BE1032280B1 - Een reinigingsinrichting voor een landbouwmachine - Google Patents
Een reinigingsinrichting voor een landbouwmachineInfo
- Publication number
- BE1032280B1 BE1032280B1 BE20236070A BE202306070A BE1032280B1 BE 1032280 B1 BE1032280 B1 BE 1032280B1 BE 20236070 A BE20236070 A BE 20236070A BE 202306070 A BE202306070 A BE 202306070A BE 1032280 B1 BE1032280 B1 BE 1032280B1
- Authority
- BE
- Belgium
- Prior art keywords
- roller
- support
- haulm
- cleaning device
- rollers
- Prior art date
Links
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01D—HARVESTING; MOWING
- A01D33/00—Accessories for digging harvesters
- A01D33/08—Special sorting and cleaning mechanisms
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01D—HARVESTING; MOWING
- A01D17/00—Digging machines with sieving and conveying mechanisms
- A01D17/06—Digging machines with sieving and conveying mechanisms with rollers or disc screens
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A23—FOODS OR FOODSTUFFS; TREATMENT THEREOF, NOT COVERED BY OTHER CLASSES
- A23N—MACHINES OR APPARATUS FOR TREATING HARVESTED FRUIT, VEGETABLES OR FLOWER BULBS IN BULK, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; PEELING VEGETABLES OR FRUIT IN BULK; APPARATUS FOR PREPARING ANIMAL FEEDING- STUFFS
- A23N12/00—Machines for cleaning, blanching, drying or roasting fruits or vegetables, e.g. coffee, cocoa, nuts
- A23N12/005—Machines for cleaning, blanching, drying or roasting fruits or vegetables, e.g. coffee, cocoa, nuts for dry-cleaning
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B07—SEPARATING SOLIDS FROM SOLIDS; SORTING
- B07B—SEPARATING SOLIDS FROM SOLIDS BY SIEVING, SCREENING, SIFTING OR BY USING GAS CURRENTS; SEPARATING BY OTHER DRY METHODS APPLICABLE TO BULK MATERIAL, e.g. LOOSE ARTICLES FIT TO BE HANDLED LIKE BULK MATERIAL
- B07B1/00—Sieving, screening, sifting, or sorting solid materials using networks, gratings, grids, or the like
- B07B1/12—Apparatus having only parallel elements
- B07B1/14—Roller screens
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B07—SEPARATING SOLIDS FROM SOLIDS; SORTING
- B07B—SEPARATING SOLIDS FROM SOLIDS BY SIEVING, SCREENING, SIFTING OR BY USING GAS CURRENTS; SEPARATING BY OTHER DRY METHODS APPLICABLE TO BULK MATERIAL, e.g. LOOSE ARTICLES FIT TO BE HANDLED LIKE BULK MATERIAL
- B07B1/00—Sieving, screening, sifting, or sorting solid materials using networks, gratings, grids, or the like
- B07B1/46—Constructional details of screens in general; Cleaning or heating of screens
- B07B1/50—Cleaning
- B07B1/52—Cleaning with brushes or scrapers
- B07B1/522—Cleaning with brushes or scrapers with brushes
- B07B1/524—Cleaning with brushes or scrapers with brushes the brushes being rotating
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B07—SEPARATING SOLIDS FROM SOLIDS; SORTING
- B07B—SEPARATING SOLIDS FROM SOLIDS BY SIEVING, SCREENING, SIFTING OR BY USING GAS CURRENTS; SEPARATING BY OTHER DRY METHODS APPLICABLE TO BULK MATERIAL, e.g. LOOSE ARTICLES FIT TO BE HANDLED LIKE BULK MATERIAL
- B07B1/00—Sieving, screening, sifting, or sorting solid materials using networks, gratings, grids, or the like
- B07B1/46—Constructional details of screens in general; Cleaning or heating of screens
- B07B1/50—Cleaning
- B07B1/52—Cleaning with brushes or scrapers
- B07B1/526—Cleaning with brushes or scrapers with scrapers
- B07B1/528—Cleaning with brushes or scrapers with scrapers the scrapers being rotating
Landscapes
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Environmental Sciences (AREA)
- Chemical & Material Sciences (AREA)
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Food Science & Technology (AREA)
- Polymers & Plastics (AREA)
- Harvesting Machines For Root Crops (AREA)
- Apparatuses For Bulk Treatment Of Fruits And Vegetables And Apparatuses For Preparing Feeds (AREA)
Abstract
Een reinigingsinrichting (100) voor een landbouwmachine (1) met een rollenbaan die een set van rollen (132, 134, 136) bevat met een steunloofrol (136). De steunloofrol (136) is aangebracht in de ruimte tussen de afvoertransportinrichting (300) en de nabijgelegen transportrol (132). De steunloofrol (136) bevat minstens aan de oppervlakte een hogere wrijvingscoëfficiënt dan de één of meer steunrollen (134) die tussen de transportrollen (132) zijn aangebracht.
Description
Een reinigingsinrichting voor een landbouwmachine.
Technisch gebied
Het technisch gebied betreft een landbouwmachines, in het bijzonder landbouwvoertuigen voor het uitvoeren van bewerkingen op een veld bij het rooien van plantaardige producten zoals knolgewassen, bolgewassen en/of wortelgewassen, zoals bijvoorbeeld aardappelen, uien, wortelen, suikerbiet, voederbiet, … .
Stand van de techniek
Een rooimachine voor het rooien van knolgewassen zoals aardappelen is bijvoorbeeld gekend uit
BE1028549. Een dergelijke rooimachine bevat aan het afvoereinde van een zeefband een rij loofvingers voor het tegenhouden van een deel van het loof. Deze loofvingers geleiden dit loof tussen het afvoereinde van deze zeefband en een daaronder aangebrachte loofrol. Een nadeel van een dergelijke inrichting is dat, zoals weergegeven in bijvoorbeeld Figuren 1 en 2 van BE1028549A1, een dergelijke loofrol die onder het afvoereinde is aangebracht, aanleiding geeft tot een aanzienlijk hoogteverschil, of met andere woorden een valtrap, voor de gerooide aardappelen, ter hoogte van het afvoereinde waar de loofrol is aangebracht.
Dit kan aanleiding geven tot beschadiging van de gerooide aardappelen. Verder werkt de rij loofvingers eveneens een remmend op de stroom gerooide aardappelen die aan het afvoereinde ter hoogte van de loofrol naar de navolgende inrichting voor het verdere transport en/of verwerking van de aardappelen wordt gevoerd.
Verder is ook een aardappelrooimachine gekend uit BE1022056. Een dergelijke rooimachine bevat een actieve reinigingseenheid die het verwijderen van aarde van de aardappelen bij verschillende types aarde in natte en droge omstandigheden verbetert. Deze actieve reinigingsinrichting bevat hiervoor een stel aangedreven, aangrenzende rollen. Zoals beschreven in BE1022056 is de navolgende egelband nagenoeg in lijn aangebracht met de rollen van de actieve reinigingsinrichting. Hierdoor ontbreekt de valtrap en het bijhorende nadeel op beschadigingen van de aardappelen. Echter, de verbeterde afvoer van aarde geeft aanleiding tot het ontbreken van de verbeterde afvoer van loof door middel van een loofrol zoals beschreven bij BE1028549.
Verder is een reinigingseenheid voor een aardappelrooimachine gekend uit EPO730399. Deze reinigingsinrichting bevat verschillende paren van rollen. Een eerste rol van elk paar bevat bij voorkeur een elastisch oppervlak en uitsteeksels om te functioneren als transportrol voor het transporteren van de stroom van aardappelen over de reinigingseenheid. Het is duidelijk dat aan de invoerzijde een aanzienlijke valtrap aanwezig is en EP0730399 stelt voor om deze val van de landbouwproducten op te vangen door middel van het aanbrengen van een elastische transportrol aan de invoerzijde van de reinigingseenheid.
Een tweede rol van elk paar functioneert als steunrol voor de gewasstroom en kan in dezelfde draaizin, of tegengestelde draaizin, van de transportrollen worden aangestuurd om in het eerste geval het transporteren van de landbouwgoederen of in het tweede geval het verwijderen van aarde van de landbouwgoederen te ondersteunen.
Er bestaat dus een nood aan een inrichting die toelaat om de hierboven beschreven nadelen te vermijden en die toelaat om op een efficiënte en eenvoudige wijze een verbeterde reiniging van de aarde samen met een verbeterde afvoer van het loof te realiseren.
Samenvatting
Volgens een eerste aspect van de uitvinding wordt er voorzien in een reinigingsinrichting voor een landbouwmachine geconfigureerd om grond en loof minstens gedeeltelijk te verwijderen uit een stroom met gerooide landbouwproducten, waarbij de reinigingsinrichting bevat: - een invoerzijde waar de stroom wordt toegevoerd door een toevoertransportinrichting; - een uitvoerzijde waar de stroom na het minstens gedeeltelijk verwijderen van grond en loof wordt afgevoerd naar een afvoertransportinrichting; - een rollenbaan met een set van rollen die geconfigureerd zijn om de gerooide landbouwproducten van de stroom te transporteren van de invoerzijde naar de uitvoerzijde, de set van rollen bevattende: - twee of meer transportrollen geconfigureerd om zo aangedreven te worden dat ze de gerooide landbouwproducten van de invoerzijde naar de uitvoerzijde bewegen; - één of meer steunrollen, waarbij deze steunrollen zo zijn aangebracht dat ze de landbouwproducten ondersteunen in de ruimte tussen: - twee nabijgelegen transportrollen; en/of - de toevoertransportinrichting en de nabijgelegen transportrol,
DAARDOOR GEKENMERKT DAT de set van rollen verder een steunloofrol bevat: - die is aangebracht in de ruimte tussen de afvoertransportinrichting en de nabijgelegen transportrol; en - die minstens aan de oppervlakte een hogere wrijvingscoëfficiënt bevat dan de één of meer steunrollen.
Het aanbrengen van de steunloofrol met een hogere wrijvingscoëfficiënt aan de uitvoerzijde zorgt voor een efficiënte en verbeterde reiniging van de aarde samen met een verbeterde afvoer van het loof aangezien deze steunloofrol op een andere wijze zal inwerken op het loof dan de voorgaande steunrollen.
Dit is voordelig aangezien het type loof dat niet werd afgevoerd door de steunrollen op deze wijze een hogere kans maakt om gegrepen te worden door de steunloofrol. Verder zorgen de voorgaande steunrollen en transportrollen er voor dat ook al een deel van de aarde en eventueel andere ongewenste objecten uit de stroom werden verwijderd voor de stroom de steunloofrol bereikt. Hierdoor verhoogt ook de kans dat de steunloofrol het aanwezige loof in de stroom ter hoogte van de uitvoerzijde kan bereiken.
Verder gebeurt de reiniging op efficiënte wijze aangezien de remmende werking op de stroom bij de steunrollen lager is dan bij de steunloofrol die aan het uitvoereinde is aangebracht. De steunloofrol zorgt er bovendien voor dat het loof kan verwijderd worden zonder dat een valtrap noodzakelijk is. Een dergelijke valtrap kan bijvoorbeeld aanleidinggeven tot beschadigingen van de gerooide landbouwproducten in de stroom.
Volgens een uitvoeringsvorm wordt er voorzien in een reinigingsinrichting, waarbij de steunloofrol minstens aan de oppervlakte een wrijvingscoëfficiënt bevat die minstens 0.01, bij voorkeur 0.02 of meer bij voorkeur 0.04 of meer hoger is dan de wrijvingscoëfficiënt van de steunrol.
Dit laat toe om een reinigingsinrichting met verbeterde reiniging van de aarde samen met een verbeterde afvoer van het loof te realiseren.
Volgens een uitvoeringsvorm wordt er voorzien in een reinigingsinrichting, waarbij minstens de oppervlakte van de steunloofrol bevat of bestaat uit: - rubber; en/of - een kunststof met een elasticiteitsmodulus van 0,1GPa of minder, bij voorkeur 0,01GPa of minder, en minstens de oppervlakte van de één of meer steunrollen bevat of bestaat uit: - metaal; - staal
- een kunststof met een elasticiteitsmodulus van 1GPa of meer, bij voorkeur 2GPa of meer.
Dit laat toe om de reinigingsinrichting op eenvoudige wijze te realiseren.
Volgens een uitvoeringsvorm wordt er voorzien in een reinigingsinrichting, waarbij de steunloofrol geconfigureerd is om de landbouwproducten te ondersteunen in de ruimte tussen de afvoertransportinrichting en de nabijgelegen transportrol.
Op deze wijze wordt het risico op beschadiging van de landbouwproducten gereduceerd aangezien bijvoorbeeld geen valtrap aanwezig is waarbij de stroom met landbouwproducten niet langer ondersteund wordt en over een bepaalde afstand naar beneden valt wat aanleiding kan geven tot beschadigingen.
Volgens een uitvoeringsvorm wordt er voorzien in een reinigingsinrichting, waarbij de steunloofrol geconfigureerd is om, in een loofrolmodus, in een tegengestelde draairichting te roteren ten opzichte van de nabijgelegen transportrol zodat minstens een deel van het loof aanwezig in de stroom ter hoogte van de steunloofrol en de nabijgelegen transportrol, tussen de steunloofrol en de nabijgelegen transportrol vastgegrepen wordt en uit de stroom verwijderd wordt.
Op deze wijze kan de een loofrolwerking worden gerealiseerd voor het verwijderen van loof die eveneens een reinigende werking heeft op de landbouwproducten die op de steunloofrol steunen.
Volgens een uitvoeringsvorm wordt er voorzien in een reinigingsinrichting, waarbij de steunloofrol geconfigureerd is om, in een transportmodus, in een zelfde draairichting te roteren als de nabijgelegen transportrol.
Op deze wijze wordt een reinigingsinrichting gerealiseerd met een hogere flexibiliteit die in verschillende omstandigheden optimaal kan worden ingezet. De transportmodus kan bijvoorbeeld nuttig zijn wanneer de stroom geen of weinig loof bevat en/of in situaties waarbij bijkomende ondersteuning en/of aandrijving van de stroom in de transportrichting nodig of wenselijk is.
Volgens een uitvoeringsvorm wordt er voorzien in een reinigingsinrichting, waarbij de verhouding van de respectievelijke straal van de één of meer steunrollen en steunloofrol, ten opzichte van de straal van de nabijgelegen transportrollen 50% of minder is, bijvoorbeeld 40% of minder, bij voorkeur 35% of minder. 5 Dit zorgt ervoor dat de steunloofrol optimaal de ruimte tussen de nabijgelegen transportrol en de afvoertransportinrichting kan opvullen om de stroom daar te ondersteunen terwijl de landbouwproducten in de stroom voornamelijk door de aandrijving van de nabijgelegen transportrol en de afvoerinrichting worden aangedreven om verder stroomafwaarts te bewegen. Hetzelfde geldt voor de steunrollen die tussen de nabijgelegen transportrollen zijn aangebracht. Daarbij kunnen de steunrollen en de steunloofrol verder ook een reinigende werking uitoefenen op de landbouwproducten die ze ondersteunen.
Volgens een uitvoeringsvorm wordt er voorzien in een reinigingsinrichting, waarbij ter hoogte van de uitvoerzijde de verticale afstand tussen de bovenzijde van de afvoertransportinrichting en de bovenzijde van de nabijgelegen transportrol gelijk is of kleiner is dan: — - 200% van de straal van deze transportrol; - 100% van de straal van deze transportrol; - 50% van de straal van deze transportrol; - 200% van de straal van de steunloofrol; en/of - 100% van de straal van de steunloofrol.
Op deze wijze wordt het risico op beschadigen van de gerooide aardappelproducten in de stroom verder beperkt.
Volgens een uitvoeringsvorm wordt er voorzien in een reinigingsinrichting, waarbij: -de afstand tussen de afvoertransportinrichting en de nabijgelegen transportrol in het bereik ligt van 180% tot en met 400% van de straal van de steunloofrol, bij voorbeeld 200% tot en met 300%, bij voorkeur 210% tot en met 280%; en/of - de afstand tussen de steunloofrol en respectievelijk de afvoertransportinrichting en/of de nabijgelegen transportrol 100% of minder van de straal van de steunloofrol bedraagt, bijvoorbeeld 80% of minder, bij voorkeur 50% of minder.
Op deze wijze wordt het risico op beschadigen van de gerooide landbouwproducten in de stroom verder beperkt.
Volgens een uitvoeringsvorm wordt er voorzien in een reinigingsinrichting, waarbij ter hoogte van de steunloofrol en/of de nabijgelegen transportrol één of meer loofvingers zijn aangebracht die geconfigureerd zijn om minstens een deel van het loof in de stroom zo te geleiden om gegrepen te worden tussen de steunloofrol en de nabijgelegen transportrol.
Op deze wijze wordt de loofverwijderende werking van de steunloofrol verder ondersteund in de loofrolmodus. Het is verder gebleken dat bij een dergelijke reinigingsinrichting bij voorkeur enkel loofvingers worden aangebracht ter hoogte van de steunloofrol. Bovendien kan het aantal loofvingers beperkt worden in vergelijking met andere reinigingssystemen wat de remmende werking van dergelijke loofvingers op de gerooide landbouwproducten in de stroom beperkt.
Volgens een uitvoeringsvorm zijn de steunloofrol en/of de één of meer steunrollen in de hoogte verstelbaar.
Volgens een uitvoeringsvorm wordt er voorzien in een reinigingsinrichting, waarbij: - de steunloofrol geconfigureerd is om selectief in een tegengestelde draairichting of een zelfde draairichting te roteren als de nabijgelegen transportrol; - de één of meer steunrollen geconfigureerd zijn om selectief in een tegengestelde draairichting of een zelfde draairichting te roteren als de nabijgelegen transportrollen; en - de steunloofrol geconfigureerd is om te roteren volgens een geselecteerde draairichting, onafhankelijk van de draairichting van de één of meer steunrollen.
Op deze wijze kan de reinigingsinrichting met een hoge flexibiliteit worden ingezet en aangepast aan verschillende omstandigheden.
Volgens een tweede aspect wordt er voorzien in een landbouwmachine bevattende een — reinigingsinrichting volgens het eerste aspect, waarbij de landbouwmachine verder bevat: - een toevoertransportinrichting geconfigureerd voor de toevoer van de stroom naar de invoerzijde van de reinigingsinrichting;
- een afvoertransportinrichting geconfigureerd voor de afvoeren aan de een uitvoerzijde van de reinigingsinrichting van de stroom waaruit minstens gedeeltelijk grond en loof werd verwijderd, en/of waarbij de landbouwmachine bevat en/of bestaat uit: - een getrokken landbouwmachine; -een zelfrijdende landbouwmachine; - een stationaire landbouwmachine; en/of - een landbouwmachine of een landbouwvoertuig voor het uitvoeren van bewerkingen op een veld bij het rooien landbouwproducten zoals knolgewassen, bolgewassen en/of wortelgewassen; - een landbouwmachine of een landbouwvoertuig voor het verwerken en/of transporteren van gerooide van landbouwproducten zoals knolgewassen, bolgewassen en/of wortelgewassen..
Volgens een derde aspect wordt er voorzien in een methode voor het gebruik van een reinigingsinrichting volgens het eerste aspect, waarbij, in een loofrolmodus van de reinigingsinrichting, de steunloofrol in een tegengestelde draairichting wordt geroteerd ten opzichte van de nabijgelegen transportrol zodat minstens een deel van het loof aanwezig in de stroom ter hoogte van de steunloofrol en de nabijgelegen transportrol, tussen de steunloofrol en de nabijgelegen vastgegrepen wordt en uit de stroom verwijderd wordt.
Volgens een uitvoeringsvorm wordt er voorzien in een methode, waarbij, in een transportmodus van de — reinigingsinrichting, de steunloofrol in een zelfde draairichting wordt geroteerd als de nabijgelegen transportrol.
Volgens een uitvoeringsvorm wordt er voorzien in een methode, waarbij - de steunloofrol selectief in een tegengestelde draairichting of een zelfde draairichting wordt geroteerd als de nabijgelegen transportrol; - de één of meer steunrollen selectief in een tegengestelde draairichting of een zelfde draairichting wordt geroteerd als de nabijgelegen transportrollen; en - de steunloofrol geroteerd wordt volgens een geselecteerde draairichting, onafhankelijk van de draairichting van de één of meer steunrollen.
Het is duidelijk dat verdere varianten en/of combinaties van uitvoeringsvormen mogelijk zijn. Verder is het duidelijk dat ook uitvoeringsvormen gelijkaardig aan uitvoeringsvormen van een ander aspect mogelijk zijn. Dit alles zonder de beschermingsomvang zoals bepaald in de conclusies te verlaten.
Korte Figuurbeschrijving
Bij wijze van voorbeeld zullen enkele uitvoeringsvormen meer in detail worden beschreven aan de hand van de Figuren, waarbij: - Figuur 1 een perspectief aanzicht van een uitvoeringsvorm van een reinigingsinrichting voor een landbouwmachine toont; - Figuur 2 een zijaanzicht van de uitvoeringsvorm van Figuur 1 toont; - Figuur 3 het zijaanzicht van Figuur 2 meer in detail toont; - Figuur 4 het fragment IV uit Figuur 3 meer in detail toont; en - Figuur 5 tot Figuur 7 schematisch een zijaanzicht, bovenaanzicht en perspectief aanzicht van een uitvoeringsvorm van een landbouwmachine tonen die een uitvoeringsvorm van een reinigingsinrichting bevat zoals weergegeven in Figuur 1 tot en met Figuur 4.
Figuur 1 toont een perspectief aanzicht van een uitvoeringsvorm van een reinigingsinrichting 100 voor een landbouwmachine 1. Volgens het weergegeven uitvoeringsvoorbeeld is de landbouwmachine 1 bijvoorbeeld een landbouwmachine voor het rooien van aardappelen. Het is echter duidelijk dat alternatieve uitvoeringsvormen van de landbouwmachine mogelijk zijn, zoals bijvoorbeeld een landbouwmachine of landbouwvoertuig voor het uitvoeren van bewerkingen op een veld bij het rooien van plantaardige producten zoals knolgewassen, bolgewassen en/of wortelgewassen, zoals bijvoorbeeld aardappelen, uien, wortelen, suikerbiet, voederbiet, … . Verdere alternatieve uitvoeringsvormen van de landbouwmachine, waarbij bijvoorbeeld een op en/of naast het veld een reinigingsoperatie wordt uitgevoerd, bijvoorbeeld bij een verdere verwerking van dergelijke plantaardige producten, ook wel landbouwproducten. Daarbij is de weergegeven uitvoeringsvorm van de reinigingsinrichting 100 geconfigureerd om grond en loof minstens gedeeltelijk te verwijderen uit een stroom 10 met gerooide — landbouwproducten.
Zoals weergegeven in Figuur 2 bevat de reinigingsinrichting 100 een invoerzijde 110 waar de stroom 10 wordt toegevoerd door een toevoertransportinrichting 200. Volgens het weergegeven uitvoeringsvoorbeeld bevat de stroom 10 bijvoorbeeld naast de gerooide landbouwproducten, bijvoorbeeld aardappelen of eender welk ander gerooide landbouwproducten, eveneens grond en loof, en optioneel bijvoorbeeld andere ongewenste zaken zoals stenen, aardekluiten, etc. De weergegeven toevoerinrichting 200 bevat zoals weergegeven bijvoorbeeld een zeefband, het is echter duidelijk dat eender welke andere geschikte uitvoeringsvorm van een toevoerinrichting mogelijk is zoals bijvoorbeeld een transportband, een rollenbaan, of eender welk ander geschikt transportelement voor het aanvoeren van de stroom 10 met gerooide landbouwproducten naar de reinigingsinrichting 100.
Aan de uitvoerzijde 120 wordt de stroom 10 afgevoerd naar een afvoertransportinrichting 300. Dit wil zeggen dat de stroom 10, na het minstens gedeeltelijk verwijderen van grond en loof door de reinigingsinrichting 100, wordt aangevoerd naar de afvoertransportinrichting 300. Met andere woorden, de geschikte gerooide landbouwproducten in de stroom 10 worden doorgevoerd naar de afvoertransportinrichting 300 door de reinigingsinrichting 100. Minstens een deel van de grond en loof , maar optioneel ook andere ongewenste zaken zoals stenen, aardekluiten, etc. worden uit de stroom verwijderd door de reinigingsinrichting 100. Volgens het weergegeven uitvoeringsvoorbeeld, is de afvoertransportinrichting een zeefband, zoals bijvoorbeeld een egelband, echter het is duidelijk dat eender welke geschikte andere uitvoeringsvorm van een afvoerinrichting mogelijk is zoals bijvoorbeeld een transportband, een zeefband met spijlen, een rollenbaan met dwarse en/of axiaal aangebrachte rollen, of eender welk ander geschikt transportelement voor het afvoeren van de stroom 10 met gerooide landbouwproducten uit de reinigingsinrichting 100.
Zoals verder weergegeven in Figuur 1 en Figuur 2 bevat de reinigingsinrichting een rollenbaan 130 met een set van rollen 132, 134, 136. Deze set van rollen 132, 134, 136 is geconfigureerd om de gerooide landbouwproducten van de stroom 10 te transporteren van de invoerzijde 110 naar de uitvoerzijde 120.
Zoals zichtbaar bevat de set van rollen 132, 134, 136 vier transportrollen 132, drie steunrollen 134 en een steunloofrol 136. Het is echter duidelijk dat alternatieve uitvoeringsvormen mogelijk zijn met een ander geschikt aantal transportrollen 132, steunrollen 134 en een steunloofrol 136. Daarbij bevat de set van rollen twee of meer transportrollen 132. Deze transportrollen 132 worden daarbij zo aangedreven dat ze de gerooide landbouwproducten van de invoerzijde 110 naar de uitvoerzijde 120 bewegen. De set van rollen bevat daarbij eveneens één of meer steunrollen 134. Zoals weergegeven zijn deze steunrollen 134 zo zijn aangebracht dat ze de landbouwproducten ondersteunen in de ruimte tussen twee nabijgelegen transportrollen 132. Het is echter duidelijk dat volgens een alternatieve uitvoeringsvorm, eveneens een steunrol kan worden aangebracht tussen de toevoertransportinrichting 200 en de nabij de toevoertransportinrichting gelegen transportrol 132.
Zoals veder weergegeven in Figuur 1 en Figuur 2 bevat de set van rollen verder een steunloofrol 136. Deze steunloofrol 136 is aangebracht in de ruimte tussen de afvoertransportinrichting 300 en de nabijgelegen transportrol 132. De steunloofrol 136 bevat verder, minstens aan de oppervlakte, een hogere wrijvingscoëfficiënt dan de één of meer steunrollen 134. Met andere woorden de wrijvingscoëfficiënt van het contactoppervlak van de steunloofrol 136 verschilt van de wrijvingscoëfficiënt van het contactoppervlak van de één of meer steunrollen 134. Zoals verder meer in detail beschreven is de wrijvingscoëfficiënt van de steunloofrol 136 bij voorkeur hoger dan de wrijvingscoëfficiënt van de steunrollen 134. Het is duidelijk dat met de oppervlakte van de steunloofrol 136, het contactoppervlak van de steunloofrol 136 met de stroom 10 en/of de landbouwproducten, aarde en/of loof van de stroom wordt bedoeld, met andere woorden minstens een gedeelte van het manteloppervlak van de steunloofrol 136.
Het is duidelijk dat met de wrijvingscoëfficiënt de dynamische wrijvingscoëfficiënt wordt bedoeld. Zoals bijvoorbeeld gekend uit de publicatie: Bishop, C.FH. (2012), “The coefficient of friction of individual potatoes and various handling materials — Short communication”, Res. Agr. Eng. Vol. 58, 2012, No. 3: 114- 117. ttpo/frec.egricuiturelournals.ca/pufs/ree/2012/03/05.p0f ; is de dynamische wrijvingscoëfficiënt van rubber bijvoorbeeld hoger dan die van staal voor aardappelen. Dit blijft verder zo in verschillende omstandigheden zoals bijvoorbeeld in natte of droge omstandigheden, in omstandigheden waarbij de aardappelen veel of weinig bevuild zijn met aarde. De wrijvingscoëfficiënt van rubber blijft hoger dan die van bijvoorbeeld staal. Een uitvoeringsvorm waarbij de steunloofrol 136 een rubberen of van rubber voorzien oppervlak bevat , zal dus een hogere wrijvingscoëfficiënt bevatten dan een steunrol 134 met een stalen oppervlak. Het is duidelijk dat alternatieve uitvoeringsvormen mogelijk zijn, waarbij de wrijvingscoëfficiënt van de steunloofrol 136 minstens 0.01, bij voorkeur minstens 0.02, bij voorkeur 0.04 hoger is dan de wrijvingscoëfficiënt van de steunrol 134. Als meetmethode voor de wrijvingscoëfficiënt kan de meetmethode uit de hierboven aangegeven publicatie worden gebruikt, of eender welke andere geschikte meetmethode voor het bepalen van een wrijvingscoëfficiënt van een dergelijke rol ten opzichte van gerooide landbouwproducten en/of een stroom 10 bevattende gerooide landbouwproducten.
De elasticiteit van een materiaal kan worden uitgedrukt door middel van de elasticiteitsmodulus. De elasticiteitsmodulus is een maat voor de stijfheid van een materiaal en geeft aan hoeveel spanning er nodig is om het materiaal een bepaalde mate van rek te laten ondergaan. De elasticiteitsmodulus van rubber varieert bijvoorbeeld van 0,0001 tot en met 0,001 GPa. Het is duidelijk dat alternatieve uitvoeringsvormen mogelijk zijn van de steunloofrol 136 die bevatten en/of bestaan uit een geschikte kunststof met een elasticiteitsmodulus gelijkaardig als die van rubber, zoals bijvoorbeeld in het bereik van 0,001GPa of minder. Het is duidelijk dat verdere alternatieve uitvoeringsvormen mogelijk zijn van dergelijke elastische kunststoffen, bijvoorbeeld met een elasticiteitsmodulus van 0,1 GPa of minder, bijvoorbeeld 0,01 GPa of minder.
Volgens de weergegeven uitvoeringvorm wordt een dergelijke steunloofrol 136 bijvoorbeeld gecombineerd met steunrollen 134 die bevatten en/of bestaan uit een metaal, zoals bijvoorbeeld staal of eender welk ander geschikt metaal. Het is duidelijk dat alternatieve uitvoeringsvormen mogelijk zijn van de steunrol 134 die bevatten en/of bestaan uit een geschikte kunststof zoals bijvoorbeeld polystyreen, nylon, … ook wel harde kunststof, met een hogere elasticiteitsmodulus dan rubber, bijvoorbeeld in het bereik van 2 tot en met 4 GPa. Het is duidelijk dat verdere alternatieve uitvoeringsvormen mogelijk zijn van dergelijke harde kunststoffen, bijvoorbeeld met een elasticiteitsmodulus van 1 GPa of meer, bijvoorbeeld 2 GPa of meer.
Zoals verder zichtbaar in Figuur 1 tot Figuur 4 is de steunloofrol 136 geconfigureerd om de landbouwproducten te ondersteunen in de ruimte tussen de afvoertransportinrichting 300 en de nabijgelegen transportrol 132. Dit wil zeggen dat de steunloofrol 136 samen met de afvoertransportinrichting 300 en de nabijgelegen transportrol 132 een geheel vormt van navolgende transportelementen dat de landbouwproducten ondersteunt, of met andere woorden, waarbij geen openingen aanwezig zijn tussen deze elementen die zouden toelaten dat een gewenst gerooid landbouwproduct ertussenin kan bewegen.
Wanneer de reinigingsinrichting 100 in bedrijf is kan de reinigingsinrichting 100 in één of meer werkingsmodi worden ingesteld en/of aangestuurd. Een dergelijke werkingsmodus is bijvoorbeeld een loofrolmodus zoals hier beschreven. In deze loofrolmodus is de steunloofrol 136 geconfigureerd om in een tegengestelde draairichting te roteren ten opzichte van de nabijgelegen transportrol 132. In het aanzicht weergegeven in Figuur 2 tot Figuur 4 betekent dit dat de steunloofrol 136 volgens wijzerzin wordt aangedreven en de transportrol 132 tegen wijzerzin. Het is duidelijk dat op deze wijze minstens een deel van het loof dat aanwezig is in de stroom 10 ter hoogte van de steunloofrol 136 en de nabijgelegen transportrol 132 vastgegrepen wordt tussen de steunloofrol 136 en de nabijgelegen 132 en hierdoor uit de stroom 10 verwijderd wordt. Zoals weergegeven wordt het vastgegrepen loof tussen de steunloofrol 136 en de nabijgelegen transportrol 132 naar onder toe verwijderd. Het is duidelijk dat de steunloofrol 136 hierbij eveneens een reinigende werking uitoefent op de landbouwproducten die in aanraking komen met de steunloofrol 136.
Volgens optionele uitvoeringsvormen is het eveneens mogelijk dat de steunloofrol 136 in een andere werkingsmodus, bijvoorbeeld in een transportmodus, wordt aangedreven en/of aangestuurd om in een zelfde draairichting te roteren als de nabijgelegen transportrol 132. Een dergelijke transportmodus is bijvoorbeeld voordelig wanneer weinig of geen loof meer aanwezig is in de stroom 10 ter hoogte van de steunloofrol 136 en/of wanneer er een extra ondersteuning van de stroom in de transportrichting gewenst ister hoogte van de uitvoerzijde 120 van de reinigingsinrichting.
Zoals zichtbaar in Figuur 1 tot Figuur 4 is de straal van de steunloofrol 136 en de steunrollen 132 beduidend kleiner dan de straal van de transportrollen 132 in het weergegeven uitvoeringsvoorbeeld. Dit zorgt ervoor dat het contactoppervlak van de transportrollen 132 met de stroom 10 en de in de stroom aanwezige landbouwproducten groter is dan dat van de steunloofrol 136 of de steunrollen 132. Hierdoor zal de bewegingsrichting van de stroom 10 in hoofdzaak in de richting van de invoerzijde 110 naar de uitvoerzijde 120 bewegingen onder invloed van de draairichting van de transportrollen 132 die deze bewegingsrichting ondersteunt. Zoals hierboven aangegeven, kan bij bepaalde uitvoeringsvormen, naargelang de werkingsmodus de steunloofrol 136 in een zelfde of tegengestelde richting worden aangedreven als de transportrollen 132. Hetzelfde is ook mogelijk voor de steunrollen 134, die bij bepaalde uitvoeringsvormen, eveneens in een zelfde en/of in een tegengestelde draairichting als de transportrollen 132 kunnen worden aangedreven. Het is duidelijk dat de alternatieve uitvoeringsvormen mogelijk zijn die verschillen van de weergegeven verhoudingen van de stralen in Figuur 2 tot Figuur 4. Bij dergelijke uitvoeringsvormen is de verhouding van de respectievelijke straal van de één of meer steunrollen 134 en steunloofrol 136, ten opzichte van de straal van de nabijgelegen transportrollen 132 50% of minder is, bijvoorbeeld 40% of minder, bij voorkeur 35% of minder.
Zoals verder zichtbaar is er geen zogenaamde valtrap aanwezig ter hoogte van de steunloofrol 136. Met andere woorden ter hoogte van de uitvoerzijde 120 is de verticale afstand tussen de bovenzijde van de afvoertransportinrichting 300 en de bovenzijde van de nabijgelegen transportrol 132 beperkt. Bij voorkeur is ter hoogte van de uitvoerzijde 120 de verticale afstand tussen de bovenzijde van de afvoertransportinrichting 300 en de bovenzijde van de nabijgelegen transportrol 132 gelijk of kleiner dan 50% van de straal van deze transportrol 132 of 100% van de straal van de steunloofrol 136. Het is echter duidelijk dat alternatieve uitvoeringsvormen mogelijk zijn, waarbij deze verticale afstand gelijk is of kleiner is dan 200% van de straal van deze transportrol 132, 100% van de straal van deze transportrol 132, 200% van de straal van de steunloofrol 136 en/of 100% van de straal van de steunloofrol 136.
Zoals verder zichtbaar is de afstand tussen de afvoertransportinrichting 300 en de reinigingsinrichting 100 eveneens beperkt. De stroom 10 wordt dus bij voorkeur ondersteund ter hoogte van de uitvoerzijde 120 en volgt op deze wijze een goed gedefinieerd traject wat het risico op ongewenste of ongecontroleerde bewegingen van de gerooide landbouwgoederen vermindert en de reinigende werking van de onderdelen van de reinigingsinrichting bevordert. Bij voorkeur ligt de afstand tussen de afvoertransportinrichting 300 en de nabijgelegen transportrol 132 in het bereik van 210% tot en met 280% van de straal van de steunloofrol 136, echter het is duidelijk dat alternatieve uitvoeringsvormen mogelijk zijn, waarbij dit bereik 180% tot en met 400% van de straal van de steunloofrol 136, bij voorbeeld 200% tot en met 300%, bedraagt. Bij voorkeur is ook de afstand tussen de steunloofrol 136 en de afvoertransportinrichting 300 beperkt om diezelfde redenen. Bij voorkeur bedraagt, zoals weergegeven, de afstand tussen de steunloofrol 136 en respectievelijk de afvoertransportinrichting 300 en/of de nabijgelegen transportrol 132 50% of minder van de straal van de steunloofrol 136. Het is echter duidelijk dat alternatieve uitvoeringsvormen mogelijk zijn waarbij deze afstand 100% of minder van de straal van de steunloofrol 136 bedraagt, bijvoorbeeld 80% of minder.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm zijn de steunloofrol en/of de één of meer steunrollen in de hoogte verstelbaar. Dit laat toe om de reinigingsinrichting aan te passen aan verschillende omstandigheden.
Volgens het weergegeven uitvoeringsvoorbeeld zijn optioneel ter hoogte van de steunloofrol 136 en/of de nabijgelegen transportrol 132 loofvingers 138 aangebracht die geconfigureerd zijn om minstens een deel van het loof in de stroom 10 zo te geleiden om gegrepen te worden tussen de steunloofrol 132 en de nabijgelegen transportrol 132. Bij voorkeur worden enkel ter hoogte van de steunloofrol 136 dergelijke loofvingers 138 aangebracht aangezien dit de remmende werking van dergelijke loofvingers 138 op de landbouwproducten in de stroom beperkt. Verder is ook gebleken dat het aantal loofvingers 138 langsheen de langsas van de steunloofrol 136 beperkt kan worden in vergelijking met gekende inrichting met een gekende loofrol zoals bijvoorbeeld beschreven in BE1028549. Volgens het weergegeven uitvoeringsvoorbeeld zijn bijvoorbeeld de loofvingers aangebracht langsheen de richting van de langsas van de steunloofrol 136 met een tussenafstand die 1,5 tot 3 maal, bij voorkeur 2 maal, groter is dan de optimale afstand bij een gekende loofrol zoals bijvoorbeeld beschreven in BE1028549 . Het is echter duidelijk dat alternatieve uitvoeringsvormen mogelijk zijn, waarbij een ander geschikt aantal loofvingers 138 is aangebracht, met eender welke geschikte tussenafstand.
Figuur 5 tot Figuur 7 toont een uitvoeringsvorm van een landbouwmachine 1 bevattende een uitvoeringsvorm van een reinigingsinrichting 100 zoals weergegeven in Figuur 1 tot Figuur 4. De landbouwmachine betreft een aardappelrooier, waarvan de andere onderdelen dan de reinigingsinrichting gelijkaardig zijn zoals bijvoorbeeld gekend uit BE1022056. Het is echter duidelijk dat variante uitvoeringsvormen mogelijk zijn van landbouwmachines 1 die een dergelijke reinigingsinrichting 100 bevatten, zoals bijvoorbeeld een getrokken of zelfrijdende rooier, een rijdende of stationaire verwerkingsmachine voor gerooide landbouwproducten zoals bijvoorbeeld zoals knolgewassen, bolgewassen en/of wortelgewassen, zoals bijvoorbeeld aardappelen, uien, wortelen, suikerbiet, voederbiet, … .
De uitvoeringsvorm van de landbouwmachine 1 bevat zoals schematisch weergegeven een rooi-eenheid 11. De weergegeven uitvoeringsvorm bevat twee rooischaren 2 en bijhorende zijdelingse schijven alsook een rugvolger 4. Het is echter duidelijk dat alternatieve uitvoeringsvormen met een ander geschikt aantal rooi-eenheden 11 en/of alternatieve uitvoeringsvormen van een rooieenheid 11 mogelijk zijn. De rooi- eenheid 11 genereert een stroom met gerooide landbouwproducten die worden toegevoerd aan transportelementen die de stroom naar de reinigingsinrichting 100 voeren. Volgens het weergegeven uitvoeringsvoorbeeld bevatten deze transportelementen een eerste opwaarts hellende zeefband 5, die zoals gekend voor een vakman de aardappelen transporteert en de aarde in de stroom gedeeltelijk door de spijlen van de zeefband neer laat vallen. Zoals verder weergegeven is de eerste zeefband 5 stroomafwaarts verbonden met een tweede zeefband 7. Beide zeefbanden 5 en 7 draaien in de zelfde richting zoals aangegeven met pijl 8 tegenwijzerzin in de toestand weergegeven in Figuur 5.
Stroomafwaarts sluit de tweede zeefband 7 aan op de reinigingsinrichting 100. Het is echter duidelijk dat alternatieve uitvoeringsvormen mogelijk zijn, waarbij een ander geschikt aantal zeefbanden en/of eender welke andere geschikte transportmiddelen aanwezig zijn tussen de rooi-eenheid 11 en de reinigingsinrichting 100 van de landbouwmachine 1. Zoals weergegeven is de landbouwmachine 100 een landbouwvoertuig dat op wielen 9 kan worden voortbewogen tijdens een rooioperatie op het veld. Het is echter duidelijk dat alternatieve uitvoeringsvormen mogelijk zijn van landbouwmachines 1 die stationair worden aangewend, en die bijvoorbeeld geen rooi-eenheid 11 bevatten, maar gerooide aardappelen ontvangen van een geschikt transportelement of een andere landbouwmachine.
Zoals verder zichtbaar wordt volgens de weergegeven uitvoeringsvorm in Figuur 5 tot Figuur 7, gebruik gemaakt van een loofafvoerband 13 die rond de tweede zeefband 7 draait in dezelfde draairichting 8 als de tweede zeefband 7. Een dergelijke loofafvoerband 13 bevat bijvoorbeeld een grofmazige spijlenband, waarop minstens een deel van het loof blijft liggen, maar waardoor de aardappelen kunnen vallen.
Bijkomend kan de loofafvoerband 13 ook het risico reduceren dat de landbouwproducten op het hellend deel 12 van de zeefband 7 terugrollen.
De uitvoeringsvorm van de landbouw getoond in de figuren omvat een reinigingsinrichting 100 gelijkaardig zoals hierboven beschreven tussen de tweede zeefband 7 en een verdere egelband 24. Met andere woorden volgens de weergegeven uitvoeringsvorm vormt de tweede zeefband 7, de — toevoertransportinrichting 200 voor de reinigingsinrichting 100. De egelband 24 vormt volgens de weergegeven uitvoeringsvorm de afvoertransportinrichting 300 voor de reinigingsinrichting 100. Het is verder duidelijk dat de reinigingsinrichting 100 een actieve reinigingsinrichting is waarbij de set van rollen 132, 134, 136 door geschikte middelen worden aangedreven voor rotatie omheen hun langsas. Deze langsas is eveneens nagenoeg dwars op de bewegingsrichting van de stroom 10 met gerooide landbouwproducten gericht. Het is duidelijk dat alternatieve uitvoeringsvormen mogelijk zijn, waarbij de langsas van de rollen minstens de bewegingsrichting van de stroom 10 kruist. Het is duidelijk dat de langsassen van de set van rollen 132, 134, 136 evenwijdig of nagenoeg evenwijdig zijn. Het is verder ook duidelijk dat alternatieve uitvoeringen mogelijk zijn dan de egelband 24 en de tweede zeefband 7 als respectievelijk afvoertransportinrichting 300 en toevoertransportinrichting 200.
Volgens de weergegeven uitvoeringsvorm van de landbouwmachine 1 is boven de egelband 24 een richtelement 25 aangebracht die de gewenste landbouwproducten zijdelings van de egelband 25 duwt in de richting van een daarop aansluitende transportband 26 die volgens het weergegeven uitvoeringsvoorbeeld eveneens is uitgevoerd als een egelband. Zaken zoals aarde, steentjes, te kleine landbouwproducten etc. kunnen onder het richtelement 25 door passeren en worden aan het einde van de egelband 24 afgeworpen. Zoals zichtbaar is volgens deze uitvoeringsvorm boven de aansluitende transportband 26 een verder richtelement in de vorm van een rotornok 27, of ook wel in het Engels rotorcam, aangebracht. Deze rotornok 27 bevat flexibele vingers die de gewenste landbouwproducten zijdelings duwt naar een transportinrichting 28 die de gerooide landbouwproducten naar een verzamelbunker 30 transporteert. Zoals verder zichtbaar is nog een verder richtelement 31aanwezig boven de transportband 26 na de rotornok 27 in de vorm van een rol 31 die het deel van de stroom dat onder de rotornok 27 door passeert en niet onder de rol 31 door gaat naar een retourband 32 duwt, voor bijvoorbeeld verdere inspectie en/of sortering.
Het is echter duidelijk dat de beschreven uitvoeringsvorm van de landbouwmachine in Figuur 5 tot 7 niet beperkend is voor de toepassing van de reinigingsinrichting 100. Tal van alternatieve uitvoeringsvormen zijn mogelijk. De weergegeven uitvoeringsvorm is bijvoorbeeld een zogenaamde getrokken rooier, met andere woorden een rooier die getrokken wordt door een tractor tijdens het uitvoeren van een rooioperatie. Het is echter duidelijk dat alternatieve uitvoeringsvormen mogelijk zijn waarbij de landbouwmachine een zelfrijdende landbouwmachine is en dus zelf beschikt over geschikte middelen om zich voort te bewegen tijdens een rooioperatie. Volgens nog andere uitvoeringsvormen kan de — reinigingsinrichting deel uitmaken van een stationaire landbouwmachine, zoals bijvoorbeeld wordt aangewend bij een verdere verwerking van de landbouwproducten na de rooioperatie op het veld, bijvoorbeeld bij een verdere verwerkingslocatie en/of opslaglocatie. Nog verdere alternatieve uitvoeringsvormen van landbouwmachines zijn mogelijk die een hierin beschreven reinigingsinrichting 100 bevatten, waarbij de landbouwmachine verder een toevoertransportinrichting 200 bevat voor de toevoer van de stroom 10 naar de invoerzijde 110 van de reinigingsinrichting 100, alsook een afvoertransportinrichting 300 voor het afvoeren aan de een uitvoerzijde 120 van de reinigingsinrichting 100 van de stroom 10 waaruit minstens gedeeltelijk grond en loof werd verwijderd.
Het is verder duidelijk dat de set van rollen 132, 134, 136 een of meerdere geschikte aandrijvingen bevat die op een geschikte wijze worden aangestuurd voor het roteren van de rollen. Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm is de steunloofrol 136 geconfigureerd om selectief in een tegengestelde draairichting of een zelfde draairichting te roteren als de nabijgelegen transportrol 132,
zoals hierboven beschreven bijvoorbeeld in de loofrol modus enerzijds en de transportmodus anderzijds.
Bi voorkeur zijn ook de één of meer steunrollen 134 geconfigureerd zijn om selectief in een tegengestelde draairichting of een zelfde draairichting te roteren als de nabijgelegen transportrollen 132. Daarbij is het voordelig dat de steunloofrol 136 geconfigureerd is om te roteren volgens een geselecteerde draairichting, onafhankelijk van de draairichting van de één of meer steunrollen 134. Met andere woorden, bij voorkeur kan de aandrijving van de steunloofrol 136 zo aangestuurd worden dat de draairichting niet afhankelijk is van de draairichting van de steunrollen 134.
Het is verder duidelijk dat, zoals hierboven beschreven een methode voor het gebruik van de reinigingsinrichting 100 mogelijk is, waarbij, in een loofrolmodus van de reinigingsinrichting 100, de steunloofrol 136 in een tegengestelde draairichting wordt geroteerd ten opzichte van de nabijgelegen transportrol 132 zodat minstens een deel van het loof aanwezig in de stroom 10 ter hoogte van de steunloofrol 136 en de nabijgelegen transportrol 132, tussen de steunloofrol 136 en de nabijgelegen 132 vastgegrepen wordt en uit de stroom 10 verwijderd wordt. Volgens een voordelige uitvoeringsvorm is het bijkomend ook mogelijk om de reinigingsinrichting 100 in een transportmodus te gebruiken, waarbij de steunloofrol 136 in een zelfde draairichting wordt geroteerd als de nabijgelegen transportrol 132. Zoals hierboven aangegeven kan in een bijzonder voordelige methode voor het gebruik van de reinigingsinrichting zowel de steunloofrol 136 als de één of meer steunrollen 134 selectief in een tegengestelde draairichting of een zelfde draairichting worden geroteerd als de nabijgelegen transportrol 132. Daarbij is het bijzonder voordelig als de steunloofrol 136 geroteerd wordt volgens een geselecteerde draairichting, onafhankelijk van de draairichting van de één of meer steunrollen 134.
Het is duidelijk dat verdere varianten en combinaties van uitvoeringsvormen mogelijk zijn zonder de beschermingsomvang zoals bepaald door de conclusies te verlaten.
Claims (15)
1. Een reinigingsinrichting (100) voor een landbouwmachine (1) geconfigureerd om grond en loof minstens gedeeltelijk te verwijderen uit een stroom (10) met gerooide landbouwproducten, waarbij de reinigingsinrichting (100) bevat: - een invoerzijde (110) waar de stroom (10) wordt toegevoerd door een toevoertransportinrichting (200); - een uitvoerzijde (120) waar de stroom (10) na het minstens gedeeltelijk verwijderen van grond en loof wordt afgevoerd naar een afvoertransportinrichting (300); - een rollenbaan (130) met een set van rollen (132, 134, 136) die geconfigureerd zijn om de gerooide landbouwproducten van de stroom (10) te transporteren van de invoerzijde (110) naar de uitvoerzijde (120), de set van rollen (132, 134, 136) bevattende: - twee of meer transportrollen (132) geconfigureerd om zo aangedreven te worden dat ze de gerooide landbouwproducten van de invoerzijde (110) naar de uitvoerzijde (120) bewegen; - één of meer steunrollen (134), waarbij deze steunrollen (134) zo zijn aangebracht dat ze de landbouwproducten ondersteunen in de ruimte tussen: - twee nabijgelegen transportrollen (132); en/of - de toevoertransportinrichting (200) en de nabijgelegen transportrol (132), DAARDOOR GEKENMERKT DAT de set van rollen (132, 134, 136) verder een steunloofrol (136) bevat: — -die is aangebracht in de ruimte tussen de afvoertransportinrichting (300) en de nabijgelegen transportrol (132); en - die minstens aan de oppervlakte een hogere wrijvingscoëfficiënt bevat dan de één of meer steunrollen (134), en waarbij: - ter hoogte van de steunloofrol (136) en/of de nabijgelegen transportrol (132) één of meer loofvingers (138) zijn aangebracht die geconfigureerd zijn om minstens een deel van het loof in de stroom (10) zo te geleiden om gegrepen te worden tussen de steunloofrol (136) en de nabijgelegen transportrol (132).
2. Een reinigingsinrichting volgens conclusie 1, waarbij de steunloofrol (136) minstens aan de oppervlakte een wrijvingscoëfficiënt bevat die minstens 0.01, bij voorkeur 0.02 of meer bij voorkeur 0.04 of meer hoger is dan de wrijvingscoëfficiënt van de steunrol (134).
3. Een reinigingsinrichting volgens conclusie 1 of 2, waarbij minstens de oppervlakte van de steunloofrol (136) bevat of bestaat uit: - rubber; en/of - een kunststof met een elasticiteitsmodulus van 0,1GPa of minder, bij voorkeur 0,01GPa of minder, en minstens de oppervlakte van de één of meer steunrollen (132) bevat of bestaat uit: - metaal; - staal - een kunststof met een elasticiteitsmodulus van 1GPa of meer, bij voorkeur 2GPa of meer.
4. Een reinigingsinrichting volgens één of meer van de voorgaande conclusies, waarbij de steunloofrol (136) geconfigureerd is om de landbouwproducten te ondersteunen in de ruimte tussen de afvoertransportinrichting (300) en de nabijgelegen transportrol (132).
5. Een reinigingsinrichting volgens één of meer van de voorgaande conclusies, waarbij de steunloofrol (136) geconfigureerd is om, in een loofrolmodus, in een tegengestelde draairichting te roteren ten opzichte van de nabijgelegen transportrol (132) zodat minstens een deel van het loof aanwezig in de stroom (10) ter hoogte van de steunloofrol (136) en de nabijgelegen transportrol (132), tussen de steunloofrol (136) en de nabijgelegen transportrol (132) vastgegrepen wordt en uit de stroom (10) verwijderd wordt.
6. Een reinigingsinrichting volgens één of meer van de voorgaande conclusies, waarbij de steunloofrol (136) geconfigureerd is om, in een transportmodus, in een zelfde draairichting te roteren als de nabijgelegen transportrol (132).
7. Een reinigingsinrichting volgens één of meer van de voorgaand conclusies, waarbij de verhouding van de respectievelijke straal van de één of meer steunrollen (132) en steunloofrol (136), ten opzichte van de straal van de nabijgelegen transportrollen (132) 50% of minder is, bijvoorbeeld 40% of minder, bij voorkeur 35% of minder.
8. Een reinigingsinrichting volgens één of meer van de voorgaande conclusies, waarbij ter hoogte van de uitvoerzijde (120) de verticale afstand tussen de bovenzijde van de afvoertransportinrichting (300) en de bovenzijde van de nabijgelegen transportrol (132) gelijk is of kleiner is dan:
- 200% van de straal van deze transportrol (132); - 100% van de straal van deze transportrol (132); - 50% van de straal van deze transportrol (132); - 200% van de straal van de steunloofrol (136); en/of - 100% van de straal van de steunloofrol (136).
9. Een reinigingsinrichting volgens één of meer van de voorgaande conclusies, waarbij: - de afstand tussen de afvoertransportinrichting (300) en de nabijgelegen transportrol (132) in het bereik ligt van 180% tot en met 400% van de straal van de steunloofrol (136), bij voorbeeld 200% tot en met 300%, bij voorkeur 210% tot en met 280%; en/of - de afstand tussen de steunloofrol (136) en respectievelijk de afvoertransportinrichting (300) en/of de nabijgelegen transportrol (132) 100% of minder van de straal van de steunloofrol (136) bedraagt, bijvoorbeeld 80% of minder, bij voorkeur 50% of minder.
10. Een reinigingsinrichting volgens één of meer van de voorgaande conclusies, waarbij: - de steunloofrol (136) en/of de één of meer steunrollen (134) in de hoogte verstelbaar zijn.
11. Een reinigingsinrichting volgens één of meer van de voorgaande conclusies, waarbij: - de steunloofrol (136) geconfigureerd is om selectief in een tegengestelde draairichting of een zelfde draairichting te roteren als de nabijgelegen transportrol (132}; - de één of meer steunrollen (134) geconfigureerd zijn om selectief in een tegengestelde draairichting of een zelfde draairichting te roteren als de nabijgelegen transportrollen (132); en - de steunloofrol (136) geconfigureerd is om te roteren volgens een geselecteerde draairichting, onafhankelijk van de draairichting van de één of meer steunrollen (134).
12. Een landbouwmachine bevattende een reinigingsinrichting (100) volgens één of meer van de voorgaande conclusies, waarbij de landbouwmachine verder bevat: - een toevoertransportinrichting (200) geconfigureerd voor de toevoer van de stroom (10) naar de invoerzijde (110) van de reinigingsinrichting (100); - een afvoertransportinrichting (300) geconfigureerd voor het afvoeren aan de uitvoerzijde (120) van de reinigingsinrichting (100) van de stroom (10) waaruit minstens gedeeltelijk grond en loof werd verwijderd, en/of waarbij de landbouwmachine (1) bevat en/of bestaat uit: - een getrokken landbouwmachine (1}; - een zelfrijdende landbouwmachine (1}; - een stationaire landbouwmachine (1); -eenlandbouwmachine of een landbouwvoertuig voor het uitvoeren van bewerkingen op een veld bij het rooien landbouwproducten zoals knolgewassen, bolgewassen en/of wortelgewassen; en/of - een landbouwmachine of een landbouwvoertuig voor het verwerken en/of transporteren van gerooide van landbouwproducten zoals knolgewassen, bolgewassen en/of wortelgewassen.
13. Een methode voor het gebruik van een reinigingsinrichting (100) volgens één of meer van de voorgaande conclusies, waarbij, in een loofrolmodus van de reinigingsinrichting (100), de steunloofrol (136) in een tegengestelde draairichting wordt geroteerd ten opzichte van de nabijgelegen transportrol (132) zodat minstens een deel van het loof aanwezig in de stroom (10) ter hoogte van de steunloofrol (136) en de nabijgelegen transportrol (132), tussen de steunloofrol (136) en de nabijgelegen (132) vastgegrepen wordt en uit de stroom (10) verwijderd wordt.
14. Een methode volgens conclusie 13, waarbij, in een transportmodus van de reinigingsinrichting (100), de steunloofrol (136) in een zelfde draairichting wordt geroteerd als de nabijgelegen transportrol (132).
15. Een methode volgens conclusie 13 of 14, waarbij - de steunloofrol (136) selectief in een tegengestelde draairichting of een zelfde draairichting wordt geroteerd als de nabijgelegen transportrol (132); - de één of meer steunrollen (134) selectief in een tegengestelde draairichting of een zelfde draairichting wordt geroteerd als de nabijgelegen transportrollen (132); en — - de steunloofrol (136) geroteerd wordt volgens een geselecteerde draairichting, onafhankelijk van de draairichting van de één of meer steunrollen (134).
Priority Applications (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE20236070A BE1032280B1 (nl) | 2023-12-27 | 2023-12-27 | Een reinigingsinrichting voor een landbouwmachine |
| DE202024107587.0U DE202024107587U1 (de) | 2023-12-27 | 2024-12-27 | Reinigungseinrichtung für eine landwirtschaftliche Maschine |
Applications Claiming Priority (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE20236070A BE1032280B1 (nl) | 2023-12-27 | 2023-12-27 | Een reinigingsinrichting voor een landbouwmachine |
Publications (2)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| BE1032280A1 BE1032280A1 (nl) | 2025-07-23 |
| BE1032280B1 true BE1032280B1 (nl) | 2025-07-28 |
Family
ID=89426709
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| BE20236070A BE1032280B1 (nl) | 2023-12-27 | 2023-12-27 | Een reinigingsinrichting voor een landbouwmachine |
Country Status (2)
| Country | Link |
|---|---|
| BE (1) | BE1032280B1 (nl) |
| DE (1) | DE202024107587U1 (nl) |
Citations (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| SU1166840A1 (ru) * | 1984-02-14 | 1985-07-15 | Украинский научно-исследовательский институт механизации и электрификации сельского хозяйства | Роликовый сепаратор |
| DE10340162A1 (de) * | 2003-09-01 | 2005-03-24 | G & W Gmbh | Rollenrost |
Family Cites Families (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE4340101A1 (de) | 1993-11-25 | 1995-06-01 | Grimme Landmaschf Franz | Vorrichtung zum Trennen von Kartoffeln von Beimengungen |
| EP2674020A1 (en) | 2012-06-15 | 2013-12-18 | Avr | Potato digger and use thereof |
| BE1028549B1 (nl) | 2020-08-18 | 2022-03-22 | Avr | Verrijdbare rooimachine voor het rooien en reinigen van knolgewassen |
-
2023
- 2023-12-27 BE BE20236070A patent/BE1032280B1/nl active IP Right Grant
-
2024
- 2024-12-27 DE DE202024107587.0U patent/DE202024107587U1/de active Active
Patent Citations (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| SU1166840A1 (ru) * | 1984-02-14 | 1985-07-15 | Украинский научно-исследовательский институт механизации и электрификации сельского хозяйства | Роликовый сепаратор |
| DE10340162A1 (de) * | 2003-09-01 | 2005-03-24 | G & W Gmbh | Rollenrost |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| DE202024107587U1 (de) | 2025-01-27 |
| BE1032280A1 (nl) | 2025-07-23 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US8635845B1 (en) | Rotary brush harvesters and methods of using the same | |
| US8499938B2 (en) | Cleaning and separation system for tubers | |
| EP0202766A2 (en) | Machine for gathering fruit or the like | |
| BE1022056B1 (nl) | Aardappelrooimachine en gebruik daarvan | |
| US3679050A (en) | Conveyor structure | |
| BE1023145B1 (nl) | Maïsoogsttoestel en maaidorser die maïsoogsttoestellen bevat | |
| CA1049797A (en) | Root crop harvester | |
| BE1032280A1 (nl) | Een reinigingsinrichting voor een landbouwmachine | |
| NL1026073C2 (nl) | Geleidings-, verdeel- en vulinrichting en werkwijze voor het gebruik daarvan. | |
| US6701702B2 (en) | Machine for mowing stalk-like crop | |
| US1351948A (en) | Potato picker or gatherer | |
| US4507911A (en) | Apparatus for harvesting and separation of produce | |
| FR2586593A1 (fr) | Machine de tri par grosseur d'objets au moins approximativement a symetrie de rotation, en particulier d'objets spheriques en vrac. | |
| US20010037636A1 (en) | Agricultural machinery incorporating improved elevator system | |
| CA1054804A (en) | Cleaner for root crop harvester conveyor | |
| BE1028549B1 (nl) | Verrijdbare rooimachine voor het rooien en reinigen van knolgewassen | |
| US4172516A (en) | Crop discharge conveyor assembly | |
| AU2020338581B2 (en) | Conveying system for a fruit harvester | |
| NL1040457C2 (nl) | Inrichting voor het inschuren van rooivruchten. | |
| US1306317A (en) | Corn-harvester | |
| NL1005757C2 (nl) | Werkwijze voor het verwijderen van loof en dergelijke van groenten, fruit, enzovoort. | |
| US1465190A (en) | Harvester | |
| BE1032948B1 (nl) | Landbouwmachine met een instelbaar reinigingssysteem voor gerooide landbouwgoederen | |
| NL1005256C1 (nl) | Reinigingssysteem wortelgewassen. | |
| US1184653A (en) | Potato-picker. |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| FG | Patent granted |
Effective date: 20250728 |