<Desc/Clms Page number 1>
De uitvinding heeft betrekking op een machine voor het @ oprapen en binden van stengels, in het bijzonder van vlasstengels die een opraapmechanisme bevat, een mechanisme dat de opgeraapte stengels omkeert en een bindmechanisme.
De uitvinding heeft tot doel een dergelijke machine te ont- werpen die niet alleen toelaat de stengels op te rapen, om te kere en vervolgens te binden, maar die ook toelaat de stengels gewoon op te rapen, om te keren en vervolgens opnieuw op de grond uit te spreiden. Dit is noodzakelijk wanneer men wenst de stengels die
<Desc/Clms Page number 2>
op de grond opengespreid waren en die reeds langs één kant geroot of gedroogd zijn, gewoon om te keren om ze ook langs de andere kant te laten roten of drogen.
De machine kan dus o.m. gebruikt worden of het vlas dat op de grond geroot wordt - het zogenaamd dauwroten - om te keren zodat achtereenvolgens de twee kanten van de opengespreide stengels geroot worden. Ook kan de machine gebruikt worden om vlasstengels die che- misch geroot werden en daarna opengespreid op een weide, op'te rapen, om te keren en opnieuw op de grond uit te spreiden of te binden.
Aldus wordt de ' handeling van het "kapellen" uitgeschakeld.
Het vlas dat vroeger, na een chemisch rootproces te hebben ondergaan, op de weide in "kapellen" te drogen werd gezet, wordt nu uitgespreid op de weide in gelijke lagen. Na het drogen van de ene kant, wordt het door de machine opgeraapt en omgekeerd zodat de andere kant nu aan de atmosferische omstandigheden is blootgesteld, en kan drogen.
Ook kan de machine gebruikt worden om klaver op te rapen en om te keren.
Volgens de uitvinding is het bindmechanisme ten opzichte van het hoofdgestel zo gemonteerd, dat het uit de baan kan gebracht worden langs dewelke de stengels door de machine geleid worden.
Doelmatig is een mechanisme voorzien dat de stengels leidt tot nagenoeg tegen de boden en zijn middelen voorzien om minstens één gedeelte van dit mechanisme in minstens twee standen gemonteerd te houden, een stand waarin het mechanisme de stengels leidt tot nagenoeg tegen de bodem en een tweede stand waarin het mechanisme buiten nutti- ge werking gehouden is.
In een voordelige uitvoeringsvorm van de uitvinding bestaat het mechanisme dat de stengels leidt tot nagenoeg tegen de bodem uit een leidend orgaan dat vast is ten opzichte van het hoofdgestel en uit een daarmee samenwerkende band, die gemonteerd is op riemschijven die zelf gemonteerd zijn ten opzichte van een hulpgestel dat in minstens twee standen kan bevestigd worden ten opzichte van het hoofdgestel.
<Desc/Clms Page number 3>
In een bijzondere uitvoeringsvorm van dé uitvinding komen op @ hogergedoelde band elastische pinnen voor.
In een bij voorkeur toegepaste uitvoeringsvorm van de uitvin- ding bevat het mechanisme dat de stengels omkeert eveneens een band zonder einde waarop elastische pinnen voorkomen, een en ander zoda- nig dat wanneer het mechanisme dat de stengels tot nagenoeg tegen de bodem leidt in de stand van nuttige werking gehouden wordt, het zijp band zonder einde in de nabijheid heeft van laatstgenoemde band zon- der einde, maar zo dat de pinnen buiten elkaars weg zijn.
Andere bijzonderheden en voordelen van de uitvinding zullen blijken uit de hierna volgende beschrijving van een machine voor het oprapen en binden van stengels, in het bijzonder van vlasstengels, volgens de uitvinding; deze beschrijving wordt enkel als voorbeeld gegeven en is niet beperkend voor de uitvinding; de verwijzingscij- fers hebben betrekking op de hieraan toegevoegde tekeningen.
Figuur 1 is een perspectivische voorstelling van een machine voor het oprapen en binden van stengels, in het bijzonder van vlas- stengels, volgens de uitvinding.
Figuur :2 is een schematische voorstelling met betrekking op de werking van de machine, waarvan figuur 1 de perspectivische voor- stelling vormt.
Figuur 3 stelt een doorsnede voor door twee banden zonder ein- de, voorkomend in de machine volgens de vorige figuren.
Figuur 1+ stelt een doorsnede voor van het opraapmechanisme van de machine volgens de vorige figuren.
In de verschillende figuren hebben dezelfde verwijzingscijfera betrekking op dezelfde elementen.
Het vlas dat machinaal getrokken werd ligt in gelijke lagen opengespreid op het veld, zodat de bovenkant door de atmosferische omstandigheden zelf geroot of gedroogd wordt; deze manier van roten wordt dauwroten of veldroten genoemd. Het roten gebeurt enkel effec- tief voor het vlas dat aan de bovenkant van de lagen voorkomt.
<Desc/Clms Page number 4>
Opdat het vlas, dat oorspronkelijk aan de onderkant voorkomt, ook zou kunnen geroot of gedroogd worden, wordt het vlas opgeraapt, om- gekeerd en opnieuw over de grond uitgespreid. Dit gebeurt met de- zelfde machine die ook toelaat het vlas op te rapen, om te keren en te binden. Deze machine bevat een hoofdgestel dat gedragen wordt door twee achterwielen 1 en door een voorwiel '2. De aandrijving van de machine gebeurt zowel wat de vooruitgaande beweging betreft als wat betreft de aandrijving van de verschillende onderdelen door een motor 3. Deze motor 3 is onder meer onder tussenkomst van V riemschijf 4, V riemen 5 en V riewschijf 6 verbonden met ketting- wielen 7 en 8.
Deze kettingwielen 7 en 8 zorgen respectievelijk voor de aandrijving van de kettingen 9 en 10. Ketting 10 grijpt in kettingwiel 11 dat op dezelfde as zit van tandwiel 12 dat in tand- wiel 13 grijpt. Tandwiel 13 zit op een as met riemschijf 14 en met kettingwiel 15. Riemschijf 14 zorgt voor de aandrijving van de riem zonder einde 16, terwijl kettingwilel 15 zorgt voor de aandrij- ving van ketting 17 die de aandrijving bewerkt van kettingwiel 18.
Kettingwiel 18 zit op de as van riemschijf 19 die samen met riem- schijf.*-20 de beweging leidt van riem zonder einde '21. Op zijn beurt zorgt ketting 9 voor de aandrijving van kettingwiel 22 dat de wer- king van het bindmechanisme bewerkt. Tiet opraapmechanisme wordt aan- gedreven door riem 16. De werking van het opraapmechanisme kan dui- delijk afgeleid worden uit figuur 4. De twee riemschijven 23 worden aangedreven door de beweging van riem 16. Deze riemschijven 23 zit- ten om de as 24 die als vast ten opzichte van het hoofdgestel van de machine kan beschouwd worden. De riemschijven '23 zijn om deze as 24 gemonteerd onder tussenkomst van kogellagers 25.
Vast ten opzich- te van de as 24, maar excentrisch daartegenover, zijn de asjes 26 waarrond telkens vier pinnen'27 met mogelijkheid tot de rotatie gemonteerd zijn. Deze vier pinnen 27 worden geleid door vier openin- gen in de twee riemschijven 23. Aangezien deze pinnen '27 meedraaiev met de schijven 23, maar excentrisch gemonteerd zijn om asjes '26 ten
<Desc/Clms Page number 5>
opzichte van de as 24, zullen deze pinnen 27 ten opzichte van de riemschijven '23 uit- en ingetrokken worden.
Het opraapmechanisme bestaande o.m. uit de combinatie van riemschijven 23 en pinnen 27 kan hoger en lager gebracht worden ten opzichte van het voorwiel 2 en dus ten opzichte van de bodem. Het hoofdgestel is immers verbonden met de elementen '28. Deze elemen- ten .28 zijn door evenwijdige latten 29 verbonden met de organen 30 ten opzichte waarvan het voorwiel '2 gemonteerd is. Een van de latten :29 vormt een geheel met het orgaan 31, dat onder tussenkomst van element 32 en kruk 33 verbonden is met as 34 die om eigen asli jn kan verdraaid worden door hendel 35.
Wanneer hendel 35 in de zin van pijltje 36 verdraaid wordt., worden de elementen 29 in tegengestelde zin verdraaid, zodat ten opzichte van het hoofdgestel van de machine het voorwiel '2 opgelicht wordt, hetgeen in de praktijk meebrengt dat het hoofdgestel vooraan zakt ten opzichte van de bodem. Dit heeft in hoofdzaak tot gevolg dat het opraapmechanisme dichter bij de grond komt te liggen.
Zoals vooral uit figuur 1 kan afgeleid worden., wordt hendel 35 bediend vanop de zitplaats 37 vanwaar ook de ganse machine in be- weging gebracht wordt o.m. met behulp van stuurwiel 38 dat inwerkt op stuurstang 39 waarvan het uiteinde gevormd wordt door conisch tandwiel 40 dat in de cirkelvormige heugel 41 grijpt. Daardoor wordt het voorwiel:2 om een verticale as verdraaid, hetgeen toelaat aan de ganse machine de gewenste richting van vooruitbeweging te geven. De stengels die opgenomen worden door de pinnen'27 worden verder geleid door de band zonder einde 16 waarop pinnen 42 voorkomen. Deze band neemt de stengels mee en werkt daarvoor samen met de vaste geleiden- de organen 43.
Zoals o.m. kan afgeleid worden uit figuur 2, is het werkzaam gedeelte van de band 16 over 1800 verdraaid, zodat de elastische pinnen 42 eerst aan de bovenzijde., maar verder zijdelings en eindelijk aan@de onderzijde van de band voorkomen. De band zelf komt eerst
<Desc/Clms Page number 6>
onder, vervolgens naast en eindelijk boven de leidende organen 43 voor. Deze leidende organen kunnen b.v. bestaan uit omgebogen sten- gen, zoals het duidelijkst blijkt uit figuur 1. Tussen de plaats waar de stengels opgenomen worden en de plaats waar de stengels vrij gegeven worden door band 16, zijn zij dus volledig over 1800 ver- draaid, zodat de oorspronkelijk onderaan voorkomende stengels thans bovenaan liggen en omgekeerd.
Wanneer nu de machine niet moet die- nen om de vlasstengels te binden, maar enkel om het vlas na omkering terug op de grond open,te spreiden, wordt het bindmechanisme buiten werking gebracht en nemen de band 21 en de deze band geleidende schijven 19 en 20 de in figuur 2 in volle lijn getekende stand in.
De ketting 9 die over kettingwiel 22 de binder aandrijft is daarbij afgenomen, aangezien het bindmechanisme buiten werking blijft. Het bindmechanisme wordt trouwens buiten de weg van de vlasstengels ge- houden ; dit is mogelijk omdat het bindmechanisme kan zwaaien om de as 44. Als het vlas de band 16 verlaat, wordt het overgenomen door band 21.
Zoals uit figuur 3 kan afgeleid worden, is de afstand tussen de pinnen 45 van band 21 merkelijk groter dan de afstand tussen de pinnen 42 van band 16, zodat de rijen pinnen 42 tussen de rijen pin- nen 45 door kunnen bewegen en de twee banden 16 en '21 dicht bij el- kaar kunnen gebracht worden. Door de band.21 worden de stengels ge- leid tot bijna tegen de grond, zodat de wind er zeer weinig vat op heeft en ze practisch niet zullen openwaaien voor dat ze op de grond terecht komen. De schijven 19 en 20 zijn gemonteerd op een hulpge- stel 49, dat door middel van een pén 46 in twee standen kan beves- tigd worden ten opzichte van het hoofdgestel.
Het ganse hulpgestel kan dus zwaaien om de as 47. De stand voorgesteld in figuur 1 is deze waarin de riem 21 buiten effectieve werking is. De stand in volle lijn voorgesteld' in figuur ;2 is daarentegen deze waarin de band '21 in effectieve werking is.
Wanneer het bindmechanisme in werking dient te zijn, zal het
<Desc/Clms Page number 7>
hulpgestel 49 de stand innemen voorgesteld in figuur 1. In dit ge- val is dus het mechanisme dat met behulp van band .21 de stengels leidt buiten werking. In dit geval wordt evenwel het bindmechanisme in werking gebracht. Het bindmechanisme moet dus eerst omgezwaaid worden om as 44 en dient daarbij ook terug ingeschakeld te worden door het aanbrengen van de ketting 9. De ketting 17 kan in dit ge- val evenwel afgenomen worden aangezien het niet noodzakelijk is dat het mechanisme bestaande uit de band 21 en de riemschijven 19 en'20 in rotatie gehouden wordt.
Voor het binden wordt de plaat 48 omhoog gebracht; deze plaat rust dan op de plaat van de binder ten einde de vlasstengels gemakkelijker in de binder te laten glijden.
De uitvinding is natuurlijk geenszins beperkt tot de hierbo- ven beschreven uitvoeringsvorm en binnen het raam van de octrooiaan- vrage kunnen aan de beschreven uitvoering vele veranderingen aange- bracht worden o.m. wat betreft de vorm, de samenstelling, de schik- king en het aantal van de onderdelen, die voor het verwezenlijken van de uitvinding gebruikt worden.
<Desc / Clms Page number 1>
The invention relates to a machine for picking up and tying stems, in particular flax stems, comprising a pick-up mechanism, a mechanism that reverses the picked stems and a binding mechanism.
The object of the invention is to design such a machine that not only allows to pick up the stems, to twist and then tie, but also to simply pick up the stems, turn them over and then put them back on the ground. to spread out. This is necessary when one wishes to have the stems covered
<Desc / Clms Page number 2>
spread on the ground and already rooted or dried on one side, simply turn over to let them rotting or drying on the other side as well.
The machine can therefore be used, among other things, or the flax that is rooted on the ground - the so-called dew rooting - so that the two sides of the spread stems are successively rooted. The machine can also be used to pick up, turn over and spread or tie flax stalks that have been chemically rooted and then spread on a meadow.
Thus the "chapels" act is eliminated.
The flax that used to be dried on the meadow in "chapels" after undergoing a chemical rooting process, is now spread out on the meadow in equal layers. After drying one side, it is picked up by the machine and vice versa so that the other side is now exposed to the atmospheric conditions and can dry.
The machine can also be used to pick up clover and turn it over.
According to the invention, the binding mechanism is mounted relative to the main frame so that it can be brought out of the path along which the stems are guided through the machine.
Advantageously, a mechanism is provided which leads the stems to near the bottom and means are provided for keeping at least one portion of this mechanism mounted in at least two positions, a position in which the mechanism leads the stems to substantially against the bottom and a second position. wherein the mechanism is kept inoperative.
In an advantageous embodiment of the invention, the mechanism that leads the stems to substantially against the bottom consists of a guiding member fixed relative to the main frame and a cooperating belt mounted on pulleys which are themselves mounted relative to the main frame. an auxiliary frame that can be attached in at least two positions with respect to the main frame.
<Desc / Clms Page number 3>
In a special embodiment of the invention elastic pins are provided on the above-mentioned tape.
In a preferred embodiment of the invention, the mechanism that reverses the stems also comprises an endless band on which elastic pins exist, such that when the mechanism that leads the stems almost to the bottom is in the position is considered useful, has the side peen endless band in the vicinity of the latter unend band, but such that the pins are outside of each other's path.
Other particularities and advantages of the invention will become apparent from the following description of a machine for picking up and binding stems, in particular flax stems, according to the invention; this description is given by way of example only and is not limiting of the invention; the reference numbers relate to the attached drawings.
Figure 1 is a perspective view of a machine for picking up and tying stems, in particular flax stems, according to the invention.
Figure: 2 is a schematic representation of the operation of the machine, of which Figure 1 is the perspective representation.
Figure 3 represents a section through two belts without end, occurring in the machine according to the previous figures.
Figure 1+ represents a cross-section of the machine pick-up mechanism according to the previous figures.
In the different figures, the same reference numerals a refer to the same elements.
The flax that was machine-drawn is spread out in equal layers on the field, so that the top is rooted or dried by the atmospheric conditions itself; this way of retting is called dew retting or field retting. The retting is only effective for the flax that occurs at the top of the layers.
<Desc / Clms Page number 4>
So that the flax, which originally occurs on the underside, can also be rooted or dried, the flax is picked up, turned over and spread over the ground again. This is done with the same machine that also allows the flax to be picked up, turned and tied. This machine comprises a main frame carried by two rear wheels 1 and a front wheel 2. The machine is driven both with regard to the forward movement and with regard to the drive of the various parts by a motor 3. This motor 3 is inter alia connected with chain pulley 4, V belts 5 and V belt pulley 6. wheels 7 and 8.
These sprockets 7 and 8 provide respectively the drive of the chains 9 and 10. Chain 10 engages in sprocket 11 which sits on the same axis of sprocket 12 which engages sprocket 13. Sprocket 13 sits on a shaft with belt pulley 14 and sprocket 15. Belt pulley 14 provides the drive of the endless belt 16, while sprocket 15 provides the drive of chain 17 which operates the drive of sprocket 18.
Sprocket 18 sits on the shaft of pulley 19 which, together with pulley. * - 20 guides the movement of endless belt '21. In turn, chain 9 drives the sprocket 22 which operates the binding mechanism. The pick-up mechanism is driven by belt 16. The operation of the pick-up mechanism can be clearly seen from figure 4. The two pulleys 23 are driven by the movement of belt 16. These pulleys 23 sit around the shaft 24 which acts as can be considered fixed relative to the main frame of the machine. The pulleys 23 are mounted around this shaft 24 through ball bearings 25.
Fixed with respect to the shaft 24, but eccentric opposite it, are the shafts 26 around which are mounted four pins 27 with the possibility of rotation. These four pins 27 are guided through four openings in the two pulleys 23. Since these pins '27 rotate with the pulleys 23, but are mounted eccentrically about axles '26.
<Desc / Clms Page number 5>
relative to the shaft 24, these pins 27 will extend and retract relative to the pulleys 23.
The pick-up mechanism consisting, among other things, of the combination of belt pulleys 23 and pins 27 can be raised and lowered relative to the front wheel 2 and thus relative to the ground. After all, the entablature is connected to the elements '28. These elements 28 are connected by parallel slats 29 to the members 30 relative to which the front wheel 2 is mounted. One of the slats 29 is integral with the member 31, which is connected through element 32 and crank 33 to shaft 34 which can be rotated about its own axis by handle 35.
When lever 35 is turned in the direction of arrow 36, the elements 29 are rotated in the opposite direction, so that the front wheel 2 is lifted relative to the main frame of the machine, which in practice causes the main frame to lower in the front. of the soil. This essentially results in the pick-up mechanism moving closer to the ground.
As can be seen in particular from figure 1., lever 35 is operated from the seat 37, from where the entire machine is moved in order with the aid of steering wheel 38 acting on steering rod 39, the end of which is formed by bevel gear 40 which engages in the circular rack 41. As a result, the front wheel: 2 is rotated about a vertical axis, which makes it possible to give the entire machine the desired direction of forward movement. The stems received by the pins 27 are further passed through the endless belt 16 on which pins 42 appear. This band takes the stems with it and cooperates with the fixed guiding members 43 for this purpose.
As can be seen inter alia from Figure 2, the operative portion of the belt 16 has been rotated through 1800, so that the elastic pins 42 appear first on the top, but further laterally and finally on the underside of the belt. The band itself comes first
<Desc / Clms Page number 6>
below, then next to and finally above the leading bodies 43 in front. These guiding members can e.g. consist of bent stems, as best shown in figure 1. Between the place where the stems are picked up and the place where the stems are released by band 16, they are thus completely twisted through 1800, so that the original at the bottom occurring stems are now at the top and vice versa.
If now the machine is not to serve to bind the flax stalks, but only to spread the flax back onto the ground after turning it over, the binding mechanism is put out of action and the belt 21 and the pulleys 19 guiding this belt take up and 20 into the position drawn in full line in Figure 2.
The chain 9 which drives the binder over sprocket 22 has been removed, since the binding mechanism remains inoperative. By the way, the binding mechanism is kept out of the way of the flax stems; this is possible because the binding mechanism can swing about axis 44. As the flax leaves belt 16, it is taken over by belt 21.
As can be seen from Figure 3, the distance between the pins 45 of strap 21 is significantly greater than the distance between the pins 42 of strap 16, so that the rows of pins 42 can move between the rows of pins 45 and the two straps. 16 and '21 can be brought close to each other. By the band 21 the stems are guided almost to the ground, so that the wind has very little effect on them and they will practically not blow open before they hit the ground. The discs 19 and 20 are mounted on an auxiliary frame 49, which can be attached by means of a pin 46 in two positions relative to the main frame.
Thus, the entire auxiliary frame can swing about the axis 47. The position shown in Figure 1 is that in which the belt 21 is inoperative. The solid line position shown in Figure 2, on the other hand, is that in which the band 21 is in effective operation.
When the binding mechanism is to be in operation, it will
<Desc / Clms Page number 7>
auxiliary frame 49 take the position shown in figure 1. In this case, therefore, the mechanism guiding the stems with the aid of strap .21 is inoperative. In this case, however, the binding mechanism is activated. The binding mechanism must therefore first be pivoted about shaft 44 and must also be engaged again by fitting the chain 9. However, the chain 17 can be removed in this case since it is not necessary for the mechanism consisting of the belt 21 and the pulleys 19 and 20 are kept in rotation.
The plate 48 is raised for binding; this plate then rests on the plate of the binder in order to allow the flax stems to slide more easily into the binder.
The invention is, of course, by no means limited to the embodiment described above and within the scope of the patent application many changes can be made to the described embodiment in respect of the shape, composition, arrangement and number of the parts used for realizing the invention.