BE1032635B1 - Filterpakket voor fluïdumfluxmonitoring met interne compartimenten - Google Patents

Filterpakket voor fluïdumfluxmonitoring met interne compartimenten

Info

Publication number
BE1032635B1
BE1032635B1 BE20245302A BE202405302A BE1032635B1 BE 1032635 B1 BE1032635 B1 BE 1032635B1 BE 20245302 A BE20245302 A BE 20245302A BE 202405302 A BE202405302 A BE 202405302A BE 1032635 B1 BE1032635 B1 BE 1032635B1
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
filter
filter pack
cage
flowmeter
central cavity
Prior art date
Application number
BE20245302A
Other languages
English (en)
Other versions
BE1032635A1 (nl
Inventor
Goedele Verreydt
Putte Niels Van
Alexia Leyssens
Kleyn Timothy De
Original Assignee
Iflux Nv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Iflux Nv filed Critical Iflux Nv
Priority to BE20245302A priority Critical patent/BE1032635B1/nl
Priority to PCT/EP2025/063993 priority patent/WO2025242737A1/en
Publication of BE1032635A1 publication Critical patent/BE1032635A1/nl
Application granted granted Critical
Publication of BE1032635B1 publication Critical patent/BE1032635B1/nl

Links

Classifications

    • GPHYSICS
    • G01MEASURING; TESTING
    • G01FMEASURING VOLUME, VOLUME FLOW, MASS FLOW OR LIQUID LEVEL; METERING BY VOLUME
    • G01F15/00Details of, or accessories for, apparatus of groups G01F1/00 - G01F13/00 insofar as such details or appliances are not adapted to particular types of such apparatus
    • G01F15/14Casings, e.g. of special material
    • GPHYSICS
    • G01MEASURING; TESTING
    • G01FMEASURING VOLUME, VOLUME FLOW, MASS FLOW OR LIQUID LEVEL; METERING BY VOLUME
    • G01F15/00Details of, or accessories for, apparatus of groups G01F1/00 - G01F13/00 insofar as such details or appliances are not adapted to particular types of such apparatus
    • G01F15/12Cleaning arrangements; Filters
    • G01F15/125Filters
    • GPHYSICS
    • G01MEASURING; TESTING
    • G01FMEASURING VOLUME, VOLUME FLOW, MASS FLOW OR LIQUID LEVEL; METERING BY VOLUME
    • G01F15/00Details of, or accessories for, apparatus of groups G01F1/00 - G01F13/00 insofar as such details or appliances are not adapted to particular types of such apparatus
    • G01F15/18Supports or connecting means for meters

Landscapes

  • Physics & Mathematics (AREA)
  • Fluid Mechanics (AREA)
  • General Physics & Mathematics (AREA)
  • Measuring Volume Flow (AREA)

Abstract

De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een filterpakket voor een stromingsmeter, waarbij het filterpakket een kooi omvat die een centrale holte omvat voor het ontvangen van ten minste één stromingsmeter, een aantal zich radiaal uitstrekkende kamers het mogelijk maakt dat een fluïdumstroming de centrale holte bereikt, en daardoor de stromingsmeter. Elk uiteinde van elke radiaal uitstrekkende kamer is verder uitgerust met ten minste één filter. De onderhavige uitvinding verschaft ook een monitoringsamenstel omvattende een filterpakket en een stromingsmeter, waarbij de stromingsmeter een aantal trechterkamers heeft die zijn geconfigureerd als diametraal tegenover elkaar liggende paren die zijn geconfigureerd om een fluïdum naar een kanaal te leiden dat elk paar trechterkamers verbindt, waarbij de genoemde kanalen zijn uitgerust met sensoren.

Description

1 BE2024/5302
FILTERPAKKET VOOR FLUÏDUMFLUXMONITORING MET INTERNE
COMPARTIMENTEN
GEBIED VAN DE UITVINDING
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op het technische gebied van monitoringsapparaten voor putten.
ACHTERGROND
US9988883 beschrijft een zeef voor het zeven van deeltjes in boorgatfluïda. Het boorgatzeef omvat een basisbuis. De basisbuis heeft een zeefgedeelte dat wordt gevormd door een buitenmantel en een binnenwand. De buitenmantel bevat openingen en de binnenwand bevat poorten. Tussen de buitenmantel en de binnenmantel wordt een annulus gevormd. Aan de binnenkant van de buitenmantel wordt een filtermedium geplaatst om water dat door de openingen stroomt te filteren.
In de poorten worden filterschijven geplaatst. Het filtermedium vult de annulus niet volledig. Op de binnenwand worden stromingskanalen gevormd. De stroming die van elk stromingskanaal uitgaat, kan voornamelijk afkomstig zijn van geselecteerde openingen. De stromingskanalen vormen een soort interne compartimentering.
Deze bekende apparaat heeft als nadeel dat water door het filtermedium rond de binnenwand kan stromen in plaats van door de poorten.
De onderhavige uitvinding beoogt ten minste enkele van de hierboven genoemde problemen en nadelen op te lossen.
SAMENVATTING VAN DE UITVINDING
Hiertoe heeft de onderhavige uitvinding betrekking op een filterpakket voor een stromingsmeter volgens conclusie 1.
Voorkeursuitvoeringsvormen van het filterpakket zijn weergegeven in een der conclusies 2 tot en met 12.
In een tweede aspect heeft de onderhavige uitvinding betrekking op een samenstel voor het monitoren van een fluïdumflux volgens conclusie 13. Het samenstel omvat
2 BE2024/5302 een filterpakket en een stromingsmeter. Voorkeursuitvoeringsvormen van het samenstel worden getoond in der conclusies 14 tot en met 16.
In een derde aspect heeft de onderhavige uitvinding betrekking op een werkwijze volgens conclusie 17. Meer in het bijzonder voorziet de werkwijze in stappen voor het voorbereiden en gebruiken van een samenstel voor het meten van meerdere fluïdumfluxwaarden en het vervolgens berekenen van een uiteindelijke grootte en richting op basis van genoemde fluxen.
Beschrijving van de figuren
De volgende beschrijving van de figuren van specifieke uitvoeringen van de uitvinding is slechts exemplarisch van aard en beperkt de onderhavige leer, de toepassing of het gebruik daarvan niet. In de tekeningen geven corresponderende referentiecijfers gelijkaardige of corresponderende onderdelen en kenmerken aan.
Figuur 1 toont de kooi van het filterpakket.
Figuur 2 toont een andere uitvoeringsvorm van de kooi van het filterpakket.
Figuur 3 toont een uiteengenomen weergave van het filterpakket van Figuur 1.
Figuur 4 toont een stromingsmeter uitgerust met twee sensoren in een draagconstructie.
Figuur 5 toont een bovenaanzicht van het filterpakket van Figuur 2.
Figuur 6 toont een bovenaanzicht van het filterpakket van Figuur 1 en Figuur 3.
Figuur 7 toont een andere uitvoeringsvorm van een stromingsmeter uitgerust met twee sensoren in een draagconstructie.
Figuur 8 toont een samenstel volgens een uitvoeringsvorm van de huidige uitvinding.
3 BE2024/5302
GEDETAILLEERDE BESCHRIJVING VAN DE UITVINDING
Tenzij anders gedefinieerd, hebben alle termen die worden gebruikt bij de bekendmaking van de uitvinding, met inbegrip van technische en wetenschappelijke termen, de betekenis zoals algemeen begrepen door een deskundige in het vakgebied waartoe deze uitvinding behoort. Bij wijze van verdere begeleiding zijn termdefinities inbegrepen om de leer van de onderhavige uitvinding beter te waarderen.
Zoals hierin gebruikt, hebben de volgende termen de volgende betekenissen: ‘Een’, ‘de’ en ‘het’, zoals ze hierin worden gebruikt, omvatten zowel enkelvoudige als meervoudige referenten, tenzij de context duidelijk anders aangeeft. Bij wijze van voorbeeld verwijst ‘een compartiment’ naar een of meer compartimenten. ‘Omvatten’, ‘omvattende’ en ‘omvat’ en ‘samengesteld uit’ zoals hier gebruikt, zijn synoniem met ‘bevatten’, ‘bevattende’ of ‘bevat’ en zijn inclusieve of open termen die de aanwezigheid specificeren van wat volgt (bijv. een component) en sluiten de aanwezigheid van aanvullende, niet-genoemde componenten, kenmerken, elementen, delen, stappen, die welbekend zijn in de stand der techniek of daarin beschreven zijn, niet uit.
Verder worden de termen eerste, tweede, derde en dergelijke in de beschrijving en in de conclusies gebruikt voor het onderscheiden van gelijkaardige elementen en niet noodzakelijk voor het beschrijven van een volgorde, noch in de tijd, noch spatiaal, tenzij anders aangegeven. Het dient te worden begrepen dat de termen op die manier gebruikt onder geschikte omstandigheden verwisselbaar zijn en dat de uitvoeringsvormen van de uitvinding hierin beschreven geschikt zijn om in andere volgorde te werken dan hierin beschreven of weergegeven.
Het citeren van numerieke bereiken door eindpunten omvat alle getallen en breuken die zijn opgenomen binnen dat bereik, evenals de genoemde eindpunten.
Hoewel de termen ‘een of meer’ of ‘ten minste één’, zoals een of meer of ten minste één lid/leden van een groep leden, op zichzelf duidelijk zijn, omvatten de termen, bij wijze van verdere toelichting, onder andere een verwijzing naar elk van de leden, of naar elke twee of meer leden, zoals bijv. elke >3, 24, 25, 26 of =7 leden en tot alle leden.
4 BE2024/5302
Verwijzing doorheen deze specificatie naar ‘één uitvoeringsvorm’ of ‘een uitvoeringsvorm’ betekent dat een specifiek kenmerk, structuur of karakteristiek beschreven in verband met de uitvoeringsvorm is opgenomen in tenminste één uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding. Dus, verschijningen van de uitdrukkingen ‘in één uitvoeringsvorm’ of ‘in een uitvoeringsvorm’ op diverse plaatsen doorheen deze specificatie hoeven niet noodzakelijk allemaal naar dezelfde uitvoeringsvorm te refereren, maar kunnen dit wel doen. Voorts, de specifieke kenmerken, structuren of karakteristieken kunnen gecombineerd worden op eender welke geschikte manier, zoals duidelijk zou zijn voor de vakman op basis van deze beschrijving, in één of meerdere uitvoeringsvormen. Voorts, terwijl sommige hierin beschreven uitvoeringsvormen sommige, maar niet andere, in andere uitvoeringsvormen inbegrepen kenmerken bevatten, zijn combinaties van kenmerken van verschillende uitvoeringsvormen bedoeld als gelegen binnen de reikwijdte van de uitvinding, en vormen deze verschillende uitvoeringsvormen, zoals zou begrepen worden door de deskundige op het vakgebied. Bijvoorbeeld, in de volgende conclusies kunnen eender welke van de beschreven uitvoeringsvormen gebruikt worden in eender welke combinatie.
In een eerste aspect voorziet de uitvinding in een filterpakket voor een stromingsmeter, het filterpakket omvat: - een kooi omvattende een bovenste einde en een onderste einde, een centrale holte die opent naar beide van deze uiteinden; en - ten minste één filter geconfigureerd om alle laterale fluïdumcommunicatiekanalen tussen de centrale holte en de buitenkant af te dekken.
De kooi, zoals hierboven beschreven, biedt een centrale holte voor het ontvangen van ten minste één stromingsmeter. De kooi is bij voorkeur een omwentelingslichaam. De kooi heeft bij voorkeur de vorm van een kegelvormige kooi of een cilindervormige kooi. Met de meeste voorkeur is de kooi een cilindrische kooi.
Het filter biedt op voordelige wijze bescherming aan de ten minste ene stromingsmeter tegen vuil dat anders zou kunnen resulteren in storingen en onnauwkeurige metingen.
In bekende filterpakketten omringen twee filtergazen de centrale holte van de kooi rondom zijn as, een binnenste filtergaas en een buitenste filtergaas. Zowel het binnenste als het buitenste gaas worden ondersteund door de kooi en bevinden zich concentrisch ten opzichte van elkaar, zodat er een ten minste gedeeltelijk ringvormige opening ontstaat tussen het binnenste en buitenste filtergaas. Terwijl de filtergazen een waardevolle bescherming bieden voor elke stromingsmeter die in de centrale holte van de kooi is geplaatst, hebben dezelfde gaasjes, en met name de lege ruimte tussen deze filtergazen, de neiging om fluïdumstromen af te leiden van 5 de centrale holte van de kooi en/of deze stromen onregelmatig van richting te laten veranderen. Zoals duidelijk zal zijn voor een vakman geschoold in het technische veld, presenteert dit een probleem bij het verkrijgen van nauwkeurige stroomwaarden. Dit probleem wordt opgelost door de onderhavige uitvinding aan de hand van ten minste één van de onderstaande uitvoeringsvormen.
In een voorkeursuitvoering zijn de laterale fluïdumcommunicatiekanalen ten minste twee identieke radiaal uitstrekkende holten die zijn geplaatst tussen beide uiteinden van de kooi, waarbij deze holten zorgen voor fluidumcommunicatie tussen de centrale holte en de buitenomtrek van de kooi. De laterale wanden van iedere radiaal uitstrekkende holte zijn nagenoeg uitgelijnd met de longitudinale as van de kooi, waarbij de laterale wanden de fluïdumstroming scheiden tussen elke twee aangrenzende radiaal uitstrekkende holten. Op deze manier wordt het volume rond de centrale holte van de kooi voordelig verdeeld op zo’n manier dat voorkomen wordt dat de stroming de centrale holte omzeilt. Zodra het fluïdum het filterpakket binnendringt voorbij de buitenomtrek ervan, kan dit fluïdum nergens anders passeren dan door de centrale holte van de kooi, om vervolgens alleen via de tegenoverliggende zijde van de holte het filterpakket te verlaten. De kooi is voorzien van een even aantal radiaal uitstrekkende holten, waarbij elke radiaal uitstrekkende holte een corresponderende diametraal tegenoverliggende radiaal uitstrekkende holte heeft waarmee deze in hoofdzaak in één lijn ligt. Bij voorkeur zijn de laterale fluidumcommunicatiekanalen ten minste vier identieke radiaal uitstrekkende holten.
In een uitvoeringsvorm omvat het filter minstens één filtergaas. Een filtergaas is voordelig om te voorkomen dat grove deeltjes de centrale holte binnendringen, wat op zijn beurt voordelig is voor het beschermen van de stromingsmeter.
In een uitvoeringsvorm omvat elke radiaal uitstrekkende holte pakkingmateriaal als een filter. Bij voorkeur is dit pakkingmateriaal een inerte korrelige stof, zoals glaskralen, zand, kiezelstenen of, het liefst, grind. Deze laatste voorziet in een effectieve, eenvoudig verkrijgbare en goedkope pakking, waardoor de productiekosten van het filterpakket kunnen worden verlaagd. Als alternatief is het pakkingmateriaal een non-woven filter. Het pakkingmateriaal kan worden verdicht.
6 BE2024/5302
Dit is gunstig om het pakkingmateriaal direct in de radiaal uitstrekkende holten te plaatsen, zonder dat er additionele elementen nodig zijn om het pakkingmateriaal op zijn plaats te houden.
Deze uitvoeringsvorm kan voordelig gecombineerd worden met een voorheen beschreven uitvoeringsvorm, waarbij de filter minstens één filtergaas omvat. Het filtergaas voorkomt dat grove deeltjes de centrale holte binnendringen, terwijl het pakkingmateriaal voorkomt dat fijne deeltjes de centrale holte binnendringen. Bij voorkeur omvat het filtergaas ten minste één buitenste filtergaas en ten minste één binnenste filtergaas. Het pakkingmateriaal wordt tussen het ten minste ene buitenste gaas en het ten minste ene binnenste gaas gehouden. Het buitenste filtergaas wordt op voordelige wijze ondersteund door het pakkingmateriaal om schade en/of verplaatsing van het genoemde filtergaas als gevolg van externe botsingen te voorkomen.
In een uitvoeringsvorm heeft genoemde centrale holte een cilindrische vorm. Een cilindrische vorm is gunstig voor het inbrengen van een stromingsmeter in de centrale holte. Een cilindrische vorm heeft als nadeel dat een verticale beweging van de stromingsmeter niet automatisch beperkt wordt door de centrale holte. In dit geval zal het nodig zijn om bijkomende middelen te voorzien om de stromingsmeter op zijn plaats te houden.
In een voorkeursuitvoeringsvorm heeft de centrale holte een frustoconische vorm.
Bij voorkeur is het grotere diameter gedeelte van de genoemde frustoconische centrale holte naar boven gericht, waardoor het gemakkelijker wordt om een element of apparaat, zoals een stromingsmeter, in de centrale holte te plaatsen en te verwijderen. De hoek van de laterale wand van genoemde centrale holte ten opzichte van zijn as ligt tussen 2° en 40°, met meer voorkeur tussen 3° en 35°, 4° en 30°, met de meeste voorkeur tussen 5° en 25°. De frustoconische vorm is voordelig om de stromingsmeter in positie te houden.
In een voorkeursuitvoering omvat het filterpakket ten minste één buisvormig verbindingsstuk direct naast het bovenste uiteinde van de kooi, waarbij dit verbindingsstuk is geconfigureerd om op afneembare wijze aan een sondebuis te kunnen worden bevestigd. Dit maakt het op voordelige wijze mogelijk om het filterpakket aan te sluiten op een sondebuis, waardoor plaatsing, installatie en vervanging van het filterpakket op voordelige wijze eenvoudiger wordt. Het
7 BE2024/5302 verbindingsstuk wordt aan het boveneinde van de kooi gelast, aan het boveneinde geschroefd of door middel van een mofverbinding of ander geschikt middel aan het boveneinde van de kooi bevestigd. Alternatief maakt het verbindingsstuk integraal deel uit van de kooi. Bij voorkeur wordt het verbindingsstuk aan het distale uiteinde van een buis bevestigd door middel van een grendelmechanisme, met meer voorkeur een bajonetverbinding, een onderbroken schroefdraad, met de meeste voorkeur een schroefdraadverbinding. Bij voorkeur omvat genoemde verbinding verder een pal om telkens wanneer genoemd filterpakket wordt geïnstalleerd eenzelfde positionering van het filterpakket ten opzichte van de buis te garanderen. Op deze manier zal een gebruiker niet in twijfel worden gelaten over de oriëntatie van het filterpakket ten opzichte van de buis. Bij voorkeur is het filterpakket tevens voorzien van een onderste verbindingsstuk. Op deze manier kan het filterpakket bijvoorbeeld worden voorzien van een conische bodem om het ondergronds inbrengen ervan te vergemakkelijken, van eender welke lokalisatievoorzieningen om elke ongewenste verplaatsing eenmaal ondergronds te voorkomen, of om het dragen van andere extra sensoren, diepteregelaars en dergelijke mogelijk te maken. Het onderste verbindingsstuk wordt aan het ondereinde van de kooi gelast, aan het ondereinde geschroefd of door middel van een mofverbinding of enig ander geschikt middel aan het ondereinde van de kooi bevestigd. Alternatief is het onderste verbindingsstuk een integraal onderdeel van de kooi.
In een verdere uitvoeringsvorm omvat het ten minste één verbindingsstuk ten minste één uitlijnmarkering die complementair is aan ten minste één uitlijnmarkering aan ten minste één uiteinde van de kooi, waarbij de ten minste één uitlijnmarkering op het verbindingsstuk zichtbaar is vanaf de buitenkant van het filterpakket. Dit stelt de gebruiker in staat om visueel de juiste uitlijning te bevestigen tussen het filterpakket en de verbindingsstukken ervan. Dit is bijzonder nuttig om te detecteren of er schade is opgetreden aan een aansluiting tussen het filterpakket en een van de verbindingsstukken ervan. De uitliinmarkering is bij voorkeur ook aanwezig en zichtbaar op de buizen die zijn bevestigd aan het verbindingsstuk dat aan de bovenkant van de kooi is bevestigd. Dit is van voordeel tijdens installatie van het filterpakket in een boorgat om te verzekeren dat het filterpakket correct in het boorgat is uitgelijnd. De uitljnmarkering wordt bij voorkeur uitgelijnd met een middelpunt van een van de laterale fluidumcommunicatiekanalen.
In een uitvoeringsvorm omvat het filterpakket een uitlijningsdetectie-element. Het uitlijningsdetectie-element is geschikt voor het detecteren van een correcte
8 BE2024/5302 hoekuitlijning van een stromingsmeter in het filterpakket, een correcte verticale uitlijning van een stromingsmeter in het filterpakket of voor zowel een correcte hoek- als verticale uitlijning van een stromingsmeter in het filterpakket. Een correcte hoekuitlijning betekent dat elk van de zich radiaal uitstrekkende holten van het filterpakket uitgelijnd is met één trechterkamer van de stromingsmeter. De trechterkamer is zoals beschreven in een latere uitvoeringsvorm van het samenstel.
Een correcte verticale uitlijning betekent dat de stromingsmeter op de juiste diepte in het filterpakket wordt geïnstalleerd.
In een uitvoeringsvorm is het uitlijningsdetectie-element een visuele indicatie aan de binnenkant van het filterpakket. De visuele aanduiding is bijvoorbeeld een horizontale lijn bij verticale uitlijning, een verticale lijn bij hoekuitlijning of een kruis bij zowel hoek- als verticale uitlijning. De stromingsmeter omvat een complementair uitlijnelement. Het uitlijnelement is een visuele indicatie op de stromingsmeter, zoals beschreven in een latere uitvoeringsvorm van het samenstel. Wanneer de visuele indicatie op het filterpakket en de visuele indicatie op de stromingsmeter op elkaar zijn afgestemd, is de stromingsmeter correct uitgelijnd in het filterpakket. De uitlijning kan worden gecontroleerd met een camera die in het boorgat wordt neergelaten. In het geval van een hoekuitlijning wordt de visuele indicatie op het — filtterpakket bij voorkeur uitgeljnd met een middelpunt van een van de laterale fluidumcommunicatiekanalen.
In een alternatieve uitvoeringsvorm is het uitlijningsdetectie-element een magneet.
De magneet wordt bij voorkeur uitgelijnd met een middelpunt van een van de laterale fluidumcommunicatiekanalen. De magneet is nuttig om met behulp van een magnetometer of een reedcontact een correcte uitlijning van het filterpakket in een boorgat te detecteren. De magneet kan zowel voor het detecteren van een correcte hoekuitlijning als voor een verticale uitlijning worden gebruikt. De magnetometer of het reedcontact maakt bij voorkeur deel uit van de stromingsmeter, zoals beschreven in een latere uitvoeringsvorm van het samenstel.
In een alternatieve uitvoeringsvorm is de uitlijningsdetectie een RFID. De RFID wordt bij voorkeur uitgeljnd met een middelpunt van een van de laterale fluidumcommunicatiekanalen. De RFID is nuttig om met behulp van een RFID-lezer een correcte uitlijning van het filterpakket in een boorgat te detecteren. De RFID kan zowel voor het detecteren van een correcte hoekuitlijning als voor een verticale
9 BE2024/5302 uitlijning worden gebruikt. De RFID-lezer maakt bij voorkeur deel uit van de stromingsmeter, zoals beschreven in een latere uitvoeringsvorm van het samenstel.
In een voorkeursuitvoeringsvorm omvat elke wand, geplaatst tussen twee zich radiaal uitstrekkende holten, een uitsteeksel dat zich uitstrekt in de centrale holte in de richting van zijn as. Deze uitvoeringsvorm is bijzonder voordelig in combinatie met een stromingsmeter voorzien van afdichtingsrubbers tussen aangrenzende trechterkamers. Het uitsteeksel steekt in de afdichtingsrubbers. Hierdoor wordt ervoor gezorgd dat eender welke spleten tussen de stromingsmeter en het filterpakket worden afgedicht door de afdichtingsrubbers. Bij voorkeur omvatten de afdichtingsrubbers een complementaire groef. Op deze manier zal een stromingsmeter met een groef die complementair is aan het genoemde uitsteeksel bij de gebruiker geen twijfel laten bestaan over de oriëntatie van de stromingsmeter ten opzichte van het filterpakket. Bij voorkeur heeft de complementaire groef kleinere afmetingen dan het corresponderende uitsteeksel om ervoor te zorgen dat het afdichtingsrubber nauw aansluit op het uitsteeksel.
In een verdere uitvoeringsvorm is genoemd ten minste ene uitsteeksel een ribbe met een driehoekige doorsnede die langs ten minste een deel van de hoogte van de wand loopt waarvandaan het zich uitstrekt. Een dergelijke ribbe verschaft op voordelige wijze vroegtijdige feedback aan de gebruiker met betrekking tot de positie van een stromingsmeter ten opzichte van de kooi, aangezien elk contact tussen de genoemde stromingsmeter met enig deel van de interne holte van de kooi zal resulteren in tactiele feedback die de gebruiker bereikt. Hierdoor kan de gebruiker snellere correcties uitvoeren en bijgevolg een snellere installatie van een stromingsmeter in het filterpakket. Bijkomend voordeel is dat een driehoekig doorsnede geleidelijk een afdichtingsrubber van een stromingsmeter zal verdringen, waardoor een strakke pasvorm van het afdichtingsrubber tegen het uitsteeksel en tegen de centrale holte van het filterpakket wordt verzekerd.
In een voorkeursuitvoeringsvorm omvat de kooi nabij het onderste uiteinde ten minste één referentie-uitsteeksel voor het uitlijnen van een stromingsmeter binnen de holte. Dit referentie-uitsteeksel maakt op voordelige wijze een nog verfijndere positionering van een stromingsmeter binnen de centrale holte van het filterpakket mogelijk.
10 BE2024/5302
In een verdere uitvoeringsvorm omvat de kooi ten minste twee referentie- uitsteeksels aan weerszijden van de centrale holte, waarbij de ten minste twee referentie-uitsteeksels in elkaar overgaan op de as van de centrale holte. Bij voorkeur omvat de kooi vier referentie-uitsteeksels die een kruis vormen op de as van de centrale holte. In dit geval maken de referentie-uitsteeksels een verfijnde positie van de stromingsmeter binnen de centrale holte mogelijk, terwijl ook de stijfheid en robuustheid van de kooi van het filterpakket wordt vergroot. Genoemde referentie- uitsteeksels zijn bovendien nuttig als ondersteuning voor het vasthouden van de stromingsmeter.
In een voorkeursuitvoering is de kooi gemaakt van HDPE, PA12 of PVC. Bij voorkeur is de kooi gemaakt van HDPE. Deze materialen maken een gemakkelijke en kosteneffectieve vervaardiging van de kooi mogelijk, terwijl ze ook licht van gewicht zijn. Op deze manier vereist de installatie van het filterpakket op voordelige wijze minder inspanning van de gebruiker, waardoor de installatie kan worden uitgevoerd door één persoon of door een robot met een lager laadvermogen. Bijkomend voordeel is dat deze materialen een goede chemische resistentie en een goede weerstand tegen vocht hebben.
In een voorkeursuitvoeringsvorm omvat het ten minste ene filter ten minste één binnenste filtergaas. Het ten minste ene binnenste filtergaas is integraal met de kooi en omvat een wand met een aantal openingen, waarbij de genoemde wand zijdelings de centrale holte van de kooi begrenst. Op deze manier wordt ten minste één van de filtergazen tegelijkertijd met de kooi geproduceerd. Bij voorkeur wordt de kooi spuitgegoten om de kosten verder te verlagen en tegelijkertijd de geometrische uniformiteit van elk van de geproduceerde kooien te vergroten.
In een voorkeursuitvoeringsvorm omvat het ten minste ene filter ten minste één buitenste filtergaas. Het minstens één buitenste filtergaas is een geweven draadgaas.
Dit maakt het mogelijk om de kooi te voorzien van een breder scala aan maaswijdtes om te passen bij verschillende operationele omgevingen, terwijl het gaas sterker is dan een plastic gaas. Genoemd geweven draadgaas kan gemaakt zijn van elk materiaal of legering met lage corrosie, bij voorkeur een titanium- of ijzerlegering.
Met meer voorkeur is de draad van het geweven draadgaas gemaakt van roestvrij staal, met meer voorkeur een 304-legering, met de meeste voorkeur 316. Deze legeringen bieden uitstekende sterkte en corrosiebestendigheid, zelfs in zure en
11 BE2024/5302 bijtende omgevingen, waardoor een lange levensduur van het filterpakket wordt gegarandeerd.
In een uitvoeringsvorm omvat het ten minste ene filter ten minste één binnenste filtergaas. De ten minste ene binnenste filtergaas is een geweven draadgaas. Deze uitvoeringsvorm heeft vergelijkbare voordelen als een buitenste filtergaas gemaakt van geweven draadgaas. Het geweven draadgaas kan van soortgelijke materialen zijn gemaakt als het ten minste ene buitenste filtergaas.
Een tweede aspect van de uitvinding heeft betrekking op een samenstel voor het monitoren van een fluïdumflux, waarbij het samenstel een filterpakket omvat volgens een der uitvoeringsvormen van het eerste aspect van de uitvinding, waarbij het samenstel verder omvat: - een stromingsmeter geplaatst in de centrale holte van het filterpakket, waarbij de stromingsmeter een draagconstructie omvat die complementair is aan de centrale holte van de kooi, waarbij de draagconstructie verder een aantal trechterkamers omvat, waarbij elke trechterkamer is geconfigureerd om een fluidumstroming te geleiden naar een centraal kanaal dat een fluïdumverbinding verschaft met een tegenoverliggende trechterkamer, waarbij elk kanaal is voorzien van een sensor om een stroming langs de lengterichting van genoemd kanaal te meten.
Het samenstel maakt een optimale plaatsing van de tenminste ene stromingsmeter binnen het filterpakket mogelijk. Op deze manier wordt de betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van de monitoring aanzienlijk verbeterd.
In een voorkeursuitvoeringsvorm is elke zich radiaal uitstrekkende holte uitgelijnd met één trechterkamer. De operationele betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van het samenstel wordt aanzienlijk vergroot door ervoor te zorgen dat elke zich radiaal uitstrekkende holte uitgelijnd is met één trechterkamer. Dit elimineert effectief alle manieren waarop een stroom de ten minste ene stromingsmeter kan omzeilen, wat resulteert in het vastleggen van echte resultaten door elk van de gebruikte stromingsmeters. Bij voorkeur omvat de draagconstructie ten minste twee sensoren, waarbij elk uiteinde van elke sensor uitmondt in een trechterkamer, waarbij elke sensor in een verticale richting is geplaatst ten opzichte van andere sensoren. Op deze manier maakt het samenstel het monitoren van een stroming in ten minste twee richtingen mogelijk, waardoor het verzamelen en berekenen van nauwkeurigere
12 BE2024/5302 gegevens met betrekking tot de stromingsdynamiek mogelijk wordt. Bij voorkeur omvat de stromingsmeter twee in onderling loodrechte richtingen georiënteerde sensoren.
In een voorkeursuitvoeringsvorm omvat de draagconstructie verder een afdichtingsrubber tussen elke twee aangrenzende trechterkamers. Bij voorkeur zijn de trechterkamers omgeven door de afdichtingsrubbers. Het afdichtingsrubber omvat een groef. Deze groef is complementair aan een uitsteeksel dat zich uitstrekt in de centrale holte van de kooi. Het uitsteeksel strekt zich uit vanaf een wand die is geplaatst tussen twee zich radiaal uitstrekkende holten in de centrale holte in de richting van zijn as. Het uitsteeksel is bij voorkeur zoals beschreven in een eerdere uitvoeringsvorm van het filterpakket volgens het eerste aspect. Het uitsteeksel steekt in het afdichtingsrubber. Hierdoor wordt ervoor gezorgd dat eender welke spleten tussen de stromingsmeter en het filterpakket worden afgedicht door de afdichtingsrubbers. Bij voorkeur heeft de groef kleinere afmetingen dan het corresponderende uitsteeksel om ervoor te zorgen dat het afdichtingsrubber nauw aansluit op het uitsteeksel. Bijkomend voordeel is dat de gebruiker geen twijfel zal hebben over de positionering van de draagconstructie, en dus van de ten minste ene stromingsmeter, binnen de centrale holte van de kooi. De groef in de — afdichtingsrubbers van de draagconstructie en de uitsteeksels die zich uitstrekken in de centrale holte van de kooi maken het tevens mogelijk om de positie van de draagconstructie ten opzichte van de kooi van het filterpakket te behouden. Dit maakt het op voordelige wijze mogelijk leesfouten als gevolg van een verkeerde uitlijning van de ten minste ene stromingsmeter ten opzichte van de fluidumstroming te vermijden, waardoor in grote mate wordt bijgedragen aan de nauwkeurigheid van de gegevens die door de ten minste ene stromingsmeter worden verzameld.
Het is duidelijk dat de afdichtingsrubbers tussen telkens twee aangrenzende trechterkamers verenigd kunnen worden in één enkel afdichtingsrubber. In dat geval omvat het enkele afdichtingsrubber een groef tussen elke twee aangrenzende trechterkamers.
Voor de vakman is het duidelijk dat het uitsteeksel op de genoemde wand en de groef in het afdichtingsrubber verwisselbare elementen zijn.
In een voorkeursuitvoeringsvorm omvat de stromingsmeter verder een basisstuk omvattende ten minste één zich naar beneden uitstrekkende tand. De ten minste ene
13 BE2024/5302 tand omvat een sleuf. De sleuf is complementair aan een referentie-uitsteeksel nabij de onderkant van het filterpakket. Het referentie-uitsteeksel is zoals beschreven in eerdere uitvoeringsvormen van een filterpakket volgens het eerste aspect.
Genoemde tand verdringt met voordeel eender welk vuil tijdens het inbrengen van het filterpakket in de grond, waardoor de genoemde stap van het inbrengen veel gemakkelijker wordt gemaakt. De tand maakt ook een meer consistente positionering van het filterpakket mogelijk, aangezien het aan de bodem van een gat of holte kan worden bevestigd om beter weerstand te bieden aan laterale verplaatsing als gevolg van krachten die worden uitgeoefend door sterkere stromingen. Het ontvangen van het referentie-uitsteeksel in de sleuf zorgt voor een correcte uitlijning van de stromingsmeter in het filterpakket. Bij voorkeur omvat de tand een trechtervorm in de richting van de sleuf. Dit is gunstig voor het ontvangen van het referentie- uitsteeksel in de sleuf. De stromingsmeter zal automatisch draaien bij het verlagen van de stromingsmeter in het filterpakket totdat de referentie-uitsteeksel in de sleuf komt. Bij voorkeur omvat het basisstuk meerdere tanden, met meer voorkeur drie, met de meeste voorkeur vier. Bij voorkeur zijn de distale uiteinden van genoemde tanden ten opzichte van de as van de kooi versprongen geplaatst. Op deze manier voorkomen de tanden ook elke ongewenste rotatie van de kooi als gevolg van krachten die worden uitgeoefend door fluïdumstromingen, waardoor de positionele stabiliteit van de kooi op lange termijn wordt gegarandeerd.
In een uitvoeringsvorm omvat het samenstel een buis met een massieve wand. De buis met de massieve wand wordt direct onder het filterpakket geplaatst. De buis met de massieve wand wordt bij voorkeur bevestigd aan een verbindingsstuk aan het ondereinde van de kooi. Het samenstel omvat onder de buis met de massieve wand een stuk geperforeerde buis. De geperforeerde buis is in de omtrek voorzien van meerdere gaten. De gaten kunnen ronde gaten, spleten, sleuven zijn of een andere geschikte vorm hebben. Bij voorkeur worden de gaten opgevuld of afgedekt met een filter, zoals pakkingmateriaal, filtergazen, enz., of een combinatie daarvan.
De buis met de massieve wand is gunstig om verstoring van de monitoring van de fluïdumflux in het filterpakket te voorkomen. De buis met de massieve wand vermijdt extra horizontale stromingen door de buis direct onder de stromingsmeter. De geperforeerde buis is voordelig om fluïda de buis binnen te laten komen op een afstand onder de stromingsmeter. Als het fluïdum de buis onder de stromingsmeter niet zou kunnen binnendringen, zou die fluïdum het samenstel naar boven stuwen.
Dankzij de geperforeerde buis kan het fluïdum het samenstel vrij in- en uitgaan zonder de metingen in de stromingsmeter te verstoren.
14 BE2024/5302
In een verdere uitvoeringsvorm omvat het samenstel een zandvanger onder de geperforeerde buis. De zandvanger is nuttig om te voorkomen dat zand of ander vuil de gaten in de geperforeerde buis blokkeert. Het zand of ander vuil zal in de zandvanger neerslaan.
In een uitvoeringsvorm omvat de stromingsmeter een verticaal kanaal door de stromingsmeter. Het verticale kanaal is voordelig voor het mogelijk maken van een verticale fluïdumstroming door de stromingsmeter. Wanneer een fluïdum in het samenstel omhoog of omlaag gaat, kan het fluïdum door de stromingsmeter stromen.
De stromingsmeter blijft op zijn plaats. Doordat het fluïdum verticaal door de stromingsmeter kan stromen, ontstaan er geen drukveranderingen in de sensor, die anders verstoringen in de horizontale stromingsmetingen zouden kunnen veroorzaken.
In een uitvoeringsvorm omvat de stromingsmeter een uitljnelement voor het controleren van een correcte uitlijning van de stromingsmeter binnen het filterpakket. Het uitljnelement is geschikt voor het detecteren van een correcte hoekuitlijning van de stromingsmeter in het filterpakket, een correcte verticale uitlijning van de stromingsmeter in het filterpakket of voor zowel een correcte hoek- als verticale uitlijning van de stromingsmeter in het filterpakket. Een correcte hoekuitlijning betekent dat elk van de zich radiaal uitstrekkende holten van het filterpakket uitgelijnd is met één trechterkamer van de stromingsmeter. Een correcte verticale uitlijning betekent dat de stromingsmeter op de juiste diepte in het — filterpakket wordt geïnstalleerd.
In een uitvoeringsvorm is het uitljnelement een visuele indicatie op de stromingsmeter. De visuele aanduiding is bijvoorbeeld een horizontale lijn bij verticale uitlijning, een verticale lijn bij hoekuitlijning of een kruis bij zowel hoek- als verticale uitlijning. De visuele indicatie maakt bij voorkeur deel uit van een uitstekend element van de stromingsmeter. Dit is gunstig om ervoor te zorgen dat de visuele indicatie zichtbaar is met een camera wanneer de stromingsmeter in het filterpakket is geïnstalleerd. De visuele aanduiding is bijvoorbeeld een rand van een Z-vormig element aan de bovenzijde van de stromingsmeter. In het geval van een hoekuitlijning wordt de visuele indicatie op de stromingsmeter bij voorkeur uitgelijnd met een middelpunt van een van de trechterkamers van de stromingsmeter.
15 BE2024/5302
In een alternatieve uitvoeringsvorm is het uitljnelement een magnetometer. De magnetometer is bij voorkeur uitgelijnd met een middelpunt van een van de trechterkamers van de stromingsmeter. De magnetometer is bij voorkeur verbonden met een kabel voor het lezen van waarden uit de magnetometer. De kabel is bij voorkeur gemeenschappelijk met een kabel voor het lezen van waarden van de sensor van de stromingsmeter. Als alternatief is de magnetometer gekoppeld aan een radio voor het verzenden van waarden van de magnetometer naar een ontvanger buiten een boorgat waarin de stromingsmeter is geïnstalleerd. De magnetometer is geschikt voor het detecteren van zowel een correcte hoekuitlijning als een verticale uitlijning. Deze uitvoeringsvorm wordt op voordelige wijze gecombineerd met een eerdere uitvoeringsvorm van het filterpakket voorzien van een magneet.
In een alternatieve uitvoeringsvorm is het uitlijnelement een reedcontact. Het reedcontact is bij voorkeur uitgelijnd met een middelpunt van een van de trechterkamers van de stromingsmeter. Het reedcontact wordt bij voorkeur aangesloten op een kabel voor het detecteren van een gesloten of open reedcontact.
De kabel is bij voorkeur gemeenschappelijk met een kabel voor het lezen van waarden van de sensor van de stromingsmeter. Als alternatief kan het reedcontact gekoppeld worden aan een radio om een gesloten of open status van het reedcontact naar een ontvanger buiten een boorgat te sturen waarin de stromingsmeter is geïnstalleerd. Het reedcontact is geschikt voor het detecteren van zowel een correcte hoekuitlijning als een verticale uitlijning. Deze uitvoeringsvorm wordt op voordelige wijze gecombineerd met een eerdere uitvoeringsvorm van het filterpakket voorzien van een magneet. Een reedcontact is goedkoper dan een magnetometer, maar gaat ten koste van de nauwkeurigheid.
In een alternatieve uitvoeringsvorm is het uitlijnelement een RFID-lezer. De RFID- lezer wordt bij voorkeur uitgelijnd met een middelpunt van een van de trechterkamers van de stromingsmeter. De RFID-lezer is bij voorkeur verbonden met een kabel voor het lezen van waarden uit de RFID-lezer. De kabel is bij voorkeur gemeenschappelijk met een kabel voor het lezen van waarden van de sensor van de stromingsmeter. Als alternatief is de RFID-lezer gekoppeld aan een radio voor het verzenden van waarden van de RFID-lezer naar een ontvanger buiten een boorgat waarin de stromingsmeter is geïnstalleerd. De RFID-lezer is geschikt voor het detecteren van zowel een correcte hoekuitlijning als een verticale uitlijning. Deze uitvoeringsvorm wordt op voordelige wijze gecombineerd met een eerdere uitvoeringsvorm van het filterpakket voorzien van een RFID.
16 BE2024/5302
Een derde aspect van de uitvinding verschaft een werkwijze voor het monitoren van een fluidumflux, waarbij de werkwijze de volgende stappen omvat: - boor een gat in een grondoppervlak; - laat een filterpakket volgens één van de uitvoeringsvormen van het eerste aspect in het genoemde gat zakken tot een vooraf bepaalde diepte; - laat een stromingsmeter in het gat zakken tot de vooraf bepaalde diepte, waarbij de stromingsmeter geplaatst is in de centrale holte van het filterpakket, waarbij de stromingsmeter een draagconstructie omvat die complementair is aan de centrale holte van de kooi, waarbij de draagconstructie verder een aantal trechterkamers omvat, waarbij elke trechterkamer is geconfigureerd om een fluidumstroming te geleiden naar een centraal kanaal dat een fluïdumverbinding verschaft met een tegenoverliggende trechterkamer, waarbij elk kanaal is voorzien van een sensor om een stroming langs de lengterichting van genoemd kanaal te meten; - het meten van de stroomwaarden voor elk van de kanalen van de stromingsmeter-draagconstructie; en - het berekenen van de grootte en richtingen van de stroming binnen het genoemde fluïdum door middel van de gemeten stromingswaarden van ten minste twee kanalen.
In een voorkeursuitvoeringsvorm is elke zich radiaal uitstrekkende holte uitgelijnd met een trechterkamer. Dit elimineert effectief alle manieren waarop een stroom de ten minste ene stromingsmeter kan omzeilen, wat resulteert in het vastleggen van echte resultaten door elk van de gebruikte stromingsmeters. Bij voorkeur wordt elke stromingsmeter in een verticale richting geplaatst ten opzichte van andere stromingsmeters. Op deze manier maakt het samenstel een betrouwbaardere monitoring van een stroom in ten minste twee richtingen mogelijk, waardoor het verzamelen en berekenen van nauwkeurigere gegevens met betrekking tot ten minste de richting en omvang van de gemonitorde stroom mogelijk wordt gemaakt.
Het is echter duidelijk dat de uitvinding niet beperkt is tot deze toepassing. De werkwijze volgens de uitvinding kan worden toegepast in allerlei fluïda in zowel gasvormige als vloeibare vorm. Het apparaat kan ook worden gebruikt om fluidumstromingen in industriële apparatuur te monitoren, op voorwaarde dat elk plastic materiaal wordt vervangen door een geschikt materiaal, zoals ferrometalen, aluminium, koperlegeringen, titanium en dergelijke, mocht de temperatuur in de
17 BE2024/5302 apparatuur hoger zijn dan die van de in deze beschrijving genoemde kunststofmaterialen.
De vakman zal begrijpen dat een werkwijze volgens het derde aspect bij voorkeur wordt uitgevoerd met een samenstel volgens het tweede aspect en dat een samenstel volgens het tweede aspect bij voorkeur is ingericht voor het uitvoeren van een werkwijze volgens het derde aspect. Elk kenmerk dat in dit document wordt beschreven, zowel hierboven als hieronder, kan daarom betrekking hebben op elk van de drie aspecten van de onderhavige uitvinding.
BESCHRIJVING VAN DE FIGUREN
Met als doel de eigenschappen van de uitvinding beter te illustreren, presenteert het volgende, als voorbeeld en op geen enkele manier andere potentiële toepassingen beperkend, een beschrijving van een aantal voorkeursuitvoeringsvormen en toepassingen van het filter voor putsondes gebaseerd op de uitvinding, waarbij:
Figuur 1 toont de kooi (2) van het filterpakket (1). De figuur toont de kooi (2) die is geplaatst tussen twee verbindingsstukken (3) die aan de boven- en onderkant ervan zijn bevestigd. Een centrale frustoconische holte (14) wordt omgeven door vier radiaal uitstrekkende kamers (4) die worden verdeeld door vier wanden (7).
Figuur 2 toont een andere uitvoeringsvorm van de kooi (2) van het filterpakket (1).
In deze uitvoeringsvorm zijn de zich radiaal uitstrekkende holten (4) verder uitgerust met een integraal binnenste filtergaas (5) in een binnenopening van de radiaal uitstrekkende kamers (4).
Figuur 3 toont een explosietekening van het filterpakket (1) van Figuur 1. De figuur toont de kooi (2) geplaatst tussen twee verbindingsstukken (3) aan het boven- en ondereinde ervan. Een centrale frustoconische holte (14) wordt omgeven door vier radiaal uitstrekkende kamers (4) die worden verdeeld door vier wanden (7). De figuur toont ook een buitenste filtergaas (6) voor het afdekken van de buitenste opening van alle zich radiaal uitstrekkende holten (4). De leegte tussen elk binnenste filtergaas (5) en het buitenste filtergaas (6) is geconfigureerd om te worden gevuld met een korrelig materiaal (niet weergegeven), bij voorkeur grind. Het buitenste filtergaas (6) is in deze uitvoeringsvorm een cilindrisch filtergaas, maar het kunnen ook vier afzonderlijke filtergazen zijn, vergelijkbaar met de binnenste filtergazen (5).
18 BE2024/5302
De kooi (2) en de twee verbindingsstukken (3) zijn voorzien van een uitlijnmarkering (8) die zichtbaar is aan de buitenkant van het filterpakket (1). De uitlijnmarkering (8) is uitgelijnd met een middelpunt van één van de radiaal uitstrekkende kamers (4). Elke wand (7) omvat een uitsteeksel (19) dat zich uitstrekt tot in de centrale holte (14) in de richting van zijn as. De uitsteeksels (19) zijn een ribbe met een driehoekige doorsnede die loopt langs de wand (7) waarvandaan het zich uitstrekt.
De uitsteeksels (19) steken in afdichtingsrubbers (20) van een stromingsmeter (2).
Dit zal in meer detail worden uitgelegd in Figuur 7.
Figuur 4 toont een stromingsmeter (17) uitgerust met twee sensoren (9) op een draagconstructie (10). De draagconstructie (10) van de stromingsmeter (17) omvat vier trechterkamers (11). Elk van de trechterkamers (11) is diametraal tegenover een andere trechterkamer (11) weergegeven, waarbij een kanaal (13) wordt getoond dat elk paar trechterkamers (11) verbindt, waarbij de genoemde kanalen (13) zijn uitgerust met sensoren (9). Een basisstuk (12) uitgerust met vier tanden (15) wordt ook getoond, bevestigd aan de onderkant van de stromingsmeter (17). De trechterkamers (11) van de draagconstructie (10) moeten worden uitgelijnd met een aantal zich radiaal uitstrekkende kamers (4) van een kooi (2) van een filterpakket (1), waardoor op deze manier een fluïdumstroming beter elk sensor (9) kan bereiken.
Figuur 5 toont een bovenaanzicht van het filterpakket van Figuur 2. De vier integrale binnenste filtergazen (5) zijn duidelijk zichtbaar, net als de vier wanden (7) die de radiaal uitstrekkende holten (4) scheiden. Het filterpakket (1) omvat vier referentie- uitsteeksels (16) nabij de bodem van het filterpakket (1). De vier referentie- uitsteeksels (16) gaan in elkaar over op de as van de centrale holte (14). De vier referentie-uitsteeksels (16) vormen een kruis op de as van de centrale holte (14).
Het filterpakket (1) van deze uitvoeringsvorm is zeer geschikt voor gebruik in combinatie met de stromingsmeter (2) van Figuur 4. De vier tanden (15) omvatten een sleuf (18) daartussen, complementair aan de vier referentie-uitsteeksels (16).
De vier tanden (15) omvatten een trechtervorm in de richting van de sleuf (18). Dit is gunstig voor het opnemen van de referentie-uitsteeksels (16) in de sleuven (18).
De stromingsmeter (2) zal automatisch draaien wanneer de stromingsmeter (2) in het filterpakket (1) van Figuur 4 wordt neergelaten, totdat de referentie-uitsteeksels (16) de sleuven (18) binnendringen.
Figuur 6 toont een bovenaanzicht van het filterpakket van Figuur 1 en Figuur 3. Het binnenste filtergaas (5) en het buitenste filtergaas (6) zijn niet weergegeven. Het
19 BE2024/5302 verbindingsstuk (3) aan de bovenkant van de kooi (2) is aan de binnenkant voorzien van schroefdraad. Het filterpakket (1) omvat een enkel referentie-uitsteeksel (16) nabij de bodem van het filterpakket (1). Het filterpakket (1) van deze uitvoeringsvorm is zeer geschikt voor gebruik in combinatie met de stromingsmeter (2) van Figuur 7.
Figuur 7 toont een andere uitvoeringsvorm van een stromingsmeter uitgerust met twee sensoren in een draagconstructie. De stromingsmeter (2) heeft een zeer vergelijkbare structuur als de stromingsmeter (2) van Figuur 4. Een eerste belangrijk verschil is dat rond de trechterkamers (11) een afdichtingsrubber (20) is voorzien.
Het afdichtingsrubber (20) omvat groeven (21) die complementair zijn met de uitsteeksels (19) van het filterpakket (1) van Figuren 1, 3 en 6. De groeven (21) hebben kleinere afmetingen dan de overeenkomstige uitsteeksels (19) om ervoor te zorgen dat het afdichtingsrubber (20) nauw aansluit op de uitsteeksels (19). Een tweede belangrijk verschil is dat het basisstuk (12) een enkele tand (15) met een enkele sleuf (18) omvat. De enkele sleuf (18) is geconfigureerd om het referentie- uitsteeksel (16) te ontvangen. De tand (15) heeft een trechtervorm in de richting van de sleuf (18). Verder omvat de stromingsmeter (17) een verticaal kanaal (22) voor een ongehinderde verticale fluidumstroming door de stromingsmeter (17).
Alleen een bovenste deel van het verticale kanaal (22) is zichtbaar in Figuur 7. De stromingsmeter omvat verder een verticaal uitljnelement (26). Het verticale uitlijnelement (26) is in deze uitvoeringsvorm een Z-vormig element aan een bovenzijde van de stromingsmeter. Een horizontale rand van het verticale uitljnelement (26) moet worden uitgelijnd met een uitlijningsdetectie-element aan de binnenkant van een buis of het filterpakket (1). Het uitlijningsdetectie-element is bijvoorbeeld een visuele indicatie in de vorm van een horizontale lijn. Wanneer het verticale uitljnelement (26) is uitgeljnd met de visuele indicatie, is de stromingsmeter op de juiste diepte geïnstalleerd. De verticale uitlijning kan visueel worden gecontroleerd met een camera die in het boorgat wordt neergelaten.
Figuur 8 toont een samenstel volgens een uitvoeringsvorm van de huidige uitvinding. Het samenstel omvat een filterpakket (1) zoals weergegeven in Figuren 1, 3 en 6. Het filterpakket (1) omvat een verbindingsstuk (3) aan het boveneinde en het ondereinde van de kooi (2) van het filterpakket (1). De kooi (2) wordt verborgen door het cilindrische buitenste filtergaas (6). Aan het boveneinde wordt een buis met gesloten wand (23) aangesloten op het verbindingsstuk (3). Voor de vakman is het duidelijk dat afhankelijk van een gewenste diepte voor het monitoren van een
20 BE2024/5302 fluïdumflux meerdere buizen (23) op elkaar kunnen worden aangesloten. Op het verbindingsstuk (3) wordt aan het ondereinde een buis met gesloten wand (23) aangesloten. Onder de buis met gesloten wand (23) aan het ondereinde omvat het samenstel een geperforeerde buis (24). De geperforeerde buis (24) omvat spleten waardoor fluïdum de buizen (23, 24) kan binnenkomen en verlaten. Dit is gunstig om te voorkomen dat het fluïdum het filterpakket (1) naar boven stuwt. Onder de geperforeerde buis (24) bevindt zich een zandvanger (25).
Lijst met genummerde items: 1 filterpakket 2 kooi 3 verbindingsstuk 4 radiaal uitstrekkende holte 5 binnenste filtergaas 6 buitenste filtergaas 7 wand 8 uitlijnmarkering 9 sensor 10 draagconstructie 11 trechterkamer 12 basisstuk 13 kanaal 14 centrale holte 15 tand 16 referentie-uitsteeksel 17 stromingsmeter 18 sleuf 19 uitsteeksel 20 afdichtingsrubber 21 groef 22 verticaal kanaal 23 buis met gesloten wand 24 geperforeerde buis 25 zandvanger 26 verticaal uitlijnelement
21 BE2024/5302
De onderhavige uitvinding is geenszins beperkt tot de in de figuren getoonde uitvoeringsvormen. Integendeel, werkwijzen volgens de onderhavige uitvinding kunnen op veel verschillende manieren worden gerealiseerd zonder buiten het kader van de uitvinding te gaan.

Claims (17)

22 BE2024/5302 CONCLUSIES
1. Filterpakket voor een stromingsmeter, het filterpakket omvattende: - een kooi omvattende een bovenste einde en een onderste einde, een centrale holte die opent naar beide van deze uiteinden; en - ten minste één filter geconfigureerd om alle laterale fluidumcommunicatiekanalen tussen de centrale holte en de buitenkant af te dekken; met het kenmerk, dat de laterale fluidumcommunicatiekanalen ten minste twee identieke radiaal uitstrekkende holten zijn die zijn geplaatst tussen beide uiteinden van de kooi, waarbij deze holten zorgen voor fluidumcommunicatie tussen de centrale holte en de buitenomtrek van de kooi, waarbij de laterale wanden van iedere radiaal uitstrekkende holte nagenoeg uitgelijnd zijn met de longitudinale as van de kooi, waarbij de laterale wanden de fluïdumstroom scheiden tussen elke twee aangrenzende, zich radiaal uitstrekkende holten.
2. Filterpakket volgens een van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de laterale fluïdumcommunicatiekanalen ten minste vier identieke radiaal uitstrekkende holten zijn die zijn geplaatst tussen beide uiteinden van de kooi.
3. Filterpakket volgens een van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de centrale holte een frustoconische vorm heeft.
4. Filterpakket volgens een van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het filterpakket ten minste één buisvormig verbindingsstuk omvat direct naast het bovenste uiteinde van de kooi, waarbij dit verbindingsstuk is geconfigureerd om op afneembare wijze aan een sondebuis te kunnen worden bevestigd.
5. Filterpakket volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat het ten minste ene verbindingsstuk ten minste één uitlijnmarkering omvat, waarbij het ten minste ene uitlijnmarkering op het verbindingsstuk zichtbaar is vanaf de buitenkant van het filterpakket.
6. Filterpakket volgens een van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat elke wand, geplaatst tussen twee zich radiaal uitstrekkende holten, een
23 BE2024/5302 uitsteeksel omvat dat zich uitstrekt in de centrale holte in de richting van zijn as.
7. Filterpakket volgens voorgaande conclusie 6, met het kenmerk, dat genoemd uitsteeksel een ribbe is met een driehoekige doorsnede die langs ten minste een deel van de hoogte van de wand loopt waarvandaan het zich uitstrekt.
8. Filterpakket volgens een van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de kooi nabij het onderste uiteinde ten minste één referentie-uitsteeksel omvat voor het uitlijnen van een stromingsmeter binnen de holte.
9. Filterpakket volgens een van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de kooi is gemaakt van HDPE, PA12 of PVC.
10. Filterpakket volgens een van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het ten minste ene filter ten minste één binnenste filtergaas omvat, waarbij het ten minste ene binnenste filtergaas integraal is met de kooi en een wand omvat met een aantal openingen, waarbij de genoemde wand zijdelings de centrale holte van de kooi begrenst.
11.Filterpakket volgens een van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het ten minste ene filter ten minste één buitenste filtergaas omvat, waarbij het ten minste ene buitenste filtergaas een geweven draadgaas is.
12.Filterpakket volgens conclusie 11, met het kenmerk, dat de draad van het geweven draadgaas is gemaakt van roestvrij staal.
13. Samenstel voor het monitoren van een fluïdumflux, waarbij het samenstel een filterpakket omvat volgens een van de conclusies 1-12, het samenstel verder omvattende: - een stromingsmeter geplaatst in de centrale holte van het filterpakket, waarbij de stromingsmeter een draagconstructie omvat die complementair is aan de centrale holte van de kooi, waarbij de draagconstructie verder een aantal trechterkamers omvat, waarbij elke trechterkamer is geconfigureerd om een fluïdumstroming te geleiden naar een centraal kanaal dat een fluïdumverbinding verschaft met een tegenoverliggende
24 BE2024/5302 trechterkamer, waarbij elk kanaal is voorzien van een sensor om een stroming langs de lengterichting van genoemd kanaal te meten; met het kenmerk, dat elke zich radiaal uitstrekkende holte is uitgelijnd met één trechterkamer.
14. Samenstel volgens conclusie 13, met het kenmerk, dat de draagconstructie verder een afdichtingsrubber omvat tussen elke twee aangrenzende trechterkamers, waarbij het afdichtingsrubber een groef omvat, waarbij genoemde groef complementair is aan ten minste één uitsteeksel dat zich uitstrekt in de centrale holte van de kooi.
15.Samenstel volgens een van de voorgaande conclusies 13-14, met het kenmerk, dat de stromingsmeter een basisstuk omvat dat ten minste één zich naar beneden uitstrekkende tand omvat, waarbij de ten minste ene tand een sleuf omvat, waarbij de genoemde sleuf complementair is aan een referentie-uitsteeksel nabij de bodem van het filterpakket.
16.Samenstel volgens een van de voorgaande conclusies 13-15, met het kenmerk, dat de stromingsmeter een uitljnelement omvat voor het controleren van een correcte uitlijning van de stromingsmeter binnen het filterpakket.
17.Werkwijze voor het monitoren van een fluïdumflux, waarbij de werkwijze de volgende stappen omvat: - boor een gat in een grondoppervlak; - laat een filterpakket volgens een van de conclusies 1 tot en met 12 in het genoemde gat zakken tot een vooraf bepaalde diepte; - laat een stromingsmeter in het gat zakken tot de vooraf bepaalde diepte, waarbij de stromingsmeter geplaatst is in de centrale holte van het filterpakket, waarbij de stromingsmeter een draagconstructie omvat die complementair is aan de centrale holte van de kooi, waarbij de draagconstructie verder een aantal trechterkamers omvat, waarbij elke trechterkamer is geconfigureerd om een fluïdumstroming te geleiden naar een centraal kanaal dat een fluïdumverbinding verschaft met een tegenoverliggende trechterkamer, waarbij elk kanaal is voorzien van een sensor om een stroming langs de lengterichting van genoemd kanaal te meten;
25 BE2024/5302
- het meten van de stroomwaarden voor elk van de kanalen van de stromingsmeter-draagconstructie; en
- het berekenen van de grootte en richtingen van de stroming binnen het genoemde fluïdum door middel van de gemeten stromingswaarden van ten minste twee kanalen; met het kenmerk, dat elke zich radiaal uitstrekkende holte is uitgelijnd met een trechterkamer.
BE20245302A 2024-05-24 2024-05-24 Filterpakket voor fluïdumfluxmonitoring met interne compartimenten BE1032635B1 (nl)

Priority Applications (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE20245302A BE1032635B1 (nl) 2024-05-24 2024-05-24 Filterpakket voor fluïdumfluxmonitoring met interne compartimenten
PCT/EP2025/063993 WO2025242737A1 (en) 2024-05-24 2025-05-21 Filter pack for fluid flux monitoring with internal compartments

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE20245302A BE1032635B1 (nl) 2024-05-24 2024-05-24 Filterpakket voor fluïdumfluxmonitoring met interne compartimenten

Publications (2)

Publication Number Publication Date
BE1032635A1 BE1032635A1 (nl) 2025-12-19
BE1032635B1 true BE1032635B1 (nl) 2025-12-23

Family

ID=92456863

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE20245302A BE1032635B1 (nl) 2024-05-24 2024-05-24 Filterpakket voor fluïdumfluxmonitoring met interne compartimenten

Country Status (2)

Country Link
BE (1) BE1032635B1 (nl)
WO (1) WO2025242737A1 (nl)

Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
WO2016207769A1 (en) * 2015-06-25 2016-12-29 Vito Nv (Vlaamse Instelling Voor Technologisch Onderzoek Nv) Device for determining mass transport of a fluid and a substance dissolved in the fluid
EP1527326B1 (en) * 2002-05-15 2019-05-01 Aarhus Universitet Sampling device and method for measuring fluid flow and solute mass transport
WO2021089540A1 (en) * 2019-11-04 2021-05-14 Iflux Nv Method and device for monitoring a fluid flux

Family Cites Families (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
RU2625423C2 (ru) 2012-07-04 2017-07-13 Эбсолют Кэмплишн Текнолоджиз Лтд. Скважинный фильтр

Patent Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP1527326B1 (en) * 2002-05-15 2019-05-01 Aarhus Universitet Sampling device and method for measuring fluid flow and solute mass transport
WO2016207769A1 (en) * 2015-06-25 2016-12-29 Vito Nv (Vlaamse Instelling Voor Technologisch Onderzoek Nv) Device for determining mass transport of a fluid and a substance dissolved in the fluid
WO2021089540A1 (en) * 2019-11-04 2021-05-14 Iflux Nv Method and device for monitoring a fluid flux

Non-Patent Citations (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Title
TIMOTHY J CAMPBELL ET AL: "SUPPORTING INFORMATION Magnitude and Directional Measures of Water and Cr(VI) Fluxes by Passive Flux Meter", 6 September 2006 (2006-09-06), pages S1 - S8, XP055256633, Retrieved from the Internet <URL:http://pubs.acs.org/doi/suppl/10.1021/es060268b> [retrieved on 20160309] *

Also Published As

Publication number Publication date
BE1032635A1 (nl) 2025-12-19
WO2025242737A1 (en) 2025-11-27

Similar Documents

Publication Publication Date Title
CN106457094B (zh) 具有固定至滤芯的水分传感器的滤筒和过滤器组件
BE1032635B1 (nl) Filterpakket voor fluïdumfluxmonitoring met interne compartimenten
US11585689B2 (en) Gas meter structure with filtering arrangement including a dust deposit chamber
KR102434502B1 (ko) 도수방지 가능한 전자식 수도계량기
US8156801B2 (en) Flow metering device
RU2645127C2 (ru) Зонд для контроля поверхностного уровня текучей среды в сосуде и способ для установки зонда в сосуде
US20160025535A1 (en) Microfluidic flow rate sensor
EP2531767A1 (de) Fluidleitungselement
US20110132816A1 (en) Filter Provided with a Clogging Detector and an Assembly for Detecting the Presence of a Filtering Element Therein
KR101577663B1 (ko) 지하수 수위 측정장치
KR102351474B1 (ko) 디젤연료에서 물의 재실센서를 갖춘 필터그룹
KR101615545B1 (ko) 층별 침하계
KR101510664B1 (ko) 강우설량계의 배수장치
CN114641670B (zh) 对流体通量进行监测的方法和装置
US20160348454A1 (en) Bore hole tracer injection apparatus
JP4653102B2 (ja) 体積または質量流量を測定するための装置
KR102363403B1 (ko) 수도 스트레이너 막힘감지장치
KR20140072589A (ko) 유량 수위 레벨 감지 센서
KR102421797B1 (ko) 도수방지 가능한 전자식 수도계량기
EP1422510A1 (en) Improved apparatus and method for the detection and measurement of particulates in molten metal
KR102843894B1 (ko) 도수방지 전자식 수도계량기
US20220065670A1 (en) Magnetically inductive flow measuring probe, measuring arrangement and method for determining a flow rate and/or an installation angle
CN121720546A (zh) 振动音叉料位传感器探头布置
JPS634668B2 (nl)
KR101180136B1 (ko) 간이 지하온도 측정시스템

Legal Events

Date Code Title Description
FG Patent granted

Effective date: 20251223