<Desc/Clms Page number 1>
EMI1.1
't Zadel voor heeren-, dames- en koersrijwielen fit.
In de tot hiertoe gekende zadeloonatruaties voor rijwielen is het gebruikelijk de lederen zadelbekleeding te strekken met behulp van een tapbout, die de voorste punt met het zadelraam verbindt. Hieruit volgt dat deze bekleeding slechts weinig door geeft onder het gewioht van den wielrijder en,verder, door opvolgendlijk krimpen en uitzetten. tengevolge van regen, hitte, en mechanische vervormingen, na korteren tijd onbruikbaar wordt.
Wel heeft men voorgesteld van deze bekleeding te ondersteunen door atrekveeren, doch deze zijn,met het oog op het
<Desc/Clms Page number 2>
geringe gewicht dat er op komt, uit clan staaldraad vervaardigd, die steeds op een of andere plaats, maar voornamelijk aan de uiteinden doorbreekt bij het gebruik.
Eindelijk is in bijna al de modellen van bestaande zadels het naar beneden geplooid gedeelte rechtstandig op het bovenvlak geperst en dit brengt mede dat de aldus gevormde vleugels naar batten uitzetten bij belasting van het zadel.
Het doel dezer uitvinding bestaat in constrctieve verbeteringen, die bovenstaande nadeelen geheel ondervangen.
Het zadel volgens de uitvinding, bestemd voor heerendames- en koersrijwielen, is daardoor gekenmerkt dat : voorste punt der zadelbekleeding vrij verschuifbaar in langsriehting op het zadelraam is opgesteld, zoodat het strekken dezer bekleeding uitgesloten is en integendeel het vrijkrimpen of uitzetten mogelijk worden.
Volgens een verder kenmerk zijn de strekveeren, die horizontaal onder de bekleeding aangebracht werden,voordien van dabbele haken aan ieder uiteinde, ten einde een grootere zekerheid tegen breuk te bekomen.
Eindelijk worden de naar beneden geplooide zijvleugels der lederen bekleeding op gepaste wijze door persen uitgezet, zoodat deze zijvleugels naar binnen gekromd staan en geenszins aanleiding geven tot verbreeden van het zadel bij doorbuiging.
Vanzelfsprekend verschillen de afmetingen en de onderlinge verhoudingen naar gelang men te doen heeft met een type voor heeren-, dames- of koerswijwielen.
Bij wijze van toeliohting is hierna een constructie van een zadel beschreven voor een koersrijwiel, waarin de verbeteringen volgens de uitvinding toegepast zijn.
Deze verbeteringen kannen gezamenlijk aangebracht worden of ook afzonderlijk,en verder kannen de algemeene kenmerken van het zadel ook op de gekende wijze aangepast worden.
<Desc/Clms Page number 3>
De uitvinding is hierna beschreven met verwijzing naar de figaren 1 tot 4 van bijgaande teekening.
Figuur 1 is een planzieht van het zadel zonder lederen bekleeding ; figaar 2 is een opstand van het zadel met gedeeltelijke doorsnede ; figuur 3 stelt de bijzonderheid daar van de strekveerbevestiging ; figaar 4 is een dwarsdoorsnede over IV-IV van figaar 2.
Het koerszadel bestaat zooals gewoonlijk, in hoofdzaak uit een stalen raam 1, gevormd door een omgeplooide stevige stalen stang, waarop een dwarsboog 2, gelascht of anderszins bevestigd is.
Het neusgedeelte van dit raam 1 is rechtstreeks verbonden met het boogstak 2, door een elastisch stelsel, dat bestaat uit een rugstuk 3 en een re ke strekveeren, zooala 4, die waaiervormig aiteenspreidan en aan het dwarsstuk 2 vastgehaakt worden.
Op te merken valt dat het rugstuk 3,in 5 scharnierend rond het raam 1 kan zwenken.
Dit stel veeren 4 dient als reohtstreeksohe ondersteuningslaag van de lederen bekleeding, die,met uitzondering van de randbevestiging rond 2 geheel vrijliggend op het staalraam is aangebracht.
Hierdoor wordt bedoeld dat de voorste punt 6 dezer bekleeding niet meer aangetrokken wordt door een tapbout,maar, integendeel met behulp van een stalen neus 7, in langsriohting vrij versohaifbaar rond de spil 5 kan glijden. om een beweging in elke andere richting te beletten, bezit dit neusstuk 7 7 een haak 8, die tusschen de beide zijwangen 9 en 10 van het rugstuk kan veraahaiven.
Volgens één der kenmerken der uitvinding, wordt de be-
<Desc/Clms Page number 4>
vestiging der strekveeren 4 verwezenlijkt door een dubbele- haak, zooals voorgesteld in figuur 3.
De oorspronkelijke haak 11 vormt het aiteinde van de veer 4 en grijpt in de opening 12 van een dwars stuk 2.
Bovendien is nog een tweede haak 13 voorzien, dieeener- zijds,in dezelfde opening 12 grijpt en,anderzijds,enkele windingen der veer 4 omkneld hoadt.
Men zal daarbij opmerken dat beide haken 11, 13 zooveel mogelijk diametraal opgesteld zijn, om aldas de veer evenwijdig aan te trekken. Breuk is in zalke omstandigheden zoo goed als uitgesloten. Inderdaad, vroeger bij de enkele ophangingen, kwam een dergelijke breuk gewoonlijk voor door een zijdelingsche verwringing der veer. Door de evenwichtige vastheahting, kan in het huidige geval zalke verwringing niet meer optreden.
Anderzijds dient opgemerkt dat het rugstuk 3 toelaat de gewensohte spitse afwerking aan het koerszadel te verleenen, terwijl toch dit stak 3 kan op en neer veeren samen met de atrekveeren 4.
In figuur 4 is op schematische wijze aangegeven hoe de zijflanken of vleugels 14 en 15, door bijzondere matrijzen uitgerekt werden en als een gevolg daarvan schuin naar binnen gaan staan.
Bij het doorbuigen der lederen bekleeding onder het gewicht van clan wielrijder, zullen deze zijvleugels 14,15 niet meer naar buiten uitgespreid worden en hierbij den wielrijder hinderen, maar in zalkdanig geval wordt integendeel de schuine stand nog vergroot in den zin door figuur 4 aangegeven.
Bisam. **WAARSCHUWING** Einde van DESC veld kan begin van CLMS veld bevatten **.