<Desc/Clms Page number 1>
@ De uitvinding heeft betrekking op een reken-apparatuur en meer in het bijzonder op middelen om te verifiëren dat bij een groep bij elkaar behorende symbolen zoals een decimaal getal geen transpositie van twee symbolen heeft plaats gevonden terwijl deze hetzij met de hand of op andere wijze geregistreerd werden. Bijvoorbeeld bij het aanslaan van een getal op een machine is gebleken, dat afgezien van het aanslaan van een foutief cijfer, de meest voorkomende fout bestond in een transpositie van twee cij- fers bijvoorbeeld dat 27 wordt aangeslagen in plaats van 72, of 237 in plaats van 732.
Als recente publicatie over dit onderwerp, beschrijft het Bel-
EMI1.1
gische octrooischrift n . 501.525 het gebruik van een contrdlesymbool dat permament verenigd is met elke symboolgroep en wel zodanig dat dit symbool een lineaire functie is van de normale symbolen die de symboolgroep vormen.
EMI1.2
Om een groot aantal verschillende contr8lesym'bolen te vermijden maakt men gebruik van het volgende type functie:
EMI1.3
i = n b3ai (mod.p) i = 1 z. )
EMI1.4
waarin a.
(1 i C n) een stel verenigde numerieke symbolen is zoals die welke een decimaal getal vormen terwijl b, (l i n) één van een groep voor- af bepaalde vaste, uit een geheel getal bestaande, coëfficiënten is, die elk karakteristiek zijn voor de positie van een symbool in de groep ter- wijl n het aantal symbolen is en p een vooraf bepaald vast geheel getal is, dat zodanig als modulus wordt gebruikt dat daarmede het aantal verschillen- de mogelijke waarden van de functie tot p wordt begrensd.
Indien bijvoor-
EMI1.5
beeld de coëfficiënten b 1 (l±< i6) respectievelijk gelijk zijn aan 1, 2, 3, 4, 5, 6 voor de cijfers van decimale getallen die uit 6 cijfers bestaan
EMI1.6
en wel te rekenen van links naar rechts en indien p= 11 dan zal het contrd- lesymbool voor het getal 278498 gegeven worden door 1(2)+2(7)+3(8)+4(4)+5(9)+6(8) = 149 6 (mod.ll) (2)
EMI1.7
Het getal met zijn contrdlesymbool kan bijvoorbeeld geschreven worden als 278498-6 door het contrdlesymbool rechts te plaatsen. Telkens wanneer het nummer wordt overgeschreven en er foutenmogelijkheden bestaan, kan men de functie (1) berekenen uit de overgeschreven cijfers en deze verifiëren
EMI1.8
ten opzichte van het overgeschreven contrdlecijfer.
Voor de functie gegeven door (1) zal een transpositie van twee symbolen van verschillende waarden ai en ajeen fout opleveren die van 0 (mod.p) moet verschillen om gedetecteerd te kunnen worden dat wil zeggen dat voldaan moet worden aan de vergelijking
EMI1.9
ii (a,-a.) 0 (mod.p) (3) dit betekent dat voor rangplaatsen ("ranks") waartussen een enkelvoudige transpositie van twee symbolen gedetecteerd moet kunnenworden de respectie- velijke coëfficiënten bi en b.voor deze plaatsen zodanig moeten zijn, dat
EMI1.10
voldaan wordt aan vergelijking (3)
ongeacht de waarden van a i en aise
Zoals boven reeds is opgemerkt is de andere meest voorkomende fout het aanslaan van een enkel foutief cijfer of één symboolverminking en in een dergelijk geval moet de corresponderende verandering van de functie die gegeven wordt door vergelijking (1) ook ongelijk zijn aan nul
<Desc/Clms Page number 2>
(mod.p) met andere woorden bi (a- a') / 0 (mod.p) waarin a' de foutieve waarde van a. is.
Het is bekend dat voor decimale getallen een waarde van 11 voor p de meest geschikte is aangezien
EMI2.1
ai-aj 0 (moud.11) (5) i j en in een dergelijk geval moeten de coëfficiënten b (mod.p) zodanig geko- zen worden, dat zij alle van elkaar verschillen indien elke enkelvoudige transpositie van twee cijfers gedetecteerd moet worden, terwijl verder geen van deze coëfficiënten aan 0 (mod.p) gelijk mag zijn, indien aan vergelij- king (4) moet worden voldaan dus met andere woorden indien elke één symbool- verminking ook moet worden gedetecteerd.
Een waarde van 10 voor p zou ook aan vergelijking (5) voldoen doch aangezien 10=2 x 5 zou slechts in sommige
EMI2.2
gevallen voldaan worden aan de vergelijkingen (3) en (4) welke cogfficien- ten b men ook kiest. Anderzijds is het wenselijk om voor p de laagst mo-
EMI2.3
gelijke waarde te kiezen teneinde het aantal der verschillende controle- symbolen te beperken en ook omdat de door vergelijking (1) gegeven functie zodanig is, dat om deze te berekenen, het althans noodzakelijk is een aan- tal p verschillende symbolen vast te leggen, waarbij de noodzakelijke re- gistreerapparatuur uitgebreider wordt naarmate p toeneemt.
Afgezien van transposities tussen twee willekeurige cijfers van een getal blijft ook nog de mogelijkheid bestaan dat een transpositie op-
EMI2.4
treedt tussen een normaal cijfer en het contrdlesymbool. Dit kan evengoed plaats vinden als een gewone transpositie, vooral indien de gewone cijfers evenzeer gebruikt worden voor de contr8lesymbolen en bovendien indien het moge-- lijk is om dezelfde toetsen te benutten voor het aanslaan van het controle- cijfer als voor het typen van de andere ci jfers. In het bovengenoemde Belgische octrooischrift zijn sommige overwegingen over een mogelijke trans-
EMI2.5
positie tussen het contrdlesymbool en één van de gewone symbolen gegeven doch het oontr81esymbool wordt daar behandeld als een speciaal geval dat geheel los staat van de andere symbolen.
Dis is echter niet noodzakelijk en indien het oontr81esymbool op precies dezelfde wijze behandeld wordt als de andere symbolen, wordt dit impliciet bepaald uit de vergelijking
EMI2.6
F = blai(mod.p) (6) i=o waarin F een voorafbepaald vast geheel getal is bijvoorbeeld 0 en aangezien de n+1 coëfficiënten b. een stel voorafbepaalde uit een geheel getal
EMI2.7
bestaande coëfficiënten vormen, die ook een coëfficiënt voor het contr8le- symbool omvatten. Al deze coëfficiënten kunnen naar willekeur voorafbepaald worden, wanneer men rekening houdt met de vergelijkingen (3) en (4).
Het is duidelijk dat in het geval van p = 11 het mogelijk is een groep van tien verschillende coëfficiënten 1, 2......9, 10 dusdanig te kiezen, dat elke
EMI2.8
enkelvoudige transpositie van twee cijfers (waarbij het contr8lesymbool al dan niet omvat wordt) alsook elke één symboolverminking voor een getal uit 10 cijfers (inclusief het contrdiesymbooi) gedetecteerd kan worden, waarbij één van de tien coëfficiënten is toegewezen aan het contrdlesym-- bool, dat met het getal is verenigd.
Teneinde nu in staat te zijn dergelijke fouten als bovenvermeld
EMI2.9
te detecteren, moet elk decimaal getal dat wordt aangeslagen een contr81e- symbool bezitten, dat op alle ogenblikken dat dergelijke fouten kunnen
<Desc/Clms Page number 3>
voorkomen, daarmede blijvend verenigd is. Daar elk cijfer a. van een dergelijk getal in een machine moet worden aangeslagen moet deze machine der-
EMI3.1
halve de volgende deelfunctie berekenen biai(mod.p) (7) en wanneer alle cijfers, inclusief het contrdlecijfer zijn aangeslagen, zal de som van deze deelfuncties worden verkregen, zodat men F daaruit kan afleiden door hiervan de rest van de deling van de som door p, te nemen.
Indien F niet verkregen wordt, heeft men fout bij het aanslaan der toetsen gemaakt, zoals die welke boven werd vermeld. Dit betekent dat voor elk cij- fer, dat moet worden aangeslagen, verschillende coëfficiënten b. gekozen moetn worden in overeenstemming met de plaats, waarbij een inrichting die
EMI3.2
men de rangplaatsselector of contróleselector kan noemen gebruikt kan wor- den zoals in het Belgische octrooi schrift het geval is teneinde de juiste functie (7) te verkrijgen overeenkomstig de waarde van het cijfer en zijn rangplaats.
Indien het aanslaan van getallen met een verschillend aantal cijfers beschouwd moet worden zal de contr8lekiezer een totaal aantal stap- pen moeten voortbewegen, dat verandert naarmate het aantal cijfers anders
EMI3.3
wordt. In het éne geval zou dan ook de contr8lekiezer in een eerste stand gelaten worden na het aanslaan van een getal terwijl in een ander geval de kiezer in een andere stand terecht zal komen na het aanslaan van een ander
EMI3.4
getal met een ander aantal cijfers hetgeen betekent dat de contrdlekiezer na het aanslaan van elk getal op normaal moet worden teruggesteld en even- veel contactstanden zal vereisen als het maximum aantal cijfers bedraagt, dat een getal vormt.
In het bovengenoemde Belgische octrooischrift is aangegeven dat men de coëfficiënten b. op zodanige wijze kan kiezen dat zij voldoen aan de volgende betrekking':
EMI3.5
bi = rb i+1 (mod.p) (8) waarin r een vast voorafbepaald geheel getal is Met ander woorden vormen de coëfficiënten een meetkundige reeks met een gemeenschappelijke reden r zoals
EMI3.6
1, 6, 629 6\ 649 659 6, 6, 689 69 (9) waarin r gelijk is aan 6 of 1 6, 3, 7, 9, 10, 5, 8, 4, 2 (10) wanneer men de resten neemt ten opzichte van het getal 11 dat als modulus
EMI3.7
wordt gebruikt.
Door dit hulpmiddel wordt het mogelijk om een contrdlekie- zer te gebruiken, die een bepaald aantal verschillende contact standen bezit, doch dat op zichzelf gesloten is, zodat na het aanslaan van een getal
EMI3.8
met een willekeurig aantal cijfers, de contrdlekiezer in één of andere willekeurige stand wordt gelaten, van waaruit de kiezer weer opnieuw cy- clisoh kan worden bewogen, wanneer het getal wordt aangeslagen.
Indien F
EMI3.9
in vergelijking (6) welke het contrdlesymbool definieert gelijk nul wordt gemaakt, dan is het onverschillig in welke stand de contralek3.ezer zich be- vindt, wanneer een getal wordt aangeslagen;bijvoorbeeld voor p= 11 en r=
EMI3.10
6, zal, indien het nummer 278498-8 aangeslagen wordt en wanneer de contrb- lekiezer zich in de toestand bevindt welke overeenkomt met b 1, de be- rekende functie F gegeven worden door 1(2)+6(7)+3(8)+7(4)+9(9)+10(8)+5(8) = 297 = o (mod.ll) (11)
EMI3.11
doch indien dit getal thans opnieuw aangeslagen wordt, terwijl de contróle- kiezer zich thans in een stand bevindt welke overeenkomt met b = 8 zal de functie F nu opnieuw dezelfde zijn en wel
<Desc/Clms Page number 4>
EMI4.1
8(2)+4(7)+2(8)+1(4)+6(9)+3(8)+7(8) = 198 = 0 (mod.11) (12) In het Beigisohsootrooisohrift no.
5010548 wordt een controle kiezer geheel vermeden. Een registreerinrichting bestaande uit een electro- mechanisch relais wordt daar toegepast welke in staat is om p verschillen- de stabiele condities in te nemen en naarmate elk cijfer a. wordt aange- slagen, beweegt de registreerinrichting van zijn vorige conditie Fi-I naar een nieuwe toestand F. in overeenstemming met het vooraf bepaalde ver- band
EMI4.2
pi (rp i-1 +a i) (mod.p) (13)
Indien de registreerinrichting zich oorspronkelijk in een voor- afbepaalde toestand bevindt en wel de nultoestand dan zal naarmate de cij
EMI4.3
fers a0 al... an¯lganvan een getal worden aangeslagen, deze inrichting bewogen worden naar de toestanden
EMI4.4
z=n1 i=n a (ra0+al) (mocl.p) ..... r n-1-i ai (mocl. p) rn 1ai (modo ) i=o i=o welke laatste conditie de vorm heeft zoals aangegeven door vergelijking (6).
De 'berekeningen met name de veranderingen in condities voor de regis- treerinrichting worden op statische wijze uitgevoerd en wel in die zin, dar de registreerinrichting geen cyclische telschakeling is doch door mid- del van een matrix van op passende wijze onderling verbonden contacten.
In het Belgische octrooi schrift 503.715 is een soortgelijke inrichting gebruikt voor het speciale geval waarbij p= 11 en r = 10 Wan- neer men dit voorbeeld zou generaliseren op het bijzondere geval waarin r gelijk is p 1 dans wordt de betrekking (13) thans
EMI4.5
F. = as Fïl) (mocl.p) (14) Ter wille van een vergelijking kan worden opgemerkt, dat in het geval van het Belgische octrooischrift no 501.525 het verband, overeen- komend met vergelijking (13) en (14) gegeven wordt door
EMI4.6
Fj = (P i-1 +Diai) (modop) (15) doch hierbij is een contr8lekiezer nodig om de juiste coëfficiënt b.
uit te kiezen en in dit octrooi schrift is de registreerinriohting een cyclische telinrichtingo
Het doel van de uitvinding is een berekening te maken voor een functie F van de vorm zoals gegeven door vergelijking (6) en waarbij de
EMI4.7
coëfficiënten b., (0" 1±n) de vorm hebben zoals aangegeven door vergelij- king (8) en weit door op een nieuwe en voordeliger wijze gebruik te maken van een registreeri-nrichting met p stabiele condities.
Volgens een kenmerk van de uitvinding zou wanneer elk numeriek symbool zoals a.aangeslagen wordt, de registreerinrichting vanaf haar
EMI4.8
voorgaande conditie F.-1 overgaan in de nieuwe conditie Fi overeenkomstig de vooraf bepaalde betrekking Fi = ryïm-a1) mod.p (16)
<Desc/Clms Page number 5>
Op deze wijze zai naarmate de cijfers ao.a1....an-1,an van een getal wor- den aangeslagen, de registreerinrichting achtereenvolgens gebracht worden in de toestanden:
EMI5.1
ra 0 r(ra 0 +a 1 )mod.P).", > i-n-1 r- .a i (MOCI-P), E i=n rn+l-i a. 1 (modo ), i=o i-o welke laatste conditie de vorm heeft zoals aangegeven door vergelijking (6)
Volgens een ander kenmerk van de uitvinding zijn aanwezig een eerste en een tweede electrische ringtelschakeling beide met p stabiele condities, alsmede een eerste impulsbron en een tweede impulsbron met een frequentie welke r maal zo groot is als die van de eerste, waarbij zodra de tweede ringtelschakeling wordt ingesteld in een toestand a, die overeen- komt met het numerieke symbool a., terwijl de eerste ringtelschakeling zich alsdan in een toestand Fi-lbevindt, de eerste en de tweede telscha- keling beide voortgeschakeld worden door de eerste impulsbron, tot dat zij respectievelijk ae o-conditie en de conditie (F1-1+a1) (mod,p)
passeren welke o-conditie van de eerste telschakeling bewerkt dat een inrichting met twee condities van de eerste in de tweede conditie wordt overgebracht waardoor de tweede impulsbron de eerste telschakeling voortschakelt, ter- wijl de tweede telschakeling voortgestuurd blijft door de eerste impuls- bron, totdat de eerste en de tweede telschakeling respectievelijk hun con- ditie r(F1-1+a1) (modop) en de o-oonditie bereiken, welke laatste conditie in samenweiking met het feit, dat de inrichting met twee condities zich alsdan in haar tweede conditie bevindt, tot gevolg heeft, dat deze impuls- bronnen van hun telschakelingen afgeschakeld worden en deze telschakelingen in de inmiddels bereikte condities blijven.
De uitvinding wordt beschreven aan de hand der tekening, waarin bij wijze van voorbeeld een electronische Keten is afgebeeld, welke het mogelijk maart na te gaan of decimale getallen op de juiste wijze zijn aangeslagen, waarbij deze keten tevens gebruikt kan worden om uit te maken,
welk extra cijfer gevoegd moet worden bij het normale getal teneinde een dergelijk verifiëren mogelijk te makeno
In de tekening is de ringtelschakeling CT1 afgebeeld als een rechthoek verdeeld in elf vierkantjes die elk een mogelijke stabiele toe- stand of trap van de telschakeling aanduideno De trappen zijn opvolgend genummerd van 1 tot 9 10 0 welke laatste trap teruggekoppeld is naar de eerste trap 1 zoals schematisch is aangegeveno Deze telschakeling maakt het mogelijk resten ten opzichte van het getal 11 op te zoeken, welke ge- bruikt worden als modulus van functies die daaraan door middel van impulsen worden toegevoerd, waarbij het aantal impulsen de functie karakteriseert.
Tevens is een geleider aangegeven die met alle trappen van de telschake- ling is verbonden en op deze geleider worden nu de impulsen gebracht, waar- bij elk impuls de telschakeling van de éne conditie naar de volgende voort- schakelt bijvoorb<- ind van conditie 3 naar conditie 60 Wat Betreft telscha- kelingen die deze verschuiving uitvoeren moge verwezen worden naar het Belgische cotrooischrift 494.273. waarin een passende telschakeling beschre- ven is die voor elke trap gebruik maakt van een koude-kathodebuiso
Een tweede telschakeling Cf2 die van hetzelfde type kan zijn als de eerste,bezit eveneens elf stabiele toestanden of trappen die opeen- volgend genummerd zijn van 10 tot 2,1,
0 welke laatste trap naar de eerste trap 10 is teruggekoppeld door een poort G2, die hier als cirkel is aange-
<Desc/Clms Page number 6>
duid en waarbijde in- en uitgangsdraden in elkaars verlengde liggen en naar het midden van de cirkel gericht zijn. Een besturingsgeleider, die ook naar het middelpunt is gericht, wordt gebruikt voor het toevoeren van potentialen die, hetzij deze poort kunnen blokkeren, of deblokkeren.
De niet opgevulde pijl aan het einde van de besturingsgeleider wordt ge- bruikt om aan te duiden dat de poort G2 normaal geblokkeerd iso De reden voor het gebruik van de poort zal later duidelijk worden doch gedurende de meeste werkingen zal deze gedeblokkeerd zijn, zodat CT2 in werkelijk- heid een ringtelschakeling is zoals CT1 Ook hier is een geleider met alle trappen van CT verbonden en elke impuls die aan de klem P verschijnt, welke klem met deze geleider is verbonden, zal de telschakeling CT2 van de éne toestand naar de volgende voortschaleken, Deze klem P1 is verbonden met de uitgangszijde van een electronische inrichting BS met twee stabiele toestanden, zoals een multivibrator met twee stabiele toestanden, welke hier voorgesteld is als een rechthoek,
verdeeld in twee vierkantjes 1 en 0 die de beide sta- biele toestanden voorstellen. De inrichting BS wordt aangedreven door de impulsen, welke aan de uitgangszijden van de poort G1 verschijnen welke poort functionneel van hetzelfde type is als G2 en waarvan de ingang ver- bonden is met klem P , waaraan impulsen met een passende herhalingsfrequentie constant worden toegevoerd Zoals aangegeven, is de poort G normaal geblokkeerd, doch wanneer deze ontgrendeld wordt zoals later zal worden uiteengezet, wordt BS continu van de éne toestand naar de andere voortgeschakeld en alsdan verschijnen impulsen aan de klem P1 met een frequen- tie, die de helft bedraagt var de frequentie der impulsen, toegevoerd aan de klem P2 zodat door deze impulsen CT2 zal worden voortgeschakeld Zodra de poort G3 ontgrendele wordt,
zullen deze impulsen welke aan de klem P1 verschijnen, ook gebracht worden op de telschakeling CT1Wanneer anderzijds de poort G ontgrendeld wordt zullen de impulsen aan de uitgangszijde van G1 op de tel schakeling CT1 gebracht worden
Voordat de beschrijving van de keten wordt vervolgd zal worden aangenomen, dat de telschakeling CT oorspronkelijk was ingesteld in de willekeurige toestand F1-1 (OFI-I10 en dat de telschakeling CT2 inge- steld is in haar o-conditie. Hieronder volgt.
een tabel, die de opvolgende werkingen aangeeft, welke plaats vinden vanaf het ogenblik dat één van de tien cijfertoetsen (niet afgebeeld) die een cijferkiezer vormen, wordt neergedrukt, zodat een corresponderend contact bijvoorbeeld KO gesloten wordt.,
<Desc/Clms Page number 7>
EMI7.1
om CT BS BS B Q3 4/5 G6 G7 8 OK 1 2 1 2 3 1/2 3 4/5 kmo 1-1 0 0 0 0/1 0 0 1 0 0/1 0/1 0 k=l F" J.- 1 0 1 1 1 0 1 0 1 1 0/1 0 k=o F. a. 1 0 1 1 1 0 1 1 0/1 0 +a.
fi 11 0 'i-11 O
EMI7.2
<tb> 1-1 <SEP> (mod.11)
<tb>
<tb>
<tb> 2(F+a) <SEP> 0 <SEP> 0 <SEP> 0 <SEP> 1 <SEP> 0 <SEP> 0 <SEP> 1 <SEP> 0 <SEP> 1 <SEP> 1 <SEP> 0 <SEP>
<tb>
<tb>
<tb> (mod.11)
<tb>
EMI7.3
s=l 2(li"i-l+ai) 0 0 0 0 0 0 1 0 0 1 0
EMI7.4
<tb> (mod.11)
<tb> O <SEP> 0000 <SEP> 0010000
<tb>
EMI7.5
-V,¯, +al =1 1 0 0 0 0 1 0 0 1 0 1 0 0
EMI7.6
<tb> s=a <SEP> 0 <SEP> 0 <SEP> 0 <SEP> 0 <SEP> 1 <SEP> 0 <SEP> 0 <SEP> 1 <SEP> 0 <SEP> 1 <SEP> 0 <SEP> 1 <SEP>
<tb>
In deze tabel hebben de eerste twee kolommen betrekking op de toestanden van ae tellers CT1 respectievelijk CT2 en de volgende drie op de toestanden van de inrichtingen met twee stabiele toestanden n.1.
BS1
EMI7.7
95,. en r3S , terwijl de volgende zes kolommen betrekking hebben op de toe- standen vn de poorten Glg G2' G3' G4' G5' G65 G. en G8' terwijl de laatste kolom betreKking heeft op de potentiaal aan klem OK. Daar G1, G2 en G, G5 respectievelijk vanuit dezelfde punten worden bestuurd is een kolom voor elk paar voldoende.
De rij k = 0 duidt de aanvangcondities aan, wanneer geen van de toetsen is neergedrukt en wanneer de toetsencontacten Ko K9
EMI7.8
oookl' coyresponaerend met de decimale cijfers 0, 9a o o a a. alle in de contactver.r ekïngs toestand zijn zoals aangegeveno In de tabel wordt het cijfer 0 gebruikt om de corresponderende toestand van een telschakeling of van een inrichting met twee stabiele toestanden aan te duiden, alsook een geblokkeerde poort of een open werkoontact dan wel de afwezigheid van een OK signaaai dat aanduidt dat geen slagfout is gemaakt en dat men kan voortgaan met het aanslaan van het volgende getal terwijl anderzijds het cijfer 1 getruikt wordt voor het aanduiden van de corresponderende toe- stand van een telschakeling ofvan een inrichting met twee stabiele toe- standen,
dan wel een ontgrendelde poort of een gesloten werkcontact en voorts een OK signaal. Indien cijfers van een getal reeds zijn aangesla- gen stelt de oorspronkelijke toestand F1-1 voor de teller CT1 een som (modo 11) van deelfuncties voor van het type, dat gegeven wordt door de vergelijking (7) bijvoorbeeld indien de eerste zes cijfers van het getal 278498-8 reeds zijn aangeslagen bevindt de telschakeling CT1 zich in de conditie.
EMI7.9
2(8)+4t9)+8(4)+5(8)+lO(7)+9(2) = 212 = 3 Cmodo5.1) zoals duidelijk zal zijn uit de werkingen, die plaats vinden als gevolg van het neerdrukken en loslaten van een cijfertoets, De telschakeling CT2 bevindt zich tengevolge van het te voren aanslaan van toetsen in de o- conditie, De extra horizontale lijnen in de o-vierkantjes van de telscha-
EMI7.10
kelingen CT en CT2 duiden de voorkeurcondities aano Met andere woorden,
<Desc/Clms Page number 8>
wanneer de keten in de werkzame toestand wordt gebracht, zal de aanloopketen deze trappen "inschakelen" bijvoorbeeld waarbij de corresponderende
EMI8.1
koude±Kathodebuizen geioniseerd worden.
De inrichtingen BS1 en BS2 met dubbele stabiele toestand, die van het type Zijn met twee ingangen (aangegeven aan de lange zijde van de
EMI8.2
rechthoek) bevinden zich in de o-toestando De poorten G en G zijn ont- grendeld, waarbij een signaal op de poort O6 wordt gebracht. Aanvankelijk moet de inrichting BS met dubbele stabiele toestand zich in de 1-conditie bevinden behalve wanneer juist een foutief getal is aangeslagen.
EMI8.3
Daarvoor wordt de notatie 0/1 gebruikt. De poorten G 1 G2, G3 en G6 wor- den geblokkeerd, terwijl de poorten G en G8 geblokkeerd of ontgrendeld
EMI8.4
worden afhankelijk van de condities vln BS 3 respectievelijk CTi.
Hierbij wordt geen OK signaal afgeleverd, omdat dit bestuurd wordt door een wissel- toets (niet afgebeeld), welke alleen aangeslagen moet worden, nadat een volledig getal op de toetsen is vastgelegdo De contacten s en s' van deze wisseltoets zijn wel in de figuur aangeduide
Bij het aanslaan van een cijfertoets, zullen de verschillende condities van de elementen zijn zoals in de tweede rij (k = 1) is weerge-
EMI8.5
geven. Via het werkcontact zoals ka en de rustcontacten ka en k wordt een passende potentiaal die aanwezig is aan klem P3 thans gebracht op de corresponderende trap zoals 8 van de telschakeling CT2 en via de corres-
EMI8.6
ponderende ontkoppelinriohtu'ig Ro op de 1-ingangen van de inrichtingen BS,g DS2 en Bso die nu alle naar hun 1-condities bewegen.
De poort G3 wordt nu ontgrendeld, terwijl de poorten G4 en G5 gegrendeld worden.
Tevens worden de poorten G6 en G7 ontgrendeld. Ook wordt de potentiaal aan de klem P3 nu gebracht op de trap 0 van CT2 en waarbij wordt aangeno-
EMI8.7
men, dat deze trap dan daardoor terugkeert tot de "uitgeschakelde"' oondi tie Indien de telschakeiing CT2 uitgevoerd wordt door middel van koude-katho- debuizen en wel één voor elke trap, zoals in bijzonderheden beschreven is in het Belgisch octrooischrift no. 494.273, kan dit geschieden door de anodepotentiaal van de buis die de trap O vormt in dusdanige mate te ver- lagen, dat deze buis niet langer geleidend kan zijn en de spleet tussen
EMI8.8
de anode en de kathode gedeloiuseerd wordt.
an anderzijds de vereiste trap in de Itingeschakelde''toestand te brengen kan de potentiaal vanaf de klem P3 gebracht worden op de anode van die buis, die onmiddellijk voorafgaat aan de te ioniseren buis. Het ge- volg is, dat een tijdelijke potentiaaldaling optreedt aan de anode van de voorafgaande buis en zodra men de cijfertoets loslaat, zal de correspon- derende toename in potentiaal aan de anode via een capacitieve koppeling overgebracht worden op de rooster van de te ioniseren buis.
Deze buis bij- voorbeeld van trap 8 zal nu geioniseerd worden daar BS steeds na het aanslaan van een clij r in de 1-conditie gelaten wordt, waarvoor de poten- tiaal aan klem P.. voldoende laag is om de ïonisatie te veroorloven. Even- als in het Belgische octrooischrift nog 4940273 het geval is kan hier wor- den aangenomen, dat de klem P gemeenschappelijk verbonden is met alle kathoden van de buizen, die de telschakeling CT2 vormen.
Door het loslaten van de cijfertoets wordt een stand van zaken geschapen zoals aangegeven is door de derde rij K 0) van de tabel. BS2 wordt in haar o-oonditie gebracht en daar de poort G6 geleidend is, zullen
<Desc/Clms Page number 9>
de poorten G en G2 ook geleidend worden gemaakt. Voor de buis, die trap 10 van de telschakeling CT vormt, moet de rooster via een capacitieve koppeling en een weerstandskoppeling die identiek is aan die tussen twee opvolgende buizen, met de anodevoeding worden gekoppeld.
Dit geschiedt, omdat de rooster niet gekoppeld kan worden met de anode van de buis, die de trap 0 vormt, wanneer de poort G2 geblokkeerd iso Het werkcontact KO moet verbonden worden met het punt van die speciale koppeling, welke cor- respondeert met een fictieve anode, zodat de buis die met de trap 10 cor- respondeert, thans zal doorslaan door het sluiten en openen van contact
KO in dezelfde condities als de andere. Daar de kathoden van de buizen gemeenscnappelijk verbonden zijn, kan de telschakeling CT2 zodanig ont- worpen worden, dat telkens slechts één enkele buis geioniseerd kan worden.
Zodra de juiste buis geioniseerd is, reagerend op het neerdrukken van een toets, zal de impuls die doorkomt naar de rooster van de buis, welke de trap 10 vormt, wanneer de poort G2 ontgrendeld is, niet in staat zijn om deze buis te doen doorslaan.
Vanaf het ogenblik dat de poorten G1 G2 ontgrendeld worden zullen de telschakelingen CT1 en CT2 beide voortgeschakeld worden door de impulsen aan de klem P1 In het geval waar FI-1+A1 11 zal nu een stand van zaken bereikt worden als door de vierde rij van de tabel is aangegeven wanneer de telschakeling CT1 de o-toestand bereikt. BS1 beweegt nu naar de o-conditie, terwijl G1 en G8 geblokkeerd worden en G4 en G5 ontgrendeld worden op dit ogenblik bevindt CT2 zich in de toestand (F1-1+A1) (mod.11) zoals gemakkelijk geverifieerd kan worden. Vanaf dat ogenblik zullen impul- sen steeds gebracht worden op klem P1 en vandaar naar CT2 doch CT wordt nu voortgeschakeld door de impulsen aan klem P2 via de poorten G1 en G4 in serie.
Daar deze laatste impulsen een frequentie bezitten, die twee keer zo groot is als die van de eerste, zal men nu de condities bereiken die aangegeven staan in de vijfde rij van de tabel. De telschakeling CT2 be- reikt nu de o-conditieo Hierdoor wordt de poort G6 geblokkeerd en daardoor tevens de poorten G1 en G , hetgeen betekent, dat de telschakelingen niet langer worden voortgeschakeld De telschakeling CT2 bevindt zich thans in de conditie 2(F. 1+A1(mod.11) Afgezien van het feit dat de telschakeling CT van de conditie F1-1 overgegaan is in de conditie 2(F, 1+A1(mod.11) is de keten thans terug in de oorspronkelijke toestanden Alle aangegeven zijn in de eerste rij van de tabel en het volgende cijfer kan nu worden aangeslagen of de wissel- toets kan bediend worden voor het vastleggen van het volgende getal.
Ps1 wordt thans in haar 1-conditie gelaten waardoor CT de o-conditie kan be- reiken tengevolge van de lage potentiaal aan klem P1 waardoor de laatste buis van CT2 kon doorslaan.
Indien F1-1+A1 11 is, inplaats van vanuit de condities van de derde rij van de tabel over te gaan in die van de vierde, zullen thans de condities van rij acht worden bereikt aangezien CT1 en CT2 gelijktijdig de o-condities bereiken en daarin blijven, mits de poort G5 met voldoende snelheid ontgrendeld wordt, zodat de poorten G, G1 en G2 geblokkeerd wor- den, voordat de volgende impuls aan klem P2 gelegenheid heeft gehad om de
<Desc/Clms Page number 10>
telschakelingen CT1 en CT2 voort te schakelen. Anders zou CT2 gedurende een volle cyclus worden voortgestuurd en CT1 twee volle cycli en daarna in hun o-condities blijven.
Stel nu bijvoorbeeld dat f1=1 gelijk is aan 3 en aI gelijk aan 8 zoals in het geval van het aanslaan van het laatste cijfer controiecij=- fer) van het getal 278498-8, waarbij de telschakeling CT1 naar haar o-con- ditie gebracht wordt
Het is duidelijk, dat het aanslaan van elk cijfer van een uit n cijfers bestaand getal telkens tot gevolg heeft dat de conditie van de CT2 telschakeling een soortgelijke verandering ondergaat, waarbij de con ditie van CT1 nadat n cijfers zijn aangeslagen nu
EMI10.1
1=/ 2a.(modll) LL1..=O 2 n=l ai (modoll) 1=o zal zijn bijvoorbeeld 3 in het geval van het getal 278498.
Het aanslaan van het controlecijfer bijvoorbeeld 8 zal dan de telschakeling CT1 in de conditie
EMI10.2
=n 1 2na(modoil), bavo 0 brengen. i=o
Door het bedienen van de wisseltoets (shift key) wordt contact s gesloten waardoor de condities van de ketens thans zullen zijn zoals aangegeven is in de 9e rij (s=l) van de tabel, d.w.z dat zij niet veran- derd zijn ten opzichte van die van de vorige rij behalve dat het OK sig- naal nu aan de corresponderende klem vanaf de o-trap van CT via de ontgrendelde poort G en het gesloten contact s verschijnt. Dit OK signaal kan op elke willekeurige wijze gebruikt worden om het aanslaan van het volgend getal mogelijk te maken.
In dit opzicht moge bijvoorbeeld verwezen worden naar het Amerikaans octrooisohrift 1,334,316
Indien de wisseltoets wordt neergedrukt, wanneer de telschake- ling CT1 niet in haar nulconditie verkeert, zal een stand van zaken bereikt worden zoals in de zesde rij van de tabel is aangegeven. De inrichting BS3 wordt dan in haar o-conditie gebracht door een impuls aan klem P2 welke via de ontgrendelde poort G8 het gesloten contact s' en de ontkoppelin- richting Ra geleid wordto Het gevolg is nu, dat de poort G7geblokkeerd wordt;, Gelijktijdig hiermede zullen deze impuls en verdere impulsen via de ontkoppelinrichting R6 gebracht worden op de telschakeling CT1, die nu in haar o-conditie gebracht wordt, waarvoor de poort G8 geblokkeerd iso Deze condities vindt men terug in de zevende rij van de tabel.
Ondanks 'het sluiten van c tact s zal zodoende geen OK signaal afgeleverd worden.
Het feit, dat BS3 in de o-conditie verkeert, duidt op een fout en het kan op elke gewenste wijze gebruikt worden om aan de beambte kenbaar te maken, dat zij het aanslaan der bepaalde toetsen moet herhalen.
De keten is nu gereed voor het hernieuwde aanslaan.
Opgemerkt wordt, dat bij het beschreven voorbeeld een waarde van r = 2 was gekozen.Dit is natuurlijk niet essentieel,doch in het geval,waar slechts een enkele impulsbron beschikbaar is, moet men van eenfrequentiddeler zoals BS4 of ren een fre-
<Desc/Clms Page number 11>
quentievermenigvuldiger gebruik maken en deze zijn in het algemeen een- voudiger wanneer r = 2. De frequentie van de impulsen wordt zodanig geko- zen,dat deze vergelijkbaar is met de snelheid van het aanslaan der toet- sen. Het blijkt, dat een frequentie van 10 kHz per seconde ruim voldoende is voor de impulsen aan de klem P2
Thans volgen enige algemene overwegingen over het feit, of een bijzondere waarde van r een groep van p-1 verschillende getallen van 1 tot p-1 zal voortbrengen zoals de groep, gegeven door de vergelijking (10) waarbij r= 6 en p = 11.
Indien een dergelijke groep niet wordt voortgebracht, betekent zulks, dat er minder dan p-1 verschillende b.coëfficiënten zijn, waarbij niet alle enkelvoudige transposities geverifieerd worden, indien het aantal cijfers van het getal (incl. het controlecijfer groter is dan het aantal verschillende coëfficiënten. Allereerst wordt opgemerkt, dat dezelfde coëfficiënten in een bijzondere volgorde kunnen worden verkregen vanuit (8) of in de omgekeerde volgorde uit de betrekking bi-1 r'bi(mod.p) (17) waarin r' een andere gemeenschappelijke "reden" voorstelt. De betrekkingen (8) en (17) geven onmiddellijk het verband tussen r en r'n.lo rr' 1 (mod.p) (18) dat wil zeggen r' is het omgekeerde van r.
Wanneer p= 11 zullen verschil- lende mogelijke waarden van r, telkens gepaard aan de omgekeerde waarde, gegeven worden door lxl = 2x6 = 3x4 = 5x9 = 7x8 = 10x10 1 (mod.ll) (19) De groep coëfficiënten gegeven door de vergelijking (10) kan zodoende ver- kregen worden wanneer r gelijk is aan 2 of aan 6 Een bekend theorema stelt dat qp-1 1 (mod.p) (20) wanneer p en q gehele getallen zijn, p het priemgetal is en q geen veel- voud van p is. Ofschoon p niet noodzakelijk voor het in deze aanvrage beoog- de doel een priemgetal moet zijn, zullen priemgetallen zoals 11 niettemin een voordeel betekenen zoals uit het begin van deze beschrijving duidelijk zal zijn geworden.
Wanneer p (p4) een priemgetal is kan men p-1 ontleden in priem- factoren. Indien P1 één van deze factoren is geldt de betrekking
EMI11.1
(qPl) p-l = Cmod.p) (21) P 1 Indien derhalve r of r' gelijk is aan qP1, zullen slechts p-l Pl verschillende coëfficienten verkregen worden, d.w.z. minder dan p-l.
Vanzelfsprekend zijn 1 en p-1 geen geschikte waarden voor r de laatste omdat (p-1) 1 (mod.p) (22) voor p = 11 zullen derhalve waarden van 1, 3, r 5, 9 en 10 geen groep van p-1 verschillende coëfficiënten voortbrengeno In dit opzicht zijn waarden van 2 of 6 en 7 of 8 zeer geschikt. Een waarde van 2 zou nog geschikt zijn wanneer p = 13, aangezien 2 en zijn omgekeerde waarde 7 geen nauwkeurige "machten" voorstellen. Het zou niet geschikt zijn wanneer p = 17, aangezien 9 wel een volkomen tweede macht is en 2 een factor van 16 siWanneer daar- om het aantal cijfers groter is dan p-1. zullen sommige transposities niet
<Desc/Clms Page number 12>
geverifieerd kunnen worden, doch deze corresponderen met cijfers waartussen de cijfers p-2 voorkomen en daarop is zeer weinig kans.
In elk geval blijkt een groep van p-1 verschillende coëfficiënten de meest werkdadige oplossing te zijn.
Verder moet worden opgemerkt, dat de keten slechts 10 cijfer- toetsen omvat, die gebruikt worden voor de normale cijfers en tevens voor de controlecijfers ofschoon er 11 mogelijke waarden voor het contrólecij- fer bestaan. Dit komt doordat de elfde waarde voor het controlecijfer nim- mer gebruikt wordt. Aangezien het aanslaan van een 0 overeenkomt met 10 terwijl het aanslaan van elk ander cijfer overeenkomt met de aangeslagen cijferwaarde, is deze elfde waarde die nu gebruikt wordt de 0 Alle nor- male getallen die een werkelijke 0" als contrólecijfer zouden vereisen, mogen niet gebruikt worden aangezien voor een "werkelijke 0" geen teken beschikbaar is.
Zo zou bijvoorbeeld het normale getal 19 als controlecji fer een "werkelijke 0" vereisen omdat 2(1) + 1(9) = 11 = 0 (mod.ll) en dus als zodanig derhalve niet gebruikt kunnen worden.. Het normale getal 1 vereist 9 als controlecijfer zodat 19 niettemin gebruikt wordt doch nu als 1, gevolgd door het controljecijfer 90 Een dergelijk schema kan klaar- blijkelijk niet worden toegepast, wanneer alle getallen gebruikt moetensor den bijvoorbeeld, getallen waarop berekeningen moeten worden uitgevoerde Doch voor getallen die een bepaalde aanduiding voorstellen zoals een banksaldo is een uitkiezing van de te gebruiken getallen toelaatbaar.
Anderzijds bezit het schema det grote voordeel , dat geen extra symbool moet worden ingevoegd en dat het controlecjfer precies zoals de andere wordt behandeld en geen scheiding tussen de normale cijfers of een speciaal teken noodza- kelijk is Bij wijze ven illustratie worden de eerste 45 decimale getallen welke voldoen aan de betrekking
EMI12.1
i=n L - 211-1 a. 1 (mocl.11) - = 0 (23) i=o worden hieronder gegeven :
EMI12.2
<tb> 109 <SEP> 205 <SEP> 301 <SEP> 408
<tb>
<tb> 19 <SEP> 115 <SEP> 211 <SEP> 318 <SEP> 414
<tb>
<tb>
<tb> 27 <SEP> 123 <SEP> 220 <SEP> 326 <SEP> 422
<tb>
<tb>
<tb> 35 <SEP> 131 <SEP> 238 <SEP> 334
<tb>
<tb>
<tb> 43 <SEP> -40 <SEP> 246 <SEP> 342 <SEP> 449
<tb>
<tb>
<tb> 51 <SEP> 158 <SEP> 254 <SEP> 457
<tb>
<tb>
<tb> 60 <SEP> 166 <SEP> 262 <SEP> 369 <SEP> 465
<tb>
<tb>
<tb> 78 <SEP> 174 <SEP> 377 <SEP> 473
<tb>
<tb>
<tb> 86 <SEP> 182 <SEP> 289 <SEP> 385 <SEP> 481
<tb>
<tb>
<tb> 94 <SEP> 297 <SEP> 393 <SEP> 490
<tb>
Voor alle bovengegeven getallen is het laatste cijfer steeds in zoverre het de aanduiding die door het getal wordt gegeven betreft, van geen be- tekenis, doch hierdoor is het wél mogelijk om fouten of verminkingen bij het naschrijven te verifiëren.
Het is duidelijk, dat, wanneer alle getallen gebruikt moeten worden, een extra symbool beschikbaar moet zijn voor het elfde controle- cijfero Ook kan het gebeuren, dat zelfs bij decimale getallen, een elfde
<Desc/Clms Page number 13>
symbool reeds gebruikt wordt en beschikbaar is bijvoorbeeld het decimaal- teken. Voor elf normale symbolen kan de afgebeelde keten evenzeer gebruikt worden,waarbij toetskontakten voor het elfde symbool bijvoorbeeld het de- cimaalteken worden toegepast om de verbinding tussen P3 en BS2 en die tussen de trap 0 van de telschakeling CT2 en de tien ontkoppelinrichtingen
EMI13.1
zoals Ro te verbreken en BSl,BS2 en BS3 naar de 1-conditie te bewegen, wanneer het elfde symbool wordt aangeslagen.
In een dergelijk geval wordt
EMI13.2
267,4 nu 267,47 voor het oòntrdlecijfer 7 op de uiterst rechtse plaats, waarbij een foutieve plaats van het decimaalteken steeds gecontroleerd kan wordeno
In het algemeen zal voor p = 11 elke fout bij het naschrijven 10 op 11 kansen hebben om gedetecteerd te worden. Elk één symboolvermin-
EMI13.3
king of elke enkelvoudige transpositie zal steeds gec!eb3cteerd worden, in- dien het aantal cijfers dat een getal vormt, tot 10 is beperkt. Ook zal in alle gevallen een weggelaten laatste cijfer gedetecteerd worden.
Verschillende opeenvolgende cijfers, die alle dezelfde vergroting of ver-
EMI13.4
kleindnghebben als gevolg van een schrijffout bijvoorbeeld 234 dat 345 wordt, zullen ook in alle gevallen gedetecteerd worden.
Ofschoon de contrdlecijfers. die aanvankelijk met de getallen verenigd zijn, gemakkelijk op elke gewenste wijze berekend kunnen worden en bijvoorbeeld in het geval van banksaldogetallen er geen moeite zal be- staan in het tabuleren van saldogetallen, zoals ten dele boven zijn aange- geven, kan de keten gebruikt worden voor een automatisch vaststellen van
EMI13.5
het contrdlecijfer. De beambte behoeft dan slechts het voornaamste gedeel- te van het getal aan te slaan en door nu een passende potentiaal aan klem P te leggen zal één van de lampen L aangloeien en daarmede de waarde van
EMI13.6
hgt contrólecijfer aanduiden. Indien bijvoorbeeld de telschakeling OT 1 achtergelaten is in een toestand, waarbij de trap 7 is "ingeschakeld", dan
EMI13.7
wordt lamp L ,on%stoken die verbonden is tussen de klem P en een passend punt van de trap 7.
De beambte kan nu verder het contrdlegijfer 4 aanslaan teneinde CT1 in de o-conditie te brengen en de wisseltoets neerdrukken om voor het volgende getal het contr8lecijfer vast te stelleno Aldus zal wan-
EMI13.8
neer de beambte een onjuist contrdlecijfer aanslaat, dit gedecteerd worden op de wijze, zoals boven reeds is uiteengezet zodat een onjuist controle- cijfer nooit kan worden toegewezen.
De afgebeelde uitvoering voert de berekening uit door middel van telschakelingen, werkend op een dynamische basis aangezien de formule (16) in het bijzonder geschikt is voor een dergelijke berekening. Ofschoon boven melding is gemaakt van telschakelingen waarin koude-kathodebuizen worden toegepast en op een bijzonder type daarvan, is dit slechts als voor- beeld bedoeld en kunnen evenzeer ander typen telinrichtingen toegepast wor-
EMI13.9
den die electromechanische telinrichtingen omvatten. Electromechanisohe telinrichtingen moeten echter snel genoeg zijn voor het beoogde doel en het gebruik van stapsohakelaars zou afhankelijk zijn van de gewenste aan- slagsnelheid en van de waarde van p.
Opgemerkt wordt dat de in de figuur getoonde schakeling op ve- lerlei wijze kan worden uitgevoerd, waarbij de ketens met twee stabiele toestanden bijvoorbeeld electronisch kunnen worden ontworpen als Eccles- Jordan ketens, die gebruik maken van vacuumbuizen of gasgevulde buizen, dan wel met electromagnetische relais of op elke gewenste en passende wij- ze.
Dergelijke details als de polariteit van de impulsen, de eventuele noodzaak van pulsomkeerinrichtingen, capacitieve koppelingen of gelijk-
<Desc/Clms Page number 14>
stroomkoppelingen. en golfvormketens zijn niet in het bijzonder vermeld omdat zij immers afhangen van de verschillende elementen, die de ontwerper wenst te combineren in overeenstemming met zijn eisen en faciliteiten en van de wijze, waarop deze het best gebruikt kunnen worden, bijvoorbeeld
EMI14.1
anode- of kathodeuitgangen voor vacuumbuisketenso Blijkbaar kan bijvoor- beeld de inrichting BS2 met twee toestanden de ongewenste invloeden vermij- den, die contacttrillingen bijvoorbeeld K0 zouden hebben op de toestand van de poorten zoals G,
. Indien contactinrichtingen zodanig ontworpen kun- nen worden, dat er geen trillingen optreden, wordt een triggerinrichting zoals BS2 overbodig.
Tenslotte is niet aangegeven of beschreven, hoe de verschillen- de getallen zoals banksaldogetallen geregistreerd worden, omdat dit niet rechtstreeks verband houdt met het wezen der uitvinding welke immers be- trekking heeft op middelen om fouten bij het opschrijven te voorkomen. De
EMI14.2
afgebeelde contr81einriahting zou echter zeer goed bekrachtigd kunnen wor- den vanuit de werkelijk vastgelegde getallen teneinde evenzeer machinefou- ten te verifiëren.
De uitvinding is derhalve geenszins beperkt tot de afgebeelde uitvoering, die niet limitatief is bedoeld.