BE529677A - Werkwijze en inrichting voor het continu vervaardigen van gekroesde en elastische garens uit thermoplastische draden en de aldus vervaardigde garens - Google Patents

Werkwijze en inrichting voor het continu vervaardigen van gekroesde en elastische garens uit thermoplastische draden en de aldus vervaardigde garens

Info

Publication number
BE529677A
BE529677A BE529677A BE529677A BE529677A BE 529677 A BE529677 A BE 529677A BE 529677 A BE529677 A BE 529677A BE 529677 A BE529677 A BE 529677A BE 529677 A BE529677 A BE 529677A
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
thread
yarn
wire
tension
zone
Prior art date
Application number
BE529677A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Onderzoekings Inst Res Nv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Onderzoekings Inst Res Nv filed Critical Onderzoekings Inst Res Nv
Publication of BE529677A publication Critical patent/BE529677A/nl

Links

Classifications

    • DTEXTILES; PAPER
    • D02YARNS; MECHANICAL FINISHING OF YARNS OR ROPES; WARPING OR BEAMING
    • D02GCRIMPING OR CURLING FIBRES, FILAMENTS, THREADS, OR YARNS; YARNS OR THREADS
    • D02G1/00Producing crimped or curled fibres, filaments, yarns, or threads, giving them latent characteristics
    • D02G1/02Producing crimped or curled fibres, filaments, yarns, or threads, giving them latent characteristics by twisting, fixing the twist and backtwisting, i.e. by imparting false twist
    • D02G1/0206Producing crimped or curled fibres, filaments, yarns, or threads, giving them latent characteristics by twisting, fixing the twist and backtwisting, i.e. by imparting false twist by false-twisting
    • D02G1/0266Producing crimped or curled fibres, filaments, yarns, or threads, giving them latent characteristics by twisting, fixing the twist and backtwisting, i.e. by imparting false twist by false-twisting false-twisting machines
    • DTEXTILES; PAPER
    • D02YARNS; MECHANICAL FINISHING OF YARNS OR ROPES; WARPING OR BEAMING
    • D02GCRIMPING OR CURLING FIBRES, FILAMENTS, THREADS, OR YARNS; YARNS OR THREADS
    • D02G1/00Producing crimped or curled fibres, filaments, yarns, or threads, giving them latent characteristics
    • D02G1/02Producing crimped or curled fibres, filaments, yarns, or threads, giving them latent characteristics by twisting, fixing the twist and backtwisting, i.e. by imparting false twist
    • DTEXTILES; PAPER
    • D02YARNS; MECHANICAL FINISHING OF YARNS OR ROPES; WARPING OR BEAMING
    • D02GCRIMPING OR CURLING FIBRES, FILAMENTS, THREADS, OR YARNS; YARNS OR THREADS
    • D02G1/00Producing crimped or curled fibres, filaments, yarns, or threads, giving them latent characteristics
    • D02G1/02Producing crimped or curled fibres, filaments, yarns, or threads, giving them latent characteristics by twisting, fixing the twist and backtwisting, i.e. by imparting false twist
    • D02G1/04Devices for imparting false twist
    • D02G1/06Spindles

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Textile Engineering (AREA)
  • Yarns And Mechanical Finishing Of Yarns Or Ropes (AREA)

Description


   <Desc/Clms Page number 1> 
 



   De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze en een inrich- ting voor de vervaardiging van gekroesde, elastische draden en garens. die uit   thermoplastische   stoffen bestaan, en op de aldus vervaardigde draden of garens. 



   Zij heeft in het bijzonder betrekking op een continue werkwijze en een overeenkomstige inrichting. d.w.z. een werkwijze en Inrichting, waar- bij alle noodzakelijke bewerkingen voor het verkrijgen van de   kroézing   in één niet onderbroken arbeidsgang aan de draad of het garen worden doorgevoerd , voor de vervaardiging van door middel van twijnen gekroesde draden en garens uit gladde, sluike, thermoplastische draden of garens. 



   In de beschrijving zal hier verder onder draden ook garens wor- den   bedoeld.   



   Als thermoplastische uitgangsdraden komen vooral die in aanmer- king, welke zijn vervaardigd uit synthétische polymerisatie- en polycondensatieproducten, zoals polyvinylchloride, polyaethyleen, polyvinylideenchloride. polyacrylenitrile. polyamide, polyesters of overeenkomstige-copolymeren. 



   De uitvinding valt onder het op zichzelf bekende principe, hetgeen daarin bestaat, dat de uitgangsdraad een hoge twijnwordt gegeven en de draad in samenhang met het twijnen. in ieder geval echter nog zolang de twijn aanwezig is. wordt week gemaakt, zodat de draadmassa zich spanningsloos in de getwijnde vorm legt, en daarna de draad in getwijnde toestand wordt gefixeerd en ten slotte wordt   onttwijnd.   



   De uitvinding heeft speciaal betrekking op de eveneens op zichzelf bekende uitvoeringsvorm. waarbij de uitgangsdraad geen effectieve of echte, doch slechts een intermédiaire of valsche twijn krijgt. 



   Voor het   weekmaken   van de   uitgangsdraad   heeft men tot nog toe een voorbehandeling met sterke anorganische of organische   zwelmiddelen.   zoals alkaliloog. een oplossing van   zinkchloride,   xyleen, phenol, chloorhydrine en   dergelijke,   voorgesteld.   Practisch   is men echter met mildere zwelmiddelen, zoals heet water en bij voorkeur stoom, uitgekomen. 



   Ter fixering van de getwijnde draad heeft men   hoofdzakelijk   goed gedroogd of met stoom behandeld, en dikwijls ter verbetering van de fixering nog chemicaliën, zoals formaldehyd, toegepast., 
Als Inrichtingen ter verkrijging van de valse twijn stonden van begin af de gewone, eenvoudige twijnbuisjes ter beschikking. Daar zij echter onbetrouwbaar werken, heeft men reeds   vroeger   met meer succes bijzondere   valstwijners   met een centrisch geleidingsrolletje voor een gedwongen geleiding van de draad ingevoerd. 



   Echter ook deze valstwijninrichtingen vertonen in samenhang met de vervaardiging van twijngekroesde draden altijd nog zekere gebreken. 



  Zij geven b.v. aan de gekroesde en nog ontvankelijke draad een hoge wrijving,   terwijl   de draad ook te veel wordt gestrekt. 



   De continue twijnkroezing is in tegenstelling tot de discontinue, waarbij alle bewerkingen, welke voor het verkrijgen van de kroezing nodig zijn, separaat uitgevoerd worden. tot nog toe op grote moeilijkheden gestoten en in het bijzonder bij thermoplastische draden bleek slechts een klein deel van de bekende voorstellen enigermate   bruikbaar.   



   Proeven hebben nu aangetoond, dat men bij de continue twijn-   kroezing   van themoplastische draden goede resultaten kan verkrijgen. Indien men een reeks van, deels ongewone, arbeidsomstandigheden tegelijkertijd realiseert. 



   De werkwijze voor het continu vervaardigen van   gekroesde.   elastische draden of garens. door overvoering van gladde, sluike, thermoplastische draden of garens, zoals bij voorkeur die uit synthetische polymerisatie- 

 <Desc/Clms Page number 2> 

 ofpolycondensatieproducten. in de gekroesde vorm met toepassing van een valstwijninrichting, heeft het kenmerk, dat de draad of het garen met gelijkmatige snelheid door een hete luchtzone, via een   valstwijninrichting,   welke door de draad of het garen ballonnerend wordt verlaten, door een daar achter gelegen transportorgaan wordt afgetrokken, en maatregelen worden getroffen om de spanning van de draad of het garen   vdo-r   de twijninrichting in de hete zone te regelen, gelijkmatig en laag te houden en om de draad of het garen voor het passeren door de twijninrichting te koelen.

   



   Allereerst is gebleken, dat men in samenhang met de nieuwe werkwijze geen   weekmakingsmiddel   behoeft te   gebruiken..   en dat het voldoende is de draad alleen door verhitting week te   maken,   hetgeen grote vereenvoudigingen en voordelen geeft. 



   Zoals werd gevonden, legt de draadmassa zich reeds spanningsloos in de getwijnde vorm. wanneer men de getwijnde draad slechts over een verhoudingsgewijs korte afstand door hete lucht   leidt.   



   Niettegenstaande soms hierbij luchttemperaturen van aanzienlijk boven de   100 C   vereist zijn bij draden, die voor textieldoeleinden moeten dienen, kan een noemenswaardige beschadiging, zelfs bij draden uit   polymeren,   die gevoelig zijn voor zuurstof, niet worden geconstateerd. In geval van   polyamidedraden,   zoals nylon, kan men bij het continu twijnkroezen zonder meer luchttemperaturen van 140-170 C toepassen, en daarbij onder   omstandig-   heden gunstig werken. Bij polyvinylchloridedraden kan een lagere temperatuur, b.v. tussen 70 en 85 C worden genbruikt en bij draden uit polyesters, zoals polymethyleenglycol, is een hogere temperatuur aan te bevelen, b.v. een temperatuur tussen   145   en 175 C. 



   Anderzijds is bij de proeven gebleken, dat ter   fixering   van de twijn het niet nodig is bijzondere fixeermiddelen, zoals stoom of chemi-   calién   (formaldehyd en dergelijke) toe te passen, doch dat het voordelig is de hete, getwijnde draad op een bijzondere wijze met atmospherische lucht te koeleno 
Gevonden is namelijk, dat goede resultaten kunnen worden verkregen, wanneer de getwijnde draad na de verhittingszone met lucht wordt gekoeld en wel   voordat   de twijn in de draad afneemt en vooral voor de draad de twijninrichting bereikt. Opgemerkt is, dat voor het geval de draad op het moment, wanneer   zij.haar   twijn verliest, nog heet is. een deel van het kroeseffect verloren kan gaan.

   Doch zelfs wanneer de draad bij het gaan in de valstwijner nog te heet is, kunnen bij het passeren door de twijninrichting zekere gebreken in de vorm van   ve rklevingsverschijnselen   optreden. 



   Daarom wordt de getwijnde draad in de beide zones uitsluitend door luchtbehandeling twee verschillende temperaturen gegeven. Om beide operaties met succes te kunnen uitvoeren, is het noodzakelijk de draad over een voldoend lang traject te twijnen,   resp.   in getwijnde toestand te houden, en in het bijzonder ook de afkoelingszone voldoende lang te kiezen, of ten minste voor toereikende koeling zorg te   dragen.,   
Dit traject kan verkleind en de afkoeling versneld worden, wanneer men een stroom atmosferische of zelfs iets gekoelde lucht in de koelzone op de draad richt. Evenwel is gevonden, dat men ook met een vrij luchttraject zonder bijzondere luchtbeweging kan werken, wanneer dit luchttrajectmaar lang genoeg is. 



   Het is gunstig gebleken de   valstwijninrichting   na de koelzone te plaatsen en de verhitting van de draad te doen plaatsvinden, nadat zij eerst   praetlsch   spanningsloos van een draadtoevoerorgaan is gekomen en daarna door een geschikte rem licht afgeremd Ls. 



   Om een prima product te vervaardigen zijn evenwel nog andere maatregelen nodig   gebleken.   

 <Desc/Clms Page number 3> 

 



     @   ca verkleving van de elementairdraden te vermijden en een goede, open kroezing te krijgen, is het belangrijk gebleken. het onder twijn staande, tussen draadrem en valstwijninrichting gelegen, draadgedeelte op een zo gering mogelijke en gelijkmatige spanning te houden en de draad door middel van een verder gelegen transportmeehanisme met geregelde en   gelijk-   matige snelheid door de genoemde luchtbehandelingszones te leiden. 



   Proeven hebben aangetoond, dat bijzonder goede resultaten be- reikt worden, indien men met de spanning op de draad in het genoemde ge- bied niet hoger gaat dan ongeveer 6 g per 100 denier. 



   Een gewijzigde uitvoeringsvorm van de werkwijze volgens de uitvinding heeft het kenmerk, dat de toevoer van de draad naar de hete lucht- zone   slipvrij   wordt geregeld door een aangedreven   draadtransportinrichting   en dat de snelheid van toevoer ten opzichte van de afvoer, in verband met de garendikte en het gegeven aantal toeren van de twijnspil en de gevormde ballon zodanig wordt gekozen, dat de spanning in de draad   v@@r   de vals- twijninrichting niet hoger is dan 15 g/100 den. 



   Zoals verder werd gevonden, heeft de bouw en de werking van de valstwijninrichting grote invloed op de eigenschappen van de verkregen producten. 



   Het beste zijn die   valstwijninrichtingen   gebleken, welke naar de zijde van de koel- en verhittingszones niet spanningsverhogend werken en   tegelijkertijd   naar de tegenovergestelde zijde de gekroesde draad openen. 



  Deze belde effecten kunnen worden bereikt door toepassing van die valstwijninrichtingen, waarbij de draad zonder   ballonvorming   in de twijninrichting treedt, doch naar de afloopzijde.   d.w.z.   naar de kant van het zich achter de twijninrichting bevindende transportorgaan ballonnerend wordt afgegeven. 



   In het traject van   valstwijninrichting   tot eerste transportinrichting verliest de reeds afgekoelde draad de twijn en wordt dan door het transportmechanisme verder   geleid.   waarna de draad aan een   opwikkelin-   richting kan worden toegevoerd. 



   De getwijnde draad, welke na de valstwijninrichting en tot.aan het transportorgaan zijn twijn verliest, behoudt nu de in de koelzone gefixeerde twijn in de vorm van kroezing. Echter bij het onttwijnen komen nogmaals verbuigingen en verkrommingen in de draad, welke aan de   gekroonde   draad een torderende tendens geven, welke zich later uitwerkt. 



     Dergelijke   draden hebben, wanneer hun tendens om te torderen niet door doublering met een tweede, in tegengestelde richting gekroesde draad, op op zichzelf bekende wijze gecompenseerd wordt, de eigenschap lang- zamerhand te torderen. welke werking zich zelfs tot de uit deze draden vervaardigde artikelen uitstrekt. 



   De Inrichting voor het uitvoeren van de werkwijze heeft het   kenmerk,   dat zij bestaat uit een reeks in onderstaande volgorde geplaatste onderdelen: een draadleverend orgaan, dat de draad spanningsloos afgeeft. een   draadreminrichting,   met behulp waarvan   voor   de twijninrichting de geringe en gelijkmatige spanning van de draad of het garen kan worden ingesteld, een   verhittingsruimte.   waarin de zich voortbewegende, onder geringe spanning en twijn staande draad of het garen door hete lucht kan worden verhit, een twijninrichting op enige afstand van de verhittingsruimte. met behulp waarvan men de draad of het garen kan valstwijnen. welke inrichting zodanig is ingericht, dat de draad of het garen de inrichting ballonnerend verlaat, en een   draadtransportinrichting.   



   Als draadleverorgaan is het meest geschikt een orgaan, waarvan de draad mogelijk zonder spanning kan worden afgenomen, zoals b.v. mo-   gelijk   is bij het over de kop aftrekken van een draad van een cone. 

 <Desc/Clms Page number 4> 

 



   Als draadren. waarmede de spanning van de draad in verhittingsen koelzone kan worden gereguleerd, gelijkmatig en laag kan worden gehouden. neemt men bij voorkeur die, welke de spanning additief verhogen, zoals een schotelrem of een drukschoenren.   waarbij   de spanning de formule P = Po +   2#   N (N = normale   druk),     volgt.   



   Bij de gewijzigde uitvoeringsvorm van de werkwijze wordt geen reminrichting gebruikt en deze wordt vervangen door een aangedreven draad-   transportinrichting.   b.v. een op zichzelf bekende triowals. De draad wordt dan met een volkomen constante snelheid aan de hete luchtzone toege-   voord.   



   Door het valstwijnen treedt verkorting van de draad op. terwijl bij het onttwijnen een gedeelte van deze verkorting te niet wordt ge-   .gaan.   Het bleek   nu.   data werkende met een bepaalde valstwijnicrichting. déze bij iedere snelheid de draad een ballon doet vormen, waarbij men de snelheid van het aanvoerorgaan zodanig kan regelen, dat deze ballon, waarvan de vorm afhankelijk is van de   rotatie snelheid   en de titer van de draad, niet wordt verstoord en "bufferend" (dus rustig) loopt. De snelheid van het toevoerorgaan behoeft daartoe niet altijd precies gelijk te zijn aan de snelheid van het aftrekorgaan en kan zowel bij een iets sneller als iets langzamer toevoeren de meest gunstige   Instelling,   in verband met de garensoort en de titer,   opleveren.   



   Van invloed is hier ook de mate, waarin het garen tijdens de verhitting uitrekt. Het is duidelijk, dat de verschillende soorten van thermoplastische materialen ieder een iets andere uitrekking onder dezelfde omstandigheden zullen geven, doch het vormt geen probleem de snelheid van de toevoerwals zodanig in te stellen, dat de meest rustige ballon is ge-   waarborgde   Dit is door geleidelijk veranderen van de snelheid totdat in de einddraad een zo gunstig mogelijke spanning aanwezig is, gemakkelijk in te stellen. In   veler gevallen   is hierbij de toevoersnelheid ongeveer gelijk aan de aftreksnelheid.

   Waar bij het werken met een rem de spanning vddr de valstwijninrichting zo laag mogelijk moet worden gehouden om een goed effect te verkrijgen en in het algemeen daarbij de beste resultaten worden verkregen met een spanning van minder dan 6 g/100 den., bleek ver-   rassenderwijze,   dat bij het werken met de aangedreven toevoerinrichting en zonder rem de spanning ook wel laag moet worden gehouden, doch dat de beste resultaten thans worden verkregen. indien de snelheid zodanig is ingesteld, dat een spanning van niet hoger dan 15 g/100 den. wordt aangehouden. Met een spanning tussen 6 en 15 go, b.v. 10 g/100 den., worden bij een draad van 100 den. bij 26000 spiltoeren goede resultaten bereikt. 



   Het is   duidelijk,   dat men door verandering van de   toevper-   snelheid de spanning, die men gedurende de gehele tijd, dat men een bepaald product   verwerkt,   constant wenst te houden. in grote mate kan regelen, wanneer bij een eenmaal ingestelde snelheid de spanningen op de   verschillen-   de plaatsen van de bewerkingen ook constant blijven. Hoewel het met een reminrichting mogelijk is voor vele doeleinden een spanning in de draad op te wekken, die voldoende regelmatig   is.   bleek toch. dat door de gevonden verbetering het mogelijk is geworden de spanning steeds binnen nauwere grenzen constant te houden dan met een reminrichting mogelijk is. 



   De   Inrichting   volgens de uitvinding voor het uitvoeren van deze gewijzigde uitvoeringsvorm heeft het kenmerk, dat de inrichting bestaat uit een reeks in onderstaande volgorde geplaatste onderdelen :   draadleverend orgaan, dat de draad al dan niet spanningsloos afgeeft, een   aangedreven   draadtransportinrichting   met behulp waarvan de draad aan een verhittingszone wordt toegevoerd..

   een verhittingszone, waarin zich de voortbewegende onder spanning staande draad of het garen door hete lucht kan worden verhit, een koelzone, waarin zich de voortbewegende onder spanning staande draad of het garen door   de'   buitenlucht of speciaal gekoelde lucht kan worden gekoeld, een twijninrichting met behulp waarvan men de draad of 

 <Desc/Clms Page number 5> 

 het garen kan valstwijnen en die zodanig is ingericht dat de draad of het garen de inrichting ballonnerend verlaat. en een aangedreven   transportinrich-   ting. waarvan de snelheid ten opzichte van de snelheid van de eerste draad- transportinrichting regelbaar is. 



   Voor het verhitten van de onder twijn staande draad kan men een verhittingsschacht toepassen. Deze kan voor het verhitten van een en- kele draad de vorm hebben van een buis,welke is voorzien van een   electrt-   sche verwarmingsinrichting. en waarmede de zich in de buis bevindende lucht op de gewenste temperatuur kan worden gebracht. Een bijzondere ventilatie kan in dit geval achterwege   blijven,   vooral wanneer de draad in de hitte geen grote hoeveelheden vluchtige stoffen afgeeft. Ten slotte veroorzaakt de doorgaande draad ook in dit geval zelf een niet geringe luchtverversing in de buis. 



   De verhittingsbuis kan ook voorzien zijn van inrichtingen voor het ventileren van de buis met hete lucht. 



   Ten slotte kan de verhittingsschacht voor een gehele schaar van in één vlak liggende en onder twijn staande draden zijn   ingericht.   waarbij de draden dwars door de schacht en de hete lucht loodrecht daarop in de lengterichting worden gevoerd. Hierbij kunnen de in- en uitlaatopeningen voor de draden in de schachtwanden vernauwd zijn, of na het inleggen van de draden worden verkleind. 



   Zowel verhittingsbuizen voor enkele draden ala ook verhittingsschachten voor gehele dradenscharen kunnen zijn   voordien   van afneembare delen, waardoor een gemakkelijke bediening mogelijk is, in het bijzonder in verband met het inleggen der dradeno 
Het verhittingstraject is niet slechts van de luchttemperatuur, maar ook van de aard van de draad, de denier en de draadsnelheid   afhankelijk.   



   Het is duidelijk, dat in plaats van lucht ook een inert gas, b.v. stikstof, kan worden gebruikt voor het verhitten van de draad in de buis. 



   De koeling van de draad kan bij kamertemperatuur met atmosférische lucht, d.w.z. in een vrij luchttraject, plaatsvinden. 



   Voor een snellere en intensievere koeling kan ook gebruik gemaakt worden van gekoelde lucht. De lucht kan ook door middel van spleten of doezen op de zich voortbewegende draad worden geblazen. De minimale   lengte van   de koelzone hangt, in het bijzonder wanneer niet met gedwongen bewogen koellucht wordt   gewerkt,   van verschillende factoren af, zoals van denier van de draad, temperatuur van de draad en van de lucht en in het bij,zonder van de snelheid van de draad. 



   Het verdient aanbeveling, grote aandacht te schenken aan de koelzone en haar werking, daar, zoals werd gevonden, deze een grote invloed op de eigenschappen van de producten kan uitoefenen. 



   Een   valstwijninrichting.   welke goed voldoet , bestaat uit een rotor in de vorm van eeh holle spil, en een aan de holle spil bevestigde   bufferschijf.   die van een boring is voorzien, welke boring communiceert met de holle spil, waarbij de bufferschijf zodanig is Ingericht, dat een door de valstwijninrichting gaande draad deze inrichting ballonnerend verlaat. 



   Deze valstwijninrichtingen kunnen zeer goed uitgebalanceerd worden en kunnen klein zijn en hebben als practisch ideaal rotatielichaam een klein energieverbruik. Hiermede kan men zonder grote moeilijkheden met riem- of   snoeraandnjving   toerentallen van 20 000 - 60 000 per   minuut   bereiken, zodat men met de gehele inrichting vrij hoge aftreksnelheden en daardoor een grote capaciteit kan   bereiken.,   De na de twijninrichting geplaatste eerste   draadtransportinrichting   is bij voorkeur een   trio-wals.   welke is voorzien van een afneembare   bovenwals   voor het gemakkelijk inleggen van de draad. 

 <Desc/Clms Page number 6> 

 



   De volgens de uitvinding vervaardigde draad vertoont ook tegen weersinvloeden een stabiele twijnkroezing. Ten gevolge van ingesloten lucht kan men ze tot artikelen   verwerken,   welke warmte goed vasthouden. De draden zijn buitengewoon elastisch, zodat zij tot 4x hun lengte kunnen worden uitgerekte Deze elasticiteit   komt   ook tot uitdrukking bij breisels en weefsels. welke uit deze draden zijn   vervaardigd.   Deze artikelen kunnen ook zonder nadelig gevolg op de bekende wijze thermisch nabehandeld worden. indien deze nabehandelingstemperatuur de temperatuur, die bij de fixering van de twijn gebruikt is. niet te boven gaat. 



   Ter toelichting van de uitvinding volgt hier een beschrijving aan de hand van de   tekening,   waarin bij wijze van voorbeeld twee uitvoerings-   vormen   van de inrichting volgens de uitvinding zijn weergegeven. 



   Fig. 1 geeft schematisch een uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de uitvinding. 



   Figo 2 geeft in doorsnede op vergrote schaal de valstwijnin-   richting.   die wordt gebruikt bij de inrichtingen volgens de uitvinding. 



     Fig.   3 geeft schematisch een tweede   uitvoeringsvorm   van de inrichting volgens de uitvinding 
In fig. l is met 1 een draad aangegeven, die van een cone 2 achtereenvolgens gaat over een rolletje 3. door een draadrem 4, door een verhittingsbuis 5. door een koeltraject 6 en door een valstwijninrichting 7. De draad 1 verlaat ballonnerend de   valstwijninrichting   7, wordt met regelmatige snelheid afgetrokken door middel van een   triowals   8 en wordt verder   getransporteerd.   



   De verhittingsbuis 5 kan door een buis 9 van hete lucht worden voorzien. welke lucht deels via een opening 10 en deels via een opening 11 uit de buis 5 kan stromen. 



   De valstwijninrichting 7 (fig. 2) is roteerbaar aangebracht op een   huls   12 van een vaste arm 13. De twijninrichting bestaat uit een holle spil 14. die In de huls 12 kan roteren met de kogellegers 15 en 16. 



  De doorboring 17 in de spil 14 loopt door tot in een bufferschijf 18. waarop een afloopschijf 19 is bevestigd. 



   De aandrijving van de twijninrichting 7 geschiedt met behulp van een riem 20, die loopt over een hulsvormig verlengstuk 21 van de schijf 18. 



   In figo 3 gaat de draad 1 van de cone 2 over een draadgeleider 21 en een rolletje 22 naar   een draadtransportinrichting   23,bestaande uit een triowals. en vandaar door de verhittingsbuis 5. Na het verlaten van de verhittingsbuis 5 gaat de draad 1 door het luchttraject 6 en vervolgens naar de valstwijninrichting 7. De draad 1 verlaat ook hier ballonnerend de vals-   twijninrichting   7 en wordt via een draadgeleider 24 afgetrokken door de aangedreven transportinrichting 8. eveneens bestaande uit een   triovals.   Daarna wordt de behandelde draad opgewikkeld. 



  Voorbeeld I. 



   Er werd een polyamidekunstzijdedraad van 60 denier en bestaande uit 10 elementairdraden   verwerkt,   welke draad was verkregen door   polymerisa-   tie van caprolactam en verspinnen van de   polyamidesmelt.   



   Door de buis t. welke een lengte had van   140   cm. werd hete lucht gevoerd, waardoor in de buis een temperatuur van 1600C heerste. Het luchttraject 6 had een lengte van 100 cm. Het aantal omwentelingen van de valstwijn- inrichting was 20 000 per   minuut.   De   triowals   8 trok de draad af met een snelheid van 5.6   m/mino   De draadrem 4 was zo   ingesteld.   dat de spanning van de draad 1 vóór de holle spil   14   van de   twijninrichting.   2.5 g bedroeg. 

 <Desc/Clms Page number 7> 

 



   Voorbeeld II. 



   Een   polyamidekunstzijdedraad..   vervaardigd volgens voorbeeld I had een denier van 50 en bestond uit 10 elementairdraden. De verhittings- buis had een lengtevan 250 cm. terwijl de temperatuur in de buis 170 C be- droeg. In het luchtkoeltraject, welke een lengtevan 90 cm had, was een blaasinrichting   aangebracht,   voorzien van een spleet, waaruit atmosferische lucht van onderen tegen de voorbijgaande draad werd geblazen. Het aantal omwentelingen van de twijninrichting bedroeg 50 000 per min. en de   triowals   gaf de draad een snelheid van 12,5 m/min., terwijl de   draadspanning   vóòr de twijninrichting op 5 g was ingesteld. 



   De Inrichting volgens figuur 3 kan zeer goed worden gebruikt bij gelijktijdig behandelen van twee draden, die na het valstwijnen tot één draad worden opgewikkeld. In het hiervolgende voorbeeld is een dergelijke toepassing beschreven. 



  Voorbeeld III. 



   Twee cones, leder bevattende een polyamidedraad uit   #   -capro- lactampolymeer van 50 denier en samengesteld uit 10 elementairdraden, werden naast elkaar geplaatst en de draden via een oogdraadgeleider 3 over de kop afgetrokken en gevoerd door de triowals 23. In deze triowals liepen de draden naast elkaar en van deze triowals werden de draden leder afzonderlijk gevoerd door een verwarmingskoker 5 van 35 cm lengte, waarin een temperatuur werd gehandhaafd van 160 C. Na deze   verwarmingskoker   passeerden de draden een koeltraject 6 van 45 cm en werden vervolgens leder afzonderlijk gevoerd door een holle as van een gecombineerde kogel- en rollenlagerspil, op welke spil een rotor met bufferschijf was gemonteerd. 



   De grootste diameter van de rotor was 30 mm en de verhouding van de grootste rotordiameter tot de   bufferschijfdiameter   bedroeg 2. 



   De belde valstwijninrichtingen werden met behulp van een gemeenschappelijke drijfriem met een   rotatiesnelheid   van 31000 omw./min, zodanig aangedreven, dat de ene rechts en de andere links omdraaide. 



   De draadgeleider 24 na de valstwijninrichting 7 bevond zich op een afstand van 15 cm van de rotor, zodat zich een ballon van deze hoogte   vormde.   Van deze belde draadgeleiders werden belde draden gezamenlijk over een vrij draaiend rolletje 24 naar de gemeenschappelijke, aangedreven aftrekinrichting 8   geleld,   waarbij de draden met een snelheid van   11,4   m/min. werden afgetrokken en gezamenlijk als één draad werden toegevoerd aan een op zichzelf bekende   opwikkelinrichting.   



   Bij deze opstelling bleek. dat voor het verkrijgen van een goed bufferende ballon de aanvoerinrichting zodanig moest worden aangedreven, dat de draad met een snelheid van 11,2 m/mino werd aangevoerd. Hierbij was de spanning van de draad in de verhittingszone 6 g/100 den. en tussen de ballontopdraadgeleider en de aftrekinrichting   3 0   g/100 den. 



   De tot één draad   opgewikkelde   draden vormden een draad van 100 denier, bestaande uit een 50 denier draad, die in links getwijnde toestand de verhittingszone was gepasseerd, gecombineerd met een draad van 50 denier, die in rechts getwijnde toestand door de verhittingszone was gepasseerd. De samengestelde draad van 100 denier had een zeer goede elasticiteit en kon, eventueel na het geven van een lage twijn, direct verder worden verwerkt. 



   De werkwijze volgens de uitvinding werd ook met goed gevolg toegepast bij draden uit   polyvinylchloride   en uit   polymethyleenglycol. '   Bij polyvinylchloride werd een temperatuur van 80 C en bij polymethyleenglycol een temperatuur van   170 C   gebruikt in de hete luchtzone.

Claims (1)

  1. CONCLUSIES.
    1. Werkwijze voor het contirni vervaardigen van gekroesde. elastische draden en garens door overvoering van gladde, sluike, thermoplastische draden of garens. in het bijzonder die uit synthétische polymerisatie- of polycondensatieproducten. in de gekroesde vorm met behulp van een valstwijnin- richting. m e t h e t k e n m e r k dat de draad of het garen met gelijkmatige snelheid door een hete luchtzone, via een valstwijninrichting.
    welke door de draad of het garen ballonnerend wordt verlaten, door een daarachter gelegen transportorgaan wordt afgetrokken, en maatregelen worden getroffen om de spanning van de draad of het garen voor de twijninrichting in de hete zone te regelen, gelijkmatig en laag te houden en om de draad of het garen vó@r het passeren door de twijninrichting te koelen.
    2. Werkwijze volgens conclusie 1. m e t h e t k e n m e r k , dat de koeling van de draad of het garen tussen de hete luchtzone en de twijninrichting in een luchttraject wordt bewerkstelligd.
    3. Werkwijze volgens conclusie 1 of 2.. m e t h e t k e n m e r k , dat de koeling van de draad of het garen tussen de hete luchtzone en de twijninrichting door een op de draad gerichte luchtstroom wordt bewerkstelligd.
    4. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, m e t h e t k e n - m e r 'k , dat de spanning in de draad of het garen voor de twijninrichting in de hete luchtzone ten hoogste 6 g/100 denier bedraagt.
    5. Werkwijze volgens een der conclusies 1-3, m e t h e t k e n m e r k, dat de toevoer van de draad naar de hete luchtzone slipvrij wordt geregeld door een aangedreven draadtransportinrichting en dat de snelheid van toevoer ten opzichte van de afvoer. in verband met de garendikte en het gegeven aantal toeren van de twijnspil en de gevormde ballon zodanig wordt gekozen, dat de spanning in de draad voor de valstwijninrichting niet hoger is dan 15 g/100 den.
    6. Inrichting voor het uivoeren van de werkwijze van een der conclusies 1-4, m e t h e t k e n m e r k, dat de Inrichting bestaat uit een reeks in onderstaande volgorde geplaatste onderdelen: een draadleverend orgaan, dat de draad spanningsloos afgeeft, een draadreminrichting, met behulp waarvan voor de twijninrichting de geringe en gelijkmatige spanning van de draad of het garen kan worden ingesteld, een verhittingszone, waarin zich de voortbewegende, onder geringe spanning en twijn staande draad of het garen door hete lucht kan worden verhit, een twijninrichting op enige afstand van de verhittingszone.met behulp waarvan men de draad of het garen kan val- stwijnen welke Inrichting zodanig is ingericht,
    dat de draad of het garen de Inrichting ballonnerend verlaat en een draadtransportinrichting.
    7. Inrichting voor het uitvoeren van de werkwijze volgens een der conclusies 1-5. m e t h e t k e n m e r k , dat de inrichting bestaat uit een reeks in onderstaande volgorde geplaatste onderdelen: een draadleverend orgaan:
    , dat de draad al dan niet spanningsloos afgeeft, een aangedreven draadtransportinrichting met behulp waarvan de draad aan een verhittingszone wordt toegevoerd, een verhittingszone, waarin zich de voortbewegende onder spanning staande draad of het garen door hete lucht kan worden verhit, een koelzone, waarin zich de voortbewegende onder spanning staande draad of het garen, door de buitenlucht of speciaal gekoelde lucht kan worden gekoeld. een twijninrichting met behulp waarvan men de draad of het garen kan valstwijnen en die zodanig is Ingericht, dat de draad of het garen de inrichting ballonnerend verlaat, en een aangedreven transportinrichting. waarvan de snelheid ten opzichte van de snelheid van de eerste draadtransportinrichting regelbaar is. <Desc/Clms Page number 9>
    80 Inrichting volgens conclusie 6 of 7, m e t h e t kenmerk, dat de twijninrichting bestaat uiteen rotor in de vorm van een holle spil, en een aan de holle spil bevestigde bufferschijf, die van een boring is voorzien, welke boring communiceert met de holle spil, waarbij de bufferschijf zodanig is Ingericht, dat een door de valstwijninrichting gaande draad deze Inrichting ballonnerend verlaat.
    9. Inrichting volgens conclusie 6 of 8, m e t h e t k e n m e r k @ dat de draadreminrichting bestaat uit een draadrem, die de draadspanning additief verhoogt.
    10. Inrichting volgens een der conclusies 6-9. m e t h e t k e n m e r k. dat de verhittingszone de vorm heeft van een nauwe buis, die is voorzien van een verwarmingsinrichting.
    11. Inrichting volgens een der conclusies 6-9.. m e t h e t kenmerk., dat de verhittingszone de vorm heeft van een nauwe buis en inrichtingen aanwezig zijn. waarmee hete lucht door de buis kan worden geblazen.
    12. Inrichting volgens een der conclusies 6-9,m e t h e t kenmerk, dat de verhittingezone voor een gehele schaar van in één vlak liggende en onder twijn staande draden of garens is Ingerichte waarbij de draden dwars door de schacht en de hete.lucht rechthoekig daarop in de lengterichting @ van de schacht kunnen worden geleid.
    13. Inrichting volgens een der conclusies 6-12, m e t h e t k e n m er k. dat de draadtransportinrichting aan het einde van de inrichting de vorm heeft van een triowals met afneembare bovenwals.
    14. Draad of garen, bestaande uit thermoplastische stoffen met een kroezing, verkregen volgens de werkwijze van een der conclusies 1-5,
BE529677A 1953-07-14 1954-06-16 Werkwijze en inrichting voor het continu vervaardigen van gekroesde en elastische garens uit thermoplastische draden en de aldus vervaardigde garens BE529677A (nl)

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2952964X 1953-07-14

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE529677A true BE529677A (nl) 1957-07-05

Family

ID=19876465

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE529677A BE529677A (nl) 1953-07-14 1954-06-16 Werkwijze en inrichting voor het continu vervaardigen van gekroesde en elastische garens uit thermoplastische draden en de aldus vervaardigde garens

Country Status (8)

Country Link
US (1) US2952964A (nl)
AT (1) AT190431B (nl)
BE (1) BE529677A (nl)
CH (1) CH326115A (nl)
DE (1) DE1114003B (nl)
ES (2) ES216438A1 (nl)
FR (1) FR1110780A (nl)
GB (1) GB750761A (nl)

Families Citing this family (9)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3034277A (en) * 1956-09-19 1962-05-15 Richter Hans Device for crimping synthetic filaments
US3035397A (en) * 1957-01-07 1962-05-22 Hindley Brothers Ltd Belt false twisting apparatus for crimping of textile yarns
NL229890A (nl) * 1957-07-26
GB857967A (en) * 1958-07-16 1961-01-04 Scragg & Sons Improved process and apparatus for crimping textile yarns
US3154906A (en) * 1959-12-01 1964-11-03 Onderzoekings Inst Res Apparatus for false-twisting thermoplastic yarn
GB1143406A (en) * 1965-02-27 1969-02-19 Scragg & Sons Apparatus for twisting yarn
GB1098545A (en) * 1965-09-10 1968-01-10 Ici Ltd Low-torque, multifilament compact yarn
IT1262043B (it) * 1993-03-19 1996-06-18 Dispositivo perfezionato per lo stiro con falsa torsione di uno stoppino destinato alla filatura.
CN108584554B (zh) * 2018-06-05 2024-09-27 东莞市庆丰电工机械有限公司 一种加热式收线机

Family Cites Families (13)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE264625C (nl) *
US1126042A (en) * 1912-11-08 1915-01-26 Charles Lister Spinning cotton and other fibers or fibrous material.
GB191310327A (en) * 1913-05-02 1914-04-30 Ernest Richard Royston Improvements in or connected with Spinning Wool, Cotton, and other Fibres, or Fibrous Material.
US2111209A (en) * 1935-06-22 1938-03-15 Dreyfus Henry Treatment of textile yarns
GB464981A (en) * 1935-10-25 1937-04-26 British Celanese Improved process and apparatus for imparting false twist to textile threads
US2111211A (en) * 1935-10-25 1938-03-15 Celanese Corp Apparatus for the treatment of textile materials
US2244832A (en) * 1937-12-04 1941-06-10 Celanese Corp Production of textile threads
CH233148A (de) * 1942-01-06 1944-07-15 Bemberg Ag Einrichtung zur Herstellung wollähnlicher Kunstfäden.
US2463620A (en) * 1946-01-21 1949-03-08 Heberlein Patent Corp Apparatus and process for crimping
DE836762C (de) * 1949-08-05 1952-04-17 Franz Seifert Ringspinn- bzw. Ringzwirnmaschine
US2863280A (en) * 1952-05-23 1958-12-09 Ubbelohde Leo Method of crimping filaments
BE536683A (nl) * 1954-03-22
US2732681A (en) * 1954-06-01 1956-01-31 klein

Also Published As

Publication number Publication date
CH326115A (de) 1957-12-15
ES216438A1 (es) 1955-12-16
AT190431B (de) 1957-06-25
US2952964A (en) 1960-09-20
FR1110780A (fr) 1956-02-16
ES216524A1 (es) 1955-12-16
GB750761A (en) 1956-06-20
DE1114003B (de) 1961-09-21

Similar Documents

Publication Publication Date Title
CN102471936B (zh) 用于熔纺、拉伸和卷绕复丝的方法以及实施该方法的装置
US3160923A (en) Crimping apparatus
US4321789A (en) Process for spinning of core/mantle yarns and yarn products
US2991614A (en) False twisting apparatus for producing crimped filamentary materials
JP2011521120A (ja) マルチフィラメント糸を溶融紡糸し、延伸しかつ巻き上げる方法並びにこの方法を実施する装置
KR950010743B1 (ko) 고속권취를 위한 방사법
BE529677A (nl) Werkwijze en inrichting voor het continu vervaardigen van gekroesde en elastische garens uit thermoplastische draden en de aldus vervaardigde garens
KR19990082716A (ko) 사를방사,연신,및권취하기위한방법및장치
EA003817B1 (ru) Способ и устройство для кондиционирования спряденного из расплава материала
KR970006555A (ko) 합성사를 방사하기 위한 방법 및 장치
US2890568A (en) Production of voluminous yarn
JP6720158B2 (ja) ポリアミド溶融物からマルチフィラメント糸を製造する方法および装置
US3559391A (en) Production of torque yarn
US4364223A (en) Process for producing a combination yarn
US3820316A (en) Method and apparatus for twist plied yarn and product thereof
CN1662682A (zh) 用于丝束熔融纺造和切断的方法及装置
US3041706A (en) Apparatus for processing cold-drawable textile filaments
US2988867A (en) Method of handling a plurality of yarns during processing
US4034544A (en) Method and apparatus for producing plied yarn and product thereof
US3724191A (en) Treatment of synthetic yarns
US3488670A (en) Method and apparatus for yarn treatment
US3803674A (en) Method and apparatus for heating thermoplastic yarn
US3694872A (en) Apparatus for drawing thermo-plastic filaments in a high temperature gas vortex
US3551549A (en) Stretching nylon filaments in a gas vortex
AU2004259883A1 (en) Machine for yarn cabling/twisting and continuous setting