparing. Door het voorzien van deze gaten, die verschillende vormen kunnen hebben, wordt verder bewerkstelligd dat de snijkracht die de energie absorbeert over cen langere afstand en op gelijkmatige wijze wordt opgebouwd.
Het wordt opgemerkt dat de in figuren 2A-2C getoonde energieomvormers en onderdelen daarvan kunnen worden gebruikt als eerste en/of tweede energieomvormer in respectievelijk het eerste en/of tweede energie-absorberend deel van de onderhavige botsabsorbeerinrichting. Het is verder duidelijk dat specifieke eigenschappen van verschillende uitvoeringsvormen onderling inwisselbaar of vervangbaar zijn.
In de uitvoeringsvorm van figuren 1A en 1B bestaat het eerste energie-absorberend deel 110 uit cen eerste langgerekt lichaam 111 en een overeenkomstige eerste energie-omvormer 112. Het tweede energie-absorberende deel 120 bestaat uit een tweede langgerekt lichaam 121 en een overeenkomstige tweede energie-omvormer 122. In verdere voorkeursuitvoeringsvormen omvat het eerste energie-absorberend deel twee of meer eerste langgerekte lichamen en overeenkomstige cerste energie-omvormers, en omvat het tweede energie-absorberen deel twee of meer tweede langgerekte lichamen en overeenkomstige tweede energie-omvormers. Het is een voordeel van verschillende uitvoeringsvormen dat gelijkaardige langgerekte lichamen en energieomvormers kunnen gebruikt worden in het eerste en tweede energie-absorberend deel. Met andere woorden, door een welbepaalde combinatie van langgerekt lichaam en overeenkomstige energie-omvormer, kunnen het eerste en tweede energie-absorberend deel worden vormgegeven. Zo hoeven er voor de verschillende energie-absorberende delen geen verschillende onderdelen gebruikt te worden, maar kunnen dezelfde onderdelen op modulaire wijze worden gebruikt. Hierdoor is de productiekost relatief laag in vergelijking met andere botsabsorbeerinrichtingen die meer verschillende onderdelen omvatten.
Figuren 3A tot 3F tonen een uitvoeringsvorm van een botsabsorbeerinrichting 300 waarbij het eerste energie-absorberend deel 310, dat verbonden is met de bumper 330, twee eerste langgerekte lichamen 311, 311’ en twee overeenkomstige eerste energie-omvormers 312, 312’ omvat. Het tweede energie-absorberend deel 320, dat te verbinden is met een voertuig, aanhangwagen en/of kantelmechanisme (niet getoond), omvat vier tweede langgerekte lichamen 321, 321°,321’’, en
321”’’en vier overeenkomstige tweede energie-omvormers 322, 322’, 322’, en 322’’’. Het eerste energie-absorberend deel 310 en het tweede energie-absorberend deel 320 zijn onderling beweegbaar tussen een opgestelde toestand, waarbij het eerste en tweede energie-absorberend deel 310, 320 in hoofdzaak achter elkaar geplaatst zijn, en een compacte toestand waarbij het eerste en tweede energie-absorberend deel 310, 320 in hoofdzaak naast elkaar geplaatst zijn. Figuren 3A, 3C en 3E tonen verschillende aanzichten van de botsabsorbeerinrichting 300 in de opgestelde toestand. Figuren 3B, 3D en 3F tonen verschillende aanzichten van de botsabsorbeerinrichting 300 in compacte toestand. In de getoonde uitvoeringsvormen komt de opgestelde toestand overeen met een opstelling waarbij het eerste energie-absorberend deel 310 ten opzichte van het tweede energie- absorberend deel 320 naar voor is uitgeschoven (in de richting van de bumper), en komt de compacte toestand overeen met een opstelling waarbij het eerste energie-absorberend deel 310 tot tussen of naast het tweede energie-absorberend deel 320 is ingeschoven. De compacte toestand kan bijvoorbeeld worden gebruikt om de botsabsorbeerinrichting 300 op efficiënte en veilige wijze te vervoeren. In de getoonde uitvoeringsvorm zijn het eerste en tweede energie-absorberende deel 310, 320 onderling verschuifbaar. Het is echter duidelijk voor de vakman dat de energie- absorberende delen 310, 320 op gelijkaardige wijze onderling draaibaar, kantelbaar, verrijdbaar, en/of scharnierbaar kunnen zijn tussen een opgestelde toestand en een compacte toestand. In de opgestelde toestand is de afstand tussen de bumper 330 en het tegenoverliggende uiteinde van het tweede energie-absorberende deel groter dan in de compacte toestand. Bij voorkeur is de afstand tussen de bumper 330 en het tegenoverliggende uiteinde van het tweede energie-absorberend deel, dat te verbinden is met een koppeling, maximaal. De twee eerste langgerekte lichamen 311, 311’ zijn onderling evenwijdig en strekken zich naast elkaar uit. Alternatief of in toevoeging kunnen de eerste langgerekte lichamen zich ook boven en onder elkaar uitstrekken. De twee eerste langgerekte lichamen 311, 311’ zijn allebei verbonden met de bumper en zijn bij de tegenover de bumper gepositioneerde uiteinden geplaatst in overeenkomstige twee eerste energie-omvormers 312, 312’. Bij een impact tegen de bumper zullen de twee eerste langgerekte lichamen 311, 311’ doorheen de overeenkomstige twee eerste energie- omvormers geduwd worden. Het is echter duidelijk voor de vakman dat één of twee van de twee eerste energie-omvormers 312, 312’ zich bij het aan de bumper gekoppelde uiteinde kan bevinden.
Dan wordt de betreffende energie-omvormer “over” het overeenkomstige langgerekte lichaam geduwd. Hoe dan ook zal er onderlinge beweging zijn tussen het langgerekte lichaam en de overeenkomstige energie-omvormer, en hierdoor zal het langgerekte lichaam worden versneden en/of afgebogen. Bij voorkeur wordt het langgerekte lichaam eerst versneden en daarna afgebogen en/of vervormd, zoals eerder besproken met verwijzing naar figuren 2A-2C.
De vier tweede langgerekte lichamen 321, 321’,321’’, en 321”” zijn onderling evenwijdig en strekken zich naast en/of boven/onder elkaar uit. In een aanzicht waarbij vanaf de bumper 330 naar de vier tweede langgerekte lichamen 321, 321’,321’’, en 321°’’ wordt gekeken, komt de positie van elk van de vier tweede langgerekte lichamen 321, 321’,321”’, en 321°’’ overeen met het hoekpunt van een rechthoek.
In de compacte toestand bevinden de twee eerste langgerekte lichamen 311, 311’ zich min of meer tussen (in het aanzicht van figuur 3B) en naast (in het aanzicht van figuur 3D) de vier tweede langgerekte lichamen 321, 321°,321’’, en 321’. De verschillende onderdelen van het eerste en tweede energie-absorberende deel 310, 320 zijn vanuit mechanische overwegingen gemonteerd in een frame dat de in deze tekst beschreven functionaliteit toelaat.
Op basis van de beschrijving in deze tekst kan de vakman dergelijk frame op verschillende manieren realiseren.
De exacte uitvoering van het frame is dus geen onderwerp van deze octrooiaanvrage.
De vier tweede energie-omvormers 322, 322’, 322’, en 322’’’ zijn gepositioneerd bij de naar de bumper gerichte uiteinden van de vier tweede langgerekte lichamen 321, 321°,321’, en 321’”. Het is echter duidelijk voor de vakman dat, vanuit het principe van mechanische omkering, één of meer van de vier tweede energie-omvormers 322, 322’, 322’, en 322” zich bij het van de bumper weggerichte uiteinde van het betreffende tweede langgerekte lichaam kan bevinden.
De twee eerste energie-omvormers 312, 312’ en vier tweede energie-omvormers 322, 322’, 322’, en 322” zijn gevormd volgens één van de uitvoeringsvormen zoals getoond in figuren 2A-2C of een combinatie daarvan.
Om herhaling te voorkomen, worden de energie-omvormers 312, 312’, 322, 322’, 322’, en 322’’’ hier niet uitvoerig beschreven.
Het eerste en tweede energie-absorberend deel 310, 320, hebben, in dit geval door de onderling verschillende opbouw, onderling verschillende omvormingsweerstanden.
Dit wil zeggen dat het eerste energie-absorberend deel 310 en het tweede energie-absorberend deel 320, onderling meer of minder zullen bijdragen aan de energie-absorptie wanneer ze afzonderlijk en in rust worden beschouwd.
Bij voorkeur heeft het eerste energie-absorberend 310 deel een eerste omvormingsweerstand die kleiner is dan een tweede omvormingsweerstand van het tweede energie-absorberend deel 320. Met andere woorden is het tweede energie-absorberend deel 320 in staat om meer energie te absorberen dan het eerste energie-absorberend deel 310. Dit verschil geldt echter niet meer in bedrijf waarbij het eerste en tweede energie-absorberend deel 310, 320 van de botsabsorbeerinrichting 300 op specifieke wijze gekoppeld zijn.
Het eerste en tweede energie-absorberend deel 310, 320 worden in de opgestelde toestand met elkaar gekoppeld zijn door middel van een koppeling 340 die is ingericht om onderlinge beweging van het eerste energie-absorberend deel 310 en het tweede energie-absorberend deel 320 te blokkeren.
Hierdoor werken de onderdelen van het eerste energie-absorberend deel 310 en de onderdelen van het tweede energie-absorberend deel 320 in bedrijf grotendeels samen om de kinetische energie van een aanrijdend voertuig op gelijkmatige wijze om te vormen en zo te absorberen. Zoals eerder aangehaald, zorgt deze samenwerking van de achter elkaar geplaatste delen 310, 320 ervoor dat pieken uit het vertragingsprofiel van het aanrijdende voertuig worden gefilterd. Een voorkeursuitvoeringsvorm van een dergelijke koppeling 340 wordt in meer detail besproken met verwijzing naar figuren 4A-4D, in het bijzonder figuur 4C. Het is duidelijk voor de vakman dat de koppeling 340 een vrijgegeven of open toestand en een gekoppelde of gesloten toestand heeft. In de vrijgegeven toestand van de koppeling 340 kunnen het eerste en tweede energie-absorberend deel 310, 320 ten opzichte van elkaar als geheel worden bewogen. In de gesloten toestand van de koppeling 340 is dit niet mogelijk. De koppeling 340 kan manueel of vanop afstand tussen in de open of gesloten toestand worden gebracht. De koppeling 340 kan enkelvoudig of meervoudig zijn. Dit wil zeggen dat de koppeling 340 kan aangrijpen op één specifieke locatie, of op twee of meer locaties, om het eerste en tweede energie-absorberend deel 310, 320 met elkaar te koppelen.
Bij voorkeur omvat het eerste energie-absorberend deel 310 een vergrendeling die is ingericht om, enerzijds, onderlinge beweging van het eerste langgerekt lichaam 311 en de eerste energie- omvormer 312 te blokkeren wanneer een uitgeoefende kracht op de vergrendeling kleiner is dan cen vooraf bepaalde grenswaarde, en anderzijds, onderlinge beweging van het eerste langgerekt lichaam 311 en de eerste energie-omvormer 312 vrij te geven wanneer de uitgeoefende kracht op de vergrendeling groter is dan de vooraf bepaalde grenswaarde.
Op gelijkaardige wijze omvat het tweede energie-absorberend deel 320 bij voorkeur een vergrendeling die is ingericht om, enerzijds, onderlinge beweging van het tweede langgerekt lichaam 321 en de tweede energie-omvormer 322 te blokkeren wanneer een uitgeoefende kracht op de vergrendeling kleiner is dan een vooraf bepaalde grenswaarde, en anderzijds, onderlinge beweging van het tweede langgerekt lichaam 321 en de tweede energie-omvormer 322 vrij te geven wanneer de uitgeoefende kracht op de vergrendeling groter is dan de vooraf bepaalde grenswaarde. Een voorkeursuitvoeringsvorm van een dergelijke vergrendeling wordt in meer detail besproken met verwijzing naar figuren 4A-4D, in het bijzonder figuur 4D.
Figuur 4A toont een bovenaanzicht van een botsabsorbeerinrichting 400 die vergelijkbaar is met de uitvoeringsvorm zoals getoond in figuur 3C. In figuur 4A wordt verder nog een koppeling 450 getoond door middel waarvan het tweede energie-absorberend deel 420 is gekoppeld aan een kantelinstallatie 460, en een aandrijfsysteem 480 om de hierboven beschreven onderlinge beweging van het eerste en tweede energie-absorberende deel 410, 420 te bewerkstelligen.
Figuur 4B toont een detailaanzicht in de richting van pijl 4B in figuur 4A.
Figuur 4C toont een detailaanzicht in de richting van pijl 4C in figuur 4A.
In figuren 4B en 4C wordt een koppeling 440 getoond, die in meer detail wordt besproken met verwijzing naar figuur 4C. In dit geval gaat het om een dubbele koppeling 440 die zowel aan de zijde van pijl 4B (figuur 4B) en de zijde van pijl 4C (figuur 4C) aangrijpt op het eerste en tweede energie-absorberende deel 410, 420. Het is duidelijk voor de vakman, dat de koppeling 440 ook kan worden uitgevoerd als enkelvoudige of meervoudige koppeling. De koppeling 440 wordt tot stand gebracht wanneer de botsabsorbeerinrichting 400 zich in de opgestelde, uitgestrekte toestand bevindt. In de getoonde uitvoeringsvorm is de koppeling gevormd als schuifslot 440. Er zijn twee platen met een gleuf 441 voorzien op het eerste energie-absorberende deel 410. Wanneer het eerste absorberende deel 410 in de uiterste uitgeschoven toestand staat, zal een slotplaat 442, die is aangebracht op het tweede energie-absorberende deel 420, hier precies tussen staan. De gleuf van de slotplaat 442 komt dan overeen met de gleuven van de platen 441. Een doorgang 443 doorheen deze drie delen 441, 442 laat toe het geheel te vergrendelen. Tussen het frame 444 van het eerste energie-absorberende deel 410 en een glijplaat 445 kan de schuifplaat 446 van het slot doorheen de opening 443 schuiven.
Figuur 4D toont een detailaanzicht van energie-omvormer 412 die voorzien is van een vergrendeling 470 die is ingericht om, enerzijds, onderlinge beweging van het eerste langgerekt lichaam 411 en de eerste energie-omvormer 412 te blokkeren wanneer cen uitgeoefende kracht op de vergrendeling 470 kleiner is dan een vooraf bepaalde grenswaarde, en anderzijds, onderlinge beweging van het eerste langgerekt lichaam 411 en de eerste energie-omvormer 412 vrij te geven wanneer de uitgeoefende kracht op de vergrendeling 470 groter is dan de vooraf bepaalde grenswaarde. In figuur 4D is de vergrendeling 470 gevormd door middel van twee paar breekbouten 471, 472. De breekbouten 471, 472 zorgen ervoor dat het langgerekte lichaam 411 niet ongewild wordt versneden en/of afgebogen door de energie-omvormer 412. Wanneer de botsabsorbeerinrichting 400 in de opgestelde toestand is, en wanneer een impact tegen de bumper plaatsvindt, zullen de breekbouten 471, 472 breken en zo een onderlinge beweging van het langgerekte lichaam 411 en de energie-omvormer 412 toelaten. Het is duidelijk voor de vakman dat de vergrendeling 470 op andere manieren kan worden gerealiseerd en dat de vergrendeling 470 niet dient te worden beperkt door de specifieke getoonde uitvoeringsvorm. Het is verder duidelijk voor de vakman dat de vergrendeling 470 één of meer breekbouten kan omvatten die op verschillende manieren gepositioneerd kunnen zijn. Op basis van het bovenstaande is het duidelijk voor de vakman dat de onderhavige botsabsorbeerinrichting in staat is om op gelijkmatige wijze kinetische energie van een aanrijdend voertuig te absorberen. De vakman begrijpt verder dat de uitvinding niet beperkt is tot de hierboven beschreven uitvoeringsvormen, en dat vele modificaties en varianten mogelijk zijn binnen het kader van de uitvinding, dat enkel bepaald wordt door de hiernavolgende conclusies.
Claims (25)
1. Botsabsorbeerinrichting omvattende cen eerste energie-absorberend deel, omvattende ten minste één eerste langgerekt lichaam en ten minste één overeenkomstige eerste energie-omvormer, waarbij het eerste langgerekt lichaam en de eerste energie-omvormer ten opzichte van elkaar beweegbaar zijn en waarbij de eerste energie-omvormer is ingericht om het eerste langgerekt lichaam te vervormen bij onderlinge beweging; cen tweede energie-absorberend deel, omvattende ten minste één tweede langgerekt lichaam en ten minste één overeenkomstige tweede energie-omvormer, waarbij het tweede langgerekt lichaam en de tweede energie-omvormer ten opzichte van elkaar beweegbaar zijn en waarbij de tweede energie-omvormer is ingericht om het tweede langgerekt lichaam te vervormen bij onderlinge beweging; cen bumper gekoppeld aan het eerste energie-absorberend deel; waarbij het eerste en tweede energie-absorberend deel in hoofdzaak achter elkaar positioneerbaar zijn; en waarbij het eerste en tweede energie-absorberend deel zodanig met elkaar gekoppeld zijn, dat het ten minste éérste langgerekte lichaam en het ten minste tweede langgerekte lichaam ten minste gedeeltelijk gelijktijdig worden vervormd door respectievelijk de ten minste één overeenkomstige eerste energie-omvormer en de ten minste één overeenkomstige tweede energie- omvormer wanneer een voertuig tegen de bumper botst.
2. Botsabsorbeerinrichting volgens conclusie 1, waarbij de eerste en tweede energie- omvormers respectievelijk eerste en tweede snijmiddelen omvatten die zijn ingericht om respectievelijk de eerste en tweede langgerekte lichamen te snijden.
3. Botsabsorbeerinrichting volgens conclusie 1 of 2, waarbij de eerste en tweede energie- omvormers respectievelijk een eerste en tweede afbuigdeel omvatten die zijn ingericht om respectievelijk de eerste en tweede langgerekte lichamen af te buigen.
4. Botsabsorbeerinrichting volgens één der voorgaande conclusies, waarbij het eerste en tweede energie-absorberend deel onderling verschillende omvormingsweerstanden hebben.
5. Botsabsorbeerinrichting volgens de voorgaande conclusie, waarbij het eerste energie- absorberend deel een eerste omvormingsweerstand heeft, en het tweede energie-absorberend deel cen tweede omvormingsweerstand heeft, waarbij de eerste omvormingsweerstand kleiner is dan de tweede omvormingsweerstand.
6. Botsabsorbeerinrichting volgens één der voorgaande conclusies, waarbij het eerste en tweede energie-absorberend deel met elkaar gekoppeld zijn door middel van een koppeling die is ingericht om onderlinge beweging van het eerste energie-absorberend deel en het tweede energie- absorberend deel te blokkeren.
7. Botsabsorbeerinrichting volgens één der voorgaande conclusies, waarbij het eerste energie-absorberend deel een vergrendeling omvat die is ingericht om: onderlinge beweging van het eerste langgerekt lichaam en de eerste energic-omvormer te blokkeren wanneer een uitgeoefende kracht op de vergrendeling kleiner is dan een vooraf bepaalde grenswaarde; en onderlinge beweging van het eerste langgerekt lichaam en de eerste energie-omvormer vrij te geven wanneer de uitgeoefende kracht op de vergrendeling groter is dan de vooraf bepaalde grenswaarde.
8. Botsabsorbeerinrichting volgens één der voorgaande conclusies, waarbij het tweede energie-absorberend deel een vergrendeling omvat die is ingericht om: onderlinge beweging van het tweede langgerekt lichaam en de tweede energie-omvormer te blokkeren wanneer een uitgeoefende kracht op de vergrendeling kleiner is dan een vooraf bepaalde grenswaarde; en onderlinge beweging van het tweede langgerekt lichaam en de tweede energie-omvormer vrij te geven wanneer de uitgeoefende kracht op de vergrendeling groter is dan de vooraf bepaalde grenswaarde.
9. Botsabsorbeerinrichting volgens één der voorgaande conclusies, waarbij de eerste en tweede energie-omvormers respectievelijk een eerste en tweede geleidingsdeel omvatten die zijn ingericht om respectievelijk de eerste en tweede langgerekte lichamen in de eerste en tweede energie-omvormers te geleiden.
10. Botsabsorbeerinrichting volgens één der voorgaande conclusies, waarbij de eerste en tweede energie-omvormers respectievelijk bij een uiteinde van respectievelijk de eerste en tweede langgerekte lichamen zijn aangebracht.
11. Botsabsorbeerinrichting volgens conclusie 10, waarbij de eerste energie-omvormer is aangebracht bij een uiteinde van het eerste langgerekte lichaam dat is weggericht van de bumper.
12. Botsabsorbeerinrichting volgens conclusie 10 of 11, waarbij de tweede energie- omvormer is aangebracht bij een uiteinde van het tweede langgerekte lichaam dat naar de bumper is gericht.
13. Botsabsorbeerinrichting volgens één der conclusies 2 — 12, waarbij de eerste en/of tweede snijmiddelen ten minste twee snijvlakken omvatten die een snijvlakpaar vormen.
14. Botsabsorbeerinrichting volgens conclusie 13, waarbij de eerste en/of tweede snijmiddelen meerdere snijvlakparen omvatten die zodanig gepositioneerd zijn dat deze niet gelijktijdig in contact komen met het betreffende langgerekte lichaam.
15. Botsabsorbeerinrichting volgens conclusie 14, waarbij de meerdere snijvlakparen in hoofdzaak evenwijdig ten opzichte van elkaar zijn opgesteld.
16. Botsabsorbeerinrichting volgens één der voorgaande conclusies, waarbij de langgerekte lichamen buisprofielen omvatten.
17. Botsabsorbeerinrichting volgens de voorgaande conclusie, waarbij de buisprofielen een in hoofdzaak rechthoekige, bij voorkeur in hoofdzaak vierkante dwarsdoorsnede hebben.
18. Botsabsorbeerinrichting volgens conclusie 16 of 17, waarbij de buisprofielen bij een uiteinde daarvan zijn voorzien van ten minste één geleidingsuitsparing.
19. Botsabsorbeerinrichting volgens één der voorgaande conclusies, waarbij het eerste en/of tweede afbuigdeel is ingericht om het respectievelijk eerste en/of tweede langgerekt lichaam af te buigen onder een hoek van tussen 45° en 135°, bij voorkeur tussen 60° en 120°, meer bij voorkeur tussen 70° en 110°, nog meer bij voorkeur tussen 80° en 100°, meest bij voorkeur tussen 85° en 95°.
20. Botsabsorbeerinrichting volgens één der voorgaande conclusies waarbij het eerste energie-absorberend deel en het tweede energie-absorberend deel onderling beweegbaar zijn tussen een uitgestrekte toestand, waarbij het eerste en tweede energie-absorberend deel in hoofdzaak achter elkaar geplaatst zijn, en een compacte toestand waarbij het eerste en tweede energie- absorberend deel in hoofdzaak naast elkaar geplaatst zijn.
21. Botsabsorbeerinrichting volgens één der voorgaande conclusies, verder omvattende een Koppelmiddel voor koppeling met een kantelmechanisme, waarbij de botsabsorbeerinrichting kantelbaar is tussen een in hoofdzaak horizontale werkingstoestand en een in hoofdzaak verticale transporttoestand.
22. Botsabsorbeerinrichting volgens één der voorgaande conclusies waarbij het eerste energie-absorberende deel twee eerste langgerekte lichamen en twee overeenkomstige eerste energie-omvormers omvat, waarbij de twee eerste langgerekte lichamen zich in hoofdzaak evenwijdig ten opzichte van elkaar uitstrekken.
23. Botsabsorbeerinrichting volgens één der voorgaande conclusies waarbij het tweede energie-absorberende deel twee, bij voorkeur vier, tweede langgerekte lichamen en twee, bij voorkeur vier, overeenkomstige tweede energie-omvormers omvat, waarbij de twee, bij voorkeur vier, tweede langgerekte lichamen zich in hoofdzaak evenwijdig ten opzichte van elkaar uitstrekken.
24. Voertuig voorzien van een botsabsorbeerinrichting volgens één der voorgaande conclusies.
25. Aanhangwagen voorzien van een botsabsorbeerinrichting volgens één der voorgaande conclusies 1-23.
Priority Applications (10)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE20205572A BE1028548B1 (nl) | 2020-08-17 | 2020-08-17 | Botsabsorbeerinrichting, voertuig en aanhangwagen omvattende een botsabsorbeerinrichting |
| ES21762517T ES2998043T3 (en) | 2020-08-17 | 2021-08-04 | Impact-attenuating device, vehicle and trailer comprising an impact-attenuating device |
| HUE21762517A HUE068864T2 (hu) | 2020-08-17 | 2021-08-04 | Ütközéscsillapító eszköz, ütközéscsillapító eszközzel rendelkezõ jármû és gépkocsi |
| PCT/IB2021/057150 WO2022038444A1 (en) | 2020-08-17 | 2021-08-04 | Impact-attenuating device, vehicle and trailer comprising an impact-attenuating device |
| CN202180050810.6A CN116018441A (zh) | 2020-08-17 | 2021-08-04 | 冲击衰减装置、包括冲击衰减装置的交通工具和拖车 |
| EP21762517.7A EP4196641B1 (en) | 2020-08-17 | 2021-08-04 | Impact-attenuating device, vehicle and trailer comprising an impact-attenuating device |
| PL21762517.7T PL4196641T3 (pl) | 2020-08-17 | 2021-08-04 | Urządzenie tłumiące uderzenia, pojazd i przyczepa zawierające urządzenie tłumiące uderzenia |
| RS20241228A RS66120B1 (sr) | 2020-08-17 | 2021-08-04 | Uređaj za ublažavanje udara, vozilo i prikolica koji sadrže uređaj za ublažavanje udara |
| US18/020,545 US12168856B2 (en) | 2020-08-17 | 2021-08-04 | Impact-attenuating device, vehicle and trailer comprising an impact-attenuating device |
| HRP20241475TT HRP20241475T1 (hr) | 2020-08-17 | 2021-08-04 | Uređaj za ublažavanje udaraca, vozilo i prikolica koji sadrže uređaj za ublažavanje udaraca |
Applications Claiming Priority (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE20205572A BE1028548B1 (nl) | 2020-08-17 | 2020-08-17 | Botsabsorbeerinrichting, voertuig en aanhangwagen omvattende een botsabsorbeerinrichting |
Publications (2)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| BE1028548A1 BE1028548A1 (nl) | 2022-03-11 |
| BE1028548B1 true BE1028548B1 (nl) | 2022-03-15 |
Family
ID=72234607
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| BE20205572A BE1028548B1 (nl) | 2020-08-17 | 2020-08-17 | Botsabsorbeerinrichting, voertuig en aanhangwagen omvattende een botsabsorbeerinrichting |
Country Status (10)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US12168856B2 (nl) |
| EP (1) | EP4196641B1 (nl) |
| CN (1) | CN116018441A (nl) |
| BE (1) | BE1028548B1 (nl) |
| ES (1) | ES2998043T3 (nl) |
| HR (1) | HRP20241475T1 (nl) |
| HU (1) | HUE068864T2 (nl) |
| PL (1) | PL4196641T3 (nl) |
| RS (1) | RS66120B1 (nl) |
| WO (1) | WO2022038444A1 (nl) |
Families Citing this family (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| BE1028548B1 (nl) * | 2020-08-17 | 2022-03-15 | Stuer Egghe Bvba | Botsabsorbeerinrichting, voertuig en aanhangwagen omvattende een botsabsorbeerinrichting |
| KR102596509B1 (ko) * | 2021-11-22 | 2023-11-01 | 세메스 주식회사 | 물류 반송 장치 |
Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| WO1997047495A1 (en) * | 1996-06-10 | 1997-12-18 | Exodyne Technologies, Inc. | Energy absorbing crash cushion |
| EP0903265A2 (de) * | 1997-09-19 | 1999-03-24 | Audi Ag | Energieabsorptionsvorrichtung für ein Kraftfahrzeug |
| WO2017138809A1 (en) * | 2016-02-12 | 2017-08-17 | Verdegro Holding B.V. | Impact attenuator and vehicle, trailer and guardrail comprising such an impact attenuator |
Family Cites Families (14)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US5052732A (en) * | 1990-04-02 | 1991-10-01 | Renco Supply, Inc. | Crash attenuator utilizing fibrous honeycomb material |
| US5248129A (en) * | 1992-08-12 | 1993-09-28 | Energy Absorption Systems, Inc. | Energy absorbing roadside crash barrier |
| US5697657A (en) * | 1996-01-11 | 1997-12-16 | Albert W. Unrath, Inc. | Vehicle mounted crash attenuation system |
| US6293727B1 (en) * | 1997-06-05 | 2001-09-25 | Exodyne Technologies, Inc. | Energy absorbing system for fixed roadside hazards |
| US6092959A (en) * | 1998-11-16 | 2000-07-25 | Energy Absorption Systems, Inc. | Method for decelerating a vehicle, highway crash cushion, and energy absorbing element therefor |
| US7306397B2 (en) * | 2002-07-22 | 2007-12-11 | Exodyne Technologies, Inc. | Energy attenuating safety system |
| US7101111B2 (en) * | 1999-07-19 | 2006-09-05 | Exodyne Technologies Inc. | Flared energy absorbing system and method |
| US7690687B2 (en) * | 2005-01-10 | 2010-04-06 | Safety By Design Co. | Trailer mounted attenuator with breakaway axle assembly |
| CN101480970B (zh) * | 2008-01-07 | 2013-03-27 | 能量吸收系统公司 | 碰撞衰减器 |
| KR20120004200U (ko) * | 2010-12-03 | 2012-06-13 | 최복식 | 충격에너지 흡수장치 |
| SG11201601724TA (en) * | 2013-09-11 | 2016-04-28 | Energy Absorption System | Crash attenuator |
| US10378165B2 (en) * | 2017-01-31 | 2019-08-13 | Lindsay Transportation Solutions, Inc. | Guardrail crash absorbing assembly |
| AU2020368434B2 (en) * | 2019-10-15 | 2023-02-02 | Traffix Devices, Inc. | Crash impact attenuator systems and methods |
| BE1028548B1 (nl) * | 2020-08-17 | 2022-03-15 | Stuer Egghe Bvba | Botsabsorbeerinrichting, voertuig en aanhangwagen omvattende een botsabsorbeerinrichting |
-
2020
- 2020-08-17 BE BE20205572A patent/BE1028548B1/nl active IP Right Grant
-
2021
- 2021-08-04 ES ES21762517T patent/ES2998043T3/es active Active
- 2021-08-04 WO PCT/IB2021/057150 patent/WO2022038444A1/en not_active Ceased
- 2021-08-04 HR HRP20241475TT patent/HRP20241475T1/hr unknown
- 2021-08-04 HU HUE21762517A patent/HUE068864T2/hu unknown
- 2021-08-04 PL PL21762517.7T patent/PL4196641T3/pl unknown
- 2021-08-04 EP EP21762517.7A patent/EP4196641B1/en active Active
- 2021-08-04 CN CN202180050810.6A patent/CN116018441A/zh active Pending
- 2021-08-04 US US18/020,545 patent/US12168856B2/en active Active
- 2021-08-04 RS RS20241228A patent/RS66120B1/sr unknown
Patent Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| WO1997047495A1 (en) * | 1996-06-10 | 1997-12-18 | Exodyne Technologies, Inc. | Energy absorbing crash cushion |
| EP0903265A2 (de) * | 1997-09-19 | 1999-03-24 | Audi Ag | Energieabsorptionsvorrichtung für ein Kraftfahrzeug |
| WO2017138809A1 (en) * | 2016-02-12 | 2017-08-17 | Verdegro Holding B.V. | Impact attenuator and vehicle, trailer and guardrail comprising such an impact attenuator |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| HRP20241475T1 (hr) | 2025-01-03 |
| WO2022038444A1 (en) | 2022-02-24 |
| EP4196641B1 (en) | 2024-10-02 |
| PL4196641T3 (pl) | 2024-12-16 |
| HUE068864T2 (hu) | 2025-01-28 |
| BE1028548A1 (nl) | 2022-03-11 |
| RS66120B1 (sr) | 2024-11-29 |
| US12168856B2 (en) | 2024-12-17 |
| US20230228048A1 (en) | 2023-07-20 |
| CN116018441A (zh) | 2023-04-25 |
| EP4196641C0 (en) | 2024-10-02 |
| ES2998043T3 (en) | 2025-02-18 |
| EP4196641A1 (en) | 2023-06-21 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| CN108699790B (zh) | 碰撞衰减器以及包括此类碰撞衰减器的车辆、拖车和防护轨 | |
| DE69937360T2 (de) | Aufprallenergieabsorbtionsanlage für aufprall gefährdeter objekte entlang der strasse | |
| DE69303440T2 (de) | Schutzvorrichtung entlang Fahrwegen zur Aufnahme von Stossenergie | |
| US3759351A (en) | Frangible energy absorbing bumper mounting device | |
| BE1028548A1 (nl) | Botsabsorbeerinrichting, voertuig en aanhangwagen omvattende een botsabsorbeerinrichting | |
| EP1900593B1 (de) | Schienenfahrzeug mit Crashausrüstung | |
| KR101972549B1 (ko) | 차량용 완충기 | |
| DE3919031C2 (nl) | ||
| EP3530544A1 (de) | Deformationsvorrichtung mit aufkletterschutz für schienenfahrzeuge | |
| CN112982246A (zh) | 一种防撞垫用吸能盒 | |
| DE10336713A1 (de) | Fahrzeug-Anpralldämpfer | |
| DE602005001699T2 (de) | Aufpralldämpfer für fahrzeug und verfahren | |
| EP3660218B1 (en) | End terminal for a safety guardrail | |
| DE102011082148A1 (de) | Pedalanordnung mit einen Trennkeil aufweisender Sicherheitseinrichtung | |
| AU2015372440B2 (en) | Mounting assembly | |
| DE2441997B2 (de) | Lastkraftwagen | |
| EP3366841B1 (en) | Damping device | |
| CN118127970B (zh) | 高速公路的防撞护栏 | |
| RU166046U1 (ru) | Демпферное устройство | |
| DE10200098A1 (de) | Crashaktive Fronthaube an einem Fahrzeug | |
| KR102293294B1 (ko) | 차량 충돌 완충장치 | |
| KR102355898B1 (ko) | 관 구조의 차량용 충격흡수장치 | |
| CN118854781A (zh) | 一种防冲撞的道路桥梁安全防护栏及安装方法 | |
| HK1259882B (en) | Impact attenuator and vehicle, trailer and guardrail comprising such an impact attenuator |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| FG | Patent granted |
Effective date: 20220315 |
|
| HC | Change of name of the owners |
Owner name: STUER-EGGHE; BE Free format text: DETAILS ASSIGNMENT: CHANGE OF OWNER(S), CHANGE OF OWNER(S) NAME; FORMER OWNER NAME: STUER-EGGHE BVBA Effective date: 20250128 |