<Desc/Clms Page number 1>
MAGNETISCHE INRICHTING VOOR HET OVERBRENGEN VAN EEN KRACHT,
De uitvinding heeft betrekking op een magnetische inrichting voor het overbrengen van een kracht.
De uitvinding heeft in hoofdzaak tot doel een inrichting te ont- werpen waarvan het rendement bijzonder voordelig is.
Tot dit doel bestaat de magnetische inrichting volgens de uitvin- ding uit een ringmagneet waarin zich loodrecht op de as van de ring in de nabijheid van de polen twee magneetparen bevinden, die zo gelagerd zijn ten opzichte van de ringmagneet dat zij kunnen roteren om de as van deze ring, terwijl de magneten van elk paar gelijknamige polen naar elkaar toe keren en verder tegenover de polen van de ringmagneet polen bezitten die van het- zelfde teken zijn als deze van de ringmagneet, terwijl overigens twee afscherm- 'elementen voorzien zijn tussen de ringmagneet en de magneetparen, welke af- schermelementen eveneens gezamenlijk kunnen roteren om de as van de ringmag- neet
Doelmatig zijn de afschermelementen uit lood vervaardigd.
In een voordelige uitvoeringsvorm van de uitvinding stemt de breedte van de afschermelementen overeen met deze van de magneetparen.
Andere voordelen en eigenschappen van de uitvinding zullen blij- ken uit de beschrijving van een magnetische inrichting voor het overbrengen van een kracht volgens de uitvinding; deze beschrijving wordt enkel als voorbeeld gegeven en is niet beperkend voor de uitvinding; de verwijzings- cijfers hebben betrekking op de hieraantoegevoegde tekeningen.
Figuur 1 is een schematische langsdoorsnede van de inrichting volgens de uitvinding.
Figuur 2 is een schematische doorsnede volgens de lijn II-II uit figuur l.
Figuur 3 is een schematische doorsnede volgens de lijn III-III uit figuur 1.
In de verschillende figuren hebben dezelfde verwijzingscijfers
<Desc/Clms Page number 2>
betrekking op identische elementen.
De magnetische inrichting volgens de uitvinding bevat in de eer- ste plaats een ringmagneet 1 die als stator dienst doet. Binnen deze stator en om de geometrische as ervan kunnen twee rotors afzonderlijk roteren. Op de as 2 zitten twee magneetparen respectievelijk gevormd door de magneten 3, 4 en 5,6; de as 2 en de daarop bevestigde magneetparen vormen een eerste rotor. Uit de figuren kan afgeleid worden dat de magnetische assen van de magneetparen, welke ook de stand weze van deze magneetparen, loodrecht blij- ven op de magnetische as van de ringmagneet. In de verschillende figuren wer- den alle noordpolen van de diverse magneten met een N en alle zuidpolen met S aangeduid. In elk magneetpaar richten de magneten gelijknamige polen naar elkaar toe.
De uiterste polen van elk magneetpaar hebben dus ook hetzelfde teken en wel zijn deze uiterste polen gelijknamig met de overeen- stemmende pool van de ringmagneet.
Een tweede rotor wordt gevormd door de afscherm.platen 7. Deze afschermplaten of afschermelementen zijn uit lood vervaardigd en hebben een breedte die, zoals uit de figuren 2 en 3 gemakkelijk kan afgeleid worden overeenstemt met de breedte van de uiterste polen van de magneetparen.
De inrichting bevat natuurlijk ook de nodige elementen om de as- sen die de rotors dragen te ondersteunen. Deze elementen werden evenwel niet opgenomen in de tekeningen die in hoofdzaak enkel de beginselwerking en de principiële samenstelling van de inrichting weergeven. De as 8, die de as vormt voor het stel afschermelementen 7, wordt over het algemeen van buiten de inrichting uit aangedreven, terwijl de as 2 over het algemeen een mecha- nisme buiten de inrichting moet aandrijven. Met een beweging van de as 8 gaat noodzakelijk een beweging van de as 2 gepaard en wel zodanig dat het rendement van deze overbrenging bijzonder voordelig is.
Men dient ten slotte te begrijpen dat de uitvinding geenszins be- perkt is tot de hierboven beschreven uitvoeringsvorm en dat binnen het raam van de octrooiaanvrage aan deze uitvoeringsvorm menige verandering kan aan- gebracht worden o.m. wat betreft de vorm, de samenstelling, de schikking en het aantal van de onderdelen die voor het verwezenlijken van de uitvinding gebruikt worden.
Conclusies.
1. Magnetische inrichting voor het overbrengen van een kracht, m e t h e t k e n m e r k, dat zij bestaat uit een ringmagneet waarin zich loodrecht op de as van de ring in de nabijheid van de polen twee magneet- paren bevinden, die zo gelagerd zijn ten opzichte van de ringmagneet dat zij kunnen roteren om de as van deze ring, terwijl de magneten van elk paar gelijknamige polen naar elkaar toe keren en verder tegenover de polen van de ringmagneet polen bezitten die van hetzelfde teken zijn als deze van de ringmagneet, terwijl overigens twee afscherm.elementen voorzien zijn tussen de ringmagneet en de magneetparen, welke afschermelementen eveneens geza- menlijk kunnen roteren om de as van de ringmagneet.
2. Magnetische inrichting volgens vorige conclusie, me t h e t k e n m e r k, dat de afschermelementen uit lood vervaardigd zijn.