BE597461A - - Google Patents

Info

Publication number
BE597461A
BE597461A BE597461DA BE597461A BE 597461 A BE597461 A BE 597461A BE 597461D A BE597461D A BE 597461DA BE 597461 A BE597461 A BE 597461A
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
gasoline
process according
hydrogenation
catalyst
cracking
Prior art date
Application number
Other languages
English (en)
Publication of BE597461A publication Critical patent/BE597461A/nl

Links

Classifications

    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C10PETROLEUM, GAS OR COKE INDUSTRIES; TECHNICAL GASES CONTAINING CARBON MONOXIDE; FUELS; LUBRICANTS; PEAT
    • C10GCRACKING HYDROCARBON OILS; PRODUCTION OF LIQUID HYDROCARBON MIXTURES, e.g. BY DESTRUCTIVE HYDROGENATION, OLIGOMERISATION, POLYMERISATION; RECOVERY OF HYDROCARBON OILS FROM OIL-SHALE, OIL-SAND, OR GASES; REFINING MIXTURES MAINLY CONSISTING OF HYDROCARBONS; REFORMING OF NAPHTHA; MINERAL WAXES
    • C10G45/00Refining of hydrocarbon oils using hydrogen or hydrogen-generating compounds
    • C10G45/32Selective hydrogenation of the diolefin or acetylene compounds
    • C10G45/34Selective hydrogenation of the diolefin or acetylene compounds characterised by the catalyst used
    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C10PETROLEUM, GAS OR COKE INDUSTRIES; TECHNICAL GASES CONTAINING CARBON MONOXIDE; FUELS; LUBRICANTS; PEAT
    • C10GCRACKING HYDROCARBON OILS; PRODUCTION OF LIQUID HYDROCARBON MIXTURES, e.g. BY DESTRUCTIVE HYDROGENATION, OLIGOMERISATION, POLYMERISATION; RECOVERY OF HYDROCARBON OILS FROM OIL-SHALE, OIL-SAND, OR GASES; REFINING MIXTURES MAINLY CONSISTING OF HYDROCARBONS; REFORMING OF NAPHTHA; MINERAL WAXES
    • C10G2400/00Products obtained by processes covered by groups C10G9/00 - C10G69/14
    • C10G2400/02Gasoline

Landscapes

  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Oil, Petroleum & Natural Gas (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Chemical Kinetics & Catalysis (AREA)
  • General Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Organic Chemistry (AREA)
  • Production Of Liquid Hydrocarbon Mixture For Refining Petroleum (AREA)

Description


   <Desc/Clms Page number 1> 
 



    "WERKWIJZE   VOOR HET SELECTIEF   HYDROGENEREN   VAN DOOR KRAKEN VERKREGEN DIEENHOUDENDE BENZINES" 

 <Desc/Clms Page number 2> 

 
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het selectief hydrogeneren van door kraken verkregen dieenhoudende benzines. 



   Uit het Amerikaanse octroischrift 2.742.518 is het reeds bekend benzines, die bij het kraken van petroleum- residuen zijn verkregen, selectief te hydrogeneren door deze tezamen met een nafteen-rijke benzine over een   chromietkata-   lysator te leiden. Bij deze behandeling, die bij temperaturen tussen ongeveer 200 C en   340 C   plaatsheeft, worden de in de kraakbenzine aanwezige alkadienen en alkynen tot alkenen ge- hydrogeneerd. De voor de hydrogenering benodigde waterstof ontstaat onder de genoemde behandelingscondities door dehydro- genering van toegevoegde nafteenkoolwaterstoffen. 



   Een bezwaar van deze bekende werkwijze is, dat de hydrogenering van de in de kraakbenzine aanwezige alkadienen en alkynen bij hoge temperatuur wordt uitgevoerd. Deze hoge reac- tietemperatuur is noodzakelijk omdat naftenen beneden   200 C   geen waterstof afsplitsen bij toepassing van chromietkataly- satoren. Onder deze condities wordt echter de selectiviteit ten aanzien van de hydrogenering van de   diënen   en alkynen on- gunstig   beïnvloed,   d.w.z. er zal tevens een deel van de reeds aanwezige of van de gevormde alkenen worden gehydrogeneerd. 



  Als gevolg hiervan treedt niet alleen een hogere waterstof-   consumptie   op, doch tevens is het verkregen   produkt   voor toe- passing als motorbrandstof van geringere waarde aangezien de gevormde verzadigde koolwaterstoffen een lager octaangetal dan de overeenkomstige alkenen   bezitten.   Verder worden bij deze hoge temperaturen onvermijdelijk en in sterke mate poly- merisatie- en condensatieprodukten gevormd, zowel door reactie van alkadiënen en alkynen onderling als door reactie van deze 

 <Desc/Clms Page number 3> 

 verbindingen met alkenen. Hierdoor   treedt   een verlaging van het rendement aan   geraffineerd   produkt op.

   De polymerisatie- en condensatieprodukten-hebben de neiging zich op de kataly- sator af te zetten, waardoor deze al spoedig geheel of gedeel- telijk onwerkzaam wordt gemaakt. 



   Bovendien treedt de polymerisatie van instabiele be- standdelen reeds op tijdens de verdamping en verwarming van de benzine, hetgeen een snelle vervuiling van de hierbij gebruikte apparatuur ten gevolge heeft. 



   Dezelfde bezwaren worden aangetroffen bij het proces ter verwijdering van   alkadiénen   e.d. uit door kraken verkre- gen   koolwaterstofolién,   dat beschreven is in het Amerikaanse octrooischrift 1.889.388. Hierbij leidt men deze koolwater- stof oliën in de dampfase bij temperaturen boven   191 C   over een chromiet bevattende katalysator, met het oogmerk aldus een selectieve polymerisatie van   alkadiénen   e. d. teweeg te brengen. 



   De onderhavige uitvinding doet nu een werkwijze aan de hand om door kraken verkregen dieenhoudende benzines op zodanig selectieve wijze te hydrogeneren, dat geen of prak- tisch geen van de hierboven gesignaleerde bezwaren optreden. 



   De uitvinding nu heeft betrekking op een werkwijze voor het selectief hydrogeneren van door kraken verkregen dieenhoudende benzines, welke hierdoor is gekenmerkt, dat een bij het thermisch kraken van een koolweterstofolie met een eindkookpunt van ten hoogste ca 250 C verkregen dieen- houdende benzine of een fractie daarvan, bij een tempera- tuur van ten hoogste   150 C   en onder toevoeging van waterstof, met een chroomoxyde bevattende katalysator in contact wordt gebracht, waarbij de benzine of benzinefractie ten minste gedeeltelijk in vloeistoffase aanwezig is. 

 <Desc/Clms Page number 4> 

 



   Opgemerkt wordt, dat de verwijdering van alkadienen, alkynen en dergelijke noodzakelijk is, aangezien benzines door de aanwezigheid van deze zeer reactieve onverzadigde ver- bindingen uiterst instabiel zijn en daarom als zodanig onge- schikt zijn om bijvoorbeeld als component voor motorbrand- stoffen te worden toegepast. Dergelijke zeer reactieve ver- bindingen komen voor in benzines die door thermisch kraken zijn verkregen. 



   De onderhavige werkwijze heeft in het bijzonder betrekking op de behandeling van door thermisch kraken met stoom verkregen benzines of fracties daarvan. Deze benzines zijn van een bijzonder type in zoverre dat zij enerzijds door de aanwezigheid van een naar verhouding zeer hoog ge- halte aan sterk onverzadigde koolwaterstoffen uiterst in- stabiel zijn, terwijl zij anderzijds door een hoog percentage aan aromatische verbindingen en alkenen met een hoog octaan- getal bijzonder waardevolle en op zichzelf stabiele motor- benzinecomponenten bevatten. 



   Opgemerkt wordt, dat als uitgangsprodukt voor de door stoomkraking verkregen benzines bij voorkeur worden toege- past koolwaterstofoliën, die relatief rijk zijn aan ali- fatische koolwaterstoffen. De stoomkraking wordt in het algemeen uitgevoerd bij temperaturen tussen ca 550 C en ca   900 0,   bij voorkeur tussen   75000   en   800 C   en bij voorkeur bij een druk beneden ca 5 atmosfeer absoluut. Aan stoom worden meestal 0,1-10 gewichtsdelen, bijvoorkeur ca 1 gewichts- deel per gewichtsdeel uitgangsmateriaal toegepast. De stoom- kraking wordt in hoofdzaak toegepast voor de bereiding van lagere alkenen in het bijzonder etheen en propeen, die als grondstoffen in de chemische industrie dienst doen.

   Bij de 

 <Desc/Clms Page number 5> 

 kraking, die bij voorkeur in een buizenoven wordt uitgevoerd, wordt in de regel meer dan 50   gew.%   van de uitgangskoolwater- stofolie omgezet in verbindingen met 4 of minder koolstofatomen in het molecule. Als nevenprodukt ontstaat bij de stoomkraking de benzine die volgens de onderhavige uitvinding geraffineerd wordt en die in de regel meer dan 30   gew.%   en dikwijls meer dan 60   gew.%   aan aromatische verbindingen bevat en een aan- zienlijk gehalte aan alkenen met een relatief hoog octaangetal heeft. Daarnaast zijn er echter naar verhouding veel sterk reactieve verbindingen, in hoofdzaak dienen, o. a. van het cyclopentadieentype aanwezig.

   Het is verder van voordeel, dat deze benzines in de meeste gevallen praktisch zwavelvrij zijn, d. w.z. een gehalte aan zwavelverbindingen (berekend als elemen- taire zwavel) bezitten dat belangrijk lager is dan 0,1   gew.%.   



  Opgemerkt wordt, dat deze benzines in de regel geen of prak- tisch geen naftenische koolwaterstoffen bevatten. 



   Bij de toepassing van de werkwijze volgens de uitvinding kunnen de in deze benzines voorkomende instabiele verbindingen door hydrogenering worden omgezet in meer ver- zadigde verbindingen, terwijl de waardevolle alkenen'niet of praktisch niet worden aangetast. 



   Gevonden werd, dat deze selectieve omzetting mogelijk is door uitvoering van de hydrogenering in tegenwoordigheid van een chroomoxyde bevattende katalysator bij een temperatuur var. ten hoogste 150 C. Bij voorkeur wordt de behandeling uit- gevoerd bij temperaturen gelegen tussen 70 C en 130 C. Voorts is de benzine voor een gedeelte, d. w.z. voor ten minste 50 gew.% en gewoonlijk voor meer dan 75   gew.%,   in vloeistof- fase aanwezig. Dit is van belang, aangezien hoogmoleculaire   produ kten,   indien aanwezig, zich nu niet meer op de katalysa- 

 <Desc/Clms Page number 6> 

 tor of op het oppervlak van de apparatuur afzetten, maar in oplossing blijven. Overigens is bij de gebezigde temperatuur de vorming van polymerisatie- en/of condensatieprodukten prak- tisch te verwaarlozen. 



   Voor het onderhavige proces leent zich in het bijzon- der de "trickle" techniek. Volgens deze techniek, die o.a. in het Britse octrooischrift 657.521 wordt beschreven, laat men de uitgangskoolwaterstofolie, die gedeeltelijk in vloei- stoffase en gedeeltelijk in dampfase aanwezig is, in beneden- waartse richting in tegenwoordigheid van waterstof of van een waterstof bevattend gas over een katalysator in de vorm van   een vast bed vloeien ; niet verdampte deel van het uitgangs-   materiaal vloeit daarbij als een dunne film over de katalysa- tordeeltjes. 



   De hydrogenering in de vloei stof fase verloopt onder de gegeven temperatuurconditie van ten hoogste 150 C doorgaans bij drukken gelegen tussen 10 en 60 ata en bij voorkeur tussen 20 en 40 ata. Opgemerkt wordt, dat door het exotherme karakter van de hydrogeneringsreacties in het katalysatorbed een zekere temperatuurstijging kan optreden. Ook in dit verband is het van voordeel in de   vloeistof fase   te werken, aangezien door de hogere soortelijke warmte van de vloeistof in het algemeen geringere temperatuurstijgingen zullen optreden dan bij werken in de gasfase. 



   Voor een goed verloop van de hydrogenering wordt een hoeveelheid waterstof toegepast, die ten minste gelijk is aan de theoretische hoeveelheid, benodigd voor het volledig   omzetten   van de in de benzine aanwezige reactieve   verbindin   gen tot stabielere verbindingen. Ten einde de katalysator- activiteit over langere perioden te kunnen handhaven wordt 

 <Desc/Clms Page number 7> 

 echter bij voorkeur 2-5 maal de theoretische hoeveelheid aan waterstof toegepast. 



   Als gas kan men waterstof of een waterstof bevattend gasmengsel gebruiken, bijvoorbeeld een mengsel van waterstof en lichte koolwaterstoffen. Bij toepassing van een overmaat aan waterstof is het van voordeel de gebruikte waterstof te recirculeren, eventueel na voorafgaande verwijdering van on- gewenste bestanddelen, zoals bijvoorbeeld   tijdens   de hydroge- nering gevormde zwavelwaterstof. De toegepaste gassen dienen   , bij   voorkeur meer dan 60   vol.%   aan waterstof te bevatten. 



   Zeer geschikt zijn bijvoorbeeld de waterstofhoudende gassen, die bij het katalytisch reformeren van benzinefracties wor- den verkregen. 



   De ruimtelijke doorvoersnelheid bedraagt in de regel 0,5-5 kg en bij voorkeur 1-3 kg benzine per uur per liter katalysator. De gas-benzine-verhouding ligt in de regel tussen 50 en 300 N1 gas/kg benzine. 



   Alhoewel de katalysatoren volgens de onderhavige werkwijze in gefluldiseerde of gesuspendeerde toestand kunnen worden toegepast, worden bij voorkeur vast opgestelde katalysa- . toren gebruikt. 



   Als katalysatoren komen volgens de onderhavige werk- wijze in het algemeen chroomoxyde bevattende katalysatoren in aanmerking. In het bijzonder zijn echter geschikt katalysato- ren, die naast chroomoxyde één of meer elementen uit de eerste tot en met de vierde gros? van het periodiek systeem der ele- menten bevatten, welke elementen in metallische toestand en/of in de vorm van één of meer verbindingen met elkaar en/of met één of meer andere elementen zoals chroom, zuurstof en/of zwavel aanwezig kunnen zijn. Als geschikte elementen kunnen 

 <Desc/Clms Page number 8> 

 worden genoemd zink, tin, magnesium, koper, barium en silicium. 



   Bij voorkeur worden echter katalysatoren toegepast waarin naast chroomoxyde een koperverbinding aanwezig is. 



  Zeer goede resultaten worden verkregen met een koperoxyde en chroomoxyde bevattende katalysator, waarbij de atoomverhouding van koper tot chroom is gelegen tussen 1:5 en 3:1 en bij voor- keur tussen 1:2 en 2:1. 



   De katalysatoren kunnen desgewenst op een   drager   wor- den aangebracht, terwijl ook stabilisatoren kunnen worden toegepast. 



   Het is verder van voordeel de katalysatoren vóór het gebruik een behandeling met waterstof te doen ondergaan. Deze behandeling kan plaatsvinden door bij atmosferische of verhoog- de druk waterstof of een waterstof bevattend gas gedurende enige uren bij een temperatuur van bijvoorbeeld ca 200 C over de katalysator te leiden. 



   De volgens de onderhavige uitvinding geraffineerde benzine is na de selectieve hydrogenering bijzonder stabiel geworden en kan als zodanig ofwel in de vorm van een fractie daaruit als motorbrandstof dienen. Men kan de geraffineerde benzine of fracties daaruit vanzelfsprekend ook met andere   koolwaterstofoliedestillaten   opmengen. 



  Uitvoeringsvoorbeeld 
Uitgegaan werd van een benzine die als nevenprodukt werd gewonnen bij de bereiding van etheen en propeen door stoomkraking van een door directe destillatie'verkregen kool- waterstofolie met een eindkookpunt van   2300C.   Deze benzine was vrij van naftenische koolwaterstoffen en bevatte 10   gew.%   

 <Desc/Clms Page number 9> 

   dienen,   10   gew.   alkenen, ca 36   gew.%   aromatische koolwater- stoffen en ca 43   gew.%   verzadigde koolwaterstoffen. Het zwa- velgehalte bedroeg minder dan 0,01   gew.%.   Door het hoge gehal- te aan dienen was de benzine zeer instabiel, hetgeen blijkt uit de inductieperiode die - zonder inhibitortoevoeging - slechts 9 minuten bedroeg. 



   De verdere eigenschappen van de benzine waren: kookgrenzen 41-180 C (A.S.T.M.), inductieperiode na toevoeging van 500 p.p.m. (gewichtsdelen per miljoen) van een   f enolische   inhibitor 255 min., broomgetal 54   g/100   g (volgens de methode van Mc. Ilhiney), maleînezuuranhydridegetal 90 mg/g (volgens de methode van Ellis en Jones). 



   De benzine werd in tegenwoordigheid van 180 1 water- stof per kg uitgangsbenzine over een koperchromietkatalysator geleid bij een gemiddelde katalysatortemperatuur van   100 C,   een druk van 30 ata en een ruimtelijke doorvoer van 2 kg per uur per liter. Tijdens deze behandeling was meer dan 75 gew.% van de benzine in vloeibare toestand. 



   De katalysator die koper en chroom in een atoomverhou-   ding van 1 :1,5 bevatte,was voorbehandeld door er bij 200 C   onder atmosferische druk gedurende 4 uren waterstof over te leiden in een hoeveelheid van 1. 000 liter gas per uur per liter katalysator. 



   De behandelde benzine had een dieengehalte van minder dan 0,1   gew.   en vertoonde zonder verdere inhibitortoevoeging een inductieperiode van meer dan 1.000 min., een broomgetal van 33 g/100 g en een maleînezuur-anhydridegetal van 0,6 mg/g. 



  Het octaangetal van de benzine, na toevoeging van 1¸ c.c. tetra-ethyllood per U. S. gallon en bepaald volgens A.S.T.M. methode D 908-58, daalde door de waterstofbehandeling van 

 <Desc/Clms Page number 10> 

 
99,3 tot 98,8, terwijl het octaangetal eveneens na toevoeging van 1¸ c.c. tetra-ethyllood per U. S. gallon en bepaald volgens A.S.T.M. methode D 357.58, steeg van 84,7 tot 86,4.

Claims (1)

  1. C O N C L U S I E S 1. Werkwijze voor het seleotief hydrogeneren van door kraken verkregen dieenhoudende benzines, met het kenmerk, dat een bij het thermisch kraken van een koolwaterstofolie met een eindkookpunt van ten hoogste ca 250 C verkregen dieen- houdende benzine of een fractie daarvan, bij een temperatuur van ten hoogste 150 C en onder toevoeging van waterstof, met een chroomoxyde bevattende katalysator in contact wordt gebracht, waarbij de benzine of benzinefractie ten minste gedeeltelijk in vloeistoffase aanwezig is.
    2. Werkwijze volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de hydrogenering wordt toegepast op een door thermisch kra- ken met stoom verkregen benzine.
    3. Werkwijze volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat de hydrogenering wordt uitgevoerd bij een temperatuur tussen 70 C en 130 C.
    4. Werkwijze volgens één of meer der voorafgaande con- clusies, met het kenmerk, dat de chroonoxyde bevattende katalysator bovendien één of meer elementen uit de eerste tot en met de vierde groep van het periodiek systeem der elementen bevat.
    5. Werkwijze volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat de chroomoxyde bevattende katalysator bovendien een koperverbinding bevat. <Desc/Clms Page number 11>
    6. Werkwijze volgens conclusie 5, met het kenmerk, dat een koperoxyde en chroomoxyde bevattende katalysator wordt toegepast, waarin de atoomverhouding van koper tot chroom is gelegen tussen 1:5 en 3:1 en bij voorkeur tus- sen 1:2 en 2:1.
    7. Werkwijze volgens één of meer der voorafgaande conclusies, met het kenmerk, dat de hydrogenering plaats- vindt bij een druk tussen 10 en 60 ata en bij voorkeur tus- sen 20 en 40 ata, een ruimtelijke doorvoersnelheid van 0,5-5 kg benzine per uur per liter katalysator en een gas/benzine verhouding van 50-300 Nl gas/kg benzine.
    8. Werkwijze voor het selectief hydrogeneren van door thezmisch kraken verkregen dieenhoudende benzines, in hoofdzaak als in het voorgaande beschreven, onder verwij- zing naar het voorbeeld.
    9. Selectief gehydrogeneerde benzines, voor zover verkregen onder toepassing van de werkwijze volgens één of meer der voorafgaande conclusies.
BE597461D BE597461A (nl)

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE597461A true BE597461A (nl)

Family

ID=192343

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE597461D BE597461A (nl)

Country Status (1)

Country Link
BE (1) BE597461A (nl)

Similar Documents

Publication Publication Date Title
JP6904964B2 (ja) 原油を石油化学製品に変換するための、製品収率が改善されたプロセスおよび設備
JP2024501716A (ja) ポリマー廃棄物ベースの材料を水素化処理するための共処理ルート
JPH045711B2 (nl)
US4324935A (en) Special conditions for the hydrogenation of heavy hydrocarbons
JPS5898387A (ja) ガス状オレフイン及び単環芳香族炭化水素の製造方法
US4210520A (en) Unsupported catalysts in the production of olefins
US3234298A (en) Selective hydrogenation
US2952612A (en) Production of high octane motor fuel with an alkyl ether additive
US3108947A (en) Process for the selective hydrogenation of diene-containing gasoline
US4036734A (en) Process for manufacturing naphthenic solvents and low aromatics mineral spirits
US1932369A (en) Removal of sulphur compounds from crude hydrocarbons
BE597461A (nl)
NO141829B (no) Generator for sterilt, utvaskbart radioaktivt materiale
US2885352A (en) Process for hydrodesulfurization employing a platinum-alumina catalyst
US1954478A (en) Treatment of hydrocarbon oils
US1988112A (en) Polymerization of hydrocarbon gases
US2574449A (en) Process of catalytic desulfurization of naphthenic petroleum hydrocarbons followed by catalytic cracking
US3953323A (en) Process for reduction of olefinic unsaturation of pyrolysis naphtha (dripolene)
JP5676344B2 (ja) 灯油の製造方法
CN117660056B (zh) 一种生产工业白油的组合方法
RU2572514C1 (ru) Способ получения автомобильного бензина
JP2019537659A (ja) 原油を精製するための一工程の低温プロセス
US2035133A (en) Conversion of carbonaceous substances, tars, mineral oils, and the like into more valuable products
US1954477A (en) Treatment of hydrocarbon oils
US2281369A (en) Treatment of gasolines