BE1032014B1 - Een multi-cycloon sedimentfilter apparaat en het gebruik ervan - Google Patents

Een multi-cycloon sedimentfilter apparaat en het gebruik ervan Download PDF

Info

Publication number
BE1032014B1
BE1032014B1 BE20235801A BE202305801A BE1032014B1 BE 1032014 B1 BE1032014 B1 BE 1032014B1 BE 20235801 A BE20235801 A BE 20235801A BE 202305801 A BE202305801 A BE 202305801A BE 1032014 B1 BE1032014 B1 BE 1032014B1
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
fluid
cyclones
cyclone
inlet
along
Prior art date
Application number
BE20235801A
Other languages
English (en)
Other versions
BE1032014A1 (nl
Inventor
Marc Lamberts
Original Assignee
Propulsion Systems
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Propulsion Systems filed Critical Propulsion Systems
Priority to BE20235801A priority Critical patent/BE1032014B1/nl
Priority to PCT/EP2024/077112 priority patent/WO2025068395A1/en
Publication of BE1032014A1 publication Critical patent/BE1032014A1/nl
Application granted granted Critical
Publication of BE1032014B1 publication Critical patent/BE1032014B1/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B04CENTRIFUGAL APPARATUS OR MACHINES FOR CARRYING-OUT PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES
    • B04CAPPARATUS USING FREE VORTEX FLOW, e.g. CYCLONES
    • B04C5/00Apparatus in which the axial direction of the vortex is reversed
    • B04C5/24Multiple arrangement thereof
    • B04C5/28Multiple arrangement thereof for parallel flow
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B04CENTRIFUGAL APPARATUS OR MACHINES FOR CARRYING-OUT PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES
    • B04CAPPARATUS USING FREE VORTEX FLOW, e.g. CYCLONES
    • B04C5/00Apparatus in which the axial direction of the vortex is reversed
    • B04C5/02Construction of inlets by which the vortex flow is generated, e.g. tangential admission, the fluid flow being forced to follow a downward path by spirally wound bulkheads, or with slightly downwardly-directed tangential admission
    • B04C5/04Tangential inlets

Landscapes

  • Physics & Mathematics (AREA)
  • Fluid Mechanics (AREA)
  • Cyclones (AREA)

Abstract

Multi-cycloon sedimentfilter apparaat (1), dat een cyclooncassette (9) omvat met een veelheid aan kegelvormige fluïdumcyclonen (21) en een veelheid aan fluïdumstroombanen (38) door de genoemde cyclooncassette (9) naar de veelheid aan fluïdumcyclonen (21); waarbij de cycloonbehuizing (2) een fluïduminlaat (5) omvat om een inlaatstroom van de vloeistof in te brengen in de cycloonbehuizing (2) zodanig dat de inlaatstroom van de vloeistof door de cyclooncassette (9) heen gaat naar de veelheid aan stroombanen (38) naar de veelheid aan fluïdumcyclonen (21), waarbij de fluïduminlaat (5) en de cyclooncassette (9) voorzien zijn om de inlaatstroom van de vloeistof vervolgens in te brengen langs de fluïdumstroombanen (38) van ten minste één groep van de veelheid aan de fluïdumcyclonen (21).

Description

1 BE2023/5801
Een multi-cycloon sedimentfilter apparaat en het gebruik ervan
Technisch vakgebied
De onderhavige uitvinding betreft een multi-cycloon sedimentfilter apparaat, een zwembad met een dergelijk apparaat en het gebruik van een dergelijk apparaat.
Achtergrond — stand van de techniek
Zwembadfiltratiesystemen zijn belangrijk om zwembadwater schoon te houden door vuil en verontreinigingen te verwijderen. Bestaande filtratiesystemen omvatten bijvoorbeeld multi-cycloon sedimentfilter apparaten. Dergelijke multi-cycloon sedimentfilter apparaten worden bijvoorbeeld beschreven in het octrooischrift EP2170522. Het multi-cycloon sedimentfilter apparaat volgens het octrooischrift EP2170522 is voorzien voor het filteren van vloeistoffen, meer in het bijzonder water voor gebruik in een zwembad. Het multi-cycloon sedimentfilter apparaat volgens het octrooischrift EP2170522 omvat een cycloonbehuizing met een cyclooncassette die zich in de cycloonbehuizing bevindt. De cyclooncassette omvat een veelheid aan kegelvormige fluïdumcyclonen.
De fluïdumcyclonen omvatten elk een eerste opening aan een onderste distaal uiteinde en een grotere tweede opening aan een distaal bovenste uiteinde. Het eerste en het tweede uiteinde zijn distaal tegenoverliggende uiteinden van de fluïdumcyclonen. Het apparaat omvat voorts een veelheid aan fluïdumstroombanen door de genoemde cyclooncassette naar de veelheid aan fluïdumcyclonen. De cycloonbehuizing omvat een fluiduminlaat om een inlaatstroom van de vloeistof in te brengen in de cycloonbehuizing zodanig dat de inlaatstroom van de vloeistof door de cyclooncassette heen gaat naar de veelheid aan stroombanen naar de veelheid aan fluïdumcyclonen. De cycloonbehuizing omvat voorts een fluidumuitlaat om een uitlaatstroom van een gefilterd deel van de vloeistof uit te stoten uit de cyclooncassette nadat het door de fluïdumcyclonen heen is gegaan. De cycloonbehuizing omvat voorts een buizenplaat die
D BE2023/5801 verbonden is met de cyclooncassette en die voorzien is om de inlaatstroom van de vloeistof te scheiden van de uitlaatstroom van de vloeistof. De buizenplaat omvat een veelheid aan verdeelbuizen. ledere verdeelbuis strekt zich neerwaarts uit door de tweede opening van een respectieve fluïdumcycloon van de veelheid aan kegelvormige fluïdumcyclonen in de richting van de eerste opening van de respectieve fluïdumcycloon van de veelheid aan kegelvormige fluidumcyclonen. De verdeelbuizen zijn voorzien om de uitlaatstroom van de vloeistof vanuit de eerste openingen van de respectieve fluïdumeyclonen naar de fluïdumuitlaat te geleiden. De eerste openingen van de respectieve fluïdumcyclonen zijn voorzien om een sedimentstroom op te nemen.
Dergelijke conventionele cycloonfilters zijn weliswaar doeltreffend, maar stoten op moeilijkheden met betrekking tot verlies van vloeistofdruk en/of een ongelijkmatige verdeling van water over de verschillende fluidumcyclonen. Het multi-cycloon sedimentfilter apparaat volgens het octrooischrift EP2170522 voorziet de waterinlaat aan de onderzijde en de wateruitlaat aan de bovenzijde, waar het water door een centraal gat dat voorzien is in de buizenplaat naar een afbuigkegel wordt geleid die de waterstroom onder een hoek van ten minste 90° afbuigt van de opwaartse richting naar een horizontalere richting vóór de waterstroom in van de fluidumcyclonen kan binnenstromen. De waterstroom wordt in dit proces gelijktijdig naar alle fluidumcyclonen toegevoerd. De omleiding van de waterstroom door de afbuigkegel leidt tot aanzienlijke verliezen en turbulentie in de waterstroom. Bovendien is gebleken dat een dergelijke configuratie relatief moeilijk in elkaar te zetten en waterdicht af te sluiten is.
Openbaring van de uitvinding
Het multi-cycloon sedimentfilter apparaat volgens de uitvinding omvat een cycloonbehuizing met een cyclooncassette die zich in de cycloonbehuizing bevindt. De cyclooncassette omvat een veelheid aan kegelvormige fluïdumcyclonen. De fluïdumcyclonen omvatten elk een
3 BE2023/5801 eerste opening aan een onderste distaal uiteinde en een grotere tweede opening aan een distaal bovenste uiteinde. Het eerste en het tweede uiteinde zijn distaal tegenoverliggende uiteinden van de fluïdumcyclonen.
De fluïdumcyclonen omvatten een veelheid aan fluïdumstroombanen door de cyclooncassette naar de veelheid aan fluïdumcyclonen. De cycloonbehuizing omvat een fluïduminlaat om een inlaatstroom van de vloeistof in te brengen in de cycloonbehuizing zodanig dat de inlaatstroom van de vloeistof door de cyclooncassette heen gaat naar de veelheid aan stroombanen naar de veelheid aan fluïdumcyclonen. De cycloonbehuizing omvat voorts een fluïdumuitlaat om een uitlaatstroom van een gefilterd deel van de vloeistof uit te stoten uit de cyclooncassette nadat het door de fluidumcyclonen heen is gegaan. De cycloonbehuizing omvat voorts een buizenplaat die verbonden is met de cyclooncassette en die voorzien is om de inlaatstroom van de vloeistof te scheiden van de uitlaatstroom van de vloeistof. De buizenplaat omvat een veelheid aan verdeelbuizen. ledere verdeelbuis strekt zich neerwaarts uit door de tweede opening van een respectieve fluïdumcycloon van de veelheid aan kegelvormige fluïdumeyclonen in de richting van de eerste opening van de respectieve fluidumcycloon van de veelheid aan kegelvormige fluïdumcyclonen. De verdeelbuizen zijn voorzien om de uitlaatstroom van de vloeistof vanuit de eerste openingen van de respectieve fluidumcyclonen naar de fluïdumuitlaat te geleiden. De eerste openingen van de respectieve fluïdumcyclonen zijn voorzien om een sedimentstroom op te nemen.
De onderhavige uitvinding heeft tot doel een multi-cycloon sedimentfilter apparaat te verschaffen voor het filteren van vloeistoffen, zoals water en olie, met minder verlies van vloeistofdruk.
Dat doel wordt in overeenstemming met de uitvinding verwezenlijkt door middel van een multi-cycloon sedimentfilter apparaat voor het filteren van vloeistoffen, zoals water en olie, dat de technische kenmerken van de eerste onafhankelijke conclusie vertoont.
4 BE2023/5801
Daartoe zijn de fluïduminlaat en de cyclooncassette voorzien om de inlaatstroom van de vloeistof vervolgens in te brengen langs de fluidumstroombanen van ten minste één groep van de veelheid aan de fluïdumcyclonen.
Gebleken is dat met een multi-cycloon sedimentfilter apparaat volgens de onderhavige uitvinding de inlaatstroom van de vloeistof naar de groep van de veelheid aan fluïdumcyclonen kan worden geleid door de inlaatstroom accurater om te leiden langs de verschillende fluïdumcyclonen, en dus zonder de inlaatstroom drastisch te moeten omleiden met behulp van de afbuigkegel.
Voorts is gebleken dat in een dergelijke configuratie niet langer een centraal gat nodig is, en dat de fluïdumcyclonen bijgevolg ook in het midden van de cyclooncassette kunnen worden aangebracht, zodanig dat de fluidumcyclonen compacter in de behuizing kunnen worden opgenomen.
Voorts is gebleken dat, doordat niet langer een afbuigkegel moet worden voorzien, de constructie van het multi-cycloon sedimentfilter apparaat volgens de uitvinding kan worden vereenvoudigd. Bovendien vereist het apparaat volgens de uitvinding minder en/of minder complex onderhoud.
Volgens uitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding waarnaar de voorkeur uitgaat, omvat de cyclooncassette een vloeistofbaan langs de fluidumbanen van de veelheid aan de fluïdumcyclonen zodanig dat de inlaatstroom van de vloeistof vervolgens langs de respectieve fluidumstroombanen van de groep van de veelheid aan de fluïdumeyclonen loopt. Een dergelijke vloeistofbaan is een relatief gemakkelijke manier gebleken om de inlaatstroom van de vloeistof vervolgens langs de fluïdumstroombanen van de veelheid aan de fluïdumcyclonen te geleiden.
Volgens verdere uitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding waarnaar de voorkeur uitgaat, zijn de veelheid aan de fluidumcyclonen verdeeld over een vlakke schijf en is de vloeistofbaan tangentieel ingericht ten opzichte van de schijf. In een dergelijke configuratie is gebleken dat,
door de inlaatstroom langs de vloeistofbaan te leiden, de inlaatstroom vervolgens gemakkelijker langs de fluïdumstroombanen van de groep van de veelheid aan de fluïdumcyclonen te leiden is. Bij voorkeur wordt de inlaatstroom van de vloeistof vervolgens in een cirkelvormige beweging 5 langs de fluïdumstroombanen van ten minste één groep van de veelheid aan de fluïdumcyclonen geleid. Volgens uitvoeringsvormen waarnaar een grotere voorkeur uitgaat, is de vloeistofbaan daartoe nagenoeg cirkelvormig.
Volgens uitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding waarnaar de voorkeur uitgaat, omvat de cyclooncassette ten minste twee vloeistofbanen langs verschillende respectieve groepen van de veelheid aan de fluidumcyclonen, waarbij iedere vloeistofbaan vervolgens langs de fluidumstroombanen van de veelheid aan de fluïdumcyclonen van de respectieve groep van de fluïdumcyclonen loopt zodanig dat de inlaatstroom van de vloeistof wordt gesplitst langs de verschillende vloeistofbanen en vervolgens langs de respectieve fluïdumstroombanen van de veelheid aan de fluidumcyclonen van de respectieve groep. Een dergelijke configuratie blijkt een verbeterde stroming van de inlaatstroom naar de respectieve fluïdumcyclonen te bieden. Bij voorkeur wordt de inlaatstroom van de vloeistof vervolgens in een cirkelvormige beweging langs de fluïdumstroombanen van de respectieve groepen van de veelheid aan de fluïdumcyclonen geleid. Volgens uitvoeringsvormen waarnaar een grotere voorkeur uitgaat, is de vloeistofbaan daartoe nagenoeg cirkelvormig.
Volgens uitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding waarnaar de voorkeur uitgaat, omvat de cyclooncassette ten minste twee, bij voorkeur twee, vloeistofbanen langs twee groepen van veelheden van de fluidumcyclonen, waarbij een eerste vloeistofbaan van de inlaatstroom van de vloeistof langs de fluidumstroombanen van een eerste groep van een veelheid aan de fluïdumcyclonen loopt, en waarbij een tweede vloeistofpaan van de inlaatstroom van de vloeistof langs de
6 BE2023/5801 fluidumstroombanen van een tweede groep van een veelheid van de fluïdumeyclonen loopt, zodanig dat de inlaatstroom van de vloeistof wordt gesplitst langs de eerste en de tweede vloeistofbanen en vervolgens langs de respectieve eerste en tweede fluidumstroombanen van de veelheid aan de fluïdumcyclonen van de respectieve eerste en tweede groep. Bij voorkeur wordt de inlaatstroom van de vloeistof vervolgens in een cirkelvormige beweging langs de fluïdumstroombanen van de veelheid aan de fluïdumcyclonen van de eerste en de tweede groep geleid. Volgens uitvoeringsvormen waarnaar een grotere voorkeur uitgaat, zijn de eerste en de tweede vloeistofbanen daartoe nagenoeg cirkelvormig.
Volgens verdere uitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding waarnaar de voorkeur uitgaat, is de eerste vloeistofbaan ingericht om de inlaatstroom te splitsen in een richting met de wijzers van de klok mee en is de tweede vloeistofbaan ingericht om de inlaatstroom te splitsen in een richting tegen de wijzers van de klok in. Een dergelijke configuratie blijkt een relatief compacte configuratie van de eerste en de tweede groep mogelijk te maken, waarbij de eerste groep bijvoorbeeld ten minste gedeeltelijk de tweede groep omgeeft.
Volgens uitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding waarnaar de voorkeur uitgaat, zijn de fluïdumcyclonen langs een respectieve vloeistofbaan nagenoeg gelijkmatig verdeeld langs de respectieve vloeistofbaan. Een dergelijke configuratie blijkt een gelijkmatige verdeling van de inlaatstroom over de verschillende fluïdumcyclonen mogelijk te maken.
Volgens uitvoeringsvormen van de uitvinding waarnaar een grotere voorkeur uitgaat, loopt de ten minste ene vloeistofbaan taps toe langs de stroomrichting van de vloeistof. Een dergelijke configuratie blijkt een gelijkmatige stroom van de inlaatstroom naar de verschillende fluidumcyclonen op te leveren, zelfs wanneer de fluïdumcycloon zich verder stroomafwaarts bevindt.
7 BE2023/5801
Volgens uitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding waarnaar de voorkeur uitgaat, zijn de fluïdumeyclonen verdeeld in een nagenoeg centrumsymmetrische configuratie. Dankzij een centrumsymmetrische verdeling van de fluïdumcyclonen kunnen de respectieve fluïdumeyclonen makkelijker worden bereikt door de inlaatstroom.
Volgens uitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding waarnaar een grotere voorkeur uitgaat, zijn de fluïduminlaat en de cyclooncassette voorzien om de inlaatstroom van de vloeistof vervolgens in te brengen langs de fluïdumstroombanen van de veelheid aan de fluïdumcyclonen langs een nagenoeg cirkelvormige baan. Een dergelijke configuratie blijkt een verbeterde verdeling van de inlaatstroom over de verschillende fluidumcyclonen mogelijk te maken.
Volgens uitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding waarnaar de voorkeur uitgaat, komt de inlaat loodrecht op de middellijn van de cyclonen binnen. In een dergelijke configuratie kan de inlaatstroom van de vloeistof vervolgens gemakkelijker langs de fluïdumstroombanen van de veelheid aan de fluïdumcyclonen worden geleid.
Volgens uitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding waarnaar de voorkeur uitgaat, komt de inlaat zijdelings ten opzichte van de cycloonbehuizing binnen. In een dergelijke configuratie kan de inlaatstroom van de vloeistof vervolgens gemakkelijker langs de fluïdumstroombanen van de veelheid aan de fluïdumcyclonen worden geleid.
Volgens uitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding waarnaar de voorkeur uitgaat, zijn de eerste openingen voorzien om de sedimentstroom af te voeren naar een sedimentuitlaat van het apparaat.
Dankzij de aanwezigheid van de sedimentuitlaat kan de sedimentstroom naar wens in functie van de toepassing worden geleid.
De uitvinding betreft tevens een zwembad dat water bevat om te zwemmen. Het zwembad omvat het apparaat volgens de uitvinding. Het apparaat is ingericht om in gebruik het water van het zwembad te filteren.
8 BE2023/5801
De uitvinding betreft tevens het gebruik van het apparaat volgens de uitvinding om water van een zwembad te filteren. Gebleken is dat een dergelijk gebruik minder energie vergt. Dat blijkt te danken te zijn aan het verminderde verlies van vloeistofdruk.
Bondige beschrijving van de tekeningen
De uitvinding zal verder worden toegelicht aan de hand van de hiernavolgende beschrijving en de bijgesloten illustraties.
Figuur 1 toont een hoofdaanzicht van een uitvoeringsvorm van het multi-cycloon sedimentfilter apparaat volgens de onderhavige uitvinding.
Figuur 2 toont een opengewerkte weergave van het apparaat volgens figuur 1.
Figuur 3a toont een bovenaanzicht van het apparaat volgens figuur 1.
Figuur 3b toont een weergave in dwarsdoorsnede van het apparaat volgens figuur 3a.
Figuur 4 toont een gedetailleerde weergave in perspectief van een binnenzijde van het apparaat volgens figuur 1.
Figuur 5 toont een weergave in perspectief van een deel van het apparaat van figuur 1.
Figuur 6 toont een weergave in perspectief van een ander deel van het apparaat van figuur 1.
Figuur 7 toont een weergave in dwarsdoorsnede van het deel van figuur 6.
Figuur 8 toont een andere weergave van de binnenzijde van het apparaat volgens figuur 1.
Figuur 9a toont een bovenaanzicht van de binnenzijde van het apparaat volgens figuur 1.
Figuur 9b toont hetzelfde bovenaanzicht als 9a met een indicatie van vloeistof die erdoorheen stroomt in gebruik.
9 BE2023/5801
Figuur 10 toont een weergave in perspectief van een ander deel van het apparaat volgens figuur 1.
Beschrijving van de uitvinding
De onderhavige uitvinding zal worden beschreven met betrekking tot specifieke uitvoeringsvormen en onder verwijzing naar bepaalde illustraties; ze is daartoe echter niet beperkt, maar wordt enkel bepaald door de conclusies. De beschreven illustraties zijn slechts schematisch en zijn niet- inperkend. In de illustraties kan de grootte van sommige elementen voor illustratieve doeleinden uitvergroot zijn en niet op schaal getekend. De afmetingen en relatieve afmetingen komen niet noodzakelijk overeen met feitelijke praktijkuitvoeringen van de uitvinding.
Voorts worden de termen eerste, tweede, derde, en dergelijke, in de beschrijving en de conclusies gebruikt om een onderscheid te maken tussen gelijksoortige elementen, en niet noodzakelijk om een sequentiële of chronologische volgorde te beschrijven. De termen zijn in gepaste omstandigheden uitwisselbaar, en de uitvoeringsvormen van de uitvinding kunnen functioneren in andere volgorden dan hier wordt beschreven of geïllustreerd.
Voorts worden de termen bovenste, onderste, boven, onder, en dergelijke, in de beschrijving en de conclusies gebruikt voor descriptieve doeleinden, en niet noodzakelijk om relatieve posities te beschrijven. De aldus gebruikte termen zijn in gepaste omstandigheden uitwisselbaar, en de uitvoeringsvormen van de uitvinding die hier worden omschreven kunnen functioneren in andere oriëntaties dan hier wordt beschreven of geïllustreerd.
Bovendien dienen de diverse uitvoeringsvormen, ook al wordt aangegeven dat de ‘voorkeur’ ernaar uitgaat, opgevat te worden als voorbeelden van manieren waarop de uitvinding in de praktijk kan worden gebracht, en dus niet in de zin dat ze de beschermingsomvang van de uitvinding beperken.
10 BE2023/5801
Figuur 1 toont een hoofdaanzicht van een uitvoeringsvorm van het multi-cycloon sedimentfilter apparaat volgens de onderhavige uitvinding.
Zoals hoger aangegeven is de multi-cycloon sedimentfilter 1 ontworpen om ongewenst materiaal, zoals bijvoorbeeld sediment, op efficiënte wijze te filteren uit zwembadwater, met verminderd verlies van vloeistofdruk.
Het multi-cycloon sedimentfilter apparaat 1 is voorzien voor het filteren van vloeistoffen, zoals water voor een zwembad.
Het apparaat 1 omvat een cycloonbehuizing 2 met een cyclooncassette 9 die zich in de cycloonbehuizing 2 bevindt.
De cyclooncassette 9 is in meer detail te zien in figuur 2 en 6, waarbij een dwarsdoorsnede van de cyclooncassette 9 te zien is in figuur 3b.
Zoals in meer detail te zien is in figuur 9a omvat de cyclooncassette 9 een veelheid aan kegelvormige fluïdumeyclonen 21a-v. De fluidumcyclonen 214 — 21v omvatten elk een eerste opening 30a — 30v aan een onderste distaal uiteinde en een grotere tweede opening 24a — 24v aan een distaal bovenste uiteinde. Het eerste en het tweede uiteinde zijn distaal tegenoverliggende uiteinden van de fluïidumcyclonen 214 -21v. De cyclooncassette 9 omvat een veelheid aan fluïdumstroombanen 38a — 38v door de genoemde cyclooncassette 9 naar de veelheid aan fluidumcyclonen 21a — 21v. Cyclooncassettes 9 zijn welbekend in de stand van de techniek en worden bijvoorbeeld beschreven in het octrooischrift
EP2170522. De cyclooncassette 9 is bijvoorbeeld gemaakt van kunststofmateriaal, aangezien dat een relatief gemakkelijke vervaardiging van de cyclooncassette 9 mogelijk maakt, bijvoorbeeld door vormgieten, maar de cyclooncassette 9 kan gemaakt worden van andere materialen, zoals bijvoorbeeld metaal, bijvoorbeeld aluminium of staal, bij voorkeur roestvrij staal.
De fluïdumcyclonen 214a-21v volgens de afgebeelde uitvoeringsvorm zijn verdeeld over een nagenoeg vlakke schijf 39, bij voorkeur een vlakke schijf 39, zoals te zien is in figuur 6. De verschillende
11 BE2023/5801 fluidumcyclonen 214a-21v volgens de uitvoeringsvorm zijn ook geconfigureerd in een cirkelvormig patroon, dat bovendien nagenoeg centrumsymmetrisch is.
Figuur6 toont ook dat in deze specifieke uitvoeringsvorm verschillende groepen van fluïdumcyclonen 214 -21v kunnen worden onderscheiden, fluïdumcyclonen 21a — 21k en fluïdumeyclonen 211 — 21v, meer in het bijzonder een eerste groep 42 met fluidumcyclonen 21a — 21i langs een buitenste rand van de vlakke schijf 39, een tweede groep 43 met fluïdumeyclonen 21j — 21k die zich in de schijf 39 meer naar de binnenkant bevinden in vergelijking met de eerste groep 214 — 21i, een derde groep 44 met fluïdumcyclonen 211 — 21q langs een buitenste rand van de vlakke schijf 39 en een vierde groep 45 met fluïdumcyclonen 21r — 21v die zich in de schijf 39 meer naar de binnenkant bevinden in vergelijking met de derde groep 211- 21g. Het aantal van de verschillende fluïdumcyclonen in de verschillende groepen, en overigens ook het aantal groepen, kan bijvoorbeeld worden bepaald in functie van de afmetingen van de cyclooncassette 9, de respectieve fluidumeyclonen 21, de schijf 39 en ook de gewenste eigenschappen van het apparaat 1.
Zoals te zien is in figuren zijn de verschillende fluïdumcyclonen 21a-21v soortgelijk. Volgens verschillende uitvoeringsvormen van de uitvinding kunnen de respectieve fluïdumcyclonen 21a—21v echter verschillende afmetingen en/of vormen hebben, naargelang de gewenste configuratie en eigenschappen van de cyclooncassette 9.
De cycloonbehuizing 2 is in meer detail te zien in figuur 2, in een bovenaanzicht in figuur 3a, en in figuur 3b is een dwarsdoorsnede afgebeeld. De cycloonbehuizing 2 volgens de in de figuren afgebeelde uitvoeringsvorm is cilindervormig, maar andere vormen zijn ook mogelijk.
Gebleken is echter dat een cilindervormige vorm beter overeenstemt met de geprefereerde vorm van de cyclooncassette 9.
De cycloonbehuizing 2 omvat een fluiduminlaat 5 om een inlaatstroom van de vloeistof in te brengen in de cycloonbehuizing 2 zodanig
12 BE2023/5801 dat de inlaatstroom van de vloeistof door de cyclooncassette 9 heen naar de veelheid aan stroombanen 38a — 38v gaat naar de veelheid aan fluïdumcyclonen 21a—21v. Zoals te zien is in figuur2 omvat de cyclooncassette 9 volgens de afgebeelde uitvoeringsvorm daartoe een ingang 20. De ingang 20 is ook te zien in de dwarsdoorsnede van figuur 3b en de detailweergave van figuur 6.
De inlaat 5 van de uitvoeringsvorm die te zien is in figuur 1 is bijvoorbeeld voorzien van een inlaataansluiting 11 om de inlaat 5 aan te sluiten op een bestaand leidingsysteem. De inlaataansluiting 11 is bijvoorbeeld een schroefverbinding.
Volgens de afgebeelde uitvoeringsvorm zijn de fluïduminlaat 5 en de cyclooncassette 9 voorzien om de inlaatstroom van de vloeistof vervolgens in te brengen langs de fluidumstroombanen 38a — 38v van de veelheid aan de fluïdumcyclonen 21a — 21v. Dat is in meer detail te zien in figuur 9b, waar de inlaatstroom van de vloeistof die door de cyclooncassette 9 heen naar de fluidumcyclonen 214 —21v gaat in meer detail is afgebeeld. Zo is bijvoorbeeld te zien dat de inlaatstroom, nadat hij gesplitst is, langs de fluidumstroombanen 38a—38v van ten minste één groep van de fluidumcyclonen 214 —21v gaat. De inlaatstroom van de vloeistof loopt vervolgens meer bepaald langs de fluidumstroombanen 38a — 38i van de fluïdumeyclonen 21a — 21i van de eerste groep 42. Voorts is te zien dat de inlaatstroom van de vloeistof ook langs de fluïdumstroombanen 38j — 38k, fluidumstroombanen 381-38q en fluïdumstroombanen 38r—-38v van respectieve groepen van de fluïdumcyclonen 21j-— 21k loopt, d.w.z. de tweede groep 43, fluïdumcyclonen 211-219, de derde groep 44, en fluïdumeyclonen 21r — 21v, de vierde groep 45. De inlaatstroom van de vloeistof loopt vervolgens meer bepaald langs de fluïdumstroombanen 38j — 38k, fluïdumstroombanen 381 — 38q en fluïdumstroombanen 38r — 38v van de respectieve groepen van de fluïdumcyclonen 21j-21k, fluïdumcyclonen 211- 21g en fluïdumcyclonen 21r — 21v.
13 BE2023/5801
De afgebeelde cyclooncassette 9 omvat daartoe ten minste een vloeistofbaan 33, die hierna meer bepaald de eerste vloeistofbaan 40 wordt genoemd, langs de vloeistofbanen 38a — 38i en 38j — 38k van de veelheid aan de fluïdumcyclonen 21a — 21i en 21j — 21k, zodanig dat de inlaatstroom van de vloeistof vervolgens langs de respectieve fluidumstroombanen 38a — 38i van de veelheid aan de fluïdumcyclonen 214 — 21i loopt en, in de afgebeelde uitvoeringsvorm, vervolgens ook langs de respectieve fluidumstroombanen 38j — 38k van de veelheid aan de fluidumcyclonen 21j — 21k.
De vloeistofpaan 33 is duidelijker te zien in figuur6 en is in dwarsdoorsnede afgebeeld in figuur 7. De vloeistofbaan 33 die te zien is in de uitvoeringsvorm is cirkelvormig en loopt taps toe langs de stroomrichting van de vloeistof, die weergegeven is in de dwarsdoorsnede van figuur 7.
Zoals te zien is in figuur 9b is de vloeistofbaan 33 tangentieel ingericht ten opzichte van de schijf 39 in de afgebeelde uitvoeringsvorm.
Figuur 9b toont voorts dat de cyclooncassette 9 in de afgebeelde uitvoeringsvorm ten minste twee vloeistofbanen 40, 41 omvat langs twee groepen 42, 44, de eerste 42 en de derde groep 44 van fluidumcyclonen 21, van veelheden van de fluïdumcyclonen 21. Een eerste vloeistofbaan 40 van de inlaatstroom van de vloeistof loopt langs de fluïdumstroombanen van de eerste groep 42 van een veelheid aan de fluïdumcyclonen 21 en een tweede vloeistofbaan 41 van de inlaatstroom van de vloeistof loopt langs de fluidumstroombanen van een tweede groep van een veelheid aan de fluïdumeyclonen, in dit geval meer bepaald de derde groep 44 van een veelheid van de fluïdumcyclonen 21, zodanig dat de inlaatstroom van de vloeistof wordt gesplitst langs de eerste en de tweede vloeistofbanen 40, 41 en vervolgens langs de respectieve eerste en derde fluidumstroombanen 38 van de veelheid aan de fluïdumcyclonen 21 van de respectieve eerste en derde groep 42, 44.
Merk op dat figuur 9b ook toont dat de eerste vloeistofbaan 40 langs de fluïdumstroombanen van de tweede groep 43 van een veelheid aan de
14 BE2023/5801 fluidumcyclonen 21 loopt, en de tweede vloeistofbaan 41 van de inlaatstroom van de vloeistof langs de fluïdumstroombanen van de vierde groep 45 van een veelheid van de fluïdumcyclonen 21 loopt. De inlaatstroom van de vloeistof loopt bijgevolg vervolgens ook langs de respectieve tweede en vierde fluïdumstroombanen 38 van de veelheid aan de fluidumcyclonen 21 van de respectieve tweede en vierde groep 43, 45.
Merk op dat volgens de afgebeelde uitvoeringsvorm zowel de eerste als de tweede vloeistofbaan 40, 41, die te zien zijn in de figuren, taps toelopen langs de stroomrichting van de vloeistof.
In de uitvoeringsvorm die te zien is in figuur 9b, is de eerste vloeistofbaan 40 ingericht om de inlaatstroom te splitsen in een richting met de wijzers van de klok mee 29 en is de tweede vloeistofbaan 41 ingericht om de inlaatstroom te splitsen in een richting tegen de wijzers van de klok in 28. Daartoe omvat de cyclooncassette 9, zoals te zien is in figuur 9b, een splitser 46, die de inlaatstroom splitst in een deel dat in de eerste vloeistofbaan 40 stroomt en een deel dat in de tweede vloeistofbaan 41 stroomt. Bij voorkeur is de splitser 46 zodanig voorzien dat de inlaatstroom in gelijke delen wordt gesplitst.
Figuur 9b toont voorts dat de fluïdumeyclonen 21 langs een respectieve baan 40, 41 nagenoeg gelijkmatig verdeeld zijn langs de respectieve vloeistofbaan 40, 41.
Figuur 9b toont ook dat de fluïduminlaat 5 en de cyclooncassette 9 voorzien zijn om de inlaatstroom van de vloeistof vervolgens in te brengen langs de fluïdumstroombanen 38 van de veelheid aan de fluïdumcyclonen 21 langs een nagenoeg cirkelvormige baan 40, 41.
De cycloonbehuizing 2 omvat voorts een fluïdumuitlaat 6 om een uitlaatstroom van een gefilterd deel van de vloeistof uit te stoten uit de cyclooncassette 9 nadat het door de fluïdumcyclonen 21 heen is gegaan.
De uitlaat 6 van de uitvoeringsvorm die te zien is in figuur 1 is bijvoorbeeld voorzien van een uitlaataansluiting 12 om de uitlaat 6 aan te
15 BE2023/5801 sluiten op een bestaand leidingsysteem. De uitlaataansluiting 12 is bijvoorbeeld een schroefverbinding.
Het cycloonbehuizingsegment 2 omvat het filterdeelsamenstel 36, met zijdelingse waterinlaat 5, uitlaat 6 en cyclooncassette 9.
De cycloonbehuizing 2 omvat voorts een buizenplaat 8 die verbonden is met de cyclooncassette 9 en die voorzien is om de inlaatstroom van de vloeistof te scheiden van de uitlaatstroom van de vloeistof. De buizenplaat 8 volgens de in de figuren afgebeelde uitvoeringsvorm is in meer detail te zien in figuur 5. De buizenplaat 8 omvat een veelheid aan verdeelbuizen 15, waarbij iedere verdeelbuis 15 zich neerwaarts uitstrekt door de tweede opening 24 van een respectieve fluïdumeycloon 21 van de veelheid aan kegelvormige fluïdumcyclonen 21 in de richting van de eerste opening 30 van de respectieve fluïdumcycloon 21 van de veelheid aan kegelvormige fluidumcyclonen 21. De verdeelbuizen 15 zijn voorzien om de uitlaatstroom van de vloeistof vanuit de eerste openingen 30 van de respectieve fluïdumcyclonen 21 naar de fluidumuitlaat 6 te geleiden. De eerste openingen 30 van de respectieve fluïdumcyclonen 21 zijn voorzien om een sedimentstroom op te nemen.
Zoals te zien is in figuur 8 is de buizenplaat 8 van de afgebeelde uitvoeringsvorm op de cyclooncassette 9 gemonteerd met een schroef 37.
Twee lokalisatiepennen 27 op de cyclooncassette 9 hebben een passend gat en een gleuf 32 aan de onderzijde van de buizenplaat 8, die het uitlijnen vergemakkelijken voor accurate positionering om verder te verzekeren dat de verdeelbuizen 15 op de buizenplaat 8 goed gecentreerd zijn in de fluïdumeyclonen 21 in de cyclooncassette 9.
Volgens de in de figuren afgebeelde uitvoeringsvorm zijn de eerste openingen 30 voorzien om de sedimentstroom af te voeren naar een sedimentuitlaat 7 van het apparaat 1.
Een uitvoeringsvorm van de buizenplaat 8 en haar locatie zijn te zien in figuur 2 en in meer detail in de dwarsdoorsnede van figuur 3b. Meer detail van de uitvoeringsvorm van de buizenplaat 8 is te zien in figuur 5. Een
16 BE2023/5801 bovenaanzicht van de positie ervan ten opzichte van de cyclooncassette 9 is te zien in figuur 8.
Volgens de in de figuren, en meer in het bijzonder in figuur 1 en figuur 3b afgebeelde uitvoeringsvorm omvat het apparaat voorts een sedimentkom 4. De sedimentkom 4 bevindt zich onder de cycloonbehuizing 2 en haar fluïdumcyclonen 21 en is er zodanig mee verbonden dat ze de cyclooncassette 9 omgeeft. De sedimentkom 4 van de in de figuren afgebeelde uitvoeringsvorm omvat de sedimentuitlaat 7, bij voorkeur aan de onderzijde ervan. De sedimentuitlaat 7 is bij voorkeur aansluitbaar op, bijvoorbeeld, een afvoerleidingcircuit, bijvoorbeeld door middel van een schroefverbinding 47 zoals te zien in figuur 1. De in de figuren afgebeelde uitvoeringsvorm is voorts voorzien van een O-ring 22 om een afdichting te vormen tussen de cycloonbehuizing 2 en de kom 4 om te voorkomen dat vloeistof wordt gemorst. Hoewel dat niet te zien is in de figuren is de kom 4 bij voorkeur doorschijnend, zodanig dat het mogelijk is om de hoeveelheid sediment dat zich in de kom 4 heeft opgehoopt na te gaan zonder ze te moeten openen.
Volgens de afgebeelde uitvoeringsvorm, meer in het bijzonder in figuren 2 en 3b, is een vergrendelingsring 3 voorzien om de cycloonbehuizing 2 en de kom 4 met elkaar te verbinden. Daartoe is de vergrendelingsring 3 bij voorkeur voorzien van een inwendige schroefdraad 23, die dan bijvoorbeeld op een uitwendige schroefdraad 13 van de cycloonbehuizing 2 wordt geschroefd.
De figuren tonen voorts dat de in de figuren afgebeelde uitvoeringsvorm is voorzien van een schot 10, dat zelf in meer detail te zien is in figuur 10. Uit waarnemingen is gebleken dat het schot 10 turbulentie in de kom 4 vermindert, zodat sediment gemakkelijk kan bezinken op de bodem van de kom en het risico wordt verminderd dat ongewenst materiaal opnieuw in de vloeistofstroom terechtkomt.
Zoals te zien is in figuur 3b, heeft het schot 10 volgens de afgebeelde uitvoeringsvorm een centraal gat 34 in het midden dat uitgelijnd is met het
17 BE2023/5801 midden van de bodem van de sedimentkom 4. Het is voorzien zodanig dat ongewenst materiaal door dat gat 34 heen gaat en neerslaag op de bodem van de sedimentkom 4. In het geval dat de sedimentkom 4 verzadigd is met ongewenst materiaal kan de sedimentkom 4 worden leeggemaakt door een klep te openen, die niet afgebeeld is in de figuren, die kan worden verbonden met de sedimentuitlaat 7.
Zoals te zien is in de uitvoeringsvorm die in de figuren is afgebeeld, kunnen bijkomende O-ringen worden voorzien tussen verschillende elementen van het apparaat 1 om de elementen af te dichten ten opzichte van elkaar. Zo kan bijvoorbeeld een O-ring 19 een afdichting vormen tussen de cyclooncassette 9 en de cycloonbehuizing 2 aan de waterinlaat 5 van de cyclooncassette 9. Een andere O-ring 18 kan bijvoorbeeld een afdichting vormen tussen een kamer die gevormd wordt door de buizenplaat 8 en de cycloonbehuizing 2 en de kamer die gevormd wordt door de cyclooncassette 9 en de sedimentkom 4.
Het filterdeelsamenstel 36 wordt ingebracht in de cycloonbehuizing 2. Volgens de in de figuren afgebeelde uitvoeringsvorm zijn ribben 31 voorzien in de cycloonbehuizing 2 en gleuven 25 in de cyclooncassette 9 die de correcte positionering van het filterdeelsamenstel 36 binnen in de cycloonbehuizing 2 verbeteren, om ervoor te zorgen dat de ingang 20 van de cyclooncassette 9 goed uitgelijnd is met de waterinlaat 5 van de cycloonbehuizing 2. De ribben 31 zijn bijvoorbeeld in meer detail te zien in figuur 4. Voorts worden ribben 26 die in lengterichting ten opzichte van de cyclonen 21 zijn aangebracht op de cyclooncassette 9 aangedrukt door de sedimentkom 4 en het schot 10 wanneer de vergrendelingsring 3 wordt aangeschroefd, wat de sedimentkom 4 samen met de bovenste behuizing 2 vergrendelt en afdicht.
Zoals te zien is in figuur 1, komt de inlaat 5 in de afgebeelde uitvoeringsvorm bij voorkeur horizontaal binnen, met meer voorkeur in het midden van een cilindervormige zone 35 van de cycloonbehuizing 2, terwijl de uitlaat 6 zich boven op de cycloonbehuizing 2 bevindt. De inlaat 5 komt
18 BE2023/5801 bij voorkeur loodrecht op de middellijn van de cyclonen 21 binnen, wat de waterverdeling bevordert.
Referenties 1. Multi-cycloon sedimentfilter 24. Tweede opening apparaat fluïdumeycloon 2. Behuizing 25. Lokalisatiegleuf 3. Ring 35 cyclooncassette 4. _ Sedimentkom 26. Positionering rio 5. Inlaat fluidumcycloon 6. Uitlaat 27. Positioneringsstijl 7. Sedimentuitlaat fluïdumcycloon 8. Buizenplaat 40 28. Richting tegen de wijzers 9. Cyclooncassette van de klok in 10. Schot 29. Richting met de wijzers van 11. Inlaataansluiting de klok mee 12. Uitlaataansluiting 30. Eerste opening 13. Uitwendige schroefdraad 45 fluïdumcycloon behuizing 31. Lokalisatieripben in 14. Opening buis in buizenplaat behuizing 15. Buis in buizenplaat 32. Lokalisatiegaten in 16. Bevestigingsgat in buizenplaat buizenplaat 50 33. Vloeistofbaan 17. Schroefstijl in 34. Afvoer in schot cyclooncassette 35. Cilindervormig gebied van 18. O-ring de cycloonbehuizing 19. O-ring 36. Filterdeelsamenstel 20. Ingang cyclooncassette 55 37. Bevestigingsschroef 21a-21v. Fluïdumeyclonen 38a-38v. 22. O-ring Fluïdumstroombanen 23. Inwendige schroefdraad ring
19 BE2023/5801 39. Vlakke schijf 40. Eerste vloeistofbaan 41. Tweede vloeistofbaan 42. Eerste groep van fluidumcyclonen
43. Tweede groep van fluidumcyclonen 44. Derde groep van fluidumcyclonen
45. Vierde groep van fluidumcyclonen 46. Splitser 47. Schroefverbinding van sedimentuitlaat
20 BE2023/5801
Aspecten van de onderhavige openbaring zijn beschreven aan de hand van specifieke uitvoeringsvormen, maar het dient duidelijk te zijn dat die aspecten ook in andere vormen kunnen worden geïmplementeerd.

Claims (15)

21 BE2023/5801 Conclusies
1. Multi-cycloon sedimentfilter apparaat (1) voor het filteren van vloeistoffen, zoals water voor een zwembad, dat omvat: een cycloonbehuizing (2) met een cyclooncassette (9) die zich in de cycloonbehuizing (2) bevindt, waarbij de cyclooncassette (9) een veelheid aan kegelvormige fluïdumcyclonen (21) omvat, waarbij de fluïdumcyclonen (21) elk een eerste opening (30) omvatten aan een onderste distaal uiteinde en een grotere tweede opening (24) aan een distaal bovenste uiteinde, waarbij het eerste en het tweede uiteinde distaal tegenoverliggende uiteinden van de fluïdumcyclonen (21) zijn, en een veelheid aan fluïdumstroombanen (38) door de genoemde cyclooncassette (9) naar de veelheid aan fluïdumcyclonen (21); de cycloonbehuizing (2) een fluïduminlaat (5) omvat om een inlaatstroom van de vloeistof in te brengen in de cycloonbehuizing (2) zodanig dat de inlaatstroom van de vloeistof door de cyclooncassette (9) heen gaat naar de veelheid aan stroombanen (38) naar de veelheid aan fluïdumcyclonen (21); waarbij de cycloonbehuizing (2) voorts een fluïdumuitlaat (6) omvat om een uitlaatstroom van een gefilterd deel van de vloeistof uit te stoten uit de cyclooncassette (9) nadat het door de fluïdumcyclonen (21) heen is gegaan; waarbij de cycloonbehuizing (2) voorts een buizenplaat (8) omvat die verbonden is met de cyclooncassette (9) en die voorzien is om de inlaatstroom van de vloeistof te scheiden van de uitlaatstroom van de vloeistof, waarbij de buizenplaat (8) een veelheid aan verdeelbuizen (15) omvat, waarbij iedere verdeelbuis (15) zich neerwaarts uitstrekt door de tweede opening (24) van een respectieve fluïdumcycloon (21) van de veelheid aan kegelvormige fluïdumcyclonen (21) in de richting van de eerste opening (30) van de respectieve fluïdumeycloon (21) van de veelheid aan kegelvormige fluïdumcyclonen (21);
99 BE2023/5801 waarbij de verdeelbuizen (15) voorzien zijn om de uitlaatstroom van de vloeistof vanuit de eerste openingen (30) van de respectieve fluïdumcyclonen (21) naar de fluïdumuitlaat (6) te geleiden, waarbij de eerste openingen (30) van de respectieve fluïdumcyclonen (21) voorzien zijn om een sedimentstroom op te nemen; met het kenmerk dat de fluïduminlaat (5) en de cyclooncassette (9) voorzien zijn om de inlaatstroom van de vloeistof vervolgens in te brengen langs de fluïdumstroombanen (38) van ten minste één groep van de veelheid aan de fluïdumcyclonen (21).
2. Het apparaat volgens de voorgaande conclusie, waarbij de cyclooncassette (9) een vloeistofbaan (33) omvat langs de veelheid aan de fluidumstroombanen (38) van de fluidumcyclonen (21) zodanig dat de inlaatstroom van de vloeistof vervolgens langs de respectieve fluïdumstroombanen (38) van de veelheid aan de fluïdumcyclonen (21) loopt.
3. Het apparaat volgens de voorgaande conclusie, waarbij de veelheid aan de fluïdumcyclonen (21) verdeeld zijn over een vlakke schijf (39) en de vloeistofbaan (33) tangentieel is ingericht ten opzichte van de schijf (39).
4. Het apparaat volgens conclusie 2 of 3, waarbij de cyclooncassette (9) ten minste twee vloeistofbanen (40, 41) omvat langs verschillende respectieve groepen (42, 44) van de veelheid aan de fluidumcyclonen (21), waarbij iedere vloeistofbaan vervolgens langs de fluïdumstroombanen (38) van de veelheid aan de fluïdumcyclonen (21) van de respectieve groep van de fluidumcyclonen (21) loopt zodanig dat de inlaatstroom van de vloeistof wordt gesplitst langs de verschillende vloeistofbanen (40,41) en vervolgens langs de respectieve fluïdumstroombanen (38) van de veelheid aan de fluïdumcyclonen (21) van de respectieve groep (42, 44).
23 BE2023/5801
5. Het apparaat volgens conclusie 4, waarbij de cyclooncassette (9) ten minste twee vloeistofbanen (40, 41) omvat langs twee groepen (42, 44) van veelheden van de fluidumcyclonen (21), waarbij een eerste vloeistofbaan (40) van de inlaatstroom van de vloeistof langs de fluidumstroombanen van een eerste groep (42) van een veelheid aan de fluïdumeyclonen (21) loopt, en waarbij een tweede vloeistofbaan (41) van de inlaatstroom van de vloeistof langs de fluïdumstroombanen van een tweede groep (44) van een veelheid van de fluïdumcyclonen (21) loopt, zodanig dat de inlaatstroom van de vloeistof wordt gesplitst langs de eerste en de tweede vloeistofbanen en vervolgens langs de respectieve eerste en tweede fluidumstroombanen (38) van de veelheid aan de fluïdumeyclonen (21) van de respectieve eerste en groep.
6. Het apparaat volgens conclusie 5, waarbij de eerste vloeistofbaan (40) ingericht is om de inlaatstroom te splitsen in een richting met de wijzers van de klok mee en de tweede vloeistofbaan (41) ingericht is om de inlaatstroom te splitsen in een richting tegen de wijzers van de klok in.
7. Het apparaat volgens om het even welke van de conclusies 2 — 6, waarbij de fluïdumeyclonen (21) langs een respectieve vloeistofbaan (33) nagenoeg gelijkmatig verdeeld zijn langs de respectieve vloeistofbaan (33).
8. Het apparaat volgens om het even welke van de conclusies 4 — 7, waarbij de ten minste ene vloeistofbaan (33) taps toeloopt langs de stroomrichting van de vloeistof.
9. Het apparaat volgens om het even welke van de voorgaande conclusies, waarbij de fluïdumeyclonen (21) verdeeld zijn in een nagenoeg centrumsymmetrische configuratie.
10. Het apparaat volgens conclusie 9, waarbij de fluïduminlaat (5) en de cyclooncassette (9) voorzien zijn om de inlaatstroom van de vloeistof vervolgens in te brengen langs de fluïdumstroombanen (38) van de veelheid aan de fluïdumcyclonen (21) langs een nagenoeg cirkelvormige baan (33).
24 BE2023/5801
11. Het apparaat volgens om het even welke van de voorgaande conclusies, waarbij de inlaat (5) loodrecht op de middellijn van de cyclonen (21) binnenkomt.
12. Het apparaat volgens om het even welke van de voorgaande conclusies, waarbij de inlaat (5) zijdelings ten opzichte van de cycloonbehuizing (2) binnenkomt.
13. Het apparaat volgens om het even welke van de voorgaande conclusies, waarbij de eerste openingen (30) voorzien zijn om de sedimentstroom af te voeren naar een sedimentuitlaat (7) van het apparaat
(1).
14. Zwembad dat water bevat om te zwemmen, en dat het apparaat (1) volgens om het even welke van de voorgaande conclusies omvat, waarbij het apparaat (1) ingericht is om in gebruik het water van het zwembad te filteren.
15. Gebruik van het apparaat volgens om het even welke van de voorgaande conclusies 1 — 13 om water van een zwembad te filteren.
BE20235801A 2023-09-27 2023-09-27 Een multi-cycloon sedimentfilter apparaat en het gebruik ervan BE1032014B1 (nl)

Priority Applications (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE20235801A BE1032014B1 (nl) 2023-09-27 2023-09-27 Een multi-cycloon sedimentfilter apparaat en het gebruik ervan
PCT/EP2024/077112 WO2025068395A1 (en) 2023-09-27 2024-09-26 A multi-cyclone sediment filter apparatus and use thereof

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE20235801A BE1032014B1 (nl) 2023-09-27 2023-09-27 Een multi-cycloon sedimentfilter apparaat en het gebruik ervan

Publications (2)

Publication Number Publication Date
BE1032014A1 BE1032014A1 (nl) 2025-04-23
BE1032014B1 true BE1032014B1 (nl) 2025-04-28

Family

ID=88757472

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE20235801A BE1032014B1 (nl) 2023-09-27 2023-09-27 Een multi-cycloon sedimentfilter apparaat en het gebruik ervan

Country Status (2)

Country Link
BE (1) BE1032014B1 (nl)
WO (1) WO2025068395A1 (nl)

Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4389307A (en) * 1981-06-22 1983-06-21 Queen's University At Kingston Arrangement of multiple fluid cyclones
US20030000186A1 (en) * 2001-06-13 2003-01-02 West Hugh M. System for separating an entrained liquid component from a gas stream
US20160288019A1 (en) * 2015-03-31 2016-10-06 Jci Cyclonics Ltd. Cyclonic separator system

Family Cites Families (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP2170522B1 (en) 2007-06-20 2011-10-26 Waterco Limited Multi-cyclone sediment filter

Patent Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4389307A (en) * 1981-06-22 1983-06-21 Queen's University At Kingston Arrangement of multiple fluid cyclones
US20030000186A1 (en) * 2001-06-13 2003-01-02 West Hugh M. System for separating an entrained liquid component from a gas stream
US20160288019A1 (en) * 2015-03-31 2016-10-06 Jci Cyclonics Ltd. Cyclonic separator system

Also Published As

Publication number Publication date
WO2025068395A1 (en) 2025-04-03
BE1032014A1 (nl) 2025-04-23

Similar Documents

Publication Publication Date Title
EP3555589B1 (en) Method and apparatus for bulk microparticle sorting using a microfulidic channel
CN108865664B (zh) 微流体芯片、用于富集细胞的装置及方法
KR101129798B1 (ko) 유체의 처리를 위한 개선된 유동 통과 장치 및 그에 사용되는 유동 통과 요소
US11747605B2 (en) System and method for formation and detection of immersion fluid boluses on a microscope objective
JP2001521439A (ja) 微小なポリマービーズの懸濁物から該ビーズを分離するための装置
US10561966B2 (en) Device for treating fluid mixtures
WO2005081762A2 (en) Self-cleaning filter apparatus
BE1032014B1 (nl) Een multi-cycloon sedimentfilter apparaat en het gebruik ervan
US20220088604A1 (en) Microfluidic chip and device
DE112011105163T5 (de) Wirbelströmungserzeuger
US7468789B2 (en) Flow cytometer for rapid bacteria detection
MA54916B1 (fr) Appareil de filtration
US20120137642A1 (en) Filter
KR101573682B1 (ko) 스트레이너장치
SE535777C2 (sv) Anordning för rengöring av en filterduk i ett skivfilter innehållande ett kompakt sprutmunstycke
KR102552390B1 (ko) 듀얼 스트레이너
US20050247617A1 (en) Cartridge filter system
US3518015A (en) Inclined flow cell including a sink for solid particles
EP0722760A1 (de) Kantenspaltfilter für Flüssigkeiten
US20210077973A1 (en) Edge chip
JPH02172505A (ja) 環状のろ葉を備えたフイルタノズル
WO2023126101A1 (de) Vorrichtung und betriebsverfahren zur wasseraufbereitung mit uv-leuchtdioden und filtereinheit
JP3987093B1 (ja) 分配器
NL2036031B1 (en) Apparatus and method for three-dimensional fluid flow focusing
CA2027268C (en) In-line fluid filter for an automated analyzer

Legal Events

Date Code Title Description
FG Patent granted

Effective date: 20250428