BE1031978A1 - Paneel voor het vormen van een bekleding - Google Patents
Paneel voor het vormen van een bekleding Download PDFInfo
- Publication number
- BE1031978A1 BE1031978A1 BE20235735A BE202305735A BE1031978A1 BE 1031978 A1 BE1031978 A1 BE 1031978A1 BE 20235735 A BE20235735 A BE 20235735A BE 202305735 A BE202305735 A BE 202305735A BE 1031978 A1 BE1031978 A1 BE 1031978A1
- Authority
- BE
- Belgium
- Prior art keywords
- edge
- locking
- panel
- panels
- section
- Prior art date
Links
Classifications
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04F—FINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
- E04F15/00—Flooring
- E04F15/02—Flooring or floor layers composed of a number of similar elements
- E04F15/04—Flooring or floor layers composed of a number of similar elements only of wood or with a top layer of wood, e.g. with wooden or metal connecting members
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04F—FINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
- E04F13/00—Coverings or linings, e.g. for walls or ceilings
- E04F13/07—Coverings or linings, e.g. for walls or ceilings composed of covering or lining elements; Sub-structures therefor; Fastening means therefor
- E04F13/08—Coverings or linings, e.g. for walls or ceilings composed of covering or lining elements; Sub-structures therefor; Fastening means therefor composed of a plurality of similar covering or lining elements
- E04F13/0889—Coverings or linings, e.g. for walls or ceilings composed of covering or lining elements; Sub-structures therefor; Fastening means therefor composed of a plurality of similar covering or lining elements characterised by the joints between neighbouring elements, e.g. with joint fillings or with tongue and groove connections
- E04F13/0894—Coverings or linings, e.g. for walls or ceilings composed of covering or lining elements; Sub-structures therefor; Fastening means therefor composed of a plurality of similar covering or lining elements characterised by the joints between neighbouring elements, e.g. with joint fillings or with tongue and groove connections with tongue and groove connections
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04F—FINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
- E04F15/00—Flooring
- E04F15/02—Flooring or floor layers composed of a number of similar elements
- E04F15/02038—Flooring or floor layers composed of a number of similar elements characterised by tongue and groove connections between neighbouring flooring elements
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04F—FINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
- E04F15/00—Flooring
- E04F15/02—Flooring or floor layers composed of a number of similar elements
- E04F15/10—Flooring or floor layers composed of a number of similar elements of other materials, e.g. fibrous or chipped materials, organic plastics, magnesite tiles, hardboard, or with a top layer of other materials
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04F—FINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
- E04F2201/00—Joining sheets or plates or panels
- E04F2201/01—Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship
- E04F2201/0138—Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship by moving the sheets, plates or panels perpendicular to the main plane
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04F—FINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
- E04F2201/00—Joining sheets or plates or panels
- E04F2201/01—Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship
- E04F2201/0138—Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship by moving the sheets, plates or panels perpendicular to the main plane
- E04F2201/0146—Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship by moving the sheets, plates or panels perpendicular to the main plane with snap action of the edge connectors
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04F—FINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
- E04F2201/00—Joining sheets or plates or panels
- E04F2201/01—Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship
- E04F2201/0153—Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship by rotating the sheets, plates or panels around an axis which is parallel to the abutting edges, possibly combined with a sliding movement
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04F—FINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
- E04F2201/00—Joining sheets or plates or panels
- E04F2201/01—Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship
- E04F2201/0153—Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship by rotating the sheets, plates or panels around an axis which is parallel to the abutting edges, possibly combined with a sliding movement
- E04F2201/0161—Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship by rotating the sheets, plates or panels around an axis which is parallel to the abutting edges, possibly combined with a sliding movement with snap action of the edge connectors
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04F—FINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
- E04F2201/00—Joining sheets or plates or panels
- E04F2201/02—Non-undercut connections, e.g. tongue and groove connections
- E04F2201/023—Non-undercut connections, e.g. tongue and groove connections with a continuous tongue or groove
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04F—FINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
- E04F2201/00—Joining sheets or plates or panels
- E04F2201/04—Other details of tongues or grooves
- E04F2201/042—Other details of tongues or grooves with grooves positioned on the rear-side of the panel
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04F—FINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
- E04F2201/00—Joining sheets or plates or panels
- E04F2201/04—Other details of tongues or grooves
- E04F2201/043—Other details of tongues or grooves with tongues and grooves being formed by projecting or recessed parts of the panel layers
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04F—FINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
- E04F2201/00—Joining sheets or plates or panels
- E04F2201/04—Other details of tongues or grooves
- E04F2201/044—Other details of tongues or grooves with tongues or grooves comprising elements which are not manufactured in one piece with the sheets, plates or panels but which are permanently fixedly connected to the sheets, plates or panels, e.g. at the factory
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04F—FINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
- E04F2201/00—Joining sheets or plates or panels
- E04F2201/05—Separate connectors or inserts, e.g. pegs, pins, keys or strips
- E04F2201/0523—Separate tongues; Interlocking keys, e.g. joining mouldings of circular, square or rectangular shape
- E04F2201/0535—Separate tongues; Interlocking keys, e.g. joining mouldings of circular, square or rectangular shape adapted for snap locking
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Architecture (AREA)
- Civil Engineering (AREA)
- Structural Engineering (AREA)
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Wood Science & Technology (AREA)
- Finishing Walls (AREA)
Abstract
Paneel voor het vormen van een bekleding, waarbij dit paneel (1) een eerste paar tegenoverliggende randen (2-3) alsmede een tweede paar tegenoverliggende randen (4-5) bevat; waarbij het eerste paar tegenoverliggende randen (2-3) een eerste rand (2) en een tweede rand (3) van het paneel (1) definieert, terwijl het tweede paar tegenoverliggende randen (4-5) een derde rand (4) en een vierde rand (5) van het paneel (1) definieert; waarbij het eerste paar tegenoverliggende randen (2-3) koppeldelen (6-7) bevat die toelaten dat twee van dergelijke panelen (1) onderling aan elkaar kunnen worden gekoppeld.
Description
1 BE2023/5735
Paneel voor het vormen van een bekleding
Deze uitvinding heeft betrekking op panelen voor het vormen van een bekleding, meer speciaal vloerpanelen voor het vormen van een vloerbekleding of wandpanelen voor het vormen van een wandbekleding. Deze uitvinding heeft ook betrekking op een werkwijze voor het vormen van dergelijke panelen.
Meer speciaal heeft de uitvinding betrekking op panelen die door middel van mechanische koppeldelen aan elkaar kunnen worden gekoppeld. Onder panelen moeten hierbij zowel buigzame als niet of weinig buigzame panelen worden verstaan.
Het doel van de uitvinding bestaat erin dat een bekleding uit dergelijke panelen gemakkelijk kan worden geïnstalleerd en dit zonder schade of een beperkt risico op schade tijdens de installatie, doch dat gelijktijdig ook nog voldoende stevigte in de bekleding wordt verkregen, meer speciaal voldoende stevige verbindingen tussen de panelen kunnen worden gerealiseerd. Daarnaast is het ook wenselijk dat de panelen van dien aard zijn dat zij met een relatief geringe kost kunnen worden gefabriceerd.
In de eerste plaats beoogt de uitvinding panelen die via de zogenaamde fold down techniek kunnen worden geïnstalleerd, dit om aan beoogde vereiste van een eenvoudige installatie te kunnen voldoen.
Met deze “fold down” techniek wordt een techniek bedoeld zoals deze onder meer is beschreven in de octrooidocumenten WO 01/75247, WO 01/02669, WO 2020/161627 en WO 2021/111210 waarbij dus de koppeldelen aan een paar tegenoverliggende randen zodanig zijn geconfigureerd dat twee van dergelijke panelen aan deze randen door middel van een wentelbeweging aan elkaar kunnen worden gekoppeld, terwijl daarbij door de schaarbeweging aan het andere paar tegenoverliggende randen ook automatisch een koppeling aan deze randen tot stand komt. In het geval van langwerpige panelen wordt het laatstgenoemde paar randen bij voorkeur gevormd door de korte zijden van het paneel.
2 BE2023/5735
Een feit hierbij is dat twee van de randen, meestal de korte randen in het geval van langwerpige panelen, via een neerwaartse beweging in elkaar moeten kunnen worden gevoegd waarbij dan een verticale vergrendeling tot stand moet worden gebracht. Een degelijke verticale vergrendeling kan worden gerealiseerd met afzonderlijke elastische vergrendelstrips. Het realiseren en aanbrengen hiervan is echter kostelijk. Om deze kost uit te sluiten kan met eendelige of hoofdzakelijk eendelige koppelprofielen worden gewerkt. Het is echter geweten dat de tot op heden bekende koppelprofielen die eendelig uit het materiaal van de panelen zijn uitgevoerd soms een weinig stevige verbinding opleveren; ofwel is de verbinding te stram en zijn de panelen niet samenvoegbaar of alleen samenvoegbaar door ze te beschadigen, ofwel biedt de koppeling te weinig weerstand tegen ontgrendeling. De kwaliteit van de koppeling is afhankelijk van configuratiedetails en aangewende materialen.
Hierbij werd vastgesteld dat het installatiegemak van de bekleding, zoals bijvoorbeeld de vloerbekleding of wandbekleding, en de stevigte in de bekleding sterk afhankelijk is van de kenmerken van de koppeldelen, en in het bijzonder van de steun- en contactvlakken alsmede van de plaats en de vorm van de vergrendeldelen die in een verticale vergrendeling voorzien.
Verschillende technieken werden reeds in de stand der techniek voorgesteld om gebruiksvriendelijke en betrouwbare eendelige koppeldelen aan de randen van panelen te voorzien.
Volgens een bekende bijzondere techniek wordt gebruik gemaakt van eendelig met het materiaal van het vloerpaneel uitgevoerde verticaal actieve vergrendeldelen die volgens de langsrichting van de rand waaraan zij zijn aangebracht in vorm variëren. Deze techniek is op zich bekend uit het WO 2010/100046, volgens hetwelke in langsrichting van de rand variërende koppeldelen worden voorzien nabij de distale zijde van het distale uiteinde van een vergrendellip. Deze oplossing, alsmede andere bekende oplossingen, hebben verschillende nadelen en blijken weinig doeltreffend.
3 BE2023/5735
De uitvinding heeft in het algemeen een verbeterd paneel tot doel en meer specifiek wordt er naar gestreefd één of meer van de voornoemde nadelen uit te sluiten of te minimaliseren.
Hiertoe betreft de uitvinding, volgens een eerste aspect, een paneel, bijvoorbeeld een vloerpaneel of een wandpaneel, voor het vormen van een bekleding, bijvoorbeeld een vloerbekleding of een wandbekleding, waarbij dit paneel een substraat en een toplaag met een decoratief oppervlak omvat, waarbij het paneel een eerste paar tegenoverliggende randen en een tweede paar tegenoverliggende randen omvat; waarbij het eerste paar tegenoverliggende randen een eerste rand en een tweede rand van het paneel definieert, en het tweede paar tegenoverliggende randen een derde rand en een vierde rand van het paneel definieert; waarbij het eerste paar tegenoverliggende randen koppeldelen omvat voor het onderling aan elkaar koppelen van twee dergelijke panelen, waarbij deze koppeldelen de volgende kenmerken vertonen: e de koppeldelen omvatten bij voorkeur een horizontaal actief vergrendelsysteem dat in een gekoppelde toestand van twee dergelijke panelen een vergrendeling in het vlak van de panelen en loodrecht op de betreffende randen bewerkstelligt; e de koppeldelen omvatten een verticaal actief vergrendelsysteem dat in een gekoppelde toestand van twee dergelijke panelen een vergrendeling dwars op het vlak van de panelen bewerkstelligt; e de koppeldelen zijn zodanig geconfigureerd dat twee van dergelijke panelen aan deze randen door middel van een wentelbeweging aan elkaar kunnen worden gekoppeld; waarbij het tweede paar tegenoverliggende randen omvat koppeldelen voor het onderling aan elkaar koppelen van twee dergelijke panelen, waarbij deze koppeldelen de volgende kenmerken vertonen: e de koppeldelen omvatten een horizontaal actief vergrendelsysteem met horizontale actieve vergrendeldelen dat in een gekoppelde toestand van twee dergelijke panelen een vergrendeling in het vlak van de panelen en loodrecht op de betreffende randen bewerkstelligt;
4 BE2023/5735 e de koppeldelen omvatten een verticaal actief vergrendelsysteem met verticale actieve vergrendeldelen dat in een gekoppelde toestand van twee dergelijke panelen een vergrendeling dwars op het vlak van de panelen bewerkstelligt;
e de koppeldelen zijn minstens gevormd uit een naar boven gericht onderste haakvormig gedeelte dat zich aan de derde rand bevindt, en een naar onderen gericht bovenste haakvormig gedeelte dat zich aan de vierde rand bevindt, waarbij het onderste haakvormig gedeelte bestaat uit een lip met een naar boven gericht vergrendelelement dat proximaal daarvan een vrouwelijk deel in de vorm van een naar boven gerichte uitsparing definieert, terwijl het bovenste haakvormig gedeelte bestaat uit een lip met een naar onderen gericht vergrendelelement dat een mannelijk deel vormt en dat proximaal daarvan een naar onderen gerichte uitsparing definieert, waarbij het naar boven gericht vergrendelelement voorzien is zich minstens gedeeltelijk uit te strekken in de naar onderen gerichte uitsparing en het naar onderen gericht vergrendelelement voorzien is zich minstens gedeeltelijk uit te strekken in de naar boven gerichte uitsparing,
e de koppeldelen zijn zodanig geconfigureerd dat twee van dergelijke panelen aan hun betreffende randen door middel van een neerwaartse beweging van het ene paneel ten opzichte van het andere paneel aan elkaar kunnen worden gekoppeld;
e de derde rand omvat een opgericht eerste sluitoppervlak dat zich hoofdzakelijk in de langsrichting van de derde rand uitstrekt, en de vierde rand omvat een aan het eerste sluitoppervlak complementair opgericht tweede sluitoppervlak dat zich hoofdzakelijk in de langsrichting van de vierde rand uitstrekt, waarbij in de gekoppelde toestand van twee zulke panelen het eerste sluitoppervlak van het ene paneel (nagenoeg) tegenaan het tweede sluitoppervlak van het andere paneel aanligt en zo samen een oplopend sluitvlak vormen, waarbij dit sluitvlak zich uitstrekt tussen de decoratieve oppervlakken en de verticale en horizontale actieve vergrendeldelen;
e waarbij het tweede sluitoppervlak zich opstaand uitstrekt vanaf een onderste punt, waarbij een vlak dat zich evenwijdig uitstrekt aan het decoratieve oppervlak en doorheen dit onderste punt, het naar onderen gericht vergrendelelement opdeelt in een bovenste gedeelte en een op dit bovenste gedeelte aansluitend onderste gedeelte, zodat het onderste gedeelte begrensd is door een distale zijde en een proximale zijde, alsmede door een bodem van het naar onderen gericht vergrendelelement, waarbij dit onderste gedeelte voorzien is om zich minstens gedeeltelijk uit te strekken in de naar boven gerichte 5 uitsparing; daardoor gekenmerkt dat het paneel aan het tweede paar tegenoverliggende randen volgende kenmerken vertoont: e gezien langsheen de langsrichting van de vierde rand, het onderste gedeelte van het naar onderen gericht vergrendelelement een eerste sectie en een tweede sectie omvat waarbij, gezien volgens een richting evenwijdig aan het decoratief oppervlak en dwars op de vierde rand, de distale zijde van de eerste sectie zich uitstrekt voorbij de distale zijde van de tweede sectie en voorbij het tweede sluitoppervlak.
Dit betekent dat de eerste sectie zich distaal uitstrekt voorbij de tweede sectie en ook voorbij het tweede sluitoppervlak. De maximale afstand tussen de distale zijde van het onderste gedeelte en het tweede sluitvlak is hier dan ook variabel langsheen de langsrichting. De dwarsdoorsnede van de vierde rand varieert gezien volgens de langsrichting van de vierde rand. Door dit alles creëert deze eerste sectie, tijdens de neerwaartse beweging van het ene paneel ten opzichte van het andere paneel voor het aan elkaar koppelen van deze panelen, een afstand tussen de toplagen met de decoratieve oppervlakken, zodat deze decoratieve oppervlakken zich tijdens het koppelen van twee panelen zich minstens tijdelijk op een afstand van elkaar uitstrekken en het risico op schade door installatie, beperkt is. Gezien er ook een dergelijke tweede sectie is, wordt een goede, maar toch eenvoudig samen te brengen koppeling verzekerd en is het risico op ongewenste openingen tussen gekoppelde panelen gering.
Verdere kenmerken zullen blijken uit de beschrijving en aangehechte conclusies.
Bij voorkeur omvat het onderste gedeelte, gezien volgens de langsrichting van de vierde rand, enkel deze eerste sectie, deze tweede sectie en optioneel een overgangssectie tussen deze eerste sectie en deze tweede sectie. Een dergelijk paneel
6 BE2023/5735 kan eenvoudig vervaardig worden met bijvoorbeeld behulp van één of meerdere freesgereedschappen die verplaatsbaar zijn in één richting weg van en naar de te frezen rand toe, bijvoorbeeld volgens een richting loodrecht op de te frezen rand en evenwijdig aan het decoratieve oppervlak.
De koppeldelen van het tweede paar tegenoverliggende randen kunnen ééndelig uit het materiaal van het paneel zelf verwezenlijkt. De koppeldelen van het tweede paar tegenoverliggende randen kunnen echter ook een bijkomende vergrendelingsstrip omvatten.
Bij voorkeur worden de verticaal actieve vergrendeldelen minstens gevormd door een eerste vergrendeldeel dat aan de voornoemde derde rand aanwezig is en zich hoofdzakelijk in de langsrichting van de derde rand uitstrekt, en een tweede vergrendeldeel dat aan de voornoemde vierde rand aanwezig is en zich hoofdzakelijk in de langsrichting van de vierde rand uitstrekt, waarbij in de gekoppelde toestand van twee zulke panelen het eerste vergrendeldeel van het ene paneel met het tweede vergrendeldeel van het andere paneel samenwerkt; en waarbij het eerste vergrendeldeel en het tweede vergrendeldeel op niveaus gesitueerd zijn die zich hoger bevinden dan een bodem van de naar boven gerichte uitsparing. Nog meer bij voorkeur omvatten de verticaal actieve vergrendeldelen minstens een derde vergrendeldeel dat aan de voornoemde derde rand aanwezig is en zich hoofdzakelijk in de langsrichting van de derde rand uitstrekt, en een vierde vergrendeldeel dat aan de voornoemde vierde rand aanwezig is en zich hoofdzakelijk in de langsrichting van de vierde rand uitstrekt, waarbij in de gekoppelde toestand van twee zulke panelen het derde vergrendeldeel van het ene paneel met het vierde vergrendeldeel van het andere paneel samenwerkt; en waarbij het derde vergrendeldeel en het vierde vergrendeldeel bij voorkeur op niveaus gesitueerd zijn die zich hoger bevinden dan de bodem van de naar boven gerichte uitsparing. In gekoppelde toestand bevinden bij voorkeur het eerste en het tweede vergrendeldeel, zich op een afstand van het derde en het vierde vergrendeldeel gezien volgens een richting evenwijdig aan de gekoppelde panelen en loodrecht op de randen, zodat een stevige verticale vergrendeling wordt verkregen. Indien de koppeldelen van het tweede paar tegenoverliggende randen eendelig zijn uitgevoerd, dan bij voorkeur
7 BE2023/5735 bevindt het eerste vergrendeldeel zich aan de proximale zijde van het vrouwelijke deel en is daarbij op een massieve wijze aan deze proximale zijde aanwezig en bevindt het tweede vergrendeldeel zich aan de distale zijde van het mannelijke deel en is daarbij bij voorkeur ook op een massieve wijze aan deze distale zijde aanwezig. Bij deze definitie dient onder “op een massieve wijze aanwezig” te worden begrepen dat geen verzwakkingen en/of uitsparingen achter het betreffende vergrendeldeel zijn aangebracht, althans geen verzakkingen en/of uitsparingen die bedoeld zijn zekere vervormingen toe te laten. Meer speciaal wordt hiermede bedoeld dat geen verzwakkingen en/of uitsparingen van het type zoals bekend uit onder andere
WO2011/001326 worden toegepast.
In een zeer voorkeurdragende uitvoeringsvorm zijn de koppeldelen van het eerste paar tegenoverliggende randen minstens gevormd zijn uit een tand die zich aan de eerste rand bevindt en een groef die zich aan de tweede rand bevindt, waarbij de vierde rand, gezien volgens de langsrichting van de vierde rand en dit vanaf de eerste rand naar de tweede rand toe, een eerste helft omvat en een aan de eerste helft aansluitende tweede helft, waarbij de eerste sectie zich minstens uitstrekt ter hoogte van de eerste helft en/of waarbij de eerste sectie zich uitstrekt tussen de eerste rand en de tweede sectie. De eerste sectie bevindt zich hier dichter bij de eerste rand en/of begint vanaf de eerste rand. De eerste rand omvat de tand en dit is normaal gezien de rand die tijdens het installeren gewenteld wordt in de genoemde groef van een ander paneel. De eerste sectie is hier dan zeer goed in staat om tijdens de installatie de decoratieve oppervlakken op een afstand van elkaar te houden
Het is duidelijk dat onder koppeldelen een profilering wordt verstaan die het gevolg is van een specifieke aanpassing. Randafwijkingen die door de samenkomst van profileringen aan hoeken van panelen ontstaan, dragen normaal gezien niet bij tot de koppeling.
Bij voorkeur strekt de eerste sectie zich steeds uit voorbij het tweede sluitoppervlak, zodat de eerste sectie over zijn volledige lengte gezien, zich uitstrekt voorbij het tweede sluitoppervlak.
8 BE2023/5735
Bij voorkeur, gezien volgens de langsrichting van de vierde rand, bedraagt de lengte van de eerste sectie minstens 20% van de totale lengte van de vierde rand, bij voorkeur minstens 30% en het meest bij voorkeur minstens 40%. Ook bij voorkeur, gezien volgens de langsrichting van de vierde rand, bedraagt de lengte van de eerste sectie hoogstens 80% van de totale lengte van de vierde rand, bij voorkeur hoogstens 70% en het meest bij voorkeur hoogstens 60%. Hier is er een goed evenwicht tussen het voldoende op afstand houden van de decoratieve oppervlakken tijdens het koppelen van twee panelen, en dit terwijl de koppeling voldoende eenvoudig tot stand kan worden gebracht en de verkregen koppeling voldoende sterk is. In een specifieke uitvoeringsvorm bedraagt de lengte van de eerste sectie tussen 40% en 50% van de totale lengte van de vierde rand en bedraagt de totale lengte van de tweede sectie tussen 40% en 50% van de totale lengte van de vierde rand. Indien een genoemde overgangssectie tussen de eerste en de tweede sectie aanwezig is, dan bedraagt de lengte van deze overgangssectie tussen 0% en 20% van de totale lengte van de vierde rand, bij voorkeur tussen 5% en 15%. De panelen zijn rechthoekig, vierkant of langwerpig, waarbij bij voorkeur het eerste paar tegenoverliggende randen de lange randen vormen en het tweede paar tegenoverliggende randen de korte randen vormen, waarbij dan de totale lengte van de vierde rand overeenkomt met de dimensie van het paneel gezien volgens de breedterichting. De lengte van de vierde rand is dan de breedte van het paneel.
Bij voorkeur, gezien volgens een richting evenwijdig aan het decoratief oppervlak en dwars op de vierde rand, strekt de distale zijde van de tweede sectie zich uit voorbij het tweede sluitoppervlak en/of minstens gedeeltelijk ter hoogte van het tweede sluitoppervlak. Op deze wijze draagt ook de tweede sectie bij tot het niet beschadigen van de decoratieve oppervlakken tijdens het aan elkaar koppelen van panelen door de genoemde neerwaartse beweging. Zowel de eerste sectie en de tweede sectie strekken zich, gezien volgens de distale richting, uit voorbij een verticaal vlak doorheen het tweede sluitvlak en dwars op het vlak van het paneel, of de tweede sectie strekt zich minstens uit ter hoogte van dit verticaal vlak.
9 BE2023/5735
In een zeer voorkeurdragende uitvoeringsvorm strekken het eerste sluitoppervlak en het tweede sluitoppervlak zich nagenoeg loodrecht uit op decoratief oppervlak en strekt het sluitvlak zich nagenoeg loodrecht uit op het decoratief oppervlak.
Bij voorkeur, gezien volgens de langsrichting van de derde rand, is de vormgeving van de naar boven gerichte uitsparing constant is. Dit betekent dat de vormgeving van de naar boven gerichte uitsparing niet varieert. Nog meer bij voorkeur is de vormgeving van de derde rand, en dus van het onderste haakvormig gedeelte, constant gezien volgens de langsrichting. De dwarsdoorsnede van de derde rand is dan ook overal dezelfde, met eventuele randafwijkingen die door de samenkomst van profileringen aan hoeken van panelen ontstaan niet meegerekend. Het profileren van de derde rand kan dan ook eenvoudig worden uitgevoerd, bijvoorbeeld met behulp van één of meerdere freesgereedschappen die elk roteren op één positie. Verder bij voorkeur zijn de vormgevingen van de eerste en de tweede rand constant gezien volgens de langsrichting van de eerste en de tweede rand. Hier is dan enkel de vormgeving van de vierde rand variabel.
Gezien volgens de langsrichting van de vierde rand, is de vormgeving van het bovenste gedeelte van het naar onderen gericht vergrendelelement en/of de vormgeving van de naar onderen gerichte uitsparing nagenoeg constant. Hier is dan enkel de vormgeving van het onderste gedeelte variabel gezien volgens de langsrichting van de vierde rand, zodat de vierde rand op een weinig complexe wijze kan gevormd worden.
In een voorkeurdragende uitvoeringsvorm omvat het onderste gedeelte van het naar onderen gericht vergrendelelement van de vierde rand, onderaan een bodemgedeelte dat onderaan begrensd is door de bodem van het naar onderen gericht vergrendelelement en voorzien is zich uit te strekken in de naar boven gerichte uitsparing van de derde rand, waarbij dit bodemgedeelte, minstens ter hoogte van de eerste sectie en bij voorkeur over de volledige langsrichting, het meest distale gedeelte van het naar onderen gericht vergrendelelement vormt en dat minstens een gedeelte van de proximale zijde van de naar boven gerichte uitsparing van de derde rand, zich proximaal en op een afstand uitstrekt van het eerste sluitoppervlak, zodat het
10 BE2023/5735 bodemgedeelte opneembaar is in de naar boven gerichte uitsparing. De vormgeving van de uitsparing is zodanig dat het bodemgedeelte van de eerste sectie erin past, en gezien het bodemgedeelte van de tweede sectie zich minder ver distaal uitstrekt, is het bodemgedeelte ook opneembaar in deze uitsparing. Gezien het bodemgedeelte minstens ter hoogte van de eerste sectie en bij voorkeur over de volledige langsrichting, het meest distale gedeelte van het naar onderen gericht vergrendelelement vormt, zal bij het eerste contact bij de neerwaartse beweging tijdens het koppelen van panelen, de panelen en dus ook de decoratieve oppervlakken goed op afstand worden gehouden van elkaar tijdens het koppelen waardoor het risico op schade ter hoogte van de decoratieve oppervlakken tijdens het koppelen gering is.
In een specifieke uitvoeringsvorm omvatten de verticaal actieve vergrendeldelen minstens een eerste vergrendeldeel dat aan de derde rand aanwezig is en zich hoofdzakelijk in de langsrichting van de derde rand uitstrekt, en een tweede vergrendeldeel dat aan de vierde rand aanwezig is en zich hoofdzakelijk in de langsrichting van de vierde rand uitstrekt, waarbij in de gekoppelde toestand van twee zulke panelen het eerste vergrendeldeel van het ene paneel met het tweede vergrendeldeel van het andere paneel samenwerkt.
Verder bij voorkeur bevindt het eerste vergrendeldeel zich aan de proximale zijde van het vrouwelijke deel en bevindt het tweede vergrendeldeel zich aan de distale zijde van het bodemgedeelte.
Nog verder bij voorkeur zijn de koppeldelen van het tweede paar tegenoverliggende randen ééndelig uit het materiaal van het paneel zelf verwezenlijkt, en is het eerste vergrendeldeel bij voorkeur op een massieve wijze aan de proximale zijde van het vrouwelijk deel aanwezig en is het tweede vergrendeldeel bij voorkeur op een massieve wijze aan de distale zijde van het bodemgedeelte aanwezig. Een dergelijke uitvoeringsvorm is beschreven in WO 2021/111210. De koppeldelen beschreven in deze octrooipublicaties zijn door middel van verwijzing opgenomen, waarbij uiteraard voor de uitvinding, de vierde rand genoemde eerste en tweede sectie omvat.
11 BE2023/5735
Ook bij voorkeur maakt het tweede vergrendeldeel deel uit van het bodemgedeelte, en vormen bij voorkeur het eerste en het tweede vergrendeldeel samenwerkende vergrendelvlakken waarbij deze vergrendelvlakken zich nagenoeg evenwijdig uitstrekken aan de decoratieve oppervlakken. De eerste en de tweede sectie kunnen hier eenvoudig gevormd worden door één of meerdere freesgereedschappen, waarbij minstens één van deze freesgereedschappen verplaatsbaar is weg van de te frezen rand en naar de te frezen rand toe, bij voorkeur volgens een richting loodrecht op de te frezen rand en evenwijdig aan het paneel.
In een andere specifieke uitvoeringsvorm omvatten de koppeldelen van het tweede paar tegenoverliggende randen minstens een separaat vergrendelingselement, bijvoorbeeld een vergrendelingsstrip, dat in een gekoppelde toestand samenwerkt met een vergrendelingsgroef van de koppeldelen om deels of volledig de verticaal actieve vergrendeldelen te vormen. Het separaat vergrendelingselement kan opgenomen zijn in de derde rand, waarbij de vergrendelingsgroef zich dan in de vierde rand uitstrekt. Een dergelijke uitvoeringsvorm is beschreven in WO 2009/066153 en WO 2020/161627.
De koppeldelen beschreven in deze octrooipublicaties zijn door middel van verwijzing opgenomen, waarbij uiteraard voor de uitvinding, de vierde rand genoemde eerste en tweede sectie omvat. Het separaat vergrendelingselement kan ook opgenomen zijn in de vierde rand, waarbij de vergrendelingsgroef zich dan in de derde rand uitstrekt. Een dergelijke uitvoeringsvorm is beschreven in WO 2017/068523. De koppeldelen beschreven in deze octrooipublicaties zijn door middel van verwijzing opgenomen, waarbij uiteraard voor de uitvinding, de vierde rand genoemde eerste en tweede sectie omvat.
Verder bij voorkeur leunt het separaat vergrendelingselement, minstens in gekoppelde toestand, tegenaan het bodemgedeelte.
Ook verder bij voorkeur is één volgende kenmerken aanwezig: -de derde rand omvat het separaat vergrendelingselement en de vergrendelingsgroef is aanwezig in de vierde rand, waarbij bij voorkeur de bovenkant van het bodemgedeelte de onderzijde van de vergrendelingsgroef begrensd en waarbij in gekoppelde toestand
12 BE2023/5735 het separaat vergrendelingselement in contact staat met de bovenkant van bodemgedeelte en zo respectievelijk het eerste en het tweede vergrendeldeel vormen; of -de vierde rand omvat het separaat vergrendelingselement en de vergrendelingsgroef is aanwezig in de derde rand.
In een voorkeurdragende uitvoeringsvorm, gezien langsheen de langsrichting van de vierde rand, is de vormgeving van de eerste sectie en de tweede sectie constant, waarbij de eerste sectie direct kan aansluiten op de tweede sectie of waarbij er een overgangssectie aanwezig is die de afstand tussen de eerste sectie en de tweede sectie, gezien volgens een richting evenwijdig aan het decoratief oppervlak en dwars op de vierde rand, (geleidelijk aan) overbrugt. Doordat de vormgeving van de eerste sectie constant is, worden de decoratieve oppervlakken over de volledige lengte van de eerste sectie goed op een afstand van elkaar gehouden tijdens het aan elkaar koppelen van panelen volgens genoemde neerwaartse beweging. De genoemde overgangssectie laat toe om de koppeldelen op eenvoudige wijze te produceren met behulp van één of meerdere freesgereedschappen en/of andere snijgereedschappen en dit tijdens het lineair verplaatsen van genoemde vierde rand langsheen genoemde één of meerdere gereedschappen. Zo kan men bijvoorbeeld één of meerdere genoemde gereedschappen zo opstellen dat ze verplaatsbaar zijn volgens een bewegingsrichting loodrecht op richting van de lineaire verplaatsing van het paneel en evenwijdig aan het paneel en dit om de afstand tot de rand waarin de vierde rand met koppeldelen wordt in gevormd, te gaan wijzigen. Zo kan men tijdens het lineair verplaatsen van het paneel eerst de tweede sectie vormen en dan tijdens het vormen van de vierde rand, van een genoemd freesgereedschap weg bewegen volgens de bewegingsrichting tot een bepaald punt, waarbij dan eerst de overgangssectie wordt gevormd met daarna de eerste sectie die zich uitstrekt voorbij de tweede sectie gezien volgens de bewegingsrichting.
In een andere specifieke uitvoeringsvorm, gezien volgens de langsrichting van de vierde rand naar de tweede sectie toe, neemt de afstand van de eerste sectie tot het tweede sluitvlak, gezien volgens een richting dwars op de vierde rand en evenwijdig aan het decoratief oppervlak, af, bij voorkeur geleidelijk aan af, en dat bij voorkeur gezien langsheen de langsrichting van de vierde rand, de vormgeving van de tweede
13 BE2023/5735 sectie constant is. Een dergelijke eerste sectie laat toe om tijdens het met elkaar koppelen van twee panelen volgens de genoemde neerwaartse beweging, de afstand tussen de decoratieve oppervlakken te laten afnemen, waardoor koppelen op een eenvoudige wijze tot stand kan worden gebracht. Een dergelijke eerste sectie laat ook toe om de koppeldelen op eenvoudige wijze te produceren met behulp van één of meerdere freesgereedschappen en/of andere snijgereedschappen en dit tijdens het lineair verplaatsen van genoemde vierde rand langsheen genoemde één of meerdere gereedschappen. Zo kan men bijvoorbeeld één of meerdere genoemde gereedschappen zo opstellen dat ze verplaatsbaar zijn volgens een bewegingsrichting loodrecht op richting van de lineaire verplaatsing van het paneel en evenwijdig aan het paneel en dit om de afstand tot de rand waarin de vierde rand met koppeldelen wordt in gevormd, te gaan wijzigen. Zo kan men tijdens de lineaire verplaatsing van het paneel eerst de tweede sectie vormen en daarna een genoemde frees- of snijgereedschap (geleidelijk aan) van het paneel weg gaan bewegen volgens de bewegingsrichting ter vorming van de eerste sectie. Ook kan men tijdens de lineaire verplaatsing een of meerdere genoemde gereedschappen (geleidelijk aan) weg van het paneel gaan bewegen, waarbij de overgang tussen de eerste sectie en de tweede sectie dan een arbitraire overgang kan zijn.
In een zeer voorkeurdragende uitvoeringsvorm omvat de vierde rand, ter hoogte van het genoemde onderste gedeelte, enkel de genoemde eerste sectie, de genoemde tweede sectie en de optionele overgangssectie.
In een specifieke uitvoeringsvorm wijzigt, gezien langsheen de langsrichting van de vierde rand, de afstand van de eerste sectie tot het tweede sluitoppervlak en de afstand van de tweede sectie tot het tweede sluitoppervlak, geleidelijk aan. Hier kan de overgang tussen de eerste sectie en de tweede sectie arbitrair gekozen zijn, waarbij de eerste sectie en de tweede sectie bijvoorbeeld elk de helft innemen van de volledige lengte van de vierde rand en dus respectievelijk een eerste en een tweede helft vormen, waarbij dan bijvoorbeeld de maximale afstand van de vierde rand tot het tweede sluitoppervlak, gezien volgens de langsrichting van vierde rand van de eerste rand naar de tweede rand toe, geleidelijk aan afneemt.
14 BE2023/5735
In een voorkeurdragende = uitvoeringsvorm omvatten de horizontale vergrendelelementen minstens een eerste horizontaal vergrendeldeel dat aan de derde rand aanwezig is en zich hoofdzakelijk in de langsrichting van de derde rand uitstrekt, en een tweede horizontaal vergrendeldeel dat aan de vierde rand aanwezig is en zich hoofdzakelijk in de langsrichting van de vierde rand uitstrekt, waarbij het eerste horizontaal vergrendeldeel zich uitstrekt aan de proximale zijde van het naar boven gericht vergrendelelement en het tweede horizontaal vergrendeldeel zich uitstrekt aan de distale zijde van de neerwaarts gerichte uitsparing, waarbij in de gekoppelde toestand van twee zulke panelen het eerste horizontaal vergrendeldeel van het ene paneel met het tweede horizontaal vergrendeldeel van het andere paneel samenwerkt en met voorspanning in contact is. Een dergelijke voorspanning kan worden gecreëerd wanneer er een overlapping is van de neerwaarts gerichte uitsparing en het naar boven gericht vergrendelingselement, zodanig dat bij het koppelen van twee dergelijke panelen het vierde vergrendeldeel het derde vergrendeldeel moet wegduwen. Met meer voorkeur resulteert dit in een elastische buiging — waardoor de voorspanning ontstaat — van de lip met het naar boven gericht vergrendelingselement. Bij voorkeur omvatten het eerste horizontaal en het tweede horizontaal vergrendeldeel schuine oppervlakken om zo het wegduwen tijdens het aan elkaar koppelen eenvoudig te laten plaatsvinden.
Deze uitvinding, volgens een tweede aspect, betreft een werkwijze voor het vormen van een paneel volgens het eerste aspect van de uitvinding, waarbij de werkwijze minstens de volgende stappen omvat: - het voortbewegen van het paneel relatief ten opzichte van snij- en/of freeswerktuigen; en - het bewerken van de randen van het zich voortbewegende paneel met behulp van de snij- en/of freeswerktuigen voor het vormen van minstens een deel van de koppeldelen. Bij voorkeur wordt het paneel voortbewogen volgens een richting die zich evenwijdig uitstrekt aan de te bewerken rand of de te bewerken tegenoverliggende randen, met snij- en/of freeswerktuigen opgesteld naast de te bewerken rand of randen.
Verder bij voorkeur worden tijdens dit voortbewegen de twee tegenovergestelde randen die zich uitstrekken volgens de genoemde richting, beide bewerkt, en zijn er dan ook
15 BE2023/5735 snij- en/of freeswerktuigen opgesteld ter hoogte van de twee tegenoverliggende randen.
Een rechthoekig paneel heeft normaal gezien twee paar tegenoverliggende te bewerken randen. Om het eerste paar tegenoverliggende randen te bewerken wordt het paneel dan voortbewogen volgens een richting evenwijdig aan het eerste paar tegenliggende randen en dit langsheen genoemde snij- en/of freeswerktuigen. Om het tweede paar tegenoverliggende randen te bewerken wordt het paneel dan voortbewogen volgens een richting evenwijdig aan het tweede paar tegenoverliggende randen en dit langsheen genoemde snij- en/of freeswerktuigen.
Bij voorkeur wordt minstens één van de snij- en/of freeswerktuigen tijdens het bewerken van de rand die de vierde rand zal vormen, naar en/of weg of van het paneel bewogen, zodanig dat de diepte van dit snij- en/of freeswerktuig in het paneel wijzigt en dit ter vorming van de genoemde eerste en tweede sectie. De snij- en/of freeswerktuigen die naar en/of weg of van het worden paneel bewogen, worden bij voorkeur volgens een bewegingsrichting bewogen die zich loodrecht uitstrekt op de richting waarmee het paneel wordt voorbewogen en in het vlak van paneel, dus bij voorkeur loodrecht op de te bewerken rand en evenwijdig aan het decoratief oppervlak.
Met de diepte wordt dan een richting aangeduid dwars op de vierde rand en in het vlak van het paneel. Bij voorkeur beweegt slechts één genoemd snij- en/of freeswerktuig tijdens het bewerken van de rand die de vierde rand zal vormen, naar en/of weg van het paneel. Dit betreft dan een niet-stationair snij- en/of freeswerktuig. Er kunnen echter ook twee of meerdere dergelijke niet-stationaire snij- en/of freeswerktuigen zijn.
Stationaire snij- en/of freeswerktuigen nemen een constante positie in, hoewel het freeswerktuig uiteraard zal roteren rondom een vaste as -zijnde een as die een vaste positie inneemt tijdens het frezen van één paneel, maar uiteraard een andere positie kan gaan innemen om andere types van panelen te gaan frezen-.
Verder bij voorkeur wordt het genoemde snij- en/of freeswerktuig tijdens het bewerken van de rand die vierde rand zal vormen, weg van het paneel bewogen, zodat eerst de tweede sectie wordt gevormd, gevolgd door de eerste sectie. Het is eenvoudiger om weg van het paneel te bewegen tijdens het vormen van de vierde rand, gezien naar het paneel toe bewegen een ongewenste verplaatsing van het paneel kan veroorzaken.
16 BE2023/5735
Bij voorkeur worden de koppeldelen van het eerste paar tegenoverliggende randen met behulp van stationaire snij- of freeswerktuigen gevormd. Ook bij voorkeur worden de koppeldelen van de derde rand met behulp van één of meerdere stationaire snij- of freeswerktuigen gevormd.
Verder bij voorkeur zijn de snij- of freeswerktuigen roterende snij- of freeswerktuigen.
Volgens een derde aspect betreft de uitvinding een paneel, bijvoorbeeld een vloerpaneel of een wandpaneel, voor het vormen van een bekleding, zoals een vloerbekleding of wandbekleding, en optioneel omvattende één of meerdere kenmerken van het eerste aspect, waarbij dit paneel een substraat en een toplaag met een decoratief oppervlak omvat, waarbij het paneel een eerste paar tegenoverliggende randen en een tweede paar tegenoverliggende randen omvat; waarbij het eerste paar tegenoverliggende randen een eerste rand en een tweede rand van het paneel definieert, en het tweede paar tegenoverliggende randen een derde rand en een vierde rand van het paneel definieert; waarbij het eerste paar tegenoverliggende randen koppeldelen omvat voor het onderling aan elkaar koppelen van twee dergelijke panelen, waarbij deze koppeldelen de volgende kenmerken vertonen: - de koppeldelen omvatten optioneel een horizontaal actief vergrendelsysteem dat in een gekoppelde toestand van twee dergelijke panelen een vergrendeling in het vlak van de panelen en loodrecht op de betreffende randen bewerkstelligt; - de koppeldelen omvatten een verticaal actief vergrendelsysteem dat in een gekoppelde toestand van twee dergelijke panelen een vergrendeling dwars op het vlak van de panelen bewerkstelligt; - de koppeldelen zijn zodanig geconfigureerd dat twee van dergelijke panelen aan deze randen door middel van een wentelbeweging aan elkaar kunnen worden gekoppeld;
17 BE2023/5735 waarbij het tweede paar tegenoverliggende randen omvat koppeldelen voor het onderling aan elkaar koppelen van twee dergelijke panelen, waarbij deze koppeldelen de volgende kenmerken vertonen:
- de koppeldelen omvatten een horizontaal actief vergrendelsysteem met horizontale actieve vergrendeldelen dat in een gekoppelde toestand van twee dergelijke panelen een vergrendeling in het vlak van de panelen en loodrecht op de betreffende randen bewerkstelligt;
- de koppeldelen omvatten een verticaal actief vergrendelsysteem met verticale actieve vergrendeldelen dat in een gekoppelde toestand van twee dergelijke panelen een vergrendeling dwars op het vlak van de panelen bewerkstelligt;
- de koppeldelen zijn ééndelig uit het materiaal van het paneel zelf verwezenlijkt;
- de koppeldelen zijn minstens gevormd uit een naar boven gericht onderste haakvormig gedeelte dat zich aan de derde rand bevindt, en een naar onderen gericht bovenste haakvormig gedeelte dat zich aan de vierde rand bevindt, waarbij het onderste haakvormig gedeelte bestaat uit een lip met een naar boven gericht vergrendelelement dat proximaal daarvan een vrouwelijk deel in de vorm van een naar boven gerichte uitsparing definieert, terwijl het bovenste haakvormig gedeelte bestaat uit een lip met een naar onderen gericht vergrendelelement dat een mannelijk deel vormt en dat proximaal daarvan een naar onderen gerichte uitsparing definieert, waarbij het naar boven gericht vergrendelelement voorzien is zich minstens gedeeltelijk uit te strekken in de naar onderen gerichte uitsparing en het naar onderen gericht vergrendelelement voorzien is zich minstens gedeeltelijk uit te strekken in de naar boven gerichte uitsparing;
- de koppeldelen zijn zodanig geconfigureerd dat twee van dergelijke panelen aan hun betreffende randen door middel van een neerwaartse beweging van het ene paneel ten opzichte van het andere paneel aan elkaar kunnen worden gekoppeld;
- de verticaal actieve vergrendeldelen worden minstens gevormd door een eerste vergrendeldeel dat aan de voornoemde derde rand aanwezig is en zich
18 BE2023/5735 hoofdzakelijk in de langsrichting van de derde rand uitstrekt, en een tweede vergrendeldeel dat aan de voornoemde vierde rand aanwezig is en zich hoofdzakelijk in de langsrichting van de vierde rand uitstrekt, waarbij in de gekoppelde toestand van twee zulke panelen het eerste vergrendeldeel van het ene paneel met het tweede vergrendeldeel van het andere paneel samenwerkt; en - het eerste vergrendeldeel en het tweede vergrendeldeel zijn op niveaus gesitueerd die zich hoger bevinden dan een bodem van de naar boven gerichte uitsparing; waarbij het paneel aan het tweede paar tegenoverliggende randen bovendien volgende combinatie van kenmerken vertoont: - het eerste vergrendeldeel bevindt zich aan de proximale zijde van het vrouwelijk deel en is daarbij op een massieve wijze aan deze proximale zijde aanwezig, - het tweede vergrendeldeel bevindt zich aan de distale zijde van het mannelijk deel en is daarbij bij voorkeur ook op een massieve wijze aan deze distale zijde aanwezig, en - minstens één van de vergrendeldelen van het paar van vergrendeldelen dat gevormd wordt door het eerste vergrendeldeel en het tweede vergrendeldeel kent in de langsrichting van de betreffende rand een variabele vormgeving, waarbij bij voorkeur de genoemde variabele vormgeving erin voorziet dat de dwarsdoorsnede van minstens één van de vergrendeldelen van het voornoemde paar van vergrendeldelen varieert en dat de variabele vormgeving zodanig is geconfigureerd dat in gekoppelde toestand de dwarse overlapping (OT) tussen het eerste vergrendeldeel en het tweede vergrendeldeel in de langsrichting varieert.
Bij deze definitie dient onder “op een massieve wijze aanwezig” te worden begrepen dat geen verzwakkingen en/of uitsparingen achter het betreffende vergrendeldeel zijn aangebracht, althans geen verzakkingen en/of uitsparingen die bedoeld zijn zekere vervormingen toe te laten. Meer speciaal wordt hiermede bedoeld dat geen
19 BE2023/5735 verzwakkingen en/of uitsparingen van het type zoals bekend uit onder andere
WO2011/001326 worden toegepast.
Het feit dat de variabele vormgeving wordt toegepast aan één of meer vergrendeldelen, die zich in tegenstelling tot dat wat bekend is uit het WO2010/100046 nu niet aan het distale uiteinde van de onderste lip bevinden, zijn deze vergrendeldelen op een betere plaats gelegen om achter elkaar gedrukt te worden, waardoor in een meer krachtige en stabiele snapkoppeling kan worden voorzien. Door van een variabele vormgeving gebruik te maken, wordt de constructeur een extra parameter geboden om de panelen te verbeteren en kan bijvoorbeeld op bepaalde plaatsen langs de betreffende randen een zwaardere snap-koppeling worden toegepast dan op andere plaatsen. Zodoende kan door plaatselijk krachtig achter elkaar snappende koppeldelen een beter vergrendeleffect worden verkregen, terwijl in de totaliteit de nodige samenvoegkracht beperkt blijft doordat op andere plaatsen de koppeling verzwakt is.
Bij voorkeur voorziet de voornoemde variabele vormgeving erin dat de dwarsdoorsnede van minstens één van de vergrendeldelen van het voornoemde paar van vergrendeldelen varieert.
Volgens de meest voorkeurdragende uitvoeringsvorm van het derde aspect van de uitvinding is de variabele vormgeving zodanig geconfigureerd dat in gekoppelde toestand de dwarse overlapping tussen het eerste vergrendeldeel en het tweede vergrendeldeel, en in het bijzonder van de respectieve contactvlakken ervan, in de langsrichting varieert.
Het begrip “variëren” houdt ook in dat de overlapping op bepaalde plaatsen nul kan zijn en dus niet aanwezig is.
Het is duidelijk dat onder een “variabele vormgeving” een vormgeving wordt verstaan die het gevolg is van een specifieke aanpassing. Randafwijkingen die door de samenkomst van profileringen aan hoeken van panelen ontstaan, komen niet als zulke variabele vormgeving in aanmerking.
20 BE2023/5735
De voornoemde variatie kan erin voorzien dat bij minstens één van de langsgerichte uiteinden van het tweede paar randen, en eventueel bij beide uiteinden, er geen overlapping aanwezig is of een minder grote overlapping aanwezig is dan op een locatie die zich op een grotere afstand van het betreffende uiteinde bevindt.
Verder kan de overlapping geleidelijk overgaan van een toestand van ontbrekende overlapping of van een toestand van minder grote overlapping naar de toestand van grotere overlapping.
Ook kan de toestand van geen overlapping of de toestand van minder grote overlapping tegen dat uiteinde gesitueerd zijn dat gelegen is tegen de rand van het eerste paar randen waarmee het paneel bedoeld is om aan een vorige rij reeds gelegde panelen te worden gekoppeld.
De genoemde voornoemde variatie kan erin voorzien dat zich op één of meer plaatsen tussen de langsgerichte uiteinden, tussenin twee plaatsen waar wel een overlapping bestaat, de overlapping minder groot of onbestaande is.
Verder kan minstens op drie plaatsen een overlapping bestaan, met telkens tussenin een overlapping die minder groot is en/of onbestaande is.
De variatie in overlapping kan minstens voorzien in één of meer geleidelijke overgangen.
De variatie in overlapping kan minstens voorzien in één of meer stapsgewijze overgangen.
In een voorkeurdragende uitvoeringsvorm vertoont één vergrendeldeel van het paar gevormd door het voornoemde eerste en tweede vergrendeldeel voornoemde variatie, terwijl het andere vergrendeldeel over de volledige of nagenoeg volledige lengte van de betreffende rand eenzelfde continue vorm in doorsnede bezit, of alternatief, dit andere
21 BE2023/5735 vergrendeldeel minstens éénzelfde continue vorm vertoont op die plaatsen waar het eerstgenoemde vergrendelelement varieert.
Bij voorkeur wordt het vergrendeldeel dat de voornoemde variaties vertoont, gevormd door het eerste vergrendeldeel of wordt het vergrendeldeel dat de voornoemde variaties vertoont, gevormd door het tweede vergrendeldeel.
In een andere uitvoeringsvorm zijn zowel het eerste vergrendeldeel als het tweede vergrendeldeel van variaties zoals voornoemd voorzien.
In een zeer voorkeurdragende uitvoeringsvorm zijn het eerste vergrendeldeel en het tweede vergrendeldeel voorzien van contactvlakken en voorziet de voornoemde variabele vormgeving erin dat het contactvlak van het eerste vergrendeldeel en/of het contactvlak van het tweede vergrendeldeel in hoekpositie of vorm wijzigt.
Verder bij voorkeur zijn de contactvlakken zodanig geconfigureerd dat minstens de hoek van de raaklijn die in de gekoppelde positie door de contactvlakken wordt gedefinieerd in de langsrichting varieert.
Ook bij voorkeur zijn de contactvlakken zodanig geconfigureerd dat minstens de positie waar de contactvlakken met elkaar contact maken, gezien in hoogte en/of in dwarsrichting varieert in functie van de langsrichting.
Bij voorkeur zijn de koppeldelen aan het eerste paar randen en de koppeldelen aan het tweede paar randen zodanig geconfigureerd zijn dat zij door middel van de zogenaamde fold-down techniek kunnen worden geïnstalleerd.
In een voorkeurdragende uitvoeringsvorm is aan het tweede paar randen tevens een verticaal actief vergrendeldeel aanwezig aan de proximale zijde van het naar onderen gerichte haakvormig gedeelte dat dan met een vergrendeldeel aan het naar boven gerichte haakvormig gedeelte kan samenwerken. Dit laatste vergrendeldeel bevindt
22 BE2023/5735 zich bij voorkeur aan het distale uiteinde van het naar boven gerichte haakvormig gedeelte.
Bij voorkeur is het eerste vergrendeldeel en/of het tweede vergrendeldeel uit één of meer gedeelten gevormd waardoor in de gekoppelde toestand één of meer overlappingszones tussen het eerste vergrendeldeel en het tweede vergrendeldeel worden gevormd; dat zulke overlappingszone gekenmerkt is door een maximale dwarse overlapping (OT) en een maximale langsgerichte overlapping (OL), en dat de maximale langsgerichte overlapping (OL) voor minstens één overlappingszone minstens aan één van volgende, en bij voorkeur meerdere van volgende criteria beantwoordt: - de langsgerichte overlapping (OL) bedraagt minstens 3 millimeter; - de langsgerichte overlapping (OL) bedraagt minstens 5 millimeter; - de langsgerichte overlapping (OL) bedraagt minstens 10 millimeter; - de langsgerichte overlapping (OL) bedraagt minstens 20 millimeter; - de langsgerichte overlapping (OL) bedraagt minstens 3 maal de grootte van de dwarsoverlapping (OT); - de langsgerichte overlapping (OL) bedraagt minstens 10 maal de grootte van de dwarsoverlapping (OT); - de langsgerichte overlapping (OL) bedraagt minstens 100 maal de grootte van de dwarsoverlapping (OT); - de langsgerichte overlapping (OL) is zodanig groot dat ter hoogte van het midden van de langsgerichte overlapping (OL) de samendrukbaarheid van de vergrendelgedeelten in wezen niet wordt beïnvloed door de eventuele afwezigheid van materiaal aan de langsgerichte uiteinden van de overlappingszone.
Verder bij voorkeur zijn aan de betreffende randen meerdere overlappingszones aanwezig, en dat de meerderheid hiervan en bij voorkeur alle overlappingszones aan één of meer van voornoemde criteria beantwoorden.
23 BE2023/5735
De panelen volgens het eerste aspect en de panelen volgens het derde aspect kunnen van een verschillende opbouw zijn, zo kunnen deze panelen bijvoorbeeld zijn e laminaatpanelen, waarbij de toplaag bijvoorbeeld één of meerdere met hars geïmpregneerde papieren omvat en het substraat bijvoorbeeld een houtgebaseerd substraat is zoals een houtvezelplaat -medium density fiberboard of high density fiberboard-, of en spaanplaat; e parket panelen of fineerparket panelen, omvattende een houtlaag waarop één of meerdere beschermlagen, zoals bijvoorbeeld laklagen op basis van een hars en/of lak en/of een olie, zijn aangebracht, ter bescherming van de houtlaag;, e panelen op basis van polyvinylchloride (PVC) of een ander thermoplastisch materiaal, zoals LVT (luxury vinyl tile), WPC (wood plastic composite), EPC (expanded polymer core), SPC (solid particle core), enz; e panelen omvattende een mineraalgebaseerd substraat, zoals een gips, magnesiumoxide (MgO) of cement gebaseerd substraat, en een toplaag op basis van kunststof, e panelen omvattende een substraat op basis van een geopolymeer en een toplaag op basis van kunststof; e panelen op basis van een kunststof, waarbij deze kunststof geen PVC is, bijvoorbeeld op basis van polyethyleentereftalaat (PET), polyethyleen (PE), polypropyleen (PP), BMC (bulk mounding compound) op basis van onverzadigde polyesters, polycarbonaat (PC), acrylonitril butadieen styreen (ABS), styreen-ethyleen-butyleen-styreen (SEBS), polymelkzuur (PLA), polyvinylbuteral (PVB), enz.
Het substraat van de panelen kan een samengesteld substraat zijn dat minstens bestaat uit twee substraatlagen ieder van een welbepaalde dikte, bijvoorbeeld een eerste kunststofgebaseerde substraatlaag en een zich daarboven, bij voorkeur direct daarboven, bevindende tweede substraatlaag, welke tweede substraatlaag bijvoorbeeld een dikte vertoont van minstens 0,5 mm, bij voorkeur minstens 1 mm; waarbij dit samengesteld substraat bij voorkeur tevens één van volgende kenmerken of eender welke combinatie van deze kenmerken vertoont:
24 BE2023/5735 - de densiteit van de eerste substraatlaag is verschillend van de densiteit van de tweede substraatlaag, en bij voorkeur vertoont de tweede substraatlaag een hogere densiteit dan de eerste substraatlaag; - de eerste substraatlaag is geschuimd, en bij voorkeur van het gesloten cel type en nog meer bij voorkeur van het zogenaamde hard foam type, en bij voorkeur is de tweede substraatlaag niet of minder geschuimd dan de eerste substraatlaag ; - de eerste substraatlaag is plaatvormig geëxtrudeerd of is door middel van een strooiproces en consolidatie van het gestrooide materiaal tot een plaat gevormd; - de tweede substraatlaag bestaat uit een geëxtrudeerde laag of uit een laag die door middel van een strooiproces en consolidatie van het gestrooide materiaal is gevormd, - de beide substraatlagen zijn aan elkaar gelijmd of zijn, alternatief, geconsolideerd in eenzelfde productieproces, dit laatste bijvoorbeeld door onderlinge directe aanhechting tussen de materialen van de substraten of bijvoorbeeld ook door ze uit één samengestelde massa met minstens twee lagen te vormen; - het samengesteld substraat heeft een totale dikte van 3 à 10 mm.
Met het inzicht de kenmerken van de uitvinding beter aan te tonen, zijn hierna, als voorbeeld zonder enig beperkend karakter, enkele = voorkeurdragende uitvoeringsvormen beschreven, met verwijzing naar de bijgaande tekeningen, waarin: figuur 1 schematisch en in perspectief een gedeelte van een vloerbekleding weergeeft die uit vloerpanelen volgens de uitvinding bestaat en dit tijdens het vormen van de vloerbekleding; figuur 2 op een grotere schaal het gedeelte weergeeft dat in figuur 1 met F2 is aangeduid, waarbij de panelen volgens het eerste aspect zijn; figuren 3 tot 7 mogelijke doorsneden geven volgens lijnen B-B en lijnen A-A (in stippellijnen) van mogelijke uitvoeringsvormen van panelen volgens het eerste aspect van de uitvinding;
25 BE2023/5735 figuur 8 een mogelijke doorsnede weergeeft volgens lijnen VIII-VIIT; figuur 9 in bovenaanzicht en geschematiseerd een vloerpaneel volgens het derde aspect van de uitvinding weergeeft; figuur 10 een doorsnede weergeeft volgens lijnen X-X; figuur 11 de koppeldelen die in figuur 10 zichtbaar zijn, op een grotere schaal in gekoppelde toestand weergeven; figuur 12 op een grotere schaal een zicht weergeeft van het gedeelte dat in figuur 9 met F12 is aangeduid; figuren 13, 14, 15 op een grotere schaal doorsneden weergeven, respectievelijk volgens lijnen XIII-XIII, XIV-XIV en XV-XV in figuur 12; figuren 16, 17 en 18 op een schematische wijze varianten weergeven op de uitvoering die in figuur 12 is weergegeven; figuur 19 nog een variante weergeeft in een zicht gelijkaardig aan dat van figuur 13; figuren 20 en 21 nog een variante illustreren.
Zoals weergegeven in de figuren 1 en 2 heeft de uitvinding betrekking op panelen 1, zoals vloerpanelen, voor het vormen van een bekleding. Deze vloerpanelen 1 omvatten een eerste paar tegenoverliggende randen 2-3 alsmede een tweede paar tegenoverliggende randen 4-5.
De weergegeven vloerpanelen 1 zijn aan hun randen zodanig geconfigureerd dat zij onderling koppelbaar zijn volgens het zogenaamde fold down principe, dat erin bestaat dat dergelijke vloerpanelen 1 aan het eerste paar tegenoverliggende randen 2-3 door een wentelbeweging R aan elkaar kunnen worden gekoppeld, en aan het tweede paar tegenoverliggende randen 4-5 door een neerwaartse beweging M aan elkaar kunnen gekoppeld worden, waarbij de neerwaartse beweging M het gevolg is van de wentelbeweging R en dus in hoofdzaak gelijktijdig tot stand komt. De vloerpanelen 1 zijn hierbij aan hun randen 2-3 en 4-5 tevens zodanig geconfigureerd dat uiteindelijk een vergrendeling in verticale richting V als horizontale richting H, dit laatste loodrecht op de betreffende randen 2-3 en 4-5, tot stand komt.
26 BE2023/5735
Het eerste paar tegenoverliggende randen 2-3 definieert een eerste rand 2 en een tweede rand 3 van het vloerpaneel 1, terwijl het tweede paar tegenoverliggende randen 4-5 een derde rand 4 en een vierde rand 5 van het vloerpaneel 1 definieert.
Zoals weergegeven is zulk vloerpaneel 1 hiertoe aan zijn eerste paar tegenoverliggende randen 2-3 voorzien van koppeldelen 6-7, terwijl aan het tweede paar tegenoverliggende randen 4-5 koppeldelen 8-9 zijn voorzien, welke koppeldelen hierna met verwijzing naar de figuren nader worden omschreven.
De koppeldelen 6-7 van het eerste paar tegenoverliggende randen 2-3 vertonen, zowel bij de hier weergegeven uitvoeringen volgens het eerste aspect en het derde aspect, zoals zichtbaar in figuur 8, minstens de volgende basiskenmerken: - de koppeldelen 6-7 bevatten een horizontaal actief vergrendelsysteem dat in een gekoppelde toestand van twee dergelijke vloerpanelen 1 een vergrendeling in het vlak van de vloerpanelen 1 en loodrecht op de betreffende randen 2-3 bewerkstelligt; - de koppeldelen 6-7 bevatten tevens een verticaal actief vergrendelsysteem dat in een gekoppelde toestand van twee dergelijke vloerpanelen 1 een vergrendeling dwars op het vlak van de vloerpanelen 1 bewerkstelligt; - de koppeldelen 6-7 zijn ééndelig uit het materiaal van het vloerpaneel 1 zelf verwezenlijkt; en - de koppeldelen 6-7 zijn zodanig geconfigureerd dat twee van dergelijke panelen 1 aan deze randen door middel van een wentelbeweging R aan elkaar kunnen worden gekoppeld.
In figuren 2 tot 7 worden mogelijke uitvoeringsvormen van het eerste aspect van de uitvinding weergeven. De koppeldelen 8-9 van het tweede paar tegenoverliggende randen 4-5 vertonen, zoals zichtbaar in de figuren 2 tot 7, minstens de volgende basiskenmerken: -de koppeldelen 8-9 omvatten een horizontaal actief vergrendelsysteem met horizontale actieve vergrendeldelen dat in een gekoppelde toestand van twee dergelijke panelen 1
27 BE2023/5735 een vergrendeling in het vlak van de panelen 1 en loodrecht op de betreffende randen 4- bewerkstelligt; -de koppeldelen 8-9 omvatten een verticaal actief vergrendelsysteem met verticale actieve vergrendeldelen dat in een gekoppelde toestand van twee dergelijke panelen 1 5 een vergrendeling dwars op het vlak van de panelen 1 bewerkstelligt; -de koppeldelen 8-9 zijn minstens gevormd uit een naar boven gericht onderste haakvormig gedeelte 10 dat zich aan de derde rand 4 bevindt, en een naar onderen gericht bovenste haakvormig gedeelte 11 dat zich aan de vierde rand 5 bevindt, waarbij het onderste haakvormig gedeelte 10 bestaat uit een lip 12 met een naar boven gericht vergrendelelement 13 dat proximaal daarvan een vrouwelijk deel in de vorm van een naar boven gerichte uitsparing 14 definieert, terwijl het bovenste haakvormig gedeelte 11 bestaat uit een lip 15 met een naar onderen gericht vergrendelelement 16 dat een mannelijk deel vormt en dat proximaal daarvan een naar onderen gerichte uitsparing 17 definieert, waarbij het naar boven gericht vergrendelelement 13 voorzien is zich minstens gedeeltelijk uit te strekken in de naar onderen gerichte uitsparing 17 en het naar onderen gericht vergrendelelement 16 voorzien is zich minstens gedeeltelijk uit te strekken in de naar boven gerichte uitsparing 14; -de koppeldelen 8-9 zijn zodanig geconfigureerd dat twee van dergelijke panelen 1 aan hun betreffende randen 4-5 door middel van een neerwaartse beweging M van het ene paneel 1 ten opzichte van het andere paneel 1 aan elkaar kunnen worden gekoppeld; -de derde rand 4 omvat een opgericht eerste sluitoppervlak dat zich hoofdzakelijk in de langsrichting van de derde rand 4 uitstrekt, en de vierde rand 5 omvat een aan het eerste sluitoppervlak complementair opgericht tweede sluitoppervlak dat zich hoofdzakelijk in de langsrichting van de vierde rand 5 uitstrekt, waarbij in de gekoppelde toestand van twee zulke panelen 1 het eerste sluitoppervlak van het ene paneel 1 tegenaan het tweede sluitoppervlak van het andere paneel 1 aanligt en zo samen een oplopend sluitvlak S vormen, waarbij dit sluitvlak S zich uitstrekt tussen de decoratieve oppervlakken en de verticale en horizontale actieve vergrendeldelen; -waarbij het tweede sluitoppervlak zich opstaand uitstrekt vanaf een onderste punt, waarbij een vlak A dat zich evenwijdig uitstrekt aan het decoratieve oppervlak en doorheen dit onderste punt, het naar onderen gericht vergrendelelement 16 opdeelt in een bovenste gedeelte 29 en een op dit bovenste gedeelte 29 aansluitend onderste
28 BE2023/5735 gedeelte 30, zodat het onderste gedeelte 30 begrensd is door een distale zijde en een proximale zijde, alsmede door een bodem van het naar onderen gericht vergrendelelement 16, waarbij dit onderste gedeelte 30 voorzien is om zich minstens gedeeltelijk uit te strekken in de naar boven gerichte uitsparing 14;
-gezien langsheen de langsrichting van de vierde rand 5, het onderste gedeelte 30 van het naar onderen gericht vergrendelelement 16 een eerste sectie 31 en een tweede sectie 32 omvat waarbij, gezien volgens een richting evenwijdig aan het decoratief oppervlak en dwars op de vierde rand 5, de distale zijde van de eerste sectie 31 zich uitstrekt voorbij de distale zijde van de tweede sectie 32 en voorbij het tweede sluitoppervlak;
-de vierde rand 5, gezien volgens de langsrichting van de vierde rand 5 en dit vanaf de eerste rand 2 naar de tweede rand 3 toe, een eerste helft omvat en een aan de eerste helft aansluitende tweede helft, waarbij de eerste sectie 31 zich uitstrekt ter hoogte van de eerste helft en de eerste sectie 31 zich uitstrekt tussen de eerste rand 2 en de tweede sectie 32 en waarbij de tweede sectie 32 zich uitstrekt ter hoogte van de tweede helft;
-gezien volgens de langsrichting van de vierde rand 5, de lengte van de eerste sectie 31 minstens 20% van de totale lengte van de vierde rand 5 bedraagt, bij voorkeur minstens 30% en het meest bij voorkeur nagenoeg 40%;
-gezien volgens een richting evenwijdig aan het decoratief oppervlak en dwars op de vierde rand 5, de distale zijde van de tweede sectie 32, zich uitstrekt voorbij het tweede sluitoppervlak en/of zich minstens gedeeltelijk uitstrekt ter hoogte van het tweede sluitoppervlak;
-het eerste sluitoppervlak en het tweede sluitoppervlak zich nagenoeg loodrecht uitstrekken op decoratief oppervlak en het sluitvlak S zich nagenoeg loodrecht uitstrekt op het decoratief oppervlak;
-gezien volgens de langsrichting van de derde rand 4, de vormgeving van de naar boven gerichte uitsparing 14 nagenoeg constant is;
-gezien volgens de langsrichting van de vierde rand 5, de vormgeving van het bovenste gedeelte 29 van het naar onderen gericht vergrendelelement 16 en de vormgeving van de naar onderen gerichte uitsparing 17 nagenoeg constant is,
-het onderste gedeelte 30 van het naar onderen gericht vergrendelelement 16 van de vierde rand 5, onderaan een bodemgedeelte omvat dat onderaan begrensd is door de bodem van het naar onderen gericht vergrendelelement 16 en voorzien is zich uit te
29 BE2023/5735 strekken in de naar boven gerichte uitsparing 14 van de derde rand 4, waarbij dit bodemgedeelte, minstens ter hoogte van de eerste sectie 31 en bij voorkeur over de volledige langsrichting, het meest distale gedeelte van het naar onderen gericht vergrendelelement 16 vormt en dat minstens een gedeelte van de proximale zijde van de naar boven gerichte uitsparing 14 van de derde rand 4, zich proximaal en op een afstand uitstrekt van het eerste sluitoppervlak, zodat het bodemgedeelte opneembaar is in de naar boven gerichte uitsparing 14; -de horizontale vergrendelelementen minstens omvatten een eerste horizontaal vergrendeldeel 36 dat aan de derde rand 4 aanwezig is en zich hoofdzakelijk in de langsrichting van de derde rand 4 uitstrekt, en een tweede horizontaal vergrendeldeel 37 dat aan de vierde rand 5 aanwezig is en zich hoofdzakelijk in de langsrichting van de vierde rand 5 uitstrekt, waarbij het eerste horizontaal vergrendeldeel 36 zich uitstrekt aan de proximale zijde van het naar boven gericht vergrendelelement 13 en het tweede horizontaal vergrendeldeel 37 zich uitstrekt aan de distale zijde van de naar onderen gerichte uitsparing 17, waarbij in de gekoppelde toestand van twee zulke panelen 1 het eerste horizontaal vergrendeldeel 36 van het ene paneel 1 met het tweede horizontaal vergrendeldeel 37 van het andere paneel 1 samenwerkt en dit al dan niet met voorspanning, -gezien langsheen de langsrichting van de vierde rand 5, is de vormgeving van de eerste sectie 31 en de tweede sectie 32 bij voorkeur constant, waarbij de eerste sectie 31 direct aansluit op de tweede sectie 32, of er een overgangssectie 35 1s die de afstand tussen de eerste sectie 31 en de tweede sectie 32, gezien volgens een richting evenwijdig aan het decoratief oppervlak en dwars op de vierde rand 5, geleidelijk aan overbrugt en dit gezien volgens de langsrichting van de vierde rand 5.
Zoals zichtbaar in figuren 3 en 4 vertonen de koppeldelen 8-9 van het tweede paar tegenoverliggende randen 4-5 verdere kenmerken: -de verticaal actieve vergrendeldelen minstens omvatten een eerste vergrendeldeel 23 dat aan de derde rand 4 aanwezig is en zich hoofdzakelijk in de langsrichting van de derde rand uitstrekt 4, en een tweede vergrendeldeel 24 dat aan de vierde rand 5 aanwezig is en zich hoofdzakelijk in de langsrichting van de vierde rand 5 uitstrekt, waarbij in de gekoppelde toestand van twee zulke panelen 1 het eerste vergrendeldeel
30 BE2023/5735 23 van het ene paneel 1 met het tweede vergrendeldeel 24 van het andere samenwerkt, waarbij het eerste vergrendeldeel 23 zich bevindt aan de proximale zijde van het vrouwelijke deel en het tweede vergrendeldeel 24 zich bevindt aan de distale zijde van het bodemgedeelte. -de koppeldelen 8-9 van het tweede paar tegenoverliggende randen 4-5 ééndelig uit het materiaal van het paneel 1 zelf zijn verwezenlijkt, en het eerste vergrendeldeel 23 is op een massieve wijze aan de proximale zijde van het vrouwelijk deel en het tweede vergrendeldeel 24 op een massieve wijze aan de distale zijde van het bodemgedeelte aanwezig is; -het tweede vergrendeldeel 24 deel uitmaakt van het bodemgedeelte, en dat bij voorkeur het eerste en het tweede vergrendeldeel 23-24 samenwerkende vergrendelvlakken vormen waarbij deze vergrendelvlakken zich nagenoeg evenwijdig uitstrekken aan het horizontaal vlak; -de verticale vergrendelelementen minstens omvatten een derde vergrendeldeel 38 dat aan de derde rand 4 aanwezig is en zich hoofdzakelijk in de langsrichting van de derde rand 4 uitstrekt, en een vierde vergrendeldeel 27 dat aan de vierde rand 5 aanwezig is en zich hoofdzakelijk in de langsrichting van de vierde rand 5 uitstrekt, waarbij het derde vergrendeldeel 38 zich uitstrekt aan de distale zijde van het naar boven gericht vergrendelelement 13 en het vierde vergrendeldeel 27 zich uitstrekt aan de proximale zijde van de naar onderen gerichte uitsparing 17, waarbij in de gekoppelde toestand van twee zulke panelen 1 het derde vergrendeldeel 38 van het ene paneel 1 met het vierde vergrendeldeel 27 van het andere paneel 1 in samenwerking kan worden gebracht.
Zoals zichtbaar in figuren 5 tot 7 vertonen de koppeldelen 8-9 van het tweede paar tegenoverliggende randen 4-5 verdere kenmerken: -de koppeldelen 8-9 van het tweede paar tegenoverliggende randen 4-5 omvatten minstens een separaat vergrendelingselement 33, dat in een gekoppelde toestand samenwerkt met een vergrendelingsgroef 34 van de koppeldelen 8-9 om deels of volledig de verticaal actieve vergrendeldelen te vormen; -het vergrendelingselement 33, minstens in gekoppelde toestand, aanleunt tegenaan het bodemgedeelte;
31 BE2023/5735 -bij de uitvoeringsvorm weergegeven in figuur 6 omvat de derde rand 4 het separaat vergrendelingselement 33 en is de vergrendelingsgroef 34 aanwezig in de vierde rand 5, waarbij de bovenkant van het bodemgedeelte de onderzijde van de vergrendelingsgroef 34 begrensd en waarbij in gekoppelde toestand het separaat vergrendelingselement 33 in contact staat met de bovenkant van bodemgedeelte en zo respectievelijk het eerste en het tweede verticaal actief vergrendeldeel 23-24 vormen; -bij de uitvoeringsvormen weergegeven in figuren 5 en 7 omvat de vierde rand 5 het separaat vergrendelingselement 33 en is de vergrendelingsgroef 34 is aanwezig in de derde rand 4; -zoals zichtbaar in figuren 6 en 7 is de lip 12 van de derde rand 4 verbogen in gekoppelde toestand van twee panelen 1 en is er dus sprake van voorspanning.
Zoals zichtbaar in figuur 8 omvat het eerste paar tegenoverliggende randen 2-3 een tand 25 die zich aan de eerste rand 2 bevindt en een groef 26 die zich aan de tweede rand 3 bevindt.
De figuren 9 tot 21 illustreren het derde aspect van de uitvinding.
De koppeldelen 8-9 van het tweede paar tegenoverliggende randen 4-5 vertonen, zoals zichtbaar in de figuren 10 en 11, minstens de volgende basiskenmerken: - de koppeldelen 8-9 bevatten een horizontaal actief vergrendelsysteem dat in een gekoppelde toestand van twee dergelijke vloerpanelen 1 een vergrendeling in het vlak van de vloerpanelen 1 en loodrecht op de betreffende randen 4-5 bewerkstelligt; - de koppeldelen 8-9 bevatten tevens een verticaal actief vergrendelsysteem dat in een gekoppelde toestand van twee dergelijke vloerpanelen 1 een vergrendeling dwars op het vlak van de vloerpanelen 1 bewerkstelligt; - de koppeldelen 8-9 zijn ééndelig uit het materiaal van het vloerpaneel 1 zelf verwezenlijkt; - het horizontaal actieve vergrendelsysteem van het tweede paar tegenoverliggende randen 4-5 is minstens gevormd uit een naar boven gericht onderste haakvormig gedeelte 10 dat zich aan één van voornoemde twee randen 4 bevindt, alsmede een naar onderen gericht bovenste
32 BE2023/5735 haakvormig gedeelte 11 dat zich aan de tegenoverliggende rand 5 bevindt, waarbij het onderste haakvormig gedeelte 10 bestaat uit een lip 12 met een naar boven gericht vergrendelelement 13 dat proximaal daarvan een vrouwelijk deel in de vorm van een naar boven gerichte uitsparing 14 definieert, terwijl het bovenste haakvormig gedeelte 11 bestaat uit een lip 15 met een naar onderen gericht vergrendelelement 16 dat een mannelijk deel vormt; - de koppeldelen 8-9 zijn zodanig geconfigureerd dat twee van dergelijke vloerpanelen 1 aan hun betreffende randen 4-5 door middel van een neerwaartse beweging M van het ene paneel 1 ten opzichte van het andere paneel 1 aan elkaar kunnen worden gekoppeld; - het voornoemde vrouwelijke deel is begrensd door een distale zijde 18 en een proximale zijde 19, alsmede door een bodem 20 die gevormd is door de bovenzijde van de lip 12 van het onderste haakvormig gedeelte 10, - het voornoemde mannelijke deel is begrensd door een distale zijde 21 en een proximale zijde 22; - het verticaal actieve vergrendelsysteem bevat verticaal actieve vergrendeldelen; - de verticaal actieve vergrendeldelen worden minstens gevormd door een eerste vergrendeldeel 23 dat aan de voornoemde derde rand 4 aanwezig is en zich hoofdzakelijk in de langsrichting van de derde rand 4 uitstrekt, en een tweede vergrendeldeel 24 dat aan de voornoemde vierde rand 5 aanwezig is en zich hoofdzakelijk in de langsrichting van de vierde rand 5 uitstrekt, waarbij in de gekoppelde toestand van twee zulke vloerpanelen 1 het eerste vergrendeldeel 23 van het ene vloerpaneel 1 met het tweede vergrendeldeel 24 van het andere vloerpaneel 1 samenwerkt; en - het eerste vergrendeldeel 23 en het tweede vergrendeldeel 24 zijn op niveaus gesitueerd die zich hoger bevinden dan de voornoemde bodem 20 van het vrouwelijke deel;
33 BE2023/5735
De bijzonderheid van de huidige uitvinding bestaat erin dat het vloerpaneel 1 aan het tweede paar tegenoverliggende randen 4-5 verder volgende combinatie van kenmerken vertoont: - het eerste vergrendeldeel 23 bevindt zich aan de proximale zijde 19 van het vrouwelijke deel en is daarbij op een massieve wijze aan deze proximale zijde 19 aanwezig, - het tweede vergrendeldeel 24 bevindt zich aan de distale zijde 21 van het mannelijke deel en is daarbij bij voorkeur ook op een massieve wijze aan deze distale zijde 21 aanwezig, en - minstens één van de vergrendeldelen 23-24 van het paar van vergrendeldelen dat gevormd wordt door het eerste vergrendeldeel 23 en het tweede vergrendeldeel 24 kent in de langsrichting van de betreffende rand een variabele vormgeving.
Opgemerkt wordt dat de proximale zijde 19 van het vrouwelijke deel zoals weergegeven in de figuren die zijde 19 is die het dichtst, dus meest proximaal, bij het midden van het vloerpaneel 1 is gelegen.
Per definitie dient in deze beschrijving de proximale zijde 19 te worden aanzien als zich uitstrekkend over de volledige hoogte vanaf de bodem 20 tot aan de bovenzijde van het vloerpaneel 1. Wanneer verwezen wordt naar de distale zijde 21 van het mannelijke deel, wordt hiermee de volledige distale zijde van het bovenste haakvormig gedeelte 11 bedoeld, dus de zijde vanaf de onderzijde van het mannelijke deel tot aan de bovenzijde van het vloerpaneel 1.
De door de uitvinding bedoelde variabele vormgeving wordt hierna aan de hand van een aantal weergegeven uitvoeringsvormen en met verwijzing naar de figuren 12 tot 15 toegelicht.
In het voorbeeld van figuren 12 tot 15 varieert de vorm van het eerste vergrendeldeel 23, zodanig dat in gekoppelde toestand de dwarse overlapping tussen het eerste vergrendeldeel 23 en het tweede vergrendeldeel 24, en in het bijzonder van de
34 BE2023/5735 respectieve contactvlakken ervan, in de langsrichting varieert. In dit voorbeeld varieert de overlapping van een toestand waarin ze onbestaande is naar een maximale toestand, dit vanaf het uiteinde van de derde rand 4 naar het midden van de rand toe. Het verloop van deze variatie, die in dit voorbeeld geleidelijk geschiedt, is zichtbaar in figuur 12, alsook uit de specifieke doorsneden die in de figuren 13, 14 en 15 zijn weergegeven. In figuur 13 is er geen overlapping van de contactvlakken, in figuur 14 is er een geringe overlapping en in figuur 15 heerst de maximaal toegepaste overlapping. Het is duidelijk dat in de uitvoering van figuren 12 tot 15 alleen de vormgeving van het eerste vergrendeldeel 23 varieert, terwijl de vormgeving van het tweede vergrendeldeel 24 over de volledige lengte constant blijft of nagenoeg constant blijft.
De geleidelijke variatie, in het bijzonder de geleidelijke toename van de overlapping, biedt het voordeel dat het tweede vergrendeldeel 24 tijdens de wentelbeweging van figuur 2 vlotter achter het eerste vergrendeldeel 23 wordt geleid. Ook wordt de kans gereduceerd dat twee vloerpanelen 1 tijdens het begin van de rotatie uit elkaar worden gedrukt doordat de vergrendeldelen 23-24 langs elkaar worden gedrukt, waardoor blijvende spleten kunnen ontstaan.
Het feit dat de variabele vormgeving wordt toegepast aan één of meer vergrendeldelen 23-24, in dit geval het voornoemde eerste vergrendeldeel 23, die zich in tegenstelling tot dat wat bekend is uit het WO2010/100046 nu niet aan het distale uiteinde van de onderste lip bevinden deze vergrendeldelen zich op een betere plaats om achter elkaar gedrukt te worden, waardoor in een meer krachtige en stabiele snapkoppeling kan worden voorzien.
Figuren 16 en 17 geven varianten weer waarbij het eerste vergrendeldeel 23 varieert doordat het telkens is samengesteld door meerdere zich onderling op een afstand bevindende vergrendelende gedeelten 23A-23B-23C, waarbij het eerste vergrendeldeel in de tussenliggende gebieden als “ontbrekend vergrendeldeel” aanzien kan worden en ter plaatse van de voornoemde gedeelten als “aanwezig vergrendeldeel” aanzien kan worden, zodat gezien in de totaliteit er een variatie bestaat. Het is duidelijk dat wanneer zulk eerste vergrendeldeel 23 van figuren 16 en 17 wordt toegepast in combinatie met
35 BE2023/5735 een tweede vergrendeldeel 24 met een eenzelfde langs de betreffende rand doorlopende continue vorm, er in gekoppelde toestand een variërende overlapping aan de contactoppervlakken tot stand komt.
In de uitvoering van figuur 16 zijn geleidelijke overgangen 28 toegepast, terwijl in figuur 17 stapsgewijze overgangen zijn toegepast.
In figuur 18 is nog een variante weergegeven waarbij het eerste vergrendeldeel 23 met een oscillerende vorm is uitgevoerd.
In figuur 19 is weergegeven dat de variërende overlapping ook kan worden gerealiseerd door het tweede vergrendeldeel 24 in functie van de langsrichting van de rand met een variërende vormgeving uit te voeren. Het tweede vergrendeel 24 varieert hierbij tussen een positie Pl waarbij wel een overlapping bestaat, met een vorm zoals in streeplijn weergegeven, en een positie P2 waarbij de overlapping nul is of nagenoeg nul is, zoals in volle lijn in figuur 19 is afgebeeld. In dit geval is het de bedoeling dat het eerste vergrendeldeel 23 dan een continu verloop van eenzelfde vorm vertoont.
In de figuren 20 en 21 is een variante weergegeven de variatie erin bestaat dat het contactvlak van het eerste vergrendeldeel 23 in hoekpositie varieert. Figuren 20 en 21 geven hierbij doorsneden weer op twee plaatsen langsheen eenzelfde paar randen.
Figuur 20 geeft een normale positie weer waarbij de betreffende contactvlakken tegen elkaar gepositioneerd zijn. Figuur 21 geeft de positie van de contactvlakken op een andere plaats weer, waarbij het tweede vergrendeldeel 24 alleen met een hoekpunt tegen het contactvlak van het eerste vergrendeldeel 23 komt. De vorm van figuur 21 kan bijvoorbeeld aan de aanvang van een rand worden toegepast zodanig dat, bijvoorbeeld in combinatie met de fold-down techniek, het tweede vergrendeldeel 24 vlotter onder het eerste vergrendeldeel 23 kan worden gebracht.
Volgens nog een mogelijkheid blijven de contactvlakken van beide vergrendeldelen 23- 24 parallel, doch varieert gemeenschappelijk de hoek die ze innemen in functie van de plaats op de rand.
36 BE2023/5735
De uitvinding kan worden ingezet bij allerlei vloerpanelen 1. Zij is evenwel vooral geschikt voor relatief dunne panelen 1 met een dikte van minder dan 1 cm.
De uitvinding volgens het eerste, tweede of derde aspect, kan doeltreffend worden aangewend bij laminaatvloerpanelen, bijvoorbeeld DPL of HPL, met bij voorkeur een houtgebaseerd substraat, bijvoorbeeld MDF of HDF, alsook bij kunststofgebaseerde vloerpanelen. Zulke kunststofgebaseerde vloerpanelen kunnen van verschillende aard zijn. Niet beperkende voorbeelden zijn: weinig geschuimde harde WPC panelen, harde kunststofpanelen en buigzame kunststofpanelen, zoals LVT panelen of vergelijkbare panelen uit een andere kunststof dan vinyl .
Het is duidelijk dat de vloerpanelen 1 bij voorkeur een decoratieve bovenzijde bezitten, bijvoorbeeld in de vorm van een gedrukte laag. In het geval van een gedrukte laag kan het zowel handelen om een laag die eerst op een drager gedrukt is die vervolgens onderdeel van het vloerpaneel 1 uitmaakt, als om een gedrukte laag die direct op het vloerpaneel 1, al dan niet met aanwending van tussenliggende lagen, gedrukt wordt.
Ook kunnen beschermlagen, zoals slijtlagen worden voorzien.
Volgens een belangrijk voorkeurdragend kenmerk van het derde aspect van de uitvinding is het vloerpaneel 1 daardoor gekenmerkt dat het eerste vergrendeldeel 23 en/of het tweede vergrendeldeel 24 uit één of meer gedeelten, bijvoorbeeld 23 in figuur 12, en bijvoorbeeld 23A-23B-23C in figuren 16 tot 18, is gevormd waardoor in de gekoppelde toestand één of meer overlappingszones tussen het eerste vergrendeldeel 23 en het tweede vergrendeldeel 24 worden gevormd; dat zulke overlappingszone gekenmerkt is door een maximale dwarse overlapping OT en een maximale langsgerichte overlapping OL, zoals in een aantal van de figuren is aangeduid, en dat de maximale langsgerichte overlapping OL voor minstens één overlappingszone minstens aan één van volgende, en bij voorkeur meerdere van volgende criteria beantwoordt: - de langsgerichte overlapping OL bedraagt minstens 3 millimeter; - de langsgerichte overlapping OL bedraagt minstens 5 millimeter;
37 BE2023/5735 - de langsgerichte overlapping OL bedraagt minstens 10 millimeter; - de langsgerichte overlapping OL bedraagt minstens 20 millimeter; - de langsgerichte overlapping OL bedraagt minstens 3 maal de grootte van de dwarsoverlapping OT; - de langsgerichte overlapping OL bedraagt minstens 10 maal de grootte van de dwarsoverlapping OT; - de langsgerichte overlapping OL bedraagt minstens 100 maal de grootte van de dwarsoverlapping OT; - de langsgerichte overlapping OL is zodanig groot dat ter hoogte van het midden van de langsgerichte overlapping OL de samendrukbaarheid van de vergrendelgedeelten in wezen niet wordt beïnvloed door de eventuele afwezigheid van materiaal aan de langsgerichte uiteinden van de overlappingszone.
Vooral dit laatste is nuttig om een stevige vergrendeling te waarborgen.
Wanneer aan de betreffende randen meerdere overlappingszones aanwezig zijn, dan geniet het de voorkeur dat de meerderheid hiervan en bij voorkeur alle overlappingszones aan één of meer van voornoemde criteria beantwoorden.
De huidige uitvinding 1s geenszins beperkt tot de als voorbeeld beschreven en in de figuren weergegeven uitvoeringsvormen, doch dergelijk vloerpaneel, en in het bijzonder de koppeldelen, kan, respectievelijk kunnen, in verschillende vormen en afmetingen worden verwezenlijkt zonder buiten het kader van de uitvinding te treden.
Claims (27)
1.- Een paneel, bijvoorbeeld een vloerpaneel of een wandpaneel, voor het vormen van een bekleding, waarbij dit paneel (1) een substraat en een toplaag met een decoratief oppervlak omvat, waarbij het paneel (1) een eerste paar tegenoverliggende randen (2-3) en een tweede paar tegenoverliggende randen (4-5) omvat; waarbij het eerste paar tegenoverliggende randen (2-3) een eerste rand (2) en een tweede rand (3) van het paneel (1) definieert, en het tweede paar tegenoverliggende randen (4-5) een derde rand (4) en een vierde rand (5) van het paneel (1) definieert; waarbij het eerste paar tegenoverliggende randen (2-3) koppeldelen (6-7) omvat voor het onderling aan elkaar koppelen van twee dergelijke panelen (1), waarbij deze koppeldelen (6-7) de volgende kenmerken vertonen: - de koppeldelen (6-7) omvatten optioneel een horizontaal actief vergrendelsysteem dat in een gekoppelde toestand van twee dergelijke panelen (1) een vergrendeling in het vlak van de panelen (1) en loodrecht op de betreffende randen (2-3) bewerkstelligt; - de koppeldelen (6-7) omvatten een verticaal actief vergrendelsysteem dat in een gekoppelde toestand van twee dergelijke panelen (1) een vergrendeling dwars op het vlak van de panelen (1) bewerkstelligt; - de koppeldelen (6-7) zijn zodanig geconfigureerd dat twee van dergelijke panelen (1) aan deze randen door middel van een wentelbeweging (R) aan elkaar kunnen worden gekoppeld; waarbij het tweede paar tegenoverliggende randen (4-5) omvat koppeldelen (8-9) voor het onderling aan elkaar koppelen van twee dergelijke panelen (1), waarbij deze koppeldelen (8-9) de volgende kenmerken vertonen: - de koppeldelen (8-9) omvatten een horizontaal actief vergrendelsysteem met horizontale actieve vergrendeldelen dat in een gekoppelde toestand van twee dergelijke panelen (1) een vergrendeling in het vlak van de panelen (1) en loodrecht op de betreffende randen (4-5) bewerkstelligt; - de koppeldelen (8-9) omvatten een verticaal actief vergrendelsysteem met verticale actieve vergrendeldelen dat in een gekoppelde toestand van twee
39 BE2023/5735 dergelijke panelen (1) een vergrendeling dwars op het vlak van de panelen (1) bewerkstelligt;
- de koppeldelen (8, 9) zijn minstens gevormd uit een naar boven gericht onderste haakvormig gedeelte (10) dat zich aan de derde rand (4) bevindt, en een naar onderen gericht bovenste haakvormig gedeelte (11) dat zich aan de vierde rand (5) bevindt, waarbij het onderste haakvormig gedeelte (10)
bestaat uit een lip (12) met een naar boven gericht vergrendelelement (13)
dat proximaal daarvan een vrouwelijk deel in de vorm van een naar boven gerichte uitsparing (14) definieert, terwijl het bovenste haakvormig gedeelte
(11) bestaat uit een lip (15) met een naar onderen gericht vergrendelelement
(16) dat een mannelijk deel vormt en dat proximaal daarvan een naar onderen gerichte uitsparing (17) definieert, waarbij het naar boven gericht vergrendelelement (13) voorzien is zich minstens gedeeltelijk uit te strekken in de naar onderen gerichte uitsparing (17) en het naar onderen gericht vergrendelelement (16) voorzien is zich minstens gedeeltelijk uit te strekken in de naar boven gerichte uitsparing (14);
- de koppeldelen (8-9) zijn zodanig geconfigureerd dat twee van dergelijke panelen (1) aan hun betreffende randen (4-5) door middel van een neerwaartse beweging (M) van het ene paneel (1) ten opzichte van het andere paneel (1) aan elkaar kunnen worden gekoppeld;
- de derde rand (4) omvat een opgericht eerste sluitoppervlak dat zich hoofdzakelijk in de langsrichting van de derde rand (4) uitstrekt, en de vierde rand (5) omvat een aan het eerste sluitoppervlak complementair opgericht tweede sluitoppervlak dat zich hoofdzakelijk in de langsrichting van de vierde rand (5) uitstrekt, waarbij in de gekoppelde toestand van twee zulke panelen (1) het eerste sluitoppervlak van het ene paneel (1) nagenoeg tegenaan het tweede sluitoppervlak van het andere paneel (1) aanligt en zo samen een oplopend sluitvlak (S) vormen, waarbij dit sluitvlak (S) zich uitstrekt tussen de decoratieve oppervlakken en de verticale en horizontale actieve vergrendeldelen;
- waarbij het tweede sluitoppervlak zich opstaand uitstrekt vanaf een onderste punt, waarbij een vlak (A) dat zich evenwijdig uitstrekt aan het decoratieve
40 BE2023/5735 oppervlak en doorheen dit onderste punt, het naar onderen gericht vergrendelelement (16) opdeelt in een bovenste gedeelte (29) en een op dit bovenste gedeelte (29) aansluitend onderste gedeelte (30), zodat het onderste gedeelte (30) begrensd is door een distale zijde en een proximale zijde, alsmede door een bodem van het naar onderen gericht vergrendelelement (16), waarbij dit onderste gedeelte (30) voorzien is om zich minstens gedeeltelijk uit te strekken in de naar boven gerichte uitsparing (14); daardoor gekenmerkt dat het paneel (1) aan het tweede paar tegenoverliggende randen (4-5) volgend kenmerk vertoont: - gezien langsheen de langsrichting van de vierde rand (5), het onderste gedeelte (30) van het naar onderen gericht vergrendelelement (16) een eerste sectie (31) en een tweede sectie (32) omvat waarbij, gezien volgens een richting evenwijdig aan het decoratief oppervlak en dwars op de vierde rand (5), de distale zijde van de eerste sectie (31) zich uitstrekt voorbij de distale zijde van de tweede sectie (32) en voorbij het tweede sluitoppervlak.
2.- Het paneel volgens conclusie 1, waarbij de koppeldelen (6, 7) van het eerste paar tegenoverliggende randen (2-3) minstens gevormd zijn uit een tand (25) die zich aan de eerste rand (2) bevindt en een groef (26) die zich aan de tweede rand (3) bevindt, waarbij de vierde rand (5), gezien volgens de langsrichting van de vierde rand (5) en dit vanaf de eerste rand (2) naar de tweede rand (3) toe, een eerste helft omvat en een aan de eerste helft aansluitende tweede helft, waarbij de eerste sectie (31) zich minstens uitstrekt ter hoogte van de eerste helft en/of waarbij de eerste sectie (31) zich uitstrekt tussen de eerste rand (2) en de tweede sectie (32).
3.- Het paneel volgens conclusie 1 of 2, waarbij, gezien volgens de langsrichting van de vierde rand (5), de lengte van de eerste sectie (31) minstens 20% van de totale lengte van de vierde rand (5) bedraagt, bij voorkeur minstens 30% en het meest bij voorkeur minstens 40%.
41 BE2023/5735
4. Het paneel volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij, gezien volgens een richting evenwijdig aan het decoratief oppervlak en dwars op de vierde rand (5), de distale zijde van de tweede sectie (32), zich uitstrekt voorbij het tweede sluitoppervlak en/of zich minstens gedeeltelijk uitstrekt ter hoogte van het tweede sluitoppervlak.
5- Het paneel volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij het eerste sluitoppervlak en het tweede sluitoppervlak zich nagenoeg loodrecht uitstrekken op decoratief oppervlak en het sluitvlak (S) zich nagenoeg loodrecht uitstrekt op het decoratief oppervlak.
6. Het paneel volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij, gezien volgens de langsrichting van de derde rand (4), de vormgeving van de naar boven gerichte uitsparing (14), en bij voorkeur van het onderste haakvormig gedeelte (10), nagenoeg constant is.
7. Het paneel volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij, gezien volgens de langsrichting van de vierde rand (5), de vormgeving van het bovenste gedeelte (29) van het naar onderen gericht vergrendelelement (16) en/of de vormgeving van de naar onderen gerichte uitsparing (17) nagenoeg constant is.
8.- Het paneel volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij het onderste gedeelte (30) van het naar onderen gericht vergrendelelement (16) van de vierde rand (5), onderaan een bodemgedeelte omvat dat onderaan begrensd is door de bodem van het naar onderen gericht vergrendelelement (16) en voorzien is zich uit te strekken in de naar boven gerichte uitsparing (14) van de derde rand (4), waarbij dit bodemgedeelte, minstens ter hoogte van de eerste sectie (31) en bij voorkeur over de volledige langsrichting van de vierde rand (5), het meest distale gedeelte van het naar onderen gericht vergrendelelement (16) vormt en dat minstens een gedeelte van de proximale zijde van de naar boven gerichte uitsparing (14) van de derde rand (4), zich proximaal van en op een afstand uitstrekt van het eerste sluitoppervlak, zodat het bodemgedeelte opneembaar is in de naar boven gerichte uitsparing (14).
42 BE2023/5735
9.- Het paneel volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij de verticaal actieve vergrendeldelen minstens omvatten een eerste vergrendeldeel (23) dat aan de derde rand (4) aanwezig is en zich hoofdzakelijk in de langsrichting van de derde rand uitstrekt (4), en een tweede vergrendeldeel (24) dat aan de vierde rand (5) aanwezig is en zich hoofdzakelijk in de langsrichting van de vierde rand (5) uitstrekt, waarbij in de gekoppelde toestand van twee zulke panelen (1) het eerste vergrendeldeel (23) van het ene paneel (1) met het tweede vergrendeldeel (24) van het andere samenwerkt.
10.-Het paneel volgens conclusie 8 en 9, waarbij het eerste vergrendeldeel (23) zich bevindt aan de proximale zijde van het vrouwelijke deel en/of het tweede vergrendeldeel (24) zich bevindt aan de distale zijde van het bodemgedeelte.
11.-Het paneel volgens conclusie 10, waarbij de koppeldelen (8-9) van het tweede paar tegenoverliggende randen (4-5) ééndelig uit het materiaal van het paneel (1) zelf zijn verwezenlijkt, waarbij het eerste vergrendeldeel (23) op een massieve wijze aan de proximale zijde van het vrouwelijk deel aanwezig is en het tweede vergrendeldeel (24) op een massieve wijze aan de distale zijde van het bodemgedeelte aanwezig is.
12.-Het paneel volgens conclusie 8 en 11, waarbij het tweede vergrendeldeel (24) deel uitmaakt van het bodemgedeelte, en dat bij voorkeur het eerste en het tweede vergrendeldeel (23, 24) samenwerkende vergrendelvlakken vormen waarbij deze vergrendelvlakken zich nagenoeg evenwijdig uitstrekken aan het decoratief oppervlak.
13. Het paneel volgens één van de conclusies 1 tot 10, waarbij de koppeldelen (8-9) van het tweede paar tegenoverliggende randen (4-5) minstens een separaat vergrendelingselement (33) omvatten, dat in een gekoppelde toestand samenwerkt met een vergrendelingsgroef (34) van de koppeldelen (8-9) om deels of volledig de verticaal actieve vergrendeldelen te vormen.
14. Het paneel volgens conclusie 8 of 10 en volgens conclusie 13, waarbij het vergrendelingselement (33), minstens in gekoppelde toestand, leunt tegenaan het bodemgedeelte.
43 BE2023/5735
15. Het paneel volgens conclusie 13 of 14, waarbij één volgende kenmerken aanwezig is -de derde rand (4) omvat het separaat vergrendelingselement (33) en de vergrendelingsgroef (34) is aanwezig in de vierde rand (5), waarbij bij voorkeur de bovenkant van het bodemgedeelte de onderzijde van de vergrendelingsgroef (34) begrensd en waarbij in gekoppelde toestand het separaat vergrendelingselement (33) in contact staat met de bovenkant van bodemgedeelte en zo respectievelijk het eerste en het tweede vergrendeldeel (23-24) vormen; of -de vierde rand (5) omvat het separaat vergrendelingselement (33) en de vergrendelingsgroef (34) is aanwezig in de derde rand (4).
16.- Het paneel volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij gezien langsheen de langsrichting van de vierde rand (5), de vormgeving van de eerste sectie (31) en de tweede sectie (32) constant is, waarbij bij voorkeur -de eerste sectie (31) direct aansluit op de tweede sectie (32); of -er een overgangssectie (35) is die de afstand tussen de eerste sectie (31) en de tweede sectie (32), gezien volgens een richting evenwijdig aan het decoratief oppervlak en dwars op de vierde rand (5), geleidelijk aan overbrugt.
17. Het paneel volgens één van de voorgaande conclusies 1 tot 15, waarbij, gezien volgens de langsrichting van de vierde rand (5) naar de tweede sectie (32) toe, de afstand van de eerste sectie (31) tot het tweede sluitoppervlak, gezien volgens een richting dwars op de vierde rand (5) en evenwijdig aan het decoratief oppervlak, afneemt, bij voorkeur geleidelijk aan afneemt, en dat bij voorkeur gezien langsheen de langsrichting van de vierde rand (5), de vormgeving van de tweede sectie (32) constant is.
18. Het paneel volgens conclusie 16 of 17, waarbij de vierde rand (5), ter hoogte van het genoemde onderste gedeelte (30), enkel de genoemde eerste sectie (31), de genoemde tweede sectie (32) en de optionele overgangssectie (35) omvat.
44 BE2023/5735
19. Het paneel volgens één van de voorgaande conclusie 1 tot 15, waarbij, gezien langsheen de langsrichting van de vierde rand (5), de afstand van de eerste sectie (31) tot het tweede sluitoppervlak en/of de afstand van de tweede sectie (32) tot het tweede sluitoppervlak geleidelijk aan wijzigt.
20. Het paneel volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij de horizontale vergrendelelementen minstens omvatten een eerste horizontaal vergrendeldeel (36) dat aan de derde rand (4) aanwezig is en zich hoofdzakelijk in de langsrichting van de derde rand (4) uitstrekt, en een tweede horizontaal vergrendeldeel (37) dat aan de vierde rand (5) aanwezig is en zich hoofdzakelijk in de langsrichting van de vierde rand (5) uitstrekt, waarbij het eerste horizontaal vergrendeldeel (36) zich uitstrekt aan de proximale zijde van het naar boven gericht vergrendelelement (13) en het tweede horizontaal vergrendeldeel (37) zich uitstrekt aan de distale zijde van de naar onderen gerichte uitsparing (17), waarbij in de gekoppelde toestand van twee zulke panelen (1) het eerste horizontaal vergrendeldeel (36) van het ene paneel (1) met het tweede horizontaal vergrendeldeel (37) van het andere samenwerkt en met voorspanning in contact is.
21. Werkwijze voor het vormen van een paneel zoals in één of meerdere van de conclusies 1 tot 20, waarbij de werkwijze minstens de volgende stappen omvat: - het voortbewegen van het paneel (1) relatief ten opzichte van snij- en/of freeswerktuigen (55-56-57); en - het bewerken van de randen (2-3-4-5) van het zich voortbewegende paneel (1) met behulp van de snij- en/of freeswerktuigen (55-56-57) voor het vormen van minstens een deel van de koppeldelen (6-7-8-9).
22.- Werkwijze volgens conclusie 21, waarbij minstens één van de snij- en/of freeswerktuigen tijdens het bewerken van de rand die de vierde rand (5) zal vormen, naar en/of weg of van het paneel (1) wordt bewogen, zodanig dat de diepte van dit snij- en/of freeswerktuig (56) in het paneel (1) wijzigt en dit ter vorming van de genoemde eerste en tweede sectie (31-32).
45 BE2023/5735
23.- Werkwijze volgens conclusie 22, waarbij het genoemde snij- en/of freeswerktuig (56) tijdens het bewerken van de rand die vierde rand (5) zal vormen, weg van het paneel (1) wordt bewogen, zodat eerst de tweede sectie (32) wordt gevormd, gevolgd door de eerste sectie (31).
24 - Werkwijze volgens één van de vorige conclusies 21 tot 23, waarbij de koppeldelen (6-7) van het eerste paar tegenoverliggende randen (2-3) met behulp van stationaire snij- of freeswerktuigen worden gevormd.
25.- Werkwijze volgens één van de vorige conclusies 21 tot 24, waarbij de snij- of freeswerktuigen roterende snij- of freeswerktuigen zijn.
26.- Een paneel, bijvoorbeeld een vloerpaneel of een wandpaneel, voor het vormen van een bekleding, en optioneel volgens één of meerdere van de conclusie 1 tot 20, waarbij dit paneel (1) een substraat en een toplaag met een decoratief oppervlak omvat, waarbij het paneel (1) een eerste paar tegenoverliggende randen (2-3) en een tweede paar tegenoverliggende randen (4-5) omvat; waarbij het eerste paar tegenoverliggende randen (2-3) een eerste rand (2) en een tweede rand (3) van het paneel (1) definieert, en het tweede paar tegenoverliggende randen (4-5) een derde rand (4) en een vierde rand (5) van het paneel (1) definieert; waarbij het eerste paar tegenoverliggende randen (2-3) koppeldelen (6-7) omvat voor het onderling aan elkaar koppelen van twee dergelijke panelen (1), waarbij deze koppeldelen (6-7) de volgende kenmerken vertonen: - de koppeldelen (6-7) omvatten optioneel een horizontaal actief vergrendelsysteem dat in een gekoppelde toestand van twee dergelijke panelen (1) een vergrendeling in het vlak van de panelen (1) en loodrecht op de betreffende randen (2-3) bewerkstelligt; - de koppeldelen (6-7) omvatten een verticaal actief vergrendelsysteem dat in een gekoppelde toestand van twee dergelijke panelen (1) een vergrendeling dwars op het vlak van de panelen (1) bewerkstelligt;
46 BE2023/5735
- de koppeldelen (6-7) zijn zodanig geconfigureerd dat twee van dergelijke panelen (1) aan deze randen door middel van een wentelbeweging (R) aan elkaar kunnen worden gekoppeld;
waarbij het tweede paar tegenoverliggende randen (4-5) omvat koppeldelen (8-9) voor het onderling aan elkaar koppelen van twee dergelijke panelen (1), waarbij deze koppeldelen (8-9) de volgende kenmerken vertonen:
- de koppeldelen (8-9) omvatten een horizontaal actief vergrendelsysteem met horizontale actieve vergrendeldelen dat in een gekoppelde toestand van twee dergelijke panelen (1) een vergrendeling in het vlak van de panelen (1) en loodrecht op de betreffende randen (4-5) bewerkstelligt;
- de koppeldelen (8-9) omvatten een verticaal actief vergrendelsysteem met verticale actieve vergrendeldelen dat in een gekoppelde toestand van twee dergelijke panelen (1) een vergrendeling dwars op het vlak van de panelen (1) bewerkstelligt;
- de koppeldelen (8-9) zijn ééndelig uit het materiaal van het paneel (1) zelf verwezenlijkt;
- de koppeldelen (8, 9) zijn minstens gevormd uit een naar boven gericht onderste haakvormig gedeelte (10) dat zich aan de derde rand (4) bevindt, en een naar onderen gericht bovenste haakvormig gedeelte (11) dat zich aan de vierde rand (5) bevindt, waarbij het onderste haakvormig gedeelte (10) bestaat uit een lip (12) met een naar boven gericht vergrendelelement (13) dat proximaal daarvan een vrouwelijk deel in de vorm van een naar boven gerichte uitsparing (14) definieert, terwijl het bovenste haakvormig gedeelte (11) bestaat uit een lip (15) met een naar onderen gericht vergrendelelement
(16) dat een mannelijk deel vormt en dat proximaal daarvan een naar onderen gerichte uitsparing (17) definieert, waarbij het naar boven gericht vergrendelelement (13) voorzien is zich minstens gedeeltelijk uit te strekken in de naar onderen gerichte uitsparing (17) en het naar onderen gericht vergrendelelement (16) voorzien is zich minstens gedeeltelijk uit te strekken in de naar boven gerichte uitsparing (14);
- de koppeldelen (8-9) zijn zodanig geconfigureerd dat twee van dergelijke panelen (1) aan hun betreffende randen (4-5) door middel van een
47 BE2023/5735 neerwaartse beweging (M) van het ene paneel (1) ten opzichte van het andere paneel (1) aan elkaar kunnen worden gekoppeld;
- de verticaal actieve vergrendeldelen worden minstens gevormd door een eerste vergrendeldeel (23) dat aan de voornoemde derde rand (4) aanwezig is en zich hoofdzakelijk in de langsrichting van de derde rand (4) uitstrekt, en een tweede vergrendeldeel (24) dat aan de voornoemde vierde rand (5) aanwezig is en zich hoofdzakelijk in de langsrichting van de vierde rand (5) uitstrekt, waarbij in de gekoppelde toestand van twee zulke panelen (1) het eerste vergrendeldeel (23) van het ene paneel (1) met het tweede vergrendeldeel (24) van het andere samenwerkt; en
- het eerste vergrendeldeel (23) en het tweede vergrendeldeel (24) zijn op niveaus gesitueerd die zich hoger bevinden dan een bodem van de naar boven gerichte uitsparing (14);
daardoor gekenmerkt dat het paneel (1) aan het tweede paar tegenoverliggende randen (4-5) volgende combinatie van kenmerken vertoont:
- het eerste vergrendeldeel (23) bevindt zich aan de proximale zijde van het vrouwelijk deel en is daarbij op een massieve wijze aan deze proximale zijde aanwezig,
- het tweede vergrendeldeel (24) bevindt zich aan de distale zijde van het mannelijk deel en is daarbij op een massieve wijze aan deze distale zijde aanwezig, en
- minstens één van de vergrendeldelen (23-24) van het paar van vergrendeldelen (23-24) dat gevormd wordt door het eerste vergrendeldeel (23) en het tweede vergrendeldeel (24), kent in de langsrichting van de betreffende rand (4-5) een variabele vormgeving, waarbij bij voorkeur de genoemde variabele vormgeving erin voorziet dat de dwarsdoorsnede van minstens één van de vergrendeldelen (23-24) van het voornoemde paar van vergrendeldelen (23-24) varieert en dat de variabele vormgeving zodanig is geconfigureerd dat in gekoppelde toestand de dwarse overlapping (OT)
tussen het eerste vergrendeldeel (23) en het tweede vergrendeldeel (24), in de langsrichting varieert.
48 BE2023/5735
27.- Het paneel volgens conclusie 26, waarbij het eerste vergrendeldeel (23) en het tweede vergrendeldeel (24) zijn voorzien van contactvlakken en dat de voornoemde variabele vormgeving erin voorziet het contactvlak van het eerste vergrendeldeel (23) en/of het contactvlak van het tweede vergrendeldeel (24) in hoekpositie of vorm Wijzigt. 28- Het paneel volgens conclusie 27, waarbij de contactvlakken zodanig geconfigureerd zijn dat minstens de hoek van de raaklijn die in de gekoppelde positie door de contactvlakken wordt gedefinieerd in de langsrichting varieert. 29- Het paneel volgens conclusie 27 of 28, waarbij de contactvlakken zodanig geconfigureerd zijn dat minstens de positie waar de contactvlakken met elkaar contact maken, gezien in hoogte en/of in dwarsrichting varieert in functie van de langsrichting.
Priority Applications (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE20235735A BE1031978B1 (nl) | 2023-09-07 | 2023-09-07 | Paneel voor het vormen van een bekleding |
| US18/823,267 US20250084649A1 (en) | 2023-09-07 | 2024-09-03 | Panel for forming a covering |
Applications Claiming Priority (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE20235735A BE1031978B1 (nl) | 2023-09-07 | 2023-09-07 | Paneel voor het vormen van een bekleding |
Publications (2)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| BE1031978A1 true BE1031978A1 (nl) | 2025-04-10 |
| BE1031978B1 BE1031978B1 (nl) | 2025-04-14 |
Family
ID=87974204
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| BE20235735A BE1031978B1 (nl) | 2023-09-07 | 2023-09-07 | Paneel voor het vormen van een bekleding |
Country Status (2)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US20250084649A1 (nl) |
| BE (1) | BE1031978B1 (nl) |
Families Citing this family (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| WO2023234830A1 (en) * | 2022-05-30 | 2023-12-07 | Välinge Innovation AB | Multi thickness clips |
Citations (8)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| WO2001002669A1 (de) | 1999-06-30 | 2001-01-11 | Akzenta Paneele + Profile Gmbh | Paneel sowie befestigungssystem für paneele |
| WO2001075247A1 (en) | 2000-03-31 | 2001-10-11 | Perstorp Flooring Ab | A flooring material comprising sheet-shaped floor elements which are joined by means of joining members |
| WO2009066153A2 (en) | 2007-11-23 | 2009-05-28 | Flooring Industries Limited, Sarl | Floor panel |
| WO2010100046A1 (de) | 2009-03-03 | 2010-09-10 | Fritz Egger Gmbh & Co. Og | Paneel zur bildung eines belags und verfahren zur herstellung eines solchen belags |
| WO2011001326A2 (en) | 2009-06-29 | 2011-01-06 | Flooring Industries Limited, Sarl | Panel, more particularly floor panel |
| WO2017068523A1 (en) | 2015-10-23 | 2017-04-27 | Flooring Industries Limited, Sarl | Set of floor panels for forming a floor covering |
| WO2020161627A1 (en) | 2019-02-07 | 2020-08-13 | Flooring Industries Limited, Sarl | Panel and covering formed with such panels. |
| WO2021111210A1 (en) | 2019-12-03 | 2021-06-10 | Flooring Industries Limited, Sarl | Floor panel for forming a floor covering |
Family Cites Families (26)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US745000A (en) * | 1903-04-04 | 1903-11-24 | William J Harvey | Tile. |
| US2430200A (en) * | 1944-11-18 | 1947-11-04 | Nina Mae Wilson | Lock joint |
| US3205633A (en) * | 1963-01-03 | 1965-09-14 | Nusbaum Mortimer | Floor or like tile |
| US3687773A (en) * | 1970-06-12 | 1972-08-29 | Eric Adolf Wangborg | Method of making a flooring unit |
| NO300387B1 (no) * | 1995-06-14 | 1997-05-20 | Broedrene Fuerst As | Plate for gulvbelegg |
| US6216410B1 (en) * | 1999-01-11 | 2001-04-17 | Kurt Evan Haberman | Interlocking panel system |
| US6793586B2 (en) * | 2002-04-03 | 2004-09-21 | David R. Barlow | Golf putting and chipping practice green |
| US7454875B2 (en) * | 2004-10-22 | 2008-11-25 | Valinge Aluminium Ab | Mechanical locking system for floor panels |
| HUE038893T2 (hu) * | 2006-04-14 | 2018-12-28 | Yekalon Ind Inc | Padlóelem és padlórendszer |
| SE531111C2 (sv) * | 2006-12-08 | 2008-12-23 | Vaelinge Innovation Ab | Mekanisk låsning av golvpaneler |
| DE102007015048B4 (de) * | 2007-03-26 | 2009-03-05 | Kronotec Ag | Paneel, insbesondere Bodenpaneel |
| BE1018382A3 (nl) * | 2008-12-22 | 2010-09-07 | Wybo Carlos | Bekledingspaneel. |
| EP2213812B1 (de) * | 2009-01-28 | 2012-03-07 | Flooring Technologies Ltd. | Paneel, insbesondere Bodenpaneel |
| WO2011085825A1 (en) * | 2010-01-14 | 2011-07-21 | Spanolux N.V.- Div. Balterio | Floor panel assembly and floor panel for use therein |
| US8844225B2 (en) * | 2011-01-14 | 2014-09-30 | Rubber Designs, LLC | Safety surfacing tile support |
| BE1019891A5 (nl) * | 2011-03-28 | 2013-02-05 | Unilin Bvba | Samengesteld element en rugwandconstructie hierbij toegepast. |
| DE102011050725B4 (de) * | 2011-05-30 | 2012-12-13 | Klaus Zinser | Stapelbares Flächenmodul für eine Wandfläche |
| US20140215946A1 (en) * | 2011-09-28 | 2014-08-07 | Distribution Duroy Inc. | Covering Panel and Method for Assembling a Plurality of Same |
| BE1022209B1 (nl) * | 2012-01-12 | 2016-03-01 | I.V.C. N.V. | Vloerpaneel |
| US9151060B2 (en) * | 2013-10-22 | 2015-10-06 | Stramos Oy | Construction block |
| US10214914B2 (en) * | 2016-12-14 | 2019-02-26 | Thomas W. Bachelder | Flooring system for and methods of installing decking material directly atop an installation surface |
| CA2979897C (en) * | 2017-06-07 | 2019-01-08 | Lucida Flooring International Inc. | Floorboard having locking mechanisms comprising polymer |
| EP3626908A1 (de) * | 2018-09-18 | 2020-03-25 | Akzenta Paneele + Profile GmbH | Quellbare dichtlippe |
| US12326002B2 (en) * | 2020-06-04 | 2025-06-10 | 14F Licensing Nv | Decorative panel, and decorative floor covering consisting of said panels |
| US11840847B2 (en) * | 2021-05-27 | 2023-12-12 | Robert N. PERRINE | Interconnected modular frames for groutless setting of hard tiles |
| EP4461902A3 (en) * | 2023-05-11 | 2024-11-20 | Unilin, BV | Set of panels |
-
2023
- 2023-09-07 BE BE20235735A patent/BE1031978B1/nl active IP Right Grant
-
2024
- 2024-09-03 US US18/823,267 patent/US20250084649A1/en active Pending
Patent Citations (8)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| WO2001002669A1 (de) | 1999-06-30 | 2001-01-11 | Akzenta Paneele + Profile Gmbh | Paneel sowie befestigungssystem für paneele |
| WO2001075247A1 (en) | 2000-03-31 | 2001-10-11 | Perstorp Flooring Ab | A flooring material comprising sheet-shaped floor elements which are joined by means of joining members |
| WO2009066153A2 (en) | 2007-11-23 | 2009-05-28 | Flooring Industries Limited, Sarl | Floor panel |
| WO2010100046A1 (de) | 2009-03-03 | 2010-09-10 | Fritz Egger Gmbh & Co. Og | Paneel zur bildung eines belags und verfahren zur herstellung eines solchen belags |
| WO2011001326A2 (en) | 2009-06-29 | 2011-01-06 | Flooring Industries Limited, Sarl | Panel, more particularly floor panel |
| WO2017068523A1 (en) | 2015-10-23 | 2017-04-27 | Flooring Industries Limited, Sarl | Set of floor panels for forming a floor covering |
| WO2020161627A1 (en) | 2019-02-07 | 2020-08-13 | Flooring Industries Limited, Sarl | Panel and covering formed with such panels. |
| WO2021111210A1 (en) | 2019-12-03 | 2021-06-10 | Flooring Industries Limited, Sarl | Floor panel for forming a floor covering |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| BE1031978B1 (nl) | 2025-04-14 |
| US20250084649A1 (en) | 2025-03-13 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| BE1024734B1 (nl) | Vloerpaneel en werkwijze voor het vervaardigen van een vloerpaneel | |
| BE1023779B1 (nl) | Vloerpaneel voor het vormen van een vloerbekleding | |
| BE1020053A3 (nl) | Paneel, meer speciaal vloerpaneel. | |
| US12312817B2 (en) | Floor panel for forming a floor covering | |
| BE1018802A3 (nl) | Paneel, meer speciaal vloerpaneel. | |
| BE1017350A6 (nl) | Vloerpaneel en vloerbekleding bestaande uit dergelijke vloerpanelen. | |
| BE1020433A3 (nl) | Paneel. | |
| US9316002B2 (en) | Building panel with a mechanical locking system | |
| BE1022985B1 (nl) | Vloerpaneel voor het vormen van een vloerbekleding | |
| BE1018480A3 (nl) | Vloerpanelen, vloerbekleding daaruit samengesteld, en werkwijze voor het vervaardigen van dergelijke vloerpanelen. | |
| US11015351B2 (en) | Floor panel for forming a floor covering | |
| BE1015223A3 (nl) | Vloerpaneel, vloerbedekking hieruit gevormd, werkwijze voor het leggen van dergelijke vloerpanelen en werkwijze voor het vervaardigen ervan. | |
| BE1026806B1 (nl) | Paneel en werkwijze voor het vervaardigen van dergelijk paneel | |
| EP3973115B1 (en) | Floor panel for forming a floor covering | |
| CN103649437A (zh) | 用于地板镶板的机械锁定系统 | |
| BE1021833B1 (nl) | Paneel | |
| BE1031978B1 (nl) | Paneel voor het vormen van een bekleding | |
| BE1017232A6 (nl) | Werkwijze voor het vervaardigen van vloerpanelen, vloerpanelen volgens deze werkwijze verkregen en set van gereedschappen hierbij aangewend. | |
| BE1028427B1 (nl) | Vloerpanelen en werkwijze voor het vervaardigen van vloerpanelen en snijgereedschappen hierbij aangewend | |
| BE1029034B1 (nl) | Set van vloerpanelen en werkwijze voor het installeren van deze set van vloerpanelen | |
| BE1020576A3 (nl) | Vloerpaneel en werkwijze voor het vervaardigen van vloerpanelen. | |
| BE1026833A1 (nl) | Paneel | |
| BE1017532A6 (nl) | Vloerpaneel en vloerbekleding bestaande uit dergelijke vloerpanelen. |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| FG | Patent granted |
Effective date: 20250414 |