BE1032580B1 - Apparaat voor het analyseren en sorteren van dieren - Google Patents

Apparaat voor het analyseren en sorteren van dieren

Info

Publication number
BE1032580B1
BE1032580B1 BE20245254A BE202405254A BE1032580B1 BE 1032580 B1 BE1032580 B1 BE 1032580B1 BE 20245254 A BE20245254 A BE 20245254A BE 202405254 A BE202405254 A BE 202405254A BE 1032580 B1 BE1032580 B1 BE 1032580B1
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
tunnel
feedthrough
sorting
animals
image capture
Prior art date
Application number
BE20245254A
Other languages
English (en)
Other versions
BE1032580A1 (nl
Inventor
Soest Hans Van
Soest Gilles Van
Original Assignee
Vision3F Bv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Vision3F Bv filed Critical Vision3F Bv
Priority to BE20245254A priority Critical patent/BE1032580B1/nl
Priority to PCT/EP2025/061854 priority patent/WO2025229070A1/en
Publication of BE1032580A1 publication Critical patent/BE1032580A1/nl
Application granted granted Critical
Publication of BE1032580B1 publication Critical patent/BE1032580B1/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01KANIMAL HUSBANDRY; AVICULTURE; APICULTURE; PISCICULTURE; FISHING; REARING OR BREEDING ANIMALS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; NEW BREEDS OF ANIMALS
    • A01K61/00Culture of aquatic animals
    • A01K61/90Sorting, grading, counting or marking live aquatic animals, e.g. sex determination
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01KANIMAL HUSBANDRY; AVICULTURE; APICULTURE; PISCICULTURE; FISHING; REARING OR BREEDING ANIMALS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; NEW BREEDS OF ANIMALS
    • A01K29/00Other apparatus for animal husbandry
    • A01K29/005Monitoring or measuring activity

Landscapes

  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Environmental Sciences (AREA)
  • Animal Husbandry (AREA)
  • Biodiversity & Conservation Biology (AREA)
  • Zoology (AREA)
  • Biophysics (AREA)
  • Marine Sciences & Fisheries (AREA)
  • Catching Or Destruction (AREA)
  • Investigating Or Analysing Materials By Optical Means (AREA)

Abstract

De uitvinding heeft betrekking op een apparaat voor het analyseren en sorteren van dieren en bij voorkeur waterdieren, omvattende: een behuizing; een zich door de behuizing uitstrekkende tunnel, omvattende tunnelwanden, waarbij de tunnel binnen de behuizing is gepositioneerd en geconfigureerd om een individueel dier door het apparaat [de tunnel] te leiden, de tunnel omvattende: twee of meer beeldopname-eenheden die in de behuizing zijn geplaatst en die zijn geconfigureerd om beelden van de tunnel vast te leggen, waarbij elke beeldopname-eenheid een beeldopnameapparaat omvat om beelden van de tunnel vast te leggen; geconfigureerd voor het vastleggen van beelden van ten minste één gedeelte van de tunnel, waarbij de beeldopname-eenheden zijdelings achter de tunnelwanden aan tegenoverliggende laterale zijden van de tunnel zijn aangebracht, waarbij de tunnelwanden aan de laterale zijden transparant zijn; en verlichtingsmiddelen die zijn geconfigureerd om verlichting te verschaffen aan het genoemde ten minste ene gedeelte van de tunnel, waarbij de genoemde bovenste en/of onderste tunnelwand transparant is.

Description

1 BE2024/5254
APPARAAT VOOR HET ANALYSEREN EN SORTEREN VAN DIEREN
GEBIED VAN DE UITVINDING
In een eerste aspect heeft de uitvinding betrekking op een apparaat en een gebruik voor het analyseren en sorteren van dieren en bij voorkeur waterdieren.
ACHTERGROND
De landbouw, vooral in de aquacultuur, wordt geconfronteerd met een groot aantal uitdagingen die zowel de efficiëntie als de duurzaamheid ervan beïnvloeden. Hoge sterftecijfers, dure behandelingen voor ziekten en plagen, zorgen over het milieu in verband met voedselverspilling, de verwijdering van ontlasting en CO2-uitstoot, en het onvermogen om aan de toenemende mondiale vraag te voldoen, zijn belangrijke problemen. Traditionele landbouwmethoden zijn verre van duurzaam, vervuilend en niet voldoende. Bovendien moeten de gezondheid, de smaak en de algehele kwaliteit van het dier worden verbeterd. Daarnaast is er ook een groeiende behoefte aan beter dierenwelzijn in het landbouwproces. De identificatie van dieren is dus een belangrijke vereiste om de registratie van dieren, de registratie van toegestane verplaatsingen van dieren, kuddebeheer en de uitbetaling van de juiste subsidies en toelagen te vergemakkelijken, en is een essentieel hulpmiddel bij het opsporen van ziekten die van belang zijn voor de volksgezondheid en de gezondheid van dieren.
Bovendien stellen boeren en geïntegreerde voedselleveranciers, zelfs detailhandelaren, eisen aan de specifieke traceerbaarheid van hun dierlijke producten om de groeikenmerken op individuele basis te identificeren, evenals de identificatie van de voedseldieroorsprong voor de geschiedenis van voeder en voederingrediënten, ziekten en behandelingsdetails.
Bovendien is het van cruciaal belang om rekening te houden met de ESG-criteria (Environmental, Social, and Governance) en te voldoen aan de vereisten van de
Corporate Sustainability Reporting Guidelines (CSRD). Momenteel zijn de sorteerprocessen vooral gericht op afmetingen, in plaats van op gewicht, en ontbreekt verdere differentiatie, zoals op geslacht, of op onderscheid tussen snelle en langzame groeiers. Deze beperkingen belemmeren het effectieve beheer en slagen er niet in de operationele efficiëntie te optimaliseren die nodig is voor duurzame praktijken. Verbeterde sorteercriteria zijn essentieel om de duurzaamheid en traceerbaarheid van landbouwactiviteiten te verbeteren, waardoor ze meer in lijn liggen met ESG-doelstellingen en CSRD-regelgeving. Dit zou ook een betere
2 BE2024/5254 toewijzing van middelen, dierenwelzijn en productkwaliteit mogelijk maken, wat uiteindelijk zou bijdragen aan meer verantwoorde en efficiënte landbouwpraktijken.
De traditionele technieken en apparaten voor het analyseren en sorteren van dieren, vooral voor watersoorten, zijn inefficiënt omdat ze vaak te kampen hebben met beperkingen in nauwkeurigheid, snelheid en de voorzichtige omgang met de dieren.
Deze beperkingen kunnen leiden tot stress of schade aan de dieren, een verminderde verwerkingscapaciteit en onnauwkeurigheden bij het sorteren die de algehele operationele efficiëntie beïnvloeden.
Traditionele identificatiesystemen, vaak gebaseerd op (oor)merknummers [in het
Engels: (ear)-tag numbers] gekoppeld aan een computerdatabase, volgen voornamelijk apparaten die aan dieren zijn bevestigd, en niet de dieren zelf. Deze aanpak kan tot complicaties leiden, zoals het onbedoelde verlies of het frauduleus verwisselen van tags, waardoor het moeilijk wordt om een nauwkeurige identificatie te behouden. In de context van de aquacultuur is het gebruik van PIT-tags (Passive
Integrated Transponder tags) bij vissen een belangrijke procedure waarbij anesthesie betrokken is, en deze is strikt gereguleerd. Deze tags zijn kostbaar en moeten na het slachten worden verwijderd om te voorkomen dat ze in het uiteindelijke voedingsproduct achterblijven, omdat consumenten geen PIT-tag in hun zalmmaaltijd willen aantreffen. Deze methode is weliswaar nauwkeurig, maar brengt hoge kosten met zich mee en vereist invasieve procedures, wat zowel ethische als praktische problemen met zich meebrengt
Daarom is er behoefte aan een efficiëntere, niet-invasieve en duurzame oplossing voor het analyseren en sorteren van dieren, met name waterdieren, in landbouwomgevingen. De onderhavige uitvinding beoogt ten minste enkele van de hierboven genoemde problemen en nadelen op te lossen.
SAMENVATTING VAN DE UITVINDING
In een eerste aspect heeft de uitvinding betrekking op een apparaat volgens conclusie 1. Voorkeurdragende uitvoeringsvormen van het eerste aspect van de uitvinding worden beschreven in conclusies 2 tot 14.
De uitvinding heeft betrekking op een apparaat ingericht voor het analyseren en sorteren van dieren, in het bijzonder waterdieren. Het apparaat bestaat uit een behuizing met een tunnel die individuele dieren stressvrij door het apparaat leidt. De tunnel omvat een inlaat, een uitlaat, beeldopname-eenheden en
3 BE2024/5254 verlichtingsmiddelen, allemaal omsloten door een behuizing. De behuizing is een schaal of omkasting die alle componenten van het apparaat bevat. De tunnel is een door de behuizing stekende doorgang, voorzien van wanden om een individueel dier door het apparaat te geleiden. In ieder geval een deel van de tunnelwanden is transparant. De in- en uitlaat van de tunnel bepalen het begin en het einde van de tunnel. De inlaat brengt het dier in de tunnel, terwijl de uitlaat, die kan zijn voorzien van één of meer sorteermiddelen, het individuele dier sorteert. Elke beeldopname- eenheid omvat een beeldopnameapparaat en een doorvoer. Deze eenheden worden zijdelings achter de transparante tunnelwanden aan weerszijden van de tunnel aangebracht. De term doorvoer verwijst naar een gesloten ruimte die zich uitstrekt van het beeldopnameapparaat aan elke laterale zijde van de tunnel naar de wand aan de laterale zijde van de tunnel, waardoor het beeldopnameapparaat de tunnel waarneemt. Verder zijn verlichtingsmiddelen voorzien aan of achter een bovenste en/of onderste transparante tunnelwand en zijn ingericht om verlichting te verschaffen bij een gedeelte van de tunnel. Deze verlichtingsmiddelen strekken zich longitudinaal uit binnen de tunnel. Spiegels verwijzen naar reflecterende oppervlakken die kunnen worden gebruikt om een optisch pad te definiëren van de beeldopname-eenheid naar de tunnel.
Een doel van de uitvinding is het verbeteren van de nauwkeurigheid en efficiëntie van het analyseren en sorteren van dieren, in het bijzonder waterdieren.
Een doel van de uitvinding is het vergemakkelijken van de niet-invasieve monitoring van populaties van waterdieren.
Een doel van de uitvinding is het verbeteren van de nauwkeurigheid van het vastleggen van beelden in aquatische omgevingen.
Een doel van de uitvinding is het maximaliseren van de effectiviteit van de verlichting binnen het apparaat.
Een doel van de uitvinding is het optimaliseren van de stroom en beweging van dieren door de tunnel, waarbij gebruik wordt gemaakt van een ontwerp dat de dieren op natuurlijke wijze van de inlaat naar de uitlaat leidt met minimale weerstand of omleiding, waardoor stress en mogelijke verwondingen worden verminderd.
Een doel van de uitvinding is het verzekeren van de stabiliteit en betrouwbaarheid van beeldopname.
4 BE2024/5254
Een doel van de uitvinding is het verbeteren van de herhaalbaarheid en consistentie van de achtergrond in beeldopnamen.
Een doel van de uitvinding is het minimaliseren van optische vervormingen en reflecties.
Een doel van de uitvinding is het minimaliseren van de milieu-impact van het apparaat.
Een doel van de uitvinding is het verschaffen van een onderwaterapparaat dat is ontworpen voor de gedetailleerde analyse van vissen, waardoor bediening en observatie onder water wordt vergemakkelijkt.
Het doel van de uitvinding is om een veelzijdig apparaat te maken dat geschikt is voor een breed scala aan diergroottes en -typen.
In een tweede aspect betreft de uitvinding een gebruik volgens conclusie 15. Deze uitvinding brengt een revolutie teweeg in de visteelt door niet-invasieve, nauwkeurige monitoring en sortering van waterdieren mogelijk te maken, direct in hun habitat. Het verbetert de operationele efficiëntie aanzienlijk, vermindert de stress bij de dieren en levert waardevolle gegevens op voor het optimaliseren van boerderijmanagementpraktijken.
BESCHRIJVING VAN DE FIGUREN
De volgende beschrijving van de figuren van specifieke uitvoeringsvormen van de uitvinding is louter illustratief van aard en is niet bedoeld om de huidige leer, hun toepassing of gebruik te beperken. In de tekeningen geven corresponderende referentiecijfers gelijkaardige of corresponderende onderdelen en kenmerken aan.
Figuur 1 toont een perspectivisch aanzicht van een apparaat, volledig omsloten door een behuizing volgens een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding.
Figuur 2 toont een perspectivisch overzicht van het apparaat, gedeeltelijk omsloten in een behuizing volgens een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding.
Figuur 3 toont een bovenaanzicht van het apparaat, zonder behuizing volgens een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding.
Figuur 4 toont een dwarsdoorsnede van het apparaat volgens een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding.
Figuur 5 toont een uiteengenomen weergave van het apparaat volgens een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding.
Figuur 6 toont een perspectivisch aanzicht van een sorteermiddel volgens een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding. 5 Figuur 7 toont een perspectivisch aanzicht van een sorteermiddel volgens een andere uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding.
Figuur 8 toont een perspectivisch aanzicht van een apparaat volgens een andere uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding.
GEDETAILLEERDE BESCHRIJVING VAN DE UITVINDING
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een apparaat voor het analyseren en sorteren van dieren en bij voorkeur waterdieren.
Tenzij anders gedefinieerd, hebben alle termen die worden gebruikt in de beschrijving van de uitvinding, met inbegrip van technische en wetenschappelijke termen, de betekenis zoals gewoonlijk begrepen door een deskundige in het gebied waarop deze uitvinding betrekking heeft. Bij wijze van verdere begeleiding zijn termdefinities inbegrepen om de leer van de onderhavige uitvinding beter te waarderen.
Zoals hierin gebruikt, hebben de volgende termen de volgende betekenissen: ‘Een’, ‘de’ en ‘het’, zoals ze hierin worden gebruikt, omvatten zowel enkelvoudige als meervoudige referenten, tenzij de context duidelijk anders aangeeft. Bij wijze van voorbeeld verwijst ‘een compartiment’ naar één of meer compartimenten. ‘Ongeveer’ zoals hierin gebruikt, verwijzend naar een meetbare waarde zoals een parameter, een hoeveelheid, een tijdsduur en dergelijke, is bedoeld om variaties van +/- 20% of minder, bij voorkeur +/- 10% of minder te omvatten, met meer voorkeur +/- 5% of minder, met nog meer voorkeur +/- 1% of minder, en met nog meer voorkeur +/- 0,1% of minder van en vanaf de gespecificeerde waarde, voor zover dergelijke variaties geschikt zijn om uit te voeren in de geopenbaarde uitvinding. Het moet echter duidelijk zijn dat de waarde waarnaar de modificator ‘ongeveer’ verwijst, zelf ook specifiek wordt geopenbaard. ‘Omvatten’, ‘omvattende’ en ‘omvat’ en ‘bestaande uit’ zoals hier gebruikt, zijn synoniem met ‘bevatten’, ‘bevattende’ of ‘bevat’ en zijn inclusieve of open termen die de aanwezigheid specificeren van wat volgt (bijv. een component) en sluiten de
6 BE2024/5254 aanwezigheid van aanvullende, niet-genoemde componenten, kenmerken, elementen, delen, stappen, die welbekend zijn in de stand der techniek of daarin beschreven zijn, niet uit.
Verder worden de termen eerste, tweede, derde en dergelijke in de beschrijving en in de conclusies gebruikt voor het onderscheiden van gelijkaardige elementen en niet noodzakelijk voor het beschrijven van een volgorde, noch in de tijd, noch spatiaal, tenzij anders aangegeven. Het dient te worden begrepen dat de termen op die manier gebruikt onder geschikte omstandigheden verwisselbaar zijn en dat de uitvoeringsvormen van de uitvinding hierin beschreven geschikt zijn om in andere volgorde te werken dan hierin beschreven of weergegeven.
Het citeren van numerieke bereiken door eindpunten omvat alle getallen en breuken die zijn opgenomen binnen dat bereik, evenals de genoemde eindpunten.
De uitdrukking ‘gewichts%', ‘gewichtspercentage’, ‘%gew.’ of ‘gew.%', hier en in de beschrijving, tenzij anders gedefinieerd, verwijst naar het relatieve gewicht van de respectievelijke component op basis van het totale gewicht van de formulering.
Terwijl de termen ‘één of meer’ of ‘ten minste één’, zoals één of meer of ten minste één lid (leden) van een groep leden, op zich duidelijk is, omvat de term door middel van verdere toelichting onder meer een verwijzing naar een van de leden, of naar twee of meer van de leden, zoals bijvoorbeeld elke 23, 24, 25, 26 of 27 enz. van de leden, en tot alle genoemde leden.
Tenzij anders gedefinieerd, hebben alle termen die worden gebruikt in de beschrijving van de uitvinding, met inbegrip van technische en wetenschappelijke termen, de betekenis zoals gewoonlijk begrepen door een deskundige in het gebied waarop deze uitvinding betrekking heeft. Bij wijze van verdere begeleiding worden definities voor de in de beschrijving gebruikte termen inbegrepen om de leer van de onderhavige uitvinding beter te waarderen. De termen of definities die hierin worden gebruikt, zijn uitsluitend bedoeld om te helpen bij het begrijpen van de uitvinding.
Verwijzing doorheen deze specificatie naar ‘één uitvoeringsvorm’ of ‘een uitvoeringsvorm’ betekent dat een specifiek kenmerk, structuur of karakteristiek beschreven in verband met de uitvoeringsvorm is opgenomen in ten minste één uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding. Dus, verschijningen van de uitdrukkingen ‘in één uitvoeringsvorm’ of ‘in een uitvoeringsvorm’ op diverse plaatsen doorheen deze specificatie hoeven niet noodzakelijk allemaal naar dezelfde
7 BE2024/5254 uitvoeringsvorm te refereren, maar kunnen dit wel doen. Voorts, de specifieke kenmerken, structuren of karakteristieken kunnen gecombineerd worden op eender welke geschikte manier, zoals duidelijk zou zijn voor de vakman op basis van deze beschrijving, in één of meerdere uitvoeringsvormen. Voorts, terwijl sommige hierin beschreven uitvoeringsvormen sommige, maar niet andere, in andere uitvoeringsvormen inbegrepen kenmerken bevatten, zijn combinaties van kenmerken van verschillende uitvoeringsvormen bedoeld als gelegen binnen de reikwijdte van de uitvinding, en vormen deze verschillende uitvoeringsvormen, zoals zou begrepen worden door de deskundige op het vakgebied. Bijvoorbeeld, in de volgende conclusies kunnen eender welke van de beschreven uitvoeringsvormen gebruikt worden in eender welke combinatie.
De term ‘transparant’ in de context van deze uitvinding verwijst naar een attribuut van een materiaal of substantie dat licht doorlaat zodat de achterliggende objecten duidelijk kunnen worden gezien en vastgelegd door de beeldopnameapparaten die in de uitvinding worden gebruikt.
De term ‘dier’ verwijst in de context van deze uitvinding bij voorkeur naar een waterdier, bij voorkeur naar vis. Het is echter belangrijk om te benadrukken dat het apparaat niet beperkt is tot vissen alleen; het is ontworpen voor een breed scala aan dieren. Dit voorbeeld met vis dient om de specifieke functionaliteiten en voordelen van de uitvinding te benadrukken in een context waarin de kenmerken ervan volledig kunnen worden gewaardeerd. Toch zijn de onderliggende principes en mechanismen aanpasbaar en kunnen ze op verschillende andere dieren worden toegepast.
In een eerste aspect heeft de uitvinding betrekking op een apparaat voor het analyseren en sorteren van dieren en bij voorkeur waterdieren.
In het bijzonder omvat het apparaat een behuizing, een tunnel met een inlaat en uitlaat, een beeldopname-eenheid en verlichtingsmiddelen. Het apparaat werkt door een individueel dier door de tunnel te leiden, van de inlaat naar de uitlaat. Terwijl het dier door de tunnel beweegt, maken de beeldopname-eenheden er beelden van, bij voorkeur vanuit meerdere hoeken, mogelijk gemaakt door de aanwezige verlichting.
Deze beelden kunnen vervolgens worden geanalyseerd om verschillende kenmerken van het dier te bepalen, zoals grootte, vorm of specifieke kenmerken die relevant zijn voor de sorteercriteria. Bij het bereiken van de uitlaat kan het apparaat het dier sorteren op basis van de analyse die is uitgevoerd tijdens de passage door de tunnel, zoals vereist door de gebruiker. Dit apparaat biedt een stressvrije oplossing voor het analyseren en sorteren van dieren, vooral in het water levende dieren, met
8 BE2024/5254 toepassingen die potentieel variëren van onderzoek tot commerciële aquacultuur. Het ontwerp maakt niet-invasieve analyses en efficiënt sorteren mogelijk, en komt tegemoet aan de behoeften van industrieën waar dergelijke mogelijkheden essentieel zijn.
In een voorkeursuitvoeringsvorm omsluit de behuizing alle interne componenten van het apparaat zoals beschreven in de onderhavige uitvinding. De behuizing dient als structurele basis van het apparaat. Bij voorkeur is de behuizing opgebouwd uit duurzame materialen die bestand zijn tegen een wateromgeving en de operationele belastingen. De behuizing garandeert de lange levensduur en betrouwbaarheid van het apparaat. Het ontwerp vergemakkelijkt gemakkelijke toegang voor onderhoud en aanpassing van de interne componenten, terwijl de mechanismen ook worden beschermd tegen externe verontreinigingen. De behuizing kan een trapeziumvormig of taps profiel hebben, gezien in dwarsdoorsnede langs de longitudinale tunnelas. Bij voorkeur is deze rond de tunnel breder en naar de zijkanten smaller. In het geval dat het apparaat onder water wordt gebruikt, biedt de behuizing met een trapeziumvormig of taps profiel verschillende voordelen met betrekking tot hydrodynamica, structurele integriteit en accommodatie van interne componenten.
Een trapeziumvormige of taps toelopende vorm kan de stromingsweerstand aanzienlijk verminderen als water rond de behuizing stroomt. Door deze gestroomlijnde vorm kan het apparaat efficiënter werken, met minder weerstand van het water. Dit is vooral belangrijk voor apparaten die door water kunnen worden verplaatst of wanneer water actief door het apparaat stroomt, omdat hierdoor de energie die nodig is voor de werking tot een minimum wordt beperkt en ook de belasting op het verankeringssysteem van het apparaat kan worden verminderd. Het bredere gedeelte rond de tunnel zorgt voor drijfvermogen en stabiliteit, waardoor het apparaat de beoogde oriëntatie in het water behoudt. Deze stabiliteit is cruciaal voor het nauwkeurig vastleggen en analyseren van beelden, omdat het potentiële vervormingen of variaties vermindert die worden veroorzaakt door het verschuiven of kantelen van het apparaat. Ten slotte neemt de waterdruk toe met de diepte, en een taps toelopend ontwerp helpt deze druk gelijkmatiger over het oppervlak van het apparaat te verdelen.
In een voorkeursuitvoering strekt de tunnel zich door de behuizing uit en omvat tunnelwanden. De tunnel is binnen de behuizing gepositioneerd en geconfigureerd om een individueel dier door het apparaat [de tunnel] te leiden. Bij voorkeur zijn de wanden van de tunnel transparant aan de laterale zijden, waardoor observatie en beeldvorming van het dier mogelijk wordt gemaakt terwijl het er doorheen gaat. Als
9 BE2024/5254 alternatief wordt de tunnel gevormd door de beeldopname-eenheid en de verlichtingsmiddelen zelf. Dit impliceert dat genoemde componenten integraal deel uitmaken van de tunnelstructuur. Het integreren van deze componenten zou kunnen leiden tot een meer gestroomlijnd en compacter apparaat, waardoor de efficiëntie in termen van ruimte, energieverbruik en zelfs de nauwkeurigheid van het analyseren en sorteren van de dieren mogelijk wordt verbeterd, door een tussenwand te verwijderen.
Bij voorkeur omvat de tunnel een inlaat die binnen één van de wanden van de tunnel is gepositioneerd. De inlaat markeert het begin van de tunnel. Het is speciaal ontworpen om een individueel dier in de tunnel te introduceren, waardoor een soepel toegangsproces wordt gegarandeerd. Het is geconfigureerd om individuele dieren in de tunnel te introduceren, waardoor stress en mogelijk letsel tot een minimum worden beperkt. Het ontwerp van de inlaat kan worden aangepast aan verschillende diergroottes, waarbij mechanismen zoals verstelbare openingen zijn opgenomen om compatibiliteit met een breed scala aan diersoorten te garanderen.
Bij voorkeur omvat de tunnel een uitlaat die binnen één van de wanden van de tunnel is gepositioneerd. De uitlaat markeert het einde van de tunnel. De uitlaat wordt bij voorkeur aan het tegenoverliggende uiteinde van de inlaat van de tunnel geplaatst, waardoor een naadloos en direct pad voor het dier van binnenkomst tot uitgang wordt gegarandeerd. Bij voorkeur is de uitlaat uitgerust met één of meer sorteermiddelen, waarbij de sorteermiddelen zijn ingericht om het individuele dier te sorteren op basis van vooraf bepaalde criteria, die doorgaans worden geanalyseerd op basis van beelden van de beeldopname-eenheden tijdens de passage van het dier door de tunnel. Deze configuratie verbetert de nauwkeurigheid van het apparaat bij het sorteren en zorgt ervoor dat elk dier nauwkeurig wordt gecategoriseerd volgens de gewenste criteria. Sorteermiddelen zijn verantwoordelijk voor het sorteerproces van het individuele dier na de analyse.
Bij voorkeur zijn twee of meer beeldopname-eenheden binnen de behuizing gepositioneerd en geconfigureerd om beelden vast te leggen van een gedeelte van de tunnel, met meer voorkeur van de gehele lengte van de tunnel. De beeldopname- eenheden bevinden zich doorgaans zijdelings achter de transparante tunnelwanden, waardoor een duidelijk zicht op de tunnel mogelijk is. Deze opstelling vergemakkelijkt een uitgebreide analyse van de kenmerken van het dier, aangezien er beelden van het dier worden vastgelegd terwijl het ten minste één gedeelte van de tunnel doorkruist. Deze eenheden zijn strategisch aan weerszijden van de tunnel geplaatst
10 BE2024/5254 om uitgebreide dekking en optimale beeldkwaliteit te garanderen. De symmetrische plaatsing van deze eenheden maakt het bovendien mogelijk om beelden vanuit verschillende hoeken vast te leggen, waardoor een completere en nauwkeurigere weergave van het dier wordt verkregen. Als alternatief kan het ontwerp worden vereenvoudigd door het opnemen van een enkele beeldopname-eenheid. Deze wijziging heeft tot doel de complexiteit van het apparaat te stroomlijnen, waardoor de productiekosten en onderhoudsvereisten mogelijk worden verlaagd.
Bij voorkeur omvat elke beeldopname-eenheid een beeldopnameapparaat, zoals een camera met hoge resolutie, die in staat is beelden vast te leggen van ten minste één gedeelte van de tunnel. Deze opstelling maakt de gedetailleerde analyse van fysieke kenmerken mogelijk, waardoor nauwkeurig sorteren op basis van vooraf bepaalde criteria mogelijk wordt. Het beeldopnameapparaat wordt bij voorkeur aan het smallere uiteinde van de doorvoer gepositioneerd. Vooraf gedefinieerde criteria of kenmerken kunnen bijvoorbeeld zijn: grootte en lengte, soortidentificatie, kleur en patroon, zwemgedrag, externe gezondheidsindicatoren, geslacht, volwassenheidsfase. Als alternatief omvat slechts één beeldopname-eenheid een beeldopnameapparaat. De apparaten kunnen ook worden uitgerust met functies zoals instelbare focus en zoommogelijkheden, die hun beeldprestaties verder verbeteren.
Bij voorkeur zijn verlichtingsmiddelen aan of achter een bovenste en/of onderste tunnelwand aangebracht en binnen de behuizing gepositioneerd. Om duidelijke beelden te verkrijgen zijn verlichtingsmiddelen nodig. De verlichtingsmiddelen zijn geconfigureerd om verlichting te verschaffen aan het genoemde ten minste ene gedeelte van de tunnel, waarbij de genoemde bovenste en/of onderste tunnelwand transparant is. Om de beeldopname-eenheden te ondersteunen, omvat het apparaat verlichtingsmiddelen die zijn geconfigureerd om consistente, optimale verlichtingsomstandigheden in de tunnel te bieden. De verlichtingsmiddelen zijn zorgvuldig gekalibreerd om de beeldkwaliteit te verbeteren zonder ongemak of schade aan de dieren te veroorzaken. De positionering en configuratie van deze verlichtingsmiddelen zorgen ervoor dat het te observeren tunnelgedeelte goed verlicht is, waardoor de kwaliteit van de beelden die door de beeldopname-eenheden worden vastgelegd, wordt verbeterd. Dit alles zorgt ervoor dat het beeldopnameapparaat beelden van hoge kwaliteit kan vastleggen die nodig zijn voor nauwkeurige analyse en sortering. Een slechte beeldkwaliteit kan leiden tot foutieve analyseresultaten, waardoor de betrouwbaarheid van de verkregen informatie wordt
11 BE2024/5254 aangetast en mogelijk kan leiden tot ongepaste acties met betrekking tot het individuele dier.
Volgens een verdere of alternatieve uitvoeringsvorm omvatten de transparante tunnelwanden een materiaal dat is gekozen uit een lijst van: polymethyImethacrylaat (PMMA), polycarbonaat, polyethyleentereftalaatglycol (PETG), polyvinylchloride (PVC), cyclisch olefinecopolymeer, glas of combinaties daarvan.
Materialen zoals PMMA, polycarbonaat en glas zijn gekozen vanwege hun hoge optische helderheid, waardoor de beeldopname-eenheden heldere, gedetailleerde beelden kunnen verkrijgen van de dieren in de tunnel. Deze helderheid is cruciaal voor een nauwkeurige analyse en sortering. Bovendien kunnen PMMA en polycarbonaat worden gekozen vanwege hun weerstand tegen UV-licht en hun vermogen om de transparantie te behouden zonder na verloop van tijd te vergelen.
Dit is vooral belangrijk voor apparaten die buitenshuis worden gebruikt of in omgevingen met aanzienlijke UV-blootstelling. Polycarbonaat en PETG staan bekend om hun uitzonderlijke duurzaamheid en slagvastheid, waardoor ze geschikt zijn voor omgevingen waar het apparaat onderhevig kan zijn aan mechanische belasting of waar veiligheid van het allergrootste belang is. PVC en cyclisch olefinecopolymeer bieden uitstekende chemische bestendigheid, wat belangrijk is in omgevingen waar de wanden kunnen worden blootgesteld aan agressieve schoonmaakmiddelen, chemicaliën of corrosieve stoffen. Dit garandeert de lange levensduur en het behoud van de integriteit van het apparaat in de loop van de tijd. Bepaalde materialen zoals
PETG en PVC bieden flexibiliteit en zijn gemakkelijker te vervaardigen in complexe vormen of op maat gemaakte ontwerpen. Hierdoor kunnen tunnels worden gecreëerd die precies voldoen aan de specificaties van het apparaat of die innovatieve functies bevatten om de functionaliteit ervan te verbeteren. Verschillende materialen hebben een verschillende mate van tolerantie voor temperatuurveranderingen. Glas en bepaalde soorten polymeren zijn bijvoorbeeld bestand tegen hogere temperaturen, waardoor ze geschikt zijn voor toepassingen waarbij het apparaat aan hitte kan worden blootgesteld. Het gebruik van combinaties van deze materialen maakt het mogelijk om de tunnelwanden aan te passen om specifieke eigenschappen te verkrijgen, zoals verbeterde optische helderheid, duurzaamheid of chemische bestendigheid, afgestemd op de unieke behoeften van elke toepassing.
Volgens een verdere of alternatieve uitvoeringsvorm zijn de transparante tunnelwanden vervaardigd uit minimaal 50% PMMA, bij voorkeur minimaal 60%
PMMA, met meer voorkeur minimaal 70% PMMA, met nog meer voorkeur minimaal
12 BE2024/5254 80% PMMA, met nog meer voorkeur minimaal 90% PMMA, met nog meer voorkeur ten minste 95% PMMA. Met name de transparante tunnelwanden bestaan voor circa 100% uit PMMA. PMMA heeft een uitzonderlijke optische helderheid en overtreft veel glassoorten. Deze eigenschap is cruciaal voor beeldvorming- en observatiedoeleinden in de tunnel, zodat de beelden die door de camera’s van het apparaat worden vastgelegd zo duidelijk en gedetailleerd mogelijk zijn. Bij voorkeur wordt gegoten
PMMA gebruikt, in plaats van geëxtrudeerd, vanwege de ongeëvenaarde optische helderheid. Vergeleken met glas biedt PMMA superieure duurzaamheid en slagvastheid. Deze kwaliteit is vooral waardevol in omgevingen waar het apparaat onderhevig kan zijn aan mechanische belastingen of waar de veiligheid en integriteit van de tunnel in de loop van de tijd moeten worden gewaarborgd. Bovendien is PMMA aanzienlijk lichter dan glas, wat bijdraagt aan het algehele lichtgewicht ontwerp van het apparaat. Deze eigenschap kan vooral gunstig zijn voor draagbare apparaten of voor die waarbij het minimaliseren van het gewicht cruciaal is voor operationele efficiëntie of installatiegemak. PMMA vertoont ook een goede weerstand tegen een verscheidenheid aan chemicaliën, waardoor het een ideale keuze is voor gebruik in omgevingen waar de tunnel kan worden blootgesteld aan corrosieve stoffen of waar strikte hygiënenormen frequente reiniging met chemische middelen vereisen. Ten slotte is PMMA relatief eenvoudig te fabriceren en in complexe vormen te gieten, waardoor de tunnelwanden kunnen worden aangepast aan specifieke ontwerpvereisten of om functies te integreren die de functionaliteit van het apparaat vergroten, zoals geïntegreerde lenzen [in het Engels: integrated lensing] voor verbeterde beeldvorming.
Even belangrijk is dat de brekingsindex van PMMA een goede benadering is van die van water (meer nog dan bijvoorbeeld gewoon glas), waardoor de breking die zou optreden, waardoor de vastgelegde beelden zouden kunnen worden vervormd, wordt verminderd. Dergelijke vervormingen in afbeeldingen zijn vaak moeilijk via algoritmen te verwerken en zouden de verwerkingstijd die nodig is om de afbeeldingen te analyseren vergroten, wat moet worden vermeden.
Volgens een verdere of alternatieve uitvoeringsvorm zijn de tunnelwanden aan de laterale zijden van de tunnel vlak. Vlakke wanden zorgen ervoor dat de beelden die worden vastgelegd door de laterale beeldopname-eenheden vrij zijn van vervorming die kan worden veroorzaakt door gebogen oppervlakken. Dit is cruciaal voor een nauwkeurige analyse, omdat het nauwkeurige meting en evaluatie van de kenmerken van de dieren in de tunnel mogelijk maakt zonder de noodzaak van complexe correctiealgoritmen. Vlakke wanden zijn over het algemeen gemakkelijker te
13 BE2024/5254 vervaardigen en met precisie te monteren in vergelijking met gebogen of onregelmatig gevormde constructies. Deze eenvoud strekt zich uit tot onderhoud en reiniging, omdat vlakke oppervlakken doorgaans beter toegankelijk zijn en gemakkelijker schoon te houden zijn, waardoor het apparaat na verloop van tijd hygiënisch en functioneel blijft. Deze duurzaamheid is cruciaal voor het behoud van de integriteit van de tunnel en de veiligheid van de dieren die geanalyseerd worden.
Bovendien kan een eenvoudig, vlak ontwerp ervoor zorgen dat dieren soepel door de tunnel bewegen zonder te worden omgeleid of afgeremd door onregelmatigheden in het wandoppervlak. Deze soepele voortgang is essentieel voor het minimaliseren van stress bij de dieren en voor het handhaven van een consistente stroom individuele dieren door het apparaat voor analyse en sortering. In combinatie met verlichtingsmiddelen faciliteren de vlakke oppervlakken ook een uniforme verlichting over de tunnel, waardoor schaduwen en lichte vlekken die de beeldkwaliteit zouden kunnen verstoren worden geminimaliseerd. Deze consistente verlichting is essentieel voor betrouwbare beeldanalyse en zorgt ervoor dat kenmerken van de dieren duidelijk zichtbaar zijn en nauwkeurig worden weergegeven in de vastgelegde beelden.
Volgens een verdere of alternatieve uitvoeringsvorm kan de inlaat een regelbaar instelbaar diafragmamechanisme omvatten, geconfigureerd om een grootte van een inlaatopening van de inlaat aan te passen. Het diafragma is bij voorkeur opblaasbaar, omdat dit een genuanceerde controle over de opening van de inlaat biedt. Door de verstelbare inlaatopening is het apparaat geschikt voor een breed scala aan dierengroottes en -vormen, waardoor het apparaat zeer veelzijdig en toepasbaar is op diverse soorten. Door een nauwkeurige aanpassing van de inlaatopening mogelijk te maken, minimaliseert het mechanisme stress en mogelijke schade voor de dieren wanneer ze in de tunnel worden geïntroduceerd. Een opblaasbaar diafragma kan voorzichtig worden uitgezet of samengetrokken om nauw aan te sluiten bij de grootte van het dier, waardoor het risico op letsel en stress die gepaard gaan met het sorteerproces wordt verminderd, en bovendien de noodzaak van scherpe randen aan het diafragma wordt vermeden. Het regelbaar verstelbare diafragmamechanisme stroomlijnt het sorteer- en analyseproces door zich snel aan te passen aan de behoeften van elk dier, zonder dat handmatige aanpassingen of het veranderen van fysieke componenten nodig zijn. Deze efficiëntie is vooral voordelig in omgevingen waar tjd en nauwkeurigheid van essentieel belang zijn, zoals sorteerfaciliteiten met hoge doorvoer of onderzoek studies met grote steekproefomvang. Bovendien vermindert het gebruik van een opblaasbaar diafragma om de grootte van de inlaatopening aan te passen de mechanische slijtage die gepaard gaat met
14 BE2024/5254 mechanische aanpassingsmechanismen. Deze ontwerpkeuze leidt tot lagere onderhoudsvereisten en een langere levensduur van de apparatuur, wat bijdraagt aan de algehele kosteneffectiviteit en betrouwbaarheid van het apparaat. Het verstelbare diafragmamechanisme kan handmatig of automatisch worden bediend.
Het diafragmamechanisme kan een sensor bevatten die de grootte van het naderende dier detecteert. Het mechanisme is gemaakt van duurzaam, bij voorkeur waterbestendig materiaal dat bestand is tegen de zware omstandigheden van een aquacultuuromgeving. Het mechanisme is gemaakt van een materiaal dat niet giftig en veilig is voor het dier. Een alternatief is een poort met variabele opening, die gebruik maakt van verstelbare lamellen voor nauwkeurige controle, wat duurzaamheid en een potentieel snellere aanpassingsreactie biedt. Een andere optie is het op schroeven gebaseerde verstelmechanisme voor een hoge betrouwbaarheid en een nauwkeurige controle over de openingsgrootte. Een elektromechanisch irisdiafragma, omvattende cameratechnologie, kan dankzij de overlappende platen snelle en nauwkeurige aanpassingen mogelijk maken en naadloos worden geïntegreerd met geautomatiseerde systemen voor efficiëntie. Er kan ook een flexibele kraag of ring met actuatoren worden gebruikt, waarbij gebruik wordt gemaakt van hydraulische, pneumatische of elektronische actuatoren om de grootte van de inlaat voorzichtig aan te passen, waardoor dit een ideale keuze is om de stress bij de dieren te verminderen.
Volgens een verdere of alternatieve uitvoeringsvorm is de uitlaat voorzien van één of meer sorteermiddelen. De sorteermiddelen zijn ingericht om het individuele dier te sorteren. De één of meerdere sorteermiddelen worden gekozen uit een lijst van: een omleidklep, een pneumatische omleider, een waterstroomomleider, een mechanische poort, een roterende omleider, een elektromechanische sorteerder of combinaties daarvan. Dit gevarieerde assortiment sorteermiddelen is geselecteerd vanwege hun duidelijke voordelen en geschiktheid voor verschillende operationele scenario’s. De omleidklep valt op door zijn vermogen om de stroom snel om te leiden, waardoor hij ideaal is voor snelle sorteerbewerkingen. Pneumatische omleiders bieden nauwkeurige controle met minimale mechanische slijtage, waardoor de betrouwbaarheid en levensduur worden verbeterd. Waterstroomomleiders maken gebruik van de natuurlijke beweging van water om dieren voorzichtig te geleiden, waardoor stress en mogelijke schade tot een minimum worden beperkt. Mechanische poorten, bekend om hun robuustheid, bieden een duurzame oplossing voor het fysiek scheiden van personen op basis van grootte of andere criteria. Roterende omleiders zorgen voor flexibiliteit en efficiëntie, en kunnen dieren naar meerdere uitgangen leiden voor gedetailleerde categorisatie. Elektromechanische sorteerders combineren
15 BE2024/5254 de precisie van elektronische besturing met mechanische actie en bieden ongeëvenaarde nauwkeurigheid en aanpasbaarheid bij het sorteren op basis van complexe parameters. Deze opties zijn zorgvuldig gekozen om ervoor te zorgen dat het sorteerproces niet alleen effectief is, maar ook kan worden aangepast aan verschillende vereisten, van de voorzichtige omgang met delicate soorten tot de efficiënte verwerking van grote volumes. De unieke kenmerken van elk mechanisme dragen bij aan een zeer veelzijdig en betrouwbaar sorteersysteem, dat kan voldoen aan de uiteenlopende behoeften van dieranalyse- en sorteertoepassingen. Als alternatief zijn de sorteermiddelen direct in de behuizing verwerkt.
Volgens een verdere of alternatieve uitvoeringsvorm zijn de beeldopname-eenheden in hoofdzaak symmetrisch aangebracht aan de tegenoverliggende laterale zijden van de tunnel. Het plaatsen van de beeldopname-eenheden in een in hoofdzaak symmetrische opstelling aan weerszijden van de tunnel biedt verschillende belangrijke voordelen voor de analyse en sortering van dieren, met name bij het garanderen van hoogwaardige data-acquisitie en het verbeteren van de operationele efficiëntie van het apparaat. Symmetrie in de plaatsing zorgt ervoor dat de verlichting en het perspectief aan beide zijden van de tunnel in balans zijn. Deze balans is cruciaal voor het vastleggen van duidelijke, consistente beelden van de tunnel, en dus van de dieren, vanuit meerdere hoeken. Hierdoor worden schaduwen en reflecties geminimaliseerd die belangrijke details of kenmerken kunnen verbergen.
Doordat de beeldopname-eenheden aan beide zijden zijn geplaatst, kan het systeem een uitgebreider beeld krijgen van de tunnel, en dus van het dier in de tunnel. Dit dubbelzijdige perspectief maakt een nauwkeurigere analyse mogelijk van de grootte, vorm en andere kenmerken van het dier die essentieel zijn voor het sorteren. Het maakt de detectie mogelijk van kenmerken die mogelijk niet vanaf één kant zichtbaar zijn, waardoor een grondigere beoordeling wordt gegarandeerd. Door tegelijkertijd beelden van beide kanten vast te leggen, kan het systeem dieren sneller analyseren dan wanneer het zou moeten vertrouwen op een enkele beeldopname-eenheid of op opeenvolgende opnames. Het snel en efficiënt vastleggen van beelden betekent ook dat dieren minder tijd in de tunnel doorbrengen, waardoor stress en de kans op schade worden verminderd. Deze overweging is vooral belangrijk voor kwetsbare waterdieren, voor wie langdurige blootstelling aan stressvolle omstandigheden tot gezondheidsproblemen kan leiden. Bovendien draagt de symmetrische plaatsing bij aan de betrouwbaarheid van het systeem door redundantie te bieden. Als één eenheid uitvalt of een onduidelijk beeld vastlegt, kan de andere eenheid nog steeds waardevolle gegevens leveren, waardoor het analyse- en sorteerproces zonder noemenswaardige onderbrekingen kan doorgaan. Als het dier zich bijvoorbeeld dicht
16 BE2024/5254 bij een van de laterale tunnelwanden bevindt, kan dit de kwaliteit van het ene beeld negatief beïnvloeden, maar de kwaliteit van het andere beeld verbeteren.
Volgens een verdere of alternatieve uitvoeringsvorm omvat elke beeldopname- eenheid een beeldopnameapparaat die is geconfigureerd om beelden van de tunnel vast te leggen, waarbij elk beeldopnameapparaat wordt gekozen uit een lijst van digitale camera’s met hoge resolutie, complementaire metaaloxide-halfgeleider (CMOS) camera's, lading gekoppeld apparaat (CCD) camera’s, infraroodcamera's, 3D-camera's of microscopische camera's.
Bij voorkeur wordt gekozen voor digitale camera’s met hoge resolutie, aangezien deze de meest gebruikelijke keuze zijn voor het vastleggen van gedetailleerde beelden. Camera's met hoge resolutie kunnen de fijne details vastleggen van dieren die door de tunnel gaan, wat essentieel is voor nauwkeurige analyse en sortering. Ze zijn veelzijdig en bieden een reeks instellingen die kunnen worden aangepast aan de specifieke behoeften van de analyse, zoals sluitertijd, diafragma en ISO- gevoeligheid.
Bij voorkeur wordt gekozen voor CMOS-camera's, omdat deze geschikt zijn voor snelle beeldopname, waardoor ze ideaal zijn voor het analyseren van snel bewegende dieren. Ze bieden een uitstekende beeldkwaliteit, een laag stroomverbruik en de mogelijkheid om beelden vast te leggen met hoge framesnelheden, wat cruciaal is voor het vastleggen van duidelijke beelden van bewegende dieren.
Bij voorkeur wordt voor CCD-camera’s gekozen, omdat deze bekend staan om hun uitzonderlijke beeldkwaliteit en gevoeligheid, waardoor ze geschikt zijn voor omstandigheden met weinig licht. Hoewel ze doorgaans met lagere framesnelheden werken dan CMOS-camera’s en duurder kunnen zijn, leveren ze beelden van hoge kwaliteit met minder ruis, wat gunstig is voor gedetailleerde analyses.
Bij voorkeur worden infraroodcamera’s geselecteerd vanwege hun vermogen om dieren te analyseren zonder hun gedrag te beïnvloeden door blootstelling aan zichtbaar licht. Deze camera's blijken van onschatbare waarde in omgevingen met weinig licht of bij het bestuderen van nachtelijke soorten, waardoor de continue werking van het apparaat wordt vergemakkelijkt en tegelijkertijd wordt gegarandeerd dat de dieren ongestoord blijven.
Bij voorkeur worden 3D-camera’s gekozen vanwege hun vermogen om uitgebreide diepte-informatie vast te leggen naast visuele beelden, waardoor ingewikkelde
17 BE2024/5254 details over de vorm en het volume van de dieren worden verkregen. Dergelijke gedetailleerde gegevens zijn uitzonderlijk nuttig voor sorteerdoeleinden, vooral bij het differentiëren van dieren op basis van grootte of lichaamssamenstelling.
Voorkeur gaat uit naar microscopische onderwatercamera’s voor kleine of jonge dieren, microscopische camera’s kunnen de minuscule details vastleggen die nodig zijn voor specifieke soorten analyse. Deze camera's zijn ontworpen voor integratie met microscopische optica en bieden vergrotingsmogelijkheden voor gedetailleerde onderzoeken.
Volgens een verdere of alternatieve uitvoeringsvorm is elke beeldopname-eenheid gepositioneerd en georiënteerd voor beeldopname van een vooraf gedefinieerde zone in de tunnel. Door zich te concentreren op vooraf gedefinieerde zones kunnen de beeldopnameapparaten van de beeldopname-eenheden beelden van hoge kwaliteit vastleggen van specifieke interessegebieden binnen de tunnel. Deze gerichte aanpak zorgt ervoor dat de meest relevante kenmerken van de passerende dieren worden vastgelegd voor analyse, zoals het identificeren van markeringen, grootte-metingen of specifieke anatomische kenmerken. Door de beeldopnameapparaten zo te positioneren dat ze zich op vooraf gedefinieerde zones richten, kunnen de verlichtingsomstandigheden binnen die gebieden worden geoptimaliseerd. Dit kan de helderheid en kwaliteit van de vastgelegde beelden aanzienlijk verbeteren, waardoor schaduwen, schittering en reflecties worden verminderd die anders de beeldanalyse in gevaar zouden kunnen brengen. Focussen op vooraf gedefinieerde zones helpt bij het efficiënt benutten van de middelen van het apparaat. Het minimaliseert de hoeveelheid gegevens die moet worden verwerkt en opgeslagen, waarbij de reken- en opslagcapaciteit wordt geconcentreerd op waardevolle beeldopnamen. Dit kan leiden tot snellere verwerkingstijden en lagere operationele kosten. Met beeldopname-eenheden die op specifieke zones zijn gericht, kan het apparaat een grotere nauwkeurigheid bereiken bij het analyseren van de dieren. Deze precieze focus maakt gedetailleerde beoordelingen van de kenmerken van de dieren mogelijk, wat leidt tot een nauwkeurigere sortering op basis van de vooraf gedefinieerde criteria. Door bijvoorbeeld te focussen op een zone waar de lichaamsgrootte het beste kan worden beoordeeld, kan de op grootte gebaseerde sorteernauwkeurigheid worden verbeterd. Dankzij deze configuratie kan het apparaat worden aangepast aan verschillende soorten en maten dieren. Door de vooraf gedefinieerde zones aan te passen aan de soort die wordt geanalyseerd, kan het apparaat een hoge nauwkeurigheid en effectiviteit behouden voor een breed scala aan diersoorten en - groottes, waardoor de veelzijdigheid wordt vergroot. Het oriënteren van de camera’s
18 BE2024/5254 op vooraf gedefinieerde zones zorgt voor consistentie in de gegevens die in de loop van de tijd worden verzameld, wat cruciaal is voor longitudinale onderzoeken en kwaliteitscontroleprocessen. Consistente gegevensverzameling vergemakkelijkt de vergelijking van datasets en het volgen van veranderingen of trends in de kenmerken van de dieren.
Met meer voorkeur omvat de vooraf gedefinieerde zone waarop elke beeldopname- eenheid zich richt de gehele lengte van de tunnel. Deze aanpak zorgt ervoor dat gedetailleerde beelden van de dieren worden vastgelegd vanaf het moment dat ze de tunnel binnenkomen tot het moment dat ze de tunnel verlaten. Het vastleggen van beelden over de gehele lengte van de tunnel garandeert dat geen enkel deel van het dier ongedocumenteerd blijft. Deze volledige dekking is cruciaal voor een grondige analyse, waardoor elk aspect van de grootte, vorm, gedrag en andere kenmerken van het dier kan worden geobserveerd en vastgelegd terwijl het door het apparaat beweegt. Omdat de gehele lengte van de tunnel de vooraf gedefinieerde zone is, kan het apparaat uitgebreidere gegevens over elk dier verzamelen. Deze diepte en breedte van de gegevens vergroten de nauwkeurigheid van de analyse, waardoor verfijndere sorteercriteria en verbeterde besluitvorming op basis van uitgebreide informatie mogelijk zijn.
Volgens een verdere of alternatieve uitvoeringsvorm omvat elke beeldopname- eenheid een gesloten doorvoer die zich uitstrekt van het beeldopnameapparaat naar de wand aan de laterale zijde van de tunnel, via welke doorvoer het beeldopnameapparaat de tunnel waarneemt. De doorvoer fungeert als een beschermende barrière tussen het beeldopnameapparaat en de tunnel, wat vooral nuttig kan zijn in wateromgevingen of andere omgevingen waar vocht, vuil of andere potentiële verontreinigingen aanwezig zijn. Deze bescherming helpt de levensduur van het beeldopnameapparaat te verlengen en de prestaties ervan in de loop van de tijd te behouden. Het gesloten ontwerp van de doorvoer minimaliseert de impact van externe omgevingsfactoren, zoals veranderingen in het omgevingslicht of de aanwezigheid van externe objecten die het beeldopnameproces kunnen verstoren.
Deze isolatie zorgt ervoor dat de omstandigheden binnen de doorvoer consistent blijven, waardoor de betrouwbaarheid van de vastgelegde beelden verder wordt verbeterd.
Volgens een verdere of alternatieve uitvoeringsvorm omvat de doorvoer een basisgedeelte dat is aangebracht op de wand aan de laterale zijde van de tunnel en taps toeloopt in de richting van het beeldopnameapparaat, waarbij de doorvoer bij
19 BE2024/5254 voorkeur piramidevormig is. Door taps toe te lopen naar het beeldopnameapparaat beperkt de doorvoer het gezichtsveld tot een specifiek interessegebied binnen de tunnel. Dit zorgt ervoor dat het beeldopnameapparaat alleen de meest relevante informatie vastlegt, waardoor de efficiëntie van de gegevensverzameling en -analyse wordt verbeterd door zich te concentreren op de gebieden waar de aanwezigheid van dieren het meest waarschijnlijk significant is. Het opnemen van een gesloten doorvoer die zich uitstrekt van het beeldopnameapparaat aan elke laterale zijde van de tunnel naar de wand aan dezelfde kant verbetert het ontwerp en de functionaliteit van het apparaat voor het analyseren en sorteren van dieren aanzienlijk. Deze configuratie, in het bijzonder wanneer de doorvoer in een piramidevorm toeloopt in de richting van het beeldopnameapparaat, is specifiek ontworpen om de horizontale oriëntatie te optimaliseren, waarbij de zijdelingse verkleining van de diameter vanaf het basisgedeelte bij de tunnelwand naar het beeldopnameapparaat wordt benadrukt. De specifieke hoek van de tapsheid kan variëren afhankelijk van factoren zoals de grootte en soort van het dier, en het type beeldopnameapparaat dat wordt gebruikt. Als het apparaat bedoeld is voor gebruik in een wateromgeving, biedt de doorvoer waterdichte mogelijkheden en hoogwaardige beeldvorming. De doorvoer is gebouwd om de uitdagingen van onderwatergebruik te weerstaan, inclusief druk, corrosie en verlichtingsomstandigheden.
Bij voorkeur loopt de doorvoer taps toe in het horizontale vlak. Het ‘horizontale vlak’ verwijst in deze context naar een plat, tweedimensionaal oppervlak dat zich van links naar rechts en van voren naar achteren uitstrekt, evenwijdig aan de grond. Deze oriëntatie staat in contrast met het verticale vlak, dat zich naar boven en naar beneden uitstrekt, loodrecht op de grond. Wanneer de doorvoer taps toeloopt in het horizontale vlak, betekent dit dus dat de diameter van de doorvoer afneemt vanaf het basisgedeelte dat is bevestigd aan de tunnelwand naar het beeldopnameapparaat in een richting die evenwijdig is aan de grond. De horizontale tapsheid binnen de doorvoer speelt een cruciale rol bij het verbeteren van de functionaliteit van het beeldopnameapparaat. Dit ontwerp zorgt ervoor dat een geconcentreerde lichtbundel daar waar nodig wordt gericht op de tunnel waar de dieren zich verplaatsen. Dit ontwerp is optimaal voor het vastleggen van scherpe, gedetailleerde beelden door de laterale lichtverstrooiing aanzienlijk te verminderen. Het elimineert effectief veelvoorkomende problemen zoals schittering en reflecties, die de helderheid van de beelden negatief kunnen beïnvloeden. Bovendien is het van cruciaal belang om het beeldvormingsgebied te isoleren van externe omgevingsfactoren, zoals veranderingen in de omgevingsverlichting of mogelijke obstructies. Deze isolatie zorgt voor een consistente, gecontroleerde omgeving binnen de doorvoer, wat
20 BE2024/5254 essentieel is voor het verkrijgen van betrouwbare en hoogwaardige beelden die nauwkeurig de kenmerken van de geanalyseerde dieren weergeven. Bovendien is het ontwerp van de basis van de doorvoer, waar deze de tunnelwand raakt, aanpasbaar om verschillende tunnelafmetingen en -vormen te ondersteunen. Deze veelzijdigheid is de sleutel tot het aanpassen van het apparaat aan verschillende operationele contexten, waardoor de bruikbaarheid en efficiëntie bij het vastleggen en analyseren van gedetailleerde beelden van passerende dieren verder wordt vergroot.
Volgens een verdere of alternatieve uitvoeringsvorm is elke doorvoer gevuld met een medium, waarbij het medium wordt gekozen uit een lijst van water, gedemineraliseerd water, zuurstofgas, stikstofgas, argongas, heliumgas, xenongas, zwavelhexafluoride of combinaties daarvan. In het bijzonder omvat het medium zuurstofgas en stikstofgas. Dit verbetert de functionaliteit en effectiviteit van de beeldopname-eenheden binnen het analyse- en sorteerapparaat aanzienlijk. De media worden gekozen vanwege hun optische eigenschappen, die de helderheid en kwaliteit van de door het apparaat vastgelegde beelden kunnen verbeteren. Water en gedemineraliseerd water hebben bijvoorbeeld brekingsindices die vervorming kunnen minimaliseren bij het vastleggen van beelden via de doorvoer, waardoor de vastgelegde beelden zo helder en nauwkeurig mogelijk zijn. Gassen zoals helium en argon kunnen worden gebruikt om een omgeving te creëren met minimale optische interferentie, waardoor de beeldscherpte wordt verbeterd. Verschillende media kunnen invloed hebben op de manier waarop licht door de doorvoer naar het beeldopnameapparaat reist. Door het medium zorgvuldig te selecteren, is het mogelijk om de snelheid en richting van het licht te regelen, waardoor aberraties worden verminderd en het licht effectiever op het onderwerp wordt scherpgesteld.
Deze controle is cruciaal voor uiterst nauwkeurige beeldvorming, vooral bij het analyseren van fijne details of subtiele kenmerken van de dieren. Bovendien kan het vullen van de doorvoeren met deze media de beeldopnameapparaten ook beschermen tegen externe factoren, zoals stof, vocht en direct contact met water, vooral in omgevingen waar het apparaat kan worden blootgesteld aan zware of corrosieve omgevingen. Gassen zoals stikstof kunnen een inerte atmosfeer creëren die oxidatie en afbraak van gevoelige componenten voorkomt. Sommige media kunnen het contrast en de resolutie van de vastgelegde beelden verbeteren. Dichtere gassen zoals xenon kunnen bijvoorbeeld het contrast tussen verschillende delen van het onderwerp vergroten, waardoor het gemakkelijker wordt onderscheid te maken tussen subtiele kenmerken. Deze verbetering is cruciaal voor nauwkeurige analyse en sortering op basis van gedetailleerde morfologische criteria. Het gebruik van gedemineraliseerd water kan dus de voorkeur verdienen voor toepassingen die een
21 BE2024/5254 zeer hoge optische zuiverheid vereisen, terwijl gassen zoals xenon of zwavelhexafluoride kunnen worden gekozen vanwege hun specifieke brekings- of beschermende eigenschappen.
Volgens een verdere of alternatieve uitvoeringsvorm is elke doorvoer gevuld met een medium, waarbij het medium ten minste 50 vol®%, met meer voorkeur ten minste 60 vol%, met nog meer voorkeur ten minste 70 vol%, met nog meer voorkeur ten minste 80 vol%, met nog meer voorkeur ten minste 90 vol%, met nog meer voorkeur ten minste 95 vol%, met nog meer voorkeur ten minste 98 vol%, met nog meer voorkeur ten minste 99 vol% en in het bijzonder ongeveer 100 vol% zuurstofgas omvat.
Volgens een verdere of alternatieve uitvoeringsvorm is elke doorvoer gevuld met een medium, waarbij het medium ten minste 50 vol®%, met meer voorkeur ten minste 60 vol%, met nog meer voorkeur ten minste 70 vol%, met nog meer voorkeur ten minste 80 vol%, met nog meer voorkeur ten minste 90 vol%, met nog meer voorkeur ten minste 95 vol%, met nog meer voorkeur ten minste 98 vol%, met nog meer voorkeur ten minste 99 vol% en in het bijzonder ongeveer 100 vol% stikstofgas omvat.
Volgens een uitvoeringsvorm is het apparaat ontworpen om een in hoofdzaak gelijke gemiddelde dichtheid te hebben als het water waarin deze is ondergedompeld. Dit kan mede worden bereikt door de doorvoer dienovereenkomstig te dimensioneren, in samenwerking met het daarin aanwezige medium. Door de afmetingen van de doorvoer te veranderen, kan het totale gewicht van de tank worden aangepast, zodat deze beter aansluit bij de dichtheid van het medium waarin deze is ondergedompeld.
Hierdoor kan het apparaat in hoofdzaak zelfstandig drijven, waardoor de noodzaak voor een steunmiddel, zoals een beweegbare arm met een lier of soortgelijk mechanisme waarmee het apparaat kan worden ondersteund, wordt weggenomen.
Door een in wezen natuurlijk drijvend apparaat (met een enigszins hogere dichtheid) te hebben, hoeven dergelijke steunmiddelen niet noodzakelijkerwijs een zeer hoog vermogen te hebben, en zou het apparaat gemakkelijk in het water kunnen worden verplaatst, zowel zijdelings als in de diepte.
Volgens een verdere of alternatieve uitvoeringsvorm omvat de tunnel een totale lengte die zich uitstrekt van een begin van de inlaat tot aan een einde van de uitlaat, waarbij het basisgedeelte van de doorvoer van de beeldopname-eenheid een breedte heeft, gemeten vanaf één rand van het basisgedeelte van de doorvoer tot een tegenoverliggende rand langs de lengte van de tunnel, waarbij de breedte van het
22 BE2024/5254 basisgedeelte van de doorvoer ten minste 80% van de totale lengte van de tunnel is, bij voorkeur ten minste 85%, met nog meer voorkeur ten minste 90%, met nog meer voorkeur ten minste 95%, met nog meer voorkeur ten minste 98%. In het bijzonder komt de breedte van het basisgedeelte van de doorvoer overeen met de totale lengte van de tunnel. Door de breedte van de basis van de doorvoer af te stemmen op de lengte van de tunnel, wordt een maximaal gezichtsveld voor het beeldopnameapparaat gegarandeerd. Dit maakt uitgebreide observatie en documentatie van het dier mogelijk terwijl het door de gehele lengte van de tunnel beweegt, zodat geen detail wordt gemist. Deze configuratie kan een uniforme verlichting over de lengte van de tunnel mogelijk maken. Omdat de doorvoer de gehele lengte beslaat, kan de verlichting gelijkmatiger worden verdeeld, waardoor schaduwen worden geminimaliseerd en een consistente beeldkwaliteit van het ene uiteinde van de tunnel tot het andere wordt gegarandeerd. Bovendien vereenvoudigt deze aanpak de workflow voor beeldverwerking door de schaal en het perspectief van beelden die over de lengte van de tunnel zijn vastgelegd, te standaardiseren. Het stroomlijnt de analyse, waardoor geautomatiseerde systemen relevante kenmerken kunnen detecteren en interpreteren zonder dat ze zich gemakkelijker hoeven aan te passen aan variaties in veldgrootte of beeldschaal. Door de breedte van de buis af te stemmen op de lengte van de tunnel of daar dicht bij te liggen, kan het apparaat beter worden aangepast aan verschillende maten en lengtes van dieren. Dit aanpassingsvermogen zorgt ervoor dat het systeem een breed scala aan soorten efficiënt kan analyseren en sorteren zonder dat er aanzienlijke aanpassingen aan de hardware voor verschillende soorten dieren nodig zijn.
Volgens een verdere of alternatieve uitvoeringsvorm omvat de tunnel een totale hoogte gemeten van de bovenste naar de onderste wand van de tunnel, waarbij het basisgedeelte van de doorvoer van de beeldopname-eenheid een hoogte heeft, gemeten vanaf de ene rand van het basisgedeelte van de doorvoer tot de tegenoverliggende rand en in hoofdzaak loodrecht op de lengte van het basisgedeelte van de doorvoer, waarbij de hoogte van het basisgedeelte van de doorvoer ten minste 80% bedraagt van de totale hoogte van de tunnel, bij voorkeur ten minste 85%, met nog meer voorkeur ten minste 90%, met nog meer voorkeur ten minste 95%, met nog meer voorkeur minimaal 98%. In het bijzonder komt de hoogte van het basisgedeelte van de doorvoer overeen met de totale lengte van de tunnel.
Doordat de hoogte van de doorvoer een substantieel deel van de hoogte van de tunnel bestrijkt, zullen de beeldopname-eenheden waarschijnlijk een verbeterd gezichtsveld hebben dat een groot deel van de tunnel omvat. Dit zorgt ervoor dat
23 BE2024/5254 een aanzienlijk deel van de tunnel, en daarmee de passerende dieren, in beeld kan worden gebracht. Het minimaliseert blinde vlekken en vergroot de kans dat volledige beelden van de dieren worden vastgelegd voor nauwkeurige analyse.
Volgens een verdere of alternatieve uitvoeringsvorm is een totale oppervlakte van een zijwand van de tunnel in hoofdzaak gelijk aan een totale oppervlakte van het basisgedeelte van de doorvoer, met een foutmarge van +/- 10%, bij voorkeur +/- 5%, met meer voorkeur +/- 4%, met nog meer voorkeur +/- 3%, met nog meer voorkeur +/- 2%, en met nog meer voorkeur +/- 1%. Het afstemmen van de totale oppervlakte van de zijwand van de tunnel op die van het basisgedeelte van de doorvoer zorgt ervoor dat de beeldopname-eenheden het maximaal mogelijke gebied kunnen benutten voor beeldopname. Dit ontwerp optimaliseert het gebruik van de beschikbare ruimte voor het vastleggen van beelden, waardoor de efficiëntie van het beeldopnameproces wordt vergroot. De nauwe afstemming van de oppervlakten zorgt ervoor dat het gezichtsveld van de doorvoeren goed is uitgelijnd met het gebied waar de dieren doorheen gaan, waardoor verspilde of niet-gecontroleerde ruimte tot een minimum wordt beperkt. Door de oppervlakte van het basisgedeelte van de doorvoer uit te lijnen met dat van de zijwand van de tunnel, zorgt het ontwerp ervoor dat de verlichting in de tunnel en het beeldopnamegebied maximaal congruent zijn.
Deze congruentie zorgt ervoor dat de vastgelegde beelden gelijkmatig worden belicht en dat het gehele zichtbare gebied optimaal wordt gebruikt voor beeldanalyse. Het verkleint de kans op schaduwgebieden of delen van het dier die niet adequaat worden vastgelegd vanwege niet-overeenkomende oppervlakten, waardoor de nauwkeurigheid van de analyse wordt verbeterd.
Volgens een verdere of alternatieve uitvoeringsvorm omvat de doorvoer één of meer spiegels die zijn opgesteld en geconfigureerd om een optisch pad te definiëren van de beeldopname-eenheid naar de tunnel door licht door de doorvoer te reflecteren en te richten. Spiegels maken het mogelijk het optische pad te verlengen en opnieuw te richten binnen de doorvoer. Deze flexibiliteit betekent dat het beeldopnameapparaat kan worden gepositioneerd op een manier die optimaal is voor het algehele ontwerp van het apparaat en de werking, zonder te worden beperkt door een directe zichtlijn naar de tunnel. Het maakt een compacter en efficiënter ontwerp mogelijk, waarbij de ruimte binnen het apparaat effectiever kan worden benut. Bij voorkeur zijn de spiegels gemaakt van een materiaal dat bestand is tegen de corrosieve effecten van zout water en dat in staat is een hoge mate van reflectiviteit te behouden, zelfs bij langdurige onderdompeling. Bovendien kunnen de spiegels zo worden ontworpen dat ze gemakkelijk kunnen worden gereinigd of vervangen,
24 BE2024/5254 waardoor wordt gegarandeerd dat ze gedurende de levensduur van het apparaat consistent beelden van hoge kwaliteit kunnen leveren.
Volgens een verdere of alternatieve uitvoeringsvorm omvat tenminste één transparante wand van de tunnel een coating, waarbij de coating wordt gekozen uit een lijst van: bariumsulfaat, titaniumdioxide, zinkoxide, magnesiumoxide, calciumcarbonaat, silica, aluminiumoxide of een combinatie daarvan. Bij voorkeur omvatten ten minste twee transparante wanden van de tunnel een coating, met meer voorkeur omvatten ten minste drie transparante wanden van de tunnel een coating, met meer voorkeur omvat elke wand van de tunnel een coating. Coatings zoals bariumsulfaat en titaniumdioxide staan bekend om hun uitstekende lichtreflecterende eigenschappen, die kunnen helpen het licht gelijkmatiger in de tunnel te verspreiden.
Deze uniforme lichtverdeling is cruciaal voor het minimaliseren van schaduwen en schitteringen in de vastgelegde beelden, waardoor een consistente kwaliteit bij alle waarnemingen wordt gegarandeerd. Door deze coatings aan te brengen, kan de helderheid van afbeeldingen die zijn vastgelegd doorheen de transparante wanden aanzienlijk worden verbeterd. Materialen zoals zinkoxide en magnesiumoxide kunnen de transparantie van de wanden vergroten en optische vervormingen verminderen, wat leidt tot scherpere en nauwkeurigere beelden. Bepaalde coatings, zoals titaniumdioxide en zinkoxide, bieden bescherming tegen UV-licht. Dit kan met name van belang zijn bij het voorkomen van schade aan het apparaat en de dieren door langdurige blootstelling aan UV-straling, en bij het behouden van de integriteit van de materialen die in de tunnelwanden in de loop van de tijd worden gebruikt. Coatings zoals silica en calciumcarbonaat kunnen aangroeiwerende eigenschappen bieden, waardoor de ophoping van biologische materialen of andere verontreinigingen op de tunnelwanden wordt verminderd. Dit is vooral waardevol in aquatische omgevingen of bij langdurige onderzoeken waarbij reinheid en duidelijk zicht voorop staan.
Sommige van deze coatings kunnen infrarood licht reflecteren of de tunnel isoleren, waardoor de temperatuur in het apparaat wordt gereguleerd. Dit kan van cruciaal belang zijn voor het handhaven van een stabiele omgeving die de dieren tijdens de analyse niet belast of schaadt. Materialen zoals aluminiumoxide en silica kunnen de weerstand tegen chemische stoffen van de tunnelwanden verbeteren en ze beschermen tegen corrosie of degradatie als gevolg van blootstelling aan agressieve chemicaliën of schoonmaakmiddelen. Dit garandeert de lange levensduur en duurzaamheid van het apparaat.
Volgens een verdere of alternatieve uitvoeringsvorm omvat tenminste één transparante wand van de tunnel een coating, waarbij de coating ten minste 50
25 BE2024/5254 gew.% bariumsulfaat omvat, bij voorkeur ten minste 60 gew.% bariumsulfaat, met meer voorkeur ten minste 70 gew.% bariumsulfaat, met nog meer voorkeur ten minste 80 gew.% bariumsulfaat, met nog meer voorkeur ten minste 90 gew.% bariumsulfaat, met nog meer voorkeur ten minste 95 gew.% bariumsulfaat.
Bariumsulfaat wordt gekozen vanwege zijn uitstekende verstrooiingseigenschappen.
Dit is bijzonder voordelig omdat een uniforme lichtverspreiding wenselijk is. De hoge brekingsindex en lage verstrooiingscoëfficiënt maken het ideaal voor het verstrooien van licht zonder zichtbare vlekken of vervormingen in de resulterende beelden te veroorzaken. Bovendien is bariumsulfaat chemisch inert en heeft het een lage toxiciteit, waardoor het veilig is voor gebruik in omgevingen waar dieren aanwezig zijn. Deze kenmerken maken bariumsulfaat tot een voorkeurskeuze voor coatings die gericht zijn op het bereiken van uniforme lichtverstrooiing zonder visuele artefacten te introduceren of de beeldkwaliteit in gevaar te brengen.
Volgens een verdere of alternatieve uitvoeringsvorm omvat het apparaat verlichtingsmiddelen, waarbij de verlichtingsmiddelen zijn voorzien aan of achter een bovenste en/of onderste tunnelwand en zijn gepositioneerd binnen de behuizing, waarbij de verlichtingsmiddelen zijn geconfigureerd om verlichting te verschaffen aan het genoemde ten minste ene gedeelte van de tunnel, waarbij de genoemde bovenste en/of onderste tunnelwand transparant is. Bij voorkeur strekken de verlichtingsmiddelen zich longitudinaal uit binnen de tunnel, waarbij de lineaire omvang van de verlichtingsmiddelen, gemeten vanaf een aanvankelijk emissiepunt tot een eindpunt van emissie langs een lengte van de tunnel, ten minste 70% bedraagt van de totale lengte van de tunnel, bij voorkeur ten minste 75%, met meer voorkeur ten minste 80%, met nog meer voorkeur ten minste 85%, met nog meer voorkeur ten minste 90%, met nog meer voorkeur ten minste 95%, met nog meer voorkeur ten minste 98%.
Volgens een verdere of alternatieve uitvoeringsvorm omvat het apparaat verlichtingsmiddelen, die zich zijdelings voorbij de randen van de bovenste (en/of onderste) tunnelwand uitstrekken, voorbij ten minste één, bij voorkeur beide, zijwanden. Bij voorkeur wordt dit voorzien over minimaal 5% extra van de breedte van de bovenste tunnelwand per zijde, bij voorkeur minimaal 10%, met meer voorkeur minimaal 15%, 20% of zelfs 25% tot 30%, 35%, 40%, 45% of 50%. Deze verlenging kan in sommige uitvoeringsvormen worden voorzien van een neerwaartse (voor de bovenste tunnelwand, opwaartse voor de onderste tunnelwand) kromming of helling, om de dieren in de tunnel althans gedeeltelijk vanaf de zijkant te
26 BE2024/5254 verlichten, terwijl het gezichtsveld minimaal wordt beïnvloed, omdat de dieren zich doorgaans op het middenniveau zullen bevinden.
In een uitvoeringsvorm zijn de verlichtingsmiddelen voorzien aan of achter een gedeelte van tenminste één zijwand, en bij voorkeur beide zijwanden. Bij voorkeur bedekken de verlichtingsmiddelen ten minste 5% van een zijwand, met meer voorkeur ten minste 10%, met nog meer voorkeur ten minste 15%, met nog meer voorkeur ten minste 20%, met nog meer voorkeur ten minste 30%, met nog meer voorkeur ten minste 40%, met nog meer voorkeur ten minste 50%.
Volgens een verdere of alternatieve uitvoeringsvorm omvat het apparaat verlichtingsmiddelen, waarbij de verlichtingsmiddelen zijn voorzien aan of achter een gedeelte van ten minste één zijwand en aan of achter een bovenste en/of onderste tunnelwand.
Volgens een verdere of alternatieve uitvoeringsvorm omvat het apparaat verlichtingsmiddelen, waarbij de verlichtingsmiddelen zijn voorzien aan of achter een gedeelte van beide zijwanden en aan of achter een bovenste en/of onderste tunnelwand. Door de verlichtingsbronnen aan meerdere zijden te positioneren, ontstaat er een gelijkmatiger verdeeld licht in de tunnel. Dit voorkomt schaduwen en donkere vlekken die anders de beeldkwaliteit en nauwkeurigheid van de vastgelegde beelden zouden kunnen verstoren.
Volgens een verdere of andere uitvoeringsvorm, waarbij de verlichtingsmiddelen een kleurtemperatuur hebben variërend van minimaal 4000 Kelvin tot maximaal 8000
Kelvin. Dit zorgt voor een optimale zichtbaarheid voor de beeldopname-eenheden.
Het gedefinieerde kleurtemperatuurbereik draagt bij aan de hoge kwaliteit van de beelden door ervoor te zorgen dat de verlichting niet te warm of te koud is. Te warme verlichting kan resulteren in beelden met een gelige tint, terwijl te koude verlichting kan resulteren in beelden met een blauwachtige tint. Beide scenario’s kunnen de nauwkeurigheid van de beeldanalyse beïnvloeden, wat mogelijk kan leiden tot onjuiste conclusies over de toestand van het dier, en ook tot een verkeerde classificatie van het dier. Het gedefinieerde kleurtemperatuurbereik zorgt ervoor dat de verlichting precies goed is, wat resulteert in beelden met een nauwkeurige kleurweergave. Bovendien bootst het geselecteerde kleurtemperatuurbereik de natuurlijke daglichtomstandigheden nauwkeurig na, wat gunstig is voor het nauwkeurig vastleggen van de kleuren en details van de dieren die door het apparaat gaan. Dit kleurtemperatuurbereik dat sterk lijkt op natuurlijke daglichtomstandigheden kan aantrekkelijk of vertrouwd zijn voor de dieren, waardoor
27 BE2024/5254 ze ertoe worden aangezet om gewilliger het apparaat te betreden. Door de natuurlijke lichtomstandigheden na te bootsen, kan de verlichting een gastvrije omgeving voor de dieren creëren, waardoor de potentiële weerstand of aarzeling om de tunnel binnen te gaan wordt verminderd. Dit aspect verbetert de efficiëntie van het apparaat door de vlotte doorgang van dieren door het systeem te vergemakkelijken, waardoor uiteindelijk de effectiviteit van het analyse- en sorteerproces wordt verbeterd.
Bovendien zorgt deze verlichting ervoor dat de vastgelegde beelden levensecht zijn, waardoor een nauwkeurigere analyse en sortering op basis van visuele kenmerken mogelijk wordt. Het gebruik van = verlichtingsmiddelen binnen dit kleurtemperatuurbereik helpt de kleurvervorming te minimaliseren en ervoor te zorgen dat de kleuren van de dieren nauwkeurig worden weergegeven in de vastgelegde beelden. Dit is essentieel voor taken zoals het identificeren van markeringen, het beoordelen van gezondheidsindicatoren of het categoriseren van soorten op basis van kleurpatronen. De verlichtingsmiddelen zijn bij voorkeur licht- emitterende diodes (leds). Als alternatief kunnen de verlichtingsmiddelen metaalhalogenidelampen, TL buizen, natuurlijke lichtsimulatiesystemen of andere op maat gemaakte verlichtingsoplossingen zijn.
Bij voorkeur hebben de verlichtingsmiddelen een kleurtemperatuur van ten minste 4000 Kelvin, bij voorkeur ten minste 4500 Kelvin, met meer voorkeur ten minste 5000 Kelvin, met nog meer voorkeur ten minste 5500 Kelvin, met nog meer voorkeur ten minste 6000 Kelvin. Bij voorkeur hebben de verlichtingsmiddelen een kleurtemperatuur van maximaal 8000 Kelvin, bij voorkeur maximaal 7500 Kelvin, met meer voorkeur maximaal 7000 Kelvin, met nog meer voorkeur maximaal 6500
Kelvin.
Volgens een verdere of alternatieve uitvoeringsvorm omvat het apparaat een schakelkast, bij voorkeur gepositioneerd binnen de behuizing. De schakelkast fungeert als een gecentraliseerde hub voor het besturen en beheren van de verschillende elektrische componenten van het apparaat, inclusief verlichting, beeldvormingseenheden, sorteermechanismen en eender welke andere elektronische systemen. Deze gecentraliseerde controle vergemakkelijkt efficiënte werking en probleemoplossing, stroomlijnt onderhoudstaken en zorgt voor soepele functionaliteit.
Volgens een meest geprefereerde uitvoeringsvorm omvat het apparaat voor het analyseren en sorteren van dieren en bij voorkeur waterdieren een behuizing; een zich door de behuizing uitstrekkende tunnel, omvattende tunnelwanden, waarbij de
28 BE2024/5254 tunnel binnen de behuizing is gepositioneerd en geconfigureerd om een individueel dier door het apparaat [de tunnel] te leiden, de tunnel omvattende: een inlaat voorzien in een wand van de behuizing, die een begin van de tunnel definieert, waarbij de inlaat is geconfigureerd om het individuele dier in de tunnel te introduceren, en een uitlaat voorzien in een wand van de behuizing, die een einde van de tunnel definieert, waarbij de uitlaat is voorzien van één of meer sorteermiddelen, de sorteermiddelen zijn geconfigureerd om het individuele dier te sorteren; twee of meer beeldopname-eenheden geplaatst in de behuizing, geconfigureerd om beelden van de tunnel vast te leggen, waarbij elke beeldopname- eenheid een beeldopnameapparaat omvat om beelden van de tunnel vast te leggen; geconfigureerd voor het vastleggen van beelden van ten minste één gedeelte van de tunnel, waarbij de beeldopname-eenheden zijdelings achter de tunnelwanden aan tegenoverliggende laterale zijden van de tunnel zijn aangebracht, waarbij de tunnelwanden aan de laterale zijden transparant zijn; en verlichtingsmiddelen, waarbij de verlichtingsmiddelen zijn voorzien aan of achter een bovenste en/of onderste tunnelwand en zijn gepositioneerd binnen de behuizing, waarbij de verlichtingsmiddelen zijn geconfigureerd om verlichting te verschaffen aan het genoemde ten minste ene gedeelte van de tunnel, waarbij de genoemde bovenste en/of onderste tunnelwand transparant is.
Volgens een verdere of alternatieve uitvoeringsvorm heeft de tunnel in dwarsdoorsnede een breedte en/of hoogte van minimaal 0,1 m, bij voorkeur minimaal 0,2 m, met meer voorkeur minimaal 0,3 m, met meer voorkeur minimaal 0,4 m, met meer voorkeur minimaal 0,5 m, met nog meer voorkeur minimaal 0,6 M.
De tunnel heeft een breedte en/of lengte van maximaal 2,0 m, bij voorkeur maximaal 1,5 m, met meer voorkeur maximaal 1,0 m, met meer voorkeur maximaal 0,9 m, met meer voorkeur maximaal 0,8 m, met meer voorkeur maximaal 0,7 m, met nog meer voorkeur maximaal 0,6 m. Idealiter is de dwarsdoorsnedevorm van de tunnel vierkant. De minimale afmeting zorgt ervoor dat de tunnel een grote verscheidenheid aan waterdieren kan huisvesten. De maximale afmetingen zorgen ervoor dat de dieren voldoende ruimte hebben om door de tunnel te gaan zonder dat er buitensporige ruimte is die het vastleggen van beelden of de nauwkeurigheid van het sorteren zou kunnen bemoeilijken. Een te groot apparaat kan voor veel potentiële situaties onpraktisch zijn, terwijl een te klein apparaat de dieren kan belasten of schade kan berokkenen, waardoor de ethische overwegingen en mogelijk de nauwkeurigheid van het sorteerproces kunnen worden aangetast en de dieren er zelfs van kunnen worden weerhouden om naar binnen te gaan. Door de maximale afstand van het dier tot de laterale tunnelwanden (waardoor beelden worden verkregen) te
29 BE2024/5254 beperken, wordt het medium daartussen verkleind en wordt de helderheid vergroot, wat vooral relevant is in bijvoorbeeld aquatische omstandigheden, waar troebel water de zichtbaarheid zou kunnen verminderen. Bovendien is het dier, doordat de breedte en de hoogte beperkt worden, niet in staat of sterk belemmerd om zich om te draaien, of zijwaarts te bewegen, wat zou resulteren in nutteloze beelden. De afmetingen zijn geoptimaliseerd voor het gezichtsveld en de focus van de beeldopname-eenheden, waardoor hoogwaardige beeldvorming voor analyse wordt gegarandeerd. Een gecontroleerde omgeving binnen deze afmetingen helpt bij het verminderen van variabelen die de beeldkwaliteit kunnen beïnvloeden, zoals de afstand en hoek tot het onderwerp.
Volgens een verdere of alternatieve uitvoeringsvorm heeft de tunnel een totale lengte van minimaal 0,5 m, bij voorkeur minimaal 1,0 m, met meer voorkeur minimaal 1,5 m, met meer voorkeur minimaal 2,0 m, met nog meer voorkeur minimaal 2,5 m. De tunnel heeft een totale lengte van maximaal 20 m, bij voorkeur maximaal 15 m, met meer voorkeur maximaal 10 m, met meer voorkeur maximaal 9,0 m, met meer voorkeur maximaal 8,0 m, met meer voorkeur maximaal 7,0 m, met meer voorkeur maximaal 6,0 m, met meer voorkeur maximaal 5,0 m, met meer voorkeur maximaal 4,0 m, met nog meer voorkeur maximaal 3,0 m. De minimale lengte zorgt ervoor dat er voldoende ruimte is voor de beeldopname-eenheden om een uitgebreide reeks beelden te verkrijgen van het dier terwijl het door de tunnel beweegt. Deze lengte biedt het apparaat voldoende tijd om een beeld te maken van de kenmerken van het dier, wat cruciaal is voor een nauwkeurige sortering op basis van grootte, soort, gezondheid of andere criteria. Bovendien wordt de lengte van de tunnel als zodanig beschouwd dat deze stress en ongemak voor de dieren minimaliseert terwijl ze erdoorheen gaan. Een tunnel die te kort is, laat mogelijk geen natuurlijke beweging toe, terwijl een te lange tunnel de tijd die het dier in een beperkte ruimte doorbrengt, kan verlengen, wat mogelijk kan leiden tot stress of gedragsveranderingen die de sorteernauwkeurigheid kunnen beïnvloeden.
Volgens een verdere of alternatieve uitvoeringsvorm bevindt de camera-apparaat zich op een afstand van ten minste 0,1 m, met meer voorkeur ten minste 0,2 m, bij voorkeur ten minste 0,4 m, met meer voorkeur ten minste 0,6 m, met meer voorkeur ten minste 0,8 m, met meer voorkeur ten minste 1,0 m, met meer voorkeur ten minste 1,2 m, met nog meer voorkeur ten minste 1,4 m vanaf de laterale zijwand van de tunnel. De camera-apparaat bevindt zich op een afstand van maximaal 5,0 m, bij voorkeur maximaal 4,0 m, met meer voorkeur maximaal 3,0 m, met meer voorkeur maximaal 2,0 m, met meer voorkeur maximaal 1,9 m, met meer voorkeur
30 BE2024/5254 maximaal 1,8 m, met meer voorkeur op maximaal 1,7 m, met meer voorkeur maximaal 1,6 m, met nog meer voorkeur maximaal 1,5 m vanaf de laterale zijwand van de tunnel. Op deze afstanden kunnen de camera-apparaten een breed gezichtsveld bereiken dat de gehele breedte en hoogte van de tunnel bestrijkt, zodat het hele lichaam van het dier zich binnen het frame bevindt voor een uitgebreide analyse. Dit is cruciaal voor het identificeren van specifieke kenmerken of omstandigheden die relevant zijn voor de sorteercriteria. Door de camera’s op deze afstand van de tunnelwanden te plaatsen, worden potentiële reflecties van de transparante tunnelwanden die de beelden kunnen vervormen, verminderd. Dit helpt bij het verkrijgen van duidelijke en bruikbare beelden voor analyse. Bovendien zorgt dit ervoor dat de camera’s duidelijk kunnen scherpstellen op de onderwerpen die door de tunnel gaan, waardoor beelden van hoge kwaliteit worden vastgelegd die essentieel zijn voor nauwkeurige analyse en sortering. De afstand helpt bij het behouden van een scherpe focus op de dieren en minimaliseert vervorming.
Volgens een verdere of alternatieve uitvoeringsvorm heeft het apparaat een totale lengte, gemeten vanaf de ingang van de inlaat tot de uitgang van de uitlaat van een afstand van minimaal 0,5 m, bij voorkeur minimaal 1,0 m, met meer voorkeur minimaal 1,5 m, met meer voorkeur ten minste 2,0 m, met meer voorkeur ten minste 2,5 m, met meer voorkeur ten minste 3,0 m, met meer voorkeur ten minste 3,5 m, met meer voorkeur ten minste 4,0 m, met meer voorkeur ten minste 4,5 m, met meer voorkeur ten minste 5,0 m, met nog meer voorkeur minimaal 5,5 m. Het apparaat heeft een totale lengte van maximaal 20 m, bij voorkeur maximaal 15 m, met meer voorkeur maximaal 10 m, met meer voorkeur maximaal 9,5 m, met meer voorkeur maximaal 9,0 m, met meer voorkeur maximaal 8,5 m, met meer voorkeur maximaal 8,0 m, met meer voorkeur maximaal 7,5 m, met meer voorkeur maximaal 7,0 m, met meer voorkeur maximaal 6,5 m, met nog meer voorkeur maximaal 6,0 m. Deze lengte zorgt voor een geleidelijk en minder stressvol sorteerproces voor de dieren. Als er meer ruimte beschikbaar is, kunnen sorteermechanismen worden ontworpen om de dieren na analyse voorzichtig naar de aangewezen paden te leiden, waardoor de kans op stress of letsel wordt verminderd. Deze lengte biedt ook flexibiliteit bij het integreren van extra functies of technologieën in het apparaat, zoals meerdere sorteermechanismen voor verschillende criteria of extra sensoren voor het verzamelen van verschillende soorten gegevens. Dit maakt het apparaat veelzijdiger en kan een breder scala aan sorteertaken aan.
Volgens een verdere of alternatieve uitvoeringsvorm heeft het apparaat een totale breedte, gemeten op het breedste punt ervan, loodrecht op de lengte van de tunnel,
31 BE2024/5254 van minimaal 0,5 m, bij voorkeur minimaal 1,0 m, met meer voorkeur minimaal 1,5 m, met meer voorkeur minimaal 2,0 m, met meer voorkeur minimaal 2,5 m, met meer voorkeur minimaal 3,0 m, met meer voorkeur minimaal 3,5 m, met meer voorkeur minimaal 4,0 m, met meer voorkeur minimaal 4,5 m, met nog meer voorkeur minimaal 5,0 m. Het apparaat heeft een totale breedte van maximaal 20 m, bij voorkeur maximaal 15 m, met meer voorkeur maximaal 10 m, met meer voorkeur maximaal 9,5 m, met meer voorkeur maximaal 9,0 m, met meer voorkeur maximaal 8,5 m, met meer voorkeur maximaal 8,0 m, met meer voorkeur maximaal 7,5 m, met meer voorkeur maximaal 7,0 m, met meer voorkeur maximaal 6,5 m, met meer voorkeur maximaal 6,0 m, met nog meer voorkeur maximaal 5,5 m. Deze breedte biedt voldoende ruimte voor het huisvesten van de tunnel, beeldopname- eenheden, sorteermechanismen en verlichtingsapparaten, samen met eventuele noodzakelijke ondersteunende infrastructuur zoals kabelgoten en waterleidingen. Dit zorgt ervoor dat alle onderdelen efficiënt kunnen werken zonder krap te zitten, wat anders hun prestaties of toegankelijkheid voor onderhoud zou kunnen beïnvloeden.
Deze optimale breedte draagt bij aan de algehele stabiliteit en structurele integriteit van het apparaat, vooral als het bedoeld is om grote hoeveelheden water te verwerken en de dynamische belastingen die gepaard gaan met de beweging van waterdieren en de werking van sorteermechanismen.
Volgens een verdere of alternatieve uitvoeringsvorm maakt het apparaat gebruik van het Venturi-effect. Bij voorkeur dient de tunnel zelf als restrictiepunt. Als alternatief kan er een vernauwing in de tunnel aanwezig zijn. Het Venturi-effect is een vloeistofdynamicaprincipe dat beschrijft hoe de snelheid van een vloeistof toeneemt als deze door een vernauwd gedeelte van een pijp of buis gaat, en als gevolg daarvan de druk binnen dat vernauwde gedeelte afneemt. Door de kleinere doorsnede van de tunnel neemt de snelheid van het fluïdum toe om de continuïteit van de stroming te behouden (massabehoud). Volgens het principe van Bernoulli neemt de statische druk af naarmate de snelheid van een vloeistof toeneemt. Deze drukval is de sleutel tot het Venturi-effect. Door van de tunnel zelf het beperkende gedeelte te maken, kan de gehele lengte van de tunnel worden gebruikt om de vloeistofdynamica efficiënt te beheren. Deze consistente controle over de waterstroom langs de tunnel zorgt voor een gestage toename van de watersnelheid, wat cruciaal kan zijn om vissen de tunnel in te leiden. Vissen zijn van nature geneigd tegen de waterstroom in te zwemmen. Omdat de hele tunnel als een vernauwing fungeert, moedigt de toename van de watersnelheid vanaf de ingang van de tunnel vissen aan om de tunnel binnen te gaan en er doorheen te bewegen. Dit instinctieve gedrag kan worden benut om vissen de tunnel in te leiden zonder de noodzaak voor externe kracht of
32 BE2024/5254 sturing. Omdat de tunnel als vernauwing dient, neemt de druk gelijkmatig af over de lengte ervan. Deze drukgradiënt kan een zacht trekeffect op de vissen creëren, waardoor ze de tunnel in worden getrokken. Het is een soepele, consistente trek die natuurlijke waterstromingen nabootst, wat minder stressvol is en bevorderlijker voor de beweging van de vissen. De uniforme waterstroom en -snelheid door de tunnel zorgen voor consistente omstandigheden voor monitoring en analyse. Beeldopname- eenheden en sensoren kunnen optimaal presteren omdat de omgevingsomstandigheden in de tunnel stabiel en voorspelbaar blijven. Deze consistentie is de sleutel tot het bereiken van een hoge nauwkeurigheid bij het verzamelen van gegevens en het sorteren van vissen. Door de tunnel zelf als restrictie te gebruiken, is er minder behoefte aan plotselinge veranderingen in de omgeving, wat vaak kan leiden tot stress en mogelijk letsel bij waterdieren. De geleidelijke en natuurlijke introductie in de tunnel zorgt ervoor dat vissen minder snel gewond raken, waardoor het proces veiliger en humaner wordt. Bovendien zijn er geen extra mechanische componenten nodig om waterbeweging te creëren, waardoor het energieverbruik wordt verminderd en het algehele ontwerp van het apparaat wordt vereenvoudigd.
Volgens een verdere of alternatieve uitvoeringsvorm omvat het apparaat een pomp om watercirculatie te genereren, bij voorkeur een stromende stroom binnen de tunnel vormend. De pomp maakt nauwkeurige controle mogelijk over de snelheid en richting van de waterstroom in de tunnel. Deze controle is van cruciaal belang voor het handhaven van consistente omstandigheden die geschikt zijn voor de specifieke behoeften van verschillende watersoorten. Een gerichte waterstroom kan vissen effectiever de tunnel in leiden. Dit kan met name nuttig zijn voor passieve of kleinere soorten die mogelijk niet actief de tunnel in zwemmen zonder aanmoediging.
In een tweede aspect heeft de uitvinding betrekking op een gebruik van een apparaat volgens het eerste aspect van de uitvinding voor het analyseren en sorteren van dieren en bij voorkeur waterdieren. Dit apparaat is superieur voor gebruik in viskwekerijen om de groei van de vissen te controleren en om ze van tijd tot tijd te sorteren op basis van hun ontwikkelingsniveau volgens geschikte selectiecriteria. Hier is het nadelig in de bekende methoden dat de vis uit het visbak moet worden gehaald en mechanisch of met de hand moet worden gemeten en dat er daarbij geen individuele detectie van het groeiproces plaatsvindt, omdat de resulterende eigenschappen niet identificeerbaar zijn met de identiteit van de individuele individuen.
33 BE2024/5254
In wat volgt wordt de uitvinding beschreven met behulp van niet-beperkende figuren die de uitvinding illustreren, die niet bedoeld zijn of geïnterpreteerd moeten worden om de reikwijdte van de uitvinding te beperken.
BESCHRIJVING VAN DE FIGUREN
Figuur 1 toont een perspectivisch aanzicht van het apparaat die volledig omsloten is door de behuizing (9). De behuizing (9) omsluit de tunnel (1) en de bijbehorende componenten en biedt fysieke bescherming en een gecontroleerde omgeving om de functie van de beeldopname-eenheden en -apparaten te optimaliseren. De behuizing (9) heeft een trapeziumvormig of taps profiel. Het is breder rond de tunnel (1) en wordt naar buiten toe smaller. De behuizing (9) is gemaakt van turbulent thermoplastisch materiaal zoals polypropyleen. Het kan een hydrodynamische afdekking vormen om de waterweerstand te verminderen, turbulentie in het water te vermijden en ervoor te zorgen dat vissen niet gewond raken. En de apparatuur aan de binnenkant beschermen. De buitenmantel kan eenvoudig worden verwijderd om toegang te krijgen tot alle componenten.
Figuren 2, 3, 4 en 5 tonen elk een apparaat dat dezelfde uitvoeringsvorm van de uitvinding toont. Centraal in het apparaat staat de tunnel (1), een transparant kanaal dat door de behuizing (9) loopt, opgebouwd uit transparante materialen zoals polymethylmethacrylaat. Deze transparantie is cruciaal, omdat deze optimale zichtbaarheid en lichttransmissie-eigenschappen garandeert, essentieel voor de effectiviteit van het beeldopnameapparaat. De tunnel (1) is ontworpen om een individueel dier soepel van de inlaat (2) naar de uitlaat (3) te leiden, waardoor het analyse- en sorteerproces wordt geoptimaliseerd.
De inlaat (2) en uitlaat (3) dienen als de toegangs- en uitgangspunten van de tunnel (1). De inlaat (2) is uitgerust met een regelbaar verstelbaar diafragmamechanisme (13), ontworpen om de grootte van het ingangspunt te moduleren om dieren van verschillende grootte te accommoderen, waardoor een binnenkomst met minimale stress wordt vergemakkelijkt. De uitlaat (3) is doorgaans gekoppeld aan een of meer sorteermechanismen (12), zoals pneumatische omleiders of mechanische poorten, en maakt de gesorteerde uitstroom van de proefdieren mogelijk op basis van eerdere analyse.
Rondom de tunnel (1) bevinden zich de transparante wanden (4,5) van de tunnel (1). De bovenste en onderste zijwanden (4) bepalen de horizontale grenzen van de tunnel (1) en de laterale zijwanden (5) bepalen de verticale grenzen van de tunnel
34 BE2024/5254 (1). De laterale zijwanden (4,5) verbinden de boven- en onderwanden (4) om de vorm van de tunnel (1) te voltooien en zijn ook van vitaal belang voor het verschaffen van de noodzakelijke structurele ondersteuning. Deze wanden (4,5) vormen niet alleen het structurele raamwerk voor de tunnel (1), maar zorgen ook voor de integriteit en duurzaamheid ervan. De transparantie van deze wanden (4,5) wordt versterkt door een coating zoals titaniumdioxide of zinkoxide, die de beeldhelderheid verbetert en condensatie voorkomt.
Strategisch in de behuizing zijn aan weerszijden van de tunnel (1) twee beeldopname-eenheden (6) geplaatst, die elk een beeldopnameapparaat (8) en een piramidevormige doorvoer (7) omvatten. Deze beeldopname-eenheden (6) zijn symmetrisch geplaatst, waardoor een gelijkmatige verlichting en beeldopname vanuit meerdere hoeken wordt gegarandeerd. Elke doorvoer (7) kan worden gevuld met media zoals water of gassen, en worden uitgerust met spiegels (15), waardoor het optische pad naar de tunnel wordt geoptimaliseerd en de beeldkwaliteit wordt verbeterd.
Bij de bovenste en onderste wanden (4) zijn verlichtingsmiddelen (10) aangebracht, waarbij gebruik wordt gemaakt van leds met hoge intensiteit om uniform, gecontroleerd licht door de tunnel (1) te werpen. Deze opstelling minimaliseert schaduwen en schitteringen, met een kleurtemperatuur van ongeveer 6000 Kelvin, waardoor het licht optimaal wordt verspreid en verstrooid voor hoogwaardige beeldopnameomstandigheden.
Een afgedichte schakelkast (15) wordt op de bovenste verlichtingsmiddelen (10) geplaatst. Het kan de microprocessor bevatten voor de aansturing van de leds, de beeldopnameapparaten en de netwerkhub voor de datakabels. Op deze manier zijn slechts één netwerkkabel en stroomkabel verbonden met de apparaten op de grond buiten bijvoorbeeld een visbak.
Bovendien kan de interne structuur van het apparaat worden versterkt door een frame (11), vervaardigd uit materialen zoals roestvrij staal of aluminium. Dit frame (11) ondersteunt niet alleen de interne componenten, maar kan ook de behuizing zelf ondersteunen, waardoor de robuustheid en duurzaamheid van het apparaat wordt gegarandeerd.
Figuren 6 en 7 illustreren verschillende configuraties voor het sorteermechanisme dat door het apparaat wordt gebruikt. Het sorteermechanisme kan verschillende ontwerpen bevatten, waaronder maar niet beperkt tot een op een klep gebaseerde
35 BE2024/5254 sorteerder, afgebeeld in figuur 6, en een roterende omleider, weergegeven in figuur 7. Deze voorbeelden onderstrepen de veelzijdigheid van het apparaat en benadrukken dat het in staat is een breed scala aan sorteermechanismen te integreren om aan specifieke behoeften te voldoen. De opname van alternatieve sorteermiddelen demonstreert verder het aanpassingsvermogen en de potentiële aanpassing van het apparaat om aan verschillende operationele vereisten te voldoen.
Figuur 8 toont een perspectivisch aanzicht van een apparaat volgens een andere uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding. Een onderscheidend kenmerk dat in deze figuur wordt benadrukt, is de strategische integratie van spiegels (15) in de doorvoer (7) van de beeldopname-eenheid (6). Door spiegels (15) te gebruiken om de zichtlijn van het beeldopnameapparaat om te leiden, comprimeert dit ontwerp niet alleen de vormfactor van het apparaat, maar vermindert het ook aanzienlijk het drijfvermogen ervan. Concreet worden de spiegels (15) gebruikt om het gezichtsveld ongeveer 180 graden te buigen, waardoor de plaatsing van het beeldopnameapparaat (8) direct boven de tunnel (1) mogelijk wordt gemaakt. Deze configuratie minimaliseert effectief de afmetingen van het apparaat, waardoor de totale breedte ervan grotendeels wordt verkleind. Bovendien kunnen gebogen spiegels (15) een cruciale rol spelen bij het verkorten van het optische pad tussen het dier en het beeldopnameapparaat (8). Deze aanpassing brengt het dier niet alleen dichterbij in beeld, maar draagt ook bij aan een gestroomlijnder en minder storende ontwerp van het apparaat. Een dergelijke opstelling zorgt voor een verkleining van de fysieke afmetingen van het apparaat, waardoor de efficiëntie en integratie in verschillende omgevingen wordt verbeterd zonder de functionaliteit in gevaar te brengen.
Deze uitvoeringsvorm beoogt een apparaat dat de beeldhelderheid en operationele efficiëntie maximaliseert met het oog op het analyseren en sorteren van dieren, en dit specifiek optimaliseert voor aquatische organismen. Het ontwerp van het systeem zorgt ervoor dat de transparante wanden van de tunnel, die mogelijk coatings bevatten voor verbeterde beeldopname, samen met de verlichtingsmiddelen en beeldopname-eenheden, worden gecoördineerd om beelden met hoge betrouwbaarheid te produceren, essentieel voor de nauwkeurige sortering en analyse die vereist is bij dergelijke toepassingen.
De referentietekens in de figuren zijn: 1= Tunnel 2= Inlaat
36 BE2024/5254 3= Uitlaat 4 = Bovenste/onderste zijwand = Laterale zijwand 6= Beeldopname-eenheid 5 7= Doorvoer 8= Beeldopnameapparaat 9= Behuizing = Verlichtingsmiddelen 11 = Frame 10 12 = Sorteermiddel 13 = Diafragmamechanisme 14 = Schakelkast = Spiegel
Het is echter duidelijk dat de uitvinding niet beperkt is tot de in de figuren getoonde 15 — uitvoeringsvormen.

Claims (15)

37 BE2024/5254 CONCLUSIES
1. Een apparaat voor het analyseren en sorteren van dieren en bij voorkeur waterdieren, omvattende: - een behuizing; - een zich door de behuizing uitstrekkende tunnel, omvattende tunnelwanden, waarbij de tunnel binnen de behuizing is gepositioneerd en geconfigureerd om een individueel dier door het apparaat [de tunnel] te leiden, de tunnel omvattende: o een inlaat voorzien in een wand van de behuizing, die een begin van de tunnel definieert, waarbij de inlaat is geconfigureerd om het individuele dier in de tunnel te introduceren; o een uitlaat voorzien in een wand van de behuizing, die een einde van de tunnel definieert, waarbij de uitlaat is voorzien van één of meer sorteermiddelen, de sorteermiddelen zijn geconfigureerd om het individuele dier te sorteren; - twee of meer beeldopname-eenheden geplaatst in de behuizing, geconfigureerd om beelden van de tunnel vast te leggen, waarbij elke beeldopname-eenheid een beeldopnameapparaat omvat die is geconfigureerd voor het vastleggen van beelden van ten minste één gedeelte van de tunnel, waarbij de beeldopname-eenheden zijdelings achter de tunnelwanden aan tegenoverliggende laterale zijden van de tunnel zijn aangebracht, waarbij de tunnelwanden aan de laterale zijden transparant zijn; en - verlichtingsmiddelen, waarbij de verlichtingsmiddelen zijn voorzien aan of achter een bovenste en/of onderste tunnelwand en zijn gepositioneerd binnen de behuizing, waarbij de verlichtingsmiddelen zijn geconfigureerd om verlichting te verschaffen aan het genoemde ten minste ene gedeelte van de tunnel, waarbij de genoemde bovenste en/of onderste tunnelwand transparant is.
2. Apparaat volgens conclusie 1, waarbij de beeldopname-eenheden in hoofdzaak symmetrisch aangebracht zijn aan de tegenoverliggende laterale zijden van de tunnel.
3. Apparaat volgens conclusie 1 of 2, waarbij elke beeldopname-eenheid gepositioneerd en georiënteerd is voor beeldopname van een vooraf gedefinieerde zone in de tunnel, waarbij elke beeldopname-eenheid een
38 BE2024/5254 gesloten doorvoer omvat die zich uitstrekt van het beeldopnameapparaat aan elke laterale zijde van de tunnel naar de wand aan de laterale zijde van de tunnel, via welke doorvoer het beeldopnameapparaat de tunnel waarneemt, waarbij de doorvoer een basisgedeelte omvat dat is aangebracht op de wand aan de laterale zijde van de tunnel en taps toeloopt in de richting van het beeldopnameapparaat, waarbij de doorvoer bij voorkeur piramidevormig is. 4, Apparaat volgens conclusie 3, waarbij elke doorvoer is gevuld met een medium, waarbij het medium wordt gekozen uit een lijst van: water, gedemineraliseerd water, zuurstofgas, stikstofgas, argongas, heliumgas, xenongas, zwavelhexafluoride of combinaties daarvan.
5. Apparaat volgens conclusie 3 of 4, waarbij de tunnel een totale lengte omvat die zich uitstrekt van een begin van de inlaat tot een uiteinde van de uitlaat, waarbij het basisgedeelte van de doorvoer van de beeldopname-eenheid een breedte heeft, gemeten vanaf één rand van het basisgedeelte van de doorvoer tot een tegenoverliggende rand langs de lengte van de tunnel, waarbij de breedte van het basisgedeelte van de doorvoer ten minste 80% van de totale lengte van de tunnel is.
6. Apparaat volgens conclusie 5, waarbij de verlichtingsmiddelen zich longitudinaal binnen de tunnel uitstrekken, waarbij de lineaire omvang van de verlichtingsmiddelen, gemeten vanaf een aanvankelijk emissiepunt tot een eindpunt van emissie langs een lengte van de tunnel, ten minste 70% bedraagt van de totale lengte van de tunnel.
7. Apparaat volgens een van de voorgaande conclusies 3 tot en met 6, waarbij de tunnel een totale hoogte omvat gemeten van de bovenste naar de onderste wand van de tunnel, waarbij het basisgedeelte van de doorvoer van de beeldopname-eenheid een hoogte heeft, gemeten vanaf de ene rand van het basisgedeelte van de doorvoer tot de tegenoverliggende rand en in hoofdzaak loodrecht op de lengte van het basisgedeelte van de doorvoer, waarbij de hoogte van het basisgedeelte van de doorvoer ten minste 80% bedraagt van de totale hoogte van de tunnel.
8. Apparaat volgens een van de voorgaande conclusies 3 tot en met 7, waarbij de doorvoer één of meer spiegels omvat die zijn opgesteld en geconfigureerd om een optisch pad te definiëren van de beeldopname-eenheid naar de tunnel door licht door de doorvoer te reflecteren en te richten.
39 BE2024/5254
9. Apparaat volgens een van de voorgaande conclusies 1 tot en met 8, waarbij de transparante tunnelwanden een materiaal omvatten dat is gekozen uit een lijst van: polymethylmethacrylaat, polycarbonaat, polyethyleentereftalaatglycol, polyvinylchloride, cyclisch olefinecopolymeer, glas of combinaties daarvan.
10. Apparaat volgens een van de voorgaande conclusies 1 tot en met 9, waarbij de één of meerdere sorteermiddelen gekozen worden uit een lijst van: een omleidklep, een pneumatische omleider, een waterstroomomleider, een mechanische poort, een roterende omleider, een elektromechanische sorteerder of combinaties daarvan.
11.Apparaat volgens een van de voorgaande conclusies 1 tot en met 10, waarbij de inlaat een regelbaar verstelbaar diafragmamechanisme omvat, geconfigureerd om een grootte van een inlaatopening van de inlaat aan te passen, bij voorkeur waarbij het diafragma opblaasbaar is.
12.Apparaat volgens een van de voorgaande conclusies 1 tot en met 11, waarbij ten minste één transparante wand van de tunnel een coating omvat, waarbij de coating wordt gekozen uit een lijst van: bariumsulfaat, titaniumdioxide, zinkoxide, magnesiumoxide, calciumcarbonaat, silica, aluminiumoxide of een combinatie daarvan.
13.Apparaat volgens een van de voorgaande conclusies 1 tot en met 12, waarbij de verlichtingsmiddelen een kleurtemperatuur hebben variërend van minimaal 4000 Kelvin tot maximaal 8000 Kelvin.
14.Apparaat volgens een van de voorgaande conclusies 1 tot en met 13, waarbij de tunnelwanden aan de laterale zijden van de tunnel vlak zijn.
15.Gebruik van een apparaat volgens een der voorgaande conclusies 1-14 voor het analyseren en sorteren van dieren en bij voorkeur waterdieren.
BE20245254A 2024-04-30 2024-04-30 Apparaat voor het analyseren en sorteren van dieren BE1032580B1 (nl)

Priority Applications (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE20245254A BE1032580B1 (nl) 2024-04-30 2024-04-30 Apparaat voor het analyseren en sorteren van dieren
PCT/EP2025/061854 WO2025229070A1 (en) 2024-04-30 2025-04-30 Device for analyzing and sorting animals

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE20245254A BE1032580B1 (nl) 2024-04-30 2024-04-30 Apparaat voor het analyseren en sorteren van dieren

Publications (2)

Publication Number Publication Date
BE1032580A1 BE1032580A1 (nl) 2025-11-26
BE1032580B1 true BE1032580B1 (nl) 2025-12-01

Family

ID=92043324

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE20245254A BE1032580B1 (nl) 2024-04-30 2024-04-30 Apparaat voor het analyseren en sorteren van dieren

Country Status (2)

Country Link
BE (1) BE1032580B1 (nl)
WO (1) WO2025229070A1 (nl)

Citations (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US5222458A (en) * 1991-12-17 1993-06-29 Her Majesty The Queen In Right Of Canada, As Represented By The Department Of Fisheries And Oceans Apparatus for monitoring moving aquatic organisms
DE102011051279A1 (de) * 2011-03-07 2012-09-13 André Meißner Anordnung zur Erfassung und Dokumentation der Bewegung, Größe und Art von schwimmenden und nichtschwimmenden Wasserorganismen
US8651057B1 (en) * 2010-08-23 2014-02-18 The United States Of America, As Represented By The Secretary Of The Interior Photographic animal counter for monitoring movement of aquatic animals
DE102021101195A1 (de) * 2020-01-21 2021-07-22 Fishcon Gmbh Vorrichtung zum Erfassen von Wasserorganismen
US20210267172A1 (en) * 2018-06-27 2021-09-02 Radmantis Llc Animal Sensing System
NO20220789A1 (en) * 2022-07-09 2024-01-10 Fishway As A method for aligning and positioning individual fish in a body of water

Patent Citations (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US5222458A (en) * 1991-12-17 1993-06-29 Her Majesty The Queen In Right Of Canada, As Represented By The Department Of Fisheries And Oceans Apparatus for monitoring moving aquatic organisms
US8651057B1 (en) * 2010-08-23 2014-02-18 The United States Of America, As Represented By The Secretary Of The Interior Photographic animal counter for monitoring movement of aquatic animals
DE102011051279A1 (de) * 2011-03-07 2012-09-13 André Meißner Anordnung zur Erfassung und Dokumentation der Bewegung, Größe und Art von schwimmenden und nichtschwimmenden Wasserorganismen
US20210267172A1 (en) * 2018-06-27 2021-09-02 Radmantis Llc Animal Sensing System
DE102021101195A1 (de) * 2020-01-21 2021-07-22 Fishcon Gmbh Vorrichtung zum Erfassen von Wasserorganismen
NO20220789A1 (en) * 2022-07-09 2024-01-10 Fishway As A method for aligning and positioning individual fish in a body of water

Also Published As

Publication number Publication date
BE1032580A1 (nl) 2025-11-26
WO2025229070A1 (en) 2025-11-06

Similar Documents

Publication Publication Date Title
Spaethe et al. Interindividual variation of eye optics and single object resolution in bumblebees
EP2972204B1 (en) Autofocus systems and methods for particle analysis in blood samples
US11385452B2 (en) Method and apparatus for microscopy
WO2022137243A1 (en) Optical technique for analyzing insects, shrimp and fish
KR20140037061A (ko) 이미지 캡처 및 조명 장치
Feller et al. Hiding opaque eyes in transparent organisms: a potential role for larval eyeshine in stomatopod crustaceans
IL290776B1 (en) A system and method for classifying species of insects in the early stages of their development
US20250391023A1 (en) Plaque detection method for imaging of cells
BE1032580B1 (nl) Apparaat voor het analyseren en sorteren van dieren
Pankhurst et al. Visual function in four Antarctic nototheniid fishes
Kim et al. Non-destructive detection of abnormal chicken eggs by using an optimized spectral analysis system
US11099118B2 (en) Device and method for sorting biological entities
JP2013116092A (ja) 魚類観測装置および方法
Du Clos et al. Overcoming hydrodynamic challenges in suspension feeding by juvenile Mya arenaria clams
US20250145933A1 (en) Method and apparatus for imaging of cells for counting cells, confluence measurement and plaque detection
Brodrick et al. A scotophobic response characterised by body contraction and ciliary arrest in Acropora coral larvae
Yemini et al. Tracking movement behavior of multiple worms on food
US20240309310A1 (en) Plaque detection method and apparatus for imaging of cells
JP2025533910A (ja) 水生生物のための撮像システム
Jiao Low-cost portable microscopy systems for biomedical imaging and healthcare applications
Ma et al. Evaluate the viscosity of small aquaculture water by computer vision technology
Simmons et al. Flow sensing in developing Xenopus laevis is disrupted by visual cues and ototoxin exposure
Li et al. Mechanisms of surface and volume light scattering from Caenorhabditis elegans revealed by angle-resolved measurements
KR20240062635A (ko) 표현형 분석를 위한 광스캐너 및 이를 이용한 표현형 분석 방법
JP2008079503A (ja) 被験物質の評価装置

Legal Events

Date Code Title Description
FG Patent granted

Effective date: 20251201