<Desc/Clms Page number 1>
ZELFWERKENDE MACHINE VOOR RET ROOIEN ZUIVEREN SORTEREN EN VERPAKKEN VAN
AARDAPPELEN EN DERGELIJKE AARD VRUCHTEN.
De uitvinding heeft betrekking op een machine die, wanneer zij in de geschikte richting over het'aardappelveld wordt voortbewogen autóma- tisch de aardappelplanten en -knollen uitrukt en van de aanklevende aarde ontdoet het loof en onkruid van de knollen scheidt, en tenslotte de vruch- ten volgens grootte gesorteerd in zakken of dergelijke verpakkingselemen- ten doet aanlanden.
Meer bepaald betreft het hier een rooimachine zonder trommel, die bijzonder gekenmerkt is door een oorspronkelijke., rationele en feillo- ze inrichting voor het bewerkstelligen der bovenvernoemde scheiding van loof en vruchten.
Deze kenmerkende loofafscheider bestaat in hoofdzaak minstens uit een doorluchte .transportketting zonder einde waarop het mengsel - loof, onkruid en van de aanklevende aarde bevrijde vruchten - wordt aangevoerd door een van de terzake gebruikelijke uitrukorganen komende transporteur., waarbij deze doorluchte transportketting derwijze ontworpen, en gedimension- neerd is dat slechts de aardappelen of vruchten er vrij doorheen kunnen vallen terwijl de hierna gebeurlijk nog tussen de afvalstoffen liggende vruchten automatisch worden opgelicht en terug geworpen door een draaibare, elastisch beinvloede kam waarvan de kampunten achtereenvolgens door de dwarselementen van de transportketting worden aangedrukt en vrijgegeven.
De vernoemde transportketting wordt bij voorkeur gevormd door twee rolkettingen zonder einde die door dwarselementen zoals latten of sta- ven aan elkaar zijn gehechte waarbij aan deze dwarselemten op zekere punten hunner lengte zulke latten of staven zijn vastgehecht dat zij, wan- neer de transportketting rechtlijnig loopt, samen met de genoemde dwarsele- inenten in hetzelfde vlak liggen en een rooster vormen waardoor slechts de aardappelen doch niet de afvalstoffen kunnen vallen.,
om zich hoeks ten op- zichte van het vlak der dwarselementen te verdraaien wanneer de transport- ketting over een kettingrad loopt en eens het rad voorbij zal het loof door zijn eigengewicht en de negatieve helling der ketting naar beneden val- leno
<Desc/Clms Page number 2>
Deze kam bestaat voorkeurshalve uit een onder het werkzaam vak van de doorluchte transportketting vrij draaibaar bevestigde as, enerzijds voorzien van radiaal uitstekende kampinnen en anderzijds voorzien van minstens één radiale stang die bestendig naar beneden wordt getrokken door een veer, dit samenstel derwijze gecombineerd zijnde dat, normaal, de kam- pinnen doorheen en boven het roostervlak der transportketting uitsteken,
bij het vorderen van de transportketting door dezes dwarselementen naar be- neden gedrukt en vervolgens terug vrijgelaten worden waarbij zij de nog tussen de afvalstoffen liggende vruchten oplichten en doorheen de doorluch- te transportketting werpen.
Het spreekt vanzelf dat het aantal kampinnen, hun lengte en hun onderlinge afstand derwijze bepaald zijn dat zij in hun normale opgeheven stand stelselmatig de vruchten van een voorafbepaald minimaal kaliber weer- houden.
Deze en andere kenmerken van het voorwerp der uitvinding, als- mede de andere hiermede samenwerkende organen en elementen der volledige ma- chine worden nader verklaard door de hiernavolgende beschrijving van een de uitvinding geenszins beperkend uitvoeringsvoorbeeld dat door de figuren der bijgaande tekening schetsmatig wordt weergegeven.
De figuren 1 en 2 zijn respectievelijk een schetsmatig zijzicht en bovenzicht van een met de kenmerkende loofafscheider uitgeruste aardap- pelrooimachine.
De figuur 3 is een vergroot zijzicht van de loofafscheider.
De figuren 4 en 5 zijn respectievelijk een vergroot zijzicht en bovenzicht van een gedeelte der loofafscheidersektting en de hiermede gecombineerde terugwerpkam.
De figuren 6 en 7 tonen deze zelfde combinatie in twee andere kenmerkende standen tijdens hun werking.
Volgens deze schetsmatig voorgestelde, alleen in zijn essentiële elementen weergegeven uitvoeringsvorm bestaat de volgens de uitvinding ver- beterde rooimachine in hoofdzaak uit een op twee wielen 1 met luchtbanden rustend raam 2, vooraan op een geschikte wijze vastgekoppeld aan een willekeu- rig trekmiddel, bijvoorbeeld een landbouwtractor. Van deze laatste komt ' een cardanas 1 van waaruit alle bewegingen van de diverse werkorganen der machine worden betrokken.
Wanneer de machine over het aardappelveld wordt voortgetrok- ken, worden de vruchten, de omringende aarde en het loof op de bekende wijze opgelicht door de schar ¯4 met een door de hefboom instelbare diepte- stand. Door de voortbeweging der machine komt het opgelicht mengsel van- zelf op de stijgende ophaalketting zonder einde 6 die tevens door de elemen- ten 1 wordt geschud; hierdoor wordt de meegevoerde aarde van de vruchten en het loof verwijderd. Bij het bovenuiteinde van de phalketting 6 valt het mengsel op een tweede stijgende doorluchte transporteur 8m die eveneens wordt geschud bij middel van de elementen 9, en waar de laatste aanklevende aarde wordt verwijderd. Het.bovenuiteinde van deze transporteur 8 komt boven het werkzaam vlak van de kenmerkende loofafscheidersketting 10.
Deze laatste ontvangt dus een mengsel van aardappelen en loof waarvan de afscheidingsoperatie hierna in detail wordt beschreven.
De door de ketting 10 vallende aardappel en vallen in een trech- ter 11 en worden dan opgenomen door een dwarslopende kettingrooster zonder einde 12. Deze laatste voert de vruchten naar het begin van een elevator 13, waarvan het bovenuiteinde boven een sorteerinrichting 14 ligt. Deze bestaat uit een zeef die dus de aardappelen, vallend van de elevator 13 naar grootte sorteert. De kleinste vruchten vallen door de zeef 14 terwijl
<Desc/Clms Page number 3>
de grootste hierover glijden.
Beide vruchten - groepen vallen gescheiden in verdeelbakken 14-16,die in combinatie met een rustvlak 17 het in zakken verpakken der volmaakt gezuiverde naar grootte gesorteerde vruchten kunnen verzekeren
De kenmerkende, hierboven slechts terloops vernoemde loofafschei- dingsinrichting bestaat uit een ketting zonder einde 10, in feite gevormd door twee rolkettingen die onderling verbonden zijn door dwarsstaven -stangen of -buizen 18. Deze laatste zijn op zekere punten hunner lengte van horizon- taal uitstekende pinnen of staven 19. voorzien die minstens zó lang zijn dan hun vrij uiteinde normaal boven de volgende dwarsstaaf komt te liggen.
De onderlinge afstand der dwarsstaven la enerzijds en de onderlinge afstand der pinnen 19 anderzijds zijn derwijze gekozen dat, wanneer de trans- portketting rechtlijnig loopt. een rooster wordt gevormd waardoor wel de vruchten doch niet het loof kunnen vallen. De transportketting 10 loopt schuin naar boven en wordt geleid over de kettingraderen 20-21-22-23,
Onder het werkzaam vak van de transportketting 10 loopt een dwars- as 24, enerzijds voorzien van een zeker aantal radiaal uitstekende evenwijdi- ge pinnen 25, en anderzijds van een radiale stang 26,. Deze elementen 24-25- 26 zijn derwijze gecombineerd dat wanneer het vrij uiteinde der radiale stang 26 normaal door een trekveer 27 naar beneden wordt getrokken, de pinnen 25 een ware kam vormen waarvan deze pinnen door het werkzaam vak der transport- ketting lopen en hierboven uitsteken (zie figuur 4).
De werking dezer zeer eenvoudige doch buitengewoon doelmatige in- richting is als volgt
Het van de transporteur vallend mengsel - loof en aardappelen - komt op de transportketting of - rooster 10 terecht.
De aardappelen vallen door de openingen begrensd door de elkaar kruisende dwarselementen 18 en pinnen 19, terwijl het loof op de ketting blijft liggen. Wanneer het loof het bovenuiteinde van de transportketting 10 bereikt, waar deze laatste rond de kettingsraderen 21 rolt, draaien de pinnen 19 vanzelf omhoog (zie figuur 3) Het nu nog op de staven 18 en pin- nen 19 liggend loof valt naar beneden zodra het rad 21-voorbijgegaan is, dit door zijn eigengewicht en door de negatieve helling der ketting 10.
Bij het vorderen der ketting 10 komen achtereenvolgens de dwars- staven 18 tegen de kampinnen 25, (figuur 4) drukken deze omlaag (figuur 5) om onmiddellijk daarna deze kamponnen terug vrij te laten (figuur 7). Door de trekveer 27 wordt de kam 24-25 dan plots energisch omhoog bewogen zodat de gebeurlijk tussen het loof liggende aardappelen 28 door de kampinnen worden opgenomen en terug naar beneden worden geworpen waarbij hun opnieuw de kans wordt gegeven doorheen de doorluchte transportketting 10 te vallen.
Deze werking herhaalt zich telkens een dwarsstaaf 18 voorbij de kampinnen gaat, zodat men hier een continu en totale afscheiding van loof en vruchten bewerkstelligt.
Het verder verloop van de werking der volledige machine is dan zoals hierboven beschreven.
Het spreekt vanzelf dat de hierboven beschreven en door de bijgaan- de tekening schetsmatig voorgestelde essentiële werkorganen der loofafschei- dingsinrichting en dezer der algemene machine vervolledigd worden door aller- hande gebruikelijke organen zoals bijvoorbeeld deze voor het aandrijven en ins'tellen der diverse werkelementen, het aanspannen der verschillende kettin- gen.... enz.
Tevens weze opgemerkt dat het tussendrijfwerk dat vanuit de van de tractor komende cardanas alle werkelementen bedient niet speciaal werd be-
<Desc/Clms Page number 4>
schreven;, daar het essentieel kan gewijzigd en aangepast worden naar ge- long de noodwendigheden en tevens geen kenmerk van de onderhavige uitvin- ding daarstelt.
EISEN
1.4 Zelfwerkende machine voor het rooien, zuiveren, sorteren en verpakken van aardappelen en dergelijke aardvruchten, daardoor gekenmerkt dat zij een inrichting bevat voor het scheiden van de afvalstoffen en de vruchten, in hoofdzaak bestaande uit een doorluchte transportketting zonder einde waarop het mengsel - loof, onkruid en van de aanklevende aarde be- vrijde vruchten - wordt aangevoerd door een van de terzake gebruikelijke uitrukorganen komende transporteur,
waarbij deze doorluchte transportketting derwijze ontworpen en gedimensionneerd is dat slechts de aardappelen of vruchten er vrij doorheen kunnen vallen terwijl de hierna gebeurlijk nog tussen de afvalstoffen liggende vruchten automatisch worden opgelicht en teruggeworpen door een draaibare elastisch beïnvloede kam waarvan de kampunten achtereenvolgens door de dwarselementen van de transportketting worden aangedrukt en vrijgegeven.
2. - Loofafscheider volgens eis 1, daardoor gekenmerkt dat de doorluchte transportketting in hoofdzaak minstens bestaat uit twee rolket- tingen zonder einde die door dwarselementen zoals latten of staven aan el- kaar zijn gehecht, waarbij aan deze dwarselementen op zekere punten hunner lengte zulke latten of staven zijn vastgehecht dat zijn wanneer de trans- portketting rechtlijnig loopt, samen met de vernoemde dwarselementen in hetzelfde vlak liggen en een rooster vormen waardoor slechts de aardappelen doch niet de afvalstoffen kunnen vallen, om zich hoeks ten opzichte van het vlak der dwarselementen te verdraaien wanneer de transportketting over een kettingrad loopt, en aldus het loof door zijn eigengewicht en de negatieve helling der ketting naar beneden laten vallen.
3. - Loofafscheider volgens eis 2, daardoor gekenmerkt dat de kam voor het terugwerpen der aardappelen in hoofdzaak bestaat uit een onder het werkzaam vak van de doorluchte transportketting vrij draaibaar bevestigde as, enerzijds voorzien van radiaal uitstekende kampinnen en anderzijds voorzien van minstens één radiale stang die bestendig naar beneden wordt getrokken door een veer, dit samenstel derwijze gecombineerd zijnde dat, normaal, de kampinnen doorheen en boven het roostervlak der transportketting uitsteken, bij het vorderen van de transportketting door dezes dwarselementen naar beneden gedrukt en vervolgens terug vrijgelaten worden waarbij zij de nog tus- sen de afvalstoffen liggende vruchten oplichten en doorheen de doorluchte transportketting werpen.
4.- Loofafscheider volgens eis 3, daardoor gekenmerkt dat het aantal kampinnen, hun lengte en hun onderlinge afstand derwijze bepaald zijn dat zij in hun normale opgeheven stand stelselmatig de vruchten van een voor- afbepaald minimaal kaliber weerhouden.
5.- Loofafscheider volgens de voorgaande eisen, daardoor geken- merkt dat de doorluchte transportketting een continu beweging heeft die langs- heen een aangepast tussen-drijfwerk vanuit een van de tractor komende draaias wordt verkregen en dat haar werkzaam vak naar boven schuinlopend is. **WAARSCHUWING** Einde van DESC veld kan begin van CLMS veld bevatten **.