<Desc/Clms Page number 1>
S P E L .
De uitvinding heeft betrekking op een spel, dat bestaat uit de afbeelding van een veld en uit stukken die de spelers voorstellen.
De uitvinding heeft tot doel een spel te ontwerpen waarmede op een aangename wijze een voetbalwedstrijd kan gespeeld worden en waarbij de regels van het spel en de afbeelding van het veld en van de spelers zo dicht mogelijk bij de werkelijkheid aansluiteno
Tot dit doel bevat het spel volgens de uitvinding een stuk dat een bal voorstelt, terwijl de personen die aan het spel deelnemen een element hebben waarmede deze personen de stukken, die de spelers voorstellen. in be- weging kunnen brengen en aldus onrechtstreeks het stuk, dat de bal voorstelt, kunnen bewegen.
In een voordelige uitvoeringsvorm van de uitvinding, zijn de stukken, die de spelers voorstellen, schijfvormig.
In een bij voorkeur toegepaste uitvoeringsvorm van dezelfde uit- vinding is het stuk, dat de bal voorstelt, eveneens schijfvormig.
Een ander kenmerk van de uitvinding kan erin bestaan, dat boven- vermeld element bestaat uit een schijf met een handvat.
Andere voordelen en eigenschappen van de uitvinding zullen blij- ken uit de beschrijving van een spel volgens de uitvinding. Deze-beschrijving wordt enkel als voorbeeld gegeven en is niet beperkend voor de uitvinding.
De verwijzingscijfers hebben betrekking op de hieraantoegevoegde figuren.
Fig. 1 is een bovenaanzicht van een afbeelding van het veld uit het spel volgens de uitvindingo
Figo 2 is een doorsnede volgens het vlak II-II uit fig. 1.
Fig. 3 is een doorsnede'volgens het vlak III-III uit fig. lo
Fig. 4 is een doorsnede door een stuk dat een speler voorstelt.
<Desc/Clms Page number 2>
Fig. 5 is een doorsnede door een stuk, dat een speler voorstelt, welke speler evenwel een andere functie uitoefent dan de speler van het stuk volgens fig. 4. ,
Fig. 6 is een doorsnede door een stuk dat de bal voorstelt.
Fig. 7 is een doorsnede door een element waarmede de stukken, die de spelers voorstellen, bewogen worden.
In de verschillende figuren hebben dezelfde verwijzingscijfers betrekking op identische elementen.
Het spel bevat in de eerste plaats de afbeelding van een voet- balveld waarop alle lijnen, die op een werkelijk voetbalveld voorkomen, aan- gebracht zijn. Dit veld is omringd door opstaande randen, terwijl ook aan beide zijden van de doelen naar boven uitstekende elementen 1 voorkomen. De afbeelding van het veld is verdeeld in twee delen 2 en 3, die verbonden zijn door middel van scharnieren 4, zodat na gebruik van het spel de afbeelding van het veld in twee kan geplooid worden. Het spel bevat verder ook stukken die de spelers voorstellen. Al deze stukken hebben dezelfde vorm waarbij even- wel de spelers van één ploeg een verschillende kleur hebben ten opzichte van de spelers van de andere ploeg. Op de stukken, die de spelers voorstel- len, kunnen ook aanduidingen of kentekens aangebracht worden om de ploeg aan te duiden waartoe deze spelers behoren.
Alle stukken, die spelers voor- stellen, hebben dezelfde grootte, behalve de stukken die de twee achterspe- lers, gewoonlijks backs genoemd, van elke ploeg voorstellen. Deze stukken zijn groter dan de andere stukken, opdat deze spelers de doelen zouden kun- nen afschermen. De stukken, die een gewone speler voorstellen, werden aage- duid met het verwijzingscijfer 5, terwijl de stukken, die een achterspeler voorstellen, aangeduid werden met het verwijzingscijfer 6. De schijf, aange- duid door het verwijzingscijfer 7, waarvan een doorsnede getekend werd in figuur 6, stelt de bal voor. Wanneer twee personen of meerdere personen aan dit spel deelnemen, worden de verschillende spelers in beweging gebracht door elementen zoals aangeduid in figuur 7. Een dergelijk element 8 bevat een schijf die onderaan vlak is en waarop bovenaan een handvat voorkomt.
Ook de schijven, zoals 5 en 6, die de spelers voorstellen, zijn onderaan vlak. Het spel bestaat er nu in de bal in beweging te brengen en naar het doel van de tegenpartij te richten, zoals dit ook werkelijk het geval is in een voetbalspel. Om de bal te bewegen nemen de personen, die aan het spel deelnemen, een element 8 in de hand en brengen zij met dit element 8 een stuk 5 of 6 in beweging en wel zodanig dat dit stuk op zijn beurt de bal in beweging brengt.
Op het hierboven beschreven spel kunnen verschillende spelre- gels toegepast worden. Om de gedachte te vestigen en de uitvinding duidelij- ker te maken, worden hierna als voorbeeld enkele spelregels aangegeven. Bij het begin van het spel worden de verschillende stukken, die de spelers voor- stellen, opgesteld. De doelverdediger wordt op een willekeurige plaats in het doelgebied opgesteld, terwijl de achterspelers op punten, die op de afbeel- ding van het veld kunnen aangegeven zijn, opgesteld kunnen worden. Hetgeen geldt voor de achterspelers geldt ook mutatis mutandis voor de spelers van de middellijn en van de voorlijn. Op te merken valt dat de punten waar de verschillende spelers opgesteld worden niet in figuur 1 aangegeven werden.
De afbeelding van het spel kan evenwel zodanig zijn, dat op de afbeelding van het veld deze punten wel aangegeven zijn.
Zoals bij een gewoon voetbalspel wordt, door middel van een munt- stuk, bepaald wie het spel bevindt. De ploeg die de opgooi, gewoonlijk toss genoemd, wint zal de aftrap geven van de eerste speelhelft en de andere ploeg zal de aftrap geven bij de tweede speelgelft. De duur van het spel kan be- paald worden volgens de voorkeur van de personen die aan het spel deelnemen.
De totale duur van het spel bedraagt bij voorbeeld 20 minuten. Wanneer van de- ze tijd 10 minuten verstreken zijn, worden de stukken, die de spelers voor- stellen, terug opgesteld zoals hierboven beschreven en de aftrap van de twee- de speelhelft wordt gegeven onder de vorm die hierbij nader omschreven wordt.
<Desc/Clms Page number 3>
Om het einde van de speelhelften te bepalen, kan gebruik ge- maakt worden van een tijdmeter die bij voorbeeld aan het spel toegevoegd is en die een bel of een ander instrument in werking stelt wanneer de eer- ste 10 minuten of de 20 minuten of een ander te bepalen tijdsduur verlopen is.
Het schoppen gebeurt doordat de persoon, die aan het spel deel- neemt, met een element, zoals 8, op een gedeelte van het hellend bovenvlak van een stuk, zoals 5 of 6, drukt, en aldus de voor- of achteruitschuivende beweging van dit stuk 5 of 6 bekomt. Het stuk 5 of 6 zal bij aanraking van het stuk 7, dat de bal voorstelt, dit in de gewenste richting spelen. Ook kan het gebeuren dat het nodig is enkel het stuk 5 of 6 te verplaatsen, zon- der dat dit stuk in aanraking hoeft te komen met het stuk 7' dat de bal voor- s te lt.
Alle stukken, die spelers voorstellen, mogen uitsluitend met het element 8, dat in de rechterhand gehouden wordt, bewogen worden, met uitzondering van het stuk dat de doelverdediger voorstelt, hetwelk met de vrije linkerhand verplaatst wordto Het verplaatsen van de doelverdediger met de vrije linkerhand geldt enkel voor de opstellingen wanneer het doel bedreigd wordt. Wanneer de doelverdediger moet schoppen, wordt hij behan- deld zoals een gewoon stuk.
Elke spelbeurt bestaat uit drie schoppen of verplaatsingen van één of meerdere stukken die spelers voorstellen. Enkele uitzonderingen op deze regel worden evenwel hierna aangegeven. De eerste spelbeurt begint bij de'aftrap. De aftrap wordt gegeven nadat men de bal met de vrije linkerhand op het middelpunt van de afbeelding van het veld geplaatst heeft; waarna men door middel van het element 8 het stuk, dat de middenvoorwaartse speler voorstelt, tot op een aangeduid punt brengt en met dit stuk de aftrap schopt.
De bal is uit het spel wanneer hij volledig over of gedeelte- lijk op een zij- of doellijn is. De bal is in het spel wanneer hij volle- dig over de zij- of doellijn in het spel teruggekaatst na de uitstekende om- lijsting van de afbeelding van het veld geraakt te hebben. De bal is ook in het spel wanneer hij, bij het op doel schoppen, tegen de doelpaal of omlijs- ting van het doel stoot en volledig in het spel terugkaatst of gedeeltelijk ook op de doellijn, tussen de.doelpalen, blijft liggen.
Wanneer de bal uit het spel is, zal hij door de tegenpartij van degene die hem uitgeschopt heeft op volgende wijze terug in het spel worden gebracht : men neemt met de vrije linkerhand een stuk dat een spe- ler voorstelt, naar keuze, uit het spel en plaatst dit stuk aan de binnen- zijde van de zijlijn op het punt waar de bal is-buitengegaan, waarna men dit stuk de bal, op hetzelfde punt, voorlegt en de bal naar de verlangde richting schopt.
Op te merken valt dat het inschoppen van de bal nooit het begin van een spelbeurt kan betekeneno Verder valt nog op te merken dat het na het inschoppen van de bal steeds de tegenpartij zal zijn van degene die de bal in het spel terug heeft gebracht, die een spelbeurt zal beginnen of deze spelbéurt zal voortzetten. Op de regelmatige spelbeurten wordt een uitzon- dering gemaakt wanneer een ploeg de spelbeurt van de tegenpartij met één schop onderbreekt, dit on de bal terug in het spel te brengen.
Wanneer men door behendig spel de opening naar het doel heeft gevonden, en wanneer het de eigen spelbeurt is, verwittigt men de tegenpar- tij dat men het inzicht heeft op doel te schoppeno Hierbij kan men gebruik maken van de uitdrukking : Opgelet goalo Daarna laat men de tegenpartij de tijd de doelverdediger gepast op te stellen op de hierboven reeds aangegeven wijze. Wanneer de tegenpartij de doelverdediger opgesteld heeft, zegt deze partij : Klaar. Hierna schopt men in éénmaal op doel. Het op doel schoppen betekent steeds het einde van een spelbeurt. Om een doel te mogen aanteke- nen, met de bal zich volledig in het doel bevinden.
Wanneer de bal volledig over de doellijn gaat of gedeeltelijk op de doellijn ligt, met uitzondering
<Desc/Clms Page number 4>
van het eigenlijke doel, en wanneer de bal laatst aangeraakt of geschopt werd door een stuk, dat een speler voorstelt van de verdedigende partij dan mag door de aanvallende partij een hoekschop genomen worden van op een punt aangeduid en dichtst gelegen bij het punt waar de bal op of over de doellijn gegaan is. Bij het geven van een hoekschop, dienen de hierboven aangegeven spelregels in toepassing gebracht te worden. De hoekschop zal steeds het begin zijn van een spelbeurt van de aanvallende partij. Op de regelmatige spelbeurten wordt dus een uitzondering gemaakt door het feit dat de aanvallende ploeg, in voorkomend geval, de spelbeurt van de verdedi- gende ploeg onderbreekt om met een hoekschop een spelbeurt te beginnen.
'Wanneer de bal geschopt door de aanvallende ploeg volledig buitengaat over de doellijn;, zal hij door een stuk, dat een speler voor- stelt van de verdedigende ploeg, terug in het veld worden gebracht ongeveer van op het punt waar hij is buitengegaan, doch steeds binnen het doelgebied.
Om bij het doelschop de bal terug in het veld te brengen, mag men het stuk, dat de speler voorstelt, met inbegrip van het stuk, dat de doelverdediger voorstelt, naar keuze, maar steeds binnen het doelgebied, opstellen.
Een doelschop is steeds het einde van de spelbeurt van de aan- vallende ploeg.
In geval tijdens een spelbeurt door onbehendig schoppen een spe- ler van de tegenpartij van zijn plaats wordt geschoven of geraakt, mag de ploeg van deze speler de spelbeurt met één vrijschop onderbreken of wan- neer de fout op het einde van een spelbeurt begaan is voor haar volgende spelbeurt vier schoppen nemen, zodat haar regelmatige spelbeurt van drie' schoppen met één schop vermeerderd wordt.
De hierboven beschreven vrijschop is een rechtstreekse vrij- schopo Ook onrechtstreekse vrijschoppen worden door de spelregels voorzien, en wel in volgende geval : wanneer tijdens een spelbeurt een speler van de eigen ploeg door een speler van deze ploeg tijdens bedoelde spelbeurt vol- ledig van het veld werd geschoven, dan zal men deze spelers terug op de aan- vankelijke vrijgeblevene plaatsen opstellen, en zal de tegenpartij een vrij- schop mogen nemen onder dezelfde voorwaarden zoals hierboven voor rechtstreek- se vrijschop beschreven. Als het voorkomt dat samen met de speler de bal even- eens buiten het veld wordt geschopt, moet men eveneens eerst deze in het veld brengen op de hierboven aangegeven manier, waarna dan de vrijschop kan geno- men worden.
De vrijschop moet steeds uitgevoerd worden door de speler van de bevoordeligde partij, die zich op het ogenblik dat de schop mag genomen worden het dichtst bij de bal bevindt, zonder dat één van beide vòòr er ge- schopt wordt verplaatst wor.dto Een doelpunt mag nooit rechtstreeks door een vrijschop worden aangetekend, maar kan er evenwel het gevolg van zijn tij- dens de voortzetting van de spelbeurt waarin de vrijschop gegeven wordt.
Als het voorkomt dat ten gevolge zeer onhandig spel, één of meerdere' spelers van de tegenpartij mede uit het veld worden geschoven, dan mag de benadeelde ploeg deze speler of spelers terug binnen haar eigen speel- helft naar keuze opstellen en zal zij met een speler van de voorlijn naar keuze een strafschop mogen nemen van op een punt op de afbeelding van het veld aangeduid. Deze punten, die op de afbeelding van het veld aangeduid worden voor dergelijke strafschoppen, hoekschoppen, enz., liggen ongeveer op dezelfde plaats als dit het geval is bij een werkelijk voetbalspel. Door een strafschop mag rechtstreeks een doelpunt worden aangetekend. Een straf- schop betekent steeds het einde van een spelbeurt.
De hierboven aangegeven spelregels kunnen door andere spelregels vervangen of aangevuld worden. Sommige aanvullende spelregels worden bij voorbeeld toegepast wanneer een derde persoon aan het spel kan deelnemen als scheidsrechter.
De hierboven aangegeven spelregels zijn natuurlijk geenszins beperkend voor de uitvindingo Men dient trouwens ook te begrijpen dat de uit- vinding geenszins beperkt is tot de hierboven beschreven uitvoeringsvorm en
<Desc/Clms Page number 5>
dat aan deze uitvoeringsvorm menige verandering kan aangebracht worden o.m. dat betreft de vorm, de samenstelling, de schikking en het aantal van de elementen die in de verwezenlijking ervan voorkomen.