<Desc/Clms Page number 1>
"Rooimachine voor aardappelen en andere knolvruchten".
Deze uitvinding heeft betrekking op een rooimachine voor aardappelen en andere knolvruchten bestaande onder meer uit een orgaan voor het rooien van de vruchten en een transportme- chanisme dat de gerooide vruchten naar het achtereinde van de machine toe verplaatst.
In de tot hiertoe gekende machines gebeurt het verwijde- ren van het vuil der aardappelen bij middel van schudoppervlakken die, om voor alle gronden te dienen, een grote oppervlakte beslaan.
Deze uitvinding heeft tot doel dit nadeel te verhelpen.
<Desc/Clms Page number 2>
Daartoe is in de rooimachine volgens de uitvinding voorzien dat tenminste het meest naar voren gelegen gedeelte van bovenge- noemd transportmechanisme bestaat uit meerdere kettingen zonder einde die van naar buiten uitstekende pinnen voorzien zijn, welke kettingen gedurende hun beweging in tenminste een deel van hun baan onderling gescheiden zijn door platen, waarvan de onderlinge afstand zodanig is dat de te verzamelen aardappelen er niet tussen kunnen vallen.
Volgens een voordelige verwezenlijkingsvorm van het voorwerp der uitvinding is voorzien dat bovengenoemde platen aan het meest naar achter gelegen uiteinde van de van pinnen voorziene kettingen gelegen zijn.
Deze uitvinding heeft eveneens tot doel het loof van de planten uit de baan van het rooiorgaan te verwijderen.
Daartoe is voorzien dat bij het rooiorgaan een mechanisme voorzien is voor het opnemen en verwijderen van het loof dat, bij voorkeur, reeds door een voorafgaandelijke bewerking werd afgesne- den.
In een zeer voordelige verwezenlijkingsvorm van het voor- werp is voorzien dat bovengenoemd mechanisme bestaat uit om een as roterende scnoepen, waarvan de draairichting gelijk is aan deze van de draagwielen van de machine en waarvan de omtreksnelheid groter is dan de tranlatiesnelheid van de machine.
Andere bijzonderheden en voordelen van de uitvinding zullen blijken uit de beschrijving van een rooimachine voor aardappelen.
Deze beschrijving wordt enkel als voorbeeld gegeven ; beperkt het voorwerp van de uitvinding niet. De referentie-nummers hebben betrekking op de hieraantoegevoegde tekeningen.
Figuur 1 is een zijaanzicht van een rooimachine volgens
<Desc/Clms Page number 3>
de uitvinding waarvan een zijplaat werd weggenomen.
Figuur 2 is een zijaanzicht van een mechanisme voor het opnemen en verwijderen van het loof volgens de uitvinding.
Figuur 3 stelt, in bovenaanzicht, een deel van het transportmechanisme volgens de uitvinding voor.
De rooimachine volgens de uitvinding bestaat uit een draagstel 1 langs elke kant der machine en rustend op de achter- @ wielen 2 terwijl het met een voorstel 3 verbonden is door een stang 4 scharnierend in 5 en bij middel van een orgaan 6 eveneens met de wielassen 7 scharnierend verbonden. Een schroef zonder einde 8, die in een moer 9 draait en bediend wordt door een handvat 10, laat toe het draagstel 1 in hoogte te verplaatsen.
Aan dit draagstel zijn vooraan een paar naar binnen ge- bogen messen 11 aangebracht om het loof af te snijden.Daarachter is een rooiorgaan 12 aangebracht hetwelk in de grond dringt, terwijl een drukorgaan 13 deze grond dwingt over het rooiorgaan te glijden.
De aardappelen komen dus met de aanklevende grond op een transport- mechanisme 14 van een speciale constructie, die hierna zal beschre- ven worden ; worden de aardappelen verder vervoerd langs normale transportbanden waar een bijkomende zuivering der aardap- pelen plaats grijpt bij middel van licht verende organen 15. De geoogste aardappelen komen tenslotte in zakken 16 terecht bij mid- del van een leigoot 17. De zakken rusten bij voorbeeld op een steun 18 aan het onderstel gehecht.
Het transportmechanisme 14, waarvan fig.3 een detailte- kening is, bestaat uit kettingen zonder einde 19 die voorzien zijn van naar buiten uitstekende pinnen 20 ; kettingen zijn gedurende hun beweging in tenminste een deel van hun baan onderling geschei- den door platen 21 die draaibaar op een as 22 gemonteerd zijn.
<Desc/Clms Page number 4>
der De onderlinge afstand van die platen is zodanig dat geen te ver- zamelen aardappelen er tussen kunnen. De kettingen 19 lopen ener- zijds op een rol 23 en anderzijds, op een cylinder 24 die door staven gevormd is. De door het rooiorgaan opgenomen aardappelen met de aanklevende aarde komen op de transportband 14 en de aarde wordt door de pinnen 20 meegetrokken tussen de roterende platen die de aardappelen tegenhouden en verder voeren, terwijl de aarde ertussen valt.
De aandrijving van de cylinder 24 gebeurt langs de ketting 25 en de kettingwielen 26-27 om. Het kettingwiel 27 zelf wordt aan- gedreven langs een stel konische tandwielen om door de tractor zelf.
De aandrijving van de andere transportmechanisme gebeurt eveneens langs kettingwielen om zoals uit de tekening blijkt.
De figuur 2 stelt een mechanisme voor, voor het opnemen en verwijderen van het loof, welk mechanisme nagenoeg de plaats inneemt van bovengenoemd verend orgaan 13. Dit mechanisme bestaat uit schoepen 29 om een as 30 wentelbaar in dezelfde zin als de draaizin der draagwielen. Om de gewenste draaizin te bekomen zijn tussentandwielen 32-33 voorzien. De omtreksnelheid van de schoepen is groter dan de translatiesnelheid van de machine om heloof te kunnen opnemen. Die schoepen 29 draaien tussen de gebogen scheiding platen 31 waarvan de onderrand de functie uitvoert van het verend orgaan 13.
Zoals op de tekening voorgesteld is vertonen de draaien- de schoepen een gedeelte dat aan de bolle komt van de scheidings- platen 31 uitsteekt ; dat gedeelte neemt het loof op, welk loof dan hoger tegengehouden wordt door de platen 31 en zo verwijderd wordt.
<Desc/Clms Page number 5>
Men begrijpe dat de uitvinding geenszins beperkt is tot de hierboven beschreven uitvoeringsvorm en dat menige verandering eraan kan aangebracht worden, onder meer wat betreft de vorm, de samenstelling, de schikking en het aantal der onderdelen. De veran- deringen moeten nochtans in overeenstemming te brengen zijn met de zin van de hierna uiteengezette eisen en mogen het raam van deze brevetaanvraag niet te buiten gaan.
Men kan, bij voorbeeld, de aandrijving op om 't even welke gekende wijze laten plaats grijpen.
EISEN 1) Rooimachine voor aardappelen en andere knolvruchten,bestaande onder meer uit een orgaan voor het rooien van de vruchten en een transportmechanisme dat de gerooide vruchten naar het achtereinde van de machine toe verplaatst, met het kenmerk dat tenminste het meest naar voren gelegen gedeelte van bovengenoemd transportmecha- nisme bestaat uit meerdere kettingen zonder einde die van naar buiten uitstekende pinnen voorzien zijn, welke kettingen gedurende hun beweging in tenminste een deel van hun baan onderling gescheiden zijn door platen, waarvan de onderlinge afstand zodanig is dat de te verzamelen aardappelen er niet tussen kunnen vallen.
2) Rooimachine volgens voorgaande eis, met het kenmerk dat boven- genoemde platen aan het meest naar achter gelegen uiteinde van de van pinnen voorziene kettingen gelegen zijn.
3) Rooimachine volgens een der vorige eisen, met het kenmerk dat bovengenoemde platen draaibaar gemonteerd zijn. **WAARSCHUWING** Einde van DESC veld kan begin van CLMS veld bevatten **.