<Desc/Clms Page number 1>
Blad 1 fig. I geeft het buitenzicht, de buitenmantel nr 1, de in- laat nr 5 en uitlaat nr 4 of omgekeerd en langs de anderekant de flens nr 12 in stippellijnen Blad II Figo II geeft het binnenzicht. De wielen nr 2 en nr 3 zijn hetzelfde model en dezelfde grootte en voorzien van kleine tan- den nr 20 en de tanden lopen in elkander zoals een gewoon tandwiel.
De wie- len nr 2 en nr 3 hebben ook elk twee grote tanden nr 8 en nr 9 en hebben ook elk twee gleuven nr 10 en nr 11 waar de grote tanden nr 8 en nr 9 in passeren, dus de tanden nr 8 passeren in de gleuven nr 11 van het wiel nr 3 en de tanden nr 9 van het wiel nr 3, passeren in de gleuven nr 10.De wielen nr 2 en nr 3 worden zo samen gestoken dat de grote tanden nr 8 en nr 9 al- tijd in de gleuven nr 10 en nr 11 terecht komeno Zo draaien de wielen nr 2 en nr 3 in elkander zoals twee tandwieleno
Door nu olie of een ander vloeistof door de ingang te pressen door middel van een oompresseur, zal deze druk terecht komen op de grote tanden nr 8 en nr 9 en de tandwielen nr 2 en nr 3 doen rond bewegen.
Wanneer de olie langs het gat nr 4 wordt binnen geprest, door middel van een compres- seur, zal deze olie Blad II Fig. II in de ruimte nr 17 en nr 16 komen en op de tanden nr 8 en nr 9 een kracht overbrengen, waardoor de wielen nr 2 en nr 3 zullen bewegen om hun as nr 6 en nr 7. Deze kracht zal gelijk zijn aan de oppervlakte van de tand nr 8 en nr 9 samen, mal de druk in de ruim- te nr 16 en nr 17 mal de arbeidsfactor die dichtbij het getal één zal zijn.
Zozal bij voorbeeld , wanneer de twee tanden nr 8 en nr 9 samen 75 cm2 heb- ben en de druk 10 . Atm is, de kracht gelijk zijn aan 75 cm2 x 10 Atm x 1 arbeidsfactor = 750 kg : die overeenkomt met 10 PK.De wielennr 2 ennr3draaien dus inde mantel nr 1 op hun assen nr 6 ennr 7. Eenvan de assen nr 6 ofnr7 komt buiten de buitenmantel Blad III Fig.
III en IV en is voorzien van een flens nr 12, waaraan men de aan te drijven machienen of andere toestellen koppelt en dus zullen mede draaien met de wielen nr 2 en nr 3.De olie of vloeistof ver- laat het toestel langs het gat nr 5 Wanneer men de olie langs het gat nr 5 binnen drukt, dan zullen de tandwielen nr 2 en nr 3 in de andere richting draaien en dus ook de machienen of toestellen, die men er mede aandrijft Om de weerstand zo klein mogelijk te zijn, draaien de assen van de wielen nr 2 en nr 3 op rollementen of kogellagers nr 15. Wanneer de gecompresseerde olie langs nr 4 wordt binnen geperst Blad II Fig. II, dan zal deze olie de ruimten nr 16 en nr 17 vullen, de tanden nr 8 en nr 9 door de druk worden weggeduwd rond hun assen en een draaiende beweging komen te maken.
De tan- den nr 8 en nr 9 zullen de uitlaat nr 5 passeren en de olie door nr 5 laten vloeien en zo verder naar het karter van de compresseur, omdat terug de olie zou kunnen worden opgenomen door de compresseur. Wanneer men nu de gepreste olie langs het gat nr 5 laat binnen komen, in plaats van langs het gat nr 4, dan zal de draairichting omgekeerd zijn van de wielen nr 2 en nr 3 en dus ook van de aangedreven machienen die met de flens nr 12 aangekoppeld zijn.
Blad IV fig. V geeft het verloop van de olie aan,de drukketel, de kraan om de draairichting te veranderen en het hydraulische toestel.
De olie komt van de compresseur in de leiding nr 21, wordt door de klep nr 22 in de vergaarbak nr 23 geperst. De olie die in de vergaarbak nr 23 is samengeprest, komt langs de leiding nr 24 in de kraan nr 32, wordt door het gat nr 25 van de kraan nr 32 naar de leiding nr 28, gebracht en zo over de inlaat nr 5 in het hydraulisch toestel nr 1 . De olie drukt, in het toestel nr 1, op de tanden nr 8 en nr 9 en doet de wielen nr 2 en nr 3 draaien en verlaat de olie het toestel langs nr 4 komt in de leiding nr 29 en vandaar naar het karter van de compresseur, om dan terug te worden opge- trokken en terug naar de vergaarbak nr 23 te worden geprest en zo telkens het verloop te hernieuwen.
<Desc/Clms Page number 2>
Om de snelheid van het toestel nr 1 naar willekeur te regelen, zal men de kraan verdraaien en voor kleiner snelheid de kraan nr 32 naar willekeur sluiten en dus minder of meer olie door laten vloeien en voor grotere snelheden de kraan nr 32 openen, waardoor het omgekeerde zal ge- beuren, dus sneller draaien.
Wanneer de kraan gesloten is zal geen olie naar het toestel nr 1 kunnen vloeien en ook geen olie kunnen van weggaan, zodat de tandwielen nr 2 en nr 3 zich niet zullen kunnen verplaatsen en dus geblokkeerd zullen zijn, zodat toestel en al wat er mede aangedreven wordt zullen gefreind zijn Blad IV fig. VII.
Om de draairichting van het toestel nr 1 om te keren, zal men de leidingen nr 24 en nr 29, en nr 28 en nr 31, binnen in de kraan, door mid- del van andere gaten nr 27 en nr 26 kruisen. Dus zal de olie die langs nr 24 in de kraan nr 32 komt., over nr 26 Fig. VI, naar nr 31 vloeien en zo langs nr 4 in het toestel nr 1 komen en dan door het toestel nr 1 langs nr 5 in de leiding nr 28 komen, waar ze dan door de kraan nr 32 langs nr 27 in de leiding nr 29 zal komen en zo terug naar het karter van de compres- seur. Dus met het handel nr 33 dat op de nil van de kraan nr 32 is geplaatst kan men het toestel nr 1 rechts en links doen draaien en ook freinen en blokkeren.
Samenvatting: Door middel van een of meer oompresseuren, drukt men olie samen @n een vergaarbak. De onder druk zijnde olie wordt over een kraan naar het toestel nr 1 gedrukt, drukt op de tanden nr 8 en nr 9 en doet de wielen nr 2 en nr 3 draaien, waaraan op de as van die wielen, de aan te drijven machienen zijn gekoppeld, die volgens de stand van de kraan nr 32, rechts of links of gefreind zullen zijn, dus de machienen zullen rechts of links draaien ofwel gefreind zijn. Het draaien in de twee rich- tingen is mogelijk door de kraan zo te maken, Blad IV fig. V, VI, VII, VIII en IX, dat de olie door de leiding nr 24 over nr 25 naar nr 28 vloeit en terug komt langs de leiding nr 31 over nr 30 naar nr 29. Om de richting om te keren vloeit de olie door de leiding nr 24 over nr 26 naar de leiding nr 31 Fig.
VI en komt terug langs nr 28 over nr 27 naar de leiding nr 29, dus worden de leidingen binnen in de kraan gekruist. Om te freinen verdraait men de kraan, zodat de gaten van de kraan niet meer voor de in- en uitgan- gen zijn. De freinstand ligt dus tussen de twee bewegingsstanden, zodat voor het veranderen van de draairiohting, eerst op de freinstand moet komen.