BE484602A - - Google Patents

Info

Publication number
BE484602A
BE484602A BE484602DA BE484602A BE 484602 A BE484602 A BE 484602A BE 484602D A BE484602D A BE 484602DA BE 484602 A BE484602 A BE 484602A
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
shafts
shaft
plates
stop
boards
Prior art date
Application number
Other languages
English (en)
Publication of BE484602A publication Critical patent/BE484602A/nl

Links

Classifications

    • D—TEXTILES; PAPER
    • D03—WEAVING
    • D03D—WOVEN FABRICS; METHODS OF WEAVING; LOOMS
    • D03D29/00—Hand looms

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Textile Engineering (AREA)
  • Looms (AREA)

Description


   <Desc/Clms Page number 1> 
 
 EMI1.1 
 



  Schachtbewegingsmechanisme voor een handweefgetouw. 



   Bekend is uit het Nederlandse octrooischrift 39.025 ten name van aanvraagster, een half-automatisch schachtbewe- gingsmechanisme voor seen   handweefgetouw,   waarbij elke schacht bestuurd wordt door een platine, die door een kiesinrichting, overeenkomstig het te weven patroon, met een aanslag in de baan van een, voor de platinen van alle schachten gemeenschap- palijke meenemer kan worden gebracht, welke door een bedie- ningsorgaan, in casu een enkele trapper, bewogen kan worden, zodanig, dat bij bediening van dit orgaan, de bij de uitge- , kozen platinen behorende schachten geheven worden.

   Hierbij ontstaat dus een zogenaamd hoogvak, waarbij de sprong zich slechts aan een   ,ijde   van het normale vlak van de ketting- draden bevindt,   aangezien   de schachten, behorende bij de niet uitgekozen platinen, geen verplaatsing ondergaan. 



   Het doel van de uitvinding is een   half-automatisch     sciiacht-     @   

 <Desc/Clms Page number 2> 

 beregingsmechanisme van het bovengenoemde -type te verschaf- fen,   waarmede   op eenvoudige wijze, eveneens met een enkele trapper, een zogenaamd hoog-diepvak wordt verkregen, d.w.z. een vak, dat deels door geheven en deels door vanuit de nor- male middenstand   omlaaggetrokken   kettingdraden gevormd wordt. 



  Een dergelijk hoog-diepvak heeft zoals bekend, het voordeel, dat de kettingdraden, om de voor het doorlaten van de schiet- spoel benodigde sprong te verkrijgen, niet zover uit de nor- male gestrekte stand behoeven te worden bewogen, als bij een hoogvak, waardoor zij minder gerekt worden. Het komt dikwijls voor, dat bij een   bepaald   patroon, sommige kettingdraden meer- malen achter elkander geheven worden, hetgeen bij een hoog- vak tot ongelijkmatige rek van de kettingdraden voert, zodat een deel van de kettingdraden slapper hangt dan de overige, hetgeen in het weefsel zichtbaar is en aanleiding tot breuk van deze kettingdraden geeft, doordat, wanneer bij het wis- selen van het vak deze slappere draden in de normale stand blijven, zij licht door de schietspoel worden gevangen.

   Bo- vendien ondervinden bij een hoogvak, de kettingdraden, welke op het loopvlak van de schietspoel blijven liggen, zeer veel wrijving bij het aanslaan van de inslagdraad door de lade, zodat zij sterk aan slijtage onderhevig zijn, terwijl tevens bij elke aanslag een gedeelte van het weefsel wordt geraakt. 



  Bij een hoog-diepvak treden deze nadelen niet op. 



   Zoals gezegd is het doel van de uitvinding deze op zich- zelf bekende voordelen van een   hoog-depvak,   voor   een.half-   automatisch handweefgetouw met bediening door een enkele trap- per, te verwezenlijken op eenvoudige wijze, d.w.z. onder ver-   wijding   van ingewikkelde constructies met meerder platinen 

 <Desc/Clms Page number 3> 

 of omkeeroverbrengingen voor het teweegbrengen van   tegenge-   stelde bewegingen van de schachten van opvolgende   paren,   zo- als deze bij machinale weefgetouwen met Jacquard schachtbe-   wegingsmechanisme   zijn toegepast. 



   Het beoogde doel is volgens de uitvinding bereikt, door- dat bij een   schachtbewegingsmechanisme   van het, in de aanhef beschreven type, elke, een schacht besturende latine voorzien is van een tweede, tegengesteld gerichte aanslag en de extra aanslagen van de platinen, welke niet door de kiesinrichting zijn versteld, zich op het ogenblik van de bediening van het bedieningsorgaan, in de baan van een tweede meenemer bevin- den, welke een gelijke, doch aan die van de eerste meenemer tegengesteld gerichte beweging uitvoert. 



   In dit verband zij opgemerkt, dat de toepassing van twee, voor tegengestelde beweging gekoppelde meenemers of messen voor het omhoog, resp. omlaag bewegen van eenschacht door middel van platinen en onder het bestuur van een kiesinrich- ting, op zichzelf voor mechanische weefgetouwen reeds bekend is uit "Mechanische Technologie" van Van Royen en de Vooys, Deel II, echter onder toepassing van een gecompliceerd me- chanisme met   meerderplatinen   en hefboomstelsels voor elke schacht. 



   Volgens een verder kenmerk van de uitvinding is de hier- boven aangegeven uitvindingsgedachte constructief verwezen- lijkt, doordat de beide meenemers ter weerszijde der in een rij naast elkander liggende, direct en draaibaar aan de schach- ten aangebrachte platinen zijn geplaatst en door minstens één buigzaam, over een rol of geleiding lopend trekorgaan met elkander zijn verbonden, waarbij de ene meenemer met het 

 <Desc/Clms Page number 4> 

 bedieningsorgaan is verbonden en de andere onder de werking staat van een terugbrengorgaan. 



   Met het schachtbewegingsmechainisme volgens de uitvinding wordt behalve de voordelen, voortspruitende uit het werken met een hoog-diepvak, het verdere voordeel verkregen, van een veel lichtere bediening, niet alleen doordat het bedie- ningsorgaan voor het vormen van een hoog-diepvak een veel kleinere slag behoeft te maken-en dus de voet minder hoog opgetilt behoeft te worden.- om de voor het doorlaten van de schietspoel benodigde sprong te verkrijgen, doch mede door het feit, dat de schachten direct geheven en neergetrokken . worden en niet door middel van kettingen en schemels. De directe verbinding van de platinen met de schachten verzekert tevens het feilloos werken van de   schachten.   



   Volgens een ander kenmerk,van de uitvinding draagt de met het   beieninsorgaan   verbonden meenemer een   steunorgaan,   dat de schachten in de ruststand op zodanige hoogte houdt, dat de voeten der platinen vrij van de aanslagen der plati- nen blijven, om een ongestoord werken van het mechanisme te verzekeren. bij de practische uitvoering van een weefgetouw met een schachtbewegingsmechanisme volgens de uitvinding, worden voor de reeks schachten twee stelselplatinen en meenemers als boven beschreven, aangebracht, waarbij echter slechts voor één van deze stelsels een kiesinrichting aanwezig is en de platinen van de beide stelsels, door de instelbeweging van deze kiesinrichting in gelijke zin overbrengende organen met elkander zijn gekoppeld.

   Aangezien deze beide stelsels zeer dicht bij elkander kunnen worden geplaatst, kan de uit- 

 <Desc/Clms Page number 5> 

 vinding ook worden toegepast bij weefgetouwen voor het ver- vaardigen van smalle weefsels of bandjes. 



   De uitvinding zal hieronder aan de hand van de tekening nader worden toegelicht. fig. 1 toont een verticale langsdoorsnede van een schachtbewegingsmechanisme volgens de uitvinding. fig. 2 is een eindaanzicht van links en fig. 3 een eindaanzicht van rechts van dit mechanisme. net afgebeelde schachtbewegingsmechanisme bestaat uit twee verticale ramen 1 en 2, welke vast opgesteld zijn op een onderlinge   afstand,   overeenkomende met de breedte van het weefgetouw, waarvoor het mechanisme   bestemd   is.

   russen de opstaande zijstukken van elk dezer ramen zijn twee mee- nemers of messen 3, 4, welke in sleuven 5, 6,van deze zij- stukken verticaal op en neer beweegbaar worden geleid en na- bij de einden door staaldraden 7, lopende over rollen 8, met elkander zijn verbonden, zodat de beide messen voor gelijke, doch tegengesteld gerichte beweging zijn gekoppeld. tiet lin- ker mes 3 is door twee trekstangen 9 verbonden met een dwars- balk lu, waaraan in het midden de trapper 11 is aangebracht, terwijl het rechter mes 4 onder de werking staat van, ander- zijds aan de   ondêrbalk   van het raam aangrijpende trekveren 12. 



   Tussen de beide messen 3, 4 bevindt zich een aantal, in een rij achter elkander liggende platinen 13, welke elk bij 14 draaibaar opgehangen zijn aan een, tegen een schacht 15 bevestigde pla.tinehouder 16.   Deze   platinen 13 worden door twee stellen vast met het raam verbonden pennen 17 op afsstande gehouden en geleid en zijn elk voorzien van twee tegengesteld 

 <Desc/Clms Page number 6> 

 gerichte aanslagnokken 18, 19, welke op een onderlinge af- stand, die enigszins groter is den de hoogte van de messen, boven elkander a.an tegenovergestelde   zijranden   van de plati- nen zijn aangebracht.

   De plaatsing van de messen 3, 4, ten opzichte van de platinenreeks is daarbij zodanig, dat in de normale stand van de platinen, waa.rin zij door trekveertjes 13' worden gehouden, de rechte   aanslagnok   19 in de baan van het mes 4 ligt, terwijl de linker nok 18 zich buiten de be- wegingsbaan van het mes 3 bevindt. De platinen van het linker raam 1 zijn elk aan het ondereinde door een stang 2u met de overeenkomstige platine van het rechter raam 2 verbonden.   verder   draagt het mes 3 aan elk einde een verticale steun 21, welke steunen langs de buitenzijde van het raam verschuifbaar worden geleid en nabij het boveneinde met el- kander zijn verbonden door aen dwarsbalk 22, welke een te- genhouder voor de schachten vormt, waarop deze in onwerkzame stand rusten.

   De hoogte van deze steunen, althans tot de dwars- balk 22 is daarbij zodanig, dat in deze onwerkzame stand de aanslagnokken 19 vsn de platinen op geringe afstand boven de   bovenrand   van het rechter mes 4 worden gehouden. uzee bovenrand verloopt schuin overeenkomstig het hoogteverschil der in de kettingrichting achter elkander liggende schachten bij gevormd vak.,   tiet   rechtse raam 4 van het mechanisme draagt een kies- inrichting voor het beheersen van de   schachtbewegingen   over- eenkomstig het te weven patroon.

   Een dergelijke kiesinrichting   @   is op zichzelf bekend uit het vroeger genoemde Nederlandse octrooischrift.   ij   bestaat hier uit een vierzijdig prisma 23, 

 <Desc/Clms Page number 7> 

 dat met tappen draaibaar en uitneembaar opgelegd is in een tegen de buitenzijde van het ene zijstuk van het raam beves- tigde houder 24 en aan de vier zijden van in doorsnede flauw conische groeven 23,   Aan   het ene einde draagt het prisma twee, op enige afstand van elkander liggende ronde schijven 232,   waartussen   op de hoekpunten van het prisma vier,nokken 233 zijn aangebracht voor samenwerking met een bij 25 aan de bijbehorende steun 21 draaibaar opgehangen haak 26, op nader te beschrijven wijze.

   um het prisma 23 ligt een patroonkaartenband bestaande uit door kettingschalmen draaibaar met elkander verbonden latten 27, welke in de groeven van het,prisma passen en in- gericht zijn voor het verwisselbaar opnemen van penvormige druknokken 28, die overeenkomstig het te weven patroon over de latten zijn verdeeld. Een verende pal 29 grendelt het prisma in de achtereenvolgende instelstanden. 



   De werking van het beschreven   schachtbewegingsmechanisme   is als volgt: 
Elke in de werkstand komende patroonlat drukt, afhan- kelijk van de plaats van de daarin aangebrachte nokken, be- paalde platinen van de rechtse reeks, tegen de werking van de veertjes 13' in, naar links, welke beweging door de ver- bindingsstangen 2U op de overeenkomstige platinen van de lin- ker reeks wordt overgebracht.

   Hierdoor wordt de aanslagnok 18 van deze platinen onder het betreffende, direct met de trapperbalk lu verbonden mes 3 gebracht, terwijl de overige, niet door de patroonnokken verstelde platinen in rust blij- ven, d.w.z. met hun hefnok 19 boven het mes 4. 

 <Desc/Clms Page number 8> 

   wordt   nu de trapper 11 neergedrukt, dan gaan de messen 3 omlaag en de messen 4 dienovereenkomstig omhoog, waarbij de door de kiesinrichting verstelde platinen en dus de bij- behorende schachten tezamen met de tegenhouder 22 omlaag be- wogen en de overige platinen met hun schachten, over een ge- lijke afstand geheven worden, zodat door directe inwerking op de schachten een ten opzichte van het normale vlak van de kettingdraden symmetrisch hoog-diepvak wordt gevormd. 



   Bij het loslaten van de trapper trekken dé veren 12 de messen 4 en dus de betreffende platinen en schachten omlaag, terwijl de daarbij omhoogbewegende messen 3 de ove- rige platinen en schachten weer omhoog bewegen, waarbij de tegenhouder 22 in zijn hoogste stand de omlaagbewegende schachten opvangt.   gedurende   het neerdrukken van de trapper 11 is met het mes 3 (.steun 21) de haak 26 omlaag bewogen, zodat deze vrij- gekomen is van de betreffende nok 233 en de volgende nok heeft gegrepen. wanneer het mes 3 weer omhoogbeweegt, zal dus de haak 26 het prisma over 90  draaien, waardoor de volgende patroon- lat in de werkstand komt en de platinen, behorende bij de schachten, welke voor het volgende vak omlaag bewogen moe- ten worden, in de baan van het mes 3 brengt.

Claims (1)

  1. C O N C L U S I E S.
    1. Schachtbewelingsmechaimse voor een handweefgetouw, waar- bij elke schacht bestuurd wordt door een platine, die door een kiesinrichting overeenkomstig het te weven patroon, met een aanslag in de baan van een, voor de platinen van alle <Desc/Clms Page number 9> schachten gemeenschappelijke meenemer kan worden gebracht, welke door een bedieningsorgaan kan worden bewogen, met t h e t k e n m e r k , dat elke latine van een tweede, te- gengesteld gerichte aanslag is voorzien en de extra aansla- gen van de platinen , die niet door de kiesinrichting zijn versteld, zich op het ogenblik van de bediening van genoemd orgaan, in de baan van een tweede meenemer bevinden, welke een gelijke, doch tegengesteld gerichte beweging uitvoert.
    2. bchachtbewegingsmechanisme volgens conclusie 1, m e t h e t k e n m e r k , dat de beide meenemers ter weerszij- den van de in een reeks naast elkander liggende draaibaar aan de schachten aangebrachte ptinen zijn geplaatst en door minstens een buigzaam, over een rol lopend trekorgaan met elkander zijn verbonden, waarbij de ene meenemer met het bedieningsorgaan is verbonden en de andere onder de werking staat van een terugbrengkracht.
    3. Schachtbewegingemechanisme volgens conclusie 1-3, m e t h e t k e n m e r k , dat de met het bedieningsorgaan ver- bonden meenemer een steunorgaan draagt, dat de schachten in de ruststand, op zodanige hoogte houdt, dat de aanslag- nokken der platinen vrij van de betreffende meenemers zijn. EMI9.1
    4. uchachtbewegingsmechanisme volgens conclusie 1-4, m e t h e t k e n m e r k , dat twee stelselsplatinen en meenemers ter weerszijdenvan het midden van de rij schachten zijn aan- gebracht, waarbij slechts één dezer stelsels een kiesinrich- ting bevat en de platinen van de beide stelsels door de in- <Desc/Clms Page number 10> stelbeweging van de kiesinrichting in gelijke zin overbrengende organen met elkander zijn verbonden.
BE484602D BE484602A (nl)

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE484602A true BE484602A (nl)

Family

ID=130719

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE484602D BE484602A (nl)

Country Status (1)

Country Link
BE (1) BE484602A (nl)

Similar Documents

Publication Publication Date Title
CZ283439B6 (cs) Zařízení k ovládání osnovních nití pro výrobu perlinkových tkanin na tkacím stroji
DE69707995T3 (de) Verfahren und Vorrichtung zur Wahl der beweglichen Haken einer Fachbildungsvorrichtung sowie Jacquardwebmaschine
BE1000304A5 (nl) Opengaap-jacquardmachine waarvan de takelinrichting door middel van op en neer beweegbare planken in blok gestuurd wordt.
CN1806072B (zh) 织机
BE1011711A5 (nl) Gaapvormingsinrichting voor het individueel sturen van de kettingdraden van een weefmachine.
US3938560A (en) Apparatus for the mechanical operation of thread or yarn guides
BE1021506B1 (nl) Module geschikt voor inbouw in een jaquardmachine
BE1013193A3 (nl) Gaapvormingsinrichting voor een weefmachine.
BE1025414B1 (nl) Gaapvormingsinrichting voor een weefmachine
BE1011710A3 (nl) Gaapvormingsinrichting voor weefmachines.
BE1004414A3 (nl) Weefmachine voor kelim- en gobelinweefsels en dergelijke weefsels met een dergelijke weefmachine vervaardigd.
CZ284075B6 (cs) Tkalcovský stav
BE1015098A5 (nl) Gaapvormingsinrichting voor een weefmachine.
BE1013285A3 (nl) Werkwijze en inrichting voor het steunen van een schaar kettingdraden bij een weefmachine.
BE1027384B1 (nl) Gaapvormingsinrichting
GB2238553A (en) Device for effectively leno-weaving the lateral edge of a fabric in a loom
NL1007604C1 (nl) Weefstoel met afzonderlijke bediening van de hevels.
DE1535328C3 (de) Vorrichtung zur Bildung einer Gewebekante
US1945997A (en) Device for controlling the warps for figuring fabrics
DE45670C (de) Schaftmaschine für Hoch- und Tieffach
DE1535249B1 (de) Fachbildevorrichtung fuer webmaschinen
BE1008974A5 (nl) Takelinrichting voor een jacquardmachine.
BE1016428A6 (nl) Aandrijfsysteem voor een gaapvormingselement.
US4146062A (en) Selection system for controlling the heald loops of a weaving machine of the non-reciprocating continuous type
EP0860527B1 (en) Electronically controlled warp selection system in looms