<Desc/Clms Page number 1>
FLEXIBELE KOPPELING.
De uitvinding heeft betrekking op een flexibele koppeling en be- oogt een koppeling van deze soort te verkrijgen, welke een eenvoudige con- structie heeft en gemakkelijk en goedkoop kan worden vervaardigd, gemonteerd en gedemonteerd.
Dit wordt door de koppeling volgens de uitvinding bereikt, door- dat tenminste één der beide delen daarvan één of meer over het eindgedeelte van het andere koppelingsdeel grijpend, cylindervormige uitsteeksels heeft, terwijl tussen dit of elk cylindervormige uitsteeksel en het eindgedeelte van het laatstgenoemde koppelingsdeel, resp. elk op dit eindgedeelte aan- gebracht cylindervormig uitsteeksel een afrolring is aangebracht. Uit proef- nemingen is gebleken, dat met deze koppeling grote krachten kunnen worden overgebrachte zonder dat plaatsveranderingen tussen de aanrakingsvlakken van de afrolring(en) en de beide koppelingsdelen optreden.
De koppeling volgens de uitvinding heeft nog het voordeel, dat zij weinig gevoelig is voor niet zuiver in elkanders verlengde liggende assen, omdat de of elke ge- makkelijk verrolbare afrolring bewegingen van de assen kan volgen, zonder dat de koppelende functie tussen de beide delen nadeel daarvan ondervindt.
Al naar gelang van de op de koppelingsdelen werkende krachten kan de of elke afrolring een kracht op de koppelingsdelen uitoefenen, welke deze de- len van elkander tracht te verwijderen of naar elkander tracht toe te trekken. Terwijl het ook mogelijk is, dat op de beide delen geen axiale kracht door de ring of ringen wordt uitgeoefend. Wanneer de beide delen zich van elkander trachten te verwijderen of naar elkander trachten toe te bewegen, wordt dit door de zich daardoor afrollende afrolring tegenge- gaan.
Een gunstige uitvoeringsvorm van de koppeling volgens de uitvin- ding wordt gekenmerkt, doordat tenminste twee op een afstand van elkander liggende plaatsen-van het of de kraagvormige uitsteeksels en van het einde
<Desc/Clms Page number 2>
van het andere koppelingsdeel van zodanig aangebrachte verhogingen en vér- diepingen zijn voorzien, dat tanden worden gevormd, welke op een zich tus- sen beide delen bevindende afrolring(en) inwerken.
De afrolringen bestaan op de gebruikelijke wijze uit flexibel materiaal. Wanneer gladde afrolringen worden toegepast, welke klemmend tussen de beide delen van de koppeling zijn aangebracht, drukken de ver- hogingen in het materiaal van de afrolringen verdiepingen en ontstaan aldus daarin verhogingen,welke op de wijze van de tanden van een tandwiel sa- menwerken met de genoemde verhogingen.
Volgens de uitvinding kan de of elke afrolring voorzien zijn van corresponderend uitgevoerde verdiepingen en verhogingen,waarbij de ver- hogingen van de of elke afrolring in de verdiepingen van de beide koppelings- delen grijpen en omgekeerd. De verhogingen en verdiepingen kunnen op wille- keurige wijze worden uitgevoerd, mits slechts tanden worden gevormd, welke met de tanden.,van een afrolring samenwerken.
Wanneer de koppeling volgens de uitvinding bestemd is voor het overbrengen van grote krachten,kan volgens de uitvinding het andere koppe- lingsdeel eveneens voorzien zijn van een cylindervormig uitsteeksel,het- welk in of om het cylindervormige uitsteeksel van het eerste koppelingsdeel grijpt. Bijzonder grote krachten kunnen door de koppeling volgens de uit- vinding worden overgebracht, wanneer een aantal in elkander grijpende cy- lindrische uitsteeksels aanwezig is,zodat twee of meer afrolringen op de bovenbeschreven wijze kunnen zijn aangebracht. Desgewenst kunnen volgens de uitvinding ook in de naar elkander toegekeerde vlakken van de beide kop- pelingsdelen in of ongeveer in het verlengde van deze delen lopende verdie- pingen zijn aangebracht dan wel uitsparingen,waarin delen van de afrolring grijpen.
Als bijzonder voorbeeld van toepassing van de koppeling volgens de uitvinding kan de toepassing daarvan bij centrifugaalpompen worden ge- noemd. De normaal in de handel zijnde centrifugaalpompen hebben het bezwaar dat bij stilstaande pompen een pakkingbus, die door de draaiende as speling -gekregen heeft, gaat lekken; dat bij stil staande pompen langs de as via de pakkingbus lekkage optreedte, 'omdat uit de aard der zaak bij fibrerende assen ruimte tussen de pakkingbus en as ontstaat. Om dit in draaiende toe- stand te verhinderen,voorziet men de waaier aan de achterzijde van rugget- jes, waardoor in draaiende toestand de vloeistof bij de intrede van de pak- kingbus steeds verwijderd wordt, m.a.w. er ontstaat een onderdruk in de richting van de pakkingbus.
Om bij stilstaande pompen de lekkage,die in draaiende toestand door de speciaal uitgevoerde waaier voorkomen wordt, tegen te gaan,wordt op de as van de pomp in het legerhuis een spiraalveer aangebracht, die er voor zorgt,dat de stilstaande waaier met zijn naaf- gedeelte tegen de intreezijde van de pakkingbus gedrukt wordt.
In plaats van de genoande spiraalveer, die een axiaal glijden van de as noodzakelijk maakt, waardoor een ingewikkelde constructie in de legering ontstaat,kan de koppeling volgens de uitvinding hierbij met voordeel worden gebruikt, daar deze behalve dat zij een flexibele koppe- ling is,ook de axiale kracht voor het lekkage-vrij-maken van de pakking- bus kan leveren.
De uitvinding zal hieronder nader worden uiteengezet aan de hand der tekening,waarin bij wijze van voorbeeld twee uitvoeringsvormen van de koppeling volgens de uitvinding zijn weergegeven.
Figuur 1 geeft een lengtedoorsnede van de eerste uitvoeringsvorm weer.
Figuur 2 toont een gedeelte van een dwarsdoorsnede volgens de lijn II-II van figuur 1.
Figuur 3 geeft een lengtedoorsnede van een deel van de tweede uitvoeringsvorm weer.
De figuren 4 en 5 geven schematisch twee uitvoeringsvormen met
<Desc/Clms Page number 3>
meer dan één afrolring weer.
De in de figuren 1 en 2 weergegeven koppeling bestaat uit een naaf 1, welke op een willekeurige bekende, tegen draaiing geborgde wijze op een as 2 is vastgezet. Het aan het einde van deze as liggende naafvormige koppelingsdeel 1 is van rondlopende groeven 3 en verhogingen 4 voorzien.
Over het van groeven en verhogingen voorziene koppelingsdeel 1 grijpt een kraag 5 van het tweede koppelingsdeel 6, hetwelk eveneens op een willekeurige bekende, tegen draaiing geborgde wijze op de met de as 2 gekoppelde as 7 is vastgezet. Het naar de groeven en verhogingen van het eerste koppelingsdeel 1 gekeerde vlak van de kraag 5 is eveneens van ver- diepingen 8 en verhogingen 9 voorzien.
Tussen de kraag 5 en het einde van het eerste koppelingsdeel
1 is een afrolring 10, welke verdiepingen 11 en verhogingen 12 bezit klemmend gerold. Deze afrolring bestaat uit rubber of een ander vervorm- baar materiaal. De verdiepingen en verhogingen van het koppelingsdeel 1, de kraag 5 en de afrolring 10 zijn zodanig uitgevoerd, dat de klemmend aangebrachte afrolring op de wijze van een tandwiel met de delen 1 en 5 samenwerkt, onder voortduring van de expansiekracht van de samengedrukte flexibele ring.
Wanneer op de assen 2 en 7 een kracht werkt, welke deze assen in axiale richting van elkander tracht te verwijderen, resp. naar.elkander tracht toe te bewegen, wordt de zich om zijn hartlijn wentelende afrolring vervormd, waardoor deze zich naar zijn beginstand wil terugbewegen. Hier- door wordt op de assen in axiale richting een kracht uitgeoefend, welke tegengesteld gericht is aan de kracht, welke het wentelen van de afrolring
10 heeft veroorzaakt.
In het van de verhogingen en de verdiepingen voorziene einde van het koppelingsdeel'-- 1 en van de kraag 5 zijn nog in of ongeveer in de lengterichting van deze delen lopende groeven of verdiepingen 13, resp. 14 aangebracht. Hierin kunnen gedeelten van de geklemde afrolring 10 door hun neiging tot ontspannen dringen. Hierdoor ontstaan verdikkingen, die slip van de delen 1 en 5 ten opzichte van de afrolring 10 tegen gaan en een. gro- tere krachtsoverbrenging mogelijk maken.
De in figuur 3 weergegeven koppeling onderscheidt zich van die volgens de figuren 1 en 2 slechts, doordat beide koppelingsdelen 15 en
16 van een kraagvormig uitstekend gedeelte 17, resp. 18, waartussen zich een afrolring 19 bevindt, zijn voorzien. De beide naar elkander toegekeer- de vlakken van deze kragen, alsmede het buitenoppervlak van de afrolring
19 zijn op dezelfde wijze uitgevoerd als in de figuren 1 en 2 is weergege- ven, zodat het niet nodig is deze nader te beschrijven.
Het is duidelijk, dat, indien men. bij een bepaalde constructie de spanningstoestand van de of elke afrolring wenst te veranderen, men deze b.v. met een meer of minder grote voorspanning, welke door draaiing van de afrolring om zijn dwarsdoorsnede wordt verkregen., voor het monteren kan aanbrengen. De eindspanning in deze afrolring wordt door het in elkander steken der beide delen van de koppeling bereikt.
Bij de in figuur 4 schematisch weergegeven uitvoeringsvorm is het deel 20 van de koppeling voorzien van. twee cylindrische uitsteeksels- 21, 22, waartussen een cylindrisch uitsteeksel 23 van het deel 24 van de koppeling steekt. Tussen deze uitsteeksels liggen elastische afrolringen 25 en 26.
Figuur 5 geeft schematisch een uitvoeringsvorm met drie elas- tische afrolringen 27, 28 en 29 weer, welke tussen cylindrisohe uitsteeksels van de beide koppelingsdelen 30 en 31 liggen. Hierbij is elk der delen 30 en 31 van twee cylindrische uitsteeksels voorzien.
Het is duidelijk, dat bij de uitvoeringsvormen volgens de figu- ren 4 en 5 de naar elkander toegekeerde vlakken van de uitsteeksels en de afrolringen op een der hierboven beschreven wijzen kunnen worden uitgevoerd.