<Desc/Clms Page number 1>
Bij het gieten en spuitgieten van polyamiden heeft men moeilijkheden met het lossen van de gevormde voorwerpen door het kleven ervan aan de vorm en men gebruikt dan ook smeermiddelen voor het voorkomen van dit kleven, Ook bij het extruderen van polyamiden in weekgemaakte toestand gebruikt men een smeer-
<Desc/Clms Page number 2>
middel voor het vergemakkelijken van het extruderen.
De in de genoemde gevallen gebruikte smeermiddelen zijn meestal olieachtige stoffen, terwijl men ook bij voorbeeld zink- stearaat voor dit doel heeft gebruikt.
In de praktijk voldoen deze stoffen vermengd met polyamiden echter niet. Vooral bij het verwerken van polyamiden, bereid door polycondensatie van -caprolactam of -aminocapronzuur, ondervindt men met de tot nu toe bekende smeermiddelen steeds moeilijkheden, daar hierbij steeds een sterk kleven aan het mate- riaal van de vorm optreedt.
Volgens de uitvinding is gebleken, dat de beschreven moei- lijkheden bij het gieten, spuitgieten of extruderen van polyamiden,
EMI2.1
bereid door polycondensatie van é-caprolactam of :..-aminocapron- zuur, geheel kunnen worden voorkomen, indien volgens het kenmerk van de werkwijze volgens de uitvinding deze polyamiden worden ver- mengd met één of meer verbindingen met de formule CnH2n+10R, waarin n een geheel getal is tussen 11 en 37 en R is H of CmH2m+1 c=o, waarbij m een geheel getal tussen 11 en 35 voorstelt.
Indien bij voorbeeld dodecanol als smeermiddel wordt gebruikt treedt aanmerkelijk minder kleven van het gevormde voorwerp aan de vorm op.
De mate van kleven van gevormde voorwerpen aan de vorm wordt daarbij als volgt bepaald.
Korrels polyamide, bereid door polycondensatie van -capro- lactam, worden met een smeermiddel vermengd, waarna uit de korrels met behulp van een automatisch werkende spuitgietmachine 150 kammen worden gevormd. Zodra een kam in de vorm blijft kleven, wordt het aantal kammen genoteerd, dat dan in één serie zonder kleven vanzelf uit de vorm is gekomen. De machine wordt vervol- gens weer aangezet, totdat een volgende kam blijft kleven. Het
<Desc/Clms Page number 3>
aantal kammen, dat daarvoor zonder kleven is gelost, wordt weer genoteerd. Dit wordt herhaald totdat 150 kammen zijn gevormd.
Van elk monster korrels wordt op deze wijze het gemiddelde aantal bepaald, dat achter elkaar zonder kleven de vorm heeft verlaten.
In de volgende tabel zijn de resultaten van de proefnemingen met verschillende alcoholen als smeermiddel weergegeven. Uit deze tabel blijkt, dat naarmate het aantal C-atomen in de alcohol .groter is, de kammen beter lossen.
EMI3.1
<tb>
Smeermiddel <SEP> Gew.%, <SEP> berekend <SEP> Gemiddeld <SEP> aantal <SEP> kammen,
<tb>
<tb> op <SEP> polyamide <SEP> dat <SEP> achter <SEP> elkaar <SEP> zonder
<tb>
<tb> kleven <SEP> de <SEP> vorm <SEP> verlaat.
<tb>
<tb>
<tb>
<tb>
<tb>
<tb>
Geen <SEP> -- <SEP> 1
<tb>
<tb>
<tb>
<tb>
<tb> Octanol <SEP> 0,5 <SEP> 2
<tb>
<tb>
<tb>
<tb>
<tb> Dodecanol <SEP> 0,5 <SEP> 5
<tb>
<tb>
<tb>
<tb>
<tb> Tetradecanol <SEP> 0,5 <SEP> 41
<tb>
<tb>
<tb>
<tb> Octadecanol <SEP> 0,5 <SEP> 106
<tb>
Volgens een gunstige uitvoeringsvorm van de werkwijze volgens de uitvinding gebruikt men als smeermiddel ootadecanol.
Ook de vetzure esters van octadecanol bleken een gunstige invloed te hebben ohet lossen van gevormde voorwerpen uit de vorm.
Volgens een gunstige uitvoeringsvorm van de werkwijze volgens de uitvinding wordt als smeermiddel palmitinezure ester van hexadecanol gebruikt.
Volgens een andere gunstige uitvoeringsvorm van de werkwijze volgens de uitvinding gebruikt men'als smeermiddel de stearine- zure ester van octadecanol.
Een gunstige invloed op het lossen van de gevormde voor- werpen uit de vorm bleken verder te hebben mengsels van alifa- tische éénwaardige alcoholen met 12-36 C-atomen en esters van , deze alcholen met alifatische één/waardige zuren met 12-34
<Desc/Clms Page number 4>
C-atomen.
Volgens een gunstige uitvoeringsvorm van de werkwijze volgen. de uitvinding wor.dt dan ook als smeermiddel carnaubawas gebruikt
Volgens een andere, zeer gunstige uitvoeringsvorm van de we wijze volgens de uitvinding wordt wolvet als smeermiddel gebruikt,.
Het is gebleken, dat ten minste 0,005 gew. van de smeer- middelen volgens de uitvinding, berekend op het polyamide, nodig is voor het verkrijgen van het gewenste resultaat, en bij voorkeur gebruikt men tussen 0,02 en 1,5 gew.%.
De toevoeging van de smeermiddelen volgens.de uitvinding kan op verschillende wijzaigeschieden. Zo kan men bij voorbeeld de smeermiddelen voor het gieten, spuitgieten of éxtruderen mengen met polyamidekorrels, echter kan men ze ook mengen met gesmolten superpolyamide. De toevoeging.van de smeermiddelen kan echter ook plaatsvinden v66r of gedurende de polycondensatievan # -caprolactam of # -aminocapronzuur.
Opgemerkt wordt, dat de toevoeging van de smeermiddelen volgens de uitvinding geen merkbare invloed heeft op de eigen- schappen van het polyamide.
Voorbeeld I.
Korrels polyamide, verkregen door polycondensatie van # -caprolactam, werden met behulp van een automatisch werkende spuitgietmachine tot kammen gevormd.
Het gemiddelde aantal kammen, dat de vorm zonder kleven achter elkaar had verlaten, bedroeg 1.
Dezelfde korrels werden met 0,1 gew.% tetradecanol vermengd en met dezelfde spuitgietmachine tot kammen gevormd, waarbij het gemiddelde aantal kammen, dat zonder kleven automatisch werd gelost, 5 bedroeg.
Dezelfde korrels vermengimet 0,2 gew.% en 0,5 gew.% tetra-
<Desc/Clms Page number 5>
decanol gaven een gemiddeld aantal kammen, dat niet in de vorm kleefde, van resp. 9 en 41.
Voorbeeld II.
Polyamidekorrels werden op de wijze als aangegeven in
Voorbeeld I vermengd met 0,1 gew.% van de palimitinezure ester van hexadecanol en tot kammen gevormd. Het gemiddelde aantal¯,kammen, dat de vorm zonder kleven had verlaten, was 150.
Voorbeeld III.
Polyamidekorrels volgens voorbeeld I werden vermengd met
0,05,0,1 en 0,5 gew.% carnaubawas, waarna de korrels met dezelfde spuitgietmachine als in voorbeeld I tot kammen werden gevormd. Het gemiddelde aantal kammen, dat de vorm zonder kleven had verlaten, bedroeg resp. 140,150 en 150.
Voorbeeld IV.
Polyamidekorrels volgens voorbeeld I werden vermengd met
0,05,0,1 en 0,5 gew.% wolvet, waarna de korrels met dezelfde spuitgietmachine als in voorbeeld I tot kammen werden g evormd.
Het gemiddelde aantal kammen, dat de vorm zonder kleven had verlaten, was in alle gevallen 150.
Voorbeeld V.
Aan een inrichting voor de continue bereiding van hoogpoly- mere verbindingen, zoals beschreven in hét Britse octrooischrift 705 029, werd per tijdseenheid 10 kg # -caprolactam, gemengd met
0,1 gew.% fosforzuur en 5 gew.% water', als katalysator en
0,2 gew.% wolvet als smeermiddel, toegevoerd. De toevoer en eveneens de afvoer werden zodanig gereld, dat de reactiemassa gedurende ten minste 24 uren in het spiraalvormige kanaal bij ongeveer 260 C en gedurende ongeveer 6 uren in het tempereervat bij ongeveer 24000 verbleef.
Per uur werd uit het vat 10 kg polyamide met een intrinsieke viscositeit van 1,3 afgevoerd in de
<Desc/Clms Page number 6>
vorm van een draad met een doorsnede van ongeveer 2 mm. De vers. geëxtrudeerde draad werd door water geleid en tot korrels gehakt, waarna deze met water werden gewassen en daarna gedroogd.
De korrels werden met behulp van dezelfde spuitgietmachine als in voorbeeld I tot kammen gevormd. Gelen van de 150 kammen, die werden gevormd, kleefde inde vorm.