BE565332A - - Google Patents

Info

Publication number
BE565332A
BE565332A BE565332DA BE565332A BE 565332 A BE565332 A BE 565332A BE 565332D A BE565332D A BE 565332DA BE 565332 A BE565332 A BE 565332A
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
screws
cross
pump
power tool
sections
Prior art date
Application number
Other languages
English (en)
Publication of BE565332A publication Critical patent/BE565332A/nl

Links

Classifications

    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F04POSITIVE - DISPLACEMENT MACHINES FOR LIQUIDS; PUMPS FOR LIQUIDS OR ELASTIC FLUIDS
    • F04CROTARY-PISTON, OR OSCILLATING-PISTON, POSITIVE-DISPLACEMENT MACHINES FOR LIQUIDS; ROTARY-PISTON, OR OSCILLATING-PISTON, POSITIVE-DISPLACEMENT PUMPS
    • F04C2/00Rotary-piston machines or pumps
    • F04C2/08Rotary-piston machines or pumps of intermeshing-engagement type, i.e. with engagement of co-operating members similar to that of toothed gearing
    • F04C2/12Rotary-piston machines or pumps of intermeshing-engagement type, i.e. with engagement of co-operating members similar to that of toothed gearing of other than internal-axis type
    • F04C2/14Rotary-piston machines or pumps of intermeshing-engagement type, i.e. with engagement of co-operating members similar to that of toothed gearing of other than internal-axis type with toothed rotary pistons
    • F04C2/16Rotary-piston machines or pumps of intermeshing-engagement type, i.e. with engagement of co-operating members similar to that of toothed gearing of other than internal-axis type with toothed rotary pistons with helical teeth, e.g. chevron-shaped, screw type
    • F04C2/165Rotary-piston machines or pumps of intermeshing-engagement type, i.e. with engagement of co-operating members similar to that of toothed gearing of other than internal-axis type with toothed rotary pistons with helical teeth, e.g. chevron-shaped, screw type having more than two rotary pistons with parallel axes

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • General Engineering & Computer Science (AREA)
  • Rotary Pumps (AREA)

Description


   <Desc/Clms Page number 1> 
 
 EMI1.1 
 



  De uitvinding he1L á.-kk. oa een shroefpomp of   krachtwerktuig,   bestaande uit tenminste drie, in dezelfde richting, met dezelfde hoeksnelheid draaibare schroeven, die zodanig gevormd zijn en in elkaar grijpen, dat hun doorsneden met een willekeurig vlak loodrecht op 

 <Desc/Clms Page number 2> 

 
 EMI2.1 
 de Dompas resi. de as vaz lIGt aan elkaar raken en een figuur insluiten, waarvan de ogenblikkelijke oppervlakte met de plaats van het vIEL;: j'J.rieert van 0 tot een maximale waarde, waarbij de   opeenvolgende   doorsnede- 
 EMI2.2 
 figuren tezamen een of meer door d3 samenwerkende schroeven ingesloten ruimten vorien, die zich bij rotatie van die schroeven in de asricltin:s daarvan verplaatsen, zoals bekend uit het Amerikaanse oetrooiselirift 2 410 341. 



   Het   bezwaar   van deze inrichting is, dat zich   tenge-   volge van de telkens   variërende   doortochten van de inlaat en uitlaat discontinuïteiten in de   overgangen   van de inlaatleiding op de inlaat en van de uitlaat op de uitlaatleiding voordoen. In deze overgangen treden daardoor aanzienlijke stoot- en   wervelverliezen   op, hetgeen tot een slecht rendement van de inrichting leidt. Een ander bezwaar is, dat de inrichting als pomp een periodieke opbrengst heeft, terwijl ook de periodiek varierende uitlaatstroom bij toepassing 
 EMI2.3 
 als krachtwerktl1ig een nadeel is, wanneer men met deze uitlaatstroom een of meer bulpwerKtuizel1.'il aandrijven. 



   De uitvinding   beoogt   deze bezwaren tenminste   gedeel-   telijk op te heffen, waartoe de schroeven aan tenminste 
 EMI2.4 
 een einde van de pomp of het krachtwerktuig elk een gedeelte bezitten, waarvan de doorsnede die   aanvankelijk   door een door twee of meer   gelijke   cirkelbogen ingesloten   figuur -   wordt gevormd, naar het einde toe   geleidelijk   de cirkelvorm aanneemt.

   Door deze maatregel is de   doortocht   aan het be- 
 EMI2.5 
 trokken einde van de pomp .of het krachtwerktuir constant van vorm en oppervlakte. '-!(2-it is hierdoor ::'':0 -:.:clij;:: de 1:;.1resp. uitlaatleidjn% n;=í!erri; aan deze doortocht aan te passen zodat een vloeiende .oV5';E.116 v-i'1 deze leiding naar de pomp of het krachtr!8:r..ti.'ig wordt Y3r.i:re.reJ.1. bovendien wordt, wanneer deze itl(á.vC.'lcC1'rC.'Il V9.E de schroeven zich 

 <Desc/Clms Page number 3> 

 aan de uitlaatzijde bevinden, een meer constante stroom van het te verpompen medina resp. van het   afgewerkte   medium   verkregen.   



   Een verder   kenmerk   van de uitvinding   bestaat   daarin, dat de schroeven aan beide einden van een eindgedeelte zijn voorzien, waarvan de doorsneden geleidelijk in een cirkel overgaan. Hierdoor wordt behalve een meer constante uitlaatstroom, aan beide einden een vloeiende overgang van de in- en uitlaatleiding naar de in- en uitlaat   verkregen.   



     Bij   voorkeur worden vier samenwerkende schroeven met onderling evenwijdige assen toegepast. Volgens de uitvinding wordt dan een volkomen constante stroom van het in- en uittredende medium bereikt wanneer de in doorsnede variërende eindgedeelten van de schroeven een constante spoed bezitten en de lengten van deze gedeelten gelijk zijn aan de halve spoed, resp. veelvoud van deze halve spoed. 



   De uitvinding wordt hieronder nader toegelicht aan de hand van een aantal tekeningen, alsmede een mathematische afleiding van het   hierboven   aangegeven effect. 



   Fig. 1 toont een zijaanzicht van een der rotoren van de inrichting volgens de   uitvinding.   
 EMI3.1 
 



  Fie. 2 - Fig. 5 tonen dwarsdoorsneden van een inrichting, bestaande uit vier   samenwer-   
 EMI3.2 
 kende rotoren vol jeiaz fi. 1 Fig. 6 - Fit. 9 .tolle1 dezelfd'3 c1'viársdoorslY:;J,en als in fi-. 2. - 5, echtsr 12 8tnd, waarbij de rotoren 90  t.o.v. die volgens 1y< t ^- 5 zijn 'e!2?'-^Ch   ?ig.10   is een dwarsdoorsnede van het   eindgedeelte   
 EMI3.3 
 van een der rotoren v-:¯< d: inrichting vol- gens de   uitvinding.   

 <Desc/Clms Page number 4> 

 



   Fig.   11   is een dwarsdoorsnede van het eindgedeelte van de inrichting volgens de uitvinding, bestaande uit vier   roteren   volgens fig. 10. 



   Fig. 12 ie een   grafiek   die het verband   aangeeft   tussen de per tijdseenheid door de overgangs- doorsnede stromende hoeveelheid medium en de tijd. 



   Fig.12a, 12b en 12 c geven een aantal krommen weer waaruit de grafiek volgens fig. 12 is op- gebouwd. 



   Fig. 13 is een grafiek die het' verband aangeeft tussen de tijd en de volumeverandering per tijdseenheid van het eindgedeelte van de inrichting volgens de uitvinding. 



   Fig. 14 is een aanzicht van de wijze waarop de ro- toren volgens de uitvinding onderling zijn gekoppeld. 



   In Fig. 1 is   1   het hoofdgedeelte van de rotor, waarvan de opeenvolgende dwarsdoorsneden congruent en in de asrichting   met . een     sp'oedhoelc   van b radialen per lengteeenheid in de asrichting t. o.v. elkaar zijn ge- tordeerd. Deze dwarsdoorsneden worden gevormd door de ingesloten figuur van twee gelijke   kwartcirkels.   



   Van dit hoofdgedeelte, dat   overeenkomt   met een complete rotor volgens het bovengenoemde Amerikaanse Octrooischrift is in de tekening een deel aangegeven, waarvan de lengte gelijk is aan de spoed 2Ò. Bij sa- b menstelling van vier van deze hoofdgedeelten tot een pomp   sluiten,willekeurig   gelegen dwarsdoorsneden van deze rotoren, zoals bekend, een figuur in, waarvan de .oppervlakte bij draaiing van de rotoren in   énzelfde   richting varieert van nul   (vergelijk     fig.'   3 en fig. 6) tot een maximum   (vergelijk   fig. 2 en fig. 7). 

 <Desc/Clms Page number 5> 

 



   Tussen een tweetal op de as van de pomp gelegen punten, die een.afstand gelijk aan de halve spoed (Ò/b) van elkaar verwijderd liggen, sluiten de samenwerkende rotoren een   ruimte   in die zich bij rotatie van de pomp in de asrichting   verplaatst   en tenslotte aan de uitlaatzijde van de pomp opent. Deze verplaatsing geschiedt met een snelheid w/b waarbij w de hoeksnelheid in rad/sec van de rotoren is. 



   In het weergegeven   uitvoeringsvoorbeeld   is het hoofdgedeelte van een rotor aan de uitlaatzijde van een eindgedeelte 2 voorzien, waarvan de opeenvolgende dwarsdoorsneden eveneens met een spoedhoek b rad/sec t.o.v. elkaar zijn getordeerd. 



   Deze opeenvolgende dwarsdoorsneden zijn   achter   niet congruent maar nemen naar het uitlaateinde toe geleidelijk de cirkelvorm aan. In fig.   1   is de lengte van het eindgedeelte gelijk aan de halve spoed (Ò/b ). 



   Fig. 3 toont voor een bepaald tijdstip de dwarsdoorsnede aan het op het hoofdgedeelte van de pomp aansluitende einde van het eindgedeelte. De door de samenwerkende dwarsdoorsneden van de rotoren ingesloten figuur is op dit tijdstip nul. 



   Fig. 4 toont voor hetzelfde tijdstip een dwarsdoorsnede door het midden van het eindgedeelte van de   Domp.   Deze dwarsdoorsnede ligt op een afstand      van de doorsnede volgens fig. 3 verwijderd. De betreffende doorsneden van de samenwerkende   retoren   zijn dus 90  t.o.v. die volgens fig. 3   getordeerd,   zodat de oppervlakte van de door hen ingesloten   figuur     op   het   beschouwde   tijdstip ¯maximaal is. Deze maximale oppervlakte is echter kleiner dan die   welke   wordt ingesloten door de   dwarsdoor-   sneden van de rotoren in het hoofdgedeelte van de pomp resp. aan het begin van het eindgedeelte   (vergelijk   fig. 2 

 <Desc/Clms Page number 6> 

 en fig. 7). 



   Bij draaiing van de in fig. 2 - 5 in verschillende dwarsdoorsneden weergegeven pomp over 90  verkrijgt men de overeenkomstige dwarsdoorsneden volgens fig. 6 - 9. 



  De ingesloten figuur die in fig. 3 minimaal n.l. nul was, is in fig. 7 maximaal geworden. 



   Voorts is de ingesloten fig., die in fig.   4 maximaal   was, in fig. 8 minimaal geworden. Dit minimum is echter niet, zoals bij de doorsnede volgens fig. 3, gelijk aan nul. 



   De variatie in oppervlakte van de volgens fig. 4 en 8 ingesloten figuur is dus kleiner dan in het hoofdgedeelte van de pomp. Deze variatie neemt, vanaf het begin van het   eïndgedeelte   af geleidelijk af tot hij aan het   uitlaateinde,   waar de doorsneden van de rotoren cirkels geworden zijn (zie fig. 5 en 9), die een constante figuur insluiten, tot nul is gereduceerd. 



   Het gedrag van   de.inrichting   volgens de uitvinding en in het bijzonder van het eindgedeelte daarvan wordt thans aan de hand van een   wiskunsige   beschouwing nagegaan. 



   Fig. 10 laat zien dat een willekeurige dwarsdoorsnede van een rotor volgens de uitvinding begrensd wordt. door vier   kwartcirkels   met middelpunten A,   B,   C en D en stralen resp. s, r, s en r. 



   De middelpunten A, B, C en D worden   gevormd   door de hoekpunten van het vierkant ABCD met zijdelengte r - s. 



  Het is duidelijk dat de   kwartcirkels   in de overgangspunten een gemeenschappelijke   raaklijn   bezitten. De rotor   volgens -   de uitvinding is verder zodanig geconstrueerd dat voor   elke   dwarssnede r + s gelijk is aan een constante a. 



   Een viertal rotoren volgens fig. 10 zijn nu   samen-   gesteld tot een inrichting volgens fig. 11. De punten A en D en het middelpunt E van het vierkant   A@CD   in fig. 10 

 <Desc/Clms Page number 7> 

 
 EMI7.1 
 zijn daarbij resp. ter8cht '..)1:0111 en in Ce punten P, T en :19 Q, U en L; TI, V en 1. S, 'J en N in fiéy. 11. De vier rotoren zijn iii iivo 11 zodanig geplaatst dat de korte assen van hun dwaI'sdoors.i.1'3dell een willekeurige hoek raken Met de diagonaal van het vierkant ilLim met' zijde a door hun middelpunten.

   De 1'-'11"<> resp. korte assen van de doorsneden van   twee     opeenvolgende     retoren     staan   steeds   loodrecht op elkaar, terwijl de assen van de retoren de @   
 EMI7.2 
 opstaande ribben vau een r:=wl:)4,ti; vierzijds-e prisma vormen. 



   In de   eerste     plaats   wordt thans bewezen dat twee   opeenvolgende   ovalen   elkaar   in   elke   stand   raken.   Het is hiervoor voldoende .dit te   bewijzen   voor   o #     Ó#Ò/2.   De 
 EMI7.3 
 vierhoek 1<IL QV is een :parall3lo:ram, want "InT en QL zijn gelijk (11l. beiden ,"elij> aan de afstand van het middelpunt van een. liwartC7.x'!l tot het middelpunt van de bij-   behorende     rotordoorsnede)   en   evenwijdig   (want ze liggen langs de korte resp.   lane   as van twee opeenvolgende 
 EMI7.4 
 rotordoorsn0den).

   Dus Vi=LïC=a=r- s. het blijft nu dat de rechten door V die een   hoek     #Ò/4   net VM   maken     juist   de rechten door V zijn, die de 
 EMI7.5 
 ln<.;ar tr i 1>kel met middelpunt V snijden, evenzo zijn de rechten door Q die een hoelc 6 f!'1et ;?1 maken juist de rechten door Q die de kwa-rtcirkel aet middelpunt .Q. snij-   den.   
 EMI7.6 
 



  L' i - 4 ' - dL-s/i. = '2 T 4 4 T, dus L = /VQH = f- io V ,-,,-,'lOOY'; (11"" d;of beide in de 1...:1. z.5.' Vl,- - 4 ..ol,. ... .,........ .-' 
 EMI7.7 
 VOxlO alinea z::::n08:.>:1':o h'¯l.':l0l"J :',:c;-'-t?l. 



  Derhalve snijdt VQ de oeid.3 -;'eno.'::'cl::: .::.roii'.1^" -Da 7,-o*3ve-,i "'AVO),.":J'::>'11 tGlu,   '(T-'J=y..i", l ;cï' -"1 "..¯^-.' d 37 e --- v" q, 2- t - '!3 '2l.E'2! ra:eil. Th;'..":: r"".:en 2lD t""l03e o:?ocnvolf"Jl1.clc av.l .r¯ el"::s.o..r. 

 <Desc/Clms Page number 8> 

 



   In het   bovenstaande   zijn de doorsneden van de rotoren met een vlak loodrecht op de   @ssen   beschreven. 



  Deze doorsnede hangt af van de gekozen hoek en b.v. de straal r. Een   beschrijving   van de gehele inrichting wordt dus verkregen   wanneer   aange geve; wordt hoe   #   en   r afhangen   van de (van teken   voorziene)   afstand 3 van de doorsnede tot een vast te kiezen doorsnede. Als vaste doorsnede wordt de overgang van het hoofdgedeelte naar het eindgedeelte van de inrichting   gekozen..Laat   de afstand z nu variëren van-p tot +h, waarbij z=h geldt voor de einddoorsnede van het eindgedeelte van een rotor en z=-p geldt voor de begindoorsnede van het hoofdgedeelte van die rotor (zie fig. 1).

   Zij f(z) een functie van z, die gedefineerd is en monotoon afneemt van 1 tot 0 voor   o#z#h.   r(z) wordt dan als volgt bepaald: r(z) = a als   -p#z#O;   r(z) = 1/2a(1+f(z)) als   o#z#h;   Is r(z) bepaald dan is ook s=s(z) bekend wegens r+s=a. 



  In het bijzonder geldt nog: (r2-s2 = a2   f(z))  
De functie die behalve van z ook van de tijd t afhangt moet nu aan de volgende voorwaarden voldoen: 
 EMI8.1 
 ; b ; 2 ; 15-t = - W, waarbij z de spoedhoek in rad/lengteeenheid en w de hekensnelheid in rad/sec van de rotoren is. Uit 1  en 2  volgt   dat # op   een additieve constante na   gegeven   wordt door 
 EMI8.2 
   De   holten in de pomp verplaatsen zich dus met een snelheid w/b. 



   In het bovenstaande is vastgesteld dat de stand en vorm van de doorsneden van de rotoren met een vlak loodrecht 

 <Desc/Clms Page number 9> 

 op de assen afhangen van Ó en r. De oppervlakte van de door deze doorsneden   omsloten   figuur wordt aangegeven 
 EMI9.1 
 riet 7( r , C7 ) , welke functie hieronder wordt bepaald. 



     Voorlopig,   wordt aangenomen   o#   Ó<Ò/2.   Zij E   de   oppervlakte   van de   achthoek     PUQVRWST.   Dan is: 
 EMI9.2 
 E=opp 0 vi er1;:3.11 t PQRS -- 4 opp . drieho ek PUQ = Po 2 4- 2.PU.QU.sin zut. 



  Wegens PU = r-J-s, QU = r-s en PU, 2 9(j-rn-rners KL//PU) is: . 



  P2=(r-s)2-(r- s)2-2(rs) (r-s)sin=2(r2s2)-2(r2-s2)sin(p. 



  Dus: E = 2(r 2+s2 2(r2--s2) sin - 2(r-s) cos cp , Verder is : v 
 EMI9.3 
 D(r, lf ) = E-4- oppnsec-tor XUY - 4 opiJ. YQZ.   Dus :    
 EMI9.4 
   Om   nu de waarde van D(r,Ó) voor willekeurige waarden van Ó te verkrijgen wordt opgemerkt dat D(r,4) ten duidelijkste periodiek in 4 is mod Ò en verder een even functie van 4 is. Voor willekeurige 4 wordt gesteld: 
 EMI9.5 
 fl = <1 - K J# : +1 , waarin j 'z het grootste gehele getal aangeeft, dat 6 é : 1- is . 



  Dan verschillen en feeiz veelvoud vande is bovendien - µ4Lfl < 
 EMI9.6 
 Tenslotte is dan.: 
 EMI9.7 
 waarbij: 
 EMI9.8 
 Hieruit   blijkt   dat D(r, 4) de son is van twee termen, 

 <Desc/Clms Page number 10> 

 
 EMI10.1 
 waarvan de eerste alleen va?". r J.l:i13.l1gt .:, t:,,} tweede liet product is van een functie v. J r 0n 00-' .... ,.lc.;';;j.G van <j9 . 



  Deze laatste functie, fiq2) , u,¯,t v.m ,:;:a t af krachtens Cp 9( Z ' t ) b ( Z t't). 



  Hierbij wordt a :: ert dat: 
 EMI10.2 
 1 n r (CP) diz = {1 7 <q2<z,t  as = 0 voor alle t, als h gelijk is aan Ò/b   (vergelijk   fig. 1 waarin de   lengte   van het eindgedeelte   gelijk   is aan Ò/b) of   een   veelvoud van Ò/b. 



  Immers is dan: 
 EMI10.3 
 
 EMI10.4 
 omdat /.(cl) periodiek is mod y en verder ondat 
 EMI10.5 
 Uit het hierna volgende zal   blijken   dat de hoeveelheid uit. het eindgedeelte stromende   medium     constant   is, indien bij lineaire afname van f(z) van 1 tot   O   als z varieert van 0   @   tot h,   @   h gelijk is   aan of   een veelvoud daarvan. 



  (hierbij wordt   opgemerkt,   dat voor deze   naarden   van h 
 EMI10.6 
 r=S=a. en dus de eil1ddoorsneacLl V2H de retoren cirkels zijn die tezamen een figuur va:-1 co,istante ¯í0a1'i: -1'1""""''''''''') Zij V(t) het VOl1-11TIe ten ti¯'de t van ¯¯a di.!.léi.:::Ji'3el tG tussen de vlakken z=0 en z=h. Zij ,(t) de v/aarde 7::''.:'-:' D(r,ó9) op de plaats z=0 ten tijde t. Dan '.'for.J.t de hoeveelheid v. .oeistof die per tijdseenheid door t itLi.We van de pomp stroomt, gegeven door de ui tc1I'l.L:.L:il1..;': 

 <Desc/Clms Page number 11> 

 
 EMI11.1 
 B(t)v - vp (-t) . 



  De eis is nu dat deze u.itd.rL4<iaing constant is. Nu is wegens r=a en s=0 voor z=0 en V= : 
 EMI11.2 
 B(t)v=vD(r(0),f(i,t))=(2- )a2v-2a2v%(Ci(O,t)).-¯-¯¯¯¯¯) h Verder is V(t)D(r(z), 9'(z,t))dz, dus V.I (t)1 t-i D(3'(Z),p(Z,t))dZ / 2(r2-s2) -}>t T( CP) ,. o Vlegens 7(   -v z 7if> en r2-s2 - a2f(z) is: V' (t) ¯ -v 2(r-s) 2 '0 q-" 0 2 2 c;-' 4- 2\T (- cY (o po h 2a2v/(C7(O,t))?- 2a2v%¯ f'(z) ().dz.---¯¯¯¯¯¯2) Ü 
 EMI11.3 
 waarbij gebruikt is dat r c -s c =0 voor z=h en r-s=a voor z=0. Van de vergelijking 2) is de tweede term n.l. 2au / fl (z) 7<CP)dZ gelijk aan 0. 



  Immers daar fez) een lineaire functie is, is f'(z)=constant. 



  11 Verder werd hierboven reeds vastgesteld dat/r( ) dz=0 voor alle t, wanneer h = os e en veelvoud daarvan. 



  De hoeveelheid uit de inrichting volgens de uitvinding stromende medium is dus: Jj(t)v - V'(t) ¯ (2- )a2 b = constant. 



  In fig.12 is het verband tussen 0(t)V (cL i. da hoeveelheid medium die door de ovel::'?¯1S0oor;:uGd..; tussen 1;et hoofd- en eindgedeelte stroomt) en cp in Ja:fi2: gebracht. Daar voor hot eindgedeelte ;elc.ït: ¯ - c.a.7t, brengt deze grafiek dus tevens het verband tunsen J( t) V en de tijd t in beeld. Deze grafie.: stelt de ":ro;::l'le7(cp(O,t) voor, vermenigvuldigd met de constante factor 2.:t"'v en 

 <Desc/Clms Page number 12> 

 
 EMI12.1 
 vermeerderd met de constante r 2 - -)1.;T (zie ver'3- 
 EMI12.2 
 2 
 EMI12.3 
 1'," 1)). Ter verduiden.. 1;is r""', , <i.> '>i "'1' "1 1 2a, 12b en 12c de knaarden i ¯c de -bergen cos 19'11 ' -sinlCf11 en 14'11 van de f u.. tie 7 <?(..-, t) te.::E:l1 cpuitezet.

   Hierbij dient n .lL1- 00. ,2:-:.::ol'161 te worden dat Cf1 = f-7lbffi'a.) waarin [if+;] het roctst gehele ..:0tal aangeeft, dat jf +- é  is en waarbij CP1 en 1f2 een veelvoud van verschillen en - Cf1 <. is. 



  In fig. 13 is tenslotte het verloop van de vol28veranderin van h0t oin6óêdeelte naarfi2r es . t .ayeeven. 



  "lerdeliji=1.% van fi,;. 12 en 13 laat zien dat de volUL"Jeveranderit.L3 van het eind gedeelte positief is gedurende de perioden dat de hoeveelheid 3(t)v boven het ..0uiddelde (zie streeplijn in fig. 12) li,it. 



  Daar de krOlliil1e:i.1 van fi2;' 12 en 13 congruent zijn, is de totale volunietoenaue van het ei=:dyedeelte gedurende b.v. het tijdsverloop t2-t1 .;lijlc aan het overschot aan 
 EMI12.4 
 B(t)v. (zie het gearceerde gedeelte in fi'.12) in hetzelfde 
 EMI12.5 
 tijdsverloop. Dit betekent dat dit ov.rschot geheel wordt ong.enomen door het eind,:2:-3deel te. Zodra :D( t)v tot beneden het gemiddelde daalt, wordt 0..:: irOl'JI:"lev'3r9,:1d.erj:!.' T'?;"J 1< e 4'lTldyedeelte ne:'2tief. T.?t O.L1V'?:i';::eJ.t '= o ':",no"'t3J1 oV3rrC;]'0t aan '38t)v wordt nu weer 2:f zest2.an en vor!''''t een 00"1:' A1VJ8,tt , van het tekort a.in ?3(t)v gedurende ''lot J--"t4sv9rloo:n t3t. 



  De in fin, 12 getekende streeplijn -';38ft dus int rlec#xtq :t: :':'ê;11iddelde aan, naar 8t3l t tevens h3t constante V:Jr1ooT.' van de mediirn stroom aan do uitl-3.r.tzid- irj,¯i t":.t ..:L;d.,ed-:;3lte 
 EMI12.6 
 voor. 
 EMI12.7 
 



  Tn het bovenp+aande i-' C,--l c, 1" i T' r", .,.,l" - 'C"71' ,.,.,...1--- .., '''1' l' een uit vier ^-.¯'l?f2;':2r'¯ ¯¯¯. lot':)l'3¯:. ',3staan':"L:: inrichtingbeschreven. C>7 T3Mer¯¯t ''-O1'. u echter dat 0.::'7 31fde Y"3f:"ll"8.t<::1l kunsten worden bereikt et drie ''''e.:::1e:r:!Cr:':3i11e rotoron, in 

 <Desc/Clms Page number 13> 

 
 EMI13.1 
 welk geval een viÏllelceEri58 dwarsdoorsnede van een rotor begrensd wordt door sas 1/G cirkels, wGll:e cirkelgedeelten naar de uitlaatzijde van het eindgsdeelte geleidelijk in een eI1l>:el e cirkel overgaan, 1¯et hoofdgedaeltj van de inrichting volgens de uitvinding \:Lm voorts uit gedeelten met verschillende epoed bestaan, zodat in dit hoofdedeelt8, al naar de bestex:

  1ill.j van de inrichting coapressie rasj expensie van het doorstromende meditul kan plaatsvinden. liet is verder duidelijk dat, evenals bij de bekende inrichting, samenvoeging van neerdere stelsels van drie of vier rotoren tot een meervoudige ponp of krachtwerktuig mogelijk is. 



  Tenslotte is het Mogelijk een pomp te construeren waarvan de rotorassen niet, zoals in het gegeven ui tvoe:r'in,5svoorbeeld het geval is, evenwijdig lopen, maar elkaar snijden of eventueel cruisen. 



  Fig. 1±1. geeft een afbeelding van de wijze waarop de verschillende rotorassen met elkaar kunnen worden gekoppeld. 



  Let 3 zijn de t,.lí?d?1 van de assen van vier samenwerkende retoren aangegeven. Deze assen zijn op de gebruikelijke 'en daa20'ou! in de tekening niet weergegeven wijze in legers ondersteund. 



  De aseinden 3 zijn eL.: van een :n1.lc 4- voorzien. De r>1't'.ii.lrexl 4 hebben alle dezelfde lengte en zijn act hun vrije einden door middel vun kruktappen 5 in en 1- 1 e 1#*. a ; c f.'.l'3gerd. Dit lichaam 6, dat in i i = -t .:.;:.; ,..;V:;"l vD . l "¯l' sen plaat bestaat, T''D1:'.?t da koppij-1- - c# -q* 1 ':''Jt'lrcc8s'3.1. 



  De plaat 6 voert dus e'J: -r.-;-1-;¯ .1;,;-1, r.-; 1:,it, waarbij elk punt sen cirkel :JJscl'3'i::"-I;, waarvan de straal ewl"¯ i3 aan de lengte van en 1-c':'1I"" 1. 



  ?ij toepassing V'lll de inrichting vQl'/'en:? de 1l1:V1- 

 <Desc/Clms Page number 14> 

 ding als pomp kan men volstaan met een der assen aan te drijven. Het is echter ook   mogelijk   de plaat 6 de 
 EMI14.1 
 zoeven genoemde translatiD0weJin mede to delen; de aandrijvende as 7 wordt   hiertoe   van een   kruk   8 voorzien, waarvan de lengte gelijk is aan dia van een   krul-   4 en waarvan de kruktap 9 in de plaat   6   is gelegerd. 



  Bij toepassing als krachtwerktuig kan het   ontwikkelde   vermogen hetzij van een der rotorassen hetzij van de krukas 7, 8 worden afgenomen. 



   Deze wijze van koppelen der rotorassen heeft het voordeel dat hierbij minder kans op trillingen bestaat dan bij de bekende inrichtingen, waarbij de assen door tandwielen worden   gekoppeld.   
 EMI14.2 
 



  Voorts is de nieuwe koproelwijze minder gecompli- ceerd, hetgeen vooral spreekt bij   samenvoeging   van meerdere stelsels tot een meervoudige pomp of   krachtwerktuig.   



   Het is duidelijk dat in plaats van   krukken   4 en 8 ook excentriekschijven   gebruikt     Kunnen   worden. 
 EMI14.3 
 



  In het getekende uitvoerinósvoorbeeld is orn de as- binden 3 een ring 10 aangebracht. Deze ring heeft tot taak, vooral bij hoge toerentallen van de rotoren, de 
 EMI14.4 
 naar buiten gerichte druk op de rotoraslegers os ta nemen. 



  De aseinden 3 dienen zich hierbij langs de binnenomtrek van de ring 10 afrollen. De ring 10 kan hiertoe in een passende   ligplaats   in het huis van de inrichting b.v. met rollen draaibaar worden ondersteund.

Claims (1)

  1. EMI15.1
    C O N C L U S I E S 1. SchroeIl10m}? of raC?tzJJC-riïtl:.7..L;, bestaande uit tenminste drie in dezelfde richting, met dezelfde s!Oi:iï=11E?l'lelQ. draaibare schroeven, die zodanig ;eVO='lcr. zijn en in elkaar grijpen, dat hum doorsneden met een EMI15.2 willekeurig vlak loodrecht o? de pompas resp. de as van het krachtwerlctuig aan elkaar raken en een fijuur insluiten, waarvan de ogenblikkelijke oppervlakte met de plaats van het vlak van 0 tot een maximale waarde, EMI15.3 waarbij de.
    opeenvolgende doorsnedefi2ren tezamen een of meer door de samenwerkende schroeven ingesloten ruimten vormen, die zich bij rotatie van die schroeven in de asrichting daarvan verplaatsen, met het kenmerk,' dat de schroeven aan tenminste een einde van de pomp of het krachtwerktuig elk een gedeelte bezitten, waarvan de doorsnede, die aanvankelijk door een door twee EMI15.4 of meer gelijke cirï e1 io"em ingesloten figuur wordt gevormd, naar het einde toe geleidelijk de cirkelvorm aanneemt. EMI15.5 Schroefpomp of krachtwerktuig volgens conclusie 1 , met het kenmerk,
    dat de schroeven aan beide einden van een eindgedeelte zijn voorzien, waarvan de doorsneden geleidelijk in een cirkel overgaan. EMI15.6
    3. Schro efJ;Joll1]! of krachtwerktuig volgens conclusies - 2, mat vier 'sc:rro8ve1 en onderling' et'Gtl.'J1j'W¯.;G schroef-as'5en, met het ¯:í?l:?I01'¯á, dat de 1.a ':', -;0:1.'8 ,1 0; :1.::, TT¯'.,¯'1.':i1C(3 einc1..;odGel ten van de schroeven .C:¯1 COX3té",!'i;"3 3;o::d bezitten en da lengten van deze ¯,'d.'.2',:.!. uf?17.. zijn aan de halve spoed, res:p. veelvoud van daz2 ha.lv3 e ap o e d .
    4. PO:'1:!} of krachtw8rh:tui' vo],¯;e..;s conclusie 1 of 2, -met het :--:11;:.18rj:, dat de assen va21 d:c: schroeven elkaar snij- den of bruisen. <Desc/Clms Page number 16> EMI16.1
    5. Pomp of :krachtwer:ct1:i6 voljC::l1s conclusies 1-4, met het k.;mierk, dl-,t de schrOGf'lSSej1 aan tel minste des oindsn elk van een evJii 3'ro'be kruk of excentriek zijn voorzien, waarbij de verschillende ±rvlrli:--:::l Z'Gs:9. e::c vl1tri8l:en all;:: draaibaar verbonden zijn :-.1et edl de; ,ee=1sciiaiJipeliji; kO:P:9,ellichaaJ1 en alle dezelfde stand in de ruimte innemen.
BE565332D BE565332A (nl)

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE565332A true BE565332A (nl)

Family

ID=185883

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE565332D BE565332A (nl)

Country Status (1)

Country Link
BE (1) BE565332A (nl)

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE1298885B (de) * 1961-12-07 1969-07-03 Bau V Industrieanlagen Foerder- und Mischvorrichtung mit Schnecken

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE1298885B (de) * 1961-12-07 1969-07-03 Bau V Industrieanlagen Foerder- und Mischvorrichtung mit Schnecken

Similar Documents

Publication Publication Date Title
RU2182695C2 (ru) Массовый расходомер, использующий эффект кориолиса, с одним ротором, имеющим гибкий чувствительный элемент, и способ эксплуатации этого расходомера
DE69625184T2 (de) Coriolis-massendurchflussmesse mit konzentrischen rotoren
BE565332A (nl)
Jaffer et al. Experimental validation of numerical simulations of the kneading disc section in a twin screw extruder
US3248945A (en) Viscosity compensated turbine flow meter
US3482446A (en) Fluid meter
Csanady Radial forces in a pump impeller caused by a volute casing
US5728950A (en) Fluid flowmeter
US2084111A (en) Axial flow fan or pump
KR101800709B1 (ko) 오벌 유량계의 정확도 향상을 위한 최적 설계 방법
Fomin et al. Gas flow in a multistage turbomolecular vacuum pump
RU2651911C1 (ru) Центробежный насос
Lynn et al. Prediction of centrifugal pump performance on theoretical and experimental observation at constant speed of impeller
RU2692941C1 (ru) Рабочее колесо центробежного насоса для газожидкостных сред
SU286263A1 (nl)
CN101341379B (zh) 用于流体计量器,特别是水计量器的涡轮
RU2324547C1 (ru) Дебалансный вибровозбудитель
KR102955386B1 (ko) 정확한 사인파 유량을 구현하는 맥동펌프
Oliveira et al. Analytical and experimental modeling of a viscous disc pump for MEMS applications
US3145566A (en) Meter for measuring the rate of flow by weight of a fluid
RU2776167C2 (ru) Турбинный счетчик
Bataineh et al. Double-disk rotating viscous micro-pump with slip flow
Nuernbergk Design Flow and Examples
Khaing et al. Design of Single Suction Centrifugal Pump and Performance Analysis by Varying the Speed of Impeller
Maqableh Mathematical modelling of partially filled fluid coupling behaviour