BE550158A - - Google Patents

Info

Publication number
BE550158A
BE550158A BE550158DA BE550158A BE 550158 A BE550158 A BE 550158A BE 550158D A BE550158D A BE 550158DA BE 550158 A BE550158 A BE 550158A
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
sep
latex
rubber
resin
resorcinol
Prior art date
Application number
Other languages
English (en)
Publication of BE550158A publication Critical patent/BE550158A/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B29WORKING OF PLASTICS; WORKING OF SUBSTANCES IN A PLASTIC STATE IN GENERAL
    • B29CSHAPING OR JOINING OF PLASTICS; SHAPING OF MATERIAL IN A PLASTIC STATE, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; AFTER-TREATMENT OF THE SHAPED PRODUCTS, e.g. REPAIRING
    • B29C70/00Shaping composites, i.e. plastics material comprising reinforcements, fillers or preformed parts, e.g. inserts
    • B29C70/003Shaping composites, i.e. plastics material comprising reinforcements, fillers or preformed parts, e.g. inserts characterised by the matrix material, e.g. material composition or physical properties
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B29WORKING OF PLASTICS; WORKING OF SUBSTANCES IN A PLASTIC STATE IN GENERAL
    • B29KINDEXING SCHEME ASSOCIATED WITH SUBCLASSES B29B, B29C OR B29D, RELATING TO MOULDING MATERIALS OR TO MATERIALS FOR MOULDS, REINFORCEMENTS, FILLERS OR PREFORMED PARTS, e.g. INSERTS
    • B29K2021/00Use of unspecified rubbers as moulding material
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B29WORKING OF PLASTICS; WORKING OF SUBSTANCES IN A PLASTIC STATE IN GENERAL
    • B29KINDEXING SCHEME ASSOCIATED WITH SUBCLASSES B29B, B29C OR B29D, RELATING TO MOULDING MATERIALS OR TO MATERIALS FOR MOULDS, REINFORCEMENTS, FILLERS OR PREFORMED PARTS, e.g. INSERTS
    • B29K2105/00Condition, form or state of moulded material or of the material to be shaped
    • B29K2105/0058Liquid or visquous
    • B29K2105/0064Latex, emulsion or dispersion

Landscapes

  • Physics & Mathematics (AREA)
  • Mathematical Physics (AREA)
  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Composite Materials (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Compositions Of Macromolecular Compounds (AREA)

Description


   <Desc/Clms Page number 1> 
 



   Voorwerpen op basis van rubber kunnen worden gemaakt uit droge rubber en direct uit latex; voorbeelden van het laatste zijn schuimrubber verkregen door latex tot schuim te kloppen en te geleren en   rubberhandschoenen,   verkregen door een vorm in latex te dompelen. De uitvinding betreft voorwerpen, verkregen uit latex. Dit kan bijv. zijn tuin- latex, zoals die op de plantage wordt verkregen, geconcen- treerde latex, synthetische latex, gedeeltelijk   gevuleani-   seerde latex, latex waaraan vulcaniseerbestanddelen zijn toegevoegd e.d. 



   Het is bekend, droge rubber te versterken met harsen. 



  Dit heeft dan een verbetering ten doel van deze of gene eigensichap bijv. van de stramheid, de trekvastheid, de de- formatie, de scheurvastheid, e.d. 



   Volgens   het,Franse   o.s. 972.806   gaal?   men zo te werk dat men de harsvorming tegelijk met de ooagulatie van do   latex laat verlopen ; krijgt dan een homogene, door-     schijnende   massa die verder als droge rubber kan worden verwerkt. 



   De openbaargemaakte o.a.   175.206   Ned. onderscheidt zich van deze werkwijze voornamelijk door de toepassing van harsen die zich uitsluitend in zuur milieu vormen ;   omde coagulatie van de latex door zuur te verhinderen wordt   een stabilisator toegevoegd. Ook hierbij ontstaat een pro- duct dat verder wordt verwerkt als droge rubber, 
Geen van deze werkwijzen is geschikt voor de vervaardi- ging van voorwerpen direct uit latex zoals in het bijzonder schuimrubber. 



   De werkwijze voor het vervaardigen van met hars ver- sterkte voorwerpen direct uit latex is volgens de uitvinding 

 <Desc/Clms Page number 2> 

 daardoor gekenmerkt dat men latex eerst aan een vormgeving onderwerpt en pas daarna de hars voornamelijk in de rubber doet ontstaan. 



   Men kan dit op verschillende   manieren bewerkstelligen.   



     A.   Men kan eerst uit de latex een   vormsel     vorsen   en dan het   vormsel   in   aanraking     brengen     niet   een   stof   of met stoffen ' waaruit een hars in de rubber kan ontstaan en vervolgens de harsvorming   bewerkstelligen,   
B. Men kan aan de latex een of meer stoffen   to@   gen   di@     @   de   vormgeving   doch niet   eerder   harsen in de rubber kummen doen   ontsta?*1.   



   Enkele voorbeelden zullen dit nader   toelichten.   



     VOORBEELD   I 
Eerst vormgeven en dan in aanraking brengen met hars- vormers. 



   Een schuimrubber kussen werd op bekende wijze gemaakt ,door opkloppen van   vulcaniseerbare   latex tot schuim en geleren van de schuim tot een kussen. Dit werd gedompeld in een 10% resorcinoloplossing; na enige tijd werd de overtollige oplos- sing verwijderd door centrifugeren of walsen. Na drogen werd het kussen gedompeld in een   40%     formaldehydoplossing   waardoor in de rubber de hars ontstaat. De overmaat formaldehydoplos- sing werd verwijderd en het kussen   gedroogd.   Over de mechani- sche eigenschappen zullen hieronder nog gegevens worden ver- strekt aan de hand van Tabel I en figuur 1. 



   In plaats van snelhardende harsen van het type resorci- nolformaldehyd kan men ook minder snel hardende gebruiken zo- als die van phenol, cresol of andere alkylphenolen,   u@@um,   melamine, guanidine e.d. met formaldehyd. Een aantrekkelijke werkwijze is in voorbeeld II beschreven. 

 <Desc/Clms Page number 3> 

 



   VOORBEELD II. 



   Een schuimrubber kussen werd gedrenkt in een oplossing, verkregen door 1 mol   phenol,   opgelost in natronloog (0,047 mol), gedurende 20 minuten bij 90 C te laten reageren met 1,2 mol formaldehyd, De niet opgenomen vloeistof werd verwijderd. Daar- na   werd 'gedroogd   en een kwartier verhit op   100 C.   Het bleek, dat 
9% hars in de rubber was opgenomen. De eigenschappen van het pro- duct zullen hieronder worden besproken aan de hand van figuur 2. 



     Wanneer   men, zoals volgens voorbeeld II, gebruik maakt van een vooraf met bijv.   formaldehyd   gevormd verharsbaar product mag dit beslist niet vergaand zijn verharst   want   dan zou de defini- tieve verharsing niet voornamelijk in doch voornamelijk buiten de      rubber plaats vinden; in het genoemde voorbeeld heeft men dan ook te doen met een laag moleculair product, waarschijnlijk een phenol-   methylol-verbinding.   



   In dit verband dient te worden gewezen op een artikel van Piccini (Revue   Generale   du   Caoutchouo   28, 487-491 en 570-576   (1951))   . resp. van Le Bras en Piccini (Ind. Eng. Chem. 43,   381-386     (1951))   waarin wordt beschreven, aan rubberlatex een halfgepolymeriseerde resorcinol-formaldehyd hars toe te voegen, uit dit mengsel een   voorwerp   te maken en dan te vulcaniseren waarbij de hars uithardt   (vergelijk   ook Frans o.s. 961.294). De hars wordt   daarbij   echter niet voornamelijk in de rubber gevormd doch voornamelijk er buiten. 



   Het is dan ook gebleken dat de beweerde versterking nietvan blij- vende aard is maar dat de stramheid van het voorwerp aanmerkelijk daalt na één keer rekken en bij elke volgende rek nog meer. 



   Bij dergelijke gemakkelijk hardende harsen zoals   resorcinol-   formaldehyd kan men aan de eis, dat de harsvorming voornamelijk in de rubber moet plaats vinden, het best voldoen door hetzij het direct uit de latex verkregen vormsel eerst te behandelen met bijv. 

 <Desc/Clms Page number 4> 

 resorcinol en daarna met bijv. formaldehyd (zoals beschreven in voorbeeld I) hetzij aan de latex eerst bijv. resorcinol toe te voegen, dan vorm te geven en vervolgens het vormsel met formal-    dehyd te behandelen ; methode zal worden toegelicht bij de   bespreking van figuur 2 (proefreeks b). 



   Ter waardering van het technisch resultaat van de werkwij- ze volgens de uitvinding werd o.a. van de onderstaande eigen- schappen gebruik gemaakt. 



   Hardheid.   Nederlands   Normblad N 1001 
Trekvastheid. Nederlands Normblad N 1001 
Blijvende deformatie. Nederlands Normblad N 1001 
Scheurvastheid.   Proceedings   of the second Rubber Technology 
Conference 1948, blz.256. 



   Stramheid. De kracht in g/cm2 nodig om het voorwerp tot 75% van zijn oorspronkelijke dikte in te drukken. 



  Stramheid na vermoeiing. Dan wordt het voorwerp eerst 250.000 maal tot 50% van zijn dikte ingedrukt en daarna wordt de stramheid bepaald. 



   Tabel I 
Deze betreft het product volgens voorbeeld I, vergeleken met een kussen, uit hetzelfde gegeleerde schuim verkregen na drogen doch zonder verdere behandeling. 
 EMI4.1 
 
<tb> 



  STRAMHEID <SEP> STRAMHEID <SEP> NA <SEP> VERMOEIING
<tb> 
<tb> 
<tb> 
<tb> behandeld <SEP> 143 <SEP> 111
<tb> 
<tb> 
<tb> onbehandeld <SEP> 96 <SEP> 73
<tb> 
 
Men kan ook de achteruitgang van een andere eigenschap na vermoeiing bepalen. Voor de blijvende deformatie geldt in beide gevallen dat deze noch voor noch na vermoeiing een meet- bare waarde had. 

 <Desc/Clms Page number 5> 

 



   In figuur 1 is de verstrammende   werking   van resorcinol-   formaldehyd   hars nog eens weergegeven, uitgedrukt als een krachtindrukkingsdiagram voor de besproken stukken schuim- rubber. 



  Tabel II 
Hier vindt men een vergelijking van het product volgens voorbeeld II met een uit hetzelfde stuk schuimrubber verkre- gen onbehandeld stuk. 
 EMI5.1 
 
<tb> soortelijk <SEP> gewicht <SEP> stramheid <SEP> stramheid <SEP> na <SEP> vermoojing
<tb> 
<tb> 
<tb> behandeld <SEP> 0,142 <SEP> 100 <SEP> 89
<tb> 
<tb> 
<tb> 
<tb> onbehandeld <SEP> 0,131 <SEP> 58 <SEP> 47
<tb> 
 
Opgemerkt wordt dat men liefst het schuimrubber voorwerp met do   laagmoleculaire   methylolverbinding behandelt terwijl het nog ' nat is. Niet alleen is dit eenvoudiger   maar.verrassenderwijs   treedt   -bovendien   een volumevergroting (dus lager soortelijk gewicht) op in vergelijking met een   droog'   behandeld product. 



   Aldus kan men bijv. een schuimrubber   voorwerp     maken   met een soortelijk gewicht van 0,06 dat dezelfde stramheid heeft als een bekend en niet volgens de uitvinding verkregen product met een soortelijk gewicht van   0,095.   



   Figuur 2. 



   Deze betreft een vergelijking van de versterkende werking van resorcinol-formaldehyd hars in   gevulcaniseerde   latex waar- bij de hars werd gevormd enerzijds in de latex phase (a) en an- derzijds volgens de uitvinding in de rubber phase (b). 



   De gevulcaniseerde latex was die welke in de handel wordt gebracht onder de naam   Vuljex.   Hieraan kan gemakkelijk resor- cinol worden toegevoegd als men tevens ter stabilisatie wat na- tronloog gebruikt. 

 <Desc/Clms Page number 6> 

 



   Bij a werd zoveel formaldehyd toegevoegd dat een deel met de in de latex aanwezige ammoniak reageerde en de rest met de resorcinol onder vorming van een hars. Het mengsel werd op glazen platen uitgegoten en tot vellen gedroogd. 



   Bij b werden eerst de vellen gemaakt uit het latex-resor- cinolmengsel en deze werden pas na drogen gedrenkt in formalde- hyd zodat hierbij volgens de uitvinding de hars zich in de rubber vormde. 



   Zowel van a als van b werden series gemaakt met   opklim-   mende   resoroinolgehalten   zoals hieronder weergegeven. 



  Proef reeks a. 
 EMI6.1 
 
<tb> proef <SEP> nr <SEP> 1 <SEP> 2 <SEP> 3 <SEP> 4 <SEP> 5
<tb> 
<tb> 
<tb> 
<tb> g <SEP> Vuljez <SEP> 60% <SEP> 100 <SEP> 100 <SEP> 100 <SEP> 100 <SEP> 100
<tb> 
<tb> 
<tb> 
<tb> cm3 <SEP> NaOH <SEP> 1 <SEP> N <SEP> - <SEP> 30 <SEP> 35 <SEP> 40 <SEP> 40
<tb> 
<tb> 
<tb> 
<tb> 
<tb> cm3 <SEP> resorcinol <SEP> 50% <SEP> opgelost <SEP> in <SEP> NaOH <SEP> 1 <SEP> N <SEP> - <SEP> 2,4 <SEP> 4,8 <SEP> 7,2 <SEP> 9,6
<tb> 
<tb> 
<tb> 
<tb> 
<tb> cm3 <SEP> formaldehyde <SEP> 40% <SEP> - <SEP> 4,6 <SEP> 5,7 <SEP> 6,8 <SEP> 7,

  9
<tb> 
<tb> 
<tb> 
<tb> 
<tb> 
<tb> Proefreeks <SEP> b.
<tb> 
<tb> 
<tb> 
<tb> 
<tb> proef <SEP> nr <SEP> 1 <SEP> 2 <SEP> 3 <SEP> 4 <SEP> 5
<tb> 
<tb> 
<tb> 
<tb> g <SEP> Vuljex <SEP> 60% <SEP> 100 <SEP> 100 <SEP> 100 <SEP> 100 <SEP> 100
<tb> 
<tb> 
<tb> 
<tb> 
<tb> cm3 <SEP> resorcinol <SEP> 50% <SEP> opgelost <SEP> in <SEP> NaOH <SEP> 1 <SEP> N <SEP> - <SEP> 2,4 <SEP> 4,8 <SEP> 7,2 <SEP> 9,6
<tb> 
 
De resorcinoloplossing bevatte ook nog 10%, berekend op het gewicht aan resorcinol, van een   emulgator,   bekend als Darvan. 



  Alle hoeveelheden werden zo gekozen dat per 100 g rubber resp. 



  0, 2, 4, 6 en 8 g resorcinol aanwezig is;   immers   (bijv. proef 2) bevat 100 g   Vuljex   60% 60 g rubber; 2,4 cm3 van een 50% oplossing van resorcinol bevat 1,2 g   resorcinol;     1,2   g per 60 g komt over- een met 2 g resorcinol per 100 g rubber. 



   In figuur 2 zijn nu voor beide gevallen de hardheid, trek- vastheid, blijvende   deformatie   en scheurvastheid samengevat 

 <Desc/Clms Page number 7> 

 waarbij blijkt dat het product b volgens de uitvinding aan- zienlijk beter is dan product a waar de harsvorming niet in de rubber plaats vond. 



   Behalve voor   verschillede   soorten natuurlijke latex is de uitvinding vooral ook van waarde voor synthetische latex die van nature minder goede producten geeft dan natuurlijke latex doch dank zij de werkwijze volgens de uitvinding toch goede produc- ten kan opleveren. 



   De harsvorming kan op bekende wijze bijv. door verhitting geschieden. Als aan de latex vulcanisatiebestanddelen zijn toe- gevoegd kan de   vulcanisatie   en de harsvorming in een bewerking   verlopen.  

Claims (1)

  1. EMI8.1 c 0 1Tr..'-..1 TJ 2¯L.i- Y.'erkwijse voor Lst /irTciLvTiga ''::;.:.t1 aat behulp van It-rc; versterkte voorwerpen r-.'t alt litXj ra e t het n ns e r li, dat men latex esrat -t5.n ce #vorv jsving 0r:Q.3l:;1S2:i.>'"G en. pass ddaTïiC h::1X3 vo o ri i i:'. .-.3 ..,L'' ''<'..' \?':t'.ra',:n? 2. \ierk-::i.' v-i;--;--- cjcivjiv s #'-. #? Let hè n r :t, dat man een of eu-;!-; .c. #.'#'- ##.--'#"# fle >is.i-Sv'03<aIiLj B.odia etofföi in 'r.-s.t'rige olc=r-.H '... : 7... óüev-j-'i. do o?crig'e i':Y c:"a# r=ing brengt r..'t Iüï na ....'?'2'-' 'vcr-'..- '"#:."#".#-.- -j '.'.'err'.'.'i.'j: "'-:lr;....' coïlasio t,Ek"3 ke"i k u a r i.; 'li.t .ii: -f vo-'.r :a ."' " :. v-'rii: -*i"..- i'''-r:-:Vj".j, 5.:
    T/i,t3go oy"=C/:-' dit ne =; "oor ;s P;'"'"sxi:';.:.' VI¯.i c\.c:7i'2>.- 'c.s'5 ia phi'":h. gecombineerd; icoa nlst- 2?s,r??.c-.ol-.''\'.c:o ---..xv;, V/er:r.7i¯-s vci.janE cc-aolusie 2 ef 3 Q e het ie n- a e r k, dat men . -rx*-.u'. ge;-':i.k'j ";aLT.it een ï'ssoroiaol# aOjcljsI- dehyd hars kan ontstaan, V,rerk-.vijz3 vl'n.s eouol-iïio A, set het k e 21 r.- -3 r dat men stoffen toepast -i'. 2-a sen hars ontstaat z.=.l een las-j-oleculalr-a ."e'ï'Iolvïr-iniiuï; :jf2 ji-r-ns-ij crssol. ur., aelanins of 6-u.a.-id.i:c.:;-:; 1..::a:::<:':.iz -,"-,;:::: {;;;:. c;v:'0l.¯.-':'-z:;: t/n . t e n :1 e e " V** r7 c ¯ #"* ¯ :::.i t.l;:.e.: *'?'#'* r¯=¯-:tiz02...s J ±¯-* 3 a k e 11 r:1 e r k, dat is.", #clxgs.z --E.::- s #=#-". i*32 -.;z:.é;.::.l1 :.i10::'....:"--::'-::;- 'b3sts.riidelen zijR ;; .;3-rv .;
    1,# <Desc/Clms Page number 9> 9. Werkwijze volgens een der concluaies 1 t/m 6, @ liet kenmerk, dat men uitgaat van een gevulcaniseer- de latex.
    10. Voorwerpen, in het bijzonder schuimrubber voorwerpen, verkregen door toepassing van de werkwijze volgens een der voorgaande conclusies.
BE550158D BE550158A (nl)

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE550158A true BE550158A (nl)

Family

ID=176146

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE550158D BE550158A (nl)

Country Status (1)

Country Link
BE (1) BE550158A (nl)

Similar Documents

Publication Publication Date Title
Bhowmick et al. Mechanical properties of natural fibre-reinforced composites
LU82382A1 (fr) Adhesif pour lier a des caoutchoucs des elements de renforcement en polyamides ou polyesters
Bartos et al. Reinforcement of polypropylene with alkali-treated sugarcane bagasse fibers: Mechanism and consequences
BE550158A (nl)
CN111406089A (zh) 用于制造复合产品的改进工艺
Santhosh et al. Mechanical properties studies on rubber composites reinforced with Acacia Caesia fibre
Sivakumar et al. Exploring the effects of eco-friendly and biodegradable biocomposite with PLA incorporating eggshell and walnut powder as fillers
Shi et al. Modification of soy-based adhesives to enhance the bonding performance
Srivastava et al. Preparation and mechanical characterization of epoxy based composite developed by biowaste material
Low et al. Morphological, thermal, and mechanical properties of natural rubber reinforced with cellulose nanofibers from oil palm empty fruit bunch
IE912221A1 (en) Recycling of thermosetting pu foam parts
EP2483345A1 (en) Cellulose-containing mass
Shamaev et al. Production of high strength plywood from birch wood
US8877919B2 (en) Cellulose-containing mass
Alwaan et al. Effect of Wool Fiber on Structural and Mechanical Properties of Styrene-Butadiene Rubber Copolymer
US1532908A (en) Plastic composition for articles of manufacture
Baiti et al. The effect of morphology and alkali treatment of bamboo on tensile properties of PLA/bamboo composites
US1532213A (en) Renewed rubber and process for producing the same
Pączkowski et al. Eco‐Friendly Composites Based on Unsaturated Polyester Resin With Casein
WO2004094509A1 (ja) 生分解性シート及びその製造方法、並びに当該シートを用いた生分解性成型品及びその製造方法
US642764A (en) Process of devulcanizing caoutchouc, india-rubber, &amp;c.
US2155429A (en) Method of molding cork products and similar material
KR101746583B1 (ko) 버개스를 이용한 셀룰로우스 파이버 제조방법
US2674543A (en) Process for treating wood and resulting article
US1045053A (en) Method of producing a rubber-containing product.